Archief
vrijwillig maar.......
OUDER WORDEN
OUDER WORDEN
Er is niets aan de hand en ik voel me nog fris
want ik ben zo gezond als maar mogelijk is.
‘t Is alleen da’k wat jicht in mijn knieën krijg
en het praten gaat soms met een piepend gehijg.
Mijn pols is wat zwak, en wat dun wordt mijn bloed
maar ik ben voor mijn leeftijd nog vreselijk goed!
Die steunzolen onder mijn voeten, dat gaat
anders zou ik niet best kunnen lopen op straat.
Soms wordt de slaap mijn nachten lang niet gegund
maar merk ik dat je ook wel eens zonder kunt.
Mijn geheugen wordt minder, soms duizelt mijn hoofd
maar dat valt niet op, geen mens die het geloofd.
Denk niet dat ik vaak daar in de zorg over zit
want ik ben voor mijn leeftijd nog werkelijk fit!
Ze zeggen dat je de oude dag
als de “gouden leeftijd” beschouwen mag.
Maar af en toe twijfel ik daar toch wel aan
als ik ‘s avonds weer moe naar bed ben gegaan.
Met mijn oren in de la en mijn tanden in een glas
en mijn ogen op de tafel, als ik uitgelezen was.
En voordat ik inslaap bedenk ik me dan
zit er nog iets los wat ik wegleggen kan?
Terwijl het met mij nog zo slecht nog niet zit
want ik ben voor mijn leeftijd nog tamelijk fit!
Elke morgen stof ik mijn hersens wat af
en ben blij met de dag, die God mij weer gaf.
Dan haal ik de krant, en lees na mijn bad
de overlijdensberichten in het ochtendblad.
Als mijn naam er niet bij staat weet ik dat ik nog leef
het was dus de bedoeling dat ik nog wat bleef.
Ik geloof dat er toch wel iets heilzaams in zit
want ik ben voor mijn leeftijd nog redelijk fit!
Wat is van dit alles tot slot de moraal
die te leren valt uit dit goedmoedig verhaal?
Voor elk die het ouder-zijn glimlachend draagt
als een ander je weer eens “hoe maak je het” vraagt.
Is het beter te zeggen dat het best met je gaat
dan die lui te vertellen hoe het echt met je staat.
Rust . . .
Kom naar de rivier van rust
want ik zie al je nood.
Ik zie ook al je tranen
ach, kom toch in mijn schoot.
Ik weet al je zorgen die
ik betaalde met mijn dood.
Ach kom naar de rivier
van rust en kom in mijn schoot.
De ozonlaag
Zoals wij allen leven,
duurt het toch maar even.
We knoeien maar wat aan,
de wereld gaat wel naar de maan.
Voor de kinderen van de kinderen,
zal dit hun heus wel hinderen.
Ademnood en zoal meer,
wij horen dit keer op keer.
Geleerden hebben het gezegd,
wat luisteren we toch slecht.
De toekomst is voor onze jeugd,
Denk daar aan, geld schenkt geen vreugd
maria catharina
Oppas
Soms pas ik op mijn kleinkind,
en weet je wat ik vind?
Die tijd heb je nu over,
ook al ben je al iets dover.
Je hebt ook meer geduld,
die tijd is goed gevuld.
Vroeger was het haasten,
steeds maar weer tijd te kort.
Je kijkt nu naar je naaste,
of die ook minder wordt.
Zo gaat de dag ook vlugger,
en snel worden we oud.
We zeggen dan heel snugger,
ach joh... het laat me koud.
maria catharina
KLEIN Kinderen
Kinderen van je kinderen is een vreugd,
het brengt je terug in hun jeugd.
Ze op te voeden als grote mensen,
soms gehoorzaam am jouw wensen.
Komen en gaan in jouw huis,
vinden de ze soms ook een thuis.
Herinneringen aan vroeger tijd,
vervagen.. alles ten spijt.
Maar eens zullen zij denken,
konden we hen maar weer vreugde schenken.
Maar dat gaat voorbij, heel vlug,
en komt niet meer terug.
DEMENTIE
Het niet meer weten, van die kleine dingen,
Steeds maar weer vergeten de mooie herinneringen,
Met een brok in je keel, zie je zo veel,
Mensen die je lief zijn, voelen ook de pijn,
Van het samen leven, weten ze nog maar even,
Wat ik gisteren zag, en vandaag niet meer mag,
Is voor veel mensen een groot verdriet,
Een aai over hun bol, zij weten het niet,
Wie ben je.. wordt gevraagd, voelen zich soms belaagd,
Een leven leeg zonder zon,
We willen er wat aan doen.. als het kon,
Maar machteloos zijn we wel, het is een hel,
De zorg voor hen die wij beminnen, brengt ons buiten zinnen,
Maar zorg voor hem of haar, maakt ons samen sterk..
reken maar.
Het liefste
Een kleuter zat in het bos
te huilen tussen het mos
en zocht tussen de bloemen
liep weg, en hoorde de bijen zoemen
Plotseling zag zij hem lopenbegon toen weer te hopen
ze zag hem weer terug
met de stipjes op zijn rug
Ik hou van jou het meest
zo is het toch altijd geweest
en gaf hem toen een zoentje
haar lieve kleine kapoentje
KAREL
Karel zingt zijn lied
heel luid, het is onze kanariepiet
Hij rolt de tonen uit zijn keel
maar de ruiten blijven heel
Ik luister dan heel stil
weet wat hij zingen wil
Door het zonlicht in mijn kooi
zing ik voor jou zo mooi

