Naar de inhoud

liedjes van splietje en tekeningen van splietje

Herinneringen aan mijn kinderjaren
akke.beakke.be

Jacob Hamel album 1939

Wij zingen zo graag
 
 Marietje die krijgt zangles 

 Van C.D.E.F.G. 
 En zingt van alle kind’ren 
 Het ijverigste mee 
 Trala……… 
 En zingt van alle kin’dren 
 Het ijverigste mee
Ze zingt van bonte vogels
Joech heisa sa Joech hei
En van de mooiste bloemen
Die bloeien in de mei
Trala…….. 
En van de mooiste blomen 
Die bloeien in de mei
Zij zingt ook van een herder
 Met schaapjes en een hond
Die d’afgedwaalde beestjes
Zo vlug steeds wedervond 
Trala…….. 
 Die d’afgedwaalde beestjes 
Zo vlug steeds wedervond
En altijd is ze vrolijk 
Gelukkig en tevree
 En daarom zingen w’ allen
Zo vrolijk met haar mee 
Trala………
En daarom zingen w’ allen 
Zo vrolijk met haar mee 

-0-0-0-0- 

2 
Oompje 
Als oompje komt in ’t feest in huis 
 
Daar kan je van op aan 
Ik juich al als ‘k van boven af  
Hem op de stoep zie staan

Ik ren dan naar beneden toe 
“He Oom, mag ‘k op je rug?”
Nu oompje vindt dat altijd goed 
En zegt “Vooruit dan vlug!” 
Hij zegt, hij zegt, 
 Hij zegt “Vooruit dan vlug!”  

Als oompje komt is ’t feest in huis 
Dan wordt er ook gestoeid.
 

Mijn oompje heeft nu altijd zin 
En is ook nooit vermoeid 
Hij pakt me beet 
Ik ruk me los 
M’n vrijheid duurt niet lang,
Want of ik hem ook stompen geef 
Mijn oompje is niet bang 
O nee, o nee 
Mijn oompje is niet bang  

Als oompje komt in ’t feest in huis 
Dan wordt er ook gesmuld 
En altijd brengt hij ’n zakje mee 

Een zakje goed gevuld. 
Hij heeft me laatst een flink gefopt 
Het zakje was toen zwaar 
Wat zag ik toen ‘k het opendeed?
Een steen er in zo zwaar 
Ja heus, ja heus 
Een steen er in zo zwaar  

Hij knikkert en hij voetbalt goed 
Hij pingpongt razend snel

En dat hij alles spelen kan 
Nu dat bevalt mij wel 
Als oompje komt is ’t feest in huis 
He, ‘k vind het altijd fijn 
Zeg alle mensen moesten maar 
Zoals m’n oompje zijn. 
He ja, he ja 
Zoals m ’n oompje zijn.
 

-0-0-0-0-  

3
De groenboer.
 
Daar komt Jaap de groenboer aan 
Met zijn ezelswagen
Voor de huizen blijft hij staan 
En ik hoor hem vragen 
“Juffrouw, koopt u wat van mij? 
Erwten, bonen selderij 
Kijk maar in mijn manden
Alles is voor handen.
 
Juffrouw zie mijn waar eens na 
Zeg, wat moet er wezen? 
Wort’len, bloemkool, uien, sla… 
Alles uitgelezen. 
Twee bos wort’len? Dat is goed 
Fris van kleur en suikerzoet 
Juffrouw, o, wat zullen 
Straks uw kind’ren smullen 
 
Zie de mooie peulen daar 
Wilt u die niet kopen 
Blijft de kar zo vol en zwaar 
Dan wil grauw niet lopen.
Jaapje, Neen! Vandaag niet meer
Morgen kom je wel eens weer 
“’k Zal het niet vergeten, 
Juffrouw, smakelijk eten”.
 

-0-0-0-0-0-  

4 
Zeven Musjes 
 

 Zeven musjes zitten knusjes
Op een takje naast elkaar 
En zij babb’len en zij brabb’len 
Nu eens onzin dan weer waar 
Over pluisjes, strootjes, huisjes 
Lispelt Kraaloog en zij vindt 
Hare woning voor een koning
Ook al waait er wel eens wind 
Met een vaartje 
Wipt nu Staartje 
Vlug van boven naar omlaag 
Want dit klantje ziet een handje 
Met wat kruimpjes voor haar maag 
Wat gesnater en getater
Van het troepje op de tak 
Want zij zullen 
Strakjes smullen
Van het brood op hun gemak. 
 

-0-0-0-0-0-  

 

5 
Pop Annetje 
Pop Annetje is zo ziek 
Zij heeft last van rheumatiek
Daarbij is ze snipverkouden 
’t Is haast niet om uit te houden!

Hatsjie, hatsjie, o ,o , o! 
Dat genies verveelt haar zo! 
Hatshie, hatsjie, o ,o , o! 
Dat genies verveelt haar zo!
  

Pop Annetje heeft zo’n pijn 
Daarom slikt ze medicijn
Eerst wat haverstroo en later 
Zoute drop en suikerwater 

Hatsjie, hatsjie, au, au, au! 
O die nare, nare kou ! 
Hatsjie, hatsjie, au, au, au! 
O die nare, nare kou ! 

Pop Annetjes mammie zegt:
“Dat komt allemaal terecht, 
Maar je moet geduldig wezen 
Morgen ben je weer genezen 

Hatsjie, hatsjie, ach, ach!
Wat een akelige dag. 
Hatsjie, hatsjie, ach, ach! 
Wat een akelige dag.
 

-0-0-0-0-0-  

6  
Naar zee 
 

Voor de eerste keer mocht Bertje 
Mee naar ’t Scheveningse strand 
Op z’n kleine, blote voetjes 
Liep hij door het mulle zand 
’t Ging naar zee toe op een drafje 
Want daar mocht je baden gaan 
Maar bij ’t zien van al die golven
Bleef hij aan het kantje staan
 

Heel voorzichtig, op z’n teentjes 
Tripte hij het water in 
Even moest ie er aan wennen 
’t Was zo koud in het begin 

Steeds wat verder, voet voor voetje…
Toen, o wat een schrik was dat 
Kwam een grote golf aan rollen 
En die spoelde hem kletsnat.
Toch moest Bertje er om lachen
Het beviel hem meer en meer
En hij danste heel parmantig 
Met de golven op en neer 
Toen zijn moeder hem kwam halen 
Riep hij “Mam, wat fijn gaat dat. 
Mag ik voortaan altijd baden 
In dit mooie grote bad”.
 

-0-0-0-0-0  

7 
Zeg kleine, kleine kleutertjes
 
Zeg kleine, kleine kleutertjes
Waar gaan jelui naar toe 

Je bent nog zulke peutertjes 
Mag dat wel van je Moe?
Wat deden toen die kleutertjes?
Ze draaiden zich eens om 
En toen riepen de peutertjes 
We komen gauw weer om 
 
We moeten even voor Mama 
Naar 't einkelte op de hoek
Dan halen we tabak voor pa 
En voor ons zelf wat koek! 
Zeg kleine, kleine kleutertjes
Stap dan maar rustig door 
Want zulke kleine peutertjes 
Zal men geen kwaad doen hoor!
 

-0-0-0-0-  

 

 

8 
 Een muisje zat 

Een muisje zat voor het muizengat 
En vlak bij het gaatje daar zat de kat 
Het muizeke likte zijn baardje 
Het poesje dat kwikte zijn staartje  

Het poesje zei “Kom eens dichterbij 
Hoe zacht is dat pootje van mij, als zij
 

Zal ik je fluwelen buisje 
Nou ’s aaien mijn snoeperig  muisje?”
Het muisje riep “Sliep uit, sliep, sliep 
Dan was het gedaan met mij. Piep, piep piep 
Dag poeslief je bent er niet achter
Mijn moederke aait me veel zachter!”
-0-0-0-0-0-
 
 
9
Herfst
 
Het kindje steekt de handjes uit
Het wil de blaren vangen
Een rode, gele, bronzen buit
Ze vallen zonder één geluid
'n Enk'le blijft nog hangen
'n Enk'le blijft nog hangen
 
Het kindje steekt de armpjes hoog
Het danst gelijk een blaadje
Met rode blos en tint'lend oog
Alsof de wind het zelf bewoog
Daarbuiten op het paadje
Daarbuiten op het paadje
 
Het kindje vangt de blaren niet
Ze vluchten op het windje
En ieder blaadje dat het ziet
Waardoor het zich verlokken liet
Dat ritselt zacht  "Mis kindje"
Dat ritselt zacht "Mis kindje"
 
 
-0-0-0-0-0
 
 
10
Voor het eerst naar school
 
Klein Keesje gaat voor 't eerst naar school
Dat is geen kleinigheidje
Hij draagt een schooltas op zijn rug
Met griffel en een leitje
Druk pratende en heel parmant
Stapt Keesje aan zijn vaders hand
Stapt Keesje aan zijn vaders hand
 
Zijn mond staat geen minuutje stil
Val alles wil hij weten
Of lezen moeilijk is en hoe
De juffrouw wel zal heten
En rekkenen kan hij zo goed
Van een tot tien wel als het moet
Van een tot tien wel als het moet
 
Maar als ze ze bij de schooldeur zijn
Wordt kleine Kees verlegen
De kind'ren kijken hem zo aan
Daar kan hij heel niet tegen.
Hij huilt zijn hoofd in Vaders jas
'k Wou dat ik thuis bij Moeder was
'k Wou dat ik thuis bij Moeder was
 
-0-0-0-0-0
 

Uit het Album van 1933

1.Voor het spiegelglas

Tekst G. Limpen, Muziek Jacob Hamel

 

2. ’t Hielp toch niet

Tekst Bep |Otten, Muziek Henri . van Praag

 

3. Tovervrouwtje

Tekst W.F., Muziek P.J. Ferdinant

 

4. Te Laat

Tekst M. Verkozen, Muziek J.F. Tierie Jr.

 

5. In Volendam

Tekst en muziek Henk Geerssinga

 

6.De kleppermars

Tekst en muziek Annie Frank

 

7. Niki

Tekst Bep Otten, Muziek Henri C. van Praag

 

8. De waterwagen

Tekst Henriette Dietz, Muziek Kor Kuiler

 

9. Op de schaatsenbaan

Tekst S. Maathuis-Ilcken, Muziek Bernard Diamant

 

10 Het vogellied

Tekst Truus Postma, Muziek Arnold Spoel

 

Uit Album 1934

1. Mijn schat

Tekst G.W. Lovendaal,. Muziek Jacob Hamel

 

2. De Oempa’s

Tekst G.W. Lovendaal, Muziek Bern. Diamant

 

3. IJs met slagroom

Tekst en muziek Henri C. van Praag

 

4. Volendammer klompen

Tekst Jo an der Stap Muziek J. Nauta

 

5. Marsliedje

Tekst S.O. van der Veer, Muziek L. Adr. van Tetterode

 

6. Jarig Jetje

Tekst Henriëtte Blaauw, Muziek F.J. Palmboom Jr.

 

7. De Vogelverschrikker

Tekst G.W. Lovendaal, Muziek Nico Hoogerwerf

 

8. Koos de Gymnast

Tekst Antoon Bon, Muziek Theo van der Bijl

 

9. Luilak

Tekst S.A.L., Muziek J.F. Tierie Jr.

 

10. Het lied met het refreintje

Tekst en muziek Henri C. van Praag

 

Uit Album 1935

1. De Dansende Haasjes

Prinses Juliana en Catharina van Rennes

 

2. Ik ben een kleine muzikant

Ro Frankfort-Werkendam

 

3.Het Dansende Boerinneke

Tekst G.W. Lovendaal, Muziek Joh. Röntgen

 

4. Baas Jan de Timmerman

Tekst G. W. Lovendaal, Muziek Bernard Diamant

 

5. Theevisite

Tekst O.S. v.d. Veen, Muziek Kor Kuiler

 

6. Tamboertje

Tekst Rie Cramer, Muziek M. Rinkel-de Vos

 

7. Op de Autoped

Tekst Annie de Hoog-Nooy, Muziek Jacob Hamel

 

8. Mondharmonika

Tekst Antoinette van Dijk, Muziek Dina Appeldoorn

 

9. Op rolschaatsen

Woorden en muziek Annie M. Frank

 

10. De kleine Chauffeur

Tekst G. Kempen-Sterkenburg, Muziek Aug. Weis

 

Uit Album 1936

AVRO’s Kinderlied

Tekst Annie de Hoog-Nooy, Muziek Jacob Hamel

 

2. Poppenslaapliedje

Woorden en muziek Harm Jongeman

 

3. De verkeersagent

Tekst Mej. Segaar, Muziek Hugo Korenhof

 

4. Maar Kipje

Nico Gerharz

 

5. Regendag

Tekst Rita van Beek, Muziek Theodo H. Polman

 

6. Dom Jantje

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door splietje om 10:44 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Jacob Hamel album 1938


1.

Er is een prinsesje geboren

Er is ons een kindje geboren

Een kindje met lachende mond

Met oogjes stralend vol leven

En krullekens, zijig en blond

Het is een klein vorstenkindje

Een telg uit een roemrijk geslacht

Het geeft ons een blijde ontroering

In ’t harte, dat stillekens lacht.

 

Er is ons een kindje geboren

En wie in ons binnenste las

Weet, dat we van ’t kindeke houden

Alsof het ons eigene was

Het is onze hoop, onze blijdschap

Het wordt er de trots van ons land

Het trekt naar het Huis van Oranje

Ons harte, naar d’aloude trant
 

Er is een prinsesje geboren

Heel Neerland jubelt van vreugd

Het wenst het klein vorstenkindje

Een blijde, een zorg’loze jeugd

God geve deez’telg van Oranje

Een leven vol zonnige schijn

En ook, dat ’t in de toekomst

De liev’ling van ’t volk moge zijn
 
-0-0-0-0-0- 
 
 

2.

De keukenmeid
 

Mijn zusje heeft een keukentje

Daar is van alles in

Een schoorsteen om te roken

Een potje om te koken

En ook een kleine koekenpan

Waarin zij koeken bakken kan

’t Is alles even net ja, ja

’t Is alles even net
 

Mijn zusje speelt er dikwijls mee

Dan is ze keukenmeid

Eerst gaat ze groente halen

Dan moet ze koffie malen

Het water giet ze in de kan

Het eten doet ze in de pan

Dan heeft mijn zusje pret, ja, ja

Dan heeft mijn zusje pret.

 

-0-0-0-0-0-
 

3.

Wij dansen
 
Zeven boerenmeisjes

Dansten op een rij

Wiegden met hun rompjes

Kletsten met hun klompjes

Van hopsasa, heisasa, hopsasa, hei

Van hopsasa, heisasa, hopsasa, hei

Van hopsasa hei!
 
Zeven stadse meisjes

Dansten op een rij

Knikten met hun kopjes

Draaiden met hun rokjes

Van tralala, tralala, tralala la

Van tralala, trala, van tralala la
 Van tralalala
 
Zeven oude vrouwtjes
Dansten op een rij.
Met rimpelige snoetjes

En met onvaste voetjes

Van ene, twee, drie Hoplala hop

Van ene, twee drie Hoplala hop!

Van ene, twee drie, Oef!!
 
-0-0-0-0-0-

 

4.

In het bad
 

Alle weken tweemaal

Mag ik in het bad

Jongens, wat een leuke, leuke pret is dat

‘k Tuimel vierkant tot mijn kin

Zo pardoes de badkuip in

‘k Tuimel vierkant tot mijn kin

Zo pardoes de badkuip in
 

Truitje Treuzel stipt eerst

Bang een teen er in

Doopt er dan voorzichtig

’t Halve beentje in

Staat te huilen bij het bad

Hi, hi, hi het is zo nat
Staat te huilen bij het bad
Hi, hi, hi het is zo nat
 
-0-0-0-0-0-
 
5.
De domme Hazenkindertjes
 

Twee haasjes speelden op het land

Ze hadden dolle pret

Door moedertje werd aan de kant

Terdege opgelet

Haar snuffelneusje in de lucht

Zag zij hun springen aan

Gereed om bij het minst gerucht

Snel op de vlucht te gaan

Snel op de vlucht te gaan
 

Twee haasjes liepen samen weg

En keken niet meer om

Ze kropen door een dichte heg

Dat was verbazend dom

Daar achter stond een heel groot paard

Dat keek het tweetal aan

Twee haasjes zijn toen met een vaart

Naar moesje terug gegaan

Naar moesje terug gegaan
 
-0-0-0-0-0-

 

6.

Schommelen
 
Op de schommel zit een kindje

Lustig gaat het heen en weer

Door haar haren waait een windje

Hoger, hoger keer op keer
 

Zie het kindje vrolijk zwieren

’t Houdt de touwen stevig vast

Boven piepen de scharnieren

Zachtjes bij haar lichte last.
 

Op de schommel zit het meisje

Eindelijk wat moe geraakt

En zij heeft haar luchtig reisje

Na een poostje weer gestaakt.

 

-0-0-0-0-0-

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door splietje om 10:23 1 reactie Reageer op dit bericht

Touwtje springen

De school gaat uit
En op het plein
Daar buiten in de zonneschijn
Gaan alle meisjes groot en klein
Een beetje touwtje springen
Daarbij een liedje zingen
Een twee, een twee in de maat
Anders kom je veel te laat
Een twee, een twee in de maat
Anders kom je veel te laat
 
Wie moeite hebben met een som
Zijn soms in 't springen lang niet dom
???????????????
De wangen krijgen kleurtjes
Als rode bellefleurtjes
Een twee, een twee in de maat
Anders kom je veel te laat
Een twee. een twee in de maat
Anders kom je veel te laat.
 
(Wie weet het ontbrekende regeltje??)
 
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door splietje om 00:00 Reageer op dit bericht

Jacob Hamel album 1937

1

De kleine dirigent
 
We hebben thuis een echt orkest

Ik ben de dirigent

Wij spelen altijd liedjes

die elk op z’n duimpje kent

M’n zusje blaast op de trompet

M’n broertje slaat de trom

Zo gaat het dan van tierelier

En rataplan, plan, plan, sjing bom!
 
Ons moesje zingt er liedjes bij

Dat doet ze o zo fijn

Allen de baby doet niet mee

Want die is nog veel te klein

Wij spelen dan die lieve schat

De leukste wijsjes voor

’t Zijn altijd weer de liedjes

van het AVRO Kinderkoor

 

-0-0-0-0-0-

 

2.

M’n Hobbelpaard
 
Ridder heet mijn hobbelpaard

Het is een dapper dier

Duizend gulden is het waard

Wakker is ’t en fier!

’t Loopt en draaft in ferme pas

Of het een circuspaardje was
 
‘k Ben een ruiter onversaagd

Vast in ’t zadel hoor!

Zit ik op m’n hobbelpaard

‘k Vlieg er flink van door

Maar hoe Ridder draaft of holt

‘k Ben toch nooit in ’t zand gerold.
 
Toe mijn klepper dapper aan

Reizen is plezant

‘k Wil met jou een even gaan

Naar Kabouterland

Naar dat landje lief en fijn

Waar zoveel kabouters zijn
 
Al dat klein kaboutergoed

Zal dan staan te zien

Kleine koning Edelmoed

Biedt mij geld misschien

Licht dat hij honderd gulden gaf

‘k Geef voor geen duizend m’n Ridder af.
 
-0-0-0-0-0-

 

3.
Kapiteintje
 
Als Jantje in de badkuip gaat

Neemt hij z’n scheepje meer!

Dat deint en dobbert in het rond

Precies als op de zee, de zee!

Het heeft twee zeiltjes aan de mast

Een vlaggetje in de top

En ’t vaart door zeepsop golven heen

Die spatten duizend schuimend op, ja op!

Die spatten schuimend op.
 
Klein Jantje is de kapitein

Hij stuurt z’n stevig schip, z’n schip!

Naar Spanje en Amerika

Daar is ’t ie in een wip, een wip!

Dan gaat het naar Oost-Indië

Naar China en Japan

Het wordt een hele verre reis

Zo ver als het maar kan, ja kan!

Zo ver als het maar kan!
 
Tot moeder zegt “Kapiteintje-lief,

Verlang je niet naar huis, naar huis?

Toe kleine zeeman maak wat voort

Kom nu maar weer eens thuis, eens thuis!

Ziezo het scheepje aan de wal

De reis is weer gedaan

Nu is ’t tijd om één, twee,drie

Naar Dromenland te gaan, te gaan!

Naar Dromenland te gaan!”
 
-0-0-0-0-0-
 
4.
De koekoeksklok
 

Koekoek, koekoek, koekoek, koekoek

‘k Heb zo’n grappig klokje

’t Hangt in onze kamerhoek

En een vogel roept “Koekoek”

“Koekoek, koekoek, koekoek, koekoek.”

’n Vogel op een stokje.
 
Koekoek, koekoek, koekoek, koekoek

Roept hij alle uren

Soms wel minstens twalef keer

En dan komt hij telkens weer

“Koekoek, koekoek, koekoek, koekoek.”

Om een hoekje gluren.
 
Koekoek, koekoek, koekoek, koekoek

‘k Vind het echt een pretje

En als hij het acht maal doet

Zegt hij dat ik slapen moet

“Koekoek, koekoek, koekoek, koekoek.”

Slapen in mijn bedje
 
-0-0-0-0-0-

 

5.

Lientje kan piano spelen
 
Lientje kan piano spelen

Kijk, daar zit ze - fier rechtop

Met de handen op de toetsen

Vingertjes mooi op de top
“Vrouw daar ligt een kip in ’t water”

C, d, e, f, g, f, e,

En ze kan ook netjes tellen

Hoor maar eens: van ene-twee
 
Gauw is mijn mamatje jarig

En dan ga ik, zegt die Lien

Een heel aardig stukje leren

‘k Doe mijn best, dat zul je zien.
‘k Moet er heel hard op studeren

Want het is erg moeilijk, hoor!

En is ’t dan ma’s verjaardag

Dan speel ik haar netjes voor.

 

-0-0-0-0-0-
 
6.
De duikelaar
 
Drie popjes stonden naast elkaar

De ene was een duikelaar

Hij had een buikje dik en rond

En stond te wiebelen op de grond

De popjes smaalden

“Moet je zien,

Heb jij een buik van lood misschien?”

Kijk, wij zijn chic en elegant

Maar jij lijkt wel een olifant

Daar kwam een klein boos kindje, zeg

Dat schopte al die popjes weg……..

Twee lagen zielig naast elkaar,

Maar één bleef staan: De duikelaar!

 

-0-0-0-0-0-
 
7.
Kleine Toos is jarig
 
Kleine Toos is jarig

O wat zijn we blij!

Omdat Toosje jarig is

Springen, dansen wij

Zingen wij de hele dag

’t Nieuw verjaardagslied

’t Is gemaakt speciaal voor Toos

Maar dat wist ze niet.
 
Kleine Toos is jarig,

’t Leuke vlotte kind

Weet je één te noemen

Die Toos niet aardig vindt?

Nee toch, want die is er niet

Ieder houdt van haar

Dus wij vieren deze dag

Vrolijk met elkaar!
 
Kleine Toos is jarig

Zij krijgt maar cadeaux

Ieder pakje dat er komt

Is bestemd voor Toos

Zij bekijkt ’t cadeautje eerst

Legt het naast haar nee

En ze roept dan lachend uit

Nu komt ‘r toch niet meer!
 
Kleine Toos is jarig

Dat betekent feest!

En er wordt dus flink gesnoept

Toos snoept zelf het meest

Elkeen neemt maart wat hij wil

Is dat even fijn?

Toos zou eig’lijk ied’re dag

Jarig willen zijn!
 
-0-0-0-0-0-
 
8.
Keesje en ’t Meesje
 
Kleine vogel waar vandaan

Komen toch jouw liedjes

Waarvan krijg je altijd weer

Nieuwe melodietjes?

Leert je moeder jou misschien

Al die mooie dingen

Zit ze ‘savonds bij je bed

Jou wat voor te zingen

Tralala tralala.
 
Zie je dat doet moesje ook

Bij mijn broertje Keesje

’t Is toch haast hetzelfde he

’n Kindje of een meesje?

Beiden zijn ze van hun moes

Echte lievelingen

Maar m’n broertje kan toch heus

Nog zo mooi niet zingen

Tralala tralala.

 

-0-0-0-0-0-

 

9.

Bellen blazen
 
Op’t hoge stoepje voor de deur

Zijn Janneke en Jetje

Aan ’t bellen blazen in de zon

Een dol gezellig pretje

Ze hebben elk een lange pijp

Zo’n echte Goudse, weet je

En zeepsop in een kommetje

Voor allebei een beetje.
 
Het lijkt warempel toverij!

Ze blazen maar eens even

En daarna zie je door de licht

De mooiste bellen zweven

Twee, vier, zes, zeven

Almaar meer

De ene na de ander

Ze drijven met het windje mee

En spatten uit elkander.
 
Maar Janneke en Jetje gaan

Daar immers niet om treuren

Zij blazen wel weer een andere

Met nog veel mooier kleuren

Het zeepsop borrelt

Bruist en spat

Tot over hunne oren

Hun schortjes worden klets, kletsnat

Dat schijnt er bij te horen!
 
-0-0-0-0-0
 
10.
Absalom
 
Mijn broertje heeft een krullebol

Van blinkend gitszwart haar

Maar op een zek’re morgen kwam

De kapper met een schaar

En in een wip

Is knip, knap knip

Mijn broertje Bram

Zo kaal als een geschoren lam
 
Mijn broertje had een krullebol

Hij heeft hem nu niet meer

Maar als hij nu geduldig wacht

Dan groeit zijn haar wel weer

Want in een wip

Is knip, knap, knip

Zijn haar weer om

En lijkt hij sprekend Absalom!
 
-0-0-0-0-0-
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door splietje om 00:00 Reageer op dit bericht

Jacob Hamel album 1936


1.

A.V.R.O. Kinderlied
 
Wij zijn de AVRO zangertjes

En zingen blij, ja blij ons lied

Want zingende AVRO kindr’ren

Die kennen geen verdriet

Het zingen maakt ons vrolijk

En opgewekt van zin

En zo gaan onze liedjes steeds de wijde wereld in

Hoor, Hoor! Daar is het kinderkoor!

Fluitend klepp’rend wat u wil

Onze mondjes staan niet stil

Hoor, Hoor! Het AVRO kinderkoor

Dat zingt nu weer met blij geluid

Het hoogste liedje uit.

 

Wij zijn de AVRO zangertjes

En wij hebben allemaal

Zo’n liefde en ook eerbied

voor het  lied in eigen taal

Wij zingen van de bloemen,

 van zon en kinderpret

Wij zingen bij het opstaan

en gaan zingend weer naar bed

Hoor, Hoor! Daar is het kinderkoor!

Fluitend klepp’rend wat u wil

Onze mondjes staan niet stil

Hoor, Hoor! Het AVRO kinderkoor

Dat zingt nu weer met blij geluid

 

-0-0-0-0-0-


2.

Poppen slaapliedje

Popje, ik stop je

Maar gauw in je bed

Jij moet gaan slapen

Niet langer gapen

Jetje, wat letje

Om slapen te gaan!

’t Pretje is uit en het spelen gedaan

Jij moet van ’t slapen

Heel hard groeien

Jij bent zo moe van al dat stoeien

Ook bij je moeke gaan d’oogjes al toe

Wel te rusten.

Wij beidjes zijn moe.

 

-0-0-0-0-0-

 

3.

De Verkeersagent


Als Bobby thuis aan ’t spelen gaat

Dan is hij een agent

Staat op een houten voetenbak

Voelt zich een grote vent

Zijn wagentje en ook zijn tram

Zet hij aan d’ene kant

Aan d’andere een bruine beer

Een hond en olifant
 
Eerst gaat de linkerhand omhoog

En blijft de rechter neer

Dan wenkt hij met zijn rechterarm

Zo regelt hij ’t verkeer

Maar ach, zijn dieren en zijn tram

Zijn toch zo vrees’lijk dom

En als ’t verkeer niet verder gaat

Draait hij zichzelf maar om.

 

-0-0-0-0-0-

 

4.

Maar kipje

Maar kipje, maar kipje

Wat heb je gedaan

Je bent naar de stal van het sikje gegaan

Ik vond er dit eitje

Hoe of ik ’t weet?

Ik hoorde je kaak’len

En keek door een spleet.

Als moeder dit hoorde

Ja, kijk me eens aan

Dan mocht je vooreerst niet meer

wand’len gaan

 

-0-0-0-0-0-


5

Regen

 

Het regent, Oh! wat regent het!

Het regent dat het giet

Er liggen plassen op de straat

Er door loopt kleine Piet

Hij is niet bang voor al dat nat

Al stroomt de regen neer

Want met zijn regenjasje aan

Verdraagt hij ’t slechtste weer

Stap, stap, stap stap

Gaat onze Piet

Stapt onze Piet.

 

En natte voeten? Wees niet bang!

Ook daar is aan gedacht

Want laatst heeft vader van zijn reis

Kaplaarsjes meegebracht

En met die jas en laarsjes aan

Gaat Pieter nu naar school

Van regen heeft hij heel geen last

Maar juiste de grootste jool

Stap, stap, stap stap

Gaat onze Piet

Stapt onze Piet.

 

-0-0-0-0-0-

 

6.
Dom Jantje
 
Janneman heeft zich bezeerd

Hoor een hoe hij snikt

Ach, hij heeft zijn vingertje

Aan een speld geprikt

En nu roept hij “Au, au, au
 Moesje, moesje, Kom eens gauw ».
 
Moeder bromt een beetje boos

“Stoute, stoute vent

Jij kwam aan de speldendoos

Domoor die je bent

Kom maar even op mijn schoot

Ja, je vingertje ziet rood”
 
“Hier een kus er bovenop,

Nog niet over zeg?”

Dan een lapje er omheen

Zo. De pijn is weg

Nog een snikje, nog een traan

En  ’t verdriet is weer gedaan

 

-0-0-0-0-0-
 
7.

IJdeltuitje

 

Jozetje kijkt in ’t spiegelglas

Dat kleine ijdeltuitje Ze heeft een snoezig jurkje aan

Een jurkje met een ruitje

Moes heeft het stilletjes gemaakt

Om haar eens te verrassen

Toen’t klaar was Moest Jozetje

Gauw het nieuwe jurkje passen

 

Ze spreidt het wijde rokje uit

Versierd met smalle strookjes

O, denkt ze. ‘k Lijk wel zo’n prinses

Waarvan je leest in sprookjes

Ze kijkt eens naar de kanten kraag

Met het fluwelen lintje

Dan roept ze “Moesje

‘k ben zo mooi!

Ben ‘k heus uw eigen kindje

 

-0-0-0-0-0-

 

8.

Kleine Cotje kreeg van oma

Een piano in een doos

’s Morgens zat z’in haar bedje

En zij sloeg een hele poos

Op de toetsjes en zij zong

Ping , pang, pong
 Ping pang, ping pong
 Ping , pang, pong
 Ping pang, ping pong  

 

Paps en moeder werden wakker
 En ook kleine broertje Piet
“Speel zoveel je wilt” zei vader

“Maar zo vroes des morgens niet

Overdag, ga dan je gang”

Ping , pong, pang
 Ping pong, ping pang
 Ping , pong, pang
 Ping pong, ping pang
 
 Kleine Cotje was ondeugend
En zij speelde ‘s morgens weer

Pap kwam heel boos naar de stouterd

En zei “Dat ’s de laatste keer

In de kast dt tingelding”

Pang, pong, ping
 Pang, pong, pang ping
 Pang, pong, ping
 Pang, pong, pang ping  

 

-0-0-0-0-0-

 

9.
 De Wip
 
 Jet, Marie en Fien
Pieter, Jan en Flip
Heb je ’t al gezien?
Zitten op de wip

Wip hoog, wip bom!

Gaan ze aldoor om en om

Wip hoog, wip bom!

Gaan ze om en om

 

Fientje houd je vast
Pieter zit toch recht

Straks val je der af

Dat bekomt je slecht
Wip hoog, wip bom!

Gaan ze aldoor om en om

Wip hoog, wip bom!

Gaan ze om en om

 

O, wat gaat dat fijn

Fientje geeft een gil..

Zou ze duiz’lig zijn

Houd de wip maar stil

Wip laag, wip stil

Niemand die meer wippen wil

Wip laag, wip stil

Niemand die meer wil.

 

-0-0-0-0-0-

 

10.

Jokkebrokje

 

Jokkebroekje

Waarom jok je

Toch bij alles wat je zegt?

Vader bromt dan,

En er komt van

Jokkers nooit iets goeds terecht

En men noemt omdat gejok

Spottend jou een jokkebrok

En men noemt omdat gejok

Spottend jou een jokkebrok

 

Jokk’rig vrindje

Ieder vindt je

Stout waar eerlijkheid ontbreekt

’t Komt omdat je

 vriendje, vat je

Nimmer ooit de waarheid spreekt

En men zegt door dat gejok

“Kijk daar gaat die jokkebrok”

En men zegt door dat gejok

“Kijk daar gaat die jokkebrok”

 

Jokkenaartje

Niemand spaart je

Omdat jokken lelijk staat

Ieder mijdt je

En verwijt je

Altijd weer die leugenpraat

Ieder zegt om jouw gejok

“’k Houd niet van een jokkebrok”

Ieder zegt om jouw gejok

“’k Houd niet van een jokkebrok”
 
-0-0-0-0-0-
Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door splietje om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van liedjes van splietje en tekeningen van splietje

↑ Terug naar de berichten