Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
smoes


smoes
het was altijd al een vertoning
met pronkgezang en opengezette veren
een dans van de slang
die de dame leidt naar duistere heren
en opeens wordt het potsierlijk
met vetrol, opgeblonken schedel
geen droom meer baggert de aders uit
en voedt de larve met de paarse kroon
maar nog stromen je ogen vol
met beelden die de rivier verdrinken
je bent een huis dat krimpt
van een verboden weelde
het is niet toonbaar
niet verschoonbaar
het is omdat het duurt
zolang het duurt
de eeuwige smoes
de geliefde onzin van het leven
pogroms en euthanasie
Je moet geen groot denker zijn om te stellen dat geboorte en dood de meest ingrijpende gebeurtenissen zijn in een mensenleven: ze markeren begin en einde van ons bestaan.
Maar meest ingrijpend betekent niet het ergst. Er bestaat een lijden en een pijn die vele malen erger zijn. Toch kiest men er vaak voor om deze ellende te trotseren omdat de drang tot zelfbehoud of het levensinstinct zich nu eenmaal verzet tegen het definitieve einde. Het levensinstinct draagt dan dikwijls het masker van de hoop, van de illusie dat het morgen wel beter zal gaan etc
In een aantal gevallen zie je juist het omgekeerde: de vlucht vooruit zoals krijgsgevangenen die zich in de wapens van hun overvallers storten, of in een omheining die onder hoogspanning staat. In deze gevallen zijn de wanhoop en de angst moeilijker om dragen dan het vooruitzicht van het sterven zelf: de zelfgekozen dood is dan in de eerste plaats bedoeld om aan deze kwelling een einde te maken.
Euthanasie is de meest beschaafde vorm van deze vlucht vooruit: het sterven wordt milder gemaakt, men zinkt weg in een eeuwige slaap.
In het grandiose boek 'De waanzinnige veertiende eeuw' vande Engelse historica Barbara Tuchman vind je voorbeelden van een gruwelijker lot.
Rond 1350 brak overal in Europa een pestepidemie uit die uiteindelijk aan bijna de helft van de Europese bevolking het leven zou kosten. De jodenvervolging was al eeuwen aan de gang, vooral gebaseerd op de christelijke opvatting dat de joden van de moordenaars van Christus waren en nog altijd uit waren op de vernietiging van de christenen maar ook op de reputatie van joden als woekeraars en gewetenloze schurken.
Tijdens de pest - waarvan men toen de oorzaak absoluut niet kan raden -werd hieraan het gerucht gekoppeld dat de joden vergif in het drinkwater hadden gemengd. Mede door de waanzinnige ophitsing van boetepredikanten braken toen overal pogroms uit, de laatste in Brussel waar alle 3000 joden werden afgeslacht. In Duitsland werden de joden meestal levend verbrand in hun eigen huizen, een enkele keer werd op een eiland een groot houten huis gebouwd waarin de plaatselijke joden werden samengedreven en verbrand. Merkwaardig detail: ook toen reeds moesten de joden een gele lap als herkenningsteken dragen.
Meermaals gebeurde het dat de joden uit angst voor de brandstapel en de voorafgaandelijke folteringen die hen dwaze bekentenissen moesten ontfutselen, zichzelf in brand staken in hun woningen.
Alweer de vlucht vooruit in de barmhartigheid van de dood.
De interessantste vraag is nu of dit gedrag dat voorkomt in crisissituaties zich ook meer algemeen voordoet. En dan komen we op het lemmingensyndroom: een collectieve zelfvernietiging uit wanhoop en angst voor een schrikbeeld dat sterker is dan het vooruitzicht van de dood. Of uit domheid en gemakzucht en kortzichtigheid: is de roofbouw die onze levensstijl en onze economie plegen op de voorraden en mogelijkheden van de aarde te beschouwen als een gelijkaardig lemmingengedrag?
Kiezen wij voor die ene zekerheid van het leven hier en nu en betalen we deze zekerheid af met de verspilling van de toekomst: een prijs die niet door ons maar door onze kleinkinderen zal worden afgedokt. Maar voor onze soort zou het in elk geval het einde kunnen inluiden.
In welke mate is onze wereld suicidair? Is het een discussie over het halfvolle of halflege glas: de massa's die kritiekloos meelopen in de ren van de verkwistende lemmingen tegenover de groeperingen en organisaties die juist deze race willen ombuigen of afremmen.
Moet je een pessimist zijn om mee te gaan in een apocalyptische toekomstvisie en, omgekeerd, een optimist om te vertrouwen op de tijdige correcties door de menselijke vindingrijkheid en door 'het gezond verstand', wat in deze context betekent: de keuze voor het zelfbehoud.
Nieuw is het apocalyptisch denken niet, de naam is ontleend aan het boek van Johannes dat bijna 2000 jaar geleden werd geschreven en ook de Azteken hadden visioenen van totale vernietiging. Bij ons hoort dit spookbeeld bij het decadentisme van eind 19e eeuw en, bijvoorbeeld, de poëtische stroming in Polen van 1920 waar Czeslaw Milosz lid van was, werd 'het catastrofisme' genoemd.
Past de rage van 'An unconvenient Truth' in dit rijtje van onheilstijdingen?
Of is het inderdaad 'vijf voor twaalf'?
In het laatste geval moeten we de bovenstaande analyse toch verruimen: het gaat dan niet louter om de zelfgekozen dood maar net zo goed om massamoord al dan niet met 'voorbedachten rade': de verantwoordelijken voor de ravage vernietigen niet alleen zichzelf maar in de eerste plaats de meest kwetsbaren en weerlozen.
De volgende vraag is dan wie deze verantwoordelijken zijn: zijn wij burgers van een Westerse democratie met een markteconomie het niet allemaal in verschillende mate?
Anders gezegd: is het ecologisch bewustzijn een luxe van linkse intellectuelen en bourgeois of is het een absolute noodzaak voor iedereen?
Mij komt het alleszins voor dat zonder grondige correcties en bijsturingen, wij ons gedragen als joden die mak en gedwee naar de treinen lopen, ook al dringt de informatie door van wat ons te wachten staat.
Of worden we, om in de beeldspraak te blijven, de geallieerden die de vijand zullen verslaan die zijzelf hebben gecreëerd???
vaganten
- voor Miek –
ja, neem je vedel mee
gezel van vele eeuwen
een ruiter voert zijn paard
de stuurman leidt de zeilen
een mens is nooit alleen
in samenklank van snaar
en paardenhaar, van riet
en adem, in de stilte
die over de steppe daalt
als ver de wolven huilen
wegen lopen om onze
dromen rond, dansen
als een derwisj en wie
of wat de spil is, de naald
waarom de aarde draait
met al haar vreemde wezens:
zij zingt het uit in
wind en vogel, in geruis
van rank en regen
neem je vedel mee: deze
wereld heeft nooit een dag,
een ogenblik gezwegen
er was het hijgen wanneer
het vuur schaduwen bewoog
op het doek van de nacht
verhalen die we vermoeden
als een klacht, een aanmaning
en we begeven ons op pad
om nergens aan te komen
we volgen de echo van
een mond die wacht nadat
hij heeft gezongen en luistert
hoe het lied bezinkt, nazindert
in sluimer en verstuiven
neem je vedel mee
de sferen zijn dol op fuiven
Gandhi


Gandhi
- bij de film ‘Hey Ram’ van Kamala Haasan-
hij wou, mompelde hij al monkelend,
desnoods de woede van de wereld
met één kogel
in zijn lichaam zuigen
zoals de mond van een genezer
het gif zuigt uit een wond
hij had nog eerder de slang willen bezweren
de mensen en hun verward bewegen
vlechten
tot een klimtouw naar zijn god
hij weigerde dan maar te eten
tot de koorden van zijn benen
weigerden hem te dragen
en zijn stem beefde als een blad
hij bad alsof die stralende kracht
de volkeren op kon laden
met de wil tot naderen
zoals de devoten hem benaderden
die bogen naar de lotus van zijn voet
en hij werd benaderd
zoals iemand altijd
zo’n mens benaderen moet
wanneer het gif zwelt in de maan
en het zwijgen oplegt aan de vogels
er was te weinig lichaam
voor een teveel aan kogels
politieke islam
ziekteverzuim bij de Post
Oproer bij de Post na de open brief van manager Thijs die de postmannen verdenkt van profitariaat. De vakbonden melden woedende reacties van hun leden. Vandaag haalt de hoofdredacteur van De Morgen zwaar uit naar de vakbonden.
En velen zullen wel grinniken of instemmend knikken want wie kent geen postbode die bij klust wanneer hij zogezegd ziek is en iedereen vergeet dat dit ook in de privé gebeurt, bij bruggepensioneerden etc
Niets menselijks is ons vreemd vandaar deze vraag:
De ervaring leert dat 'plantrekkerij' (om een Vlaams woord te gebruiken) aanzienlijk vermindert, als de job en het werkmilieu zelf motiverend zijn.
studiebeurzen
Gelukkig kon ik in het eerste jaar rekenen op een bloedbroeder die de boeken van onze verplichte lectuur doorgaf en zodra dat ze vernam dat ik er alleen voor stond deed mijn kotmadam mijn was.
In ruil voor urenlange gesprekken over literatuur en psychologie.
Een vakantiejog diende niet om mijn pintjes te betalen vermits ik zeker de eerste jaren nauwelijks op café ging. De universiteit bood een abonnement op 5 klassieke concerten aan voor amper 120 frank.
In een huishoudboekje hield ik bij hoeveel ik dag na dag uitgaf aan voeding.
En deze opsomming is geen zelfbeklag: ik had nooit het gevoel iets te missen. Integendeel, verwend worden door vrienden en een mooie kotmadam is best een aangename ervaring.
Vandaag vind je in Gent nog nauwelijks een kot beneden de 200 euro en de prijs van de warme maaltijden in de universitaire restaurants is minstens verviervoudigd. De maximale studiebeurs is volgens een artikel van Pieter Lesaffer in De Standaard slechts verdubbeld ( 3 000 euro).
vrije meningsuiting-vervolg
hangjongeren
alfabet


vrouwelijk alfabet
al die geliefden: hoe
geliefd waren zij wel?
begeerd, ja, en jij bezeten
een gek die een revolver
kocht om de knal te horen
in het galmgat van een
Venetiaanse nacht
een zwever die een valscherm
koos om met twee de armen
te spreiden: joelende vogels die
neerdoken en dan een touw
in de knoop, verward door
al die schone dwaasheid
al die verzonken gezichten
je trok een kring om elke letter
van het alfabet en welke
ontbrak aan je palmares?
al die geliefden verhevigd
tot een eeuwig leven want
langer dan de roes zouden
ze geuren in de marmeren
rozen van je woorden
bezeten zat je bij een telefoon,
liep voorbij een verduisterd raam
later overliep je het alfabet van
lippen en haren, telde de
letters zonder naam
waanzinnig wanneer een bliksem
je borstkas openspleet en je te staren
stond als een verkoolde boom
al die geliefden, zij verslonden
de dood in je hoofd en daagden
hem uit en je danste door
de Venetiaanse nacht:
een geschilderd skelet, de non
in zijn armen klonk als
een hyena die lacht
Dedecker over vrije meningsuiting
Het is geen toeval dat Jean-Marie Dedecker, die er zo prat op gaat 'rechts voor de raap' te zijn, het recht op vrije meningsuiting absoluut stelt met als axioma: 'Een opinie is geen delict.'
recht op beledigen
In De Standaard van maandag betoogt Oscar van den Boogaard, in navolging van Ayaan Hirsi Ali, dat het recht op vrije meningsuiting een recht op beledigen impliceert.
Strict genomen is dit juist; en het is eveneens waar dat bepaalde mensen op een bijna ziekelijke manier overgevoelig zijn voor beledigingen.
Maar deze overgevoeligheid is ons niet vreemd.
Denk aan het proces dat modeontwerpster Ann de Meulemeester aanspande tegen volksschrijver Herman Brusselmans. Naar mijn mening een dwaze zet want de beledigende passages uit het boek van Brusselmans stonden integraal in De Morgen, maar de oppergod van de Vlaamse literatuur werd wel veroordeeld.
De vraag is of een cultuur van (wederzijds) beledigen onze beschaving vooruit helpt. Ik maak een onderscheid tussen contestatie, provocatie en opzettelijke smaad.
De contestatie is noodzakelijk en eerbaar wanneer ze gericht is tegen om het even welke vorm van machtsmisbruik of leugenachtigheid.
De provocatie kan het inzicht aanscherpen en de tegenpartij dwingen zich te verantwoorden. Maar de opzettelijke smaad is een daad van agressie en lokt meestal een agressieve reactie uit.
Hoe moeten we deze abstracte analyse nu toepassen op de overgevoeligheden van de moslims?
Naar mijn inzicht is de ontvlambaarheid van moslimmassa's te wijten aan een gebrek aan democratische traditie. De meeste moslims leven in autoritaire of dictatoriale landen, of zijn daaruit afkomstig. Een 'opendebatcultuur' kennen ze dus niet.
Zeker in deze autoritaire landen is de scholingsgraad meestal pover, wat de bevolking des te ontvankelijker maakt voor demagogen, haatpredikanten en ophitsers. Voeg daar hun precaire sociaal-economische situatie aan toe en je begrijpt hoe laag de drempel is om zich gefrustreerd te voelen. Het eerste wat de arme zich aanschaft is een radio- of tv-toestel en zo ziet hij heel scherp het schrijnend en tergend verschil tussen zijn eigen situatie en die van de rijkeren.
Zijn enige houvast, zijn enige waardigheid ontleent hij aan zijn geloof, en wanneer dat dan - zoals het hem door de demagogen wordt ingelepeld - belasterd wordt, dan ontploft hij.
Nogmaals, helemaal vreemd is dit gedrag ons niet, als we 50 of meer jaren terug gaan in de tijd. Toen had je in het overwegend katholieke Vlaanderen een boekenindex - zelfs de bijbel mocht door de gewone gelovige niet worden gelezen - en tijdens de schoolstrijd zagen we betogingen voor 'de ziel van het kind'.
Om al deze redenen sta ik huiverig tegenover 'een recht om te beledigen' wat naar mijn smaak wijst op een verruwing van de zeden, op een toenemende onbeschoftheid, maar tegelijk zie ik hierin geen reden om te zwichten voor elke dreiging met geweld vanwege de zich beledigd voelende partij, in casu de moslims. Moslims zullen moeten leren op een democratische, geweldloze manier op te komen voor hun rechten: in een democratische rechtsstaat geldt dit voor iedereen.
Uiteindelijk gaat het om doelmatigheid: de islam heeft net als het katholicisme, creationisme (en andere -ismen van politiek-ideologische aard) een aantal eigenschappen die moeten aangevochten worden, maar met welke middelen? Is schelden en beschimpen de kortste weg naar een 'verlichte' islam, naar de emancipatie van de moslims van de letterlijke interpretatie van hun heilig boek en naar hun ontvoogding van een bekrompen geestelijkheid?
Wanneer Vlaanderen vandaag in grote mate geëmancipeerd is, dan is dit niet te danken aan de ruimdenkendheid van de katholieke kerk: in die Europese landen waar ze nog voldoende macht heeft - Polen, Italië, Spanje - probeert de kerk nog steeds de wetgeving te beïnvloeden. Maar door de toegenomen welvaart en scholingsgraad hebben de meeste burgers zich losgemaakt van de vroegere hersenspoeling en - in extreme gevallen - psychische terreur.
Ruimdenkende moslims zullen geschoolde en welvarende moslims zijn met democratische rechten.
geitenboerderij


geitenboerderij ’t Reigershof 20 jaar
- voor Renaat, Katrien en kroost -
geiten hebben een meisjessnoet
niet voor niets laten ze zich
strelen: een handvol voldoet
hun geur voert je mee naar
een jeugd lang geleden
een boerin van verse karnemelk
botergeel stro in het haar
geiten hebben een meisjessnoet
beschilder ze met sproeten
en ze maken je verlegen
hun geur voert je mee naar
een wereld die verdween
onder ringweg en rijhuis:
voel de warmte van hun huid
alsof je wijn proeft uit een
kelder onder puin, een gewelf
uit een wereld van wilgen en
notelaars, een warme boerin
een boomgaard met pruimen
geiten hebben een meisjessnoet
ze laten zich strelen, een teder
handvol voldoet
massahysterie
Muziekbos


Muziekbos
er woonde, volgens een
waardig schrijver, een trotse
vrouw die mannen bedwong
als schuimende paarden
oudere wandelaars zagen er
nimfen verspringen van
hyacint naar hyacint
blauwkousjes geloofden
dat geen wind er huilde
maar een roedel weer-
wolven: een sprong in
de nek van een slapeloze
die het dwaallicht volgde
van de maan – de schrijver
droomde daar een hut
te bouwen, een kapel in
een kathedraal van beuken
hij hoorde daar het gekletter
van de getouwen niet, de kruinen
verdreven de rook van
schoorsteen en fabriek
bos van muziek bij een zieke stad
bos met kloven van schaduw
en licht, blauwe bloemen alsof
een geliefde er ligt opgebaard
terwijl nimfen de citer en harp
bespelen van narcis en hyacint:
bos waar de droom begint
vrienden


jubileum in een voorjaar, een toespraak
wat zijn vrienden
zal ik zeggen dat het minnaars zijn
met wie je nooit zal slapen
dat ze zeldzaam zijn
als stenen waar een vis
van een verdwenen soort in zwemt
zal ik zingen met mijn valse stem
dat ze trouw zijn
en eens een vriend, altijd een vriend
ook al drijven op je vel
de levervlekken van het verre zwijgen
want zo zijn onze wegen
bezaaid met landmijnen :
‘zet mij aan land,
heb het land aan mij’
daarom dat we vaak branden
met onze schepen
maar op een dag als deze
vlak voor de heer verrezen is
die net zo goed een dame kon zijn
een slet mooi en geil en onvolprezen
nu spreken we het uit
er is geen verdict dat afsluit
geen slotsom
vrienden berekenen niet
en daar gaat het om
Pasternak
Pasternak
waren zijn verzen
een vingeroefening
voor die ene grote worp?
zeker, niets komt uit
het niets en het woord
verwekt meer woorden
een hoofd moet jaren
dragen eer het open
gaat, en zie: het maakt
een wereld nieuw, een rode
zon op sneeuw en berken
wolven huilen om een huis
een geliefde golft zoals
de zeeën ruisen, een meeuw
snikt in haar mond
wie vat met vingers
deze kanteling, deze
draaikolk: elke drop
een enkeling, de tijd
een trechter die verzwelgt
hij deed er jaren over
vers na vers, geen beeld
volstond, tot die ene zuil
van woorden waarin ze
alle staan gebeiteld: man
en vrouw en moordenaars
een rode zon, een zilverberk
een kraai, een balalaika:
een boek als een venster
in een toren terwijl
de toren implodeert
gidsland
Wat is er toch aan de hand met onze noorderlijke buren? Ooit keek progressief en links Vlaanderen met ontzag en afgunst op naar de Nederlandse tolerantie en vrijmoedigheid. Sedert de triomfantelijke opkomst van Pim Fortuin lijkt het deksel van een beerput gelicht en komen allerlei geurtjes naar boven die herinneringen oproepen aan de donkerste bladzijden uit onze gemeenschappelijke geschiedenis.
De laatste jaren is het bon ton geworden om uit de meest tegenovergestelde hoeken uitspraken te doen die het imago van het vroegere gidsland aan scherven slaan.
Een jaar of twee geleden was er een Nederlandse imam die homo's 'nog erger dan varkens' noemde, vandaag is er de geblondeerde Geert Wilders - voorzitter van een partij die zich nota bene Partij Voor de Vrijheid noemt - die oproept om de koran uit de handel te halen: in zijn ogen is dit boek het 'Mein Kampf' van het 'islamofascisme'.
En bij ons was er een Congolese student die 'Kuifje in Afrika' wil verbieden.
Het doet denken aan de profetische zin van de Duitse dichter Heine:
'Daar waar boeken worden verbrand, zullen weldra mensen worden verbrand.'
Is onze West-Europese beschaving, met Nederland als ontaard gidsland, op de terugweg naar de jaren 1930? Moeten we vrezen voor een charismatische leider die al dit fanatisme oppikt, de media naar zijn hand zet en opnieuw een vendel- en knuppelzwaaiende beweging op gang trekt?
Gelukkig klinken de tegenstemmen talrijk en krachtig, zowel in Nederland als bij ons. Maar in elk geval bewijzen de ongeleide projectielen van het extremisme dat een tolerante samenleving altijd op haar hoede moet blijven: de verdraagzame democratie is juist door haar verdraagzaamheid en openheid zeer kwetsbaar. En zij kan deze superieure eigenschappen alleen bewaren door ze te verdedigen met de middelen van de rechtsstaat: door opvoeden tot weerbaarheid tegen het fanatisme, en door repressie wanneer de grens van de gewelddadigheid of de oproepen daartoe wordt overschreden. Het betoog van Wilders en dat van die imam komen aardig in de buurt: zij zijn de haatzaaiers die de geesten vergiftigen en indirect geweldplegingen kunnen veroorzaken.
Orpheus


Orpheus
neem afscheid van de meisjes
de ingelegde doosjes van jade
jaspis en ivoor, gooi de glazen
sleutel in het water
vergeet de bergplaats, de brieven
de boodschappen in de brieven
die vergeefs werden begrepen
neem afscheid van de ogen van jade
obsidiaan, de wouden en de vrolijke
dieren in die wouden
waar je vingers lagen als dood hout
laat de huiden van onyx en ivoor
aan de tover en tongval van goden
die lood maken van goud
neem afscheid volg de sporen
die lopen door je schedel
zoals de schreven van een lepel
over de wanden van een cel
bespeel je nutteloze woorden
zoals een rietfluit, een vedel
er komen verlegen dieren op af
die verrukt zijn met een treurig lied
lieve doden verlaten hun graf
neuriën mee en meer
verlangen ze niet

