Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
oude man
oude man in een containerpark
hij loopt alsof zijn hoofd
en schouders het grote heimwee
betonen, het delen van weefsel
in de vrede van atomen
hij scharrelt, koestert wat
hij aanraakt, hij wil het al
bewaren, heel dit park van
containers, die oeroude
dieren met hun open muil
hij kan het niet toestaan
deze geeuwhonger die hapt
naar het mooie dat overbodig
werd: een koperen olielamp,
een smeedijzeren naaitafeltje
dat nog krult als meisjeshaar
rusteloos schuifelt hij, schuw
insect, even beroeren zijn
vingers, langer strelen zijn
ogen, hij mompelt een
verschrikt excuus wanneer
hij uit de weg moet gaan
hij luistert naar het piepschuim
dat geduldig wordt gebroken
het werkvolkje plaagt hem:
neem het maar mee
journalisten
de windhanen onder de journalisten
Nog maar 14 dagen geleden schreef Guy Tegenbos in De Standaard dat er in de toekomst moet bezuinigd worden in de sociale uitgaven. Naar aanleiding van een rapport over de armoede in België schrijft deze helderziende vandaag dat er juist meer zal moeten worden geïnvesteerd in de armoedebestrijding.
Journalisten volgen gewoon de waan van de dag, zij zijn de beste stuurlui aan wal. Maar vraag van hen geen consistente en consequente visie op de grote problemen van deze tijd, dat gaat hun bevattingsvermogen te boven. En dit is geen schande, als je tenminste de eerlijkheid opbrengt om toe te geven dat jij het ook niet zo duidelijk meer weet.
Tegenbos is van oordeel dat minstens 70 % van onze bevolking zal moeten tewerkgesteld worden om de sociale noden op te vangen. Hij zegt er wel niet bij hoe deze activiteitsgraad moet worden bereikt. Dan kan je net zo goed beweren: iedereen moet rijk worden, dan is de armoede opgelost.
In die stijl kan een kleuter het ook vragen aan Sinterklaas.
talent in het voetbal
een moeder toch
een moeder toch?
- bij een interview met Wim Distelmans -
hoe vertrouwelijk komt ze
nader, moedertje Dood: een hand
op je schouder en zoetjes, zoetjes
wordt ze zwaarder, worden haar
diepe kussens een zee
doezel, sluimer: voel je
dat je van suiker bent en
langzaam, langzaam oplost
in het lauwe water
hoe zelfverzekerd, een vrouw
van schaduw en je huid
verkleurt, een korenveld
in een milde avond
geen leeuwerik roert, een
veldmuis ritselt, een onrust
die zich schuilhoudt alsof
hij nog wacht op zijn beurt
de moeder zalft, jaagt
de demon naar de zwijnen
en veilig glijd je zoals
het kind van toen, de sneeuw
was nooit zo zalig
doping en daarnaast
Waaslandia
dwars over de nog autoloze Noordstraat
stond een reclamewagen
een stacaravan van een nieuw
soort zigeuners
jingles uit de jukebox
een metalen stem die schalt
en lalt, grappen nabootst
van regionale radioclowns
de buurvrouwen vegen hun handen
aan hun schort, troepen samen
op de stoep alsof de dode koningin
weer verrezen is, het dorp
vereert met een bezoek
vlaggen, wimpels, cadeautjes
voor groot en klein: speculaas
en peperkoek uit de fabriek
in het bloeiende land van Waas
loten, zakkenlopen in lange
jutebalen – jij doet mee, valt
keer op keer, komt als laatste aan
de lolligaard wijst op de golvende
klinkers van de straat: 'geildre, kunt
lachen en smullen maar wie gaat er
al die putten weer vullen'
hij vraagt jouw naam: 'ha,
Staafke Mottebol, geen wonder'
ha, nee 't, zeker, een dubbel wonder:
de geboorte van een naam, een
geuzennaam, en een beurs
met vijftig knikkers
laat dat stuk eigenwaan
zijn lol en kraam: 'applaus
voor Mottebol, zijn billekens
van puree'
Staafke straalt, de buurmeisjes,
zelfs de kijvende wijven
glunderen mee
pestwegel


uit Van Toen en Thuis
pestwegel
het water van de Rybeek was vlokkerig blauw
en beefde omdat alle ratten van het dorp
er hun bad kwamen nemen
naast de wegel verborg een bakstenen muur
de moestuin van een nonnenklooster -
de muur droeg een mijter van gebroken glas
we dachten dat de nonnen zich dagelijks bezopen
en hun flessen stuk sloegen omdat de mannen
van het dorp maar schijters waren
die het niet waagden
om over de kuisheidsgordel te klauteren
de beek bracht van lang geleden de echo mee
van een ratel, ze braakte haar kwade adem
in het aangezicht van het dorp, trok
gelijk een blauwe schimmel een zeepspoor
door de Bunt tot aan de Oude Sluis
waar twee werklui zijn verdronken
in het betonnen kokerhuis toen ze
de schroef herstelden en de deuren
toe klapten: een rattenval -
op een vergeelde foto begint de wegel
bij twee stenen bogen alsof de pest
en de cholera twee koningen waren
die ingehuldigd moesten worden, verwend
met de mooiste ogen, de zachtste haren -
het was een wegel om langer weg te blijven
na schooltijd want thuis was er buiten het kijven
en het katten niets te beleven dat óp kon
tegen het gooien van keitjes naar de ratten
De kronkelingen van Slangen
(zie De Morgen van 24 maart).
Noël Slangen is een stimulerende geest: hij geeft soms voorbeelden die zijn betoog perfect illustreren, helaas soms in zijn nadeel.
Zo waarschuwt hij ervoor om de kracht van de taal niet te onderschatten en geeft als voorbeeld de Engelse woorden ‘just en ‘fair’ om aan te tonen dat iets tegelijk juist en niet fair kan zijn. Voor zover ik weet betekent de Engelse uitdrukking ‘just and fair’ : ‘gerechtvaardigd en eerlijk’; afgeleid van het latijnse 'justus' slaat het meer op een morele juistheid dan op een semantische. Voor wat semantisch juist is wordt in het Engels meestal ‘'true', correct’ of ‘exactly’ , ‘precisely’ gebruikt, tenzij in emfatische zin zoals 'just now, just as I say'. Ik kan mij vergissen. (deze alinea kan dan worden geschrapt)
Belangrijker is het volgende in zijn tekst. Slangen schrijft: ‘Hiërarchie kan worden doorbroken door humor, maar enkel en alleen in de omgekeerde (van topdown dus) richting. Humor is het wapen van de machtelozen tegen de machtigen. Nooit omgekeerd.’
De makke is echter dat humor van deze soort meer te maken heeft met escapisme dan met weerwerk. Gaande van de hofnar (die verder leeft in figuren als Geert Hoste) tot het jaarlijkse carnaval is de ‘humor van de machtelozen’ vrijwel nooit verontrustend voor de gezagsdragers, integendeel: zij lachen er nog het hardst om.
In haar schitterende boek ‘Joodse humor’ merkt Salcia Landmann (zelf een joodse) op dat die typische joodse zelfspot vooral voorkwam wanneer de jodenvervolging het ergst was, maar nog niet als hopeloos werd ervaren – dus niet tijdens de Holocaust. Deze humor diende om de psychologische druk even te verminderen, niet om aan te sporen tot daden van verzet. Het zou trouwens interessant zijn om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen deze ‘psychische elasticiteit’ van de joden en hun fatalisme, hun over het algemeen lijdzame houding bij pogroms en Endlösung.
In elk geval is ‘de humor van de machtelozen’ geen wapen in de politieke betekenis van die term, wel een overlevingsstrategie die in feite de machtsverhoudingen bevestigt en daarom escapisme kan worden genoemd.
over regeldrift en cynisme.
Gilbert Roox hekelt in De Standaard van zaterdag 24 maart de reglementitis of ‘regeldrift die een beetje een socialistische kwaal is, zeker over de taalgrens.’ De aanleiding voor zijn tirade is natuurlijk het recente schandaal over de praktijken van de Citibank en het socialistisch protest daartegen.
Roox citeert de nieuwe pin-up van Open VLD, Dewi van de Vijver: ‘Mijn stelling is: wie zich in zijn eentje kan redden, tant mieux. Wie dat niet kan, tant pis. Dan kunnen we nog altijd zien hoe we hem opvangen.’
Kortom, laat de aasgieren van de vrije markt maar los op de bevolking, wanneer die zo dom is om zich te laten beetnemen, zal er met belastingengeld wel een zalfje worden betaald om op de financiële builen te smeren.
Dit is de traditionele visie van de liberaal: laat de profijten aan de markt, om het even op welke manier de winst verworven wordt; de gemeenschap moet opdraaien voor de schade.
Roox vindt dat gedupeerden hun eigen verantwoordelijkheid hebben, ze moeten maar weerbaarheid tonen: ‘Alsof de consument een weerloos kind is dat niet nee kan zeggen (…)’
Dit is juist het heikele punt: in vele gevallen staan twee ongelijke partijen tegenover elkaar, een uiterst geslepen verkoper en een argeloze klant. Zeker met de moderne technieken, zoals de telefooncampagnes via call centers – heb je wat gekocht of ben je ergens op geabonneerd eer je er erg in hebt. Zelf heb ik Germaanse gestudeerd, ik ben opgeleid om kritisch om te gaan met teksten en heb de reputatie uiterst kritisch te zijn, en toch ben ik er al zo vaak ingetuind. Wat kan men dan verwachten van mensen zonder enige vorming in kritische analyse?
De verklaring voor het cynisme van mensen als Roox en de VLD-deerne is allicht dat er onder hun publiek weinig OCMW-klanten zijn, weinig langdurig werklozen of gepensioneerden met een nauwelijks leefbaar inkomen.
Weerbaarheid tegen misleidende boodschappen zou inderdaad al van in de lagere school moeten worden aangeleerd, zoals in het spreekwoord dat zegt: ‘als de vos de passie preekt, boer let op je ganzen.’
Maar van overheidswege of als commentator een houding aannemen zoals de briljante Roox die formuleert: ‘Wie zijn gat brandt, moet op de blaren zitten’ getuigt van arrogantie en een volslagen gevoelloosheid voor de kwetsbare mens. Alleen types die zo vol van zichzelf zijn dat zij rotsvast geloven ver boven die kwetsbaarheid te staan, kunnen zo’n pervers evangelie verkondigen.
naast jou


uit Een stuk of wat
naast jou
naast jou ontwaken
is in plassen van een gouden regen
pootje baden, een glimlach
kruipt in je gezicht naar boven
een rode mol in een roos gazon
zat van dromen zit die wijsneus
om mijn ernst te grijnzen hoe wijds
zijn donzige wereld de speelgoed-
emmers van mijn ogen vult
zal ik een woning voor mijn wake
bouwen uit een zachte toren
toezien hoe je ademhalend
roze zandzee bent
o dat ik je in kon dammen
in dit ogenblik, een vijver
om te vissen geduldig
naar je dromen, om mijn
gezicht te vinden drijvend
tussen gele lissen in het licht
o dat de tijd hier kon
verdrinken: met zoveel
zon lag ik nog nooit in bed
een meisje

Lappersfort


Lappersfortbos
kom je, naar het Lappersfort
er is geen fort, geen kogelgaten
tenzij het gat in je hand
dat alles los wil laten
het druisen van wagens
ze schuiven als dolle boten
over een rivier van asfalt
rendieren die snuiven
en wat is hun angst?
ergens toch moet er een blijven
zijn, een ruisen van verhalen
de sage van eeuwen
om te worden doorverteld
kom je, naar het Lappersfort
er is geen fort, geen vesting
die het voorbijgaan tegenhoudt
bomen, ja, een meebuigen
en jij, een kreunen in het kreupelhout


once a rat always
- voor Erik en Pat -
zie je, je loopt weer, sluipt
weer als die rat van vroeger
in zijn korte broek, de poort in
van de Nova waar de glazen
kasten hangen, de blokletters:
‘kinderen niet toegelaten’
je vindt weer, net als toen
de sepia strookjes – hou ze
net als die gluiperd van tien
tegen altijd te weinig licht
en altijd te schaarse beeldjes
op één strip, steeds een scheur
te vroeg, een rand die kartelt
en je kantelt van een muur
vermoed het maar, hoe lippen
open gaan als rode bloemen
hoe zwaar satijn ruist als
het valt, vermoed het maar
hoe een rat zich voelt
in korte broek en sporen
oplossen als rook in nevel
vermoed het maar, het moet
Een tienkamp voor het onderwijs (Frank Vandenbroucke in De Morgen van 22 maart)
Mag het ook eens positiever klinken? Reeds verscheidene keren heb ik erop gewezen dat weinigen twijfelen aan twee kwaliteiten van de huidige minister van onderwijs: zijn buitengewone intelligentie en zijn zo mogelijk nog grotere werklust. Het pijnpunt was meestal zijn vervreemding van de alledaagse praktijk – denk aan zijn maatregelen in de kinesitherapie toen hij minister van volksgezondheid was. Maar de man zit niet stil en heeft in zijn huidige functie heel wat veldwerk verricht en daarin schuilt het verschil met zelfs de meest onderlegde leerkracht: die ziet een deelprobleem, maar het grote overzicht vraagt een dossierkennis waar alleen een verzameling experten toe komt – indien zij bereid zijn de feiten te zien zoals ze zich voordoen. De problematiek van onderwijs en opvoeding is zo complex dat je ervan kunt duizelen: het gaat immers niet alleen om de scholen en de leerkrachten, de ouders zijn essentieel en heel de maatschappelijke omgeving. In concreto: probeer jongeren van allochtone afkomst maar eens te motiveren om verder te studeren als zij zelf kunnen vaststellen dat een oudere broer of kennis zelfs met een universitair diploma niet aan werk geraakt vanwege zijn andere huidskleur of vreemd klinkende naam. Om die reden is racisme en vreemdelingenhaat geen afwijking die we met enige goedmoedigheid kunnen gadeslaan, een kinderziekte van volwassenen die zijn blijven bedplassen. Racisme en discriminatie zijn een kanker of zoals Staf Nimmegeers het noemde (over Brussel dan wel): ‘een tijdbom’.
Zelf ben ik betrokken geraakt bij het debat over kennisgericht versus vaardighedengericht onderwijs, met de nodige aarzeling. Want de ruimere doelstelling is inderdaad zoals de minister vandaag schrijft: ‘gelijke kansen op uitstekend onderwijs voor àlle Vlamingen’.
Dus geen gelijkschakeling naar beneden, maar een opwaartse beweging wat de oorspronkelijke betekenis van het woord emancipatie inhoudt: men heeft de vrouwen niet geëmancipeerd door de mannen minder rechten toe te kennen, maar door er meer toe te kennen aan de vrouwen en aan allebei. Emancipatie betekent een verruiming van het aantal keuzemogelijkheden in het leven, niet een inperking. Laksheid is geen emancipatie: niet het diploma is de doelstelling wel de kwaliteit die door een diploma zou moeten gegarandeerd worden.
Zo heeft de minister volkomen gelijk met deze stelling: ‘Zeg niet dat iederéén naar de universiteit of de hogeschool moet.’ Liever een bekwame metselaar dan een onbekwame onderwijzer, liever een goeie verkoper dan een poenscheppende leegloper van een advokaat.
De keuze begint bij de ouders en hun kinderen: zij moeten leren inzien dat het maatschappelijk prestige van bepaalde studies die in werkelijkheid niet passen bij de eigen begaafdheid van hun kind, neerkomt op een illusie, vaak op de nog steeds geldende waan dat handenarbeid voor losers is en intellectuele arbeid voor de winnaars. Tot zo’n overwinnaar met twee ‘linkerpoten’ voor een lekkende kraan staat. Veel nodeloze kwellingen beginnen bij zelfbedrog: laat kinderen ontdekken waar hun talenten liggen en moedig ze aan daar tenvolle
voor te gaan. Een minister met een valse baard is een belachelijk gezicht, maar Sinterklaas kan niet zonder. ‘Schoenmaker blijf bij je leest’ is een wijsheid die begint met het maken van de juiste keuze.
Rik Torfs
Vervolg op het vorige bericht:
Hoe kan een lezer zich een oordeel vormen over een feit op basis van de informatie in zijn vertrouwde krant? Na De Standaard lees je De Morgen van dezelfde dag en wat zijn de verschillen?
Ten eerste wordt de dokter in DS bij naam genoemd, in DM slechts aangeduid bij haar initialen. In DS staat alleen dat besloten werd de patiënt ‘niet nodeloos aan de beademingsmachine te leggen’. DM spreekt van ‘twee injecties met een slaapmiddel en een spierverslappend middel’.
DM deelt mee dat ‘drie gerechtsdeskundigen in hun verslag oordeelden dat ze onzorgvuldig gehandeld had’ en dat na tegenexpertise diezelfde deskundigen tot het tegengestelde besluit kwamen. Hoe deskundig zijn deze deskundigen dan: je zal het maar meemaken dat jij over een minder gedreven advokaat beschikt die er niet aan denkt een tegenexpertise aan te vragen, en hoe kan een zogenaamde deskundige in een en dezelfde zaak zo verschillend oordelen? Het gaat tenslotte niet om een ordinair verkeersongeval.
In feite vormen deze twee berichten een ideaal studieobject voor studenten in de journalistiek en voor iedereen die zich met tekstanalyse bezig houdt – om nog te zwijgen over de morele en juridische aspecten van heel dit dossier.
In elk geval: hoe vaak worden de lezers van slechts één krant – ook in onze democratie - niet gemanipuleerd, nu eens de ene kant opgestuurd, dan weer een andere, zonder dat zij er zich bewust van zijn?Dokter is geen moordenares. ( zie De Standaard van 21 maart)
In Boom is een longspecialiste vrijgesproken die werd beschuldigd van moord op een terminale patiënt. In werkelijkheid had zij de kunstmatige beademing stop gezet. Om die reden zat zij 10 weken in de gevangenis. Alsof er een kans bestond dat zij het land zou willen ontvluchten of in herhaling zou vallen – wat te voorkomen zou zijn met een tijdelijke schorsing in afwachting van de uitspraak.
En dan maar klagen dat onze gevangenissen overbevolkt zijn.
Ten tweede, en dit is het meest delicate punt: alweer blijkt het te gaan om iemand die werd ‘verklikt’ door een collega. De vraag is wat deze collega heeft bewogen: gaat het om een daad van burgerzin of om iemand die zich geroepen voelde op te treden als lid van een zedenpolitie?
(Om nog te zwijgen over meer laagbijdegrondse motieven als afgunst)
Dit is het dilemma: enerzijds heeft een maatschappij nood aan burgers die hun verantwoordelijkheid opnemen, en anderzijds kunnen we alleen maar huiveren voor een mentaliteit die herinnert aan de Oost-Duitse Stasi of aan ons eigen oorlogsverleden.
ook de moraal is een kwestie van tijd – G. G. Márquez
de Homeros van Macondo
bezingt zijn droeve hoeren
zijn stem gaat over in een geur
een geur uit trieste huizen
van specie die brokkelt uit zilte lagen
het brosse van steengruis
verstorven papier
thuis was een winter
met plavuizen uit de oven
en geraniums in de zomer
die met hun poezelig muffe
een bromvlieg konden verdoven
een kamer bij de Blaarmeersen
waar de regen gutste door een koker
die als een haakse renbaan
onder je boeken liep, ze sierde
met schimmel op snee
een rijhuis aan de Leie
waar het stucwerk van de balken zakte
omdat de bewoner was gaan schaatsen
in een Elfstedentocht
’s avonds zag je de torens
in een oker condoom
en over het dode water lag de glans
van wie is bezocht en voldaan
het somberste van alle
stond bij een oorlogsbrug
aan de zoom van een dorp
met een Bourgondisch kwartier
het Huis van je Geesten
die je naam riepen op zolder
en toen je ging groeten
keek je in de groene ogen
van een opgejaagd dier
trieste huizen en zo graag
heb je daar bij wijle gewoond
woonde je daar nog vandaag
ze hadden iets van droeve hoeren
die een kwelling ruilden voor een plaag

