Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht


uit Van Toen en Thuis
ga maar, laat maar
het schone ga je voorbij: de roze
waterlelies die drijven op omheinde
vijvers, het paarse van kattenstaart
en monnikskap, een reeds gele
treurwilg in de vroege zomer
alsof zijn eiland van amper
een zakdoek een nachtlampje
is van art nouveau
ga voorbij, vermijd de dazen,
de damp van methaan alsof
de duivel hier al zijn winden
laat, zijn vele magen ledigt
volg de vlucht van een libel
in het laatste schijnsel
beluister het misdienaarsklokje
van de waterhoen en ga
voorbij, laat dit landschap zijn
vrede van gonzende horzels, wolk
van muggen boven de sloot
met het schone ga je om zoals
de schuwe dieren van het veld,
’s avonds wanneer de stilte
neerdaalt, het leven aanvangt
van de grote ogen, het versnelde
hart, het schichtige, snuiven en trillen
van haartjes aan oor en snuit
sluit je verbazing af, schuif dit boek
terzijde: spaar de verhalen van licht
en ritseling, de geheimen van haag
en weide, de zegels van ruis en nevel
hun lening aan de bomen, ontvang ze
met de rente van de droom
Rik Daems minister?
een Slangenkuil in De Morgen
knoop in de nevel


een knoop in de nevel
ze bewegen in nevel
plots tastbaar en harig
als noten: de hoofden verschuiven
hun sluier en spreken
we zijn bezig bij het raam
kuieren door de tuin, de bloemen
herhalen onze oudste naam
die alleen hun zaden kunnen weten
we bewegen in nevel
rangschikken onze dromen
in patronen van eeuwen
melkwit stroomt langzaam
voorbij een roos van opaal
de meeste tonen zijn bleek
zandtonen, kuilen waarin
gerechten stomen en hun
geuren dansen als geesten
één knoop in de nevel
een navel van slangen
die zich omhelzen
een voorspellend teken
uit de boomsluiers tuimelen
de sponzige vruchten van de droom
ze lijken wel hoofden en luister
wat zo’n hoofd soms vertelt
istanbul


prentkaarten uit Istanbul – Orhan Pamuk
beelden van een stad waar
een vrachtschip plompverloren
een woning binnenvaart:
één dode, de mooiste dochter
een olijfboom op een toren
en het bouwsel lijkt een stok
waaraan een hond een kluifje had
één van de duizend in de straten
verf bladdert en dwarrelt
een roetzwart haarroos
alsof de houten erkers zich
al eeuwen staan te krabben
nergens nog cipressen
waar de graven wegzakten,
botten versplinterden: muizen-
schedeltjes in een braakbal
stenen vreten stenen en huizen
zuigen huizen op en bij toeval
ontstaat een wonder: klimop
en rozen dringen door
in marmer en lood
de reiziger legt zijn waterverf, arceert
een schaduw: deze wereld duurt
een penseelstreek lang, maar
het penseel blijft zich herhalen
Het droeve lot van de Greta D’hondts.
In het commentaar van Bart Brinckman bij het aangekondigde afscheid van Greta D’hondt (zie De Standaard van zaterdag) staan twee beweringen die minstens aanvechtbaar zoniet erger zijn.
Halverwege zijn tekst betoogt Brinckman dat de toegenomen concurrentie tussen de media ‘de berichtgeving – ook op televisie – naar een hoger niveau (tilde)’.
Iedere kijker kan toch dagelijks vaststellen dat het journaal op Eén door de concurrentie met VTM steeds vaker beheerst wordt door sensatie, aangevuld met sentimentele anekdotes zonder enige informatieve relevantie. En wat is er nu te merken van ‘een hoger niveau’ aan de berichtgeving op VTM vergeleken bij de vroegere BRT?
De overmatige aandacht voor sensatie en sentimentaliteit is de weg kiezen van de minste weerstand. Om allerlei redenen – onze vermoeiende, stresserende levensstijl zal wellicht een van de belangrijkste zijn – houdt de massa weinig fut over om ’s avonds nog intellectuele inspanningen te leveren. Dit verklaart ook waarom De Standaard nooit de oplage van Het Nieuwsblad zal evenaren en De Morgen nooit die van Het Laatste Nieuws: inspelen op de intelligentie reduceert het potentiële publiek. We kunnen dit betreuren in een hoogtechnologische maatschappij maar het is een feit. (En tegelijk een uitdaging om er wat aan te doen, in het bijzonder door het leven wat minder stresserend te maken: als men tenminste van oordeel is dat een beter geïnformeerde, intellectueel beter ontwikkelde bevolking van belang is)
Ten tweede, Brinckman beëindigt zijn commentaar met het bekende dogma: ‘De media kunnen dat enkel vaststellen.’
We hebben deze stelling nog recent gelezen in een betoog van de chef-informatie van VTM: journalisten registreren, meer niet.
Dit is zelfbedrog en volksverlakkerij. De media máken ook het nieuws: zij selecteren, kennen aan het ene item meer aandacht toe (uitgedrukt in bladzijden of minuten) dan aan andere. Op die manier sturen zij de belangstelling van hun publiek. Waarom heeft het Vlaamse publiek nooit gereageerd op de massaslachtingen in Oost-Congo de voorbije tien jaren: omdat daarover nauwelijks berichten te vinden waren in de Vlaamse media.
Freya Vandenbossche is ontdekt vanwege haar sexy verschijning en pas áchteraf zijn de journalisten tot de vaststelling gekomen dat deze ‘babe’ ook hersenen heeft. Idem dito voor Inge Vervotte en Marino Keulen. De media gaan op zoek naar ‘looks and quotes’: niet omdat die relevant zijn maar omdat ze verkopen. Figuren zoals Greta D’hondt hebben noch het een noch het ander. Maar voor de werking van onze democratie zijn ze wellicht belangrijker dan een glamourboy of losbol zoals Vincent van Quickenborne. De zogenaamde ‘formats’ van de media – vooral van de televisiezenders- verengen de blik van de kijker en zij snijden de vleugels af van politici die meer tijd nodig hebben om hun standpunt uiteen te zetten. Als je telkens moet praten tegen de secondeteller in kom je moeilijk tot genuanceerde argumentatie.
De media zijn door de dictatuur van de ‘formats’ verantwoordelijk voor de opmars van slogans en simplismen. Zoals Luc Huyse terecht opmerkt in zijn opiniestuk ‘Verkiezingen in Niemandsland’ is een programma dat even de tijd neemt zoals ‘J’ai une question à vous poser’ (op TF1) bij ons niet mogelijk. Onze tv-zenders huiveren voor de zapcultuur: zij zijn bang dat de Vlaamse kijker zo mentaal gehandicapt is dat hij niet langer dan een half uur zijn aandacht bij hetzelfde onderwerp kan houden. En paradoxaal genoeg bevorderen ze daardoor het ‘volatiele’ kijk- en leesgedrag.
Politici zijn geen entertainers, politiek behoort een vak van ernst en toewijding te zijn: ook zogenaamde ‘dossiervreters’ verdienen respect en ruimte.


uit Van Toen en Thuis
(verwacht voor mei 2007)
als vader zong
als vader zong met zijn lage stem
gingen alle deuren open
moeder had geen schele hoofdpijn,
geen beklemming op haar borst
zij was weer eventjes jong
en zo te zien zelfs blij
met ‘Mama’ van Benjamino Gigli,
‘Op de Purperen Hei’
van Armand Preud’homme
en boven alles: ‘Liefde gaf u
Duizend Namen’ –
vader zong en moeder zei:
ga maar iets kopen
ja, er werd gezongen in die jaren
in het dorp in de Blauwe Zaal
uit het Land van de Glimlach
van Franz Léhar
en gefoefeld achter het zwoel decor
van Offenbach zijn troebele sprookjes
vader zong de zoete weemoed van Jo Ehrens,
een tableau van erika schoof de kamer in
want alle ramen stonden open:
‘doo geht nichts boven, so ist er maar ein’
alleen een half refrein, een begin
is je bijgebleven,
geen vervolg dan ‘que sera sera’
duisternis verzwolg
de lichtjes aan de Schelde,
de toren van Onze Lieve Vrouw
het was toen alsof we aan de voordeur
van de hemel belden en iemand zei:
‘kom binnen, het steekt hier niet zo nauw’
Istanbul


Istanbul – Orhan Pamuk
weemoed van Istanbul
kinderkopjes, een paardenkar
haalt moeizaam een heuvel
tristezza van Istanbul
armoedzaaiers leggen de loodjes
die ze roofden van een graf:
het koepeltje van een pasja
weemoed van een villa
een houten paleisje bij de
Gouden Hoorn, de stroom
van weelde een open riool
treurnis van fonteinen
begraven onder asfalt
het asfalt een moeras
na twee dagen sneeuw
weemoed van Istanbul
het bonte van zijde, fluweel,
damast vermorzeld in grijzen
van overjas, hoofddoek,
de botsing van baleinen,
regenscherm op regenscherm
weemoed van Istanbul
een Bosporus met misthoorn
en veerpont, een sul van een
sultan, een parade in een
miniatuur: trots van metropolen,
droom van glorie, hoon elke dag
dat je wandelt in hun schaduw –
in je hoofd wat het kind heeft
getekend: een roeier door een rode
morgen, een roerdomp, een aalscholver
op een paal in de nevel, een kraai
op een tak en bloesem op kleden
lees mee, de weemoed van boeken
waarin bleef wat verdween
zoals het moest


uit Overschotjes
zoals het moest
wat gekund had
wat is ervan geworden
hoe vaak moet je een puzzel leggen
om te weten hoeveel stukken
zijn verdwenen
om te vermoeden wat erop stond
en hoeveel mooier dan op de doos
je staart een eerste tekening aan
op een gebroken lei
en ruikt aan een sponsje
de aftershave van de meester
die zei: laat nu eens zien
je mag het tonen
wat je hebt gekund
en het is weg
alsof het nooit getekend was
je hoort de woorden weer
die je hebt verzwegen
zoals men een melktand bewaart
nu is de luisteraar gekomen
die jou al zwijgend aanstaart
in je slaap
en slapeloos maak je ongedaan
wat je onschaamteloos hebt nagelaten
de luisteraar blijft komen
blijft de trap op gaan
van de afgebroken woning
blijft de kraan dicht draaien
die je weer open liet staan
alles is gelopen zoals het moest
en wat niet moet is afgelopen
een wiel


een wiel bij de dijk van Sombeke
je bent aan de woorden voorbij
een rivier buigt rondom een heuvel
verwondert zich over zijn loop
hoogt al stromend de heuvel op
verstrikt in heimwee naar een
oorsprong, verlangend naar zee
woorden verzanden, verzamelen
vogels in struiken en varens,
wandelen langs de echo
van een steen in de nacht
je bent aan de vijver voorbij
waar eens een geliefde zou
drijven, een lotus van zijde,
en jij een kolibrie met
een zuigrietje van een mond
er heerste een vrede van water
een rivier die voldoening vond
in zijn rondgang, om en om
de heuvel van eeuwen en klei
een vogel bewoog op een halm
van riet, een vlokje mascara
aan een wimper, een schrei
van heimwee: er was de vrouw
die zou komen en meer
beweging hoefde toen niet
afgedamd


uit Van Toen en Thuis
afgedamd
foto’s van de verstilde rivier
bochten uit hun loop
geknipt zoals geleerden
knippen in een kronkel genen
wat is de erfenis
die jou werd toebedeeld:
een closer beeld van het naakte baden
in een luwe zomeravond
libellen boven je hoofd
het grote oog van een herkauwer
meisjes bij het modderstrand nog niet
overwoekerd door netel en distel
hoe ze ‘s middags languit glimmen
in hun zwarte badpak met ogen
die gaten branden in je huid
een vermoeden van vissen
om vermolmde sloepen
op het water ’s avonds
futen in de weerspiegeling
van riet en populieren, een wak
van glans in de deemstering
de echo van een lied
De Standaard en de koran.
Een voordeel van het internet is zijn ‘démasqué’: gebruikers geven zich bloot op een manier die ze in een andere context allicht niet zouden durven. Zo komt de pedofiel in de onopvallende burgerman naar boven en de primaire geest in de lezer van een kwaliteitsblad. Vorig jaar kon men al op de site van Knack lezen hoe gereageerd werd op de licentiaatsverhandeling van Freya Vandenbossche: wie dacht dat dit weekblad door intellectuelen of hoger geschoolden werd gelezen, door mensen met beschaving dus, zal wel geschrokken zijn van het seksisme en de vulgariteit. Vandaag schrijft een zekere Edwin Mincke in ons meest prestigieuze dagblad: ‘Proficiat aan de lobbymachine die jullie zover gekregen heeft. Ik ga mijn bon inruilen voor een koran om er mijn open haard mee aan te steken.’
Het gebeurt wel vaker dat je de opmerking hoort of leest: waarom moeten wij altijd verdraagzaam zijn, in landen zoals Marokko of Iran zouden wij met onze opvattingen en levensstijl in de gevangenis vliegen? Het punt is nu juist dat West-Europa expliciet of impliciet zichzelf als een hogere beschaving beschouwt en dat ‘hogere’ heeft pas enige geldigheid wanneer het blijkt uit concreet gedrag. Wij voeren geen doodsstraf uit omdat we deze praktijk barbaars vinden, ook al gebeurt het in andere landen wel. Op een gelijkaardige manier zijn we tegen het stenigen, handen afhakken en boeken verbranden. Zoals de grote dichter Heine het schreef: ‘waar boeken worden verbrand zullen weldra mensen worden verbrand.’ Sommige lezers van De Standaard, die zich sterk beroepen op het oorspronkelijk christelijk karakter van deze krant, demonstreren een duidelijk heimwee naar de tijd van de ketterverbrandingen.
Soms is het absoluut nodig om de wapens van een mogelijke tegenstander te kennen om hem te kunnen verslaan of tot rede te brengen. Kennis van de koran, en van de islamitische overlevering zoals die bewaard wordt in de hadith en de soenna, is noodzakelijk om argumenten te kunnen weerleggen als : ‘dit moet van mijn geloof, het heilige boek zegt etc.’
En het zou inderdaad geen kwaad kunnen mochten de heftige contestanten van het initiatief van De Standaard opnieuw in hun eigen bijbel gaan lezen. Dan niet in de verzen van het boek Exodus die oproepen tot ‘oog om oog’ maar in de uitspraken van hun goddelijke profeet Jezus die een joodse wijsheid herhaalde: ‘doe nooit aan een ander etc’
Wat de kern van de zaak betreft: het probleem met ‘orthodoxe’ gelovigen is dat zij hun heilig boek – de thora, de bijbel of de koran – beschouwen als het eens en voor altijd geopenbaarde woord van hun god. Deze openbaring moet letterlijk worden genomen, enige historische duiding is uit den boze. Je mag dus niet zeggen dat deze boeken werden geschreven door en voor mensen in een patriarchale tijd, in een maatschappij waarin de mannen het onbetwistbaar voor het zeggen hadden en de vrouw in de eerste plaats werd gezien als een baarmoeder, soms zelfs als een veredeld huisdier dat voor een nageslacht of erfopvolging moest zorgen en daarom moest onderworpen worden aan allerlei kuisheidsregels want alleen die seksuele gedragsregels konden garanderen dat de erfopvolger een wezen van ‘eigen vlees en bloed’ zou zijn. Omdat het lastiger is om de levensomstandigheden op aarde te verbeteren dan de gelovigen een verhaal te vertellen over een toekomstige beloning of straf, en omdat de mens blijkbaar van in de begintijd moeilijk om kon met zijn sterfelijkheid, werd een voortbestaan na de dood in het vooruitzicht gesteld: enerzijds om af te schrikken en anderzijds om te sussen. De koran is ondermeer daarom een wreedaardig boek: in geen enkele andere ‘heilige tekst’ wordt zo vaak met het helse vuur gedreigd als in de soera’s.
En, dat is het verwonderlijke, zoals Richard Dawkins terecht opmerkt: hoe kan men zo blijmoedig, zo liefdevol vertrouwen op een god die zich zowel in het oude testament als in de koran aanstelt als een sadistische wreker? Waarin verschilt deze god van de wrake van de donder- en bliksemgoden van vroegere beschavingen? Als de meeste mensen in Europa Wodan en Zeus behandelen als sprookjesfiguren, waarom doen ze dat dan niet net zo goed met die jaloerse wraakzuchtige heerser van Mozes en Mohammed? Is het ondenkbaar dat over een x-aantal eeuwen de toekomstige mens zal glimlachen om de goden van vandaag zoals wij ons verbazen over de goedgelovigheid van Romeinen en Grieken, van Kelten en Germanen?

waxine
een zweverig muziekje
van een raadselfilm
waxinelichtjes
op een lage tafel
de kamer kon een rustplaats zijn
waar zielen hangen en mescal
boven hun graven
je hebt er het raden naar:
de weduwe van een componist
zoekt de correcte lezing
van een toon
spreekt zijn vrienden aan
voegt vermoeden bij vermoeden
zoals foto’s de mozaïek inleggen
van een leven
en je dwaalt in andere sporen
door een subtropisch land
met honden op een kerkhof
die groeven de botten op
van ontvoerde moeders
verdwenen in een naam
het is vredig
in de donkere kamer
in een witte gloed
onze gezichten van terracotta
een ledig lichaam een bezige ziel
een raadsel voor de hond daarboven
die ons heeft opgegraven
Eén van de basisideeën in het boekje ‘De mythe van de individuele vrijheid’ is dat mensen het niet altijd aan kunnen om zelf keuzes te maken.
Dit inzicht is allesbehalve nieuw. Het komt reeds voor in De Gebroeders Karamazov van Dostojefski (de passage over de groot-inquisiteur) en is later uitgewerkt door Erich Fromm in zijn succesrijke boek: De Angst voor de Vrijheid.
De vraag is echter wat een beleid met deze onmiskenbaar correcte vaststelling moet aanvangen? Keert men terug naar meer bevoogding of zet men a contrario nog meer in op emancipatie?Mij lijkt het antwoord dubbel te zijn. Zonder een minimum aan zekerheden en geborgenheid kan geen mens zich staande houden. Daarentegen is het een wezenlijk kenmerk van de volwassenheid dat men zelfstandig kan beslissen en bereid is daarvoor de verantwoordelijkheid te dragen.
geestigheden
uit Overschotjes
geestigheden
als men de geest heeft
komt hij verdoven
zoals geestrijk water en
men kan zijn ogen weer geloven
men ziet beter
wat onzichtbaar blijft
en wat in en om de kamer leeft
raakt mild beneveld
het is de leegte die de geest geeft
loslippig soms
of met trage adem
een golf die vertroost
de dingen worden bekleed
met namen uit de mode
een greep naar de macht
die hun schaduwen beramen
als men de geest heeft
opent hij ogen die al jaren slapen
hun adem komt als kevers in jouw
nekhaar gekropen
men ziet beter
waar de leegte is gebleven
waar de namen staan
als dingen in de kamer
als men de geest heeft
komen de lettergrepen
gelijk lieve vingers uit de nevel
en raken je aan
De Zevende Dag
De Zevende Dag
Je denkt dat je reeds alles hebt gehoord en dan kijk je naar De Zevende Dag en volgt het debat over het boekje van CD&V-partijideoloog Wouter Beke.
Op het einde zegt Gerolf Annemans: 'ik betreur dat zij niet verwijzen naar het evangelie (...)'
Hallo, evangelie? In welk evangelie staat: 'Eigen Volk Eerst'?
Sommige mensen zijn toch echt de schaamte voorbij: zij mishandelen de woorden zoals zij dat in andere tijden met mensen zouden doen.
Ledegem


Ledegem
soms een enkele keer misschien
ziet men wel eens wat
op een Vlaamse zender:
een man en een vrouw
in een werkplaats
en pakjes lopen voorbij op een band
zij met een plastic kapje
op haar gebogen hoofd
hij met een plooi om de mond
die plaatst een domper op zijn woorden
hij praat en het zijn
de armen die spreken
ze hangen maar wat
van zijn schouders
en zeggen hoeveel liever
ze zouden liggen
op de afhangende schouders
van die vrouw
één voorzichtige hand als een doek
van rouw of beter: van vrede
bovenop dat gebogen hoofd
hij kon haar vader zijn
en hij is haar vaderlijke baas
zij een aangenomen dochter
en ze staart maar
naar die pakjes
en je ziet voor haar ogen
dat onzichtbare waas
soms beslaat het televisiescherm
als een bril
wanneer je binnen komt
uit de koude in de warmte
soms heeft men gezien
waar het allemaal om gaat:
men buigt het hoofd van schaamte
om het kwaad
uit Eigen Volk uit Eigen Land
maar men buigt niet voor de haat
al rolt die aan in pakjes
over een dolgedraaide band
kabaal


kleine kabbala van het kabaal
men schrijft, verdrijft de tijd
zoals men dieven verjaagt
met schoten in de lucht
meer ernst en het wordt een droeve klucht
een meesterkok die zich beklaagt
bij een dove keukenmeid
men moet het luchtig houden
de somberste tombe
is een tafel onder het schuim van kant
meer gewicht maakt van de aarde weer
een schijf, een gekarteld blad
dat door de ruimte ratelt
de draden doorsnijdt
waaraan de sterren hangen
men schrijft gevangen
in de betovering van het woord
een vogel die door nevel
en deemstering boort
en de nevel verdicht tot beelden
die men aan kan spreken
bij hun eerste naam
van toen de wereld nog bevroren was
een glazuren zwijgen
dat naar adem zocht
om de deemstering weg te blazen
men schrijft, men rijft de bladeren samen
die zigzagden uit de boom van de taal
men luistert naar het ruisen
naar de aloude rust in dit ruisen
want wie zich in blijft houden
maakt nog het meest kabaal
Tom en Margriet
De koningin van de daverende lach, de Sirene van de Kempen, wil drugsverslaafden laten castreren. Tom Naegels stelt daar vandaag in De Standaard tegenover: een verbod op seks met Margriet.
Keer op keer moeten politieke partijen tot hun eigen schaamte toegeven dat ze met het binnenhalen van BV's een enorm risico hebben gelopen. Er was Marc Wilmots die door de MR werd overhaald om op hun senaatslijst te komen staan en na één zitting tot het inzicht kwam dat politiek niets voor hem zou zijn en dus liet hij zich betalen voor een functie die hij niet uitoefende.
Men wordt BV omdat men op de een of andere manier mediageniek is. Zelfs Betty van Big Brother, die de Nederlandse taal heeft verrijkt met een nieuwe betekenis van het werkwoord 'piekeren', had aan haar borsten en gegiechel genoeg om in Vlaanderen een beroemdheid te worden.
Politiek is een vak en vraagt zoals elk vak een vakbekwaamheid: een minimum aan intelligentie en wijsheid en een elementair fatsoen. Voor elk beroep moet je over een bekwaamheidsattest of diploma beschikken, kandideren voor een politiek ambt mag iedereen. Geen wonder dat er minstens af en toe - laten we beleefd blijven - onbenullen tussen zitten, zoniet regelrechte gangsters.

