Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
laten we zacht zijn – Ton Lemaire
- kleine ode aan een vergeten filosoof –
laat ons beproeven
het mededogen, de twijfel
verwelkomen als een
verwante gast – we slopen
de burcht op de rots, noemen
onze goden een duurbare
droom; we zoeken
het heldere woord dat
de duisternis aftast zoals
een rivier de bodem:
de voorlopige bocht, de
aarzelende omsingeling
van weerstand, verharding
met wilgenroosjes in de zoom
laat ons beproeven het zachte
gebaar, het spreken in
sourdine, het open huis
dat licht werpt op de heuvels
verzaken we aan de gebalde
vuist, het slaan op wankele
tafels: we drinken samen
de wijn van verwondering,
delen het tedere brood
van mededogen
moslimscholen
beest
- afscheid van een huisvriend -
er is het gekwispel
er blijft het gehijg
wanneer de deur zucht
in haar zwaai
en de voetmat knispert
er is het getinkel
een hoornen klavecimbel
dat ‘welkom’ speelt
met de ploffende roffel
van eelt op de tegels
en meteen de dans die hapt
naar de rinkelende band
alsof een murwe slaaf
naar zijn ketenen snakt
maar het is hij die leidt
en als een lichtflits
de deur van de nacht intrapt
er is het geritsel
in berenklauw en netel
er is het gehakketak
onder meidoorn en bramen
de charade
van zijn en verdwijnen
wanneer een haas wordt bejaagd
en de verboden jacht is een parade
de stroper een antiloop
er is de verre stip
die een streep trekt
over het doodsbleke strand
de gekte van wind in de bek
en de wind die zich strekt
er blijft het omberen licht
in veel te grote ogen
de goed onnozele blik
er blijft het gehijg
dat wacht op de streling
en niet gelooft aan de prik
bandana
oude van dagen
oude van dagen, oude van hoop
- matigheid is een schone deugd -
hoop met mate, verwacht
de dag als een vertrouwde
plaag: niet erger bij geval
niet zo heel veel meestal
loop de grote ogen voorbij
die doen alsof je doorzichtig
bent of jou ontwijken zoals
een hondendrol, een kuil
in het voetpad, een pad
in hun rijk gevulde, dun
verhulde satijnen korfjes
draag ze met je mee, vul
thuis de woorden aan,
de glimlach die bevroor,
het hoofse gebaar dat hangen
bleef in een verlamming
wend je nooit van de wereld
af, lees zijn ingewanden
en weiger te voorspellen:
er bestaan nog dromers
te jong om ze te wekken
ontwaken is een taak
die wordt verricht op
eigen kracht, met eigen
hoop op beter wat op een dag
niet zo heel veel erger is
profiteurs
Klein
Gisterenavond hebben we 'M. Klein' bekeken (vorige week opgenomen van Canvas).
Het verhaal speelt zich af in het Frnkrijk van 1942. Het gaat over een persoonsverwisseling: een kunsthandelaar wordt voor een gelijknamige jood gehouden en aangehouden en uiteindelijk met honderden andere joden op transport gezet. Zijn advokaat roept hem nog toe dat alle documenten die zijn niet-joodse afkomst moeten bewijzen, aangekomen zijn, maar de eigenzinnige kunsthandelaar houdt vol: 'ik ben een Fransman, ik geloof in onze instellingen.'
Dit is de eerste ironische les van deze film: het ijdele geloof in de overheid als een rechtvaardige macht.
Daarnaast kun je er niet aan ontsnappen: in heel deze prent zijn nauwelijks 3 Duitse uniformen te zien. De rechercheurs, politieagenten en gendarmes opereren allemaal onder het beruchte Vichyregime van de collaborerende maarschalk Pétain, een held van 1914-18.
Dit leert ons al iets over het morele gehalte van zogenaamde oorlogshelden en ook over de omvang van de collaboratie: het waren niet enkel opportunistische of antisemitische burgers die met de Nazi's meewerkten, maar alle onder Vichy ressorterende overheidsdiensten.
En al deze 'apparatsjiks' verstopten zich onder de dekmantel van: 'Het is de wet; het zijn bevelen.'
Dit leert ons veel over het 'legalisme': wetten zijn nooit het hoogste morele goed en bevelen even min. Uiteindelijk moet een mens zelf beoordelen waaraan hij wenst te gehoorzamen: een idiote of misdadige wet, dan wel het eigen geweten.
De collaboratie en het nazisme zelf tonen het failliet aan van een opvoeding die vooral gericht is op gehoorzaamheid: zo zijn wij allemaal opgevoed tot ongeveer 1970. Nadien kwamen er brochures en circulaires waarin stond dat het onderwijs gericht moet zijn op 'de vorming van kritische volwassenen'.
Tot eind de jaren 1960 moest je in de eerste plaats 'braaf' zijn, de regels volgen en je maximaal aanpassen aan tucht en voorschriften - in het beste geval kon je een kritische vraag stellen over de leerstof.
De stap van burgerlijke gehoorzaamheid of volgzaamheid naar het blindelings uitvoeren van bevelen in oorlogstijd is niet zo groot: de Amerikaanse soldaten bewijzen het om de zoveel jaar. Zeker als deze attitude wordt aangevuld met een indoctrinatie van patriottisme en superioriteitsgevoelens - van racistische of godsdienstige aard - is ze een tijdbom die elk willekeurig moment kan ontploffen.
Men kan opwerpen dat ons onderwijs en onze opvoeding vandaag in het tegendeel zijn vervallen: in een extreme laksheid en toegeeflijkheid.
Dit is in een aantal gevallen correct.
De opgave is dus zowel het ene als het andere te vermijden: geen permissiviteit en evenmin dril of hersenspoeling.
'Vorming of begeleiding tot kritische volwassenheid' : het staat zo mooi op papier, maar het is ongetwijfeld de lastigste opgave, zowel voor de opvoeders als voor de toekomstige volwassene. Want 'kritische volwassenheid' betekent dat je voortdurend jezelf 'in vraag moet stellen' (een germanisme): je waarheid is zelden definitief maar vrijwel steeds voorlopig. Voortdurend moet je principes afwegen en nadenken over de consequenties van een keuze waarbij je niet enkel aan jezelf mag denken maar moet proberen je te verplaatsen in de andere(n).
Kortom, een kritische volwassene zijn, is een levensopgave en een fulltimejob. En dat is vermoeiend, soms ondraaglijk verwarrend: de bewust levende mens heeft het in deze tijd (en in vroegere) allesbehalve gemakkelijk.
poëzie in Vlaanderen
Eugenides
jia jia Desdemona
- bij Middlesex van Jeffrey Eugenides -
soms is wanhoop goedmoedig
sabbelt op de jaren
met meer speeksel dan tand
ze draagt een haarnet zoals
een poedel een diadeem
ze haalt uit het water van ooit
het zilver van gezichten
die betekend zijn
met haar bijtende zout
met het wijdend gekras
van haar kruisende duim
ze koert troetelnaampjes
in een dode taal
wanneer een kind haar sluimer
scheurt als doffe verdorde zijde
het is dat licht op die hollende huid
waardoor het weleer gebeurt
met het ongeduld van een begin
soms ligt een glimlach
om het platte aarsje van haar mond
een witte vlinder, vindt ze grimmig,
op de algen van een uitgeholde stronk:
als ik de kussens in mijn rug verschik
verstuif ik als een kushand in een wolk
gematigde moslims
Amnesty en het Vatikaan
waar behoor je?
- bij Geboortegrond van Czeslaw Milosz –
gekruisigd in de ruimte
tot hoeveel werelden
wil je behoren, hoeveel
schaduwen werp je af:
het kruis van een vogel
een vogel op een kruis?
er was dat Verloren Paradijs
waar je wandelde naakt
en onwetend, een dier
zonder vacht
en je bent van de stam
der gehoornden met
gespleten hoef, een bouwer
van torens waar men
vlees en dromen verbrandt
je wordt bewoond door
een geest en je woont
in een geest die alles
verschoont, telkens
opnieuw: een zaaier
die het land zegent
met zijn zwaai
de schaduw van een vader
de adem van een moeder:
wie wordt niet geboren
met dit heimwee in het bloed?
gekruisigd in de ruimte
weet je het niet waar je
behoort: je bent het kruispunt
van wegen die lopen naar een
Verloren Paradijs, naar een wereld
van schaamte en onvergeeflijke schuld
naar een wereld van even, voorbij
kathedraal en kabaal: een avond
van libellen, een wasem over water
dat wacht op de nachtegaal
separatisme?
smoes


smoes
het was altijd al een vertoning
met pronkgezang en opengezette veren
een dans van de slang
die de dame leidt naar duistere heren
en opeens wordt het potsierlijk
met vetrol, opgeblonken schedel
geen droom meer baggert de aders uit
en voedt de larve met de paarse kroon
maar nog stromen je ogen vol
met beelden die de rivier verdrinken
je bent een huis dat krimpt
van een verboden weelde
het is niet toonbaar
niet verschoonbaar
het is omdat het duurt
zolang het duurt
de eeuwige smoes
de geliefde onzin van het leven
pogroms en euthanasie
Je moet geen groot denker zijn om te stellen dat geboorte en dood de meest ingrijpende gebeurtenissen zijn in een mensenleven: ze markeren begin en einde van ons bestaan.
Maar meest ingrijpend betekent niet het ergst. Er bestaat een lijden en een pijn die vele malen erger zijn. Toch kiest men er vaak voor om deze ellende te trotseren omdat de drang tot zelfbehoud of het levensinstinct zich nu eenmaal verzet tegen het definitieve einde. Het levensinstinct draagt dan dikwijls het masker van de hoop, van de illusie dat het morgen wel beter zal gaan etc
In een aantal gevallen zie je juist het omgekeerde: de vlucht vooruit zoals krijgsgevangenen die zich in de wapens van hun overvallers storten, of in een omheining die onder hoogspanning staat. In deze gevallen zijn de wanhoop en de angst moeilijker om dragen dan het vooruitzicht van het sterven zelf: de zelfgekozen dood is dan in de eerste plaats bedoeld om aan deze kwelling een einde te maken.
Euthanasie is de meest beschaafde vorm van deze vlucht vooruit: het sterven wordt milder gemaakt, men zinkt weg in een eeuwige slaap.
In het grandiose boek 'De waanzinnige veertiende eeuw' vande Engelse historica Barbara Tuchman vind je voorbeelden van een gruwelijker lot.
Rond 1350 brak overal in Europa een pestepidemie uit die uiteindelijk aan bijna de helft van de Europese bevolking het leven zou kosten. De jodenvervolging was al eeuwen aan de gang, vooral gebaseerd op de christelijke opvatting dat de joden van de moordenaars van Christus waren en nog altijd uit waren op de vernietiging van de christenen maar ook op de reputatie van joden als woekeraars en gewetenloze schurken.
Tijdens de pest - waarvan men toen de oorzaak absoluut niet kan raden -werd hieraan het gerucht gekoppeld dat de joden vergif in het drinkwater hadden gemengd. Mede door de waanzinnige ophitsing van boetepredikanten braken toen overal pogroms uit, de laatste in Brussel waar alle 3000 joden werden afgeslacht. In Duitsland werden de joden meestal levend verbrand in hun eigen huizen, een enkele keer werd op een eiland een groot houten huis gebouwd waarin de plaatselijke joden werden samengedreven en verbrand. Merkwaardig detail: ook toen reeds moesten de joden een gele lap als herkenningsteken dragen.
Meermaals gebeurde het dat de joden uit angst voor de brandstapel en de voorafgaandelijke folteringen die hen dwaze bekentenissen moesten ontfutselen, zichzelf in brand staken in hun woningen.
Alweer de vlucht vooruit in de barmhartigheid van de dood.
De interessantste vraag is nu of dit gedrag dat voorkomt in crisissituaties zich ook meer algemeen voordoet. En dan komen we op het lemmingensyndroom: een collectieve zelfvernietiging uit wanhoop en angst voor een schrikbeeld dat sterker is dan het vooruitzicht van de dood. Of uit domheid en gemakzucht en kortzichtigheid: is de roofbouw die onze levensstijl en onze economie plegen op de voorraden en mogelijkheden van de aarde te beschouwen als een gelijkaardig lemmingengedrag?
Kiezen wij voor die ene zekerheid van het leven hier en nu en betalen we deze zekerheid af met de verspilling van de toekomst: een prijs die niet door ons maar door onze kleinkinderen zal worden afgedokt. Maar voor onze soort zou het in elk geval het einde kunnen inluiden.
In welke mate is onze wereld suicidair? Is het een discussie over het halfvolle of halflege glas: de massa's die kritiekloos meelopen in de ren van de verkwistende lemmingen tegenover de groeperingen en organisaties die juist deze race willen ombuigen of afremmen.
Moet je een pessimist zijn om mee te gaan in een apocalyptische toekomstvisie en, omgekeerd, een optimist om te vertrouwen op de tijdige correcties door de menselijke vindingrijkheid en door 'het gezond verstand', wat in deze context betekent: de keuze voor het zelfbehoud.
Nieuw is het apocalyptisch denken niet, de naam is ontleend aan het boek van Johannes dat bijna 2000 jaar geleden werd geschreven en ook de Azteken hadden visioenen van totale vernietiging. Bij ons hoort dit spookbeeld bij het decadentisme van eind 19e eeuw en, bijvoorbeeld, de poëtische stroming in Polen van 1920 waar Czeslaw Milosz lid van was, werd 'het catastrofisme' genoemd.
Past de rage van 'An unconvenient Truth' in dit rijtje van onheilstijdingen?
Of is het inderdaad 'vijf voor twaalf'?
In het laatste geval moeten we de bovenstaande analyse toch verruimen: het gaat dan niet louter om de zelfgekozen dood maar net zo goed om massamoord al dan niet met 'voorbedachten rade': de verantwoordelijken voor de ravage vernietigen niet alleen zichzelf maar in de eerste plaats de meest kwetsbaren en weerlozen.
De volgende vraag is dan wie deze verantwoordelijken zijn: zijn wij burgers van een Westerse democratie met een markteconomie het niet allemaal in verschillende mate?
Anders gezegd: is het ecologisch bewustzijn een luxe van linkse intellectuelen en bourgeois of is het een absolute noodzaak voor iedereen?
Mij komt het alleszins voor dat zonder grondige correcties en bijsturingen, wij ons gedragen als joden die mak en gedwee naar de treinen lopen, ook al dringt de informatie door van wat ons te wachten staat.
Of worden we, om in de beeldspraak te blijven, de geallieerden die de vijand zullen verslaan die zijzelf hebben gecreëerd???
vaganten
- voor Miek –
ja, neem je vedel mee
gezel van vele eeuwen
een ruiter voert zijn paard
de stuurman leidt de zeilen
een mens is nooit alleen
in samenklank van snaar
en paardenhaar, van riet
en adem, in de stilte
die over de steppe daalt
als ver de wolven huilen
wegen lopen om onze
dromen rond, dansen
als een derwisj en wie
of wat de spil is, de naald
waarom de aarde draait
met al haar vreemde wezens:
zij zingt het uit in
wind en vogel, in geruis
van rank en regen
neem je vedel mee: deze
wereld heeft nooit een dag,
een ogenblik gezwegen
er was het hijgen wanneer
het vuur schaduwen bewoog
op het doek van de nacht
verhalen die we vermoeden
als een klacht, een aanmaning
en we begeven ons op pad
om nergens aan te komen
we volgen de echo van
een mond die wacht nadat
hij heeft gezongen en luistert
hoe het lied bezinkt, nazindert
in sluimer en verstuiven
neem je vedel mee
de sferen zijn dol op fuiven
Gandhi


Gandhi
- bij de film ‘Hey Ram’ van Kamala Haasan-
hij wou, mompelde hij al monkelend,
desnoods de woede van de wereld
met één kogel
in zijn lichaam zuigen
zoals de mond van een genezer
het gif zuigt uit een wond
hij had nog eerder de slang willen bezweren
de mensen en hun verward bewegen
vlechten
tot een klimtouw naar zijn god
hij weigerde dan maar te eten
tot de koorden van zijn benen
weigerden hem te dragen
en zijn stem beefde als een blad
hij bad alsof die stralende kracht
de volkeren op kon laden
met de wil tot naderen
zoals de devoten hem benaderden
die bogen naar de lotus van zijn voet
en hij werd benaderd
zoals iemand altijd
zo’n mens benaderen moet
wanneer het gif zwelt in de maan
en het zwijgen oplegt aan de vogels
er was te weinig lichaam
voor een teveel aan kogels
politieke islam
ziekteverzuim bij de Post
Oproer bij de Post na de open brief van manager Thijs die de postmannen verdenkt van profitariaat. De vakbonden melden woedende reacties van hun leden. Vandaag haalt de hoofdredacteur van De Morgen zwaar uit naar de vakbonden.
En velen zullen wel grinniken of instemmend knikken want wie kent geen postbode die bij klust wanneer hij zogezegd ziek is en iedereen vergeet dat dit ook in de privé gebeurt, bij bruggepensioneerden etc
Niets menselijks is ons vreemd vandaar deze vraag:
De ervaring leert dat 'plantrekkerij' (om een Vlaams woord te gebruiken) aanzienlijk vermindert, als de job en het werkmilieu zelf motiverend zijn.

