Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
circus koers
je handen


uit Tsja (1973)
je handen
je handen vertellen sprookjes
aan mijn huid
van hoge winden
van diepe vissen
ik heb je handen niet gehoord
je handen niet gezien
geroken
doorsidderd
ik heb je lief
ik heb je handen lief
je handen vertellen sprookjes
aan mijn huid
feeën aan mijn wangen
dwergen in mijn zijden
zo heeft elke tuin zijn lusten
elke vinger zijn verrukking
verrukkelijk zijn je handen
over mijn huid
de poriën zijn luisterend en fluisteren
ik heb je handen lief
ik heb je lief
hou mij in je handen
een doos


uit Overschotjes
een doos met bibelots
zoveel ging over en bleef je bij:
een paar voeten als ijspakken
op je pompende rug
en je ging door op zijn hondjes
een roskam van nagels en je sloeg
een lichaam om, een bladzijde
in een plakboek borsten
hoe groter hoe gauwer
je afzag van losknopen, loshaken:
kaviaar en al wat kostbaar is
smaak je omzichtig
met zuinige beetjes
het kroeshaar het pluimpje
de wenkbrauw die rechtop stond
of het struweel van weelde
waar een patrijs in kon
een bonte vogel en hoe
maakte die het bont
het afgewende hoofd
alsof het een verklaring zocht
in het donker in een tekening
van schaduwen op de muur
de glimlach die nog altijd
naderbij en verder drijft als een
verlichte cruiseboot bij een kade
en vaart die weg of meert die aan:
zij glinstert haar witte glimlach
en woordeloos staar je die aan
tell me


uit Van Toen en Thuis
tell me – The Rolling Stones
- voor Lieve, de waterlelie -
we zaten in een wagen
met je broer, mijn gabber
en je vroeg: waarom
waarom jouw pirouettes
als ik de spil niet ben
jouw polonaise rondom
en niet aan mijn lijf
je woorden zijn warme lucht
en ik stijg als een vlieger
van zijdepapier, dan kijk je
weg en ik tuimel in je zwijgen
waarom, vroeg je, in het donker
van die wagen en ik waagde
het niet: jouw gezicht
een ovaal van ivoor en rozen
een borstje tegen mijn arm
een sponsje dat de lei wou
vegen van al mijn zonden
we reden naar een bowling
en wie won die avond:
we waren een onklopbaar
paar en verslagen zat ik
naast je in de vallei
van de Durme, een nevel
om ons heen, weerom
een zwijgen, je lichaam
dat vroeg: waarom?
jaagpad


jaagpad
zoom langs het water, zie
de sepia vissers daarneven
de oude die pijp rookt
de jonge haalt een vrouw
boven, een mooie zonder hoofd
droom van een jaagpad
waar de jacht van je schouders
valt, rondom geluiden drijven
als hoge rimpels in zijde
baantje dat kronkelt voorbij
bochten en bomen zoals
een gang door een statig huis:
alkoven en zolder bewaren
beelden onder een stolp van kristal
zoom langs het water, boten
die dobberen, wittere meeuwen
een kogge schuddebolt alsof
hij weerom de naam is
vergeten, de roemrijke,
van een stad die bestond
zoals trage paden begraven
onder een echo van stenen
toen de benauwde adem bedierf
van water en aarde
o de zoom langs dat water
waar we wandelen ooit
in de weerkeer van een droom
Oskar Matzerath
- bij De Blikken Trommel van Grass –
een vadergraf van mager
zand, distel, wilde klaver
een dorpsgek toont de sporen:
de speelkaart van het laatste spel
een kogelhuls om op te fluiten
op weg naar zee kom je er langs
op weg naar strand en meisje:
vanille haar geur en jij de zoon
trommelaar, verrader
mager zand, een muur van wit-
kalk over gaten en jij de zoon
trommelaar, verrader
op weg naar zee kom je
er langs, een meer ginds ver
van distels, wilde klaver
voor het eerst proef je
de vrouw: vanille, een driehoek
met een diepere smaak van
slakken, wormen, slijmen
nabij het vadergraf van mager
zand proef je, nabij distels, wilde
klaver, de smaak van vrouw
en aarde: ontbinding, een band
die nooit meer los zal laten
vanille, muur en mager zand
een vadergraf van wilde klaver
wanneer wordt homofobie homohaat?
Verwarrende communicatie vanuit de kerkelijke hiërarchie: kardinaal Danneels vraagt bijna smekend om de kerkelijk leer niet te zien als een geheel van verboden en als tegenstem horen we tegelijkertijd bisschop Léonard die homoseksualiteit abnormaal noemt , een afwijking die moet bestreden worden.
Opvallend is de verwijzing naar Freud: homoseksualiteit zou volgens de Weense meester een onvolgroeide vorm van seksualiteit zijn, leert ons de lezing volgens de Naamse monseigneur. Freud heeft heel wat geschreven over homoseksualiteit die hij vaak inversie noemt en als lid van de Weense burgerij heeft hij niet altijd de meest vooruitstrevende ideeën ter zake. In zijn studie ‘Ueber die Psychogenese eines Falles von weiblicher Homosexualität’ (van 1920) schrijft hij echter (ik vertaal):
‘Het libido van ons allemaal schommelt normalerwijze levenslang tussen het mannelijke en vrouwelijke object (lees: partner) …Eerlijk gezegd, waar de schommeling zo grondig en beslissend is, vermoeden wij een bijzonder moment, dat de ene of de andere richting begunstigt, en wellicht heeft de schommeling alleen op het geschikte tijdstip gewacht om de objectkeuze naar zijn zin door te zetten.’
De woorden ‘schommelt’ en ‘schommeling’ kan men vervangen door ‘twijfelt’ en twijfel’ als vertaling van het Duitse ‘schwankt’ en ‘Schwankung’.
Waar Freud op meer dan één plaats op wijst is de biseksuele geaardheid van iedere mens, een idee dat door Jung nog verder werd uitgewerkt met zijn theorie over de ‘anima’ en ‘animus’, een vrouwelijke kern die in iedere man aanwezig zou zijn en een mannelijke in iedere vrouw.
Kortom, voor beide denkers is geen enkele man louter man, en geen enkele vrouw louter vrouw.
Raadselachtig is natuurlijk het zinsdeel ‘naar zijn zin’: er moet volgens Freud dus al een geneigdheid aanwezig zijn waardoor iemand op een gegeven moment in de richting van het hetero- of homoseksuele wordt gestuwd. Over de oorsprong van die geneigdheid formuleert Freud allerlei ingewikkelde speculaties, maar in geen geval is zijn theorie zo simpel en ongenuanceerd als door bisschop Léonard gesuggereerd wordt.
Wat Léonard doet is bovendien een typisch voorbeeld van een selectief aanhalen van een autoriteit. Het zal bij Léonard allicht nooit opkomen dat in zijn sterke essay ‘Die Zukunft einer Illusion’ (1927) Freud de godsdiensten gelijk gesteld heeft met een kinderziekte, met het zich op een ziekelijke manier vasthouden aan het geloof in Sinterklaas en de Paashaas.
Léonard zal evenmin bij Freud gaan lezen hoe gezond het verplichte celibaat wel is.
En laten we niet vergeten dat Freud in 1939 is gestorven en dat de psychologie - en in het bijzonder de seksuologie – sedert dat jaar niet is blijven stilstaan.
Vandaag vrijdag 6 april publiceert De Standaard over de uitspraken van Léonard een briefje van ene Philippe Van der Sande ‘mandataris van Vlaams Belang en voorzitter Beweging voor Christelijke Solidariteit’. Deze man schrijft: ‘De katholieken hebben begrip voor de situatie waarin homoseksuelen zich bevinden, maar niet voor homoseksualiteit. Dat blijft tegennatuurlijk en abnormaal en moet bestreden worden’.
Een eerste vraag: hoe kan iemand voorzitter worden van een beweging voor ‘christelijke solidariteit’ en tegelijk zich aansluiten bij de slogan ‘eigen volk eerst’. Is het geen wezenlijk kenmerk van het christendom dat het een universele godsdienst is, heeft Christus niet duidelijk gemaakt dat zijn boodschap gericht is tot alle mensen?
Ten tweede: wat betekent de frase ‘begrip hebben voor de situatie’ als jij zelf die situatie creëert, het is juist door het optreden van warhoofden zoals Van der Sande dat de situatie van de holebi’s problematisch wordt, in de maatschappelijke zin althans. Het klinkt alsof een ontvoerder zegt tot zijn slachtoffer: ik heb begrip voor jouw angst maar ik ga jou nog wat langer vasthouden.
De geestesgenoten van deze VB-mandataris hebben in het verleden altijd een viriele machocultuur verspreid, tot zij ontdekten dat een deel van hen ‘anders’ was. Toen brak ‘de nacht van de lange messen’ aan: homoseksuele SA-soldaten en –officieren die werden afgemaakt door het elitecorps van de raszuivere hetero’s van de SS . Men kan hier dieper over nadenken en zich afvragen waar dit geweld vandaan komt: is het afgezien van de rivaliteit tussen beide corpsen en hun leiders, geen bewijs dat sommigen er zoveel moeite mee hebben hun eigen biseksuele geaardheid toe te geven, dat zij niet alleen bij zichzelf maar ook bij anderen de tekenen hiervan desnoods met extreem geweld moeten onderdrukken.
Los van het historisch voorbeeld: is de strijd tegen de homoseksualiteit bij anderen niet in de eerste plaats een verkrampte poging om zijn eigen geaardheid te negeren en te overschreeuwen zoals iedere bangerik veel lawaai maakt om de eigen angst te overstemmen?
De volgende vraag is natuurlijk waar deze angst dan wel vandaan komt: ontstaat die uit de incestvrees (term van Freud) of uit de maatschappelijke druk? In ieder geval kan men er niet naast kijken dat de homofobie gewelddadige vormen aanneemt daar waar nog altijd een patriarchale maatschappij bestaat met een uitgesproken machocultuur, dus daar waar een man een man moet zijn en een vrouw een vrouw.
Het is geen toeval dat het VB bekend staat als een organisatie met een strikte hiërarchie waar de mannen het voor het zeggen hebben; de vrouwen binnen de partij fungeren als garnituur en decorplantjes: zij worden geduld zolang zij kakelen wat de hanen kraaien.
Tot slot: wat is abnormaliteit? Kan men niet beter spreken over een minderheidsgedrag?
Heteroseksualiteit is de norm als men seksualiteit louter en alleen in functie van de vruchtbaarheid ziet. En dit verschijnsel ‘tegennatuurlijk’ noemen, getuigt van weinig kennis van het seksuele gedrag in de natuur. Bovendien, behoort het niet tot de natuur van de mens dat hij het zoogdierniveau overstijgt met zijn verbeelding, met een scala aan gedragsvormen dat zoveel ruimer is dan het gamma van andere diersoorten?
Als je naar een norm zoekt voor intiem gedrag, zou die dan niet kunnen liggen in de buurt van woorden zoals: liefde, tederheid en lust?
Van Toen en Thuis
- ruim 280 bladzijden proza en poëzie over Hamme in de jaren 1950-60 en nadien –
door
Staaf de Wilde
tekeningen: Jef Deyaert
voorstelling op vrijdagavond 1 juni 20 uur in
Cultureel Centrum Jan Tervaert, Kaaiplein Hamme
Deze verzameling is het mollige nakomertje van Terug naar Hamme, de gretig gelezen en bekeken portretten van Hamse figuren en feiten uit de jaren ’50 en ’60.
Een groepsfoto met dame in de vorm van een mozaïek: een legpuzzel van bontgekleurde steentjes, de lezer zal zelf aanvullen wat er aan stukjes ontbreekt.
In deze bundeling zijn de familieprentjes vervangen door prozafragmenten die vaak een achtergrond verschaffen bij de gedichten, er zijdelings licht over strooien.
Vanuit de Weststraat, vanonder het tochtige dak van huisnummer vier, wordt een tocht ondernomen door de buurt, het dorp, tot over de grenzen van Durme en Schelde, met als plek voor overpeinzing de dijk en de rimpelende Oude Durme: Hamme wordt ook bekeken van over het veer van Tielrode en Driegoten, en door de ogen van de doden die de levenden blijven gadeslaan.
presentatie: Erik Boone
voordracht door
Lisette Waterschoot, Monique Cornelis en Erik de Corte
toegang gratis
prijs boek: 20 euro, bij vóórintekening (via Jan Tervaert info@jantervaert.be of Davidsfonds Hamme stafdekeyser@skynet.be of de auteur staf.de.wilde@pandora.be ) 18 euro.
ongelovige Thomas


uit Overschotjes
ongelovige Thomas
hij heeft het geloof verloren
zoals een weemoedige bultenaar
zijn bochel kwijt raakt
een mens wordt in verhalen geboren
er is er niet één dat men zelf
heeft bedacht of gekozen
tenzij de geschiedenis
die de dagen schrijven
op de blauwe leisteen van de nacht
komt het op geloven aan
dat een woord zal blijven:
een legende over een soort
die ooit heeft bestaan?
men gelooft niet wat men schrijft
men ziet het alleen gebeuren:
beelden verrijzen uit je slaap
zoals ze getekend staan in spelonken
het geloof is een code, maakt een boodschap
open en toch is het de gesloten omslag
onder ongebroken zegel die je laat hopen
uit Van Toen en Thuis
zaagsel
weemoed komt wanneer je hout bewerkt:
de zoete adem van zaagsel, het spint
van een dode stam die je in moten deelt
voor de kachel van gietijzer en roet
je staat dan weer in de oude stal
gebogen over een bergje aanmaakhout
dat je in een tenen mand de ladder op
zal dragen, en gezeten op de schelf
kijk je naar het gele meertje
over de cementen vloer: spaanders
en splinters – het hakmes als een zwarte
reiger nu rustend in het blok
je boort en het hout ademt
olie en terpentijn, een vluchtig hars
dat bij kruiken en vazen hoort, bij amforen
in een Oosters verhaal
weemoed wanneer je een spijker drijft
of telkens een plint even weerstaat
aan een schroef, aan de kras
op de tekening van uitgevloeide tijd:
sporen die overblijven van toen de boom
nog groeide en boog en zwiepte: zijn vele
gebaren die spraken met windstoten en hagel
je bent weer in de stal onder het tiktak
op cementen pannen, die braken en lekten –
dan lag een zwarte plas op de vloer en werd
het gele meer een duinengordel met asters
en helmgras: de glinstering van knikkers
en kogeltjes uit lagers, vergeten
na het smeren van een wiel
weemoed telkenmale je hout bewerkt en weet:
het ademt, het spreekt, deze materie heeft een ziel
droomgezicht


uit Overschotjes
droomgezicht
vannacht danste van Looy
met Eddy Merckx
ze hadden mekaar
een high five gegeven
en zwierden nu rond
in een uitbundig menuet
er viel wat te vieren
een vredesbestand
tussen Kannibaal en Keizer
na een heftig debat
het gebeurde achter de rug
van Fredje De Bruyne
die nog te bladeren zat
in een verstrooide lijst vragen
ze leken op een papieren Matisse
een collage van sierlijke lijven
die op een muur zijn geplakt
er was een puur plezier
in hun lach en bewegen
en de camera zwaaide
op de cadans van hun dans
er was verder geen mens te bespeuren
je voelde dat iedereen keek
alle ogen hier en elders gericht
op dit gebeuren
de Kannibaal en de Keizer
in een reidans met een derde
een donkere vorm
door wie ze geleid werden
een gedaante zonder gezicht
eelt op mijn ziel
Politici als Patrick Dewael zijn zeker niet te benijden: voor wie kan deze man in feite goed doen?
Enerzijds heb je de duizenden Vlamingen die net als Pim Fortuyn denken: de boot is vol, er kan geen vreemdeling meer bij. En daartegenover staan de honderden Vlamingen die solidair zijn via een lokaal actiecomité met een inwijkeling zonder papieren die zij persoonlijk hebben leren kennen. Het voorbeeld van Vlaams Blokker Guido Tastenhoye springt het meest in het oog.
Dewael heeft al verscheidene keren zelf geschreven dat er bij de migratieproblematiek drie niveaus betrokken zijn: het nationale, Europese en het oorzakelijke dat vaak buiten Europa ligt. Dewael is enkel voor het eerste niveau direct bevoegd en moet in de eerste plaats daarop beoordeeld worden -voor het uitblijven van een Europees beleid zijn eerder zijn partijgenoten De Gucht en Verhofstadt medeverantwoordelijk.
Dewael kan echter wel afgerekend worden op zijn woorden en daden inzake de behandeling van asielaanvragen in eigen land. De casus van het Kazachse gezin waarover de laatste dagen zoveel heisa wordt gemaakt, is ontmaskerend.
In De Zevende Dag zei Dewael onder meer dat 'illegalen' niet mogen beloond worden omdat zij de wet omzeilen en onderduiken na een bevel om het Belgisch grondgebied te verlaten. Hier zijn twee rare kantjes aan: is het gebruik maken van wettelijk voorgeschreven en toegestane beroepsprocedures een manier om de wet te omzeilen? Kan men spreken van 'onderduiken' wanneer de kinderen zichtbaar en controleerbaar naar school gaan?
Daarnaast verklaarde Dewael dat deze ouders proberen 'op de kap van hun kinderen' in ons land te blijven. De liberalen hebben er de laatste tijd de mond vol van dat zij als enige partij het menselijk individu vertrouwen, zij verwijten socialisten en christen-democraten hun 'betutteling', hun regeltjes die zouden bewijzen dat deze partijen geen vertrouwen hebben in de mensen. En nu blijkt dat de humanist Dewael er niet eens aan denkt dat de Kazachse ouders juist omwille van hun kinderen hier zouden willen blijven: getuigt dit oordeel van vertrouwen in de mensen?
De meest gehoorde liberale slogan is de laatste maanden: niet de afkomst telt, wel de toekomst. Wat doe je dan met mensen die duidelijk de ambitie hebben om mee te werken aan de toekomst van ons land en daar ook alle moeite voor doen? Wordt dit Kazachse gezin om een andere reden uitgewezen dan om zijn afkomst? In zijn boekje 'eelt op mijn ziel' schrijft Dewael zelf dat integratie een voorwaarde zou moeten worden om de Belgische nationaliteit te verwerven, en wat blijkt: ondanks de getuigenissen van de lokale overheid, van de betrokken scholen en van medeburgers die allemaal verklaren dat deze mensen perfect geïntegreerd zijn, moeten zij volgens de blauwe excellentie toch desnoods manu militari het land worden uitgezet.
Erg veel consistentie zit er dus niet in de woorden en de daden van deze minister en zijn partij.
Het boek '1984' is vooral vanwege zijn laatste hoofdstuk over 'Newspeak' en 'Doublethink' een profetische tekst en verplichte lectuur om te leren hoe vaak de taal misbruikt wordt om het volk te overtuigen van het ene terwijl men het tegenovergestelde aan het uitvoeren is.
de niña a madre
kozzen Johnny


uit Van Toen en Thuis
nieuwjaar met Kozzen Johnny
begin stil: begin het jaar op de dijk,
veeg met je adem over de schalie
van de Schelde en lees nu wat ze
moe en moemelend schrijft
nauwelijks wind en geen bladeren
houdt die aan kaarten over
in zijn hand - hij speelt nog
een troef uit, een joker:
een zwerm kwikstaarten
in een zwarte els met pootjes van oker
en mezen die aan de trapeze zwaaien
van hun Cirque sans Soleil
en de schalie schrijft zich vol
als een schuivende nieuwsband -
je leest haar berichten voor het eerst
je kent ze al heel je leven
kijk maar voor je, achter je op de dijk:
daar komt den Boezer naar je toe
de bakker van om de hoek
aan het wandelen met zijn schone Maria
die daar staat: gij zijt goed
gevuld en ik een haringgraat -
na de dood van jouw moeder
moest haar matras naar den Boezer:
een matras in een bakkersoven?
we proefden het brood achteraf en zou je
geloven: het smaakte naar moeder
de Schelde borduurt haar woorden
met filigraan in haar sleep -
je verbeelding houdt weer huis
in het geluidloze van haar golven
je merkt het statige nijgen op
in de elzen, haar hofdames,
en wie trippelt over de loper
wie buitelt en vertelt die voze mop?
Kozzen Johnny breekt weer in
daar in de verte bij de Kreek:
zie je die blokkendoos staan
die ruwbouw van een restaurant?
we klommen door het raam
en de spanning sloeg ons op de darmen:
we persten ze uit in een soepbord
met een glanzende gouden rand
de stilte grinnikt om Kozzen Johnny
het water licht in de bochten even op
de wind in de elzen schommelt als een kind
met gouden krullen op een houten pony
Kozzen Johnny Kozzen Johnny
hij schommelt voor de dood
Kozzen Johnny Kozzen Johnny
hij schiet naar jou met een korstje brood
money money
de uitbuiting van de armoede
Vandaag schrijft ene Sofie Staelgraeve, secretaris-generaal van Open VLD, in DS dat spreken over armoede ‘weer “hip” is’. En uiteraard valt zij de partijen aan die daar aandacht aan besteden, zoals de Groenen die het leefloon willen optrekken. Volgens dit zoveelste liberale genie is de oplossing een betere opleiding en een verhoogde tewerkstelling.
Kan deze Sofie aantonen dat de mensen die nu in de armoede zitten, enige kans maken op een job, zelfs na het volgen van een aangepaste opleiding? De droom van haar idool Verhofstadt om 200 000 nieuwe banen te creëren is niet uitgekomen, ondanks het kunstenvliegwerk van de zwaar gesubsidieerde PAW-jobs voor schoonmaaksters etc
Onder het betoog van elke neoliberaal lees je nog altijd het clichébeeld van de OCMW-klant als profiteur, net zoals de werklozen in de ogen van een donkerblauwen parasieten zijn.
Maar het zijn niet de liberalen die concrete actie hebben ondernomen om het probleem op te lossen: de vorige minister van onderwijs, Marleen Vanderpoorten, was een liberaal en zij heeft weinig ondernomen om de schooluitval te voorkomen, om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk leerlingen met een getuigschrift de school verlieten; evenmin zijn de liberalen voortrekkers als het gaat om de bestrijding van het racisme op de werkvloer.
Neoliberalen geloven in ‘the American Dream’: iedereen heeft de kans om rijk te worden en wie het niet haalt heeft dat alleen aan zichzelf te wijten, die is te dom of te lui.
Het slot van de Open VLD secretaris-generaal klinkt dan ook als volgt: ‘ de meeste mensen in dit land hebben het goed en zullen in hun leven nooit enige armoede kennen. Daar mogen we trots op zijn.’ Duidelijker kan het niet gezegd: wie uit de boot valt, telt voor de wijd Open VLD niet mee.
wilsverklaring
wilsverklaring
zo graag wou hij bewijzen
hoe lenig, handig hij nog was:
je oefende in hordelopen en hij
op slippers sprong uit stilstand
over een meter en meer
en dicht bij het einde stond hij
te schommelen voor de kaal
gebikte buitenmuur, schepte
voegsel uit de trog, lachte
dwaas telkens de mortel weer
van tussen de stenen gleed
zo graag wou hij het tonen
het leven voordoen als een
volleerde meester, doorgeven
wat hij kon en was: een trotse
jongen, een vader die zijn trots
verschoof, overdroeg zoals
een bedaarde heerser zijn land
zo graag had je hem bewezen
dat hij in vrede weg kon gaan
ergens naar een klooster zoals
een oude keizer ver van het
gewoel, de verwikkelingen,
de kuiperijen, de legers
zo graag was je van hem
geweest: drager van zijn zaad
en geest, de estafetteloper
die hem uit zag hijgen en
juichend door het lint zou gaan
zo graag had hij zijn naam
gelezen onder de woorden
uit jouw pen, en meest van al
had hij ervan gehouden
om het op zijn schoot te nemen:
het zuigend gevolg van jouw
zaad, zoals de avond verzadigd
dieren, velden aan de
stilte en het duister laat
Guantanamo Bay
Guantanamo, ook bij ons?
Vandaag besluit Arnon Grunberg zijn reportage over de Amerikaanse gevangenis in Guantanamo Bay (in De Standaard van 31 maart) met de opmerking dat het wereldwijde protest tegen de praktijken in die gevangenis een voorbeeld is van 'selectieve verontwaardiging, of beter: selectieve onverschilligheid'.
Voor een groot deel heeft hij gelijk: ook bij ons fungeren gevangenissen nog als Middeleeuwse 'oubliettes' of vergeetputten. De pretentie van ons gevangeniswezen is dat onze 'penitentiaire instellingen' aan heropvoeding doen, dat ze de reïntegratie van de gevangenen - althans diegenen die ooit vrij zullen komen - voorbereiden.
Dit doel kan onmogelijk worden bereikt met overbevolkte cellen, te weinig en onvoldoende geschoold personeel. Cipiers zouden ook opvoeders moeten zijn en de vraag kan worden gesteld of die mensen daarop worden geselecteerd en voorbereid. En of de werkdruk en -omstandigheden een opvoedende opdracht mogelijk maken.
Voor de meeste fatsoenlijke burgers geldt in verband met veroordeelden: 'opgeruimd staat netjes', de delinquenten worden veilig opgeborgen en wat er verder mee gebeurt gaat ons niet aan. Tot we dan geconfronteerd worden met recidivisten of met familieleden die een misstap begaan.
Een beschaving bewijst haar kracht en waarde aan de rand: hoe gaat ze om met marginale figuren, met mensen die niet beantwoorden aan het algemene patroon, om het even of het nu over kansarmen gaat dan wel om criminelen.
Niettemin hebben we het recht en zelfs de plicht om de wanpraktijken in Guantanamo aan te klagen. Een land dat de pretentie heeft om andere landen te brandmerken als 'barbaren' of 'the axis of evil' en voor zichzelf een morele superioriteit claimt, moet uiterst kritisch worden benaderd.
Morele superioriteit wordt bewezen door heel concrete daden niet door ronkende verklaringen.
marjaas


uit Van Toen en Thuis
marjaas pastroel
kaarten, Mottebol heeft er nooit een kop
voor gehad al barst zijn kop van de beelden
van grote mensen met zware vuisten
die als simpele kinderen op de slagmat speelden
er was dat terrasje naast de Schelde:
een betonnen kantje met gebroken rand
waar moeder hem tegen haar dijen knelde
want het water wies tot op een hand
breder was haar vrede op zondag
met peter en de sjampetter -
eerst betaalde moeder het gelag:
zij hield met thee en zoetigheden
haar zure tetter in bedwang
ze kwam pas los na afloop met vaders zang
en fricandon, gestoofde pruimen:
je zag een vlieg die door het sap kroop
en een indiaantje dansen met plastic pluimen
er waren de avonden van horen zeggen
dat vader weg bleef, de achterdeur open:
zoveel bomen stonden in het krijt om nog meer
uit te leggen en hij verloor geen stuiver,
was zijn verweer, al te gare en al t’ hope
zelf heeft Mottebol in een bus gezeten
naar Menen of Moeskroen, een veld in
de Walen en zijn ploegmaat bij Vigor
heeft in zijn oor gebeten, want zijn
gedachten bleven dwalen naar een save,
een flater, een prinsesje:
hoe mocht ze heten?
hij heeft het wegzwevend nooit geweten
dat pijkezot of koeketien onder zijn neus
werd bloot gelegd, dat iedereen zat
vals te spelen en onder ons gezegd:
het kon hem ook geen kloten schelen

