Zaterdag 16 juli 2011
Vézelay romaanse basiliek St.-Madeleine
Vézelay romaanse basiliek St.-Madeleine
Wie Vézelay zegt denkt onmiddellijk aan de wereldberoemde, romaanse basiliek St.-Madeleine. Deze beschermde abdijkerk (Werelderfgoed) ligt hoog in een schilderachtig en piepklein dorp in Bourgondië.
In de basiliek zijn de broeders en zusters van de Orde van Jeruzalem nadrukkelijk aanwezig: drie keer per dag hebben zij gebedsdiensten en vieren ze de mis met gezang en orgelmuziek. Deze religieuzen zien bidden in een gewijde stilte is een bijzondere ervaring en spoort de gelovigen aan om te mediteren.
Vezelay was één van de vier verzamelpunten in Frankrijk voor de pelgrimages naar Santiago de Compostela in Spanje. In 1146 riep de beroemde cisterciënzer abt Bernardus van Clairvaux, uit naam van paus Eugenius ll en in aanwezigheid van de Franse koning Lodewijk VII, koningin Eleonora van Aquitanië en ontelbare edellieden en andere pelgrims, de christenen op tot de Tweede Kruistocht (1147-1149) die op een mislukking uitliep. Voor Lodewijk IX de Heilige was Vézelay het beginpunt van zijn twee achtereenvolgende rampzalige kruistochten. Het stadje werd zo een verzamelplaats voor koningen, ridders, bisschoppen, abten en pelgrims. In de 19e eeuw voerde architect Viollet-le-Duc (1814-1879) belangrijke restauratiewerken uit. Als we de Ste. Madeleine, gebouwd tussen 1140 en 1150, betreden, komen we in een driebeukige narthex (atrium of paradijs), de voorhal of het portaal van een kerkgebouw, waar de doopleerlingen en de boetelingen mochten staan. In romaanse pelgrimskerken zoals in Vézelay was de narthex een afgescheiden voorkerk waar de pelgrims hun wereldlijke onrust achter zich lieten om dan het heilige van de kerk binnen te treden. Deze ruimte was tevens bestemd als overnachting voor de pelgrims, voor de rituele reiniging en als verzamelplaats voordat de boetelingen die in processie de kerk betraden. We werden overdonderd door het timpaan boven het hoofdportaal, met in het midden een zittende Christus. De talrijke kapitelen vormen verhalen en zijn zo een volks-Bijbel in steen. Ze zijn uniek in de kerkelijke beeldhouwkunst. Toegang: hoofdstraat en via de zijstraten; licht stijgend (colline éternelle) ; alles verwijst naar de basiliek (voorbeelden). Groot plein voor de basiliek; achter: tuin, Rivier Cure, museum Viollet-le-Duc (dé restaurateur). De grote voorhal (narthex) is gebouwd na de voltooiing van het schip in 1140. In tegenstelling tot het schip, is de narthex voorzien van spitsbogen. Bernard van Clairvaux heeft hier in 1146 opgeroepen tot de tweede kruistocht. (zie Georges) De eerste aanblik eerder ‘schraal’; de twee torens zijn niet harmonieus ingeplant. Bouwstijl: romaanse kerkarchitectuur uit de bouwstijl van de Romeinse basilica.
Delen: portaal – schip of middenbeuk; zijbeuk (soms met gaanderij); transept of kruisbeuk; kooromgang (vaak met relieken; belangrijk voor bedevaarders); viering; ‘koor’ met abside; kranskapellen in de kooromgang. Vooraanzicht: timpaan: niet denderend; binnengaan in de nartex (voorgebouw) – enige niet gewijde plaats. Zicht op schip en koor; LICHTINVALLEN. Nartex: Timpaan (fronton): beeldhouwwerk, muurpaneel, boven de ingang; rond (romaans) of spits (gotiek). Voor de beeldhouwers om hun vaardigheid en geloof te demonstreren. Soms verschillende grote delen of registers. Centraal timpaan: Christusfiguur; fijn uitgevoerd plooienspel van de kledij; Christus als mens-God; gezicht omkranst, golvend haar, ‘ontroerend menselijk. Stille glimlach; zetelend in de hemel, in de glorie, in de schoot van de eeuwigheid: transcendent maar gericht naar de mensheid. Gestileerde water- en plantenmotieven. Hoofdingang rechts – bovenaan op de rechterdeurstijl - Petrus en Paulus. Kapitelen : kopstuk van een zuil, (pijler of pilaster), meestal met beeldhouwwerk. In de ME: boeken (bijbel) der leken; afbeeldingen van heiligen, bijbelse personen of een verhaal. Basiliek van Vézelay waar in bijna elk kapiteel in het schip. Drie portalen geven toegang tot het langhuis. Boven het middelste portaal bevindt zich één van de bekendste Romaanse uitbeeldingen (1120 en 1135). Christus zijn vingers stralen licht uit naar de apostelen. Zij ontvangen de Heilige Geest in de gedaante van de stralen (Pinksteren). Johannes de Doper is weergegeven boven de zuil die de bovendorpel stut. De twee andere portalen zijn eveneens voorzien van interessant beeldhouwwerk. Er bevinden zich ook prachtige kapitelen in deze ruimte. Culturele geschiedenis Strijd die de abdij van Vézelay in de periode 1000 - 1130 voerde tegen Cluny, de prelaten, de graven en de burgers. (vgl. Notre - Damekathedraal van Chartres: ook op heilige heuvel; boeren voeren stenen aan; boetedoening en om hemel te verdienen) (Werelderfgoed). Opgang, verval, restauratie: redders Eugène Viollet-le-Duc (1814 - 1879) met beschermer en compagnon de route was Prosper Mérimée (1803, archeoloog, historicus, literator, senator, inspecteur van de historische monumenten).
De Compostela bedevaartroutes in Frankrijk (Chemins de Saint-Jacques-de-Compostelle en France - étape jacquaire) waren zeer belangrijk in de Middeleeuwen tot halfweg de twintigste eeuw. Daarna was er een terugloop; dank zij de UNESCO en de inspanningen van de christelijke kerken kwamen deze routes opnieuw volop in de belangstelling. Alle bedevaartgangers zijn zeker niet religieus of zelfs christelijk geïnspireerd. Een aantal doen dit vanuit een spirituele nood en om zichzelf te bevragen. Het sportieve, het uitdagende speelt daarenboven een rol. http://www.compostelagenootschap.be/default.aspx?id=498
Vijf Vlaamse pelgrimswegen: Via Limburgica, Via Monastica, Via Brabantica, Via Brugensis , Via Scaldea (geen historische wegen: onmogelijk te reconstrueren).
Wie Vézelay zegt denkt onmiddellijk aan de wereldberoemde, romaanse basiliek St.-Madeleine. Deze beschermde abdijkerk (Werelderfgoed) ligt hoog in een schilderachtig en piepklein dorp in Bourgondië.
In de basiliek zijn de broeders en zusters van de Orde van Jeruzalem nadrukkelijk aanwezig: drie keer per dag hebben zij gebedsdiensten en vieren ze de mis met gezang en orgelmuziek. Deze religieuzen zien bidden in een gewijde stilte is een bijzondere ervaring en spoort de gelovigen aan om te mediteren.
Vezelay was één van de vier verzamelpunten in Frankrijk voor de pelgrimages naar Santiago de Compostela in Spanje. In 1146 riep de beroemde cisterciënzer abt Bernardus van Clairvaux, uit naam van paus Eugenius ll en in aanwezigheid van de Franse koning Lodewijk VII, koningin Eleonora van Aquitanië en ontelbare edellieden en andere pelgrims, de christenen op tot de Tweede Kruistocht (1147-1149) die op een mislukking uitliep. Voor Lodewijk IX de Heilige was Vézelay het beginpunt van zijn twee achtereenvolgende rampzalige kruistochten. Het stadje werd zo een verzamelplaats voor koningen, ridders, bisschoppen, abten en pelgrims. In de 19e eeuw voerde architect Viollet-le-Duc (1814-1879) belangrijke restauratiewerken uit. Als we de Ste. Madeleine, gebouwd tussen 1140 en 1150, betreden, komen we in een driebeukige narthex (atrium of paradijs), de voorhal of het portaal van een kerkgebouw, waar de doopleerlingen en de boetelingen mochten staan. In romaanse pelgrimskerken zoals in Vézelay was de narthex een afgescheiden voorkerk waar de pelgrims hun wereldlijke onrust achter zich lieten om dan het heilige van de kerk binnen te treden. Deze ruimte was tevens bestemd als overnachting voor de pelgrims, voor de rituele reiniging en als verzamelplaats voordat de boetelingen die in processie de kerk betraden. We werden overdonderd door het timpaan boven het hoofdportaal, met in het midden een zittende Christus. De talrijke kapitelen vormen verhalen en zijn zo een volks-Bijbel in steen. Ze zijn uniek in de kerkelijke beeldhouwkunst. Toegang: hoofdstraat en via de zijstraten; licht stijgend (colline éternelle) ; alles verwijst naar de basiliek (voorbeelden). Groot plein voor de basiliek; achter: tuin, Rivier Cure, museum Viollet-le-Duc (dé restaurateur). De grote voorhal (narthex) is gebouwd na de voltooiing van het schip in 1140. In tegenstelling tot het schip, is de narthex voorzien van spitsbogen. Bernard van Clairvaux heeft hier in 1146 opgeroepen tot de tweede kruistocht. (zie Georges) De eerste aanblik eerder ‘schraal’; de twee torens zijn niet harmonieus ingeplant. Bouwstijl: romaanse kerkarchitectuur uit de bouwstijl van de Romeinse basilica.
Delen: portaal – schip of middenbeuk; zijbeuk (soms met gaanderij); transept of kruisbeuk; kooromgang (vaak met relieken; belangrijk voor bedevaarders); viering; ‘koor’ met abside; kranskapellen in de kooromgang. Vooraanzicht: timpaan: niet denderend; binnengaan in de nartex (voorgebouw) – enige niet gewijde plaats. Zicht op schip en koor; LICHTINVALLEN. Nartex: Timpaan (fronton): beeldhouwwerk, muurpaneel, boven de ingang; rond (romaans) of spits (gotiek). Voor de beeldhouwers om hun vaardigheid en geloof te demonstreren. Soms verschillende grote delen of registers. Centraal timpaan: Christusfiguur; fijn uitgevoerd plooienspel van de kledij; Christus als mens-God; gezicht omkranst, golvend haar, ‘ontroerend menselijk. Stille glimlach; zetelend in de hemel, in de glorie, in de schoot van de eeuwigheid: transcendent maar gericht naar de mensheid. Gestileerde water- en plantenmotieven. Hoofdingang rechts – bovenaan op de rechterdeurstijl - Petrus en Paulus. Kapitelen : kopstuk van een zuil, (pijler of pilaster), meestal met beeldhouwwerk. In de ME: boeken (bijbel) der leken; afbeeldingen van heiligen, bijbelse personen of een verhaal. Basiliek van Vézelay waar in bijna elk kapiteel in het schip. Drie portalen geven toegang tot het langhuis. Boven het middelste portaal bevindt zich één van de bekendste Romaanse uitbeeldingen (1120 en 1135). Christus zijn vingers stralen licht uit naar de apostelen. Zij ontvangen de Heilige Geest in de gedaante van de stralen (Pinksteren). Johannes de Doper is weergegeven boven de zuil die de bovendorpel stut. De twee andere portalen zijn eveneens voorzien van interessant beeldhouwwerk. Er bevinden zich ook prachtige kapitelen in deze ruimte. Culturele geschiedenis Strijd die de abdij van Vézelay in de periode 1000 - 1130 voerde tegen Cluny, de prelaten, de graven en de burgers. (vgl. Notre - Damekathedraal van Chartres: ook op heilige heuvel; boeren voeren stenen aan; boetedoening en om hemel te verdienen) (Werelderfgoed). Opgang, verval, restauratie: redders Eugène Viollet-le-Duc (1814 - 1879) met beschermer en compagnon de route was Prosper Mérimée (1803, archeoloog, historicus, literator, senator, inspecteur van de historische monumenten).
De Compostela bedevaartroutes in Frankrijk (Chemins de Saint-Jacques-de-Compostelle en France - étape jacquaire) waren zeer belangrijk in de Middeleeuwen tot halfweg de twintigste eeuw. Daarna was er een terugloop; dank zij de UNESCO en de inspanningen van de christelijke kerken kwamen deze routes opnieuw volop in de belangstelling. Alle bedevaartgangers zijn zeker niet religieus of zelfs christelijk geïnspireerd. Een aantal doen dit vanuit een spirituele nood en om zichzelf te bevragen. Het sportieve, het uitdagende speelt daarenboven een rol. http://www.compostelagenootschap.be/default.aspx?id=498
Vijf Vlaamse pelgrimswegen: Via Limburgica, Via Monastica, Via Brabantica, Via Brugensis , Via Scaldea (geen historische wegen: onmogelijk te reconstrueren).

