Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
zelfdoding
Dit standpunt komt er dus op neer dat over zelfdoding minder gedetailleerd zou mogen worden bericht om navolging te vermijden.
Dit kan correct zijn - al ben ik er zelf niet helemaal van overtuigd - maar waarom zou het dan niet nog veel meer moeten gelden voor de weergave van misdaden die overduidelijk 'copy cats' uitlokken: denk aan de raids op Amerikaanse scholen etc
Een van de vragen die deze mededeling van de journalistenbond oproept is: waarom in het ene geval wel pleiten voor een soort zelfcensuur en in al de andere niet?
Heeft dit met een taboe te maken?
melkmeisje


melkmeisje
- verder lezend in Anton Coolen –
zeverdraden aan de muilen
de kettingring tokkelt op
de muur; een driepikkel,
een rok, een schort, opgeschort,
dijen van room en rozig dons
in de lage lantaren
veertien ben je en bang
voor die meid: de glinstering,
de vochtige mond – waaraan
denkt ze terwijl ze melkt?
bange jongen alsof je weerom
op je buik ligt aan de rand
van een Alp, op reis met
de mutualiteit: de diepte
van duizend meter, een suizen
in je hoofd en maag
waaraan denk je, je denkt
niet eens – alleen die vrees,
die zwaartekracht, de lokroep
om kwijlend een koe te zijn
terwijl zij, terwijl zij
glinstert in ogen, ademt
met open mond, al deze
warme lijven in een stal:
koeien, jij en een meisje
Ben Berden
natuurfilm
heb je gemerkt hoe teder
een tijger zijn prooien verslindt:
hij likt ze, wentelt ze alsof
hij een zeldzaamheid monstert
een warm juweel van scharlaken
en bont, gouden veren, ivoor
een tijger heeft een uitgelezen
smaak, met meer in zijn schedel
had hij een wijntje bedacht
geen mens gaat zo zorgvuldig
om met zijn prooien: het vlees
van een lagere soort, het smeken
van zijn eigen – een mens
keert dorpen om als versleten
kleren, koffers waar een familie
sinds eeuwen haar geschiedenis
verborg, een mens kent het
geniepig genieten dat een
schaamte ontbloot, een droom
ontbladert en ontwortelt
geen menselijk roofdier
vertoont van de tijger
het tedere omgaan
met de dood in zijn muil
Anton Coolen


Anton Coolen, een danklied
- bij Dorp aan de rivier -
een duurbaar boek, je las
doorheen het voorgoed voorbije
dankbaar om het vertoeven
bij karekiet en wielewaal
ijsschollen speelden tikkertje
in een gure winter, een golfslag
ging gekleed in schubben van zilver
heiligenschijn, jouw silhouet
op de dauw – een moeder verborg
haar gezicht, getekend door
de doodzonde van het vlees
uiteraard de grienden, de pluimen
van een rietkraag, uiterwaarden
afgebiesd met ruis in populier
molenaarsknechten werden
opgeknoopt door een onzichtbare
hand, een stroper verloor
zijn strikken, werd bezocht
door een zwervende droom:
een lichaam dat neerligt
als een zandweg bij volle maan,
verdwijnt naar de einder
duurbaar de dokter en zijn
stervende vrouw voor wie
gebeden wordt in kerk en kroeg
terwijl het klooster leeg loopt
en kaarsen brandt langs de rivier
(in het spooklicht van een stormlantaarn
ziet de zoon zijn vader, over diens
schouder een witte pop die moeder was:
haar lichaam toevertrouwd aan eigen
tuin, zand verhuist naar gewijde grond)
je las deze verhalen dankbaar,
liep mee over de stroom toen
hij stolde, voer mee met het veer
hier ben je thuis, hier moet je
vertoeven: in de verbeelding
van een verleden waar doven
horen met de zintuigen van een hond
dankbaar om het dorp dat je
hebt verlaten, in verbeelding
keer je weer: alleen in
verbeelding is het voor
eeuwig wat het was
Panorama over Irak
Doornige Mia
De Wever op de keien
vrt en steekpartij
vol is vol
In de tekst staat verder nog: waarom moeten gepensioneerden die tijd zat hebben zonodig tijdens de spits op de trein stappen?
Weerom een gelijkaardig antwoord: als je van de ene kant van het land wil reizen naar de andere moet je er vroeg bij zijn. En heeft men liever nog meer autobussen op de snelwegen?
De oplossing voor de spits is inderdaad het inleggen van meer dubbeldekkers: men moet niet uitgaan van de bestaande capaciteit, maar van de ultieme doelstelling: minder verkeer op de wegen, dus meer openbaar vervoer.
Guernica


bij de Guernica in Reina Sofia Madrid
we stonden te duizelen
voor de gebroken vrouw,
dachten geen seconde
aan Dora Mar, gek
gemaakt door de meester
de stier was immers
een ander dier, een monster
in uniform – het kale
peertje, geen stormlamp
in een garage waar het
touw hing en haar lichaam
tolde toen de poort werd geopend
een ijle lichtflits doorheen
de eeuwige nevel van
steengruis, kalk en kreten
een verre vuurpijl van op
een schip in nood terwijl
de obers zich ontfermen
over een bestelling
duizelig werden wij
ervan, de aarde kantelde
met palacio en avenidas
vrijwel kleurloos en geen
kleur zo hevig bloed en
darmen, snot en bot
we stonden verslagen
opgenomen ten hemel
met uitzicht op de hel
we dachten geen seconde
aan Dora Mar: heeft een
doorzeefde weet van één kogel?
vol is vol
journaille
Eerlijk gezegd, er zijn zo van die momenten dat ik twijfel aan mijn mentale gezondheid: ben ik gek of zijn het de anderen?
Die momenten werden vandaag woensdag geleverd door het VRT-journaal en Terzake.
We zagen een meute journalisten leerlingen overvallen van de Gentse school waar een jongen van 14 is doodgestoken.
Wat hadden die kinderen aan informatie te bieden? Niets.
Waarom moesten zij dan zonodig worden lastig gevallen: uit pure sensatiezucht.
En dat door types die van zichzelf denken dat zij het geweten van de natie vertegenwoordigen.
Mag ik zeggen dat ik moet braken van dit universitair geschoold tuig?
Vandaar de naam journaille, afgeleid van canaille: uitschot.
De VRT-journalisten zullen natuurlijk weer opwerpen dat het hun journalistieke plicht is om de bevolking te informeren. Ga dan naar mensen die eventueel informatie kunnen bezorgen: de politie, het gerecht.
Bovendien: is het echt een behoefte aan informatie die sommige kijkers naar dit wansmakelijk vertoon doet kijken?
Misschien ben ik te dom om het te begrijpen maar mijn pover verstand zegt dat alleen mensen die belust zijn op bloed en spektakel hier behoefte aan hebben.
Zoals in vroegere tijden de markten vol liepen om naar openbare terechtstellingen te kijken. Mensen zien vierendelen of radbraken dat was toen het equivalent van de huidige stierengevechten of van het potige voetbal.
Een beschaafd volk buigt het hoofd voor misdaden die worden gepleegd door minderjarigen en vraagt zich af hoe het zo ver is kunnen komen en wat eraan gedaan kan worden.
Daar heb je geen reportageploeg op de plaats van het misdrijf voor nodig maar wel een experte zoals Mieke van Hecke in diezelfde Terzake.
En jeugdpsychologen en anderen die in staat zijn om naar de diepere oorzaken te peilen: de achtergrond van de daders, de levenssituatie van de jongeren vandaag.
Waarom vinden jongeren in Vlaanderen het nodig om een mes op zak te hebben:? Die vraag kon men al stellen na het gelijkaardige incident in Oostende.
Waarom ontploffen onze jongeren zo gemakkelijk: wat is er mis met hun opvoeding thuis, onder welke invloeden komen ze tot deze wandaden?
Dit zou de journalisten moeten bezig houden en niet het aanklampen van minderjarigen die evenmin weten wat er aan de hand is.
Voor deze meute van de pers voel ik alleen maar de diepste walg.
oorlogstrom of vredespijp
mannen van Mars, vrouwen van Venus?
In de boekenbijlage van De Standaard of De Morgen stond vorige week een interview met auteur Stefan Hertmans die een studie heeft gepubliceerd over de vrouwelijke hoofdpersonages uit de Griekse tragedies: Medea, Electra, Antigone etc
Zijn mening: vrouwen zijn toch altijd de grootste slachtoffers van oorlogen die door mannen worden in gang gezet en uitgevochten, en dat maakt vrouwen als tragische figuren zo interessant.
De intellectueelste van alle Vlaamse auteurs komt dus niet verder dan de schrijfster van het populariserende: 'Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus'.
Was de werkelijkheid maar zo simpel en eenduidig.
Onder meer uit de Congoboeken van Jef Geeraerts weten we dat bij stammenoorlogen de mooiste meisjes opwindende dansen uitvoerden om hun krijgers op te hitsen zodat ze zouden weten welke beloning hen voor hun heldenmoed te wachten stond. Testosteron omzetten in de agressieve adrelanine, daar hadden deze stammen nooit over gelezen maar ze brachten het wel in de praktijk.
Beelden uit WO II tonen de Duitse treinen die vertrokken richting Oostfront: op de perrons wuivende meisjes en vrouwen.
Op het tv-journaal konden we na de Falklandruzie tussen Engeland en Argentinië de Engelse oorlogsschepen zien aankomen in de haven van Southampton: alweer duizenden hysterische vrouwen op de kade om de helden toe te juichen.
Wanneer familieleden van Amerikaanse soldaten die vechten in Irak of daarnaar op weg zijn, worden geïnterviewd, dan horen we de moeder of echtgenote zonder uitzondering verklaren: 'I'm so proud he is serving his country'.
Dat is het historisch refrein: 'proud to serve' wat dan neer komt op het doden van mensen die men nooit eerder heeft gezien - en met de moderne wapentechnologie meestal nooit zal zien - en die mensen zijn dan inderdaad vaak vrouwen en kinderen, om van de ouderlingen te zwijgen.
Dit inzicht is allesbehalve nieuw, het ligt aan de basis van het vrolijk-ondeugende toneelstuk Lysistrata van de Griekse blijspeldichter Aristofanes, een tijdgenoot van de grote tragedieschrijvers. Dus meer dan 2300 jaar geleden. Aristofanes laat de vrouwen van Athene een liefdesstaking houden: zij weigeren nog met hun mannen naar bed te gaan zolang die oorlog voeren. Uiteindelijk laten de dappere heren hun zwaarden vallen en richten hun kleinere speer op.
Dit is de kern van de zaak: slachtoffers zijn vaak medeplichtig, maar dat besef dringt pas door wanneer de kansen aan het keren zijn. In de USA was er nagenoeg geen protest tegen de invasie in Irak tot de lijkzakken begonnen aan te komen en gruwelbeelden erin slaagden om door de censuur te dringen ('embedded journalism' werd die genoemd).
Trouwens, is het een triomf van de emancipatie dat nu ook vrouwen geüniformeerde moordenaressen zijn geworden?
Slachtoffers zijn alle mensen die niet de kans hebben gekregen om te protesteren of die wel hebben geprotesteerd maar naar wie niet is geluisterd. Wie eerst staat te juichen wanneer de krijgslustigen op hun oorlogspad vertrekken, kan zich achteraf geen slachtoffer meer noemen: die is medeplichtig net als de onverschilligen en moreel gezien zelfs mededader.
luchtjes van Brugge
is er geen luchtje aan Moenaert?Onderzoek van VITO wees uit dat de lucht in Brugge de minst vervuilde is van alle Vlaamse steden.Burgemeester Moenaert is er in De Standaard van zaterdag 1 september als de kippen bij om dit toe te schrijven aan zijn mobiliteitsplan.Dit plan heeft ongetwijfeld zijn verdiensten al was het maar door het weren van toeristenbussen uit de binnenstad. Minder optimistisch kunnen we zijn over de parkeermogelijkheden rondom de binnenring: daar blijft het langs vele invalswegen zoeken naar een parkeerplaats waardoor er toch nog te veel auto's de stad in rijden.Maar is de betere score van Brugge niet in de eerste plaats te verklaren door de afwezigheid van industrie binnen de stadsmuren waardoor het vrachtvervoer beperkt blijft tot de leveranciers van de handelszaken? Dit is een historisch gegeven en geen verdienste van de huidige bestuursploeg.Nog minder rooskleurig is de ecologische politiek: de groene gordel rondom de stad is allesbehalve gerealiseerd, integendeel: denk aan de aanslepende conflicten over het Lappersfortbos en de hoofdkwartierenzone in de Chartreuse. Daar bovenop komen de plannen voor de bouw van een shoppingcentrum annex nieuw voetbalstadion in Loppem, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat het grootste deel stadsbestuur zelf hiertegen is. Zij verkiezen een uitbreiding van het huidige Jan Breydelstadion wat dan weer meer overlast zou betekenen voor de deelgemeente Sint-Andries.Maar aan bosbehoud en actief behoud van open ruimte doet de stad veel te weinig. De huidige bewindsploeg wil daarentegen steeds meer groenzones inpalmen voor kantoren, winkelcentra en bedrijfsterreinen terwijl reeds bestaande bedrijfsgronden nog onvoldoende benut zijn.Kortom, er hangt wel degelijk een luchtje aan Moenaert en zijn ploeg: de zittende coalitie heeft geen enkele reden om een hoge borst op te zetten. Zij profiteren voorlopig van een historisch gegroeide situatie maar doen er veel te weinig aan om die te consolideren laat staan te verbeteren.


patatten in de pel
- lezend in Anton Coolens Dorp aan de Rivier –
na het rooien walmde een bittere
wierook van loof, de boer gaf toe
aan een gewoonterecht: sloebers
en hun zonen hakten in de lege
akker, haalden onder verdorde
kluiten hun goudklompjes op:
de gele of rozige vruchten
die ontsnapten aan de mand
jutebalen kregen bulten, hingen
te klotsen over fietsbuis of schouder
dan kwamen de jongsten, groeven
een kuil, zochten fijne twijgen
en staken ze aan – een halve eeuw
geleden en nog slaat de rookpluim
in je gezicht: de pijnprik die je moest
betalen voor het jaarlijks festijn
de knollen lagen zwart geblakerd
in de as, sisten soms als worsten
op een rooster – vingernagels
met rouwbanden maakten ze open
plukten de hete verpakking
van een hemelse gave
proef het zachte, zoetige, wat
verbrokkelend vlees, het zerpe van
verbranding, de geur van zand
en geduldig smeulen – zie doorheen
de deemstering de gloed in ogen,
de stille glans om de mond van
jongens, meisjes: ze zaten genodigd
aan een tafel van weelde, gehurkt
in het veld, een ver geloei uit de weiden,
een hond die aansloeg, de gedurige
populieren hun goedkeurend geruis

