Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
kozzen Johnny


uit Van Toen en Thuis
nieuwjaar met Kozzen Johnny
begin stil: begin het jaar op de dijk,
veeg met je adem over de schalie
van de Schelde en lees nu wat ze
moe en moemelend schrijft
nauwelijks wind en geen bladeren
houdt die aan kaarten over
in zijn hand - hij speelt nog
een troef uit, een joker:
een zwerm kwikstaarten
in een zwarte els met pootjes van oker
en mezen die aan de trapeze zwaaien
van hun Cirque sans Soleil
en de schalie schrijft zich vol
als een schuivende nieuwsband -
je leest haar berichten voor het eerst
je kent ze al heel je leven
kijk maar voor je, achter je op de dijk:
daar komt den Boezer naar je toe
de bakker van om de hoek
aan het wandelen met zijn schone Maria
die daar staat: gij zijt goed
gevuld en ik een haringgraat -
na de dood van jouw moeder
moest haar matras naar den Boezer:
een matras in een bakkersoven?
we proefden het brood achteraf en zou je
geloven: het smaakte naar moeder
de Schelde borduurt haar woorden
met filigraan in haar sleep -
je verbeelding houdt weer huis
in het geluidloze van haar golven
je merkt het statige nijgen op
in de elzen, haar hofdames,
en wie trippelt over de loper
wie buitelt en vertelt die voze mop?
Kozzen Johnny breekt weer in
daar in de verte bij de Kreek:
zie je die blokkendoos staan
die ruwbouw van een restaurant?
we klommen door het raam
en de spanning sloeg ons op de darmen:
we persten ze uit in een soepbord
met een glanzende gouden rand
de stilte grinnikt om Kozzen Johnny
het water licht in de bochten even op
de wind in de elzen schommelt als een kind
met gouden krullen op een houten pony
Kozzen Johnny Kozzen Johnny
hij schommelt voor de dood
Kozzen Johnny Kozzen Johnny
hij schiet naar jou met een korstje brood
money money
de uitbuiting van de armoede
Vandaag schrijft ene Sofie Staelgraeve, secretaris-generaal van Open VLD, in DS dat spreken over armoede ‘weer “hip” is’. En uiteraard valt zij de partijen aan die daar aandacht aan besteden, zoals de Groenen die het leefloon willen optrekken. Volgens dit zoveelste liberale genie is de oplossing een betere opleiding en een verhoogde tewerkstelling.
Kan deze Sofie aantonen dat de mensen die nu in de armoede zitten, enige kans maken op een job, zelfs na het volgen van een aangepaste opleiding? De droom van haar idool Verhofstadt om 200 000 nieuwe banen te creëren is niet uitgekomen, ondanks het kunstenvliegwerk van de zwaar gesubsidieerde PAW-jobs voor schoonmaaksters etc
Onder het betoog van elke neoliberaal lees je nog altijd het clichébeeld van de OCMW-klant als profiteur, net zoals de werklozen in de ogen van een donkerblauwen parasieten zijn.
Maar het zijn niet de liberalen die concrete actie hebben ondernomen om het probleem op te lossen: de vorige minister van onderwijs, Marleen Vanderpoorten, was een liberaal en zij heeft weinig ondernomen om de schooluitval te voorkomen, om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk leerlingen met een getuigschrift de school verlieten; evenmin zijn de liberalen voortrekkers als het gaat om de bestrijding van het racisme op de werkvloer.
Neoliberalen geloven in ‘the American Dream’: iedereen heeft de kans om rijk te worden en wie het niet haalt heeft dat alleen aan zichzelf te wijten, die is te dom of te lui.
Het slot van de Open VLD secretaris-generaal klinkt dan ook als volgt: ‘ de meeste mensen in dit land hebben het goed en zullen in hun leven nooit enige armoede kennen. Daar mogen we trots op zijn.’ Duidelijker kan het niet gezegd: wie uit de boot valt, telt voor de wijd Open VLD niet mee.
wilsverklaring
wilsverklaring
zo graag wou hij bewijzen
hoe lenig, handig hij nog was:
je oefende in hordelopen en hij
op slippers sprong uit stilstand
over een meter en meer
en dicht bij het einde stond hij
te schommelen voor de kaal
gebikte buitenmuur, schepte
voegsel uit de trog, lachte
dwaas telkens de mortel weer
van tussen de stenen gleed
zo graag wou hij het tonen
het leven voordoen als een
volleerde meester, doorgeven
wat hij kon en was: een trotse
jongen, een vader die zijn trots
verschoof, overdroeg zoals
een bedaarde heerser zijn land
zo graag had je hem bewezen
dat hij in vrede weg kon gaan
ergens naar een klooster zoals
een oude keizer ver van het
gewoel, de verwikkelingen,
de kuiperijen, de legers
zo graag was je van hem
geweest: drager van zijn zaad
en geest, de estafetteloper
die hem uit zag hijgen en
juichend door het lint zou gaan
zo graag had hij zijn naam
gelezen onder de woorden
uit jouw pen, en meest van al
had hij ervan gehouden
om het op zijn schoot te nemen:
het zuigend gevolg van jouw
zaad, zoals de avond verzadigd
dieren, velden aan de
stilte en het duister laat
Guantanamo Bay
Guantanamo, ook bij ons?
Vandaag besluit Arnon Grunberg zijn reportage over de Amerikaanse gevangenis in Guantanamo Bay (in De Standaard van 31 maart) met de opmerking dat het wereldwijde protest tegen de praktijken in die gevangenis een voorbeeld is van 'selectieve verontwaardiging, of beter: selectieve onverschilligheid'.
Voor een groot deel heeft hij gelijk: ook bij ons fungeren gevangenissen nog als Middeleeuwse 'oubliettes' of vergeetputten. De pretentie van ons gevangeniswezen is dat onze 'penitentiaire instellingen' aan heropvoeding doen, dat ze de reïntegratie van de gevangenen - althans diegenen die ooit vrij zullen komen - voorbereiden.
Dit doel kan onmogelijk worden bereikt met overbevolkte cellen, te weinig en onvoldoende geschoold personeel. Cipiers zouden ook opvoeders moeten zijn en de vraag kan worden gesteld of die mensen daarop worden geselecteerd en voorbereid. En of de werkdruk en -omstandigheden een opvoedende opdracht mogelijk maken.
Voor de meeste fatsoenlijke burgers geldt in verband met veroordeelden: 'opgeruimd staat netjes', de delinquenten worden veilig opgeborgen en wat er verder mee gebeurt gaat ons niet aan. Tot we dan geconfronteerd worden met recidivisten of met familieleden die een misstap begaan.
Een beschaving bewijst haar kracht en waarde aan de rand: hoe gaat ze om met marginale figuren, met mensen die niet beantwoorden aan het algemene patroon, om het even of het nu over kansarmen gaat dan wel om criminelen.
Niettemin hebben we het recht en zelfs de plicht om de wanpraktijken in Guantanamo aan te klagen. Een land dat de pretentie heeft om andere landen te brandmerken als 'barbaren' of 'the axis of evil' en voor zichzelf een morele superioriteit claimt, moet uiterst kritisch worden benaderd.
Morele superioriteit wordt bewezen door heel concrete daden niet door ronkende verklaringen.
marjaas


uit Van Toen en Thuis
marjaas pastroel
kaarten, Mottebol heeft er nooit een kop
voor gehad al barst zijn kop van de beelden
van grote mensen met zware vuisten
die als simpele kinderen op de slagmat speelden
er was dat terrasje naast de Schelde:
een betonnen kantje met gebroken rand
waar moeder hem tegen haar dijen knelde
want het water wies tot op een hand
breder was haar vrede op zondag
met peter en de sjampetter -
eerst betaalde moeder het gelag:
zij hield met thee en zoetigheden
haar zure tetter in bedwang
ze kwam pas los na afloop met vaders zang
en fricandon, gestoofde pruimen:
je zag een vlieg die door het sap kroop
en een indiaantje dansen met plastic pluimen
er waren de avonden van horen zeggen
dat vader weg bleef, de achterdeur open:
zoveel bomen stonden in het krijt om nog meer
uit te leggen en hij verloor geen stuiver,
was zijn verweer, al te gare en al t’ hope
zelf heeft Mottebol in een bus gezeten
naar Menen of Moeskroen, een veld in
de Walen en zijn ploegmaat bij Vigor
heeft in zijn oor gebeten, want zijn
gedachten bleven dwalen naar een save,
een flater, een prinsesje:
hoe mocht ze heten?
hij heeft het wegzwevend nooit geweten
dat pijkezot of koeketien onder zijn neus
werd bloot gelegd, dat iedereen zat
vals te spelen en onder ons gezegd:
het kon hem ook geen kloten schelen
lachen met letteren
Wat is hier nu zo ergerlijk en verwonderlijk aan? Deze Marcel is tientallen jaren hoofdredacteur literatuur van DS geweest, heeft in tal van literaire jury's en commissies gezeteld en beweert nu dat grote literatuur het werk van droogstoppels is zonder enige zin voor humor. Zou je op de duur de kranten niet moeten verplichten om een sticker te dragen: 'opgepast, denk niet dat dit waar is'?
Rik Torfs
oude man
oude man in een containerpark
hij loopt alsof zijn hoofd
en schouders het grote heimwee
betonen, het delen van weefsel
in de vrede van atomen
hij scharrelt, koestert wat
hij aanraakt, hij wil het al
bewaren, heel dit park van
containers, die oeroude
dieren met hun open muil
hij kan het niet toestaan
deze geeuwhonger die hapt
naar het mooie dat overbodig
werd: een koperen olielamp,
een smeedijzeren naaitafeltje
dat nog krult als meisjeshaar
rusteloos schuifelt hij, schuw
insect, even beroeren zijn
vingers, langer strelen zijn
ogen, hij mompelt een
verschrikt excuus wanneer
hij uit de weg moet gaan
hij luistert naar het piepschuim
dat geduldig wordt gebroken
het werkvolkje plaagt hem:
neem het maar mee
journalisten
de windhanen onder de journalisten
Nog maar 14 dagen geleden schreef Guy Tegenbos in De Standaard dat er in de toekomst moet bezuinigd worden in de sociale uitgaven. Naar aanleiding van een rapport over de armoede in België schrijft deze helderziende vandaag dat er juist meer zal moeten worden geïnvesteerd in de armoedebestrijding.
Journalisten volgen gewoon de waan van de dag, zij zijn de beste stuurlui aan wal. Maar vraag van hen geen consistente en consequente visie op de grote problemen van deze tijd, dat gaat hun bevattingsvermogen te boven. En dit is geen schande, als je tenminste de eerlijkheid opbrengt om toe te geven dat jij het ook niet zo duidelijk meer weet.
Tegenbos is van oordeel dat minstens 70 % van onze bevolking zal moeten tewerkgesteld worden om de sociale noden op te vangen. Hij zegt er wel niet bij hoe deze activiteitsgraad moet worden bereikt. Dan kan je net zo goed beweren: iedereen moet rijk worden, dan is de armoede opgelost.
In die stijl kan een kleuter het ook vragen aan Sinterklaas.
talent in het voetbal
een moeder toch
een moeder toch?
- bij een interview met Wim Distelmans -
hoe vertrouwelijk komt ze
nader, moedertje Dood: een hand
op je schouder en zoetjes, zoetjes
wordt ze zwaarder, worden haar
diepe kussens een zee
doezel, sluimer: voel je
dat je van suiker bent en
langzaam, langzaam oplost
in het lauwe water
hoe zelfverzekerd, een vrouw
van schaduw en je huid
verkleurt, een korenveld
in een milde avond
geen leeuwerik roert, een
veldmuis ritselt, een onrust
die zich schuilhoudt alsof
hij nog wacht op zijn beurt
de moeder zalft, jaagt
de demon naar de zwijnen
en veilig glijd je zoals
het kind van toen, de sneeuw
was nooit zo zalig
doping en daarnaast
Waaslandia
dwars over de nog autoloze Noordstraat
stond een reclamewagen
een stacaravan van een nieuw
soort zigeuners
jingles uit de jukebox
een metalen stem die schalt
en lalt, grappen nabootst
van regionale radioclowns
de buurvrouwen vegen hun handen
aan hun schort, troepen samen
op de stoep alsof de dode koningin
weer verrezen is, het dorp
vereert met een bezoek
vlaggen, wimpels, cadeautjes
voor groot en klein: speculaas
en peperkoek uit de fabriek
in het bloeiende land van Waas
loten, zakkenlopen in lange
jutebalen – jij doet mee, valt
keer op keer, komt als laatste aan
de lolligaard wijst op de golvende
klinkers van de straat: 'geildre, kunt
lachen en smullen maar wie gaat er
al die putten weer vullen'
hij vraagt jouw naam: 'ha,
Staafke Mottebol, geen wonder'
ha, nee 't, zeker, een dubbel wonder:
de geboorte van een naam, een
geuzennaam, en een beurs
met vijftig knikkers
laat dat stuk eigenwaan
zijn lol en kraam: 'applaus
voor Mottebol, zijn billekens
van puree'
Staafke straalt, de buurmeisjes,
zelfs de kijvende wijven
glunderen mee
pestwegel


uit Van Toen en Thuis
pestwegel
het water van de Rybeek was vlokkerig blauw
en beefde omdat alle ratten van het dorp
er hun bad kwamen nemen
naast de wegel verborg een bakstenen muur
de moestuin van een nonnenklooster -
de muur droeg een mijter van gebroken glas
we dachten dat de nonnen zich dagelijks bezopen
en hun flessen stuk sloegen omdat de mannen
van het dorp maar schijters waren
die het niet waagden
om over de kuisheidsgordel te klauteren
de beek bracht van lang geleden de echo mee
van een ratel, ze braakte haar kwade adem
in het aangezicht van het dorp, trok
gelijk een blauwe schimmel een zeepspoor
door de Bunt tot aan de Oude Sluis
waar twee werklui zijn verdronken
in het betonnen kokerhuis toen ze
de schroef herstelden en de deuren
toe klapten: een rattenval -
op een vergeelde foto begint de wegel
bij twee stenen bogen alsof de pest
en de cholera twee koningen waren
die ingehuldigd moesten worden, verwend
met de mooiste ogen, de zachtste haren -
het was een wegel om langer weg te blijven
na schooltijd want thuis was er buiten het kijven
en het katten niets te beleven dat óp kon
tegen het gooien van keitjes naar de ratten
De kronkelingen van Slangen
(zie De Morgen van 24 maart).
Noël Slangen is een stimulerende geest: hij geeft soms voorbeelden die zijn betoog perfect illustreren, helaas soms in zijn nadeel.
Zo waarschuwt hij ervoor om de kracht van de taal niet te onderschatten en geeft als voorbeeld de Engelse woorden ‘just en ‘fair’ om aan te tonen dat iets tegelijk juist en niet fair kan zijn. Voor zover ik weet betekent de Engelse uitdrukking ‘just and fair’ : ‘gerechtvaardigd en eerlijk’; afgeleid van het latijnse 'justus' slaat het meer op een morele juistheid dan op een semantische. Voor wat semantisch juist is wordt in het Engels meestal ‘'true', correct’ of ‘exactly’ , ‘precisely’ gebruikt, tenzij in emfatische zin zoals 'just now, just as I say'. Ik kan mij vergissen. (deze alinea kan dan worden geschrapt)
Belangrijker is het volgende in zijn tekst. Slangen schrijft: ‘Hiërarchie kan worden doorbroken door humor, maar enkel en alleen in de omgekeerde (van topdown dus) richting. Humor is het wapen van de machtelozen tegen de machtigen. Nooit omgekeerd.’
De makke is echter dat humor van deze soort meer te maken heeft met escapisme dan met weerwerk. Gaande van de hofnar (die verder leeft in figuren als Geert Hoste) tot het jaarlijkse carnaval is de ‘humor van de machtelozen’ vrijwel nooit verontrustend voor de gezagsdragers, integendeel: zij lachen er nog het hardst om.
In haar schitterende boek ‘Joodse humor’ merkt Salcia Landmann (zelf een joodse) op dat die typische joodse zelfspot vooral voorkwam wanneer de jodenvervolging het ergst was, maar nog niet als hopeloos werd ervaren – dus niet tijdens de Holocaust. Deze humor diende om de psychologische druk even te verminderen, niet om aan te sporen tot daden van verzet. Het zou trouwens interessant zijn om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen deze ‘psychische elasticiteit’ van de joden en hun fatalisme, hun over het algemeen lijdzame houding bij pogroms en Endlösung.
In elk geval is ‘de humor van de machtelozen’ geen wapen in de politieke betekenis van die term, wel een overlevingsstrategie die in feite de machtsverhoudingen bevestigt en daarom escapisme kan worden genoemd.
over regeldrift en cynisme.
Gilbert Roox hekelt in De Standaard van zaterdag 24 maart de reglementitis of ‘regeldrift die een beetje een socialistische kwaal is, zeker over de taalgrens.’ De aanleiding voor zijn tirade is natuurlijk het recente schandaal over de praktijken van de Citibank en het socialistisch protest daartegen.
Roox citeert de nieuwe pin-up van Open VLD, Dewi van de Vijver: ‘Mijn stelling is: wie zich in zijn eentje kan redden, tant mieux. Wie dat niet kan, tant pis. Dan kunnen we nog altijd zien hoe we hem opvangen.’
Kortom, laat de aasgieren van de vrije markt maar los op de bevolking, wanneer die zo dom is om zich te laten beetnemen, zal er met belastingengeld wel een zalfje worden betaald om op de financiële builen te smeren.
Dit is de traditionele visie van de liberaal: laat de profijten aan de markt, om het even op welke manier de winst verworven wordt; de gemeenschap moet opdraaien voor de schade.
Roox vindt dat gedupeerden hun eigen verantwoordelijkheid hebben, ze moeten maar weerbaarheid tonen: ‘Alsof de consument een weerloos kind is dat niet nee kan zeggen (…)’
Dit is juist het heikele punt: in vele gevallen staan twee ongelijke partijen tegenover elkaar, een uiterst geslepen verkoper en een argeloze klant. Zeker met de moderne technieken, zoals de telefooncampagnes via call centers – heb je wat gekocht of ben je ergens op geabonneerd eer je er erg in hebt. Zelf heb ik Germaanse gestudeerd, ik ben opgeleid om kritisch om te gaan met teksten en heb de reputatie uiterst kritisch te zijn, en toch ben ik er al zo vaak ingetuind. Wat kan men dan verwachten van mensen zonder enige vorming in kritische analyse?
De verklaring voor het cynisme van mensen als Roox en de VLD-deerne is allicht dat er onder hun publiek weinig OCMW-klanten zijn, weinig langdurig werklozen of gepensioneerden met een nauwelijks leefbaar inkomen.
Weerbaarheid tegen misleidende boodschappen zou inderdaad al van in de lagere school moeten worden aangeleerd, zoals in het spreekwoord dat zegt: ‘als de vos de passie preekt, boer let op je ganzen.’
Maar van overheidswege of als commentator een houding aannemen zoals de briljante Roox die formuleert: ‘Wie zijn gat brandt, moet op de blaren zitten’ getuigt van arrogantie en een volslagen gevoelloosheid voor de kwetsbare mens. Alleen types die zo vol van zichzelf zijn dat zij rotsvast geloven ver boven die kwetsbaarheid te staan, kunnen zo’n pervers evangelie verkondigen.
naast jou


uit Een stuk of wat
naast jou
naast jou ontwaken
is in plassen van een gouden regen
pootje baden, een glimlach
kruipt in je gezicht naar boven
een rode mol in een roos gazon
zat van dromen zit die wijsneus
om mijn ernst te grijnzen hoe wijds
zijn donzige wereld de speelgoed-
emmers van mijn ogen vult
zal ik een woning voor mijn wake
bouwen uit een zachte toren
toezien hoe je ademhalend
roze zandzee bent
o dat ik je in kon dammen
in dit ogenblik, een vijver
om te vissen geduldig
naar je dromen, om mijn
gezicht te vinden drijvend
tussen gele lissen in het licht
o dat de tijd hier kon
verdrinken: met zoveel
zon lag ik nog nooit in bed
een meisje


