Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Grossman


David Grossman*
spreek, treed uit
de menigte zonder gezicht
schrijf, word zichtbaar
een enkeling, drager
van een naam, een
geschiedenis
spreek, roep ze op:
de nummers in een huid,
al die aanschuivende hoop
dat de reis naar elders gaat
schrijf, laat de geluiden
horen van blote voeten,
het tuimelen van vlokken haar
spreek, maak misbaar, doe
wie indommelt ontwaken
beschrijf jouw Hof van Olijven
waar de miljoenen slapen
en wie nabestaat doet het
na: slapen of waken
spreek, haal verhaal bij hun laatste
wandeling, we bestijgen ze samen
in bestofte sandalen of glimmende
laarzen: de Himmelstrasse in Treblinka
*bij zijn redevoering zaterdag afgedrukt in De Standaard
pedofielen
Bam


Bam
- bij een foto na de beving –
ze is ontijdelijk mooi
de aarde heeft haar
gepoederd en getooid
met stenen
de kleuren licht en warm
als van rustgevende muren
ze is een aardewerk
met meesterhand
geboetseerd naar het leven
en gebakken in een louterend vuur
ze zou een besneden schors kunnen zijn
verhard onder het gewicht
van eeuwen
een opgegraven getuigenis
van hoge cultuur
er hangt een langharige noot
onder de oksel
een schedelvrucht
had ze een schild willen zijn
en beschermen
al versmachtend heeft ze versmacht
ze heeft lange geblonde haren
alsof er goud stroomt uit de grond
de aarde beefde
sloot met haast teder geweld
haar ogen en vulde haar mond
hasta Murcia
me recuerdo poco:
la carretera estrecha
en un paysaje deserto
una mesa ancha
de sable y piedras
y más allí en la lontananza
el bordo del mundo
la montaña seca de Murcia
rosa y purpur
no tráfico
sólo el pequeño coche amarillo
y tú
de pelo rubio
la cara de Botticelli
y entre nos dos
la cinta de ‘Once Upon a Time’
los gritos interminables
de trompa gallega
gritos de animales
sufriendo de hambre
de muertos que no pueden
dormir
nunca la solitud
era tan profunda tan completa
y majestuosa
me recuerdo tú
sin palabras
mirando el mismo camino
y sabiendo: allí
más allí llegaremos
juntos como caballero
y caballo
como cama y almohada
como gritos y silencio
Khnopff


Khnopff
men zegt het is zijn zuster
die de deur gesloten houdt
maar het is geen bloed
dat hen verbindt
het was een tasten
naar de huid en klieren
van de ziel
de damp die om de aarde hing
toen die ontwaakte
toen die aanving
met ademen
niet het vlees
dat mannen scheidt van vrouwen
en ze doet briesen van ongeduld
om in elkaar te schuiven
zoals een hand schuift
in een handschoen
en dan de deurkruk
en het openen
ze moeten gesloten blijven
deur en jongedame
het hout gelakt in melkig blauw
gebiesd in goud
de starende zuster in corsage
in een hoge kraag
wit als een schim
zij moet verschijnen
één ogenblik er zijn
en dan voorgoed voorbij
de afstand van het tasten
zijn verf is een vingerafdruk
van het eerste heimwee
dat op goed geluk
naar de aarde kwam
om even te ademen
en dan op te staan
en voort te gaan
moslims tegen mannelijke gynecologen
Vandaag reageren twee woordvoerders van Kif Kif in De Morgen tegen wat zij een eenzijdige berichtgeving noemen over moslimmannen die niet toestaan dat hun zwangere vrouw wordt aangeraakt door een mannelijke dokter.
Zij merken terecht op dat deze weerstand ook voorkomt bij orthodoxe joden en fanatieke christenen.
De vraag is echter of dit extreme gedrag louter uit een achterlijke interpretatie van een of andere godsdienst voortvloeit, dan wel over hyperjaloerse macho's gaat die hun vrouw beschouwen als hun privébezit en de godsdienst hanteren als een smoesje voor hun afwijking.
In elk geval tonen deze incidente aan dat er grenzen zijn aan de tolerantie: om het even welk fanatisme dat de normale werking van onze geneeskunde verstoort, moet aan de kaak worden gesteld.
Dokters die weigeren te behandelen bij dringende of gecompliceerde bevallingen kunnen worden vervolgd op basis van de juridische notie: 'weigeren van hulp aan personen in nood'.
Een advokaat of jurist kan hier meer over zeggen, maar naar mijn mening moet deze notie worden uitgebreid tot 'verhinderen van hulp in nood'.
Kortom, deze macho's - moslim, jood of wat dan ook - zijn strafbaar.
politiegeweld tegen VB
zelfdoding
Dit standpunt komt er dus op neer dat over zelfdoding minder gedetailleerd zou mogen worden bericht om navolging te vermijden.
Dit kan correct zijn - al ben ik er zelf niet helemaal van overtuigd - maar waarom zou het dan niet nog veel meer moeten gelden voor de weergave van misdaden die overduidelijk 'copy cats' uitlokken: denk aan de raids op Amerikaanse scholen etc
Een van de vragen die deze mededeling van de journalistenbond oproept is: waarom in het ene geval wel pleiten voor een soort zelfcensuur en in al de andere niet?
Heeft dit met een taboe te maken?
melkmeisje


melkmeisje
- verder lezend in Anton Coolen –
zeverdraden aan de muilen
de kettingring tokkelt op
de muur; een driepikkel,
een rok, een schort, opgeschort,
dijen van room en rozig dons
in de lage lantaren
veertien ben je en bang
voor die meid: de glinstering,
de vochtige mond – waaraan
denkt ze terwijl ze melkt?
bange jongen alsof je weerom
op je buik ligt aan de rand
van een Alp, op reis met
de mutualiteit: de diepte
van duizend meter, een suizen
in je hoofd en maag
waaraan denk je, je denkt
niet eens – alleen die vrees,
die zwaartekracht, de lokroep
om kwijlend een koe te zijn
terwijl zij, terwijl zij
glinstert in ogen, ademt
met open mond, al deze
warme lijven in een stal:
koeien, jij en een meisje
Ben Berden
natuurfilm
heb je gemerkt hoe teder
een tijger zijn prooien verslindt:
hij likt ze, wentelt ze alsof
hij een zeldzaamheid monstert
een warm juweel van scharlaken
en bont, gouden veren, ivoor
een tijger heeft een uitgelezen
smaak, met meer in zijn schedel
had hij een wijntje bedacht
geen mens gaat zo zorgvuldig
om met zijn prooien: het vlees
van een lagere soort, het smeken
van zijn eigen – een mens
keert dorpen om als versleten
kleren, koffers waar een familie
sinds eeuwen haar geschiedenis
verborg, een mens kent het
geniepig genieten dat een
schaamte ontbloot, een droom
ontbladert en ontwortelt
geen menselijk roofdier
vertoont van de tijger
het tedere omgaan
met de dood in zijn muil
Anton Coolen


Anton Coolen, een danklied
- bij Dorp aan de rivier -
een duurbaar boek, je las
doorheen het voorgoed voorbije
dankbaar om het vertoeven
bij karekiet en wielewaal
ijsschollen speelden tikkertje
in een gure winter, een golfslag
ging gekleed in schubben van zilver
heiligenschijn, jouw silhouet
op de dauw – een moeder verborg
haar gezicht, getekend door
de doodzonde van het vlees
uiteraard de grienden, de pluimen
van een rietkraag, uiterwaarden
afgebiesd met ruis in populier
molenaarsknechten werden
opgeknoopt door een onzichtbare
hand, een stroper verloor
zijn strikken, werd bezocht
door een zwervende droom:
een lichaam dat neerligt
als een zandweg bij volle maan,
verdwijnt naar de einder
duurbaar de dokter en zijn
stervende vrouw voor wie
gebeden wordt in kerk en kroeg
terwijl het klooster leeg loopt
en kaarsen brandt langs de rivier
(in het spooklicht van een stormlantaarn
ziet de zoon zijn vader, over diens
schouder een witte pop die moeder was:
haar lichaam toevertrouwd aan eigen
tuin, zand verhuist naar gewijde grond)
je las deze verhalen dankbaar,
liep mee over de stroom toen
hij stolde, voer mee met het veer
hier ben je thuis, hier moet je
vertoeven: in de verbeelding
van een verleden waar doven
horen met de zintuigen van een hond
dankbaar om het dorp dat je
hebt verlaten, in verbeelding
keer je weer: alleen in
verbeelding is het voor
eeuwig wat het was
Panorama over Irak
Doornige Mia
De Wever op de keien
vrt en steekpartij
vol is vol
In de tekst staat verder nog: waarom moeten gepensioneerden die tijd zat hebben zonodig tijdens de spits op de trein stappen?
Weerom een gelijkaardig antwoord: als je van de ene kant van het land wil reizen naar de andere moet je er vroeg bij zijn. En heeft men liever nog meer autobussen op de snelwegen?
De oplossing voor de spits is inderdaad het inleggen van meer dubbeldekkers: men moet niet uitgaan van de bestaande capaciteit, maar van de ultieme doelstelling: minder verkeer op de wegen, dus meer openbaar vervoer.
Guernica


bij de Guernica in Reina Sofia Madrid
we stonden te duizelen
voor de gebroken vrouw,
dachten geen seconde
aan Dora Mar, gek
gemaakt door de meester
de stier was immers
een ander dier, een monster
in uniform – het kale
peertje, geen stormlamp
in een garage waar het
touw hing en haar lichaam
tolde toen de poort werd geopend
een ijle lichtflits doorheen
de eeuwige nevel van
steengruis, kalk en kreten
een verre vuurpijl van op
een schip in nood terwijl
de obers zich ontfermen
over een bestelling
duizelig werden wij
ervan, de aarde kantelde
met palacio en avenidas
vrijwel kleurloos en geen
kleur zo hevig bloed en
darmen, snot en bot
we stonden verslagen
opgenomen ten hemel
met uitzicht op de hel
we dachten geen seconde
aan Dora Mar: heeft een
doorzeefde weet van één kogel?
