Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Waaslandia
dwars over de nog autoloze Noordstraat
stond een reclamewagen
een stacaravan van een nieuw
soort zigeuners
jingles uit de jukebox
een metalen stem die schalt
en lalt, grappen nabootst
van regionale radioclowns
de buurvrouwen vegen hun handen
aan hun schort, troepen samen
op de stoep alsof de dode koningin
weer verrezen is, het dorp
vereert met een bezoek
vlaggen, wimpels, cadeautjes
voor groot en klein: speculaas
en peperkoek uit de fabriek
in het bloeiende land van Waas
loten, zakkenlopen in lange
jutebalen – jij doet mee, valt
keer op keer, komt als laatste aan
de lolligaard wijst op de golvende
klinkers van de straat: 'geildre, kunt
lachen en smullen maar wie gaat er
al die putten weer vullen'
hij vraagt jouw naam: 'ha,
Staafke Mottebol, geen wonder'
ha, nee 't, zeker, een dubbel wonder:
de geboorte van een naam, een
geuzennaam, en een beurs
met vijftig knikkers
laat dat stuk eigenwaan
zijn lol en kraam: 'applaus
voor Mottebol, zijn billekens
van puree'
Staafke straalt, de buurmeisjes,
zelfs de kijvende wijven
glunderen mee
pestwegel


uit Van Toen en Thuis
pestwegel
het water van de Rybeek was vlokkerig blauw
en beefde omdat alle ratten van het dorp
er hun bad kwamen nemen
naast de wegel verborg een bakstenen muur
de moestuin van een nonnenklooster -
de muur droeg een mijter van gebroken glas
we dachten dat de nonnen zich dagelijks bezopen
en hun flessen stuk sloegen omdat de mannen
van het dorp maar schijters waren
die het niet waagden
om over de kuisheidsgordel te klauteren
de beek bracht van lang geleden de echo mee
van een ratel, ze braakte haar kwade adem
in het aangezicht van het dorp, trok
gelijk een blauwe schimmel een zeepspoor
door de Bunt tot aan de Oude Sluis
waar twee werklui zijn verdronken
in het betonnen kokerhuis toen ze
de schroef herstelden en de deuren
toe klapten: een rattenval -
op een vergeelde foto begint de wegel
bij twee stenen bogen alsof de pest
en de cholera twee koningen waren
die ingehuldigd moesten worden, verwend
met de mooiste ogen, de zachtste haren -
het was een wegel om langer weg te blijven
na schooltijd want thuis was er buiten het kijven
en het katten niets te beleven dat óp kon
tegen het gooien van keitjes naar de ratten
De kronkelingen van Slangen
(zie De Morgen van 24 maart).
Noël Slangen is een stimulerende geest: hij geeft soms voorbeelden die zijn betoog perfect illustreren, helaas soms in zijn nadeel.
Zo waarschuwt hij ervoor om de kracht van de taal niet te onderschatten en geeft als voorbeeld de Engelse woorden ‘just en ‘fair’ om aan te tonen dat iets tegelijk juist en niet fair kan zijn. Voor zover ik weet betekent de Engelse uitdrukking ‘just and fair’ : ‘gerechtvaardigd en eerlijk’; afgeleid van het latijnse 'justus' slaat het meer op een morele juistheid dan op een semantische. Voor wat semantisch juist is wordt in het Engels meestal ‘'true', correct’ of ‘exactly’ , ‘precisely’ gebruikt, tenzij in emfatische zin zoals 'just now, just as I say'. Ik kan mij vergissen. (deze alinea kan dan worden geschrapt)
Belangrijker is het volgende in zijn tekst. Slangen schrijft: ‘Hiërarchie kan worden doorbroken door humor, maar enkel en alleen in de omgekeerde (van topdown dus) richting. Humor is het wapen van de machtelozen tegen de machtigen. Nooit omgekeerd.’
De makke is echter dat humor van deze soort meer te maken heeft met escapisme dan met weerwerk. Gaande van de hofnar (die verder leeft in figuren als Geert Hoste) tot het jaarlijkse carnaval is de ‘humor van de machtelozen’ vrijwel nooit verontrustend voor de gezagsdragers, integendeel: zij lachen er nog het hardst om.
In haar schitterende boek ‘Joodse humor’ merkt Salcia Landmann (zelf een joodse) op dat die typische joodse zelfspot vooral voorkwam wanneer de jodenvervolging het ergst was, maar nog niet als hopeloos werd ervaren – dus niet tijdens de Holocaust. Deze humor diende om de psychologische druk even te verminderen, niet om aan te sporen tot daden van verzet. Het zou trouwens interessant zijn om te onderzoeken of er een verband bestaat tussen deze ‘psychische elasticiteit’ van de joden en hun fatalisme, hun over het algemeen lijdzame houding bij pogroms en Endlösung.
In elk geval is ‘de humor van de machtelozen’ geen wapen in de politieke betekenis van die term, wel een overlevingsstrategie die in feite de machtsverhoudingen bevestigt en daarom escapisme kan worden genoemd.
over regeldrift en cynisme.
Gilbert Roox hekelt in De Standaard van zaterdag 24 maart de reglementitis of ‘regeldrift die een beetje een socialistische kwaal is, zeker over de taalgrens.’ De aanleiding voor zijn tirade is natuurlijk het recente schandaal over de praktijken van de Citibank en het socialistisch protest daartegen.
Roox citeert de nieuwe pin-up van Open VLD, Dewi van de Vijver: ‘Mijn stelling is: wie zich in zijn eentje kan redden, tant mieux. Wie dat niet kan, tant pis. Dan kunnen we nog altijd zien hoe we hem opvangen.’
Kortom, laat de aasgieren van de vrije markt maar los op de bevolking, wanneer die zo dom is om zich te laten beetnemen, zal er met belastingengeld wel een zalfje worden betaald om op de financiële builen te smeren.
Dit is de traditionele visie van de liberaal: laat de profijten aan de markt, om het even op welke manier de winst verworven wordt; de gemeenschap moet opdraaien voor de schade.
Roox vindt dat gedupeerden hun eigen verantwoordelijkheid hebben, ze moeten maar weerbaarheid tonen: ‘Alsof de consument een weerloos kind is dat niet nee kan zeggen (…)’
Dit is juist het heikele punt: in vele gevallen staan twee ongelijke partijen tegenover elkaar, een uiterst geslepen verkoper en een argeloze klant. Zeker met de moderne technieken, zoals de telefooncampagnes via call centers – heb je wat gekocht of ben je ergens op geabonneerd eer je er erg in hebt. Zelf heb ik Germaanse gestudeerd, ik ben opgeleid om kritisch om te gaan met teksten en heb de reputatie uiterst kritisch te zijn, en toch ben ik er al zo vaak ingetuind. Wat kan men dan verwachten van mensen zonder enige vorming in kritische analyse?
De verklaring voor het cynisme van mensen als Roox en de VLD-deerne is allicht dat er onder hun publiek weinig OCMW-klanten zijn, weinig langdurig werklozen of gepensioneerden met een nauwelijks leefbaar inkomen.
Weerbaarheid tegen misleidende boodschappen zou inderdaad al van in de lagere school moeten worden aangeleerd, zoals in het spreekwoord dat zegt: ‘als de vos de passie preekt, boer let op je ganzen.’
Maar van overheidswege of als commentator een houding aannemen zoals de briljante Roox die formuleert: ‘Wie zijn gat brandt, moet op de blaren zitten’ getuigt van arrogantie en een volslagen gevoelloosheid voor de kwetsbare mens. Alleen types die zo vol van zichzelf zijn dat zij rotsvast geloven ver boven die kwetsbaarheid te staan, kunnen zo’n pervers evangelie verkondigen.
naast jou


uit Een stuk of wat
naast jou
naast jou ontwaken
is in plassen van een gouden regen
pootje baden, een glimlach
kruipt in je gezicht naar boven
een rode mol in een roos gazon
zat van dromen zit die wijsneus
om mijn ernst te grijnzen hoe wijds
zijn donzige wereld de speelgoed-
emmers van mijn ogen vult
zal ik een woning voor mijn wake
bouwen uit een zachte toren
toezien hoe je ademhalend
roze zandzee bent
o dat ik je in kon dammen
in dit ogenblik, een vijver
om te vissen geduldig
naar je dromen, om mijn
gezicht te vinden drijvend
tussen gele lissen in het licht
o dat de tijd hier kon
verdrinken: met zoveel
zon lag ik nog nooit in bed
een meisje

Lappersfort


Lappersfortbos
kom je, naar het Lappersfort
er is geen fort, geen kogelgaten
tenzij het gat in je hand
dat alles los wil laten
het druisen van wagens
ze schuiven als dolle boten
over een rivier van asfalt
rendieren die snuiven
en wat is hun angst?
ergens toch moet er een blijven
zijn, een ruisen van verhalen
de sage van eeuwen
om te worden doorverteld
kom je, naar het Lappersfort
er is geen fort, geen vesting
die het voorbijgaan tegenhoudt
bomen, ja, een meebuigen
en jij, een kreunen in het kreupelhout


once a rat always
- voor Erik en Pat -
zie je, je loopt weer, sluipt
weer als die rat van vroeger
in zijn korte broek, de poort in
van de Nova waar de glazen
kasten hangen, de blokletters:
‘kinderen niet toegelaten’
je vindt weer, net als toen
de sepia strookjes – hou ze
net als die gluiperd van tien
tegen altijd te weinig licht
en altijd te schaarse beeldjes
op één strip, steeds een scheur
te vroeg, een rand die kartelt
en je kantelt van een muur
vermoed het maar, hoe lippen
open gaan als rode bloemen
hoe zwaar satijn ruist als
het valt, vermoed het maar
hoe een rat zich voelt
in korte broek en sporen
oplossen als rook in nevel
vermoed het maar, het moet
Een tienkamp voor het onderwijs (Frank Vandenbroucke in De Morgen van 22 maart)
Mag het ook eens positiever klinken? Reeds verscheidene keren heb ik erop gewezen dat weinigen twijfelen aan twee kwaliteiten van de huidige minister van onderwijs: zijn buitengewone intelligentie en zijn zo mogelijk nog grotere werklust. Het pijnpunt was meestal zijn vervreemding van de alledaagse praktijk – denk aan zijn maatregelen in de kinesitherapie toen hij minister van volksgezondheid was. Maar de man zit niet stil en heeft in zijn huidige functie heel wat veldwerk verricht en daarin schuilt het verschil met zelfs de meest onderlegde leerkracht: die ziet een deelprobleem, maar het grote overzicht vraagt een dossierkennis waar alleen een verzameling experten toe komt – indien zij bereid zijn de feiten te zien zoals ze zich voordoen. De problematiek van onderwijs en opvoeding is zo complex dat je ervan kunt duizelen: het gaat immers niet alleen om de scholen en de leerkrachten, de ouders zijn essentieel en heel de maatschappelijke omgeving. In concreto: probeer jongeren van allochtone afkomst maar eens te motiveren om verder te studeren als zij zelf kunnen vaststellen dat een oudere broer of kennis zelfs met een universitair diploma niet aan werk geraakt vanwege zijn andere huidskleur of vreemd klinkende naam. Om die reden is racisme en vreemdelingenhaat geen afwijking die we met enige goedmoedigheid kunnen gadeslaan, een kinderziekte van volwassenen die zijn blijven bedplassen. Racisme en discriminatie zijn een kanker of zoals Staf Nimmegeers het noemde (over Brussel dan wel): ‘een tijdbom’.
Zelf ben ik betrokken geraakt bij het debat over kennisgericht versus vaardighedengericht onderwijs, met de nodige aarzeling. Want de ruimere doelstelling is inderdaad zoals de minister vandaag schrijft: ‘gelijke kansen op uitstekend onderwijs voor àlle Vlamingen’.
Dus geen gelijkschakeling naar beneden, maar een opwaartse beweging wat de oorspronkelijke betekenis van het woord emancipatie inhoudt: men heeft de vrouwen niet geëmancipeerd door de mannen minder rechten toe te kennen, maar door er meer toe te kennen aan de vrouwen en aan allebei. Emancipatie betekent een verruiming van het aantal keuzemogelijkheden in het leven, niet een inperking. Laksheid is geen emancipatie: niet het diploma is de doelstelling wel de kwaliteit die door een diploma zou moeten gegarandeerd worden.
Zo heeft de minister volkomen gelijk met deze stelling: ‘Zeg niet dat iederéén naar de universiteit of de hogeschool moet.’ Liever een bekwame metselaar dan een onbekwame onderwijzer, liever een goeie verkoper dan een poenscheppende leegloper van een advokaat.
De keuze begint bij de ouders en hun kinderen: zij moeten leren inzien dat het maatschappelijk prestige van bepaalde studies die in werkelijkheid niet passen bij de eigen begaafdheid van hun kind, neerkomt op een illusie, vaak op de nog steeds geldende waan dat handenarbeid voor losers is en intellectuele arbeid voor de winnaars. Tot zo’n overwinnaar met twee ‘linkerpoten’ voor een lekkende kraan staat. Veel nodeloze kwellingen beginnen bij zelfbedrog: laat kinderen ontdekken waar hun talenten liggen en moedig ze aan daar tenvolle
voor te gaan. Een minister met een valse baard is een belachelijk gezicht, maar Sinterklaas kan niet zonder. ‘Schoenmaker blijf bij je leest’ is een wijsheid die begint met het maken van de juiste keuze.
Rik Torfs
Vervolg op het vorige bericht:
Hoe kan een lezer zich een oordeel vormen over een feit op basis van de informatie in zijn vertrouwde krant? Na De Standaard lees je De Morgen van dezelfde dag en wat zijn de verschillen?
Ten eerste wordt de dokter in DS bij naam genoemd, in DM slechts aangeduid bij haar initialen. In DS staat alleen dat besloten werd de patiënt ‘niet nodeloos aan de beademingsmachine te leggen’. DM spreekt van ‘twee injecties met een slaapmiddel en een spierverslappend middel’.
DM deelt mee dat ‘drie gerechtsdeskundigen in hun verslag oordeelden dat ze onzorgvuldig gehandeld had’ en dat na tegenexpertise diezelfde deskundigen tot het tegengestelde besluit kwamen. Hoe deskundig zijn deze deskundigen dan: je zal het maar meemaken dat jij over een minder gedreven advokaat beschikt die er niet aan denkt een tegenexpertise aan te vragen, en hoe kan een zogenaamde deskundige in een en dezelfde zaak zo verschillend oordelen? Het gaat tenslotte niet om een ordinair verkeersongeval.
In feite vormen deze twee berichten een ideaal studieobject voor studenten in de journalistiek en voor iedereen die zich met tekstanalyse bezig houdt – om nog te zwijgen over de morele en juridische aspecten van heel dit dossier.
In elk geval: hoe vaak worden de lezers van slechts één krant – ook in onze democratie - niet gemanipuleerd, nu eens de ene kant opgestuurd, dan weer een andere, zonder dat zij er zich bewust van zijn?Dokter is geen moordenares. ( zie De Standaard van 21 maart)
In Boom is een longspecialiste vrijgesproken die werd beschuldigd van moord op een terminale patiënt. In werkelijkheid had zij de kunstmatige beademing stop gezet. Om die reden zat zij 10 weken in de gevangenis. Alsof er een kans bestond dat zij het land zou willen ontvluchten of in herhaling zou vallen – wat te voorkomen zou zijn met een tijdelijke schorsing in afwachting van de uitspraak.
En dan maar klagen dat onze gevangenissen overbevolkt zijn.
Ten tweede, en dit is het meest delicate punt: alweer blijkt het te gaan om iemand die werd ‘verklikt’ door een collega. De vraag is wat deze collega heeft bewogen: gaat het om een daad van burgerzin of om iemand die zich geroepen voelde op te treden als lid van een zedenpolitie?
(Om nog te zwijgen over meer laagbijdegrondse motieven als afgunst)
Dit is het dilemma: enerzijds heeft een maatschappij nood aan burgers die hun verantwoordelijkheid opnemen, en anderzijds kunnen we alleen maar huiveren voor een mentaliteit die herinnert aan de Oost-Duitse Stasi of aan ons eigen oorlogsverleden.
ook de moraal is een kwestie van tijd – G. G. Márquez
de Homeros van Macondo
bezingt zijn droeve hoeren
zijn stem gaat over in een geur
een geur uit trieste huizen
van specie die brokkelt uit zilte lagen
het brosse van steengruis
verstorven papier
thuis was een winter
met plavuizen uit de oven
en geraniums in de zomer
die met hun poezelig muffe
een bromvlieg konden verdoven
een kamer bij de Blaarmeersen
waar de regen gutste door een koker
die als een haakse renbaan
onder je boeken liep, ze sierde
met schimmel op snee
een rijhuis aan de Leie
waar het stucwerk van de balken zakte
omdat de bewoner was gaan schaatsen
in een Elfstedentocht
’s avonds zag je de torens
in een oker condoom
en over het dode water lag de glans
van wie is bezocht en voldaan
het somberste van alle
stond bij een oorlogsbrug
aan de zoom van een dorp
met een Bourgondisch kwartier
het Huis van je Geesten
die je naam riepen op zolder
en toen je ging groeten
keek je in de groene ogen
van een opgejaagd dier
trieste huizen en zo graag
heb je daar bij wijle gewoond
woonde je daar nog vandaag
ze hadden iets van droeve hoeren
die een kwelling ruilden voor een plaag
hey Jude


uit Van Toen en Thuis
‘Hey Jude’ in jeugdclub Den Trap
slow down, show boat, zeven minuten: take a sad
song and make it better – schemerduister,
zeven minuten
lichten aan halverwege, beveelt de proost
met opgespeld en opspelend kruis - lichamen los,
lijven gaan door: een tong is een hagedis
in een druipsteengrot, proeft een regenboog
van algen, mineralen en zout
handen bezig als water in mergel, lenige
salamanders onder elastisch kroos -
licht uit, vloer buigt door, veert op:
een boot op kalme zee en toch de dreiging
van zinken, verdrinken
‘drink to me only with thine eyes,’
slist een dichter - ogen
gesloten, vingers met vliezen;
jenever én maatje, zo benevelt een tong
de onkuise zedenmeester aan het paneel
van licht en geluid beluistert
zijn kwebbelend liefje: ‘ mijne pee
op reis, heb het gat vrij’
don’t you know it takes a fool
schuifel op vier vierkante schoenmaat
in het schemerdonker dat rookt en stoomt,
tweemaal drie en een halve - minuten:
hagedissen die wegschieten
aarzelen onderweg - wie ademt nog
de eigen adem, wie wiegt al woordeloos:
naana nanaa
ogen wennen aan het licht - de deerne
daalt alvast de trap af zoals een hofdame
geheime treden, ziet hoe lakeien wijken
met schuim om de mond
haar koning drinkt en draait
het verzoekje van de koelste schone:
The Eve of Destruction
big brother en de doping


de verloren vader
-surgens non venit ad patrem –
stel je een heuvel voor
een wachttoren van een vader
nergens de schaduw van een zoon
die strompelt uit het tegenlicht
neervalt in het zand
geen kalf wordt geslacht
geen wijnvat geledigd
alleen de vader voelt
hoe nacht na nacht
een jakhals de pezen
van zijn beenderen vreet
een schorpioen gif spuit
in zijn trage aders
beeld je zijn rode ogen in
’s morgens, wanneer hij
wankelt langs de tafel
de bekers verschuift
de lege schalen
en buiten, hoog op zijn heuvel
ontwortelt hij de bomen
aan de overkant, ze strompelen
uit het tegenlicht, hun armen
slaan als vleugels open, hun ruisen
voert hem nader: de verre
klanken van zijn naam
weg met de nieuwe verzuiling of met de oude?
Mieke Vogels (zie De Morgen van zaterdag) hekelt de clausule die CD&V liet toevoegen aan het decreet op de ‘evenredige arbeidsparticipatie’. Alleen valt te vrezen dat ze vecht tegen de bierkaai.
Reeds 20-25 jaar geleden onderschreef de christelijke vakbond de ‘specificiteitsverklaring’ van de Guimardstraat waarin stond dat een personeelslid loyaal moest meewerken aan het eigen pedagogisch project en ook in zijn privéleven de christelijke waarden moest naleven. Later werd dit onder druk van diezelfde vakbond afgezwakt tot: ‘voor zover het privéleven invloed heeft op het functioneren binnen de instelling’.
Ook van de leerlingen en hun ouders wordt een vergelijkbaar engagement gevraagd: zij moeten het schoolreglement ondertekenen en goedkeuren waarin dat christelijke opvoedingsproject expliciet staat vermeld.
Nochtans heeft een enquête op initiatief van de Guimardstraat zelf uitgewezen dat slechts 15% van de ouders kiest voor het katholiek onderwijs omdat het katholiek is, 85% doet dat om redenen zoals de hogere onderwijskwaliteit, de discipline, de bereikbaarheid etc
Iedereen weet dat het in hoofdzaak om een façade gaat: achter de gevel van het christelijk engagement leven de meest uiteenlopende levensbeschouwingen en overtuigingen.
Marc Eyskens sprak reeds vaak over ‘de schone deugd van de katholieke hypocrisie’.
Het heikele punt is echter dat je maar zal te maken krijgen met een inrichtende macht en directie die dit voorschrift hanteren als een drukkingmiddel.
Op onze school was het voor gescheiden collega’s onder een bepaalde directeur verboden om met een nieuwe partner naar het personeelsfeest te komen – merk het parallellisme met de recente ‘bulle’ van de Duitse paus.
Jonge leerkrachten werden onderworpen aan een kruisverhoor over hun privéleven en hun al dan niet ongehuwd samenwonen. Gescheiden leerkrachten kregen op vergaderingen allerlei intimiderende opmerkingen te horen.
Een kinesist vertelt dat hij tijdens een sollicitatiegesprek in een christelijke gezondheidsinstelling door moederoverste werd uitgehoord over zijn kerkbezoek, maar geen enkele vraag kreeg over zijn kwalificaties. Een therapeute kreeg na de geboorte van haar kind de dreigende vraag voorgeschoteld waarom dat kind na ruim een maand nog niet gedoopt was.
Het hopeloze van de hele zaak is juist die gespletenheid of hypocrisie: vrijwel iedereen speelt het spelletje mee, houdt de façade overeind en zondigt in het donker. Nogmaals: dit gebeurt niet in alle scholen noch in alle gezondheidsinstellingen, maar het feit dat het statutair mogelijk is, blijkt voor een aantal lokale potentaten voldoende om er met machtswellust gebruik van te maken. En dat is de kern van de zaak: het gaat om macht , dat is de enige reden waarom het CD&V op deze clausule heeft aangedrongen.
uit Overschotjes
stay with me – Lemon
kon je wel dichter komen
ten slotte was er nog weinig
verbeelding nodig
om te zien wat mocht zijn
je zal mogelijk blijven
zoals een reis
waarover men zoveel heeft gelezen
dat men ze niet meer onderneemt
meer nabij kon je niet naderen
men moet uiteindelijk spaarzaam zijn
met omzien en verlaten
het is de verwachting
die van ons vogels maakt
de warmtestroming
die ons moeiteloos draagt
en een landschap toont
dat geen vorst zal overschouwen
kom niet nader
ik wil je verwachten
en niet je berouwen
blijf zo’n dal
verborgen onder verblekende nachten
word geen ander die ik verlaten zal

