onnozel


Ik ben onnozel, niet in de betekenis van dom, maar onschuldig en goedgelovig. Ik denk dat het op mijn gezicht af te lezen staat. Al dikijks ben ik belazerd en bedrogen. Deze middag echter niet. Twee jonge mannen spraken mij aan met de mededeling dat ze bestolen waren en dat de politie ze doorgestuurd had. Zonder één woord te zeggen en met mijn hand op mijn portefeuille, ben ik doorgegaan. Oef.




















