
Allerheiligen en wat ik me daar van herinner toen ik nog zeer jong was. Samen met bomma en de kinderen naar het graf van onze pa. Hij is veel te jong gestorven en ik heb hem niet gekend. Ik was geen twee jaar oud. Ik kan me dus een leven met een vader niet voorstellen. Toch zou ik nog naar de plaats kunnen lopen waar de grafsteen ooit gestaan heeft. Op een of andere manier moet het een diepe indruk nagelaten hebben.
Nu iets heel anders over Allerheiligen. Het was ook een feest. Eigenaardig genoeg heb ik dit ook zo ervaren. Er waren de jaarlijkse pannenkoeken en de familie Smets die langs kwam. Tante Anna, nonkel Fik en de kinderen. Er werden, met drie vrouwen in de keuken, stapels pannenkoeken gebakken. Flinterdun. Je kon er bijna doorkijken. Nooit is het me gelukt om hetzelfde op tafel te krijgen. Ik zie de emmer met deeg, met een handdoek erover, nog voor het vuur staan. Nadien smikkelen en smakken om ter meest. Wat een tegenstelling in feite met een trieste herinnering.