Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
mannen van Mars, vrouwen van Venus?
In de boekenbijlage van De Standaard of De Morgen stond vorige week een interview met auteur Stefan Hertmans die een studie heeft gepubliceerd over de vrouwelijke hoofdpersonages uit de Griekse tragedies: Medea, Electra, Antigone etc
Zijn mening: vrouwen zijn toch altijd de grootste slachtoffers van oorlogen die door mannen worden in gang gezet en uitgevochten, en dat maakt vrouwen als tragische figuren zo interessant.
De intellectueelste van alle Vlaamse auteurs komt dus niet verder dan de schrijfster van het populariserende: 'Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus'.
Was de werkelijkheid maar zo simpel en eenduidig.
Onder meer uit de Congoboeken van Jef Geeraerts weten we dat bij stammenoorlogen de mooiste meisjes opwindende dansen uitvoerden om hun krijgers op te hitsen zodat ze zouden weten welke beloning hen voor hun heldenmoed te wachten stond. Testosteron omzetten in de agressieve adrelanine, daar hadden deze stammen nooit over gelezen maar ze brachten het wel in de praktijk.
Beelden uit WO II tonen de Duitse treinen die vertrokken richting Oostfront: op de perrons wuivende meisjes en vrouwen.
Op het tv-journaal konden we na de Falklandruzie tussen Engeland en Argentinië de Engelse oorlogsschepen zien aankomen in de haven van Southampton: alweer duizenden hysterische vrouwen op de kade om de helden toe te juichen.
Wanneer familieleden van Amerikaanse soldaten die vechten in Irak of daarnaar op weg zijn, worden geïnterviewd, dan horen we de moeder of echtgenote zonder uitzondering verklaren: 'I'm so proud he is serving his country'.
Dat is het historisch refrein: 'proud to serve' wat dan neer komt op het doden van mensen die men nooit eerder heeft gezien - en met de moderne wapentechnologie meestal nooit zal zien - en die mensen zijn dan inderdaad vaak vrouwen en kinderen, om van de ouderlingen te zwijgen.
Dit inzicht is allesbehalve nieuw, het ligt aan de basis van het vrolijk-ondeugende toneelstuk Lysistrata van de Griekse blijspeldichter Aristofanes, een tijdgenoot van de grote tragedieschrijvers. Dus meer dan 2300 jaar geleden. Aristofanes laat de vrouwen van Athene een liefdesstaking houden: zij weigeren nog met hun mannen naar bed te gaan zolang die oorlog voeren. Uiteindelijk laten de dappere heren hun zwaarden vallen en richten hun kleinere speer op.
Dit is de kern van de zaak: slachtoffers zijn vaak medeplichtig, maar dat besef dringt pas door wanneer de kansen aan het keren zijn. In de USA was er nagenoeg geen protest tegen de invasie in Irak tot de lijkzakken begonnen aan te komen en gruwelbeelden erin slaagden om door de censuur te dringen ('embedded journalism' werd die genoemd).
Trouwens, is het een triomf van de emancipatie dat nu ook vrouwen geüniformeerde moordenaressen zijn geworden?
Slachtoffers zijn alle mensen die niet de kans hebben gekregen om te protesteren of die wel hebben geprotesteerd maar naar wie niet is geluisterd. Wie eerst staat te juichen wanneer de krijgslustigen op hun oorlogspad vertrekken, kan zich achteraf geen slachtoffer meer noemen: die is medeplichtig net als de onverschilligen en moreel gezien zelfs mededader.
luchtjes van Brugge
is er geen luchtje aan Moenaert?Onderzoek van VITO wees uit dat de lucht in Brugge de minst vervuilde is van alle Vlaamse steden.Burgemeester Moenaert is er in De Standaard van zaterdag 1 september als de kippen bij om dit toe te schrijven aan zijn mobiliteitsplan.Dit plan heeft ongetwijfeld zijn verdiensten al was het maar door het weren van toeristenbussen uit de binnenstad. Minder optimistisch kunnen we zijn over de parkeermogelijkheden rondom de binnenring: daar blijft het langs vele invalswegen zoeken naar een parkeerplaats waardoor er toch nog te veel auto's de stad in rijden.Maar is de betere score van Brugge niet in de eerste plaats te verklaren door de afwezigheid van industrie binnen de stadsmuren waardoor het vrachtvervoer beperkt blijft tot de leveranciers van de handelszaken? Dit is een historisch gegeven en geen verdienste van de huidige bestuursploeg.Nog minder rooskleurig is de ecologische politiek: de groene gordel rondom de stad is allesbehalve gerealiseerd, integendeel: denk aan de aanslepende conflicten over het Lappersfortbos en de hoofdkwartierenzone in de Chartreuse. Daar bovenop komen de plannen voor de bouw van een shoppingcentrum annex nieuw voetbalstadion in Loppem, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat het grootste deel stadsbestuur zelf hiertegen is. Zij verkiezen een uitbreiding van het huidige Jan Breydelstadion wat dan weer meer overlast zou betekenen voor de deelgemeente Sint-Andries.Maar aan bosbehoud en actief behoud van open ruimte doet de stad veel te weinig. De huidige bewindsploeg wil daarentegen steeds meer groenzones inpalmen voor kantoren, winkelcentra en bedrijfsterreinen terwijl reeds bestaande bedrijfsgronden nog onvoldoende benut zijn.Kortom, er hangt wel degelijk een luchtje aan Moenaert en zijn ploeg: de zittende coalitie heeft geen enkele reden om een hoge borst op te zetten. Zij profiteren voorlopig van een historisch gegroeide situatie maar doen er veel te weinig aan om die te consolideren laat staan te verbeteren.


patatten in de pel
- lezend in Anton Coolens Dorp aan de Rivier –
na het rooien walmde een bittere
wierook van loof, de boer gaf toe
aan een gewoonterecht: sloebers
en hun zonen hakten in de lege
akker, haalden onder verdorde
kluiten hun goudklompjes op:
de gele of rozige vruchten
die ontsnapten aan de mand
jutebalen kregen bulten, hingen
te klotsen over fietsbuis of schouder
dan kwamen de jongsten, groeven
een kuil, zochten fijne twijgen
en staken ze aan – een halve eeuw
geleden en nog slaat de rookpluim
in je gezicht: de pijnprik die je moest
betalen voor het jaarlijks festijn
de knollen lagen zwart geblakerd
in de as, sisten soms als worsten
op een rooster – vingernagels
met rouwbanden maakten ze open
plukten de hete verpakking
van een hemelse gave
proef het zachte, zoetige, wat
verbrokkelend vlees, het zerpe van
verbranding, de geur van zand
en geduldig smeulen – zie doorheen
de deemstering de gloed in ogen,
de stille glans om de mond van
jongens, meisjes: ze zaten genodigd
aan een tafel van weelde, gehurkt
in het veld, een ver geloei uit de weiden,
een hond die aansloeg, de gedurige
populieren hun goedkeurend geruis
economie
gratis onderwijs
A Distant Mirror – Barbara Tuchman
meeldauw, moederkoorn waren
de zachtste plagen: als een verre
spiegel hangt deze eeuw van
brandstapel, braspartij nu
in je kamer – wandtapijt van
erfzonde en wij de erfgenamen
onze mooiste naam: Theresienstadt,
Passendale, My Lai
helden van hoofse verhalen
staken het vuur aan stad en
dorp, keelden een vader,
schonden een dochter: zij
verveelden zich zonder zwaard
geen refrein overleeft
de eeuwen zoals de keerzang
uit een dichtgeknepen keel:
men zong bij vedel en knekel,
men deelde, zeker, men huwde
kleuters uit om banden te
smeden duurzaam tot hun
kinderdood, men vierendeelde,
vierde de teugels zoals de Ruiters
van het Einde dat nabij was:
men geloofde aan demonen,
bezwoer de toorn van hel
en hemel met geseling, kruistocht,
strooptocht onder joden, saracenen -
in de loop van honderd jaar was
het continent voor de helft ontvolkt:
builen in lies en oksel, verblinding
van vizieren – kraamkoorts, vlagen
van koninklijke zinsverbijstering
waren nog de zachtste plagen
eeuw van festoen en festijn: dames
in fluweel van madrigalen, in het
haren kleed van madevoer -
een verre spiegel: voorvaders,
bastaarden, bange moeders
en wij hun erfgenamen weldra
zonder erf en zonder naam
Taking Sides
Gisterenavond bekeken we een van de Nederlandse zender NPS opgenomen film. Taking Sides - 'een kant kiezen' - van de Hongaarse grootmeester Istvan Szabó (denk onder meer aan de grandioze film Mephisto met Klaus Maria Brandauer in de hoofdrol) gaat over een proces tegen de wereldberoemde dirigent Wilhelm Furtwängler, een van de artistieke lievelingen van Hitler en daarom na 1945 beschuldigd van collaboratie.
Het verhaal - oorspronkelijk een toneelstuk - speelt zich af in 1946 tijdens de zogenaamde 'denazificatie' van Duitsland. Een Amerikaanse majoor, subliem vertolkt door Harvey Keitel - krijgt de opdracht Furtwângler tot een bekentenis te dwingen zodat de vermeende collaborateur kan worden veroordeeld.
Jammer voor de majoor en zijn opdrachtgevers komen tal van mensen getuigen dat W.F. zijn bevoorrechte positie heeft gebruikt om een groot aantal joden in bescherming te nemen.
Het is zonder meer een boulverserende film, vanwege de sterke vertolking en het thema uiteraard. Het gaat om schuld en medeplichtigheid en om morele arrogantie. Dit laatste is aanwezig in de majoor: een botterik die de dirigent ' a bandleader' noemt en dus geen verschil kan maken tussen een jazzorkest en een symfonisch; een brutale onbeschofterik die alleen kan spreken in de bekende Amerikaanse filmwoordenschat van 'shit', 'fucking shit' etc Maar de man is wel overtuigd van zijn morele superioriteit: hij voelt zich oneindig verheven boven de veronderstelde handlanger van Hitler.
Tegenover de grofgebekte staat een figuur in vertwijfeling, een hyper gevoelig kunstenaarstype dat zich afvraagt of hij zich inderdaad niet heeft vergist. Beide zullen breken, de ene grommend, de andere bezwijmend.
De Amerikaan moet uiteindelijk toegeven dat hij onvoldoende bewijzen heeft, de dirigent komt tot het inzicht dat hij zijn Duitse vaderland beter had verlaten in 1933 toen Hitler aan de macht kwam.
Het eerste uur heb ik deze film met een moeilijk te bedwingen woede gevolgd. Wat mij al jaren stoort is juist die mateloze arrogantie van de overwinnaar en tot op vandaag blijven de Amerikanen die arrogantie uitstralen. Zij hebben het recht om een tegenstander voor de rechtbank te dagen en ter dood te veroordelen, maar er is geen denken aan dat ooit een Amerikaanse president of generaal voor een internationale rechtbank zal moeten verschijnen. Deze eigenwaan is in mijn ogen walgelijk: principes gelden voor iedereen of ze gelden niet.
Maar het feit dat deze film zulke sterke gevoelens kan opwekken en die gaandeweg kan transformeren in een meer genuanceerde beleving, bewijst dat het hier gaat om een hoogstaand kunstwerk - de reputatie van de regisseur waardig en een zoveelste bevestiging van het uitzonderlijke talent van Keitel (what's in a name trouwens: Keitel was een van de afschuwelijkste Nazigeneraals).
Ten slotte: het was alweer niet de VRT die deze prent uitzond.
alle scholieren gelijk
leer een vak
Rik Torfs
global swindle
laten we zacht zijn – Ton Lemaire
- kleine ode aan een vergeten filosoof –
laat ons beproeven
het mededogen, de twijfel
verwelkomen als een
verwante gast – we slopen
de burcht op de rots, noemen
onze goden een duurbare
droom; we zoeken
het heldere woord dat
de duisternis aftast zoals
een rivier de bodem:
de voorlopige bocht, de
aarzelende omsingeling
van weerstand, verharding
met wilgenroosjes in de zoom
laat ons beproeven het zachte
gebaar, het spreken in
sourdine, het open huis
dat licht werpt op de heuvels
verzaken we aan de gebalde
vuist, het slaan op wankele
tafels: we drinken samen
de wijn van verwondering,
delen het tedere brood
van mededogen
moslimscholen
beest
- afscheid van een huisvriend -
er is het gekwispel
er blijft het gehijg
wanneer de deur zucht
in haar zwaai
en de voetmat knispert
er is het getinkel
een hoornen klavecimbel
dat ‘welkom’ speelt
met de ploffende roffel
van eelt op de tegels
en meteen de dans die hapt
naar de rinkelende band
alsof een murwe slaaf
naar zijn ketenen snakt
maar het is hij die leidt
en als een lichtflits
de deur van de nacht intrapt
er is het geritsel
in berenklauw en netel
er is het gehakketak
onder meidoorn en bramen
de charade
van zijn en verdwijnen
wanneer een haas wordt bejaagd
en de verboden jacht is een parade
de stroper een antiloop
er is de verre stip
die een streep trekt
over het doodsbleke strand
de gekte van wind in de bek
en de wind die zich strekt
er blijft het omberen licht
in veel te grote ogen
de goed onnozele blik
er blijft het gehijg
dat wacht op de streling
en niet gelooft aan de prik
bandana
oude van dagen
oude van dagen, oude van hoop
- matigheid is een schone deugd -
hoop met mate, verwacht
de dag als een vertrouwde
plaag: niet erger bij geval
niet zo heel veel meestal
loop de grote ogen voorbij
die doen alsof je doorzichtig
bent of jou ontwijken zoals
een hondendrol, een kuil
in het voetpad, een pad
in hun rijk gevulde, dun
verhulde satijnen korfjes
draag ze met je mee, vul
thuis de woorden aan,
de glimlach die bevroor,
het hoofse gebaar dat hangen
bleef in een verlamming
wend je nooit van de wereld
af, lees zijn ingewanden
en weiger te voorspellen:
er bestaan nog dromers
te jong om ze te wekken
ontwaken is een taak
die wordt verricht op
eigen kracht, met eigen
hoop op beter wat op een dag
niet zo heel veel erger is
profiteurs
Klein
Gisterenavond hebben we 'M. Klein' bekeken (vorige week opgenomen van Canvas).
Het verhaal speelt zich af in het Frnkrijk van 1942. Het gaat over een persoonsverwisseling: een kunsthandelaar wordt voor een gelijknamige jood gehouden en aangehouden en uiteindelijk met honderden andere joden op transport gezet. Zijn advokaat roept hem nog toe dat alle documenten die zijn niet-joodse afkomst moeten bewijzen, aangekomen zijn, maar de eigenzinnige kunsthandelaar houdt vol: 'ik ben een Fransman, ik geloof in onze instellingen.'
Dit is de eerste ironische les van deze film: het ijdele geloof in de overheid als een rechtvaardige macht.
Daarnaast kun je er niet aan ontsnappen: in heel deze prent zijn nauwelijks 3 Duitse uniformen te zien. De rechercheurs, politieagenten en gendarmes opereren allemaal onder het beruchte Vichyregime van de collaborerende maarschalk Pétain, een held van 1914-18.
Dit leert ons al iets over het morele gehalte van zogenaamde oorlogshelden en ook over de omvang van de collaboratie: het waren niet enkel opportunistische of antisemitische burgers die met de Nazi's meewerkten, maar alle onder Vichy ressorterende overheidsdiensten.
En al deze 'apparatsjiks' verstopten zich onder de dekmantel van: 'Het is de wet; het zijn bevelen.'
Dit leert ons veel over het 'legalisme': wetten zijn nooit het hoogste morele goed en bevelen even min. Uiteindelijk moet een mens zelf beoordelen waaraan hij wenst te gehoorzamen: een idiote of misdadige wet, dan wel het eigen geweten.
De collaboratie en het nazisme zelf tonen het failliet aan van een opvoeding die vooral gericht is op gehoorzaamheid: zo zijn wij allemaal opgevoed tot ongeveer 1970. Nadien kwamen er brochures en circulaires waarin stond dat het onderwijs gericht moet zijn op 'de vorming van kritische volwassenen'.
Tot eind de jaren 1960 moest je in de eerste plaats 'braaf' zijn, de regels volgen en je maximaal aanpassen aan tucht en voorschriften - in het beste geval kon je een kritische vraag stellen over de leerstof.
De stap van burgerlijke gehoorzaamheid of volgzaamheid naar het blindelings uitvoeren van bevelen in oorlogstijd is niet zo groot: de Amerikaanse soldaten bewijzen het om de zoveel jaar. Zeker als deze attitude wordt aangevuld met een indoctrinatie van patriottisme en superioriteitsgevoelens - van racistische of godsdienstige aard - is ze een tijdbom die elk willekeurig moment kan ontploffen.
Men kan opwerpen dat ons onderwijs en onze opvoeding vandaag in het tegendeel zijn vervallen: in een extreme laksheid en toegeeflijkheid.
Dit is in een aantal gevallen correct.
De opgave is dus zowel het ene als het andere te vermijden: geen permissiviteit en evenmin dril of hersenspoeling.
'Vorming of begeleiding tot kritische volwassenheid' : het staat zo mooi op papier, maar het is ongetwijfeld de lastigste opgave, zowel voor de opvoeders als voor de toekomstige volwassene. Want 'kritische volwassenheid' betekent dat je voortdurend jezelf 'in vraag moet stellen' (een germanisme): je waarheid is zelden definitief maar vrijwel steeds voorlopig. Voortdurend moet je principes afwegen en nadenken over de consequenties van een keuze waarbij je niet enkel aan jezelf mag denken maar moet proberen je te verplaatsen in de andere(n).
Kortom, een kritische volwassene zijn, is een levensopgave en een fulltimejob. En dat is vermoeiend, soms ondraaglijk verwarrend: de bewust levende mens heeft het in deze tijd (en in vroegere) allesbehalve gemakkelijk.

