Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
A Distant Mirror – Barbara Tuchman
meeldauw, moederkoorn waren
de zachtste plagen: als een verre
spiegel hangt deze eeuw van
brandstapel, braspartij nu
in je kamer – wandtapijt van
erfzonde en wij de erfgenamen
onze mooiste naam: Theresienstadt,
Passendale, My Lai
helden van hoofse verhalen
staken het vuur aan stad en
dorp, keelden een vader,
schonden een dochter: zij
verveelden zich zonder zwaard
geen refrein overleeft
de eeuwen zoals de keerzang
uit een dichtgeknepen keel:
men zong bij vedel en knekel,
men deelde, zeker, men huwde
kleuters uit om banden te
smeden duurzaam tot hun
kinderdood, men vierendeelde,
vierde de teugels zoals de Ruiters
van het Einde dat nabij was:
men geloofde aan demonen,
bezwoer de toorn van hel
en hemel met geseling, kruistocht,
strooptocht onder joden, saracenen -
in de loop van honderd jaar was
het continent voor de helft ontvolkt:
builen in lies en oksel, verblinding
van vizieren – kraamkoorts, vlagen
van koninklijke zinsverbijstering
waren nog de zachtste plagen
eeuw van festoen en festijn: dames
in fluweel van madrigalen, in het
haren kleed van madevoer -
een verre spiegel: voorvaders,
bastaarden, bange moeders
en wij hun erfgenamen weldra
zonder erf en zonder naam
Taking Sides
Gisterenavond bekeken we een van de Nederlandse zender NPS opgenomen film. Taking Sides - 'een kant kiezen' - van de Hongaarse grootmeester Istvan Szabó (denk onder meer aan de grandioze film Mephisto met Klaus Maria Brandauer in de hoofdrol) gaat over een proces tegen de wereldberoemde dirigent Wilhelm Furtwängler, een van de artistieke lievelingen van Hitler en daarom na 1945 beschuldigd van collaboratie.
Het verhaal - oorspronkelijk een toneelstuk - speelt zich af in 1946 tijdens de zogenaamde 'denazificatie' van Duitsland. Een Amerikaanse majoor, subliem vertolkt door Harvey Keitel - krijgt de opdracht Furtwângler tot een bekentenis te dwingen zodat de vermeende collaborateur kan worden veroordeeld.
Jammer voor de majoor en zijn opdrachtgevers komen tal van mensen getuigen dat W.F. zijn bevoorrechte positie heeft gebruikt om een groot aantal joden in bescherming te nemen.
Het is zonder meer een boulverserende film, vanwege de sterke vertolking en het thema uiteraard. Het gaat om schuld en medeplichtigheid en om morele arrogantie. Dit laatste is aanwezig in de majoor: een botterik die de dirigent ' a bandleader' noemt en dus geen verschil kan maken tussen een jazzorkest en een symfonisch; een brutale onbeschofterik die alleen kan spreken in de bekende Amerikaanse filmwoordenschat van 'shit', 'fucking shit' etc Maar de man is wel overtuigd van zijn morele superioriteit: hij voelt zich oneindig verheven boven de veronderstelde handlanger van Hitler.
Tegenover de grofgebekte staat een figuur in vertwijfeling, een hyper gevoelig kunstenaarstype dat zich afvraagt of hij zich inderdaad niet heeft vergist. Beide zullen breken, de ene grommend, de andere bezwijmend.
De Amerikaan moet uiteindelijk toegeven dat hij onvoldoende bewijzen heeft, de dirigent komt tot het inzicht dat hij zijn Duitse vaderland beter had verlaten in 1933 toen Hitler aan de macht kwam.
Het eerste uur heb ik deze film met een moeilijk te bedwingen woede gevolgd. Wat mij al jaren stoort is juist die mateloze arrogantie van de overwinnaar en tot op vandaag blijven de Amerikanen die arrogantie uitstralen. Zij hebben het recht om een tegenstander voor de rechtbank te dagen en ter dood te veroordelen, maar er is geen denken aan dat ooit een Amerikaanse president of generaal voor een internationale rechtbank zal moeten verschijnen. Deze eigenwaan is in mijn ogen walgelijk: principes gelden voor iedereen of ze gelden niet.
Maar het feit dat deze film zulke sterke gevoelens kan opwekken en die gaandeweg kan transformeren in een meer genuanceerde beleving, bewijst dat het hier gaat om een hoogstaand kunstwerk - de reputatie van de regisseur waardig en een zoveelste bevestiging van het uitzonderlijke talent van Keitel (what's in a name trouwens: Keitel was een van de afschuwelijkste Nazigeneraals).
Ten slotte: het was alweer niet de VRT die deze prent uitzond.
alle scholieren gelijk
leer een vak
Rik Torfs
global swindle
laten we zacht zijn – Ton Lemaire
- kleine ode aan een vergeten filosoof –
laat ons beproeven
het mededogen, de twijfel
verwelkomen als een
verwante gast – we slopen
de burcht op de rots, noemen
onze goden een duurbare
droom; we zoeken
het heldere woord dat
de duisternis aftast zoals
een rivier de bodem:
de voorlopige bocht, de
aarzelende omsingeling
van weerstand, verharding
met wilgenroosjes in de zoom
laat ons beproeven het zachte
gebaar, het spreken in
sourdine, het open huis
dat licht werpt op de heuvels
verzaken we aan de gebalde
vuist, het slaan op wankele
tafels: we drinken samen
de wijn van verwondering,
delen het tedere brood
van mededogen
moslimscholen
beest
- afscheid van een huisvriend -
er is het gekwispel
er blijft het gehijg
wanneer de deur zucht
in haar zwaai
en de voetmat knispert
er is het getinkel
een hoornen klavecimbel
dat ‘welkom’ speelt
met de ploffende roffel
van eelt op de tegels
en meteen de dans die hapt
naar de rinkelende band
alsof een murwe slaaf
naar zijn ketenen snakt
maar het is hij die leidt
en als een lichtflits
de deur van de nacht intrapt
er is het geritsel
in berenklauw en netel
er is het gehakketak
onder meidoorn en bramen
de charade
van zijn en verdwijnen
wanneer een haas wordt bejaagd
en de verboden jacht is een parade
de stroper een antiloop
er is de verre stip
die een streep trekt
over het doodsbleke strand
de gekte van wind in de bek
en de wind die zich strekt
er blijft het omberen licht
in veel te grote ogen
de goed onnozele blik
er blijft het gehijg
dat wacht op de streling
en niet gelooft aan de prik
bandana
oude van dagen
oude van dagen, oude van hoop
- matigheid is een schone deugd -
hoop met mate, verwacht
de dag als een vertrouwde
plaag: niet erger bij geval
niet zo heel veel meestal
loop de grote ogen voorbij
die doen alsof je doorzichtig
bent of jou ontwijken zoals
een hondendrol, een kuil
in het voetpad, een pad
in hun rijk gevulde, dun
verhulde satijnen korfjes
draag ze met je mee, vul
thuis de woorden aan,
de glimlach die bevroor,
het hoofse gebaar dat hangen
bleef in een verlamming
wend je nooit van de wereld
af, lees zijn ingewanden
en weiger te voorspellen:
er bestaan nog dromers
te jong om ze te wekken
ontwaken is een taak
die wordt verricht op
eigen kracht, met eigen
hoop op beter wat op een dag
niet zo heel veel erger is
profiteurs
Klein
Gisterenavond hebben we 'M. Klein' bekeken (vorige week opgenomen van Canvas).
Het verhaal speelt zich af in het Frnkrijk van 1942. Het gaat over een persoonsverwisseling: een kunsthandelaar wordt voor een gelijknamige jood gehouden en aangehouden en uiteindelijk met honderden andere joden op transport gezet. Zijn advokaat roept hem nog toe dat alle documenten die zijn niet-joodse afkomst moeten bewijzen, aangekomen zijn, maar de eigenzinnige kunsthandelaar houdt vol: 'ik ben een Fransman, ik geloof in onze instellingen.'
Dit is de eerste ironische les van deze film: het ijdele geloof in de overheid als een rechtvaardige macht.
Daarnaast kun je er niet aan ontsnappen: in heel deze prent zijn nauwelijks 3 Duitse uniformen te zien. De rechercheurs, politieagenten en gendarmes opereren allemaal onder het beruchte Vichyregime van de collaborerende maarschalk Pétain, een held van 1914-18.
Dit leert ons al iets over het morele gehalte van zogenaamde oorlogshelden en ook over de omvang van de collaboratie: het waren niet enkel opportunistische of antisemitische burgers die met de Nazi's meewerkten, maar alle onder Vichy ressorterende overheidsdiensten.
En al deze 'apparatsjiks' verstopten zich onder de dekmantel van: 'Het is de wet; het zijn bevelen.'
Dit leert ons veel over het 'legalisme': wetten zijn nooit het hoogste morele goed en bevelen even min. Uiteindelijk moet een mens zelf beoordelen waaraan hij wenst te gehoorzamen: een idiote of misdadige wet, dan wel het eigen geweten.
De collaboratie en het nazisme zelf tonen het failliet aan van een opvoeding die vooral gericht is op gehoorzaamheid: zo zijn wij allemaal opgevoed tot ongeveer 1970. Nadien kwamen er brochures en circulaires waarin stond dat het onderwijs gericht moet zijn op 'de vorming van kritische volwassenen'.
Tot eind de jaren 1960 moest je in de eerste plaats 'braaf' zijn, de regels volgen en je maximaal aanpassen aan tucht en voorschriften - in het beste geval kon je een kritische vraag stellen over de leerstof.
De stap van burgerlijke gehoorzaamheid of volgzaamheid naar het blindelings uitvoeren van bevelen in oorlogstijd is niet zo groot: de Amerikaanse soldaten bewijzen het om de zoveel jaar. Zeker als deze attitude wordt aangevuld met een indoctrinatie van patriottisme en superioriteitsgevoelens - van racistische of godsdienstige aard - is ze een tijdbom die elk willekeurig moment kan ontploffen.
Men kan opwerpen dat ons onderwijs en onze opvoeding vandaag in het tegendeel zijn vervallen: in een extreme laksheid en toegeeflijkheid.
Dit is in een aantal gevallen correct.
De opgave is dus zowel het ene als het andere te vermijden: geen permissiviteit en evenmin dril of hersenspoeling.
'Vorming of begeleiding tot kritische volwassenheid' : het staat zo mooi op papier, maar het is ongetwijfeld de lastigste opgave, zowel voor de opvoeders als voor de toekomstige volwassene. Want 'kritische volwassenheid' betekent dat je voortdurend jezelf 'in vraag moet stellen' (een germanisme): je waarheid is zelden definitief maar vrijwel steeds voorlopig. Voortdurend moet je principes afwegen en nadenken over de consequenties van een keuze waarbij je niet enkel aan jezelf mag denken maar moet proberen je te verplaatsen in de andere(n).
Kortom, een kritische volwassene zijn, is een levensopgave en een fulltimejob. En dat is vermoeiend, soms ondraaglijk verwarrend: de bewust levende mens heeft het in deze tijd (en in vroegere) allesbehalve gemakkelijk.
poëzie in Vlaanderen
Eugenides
jia jia Desdemona
- bij Middlesex van Jeffrey Eugenides -
soms is wanhoop goedmoedig
sabbelt op de jaren
met meer speeksel dan tand
ze draagt een haarnet zoals
een poedel een diadeem
ze haalt uit het water van ooit
het zilver van gezichten
die betekend zijn
met haar bijtende zout
met het wijdend gekras
van haar kruisende duim
ze koert troetelnaampjes
in een dode taal
wanneer een kind haar sluimer
scheurt als doffe verdorde zijde
het is dat licht op die hollende huid
waardoor het weleer gebeurt
met het ongeduld van een begin
soms ligt een glimlach
om het platte aarsje van haar mond
een witte vlinder, vindt ze grimmig,
op de algen van een uitgeholde stronk:
als ik de kussens in mijn rug verschik
verstuif ik als een kushand in een wolk
gematigde moslims
Amnesty en het Vatikaan
waar behoor je?
- bij Geboortegrond van Czeslaw Milosz –
gekruisigd in de ruimte
tot hoeveel werelden
wil je behoren, hoeveel
schaduwen werp je af:
het kruis van een vogel
een vogel op een kruis?
er was dat Verloren Paradijs
waar je wandelde naakt
en onwetend, een dier
zonder vacht
en je bent van de stam
der gehoornden met
gespleten hoef, een bouwer
van torens waar men
vlees en dromen verbrandt
je wordt bewoond door
een geest en je woont
in een geest die alles
verschoont, telkens
opnieuw: een zaaier
die het land zegent
met zijn zwaai
de schaduw van een vader
de adem van een moeder:
wie wordt niet geboren
met dit heimwee in het bloed?
gekruisigd in de ruimte
weet je het niet waar je
behoort: je bent het kruispunt
van wegen die lopen naar een
Verloren Paradijs, naar een wereld
van schaamte en onvergeeflijke schuld
naar een wereld van even, voorbij
kathedraal en kabaal: een avond
van libellen, een wasem over water
dat wacht op de nachtegaal

