Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
twee of een
ontmoeten
- 'twee zielen gloeiende aaneen gesmeed. ' Joost Van den Vondel -
de eerste frivole nacht
leken hun lichamen
twee gordijnen opgelicht
door een terloopse tocht
ze zeefden een verleden
alsof er zilveren letters
vielen van zwarte bladzijden:
ledematen hadden het koperen
slot geopend van een lijvig boek
met de jaren raakten hun franjes
in elkander verward, hoe meer
een andere trok – een mogelijkheid
strak als een koord – hoe vaster
de verknoping tot scheiden
niet meer kon zonder
het doorsnijden van aders
damast liep over in damast
zoals verhalen worden overgenomen
van vreemde volken en geen
nog weet wie de bedenker was
soms lijkt een woord bij machte
om te verscheuren wat verweven
is tot ooit de vezels versterven
en beide doeken loslaten
voor dat ene raam
soms een woordenloze dag
die het raam zelf verbrijzelt
bijna: telkens zijn er weer
deze onzichtbare draden:
ze naaien zich dicht alsof
een hand ze stuurt en het is
geen hand, geen boos
noch blijmoedig oog
gewoon twee gordijnen
even opgelicht door een
frivole tocht, twee franjes
verknoopt tot één weefsel
na een terloopse nacht
vleier
hope he is a flatterer -W. Shakespeare
hoop is hardnekkig ontkennen
wanneer je verpletterd wordt
onder bewijzen
dat je voorbij zal zijn
zoals een regenbui
die opgaat in wat damp
het is onschuldig pleiten
aan de dood van schilfers
aan je huid
je onwetend houden
van klopkever, trilworm
het knagen in dwarsbalk en lever
het is de getuigenis weerspreken
van al wie opdaagt
in je droom
wanneer je starend
voor het venster zit
en weer de bomen ziet
in de zoom van nu bebouwde velden
het is verloochenen:
ik heb ze nooit gekend
deze vrouw
die moeder was
deze vader
deze broer die gesprongen is
alsof een hand hem duwde
hoop is een zaak bepleiten
die bij voorbaat verloren is
het amuseert de rechter
tot hij geërgerd of verveeld
jou tot de orde roept:
het is genoeg geweest
en zijn stem is helder
zoals een lucht dat is
na het onweer
stressless
vouwzetel
stressless staat de vouwzetel
op het klamme terras
de krulwilg in zijn zinken kuip
doet alsof hij schaduw geeft
hij buigt voorover alsof hij in de verte tuurt
met opgetrokken schouders
en het nekkussen van de stressless
drukt precies tegen de wervels
van een afwezige nek
nog méér nevel en vaster, en je kon
de onzichtbare kneden als klei
armen leggen over de leuning
van goudgele es – ze golven wat
naar de lijn van polsen
misschien leest de afwezige
een krant van vroeger
en zou die anders zijn
dan vandaag – vrolijker?
wanneer is een krant dan beter:
met leeg papier
alsof de wereld is schoon gewist
gelijk beregende ruiten
de zetel lijkt ontspannen
hij staat daar met een allure
van laat maar waaien
en er is geen zuchtje wind
het is een dag in de kamer
die moeizaam aanvangt
afgunstig staar je naar die zetel
die het allemaal om het even is:
geen begin, niets dat af- en verder loopt
niets dat hij zonodig moet verzinnen
nagalm van Neruda


ik beken, ik heb geleefd - Pablo Neruda
hij bekent : hij heeft maar half geleefd
met een hand die greep en streelde,
meestal zich verveeld in leven schreef
een jongen die soms de boom in kon
waar de kers losschoot
als een kogel van genot
wat er van de liefde was,
haar drinkbaar water:
hij proefde de drab op de bodem
na de bubbels die verdwazen
hij kende een vader half om half
een beul, een heul;
een moeder even aanwezig
en afwezig daarna in de hevigheid
van altijd en nooit
woorden kwamen
helend als hysop,
gesmolten honing
in warme melk,
kletterwoorden
zo klein als wisselgeld
grotere staken als glazen
splinters in zijn krop
hij bleef maar half:
een ziener, een blinde,
vertrekker en klever
aan drempel en deur
een eenhoorn, een kalf -
iets broodnodigs
klaargelegd om niet te vinden
zoals een zeldzaam weefsel
dat herinnerd wordt als scheur
ochtendmist
ochtendmist
nevel is een scenograaf,
hangt draad na draad
een gaasdoek op: neteldoek,
tule, organza, glasgordijnen
en kamer na kamer ziet
op een kamer uit
doek één: kronkelingen
van een wilg, het donkerste
borduursel en verder
dekt maas over maas
alle ramen af - je denkt aan
waterschotten in een schip:
zwijgen sijpelt in, vertraagt
de vaart alsof de aarde
nu stil ligt in de ruimte
nevel regisseert, zet aan
tot mediteren, neerzinken
in zichzelf, deelnemen aan
wat leeft in duizend kamers
die je moet raden: mensen
zwijgen met de bomen mee,
komen zitten gewikkeld
in tule en organza
de haan 2

de haan 1

waterputten
Leukemans
dirty old man


no impurity so impure as old age – Death in Venice
ouderdom is het ergste bederf
lees het in ogen van zestien:
dirty old man, je kwalijke
adem van opengelegd graf
kom, haal je lievere doden
naar boven, roep hun namen
af en ze treden in wikkels
uit hun spelonk
ga zedig de perzik voorbij,
de plastic vlinder in een vlecht:
merk hoe ze haar voorhoofdje
fronst, wat verder giechelt
met haar dikke boezemvriendin,
dirty old fool
geen bederf is erger dan
de grimas op je smoel, doen
alsof je ergens nog bij hoort,
alsof het behoort dat je
een straat met haar deelt,
dirty old fart
je hoort het aan de jonge
cassière, haar rituele groet:
schuif door, maak voort, de deur
staat al open, geen mond lacht
wijder dan dit gat in de nacht,
een gleuf in het donker waar je
als bij wonder in past,
dirty old asshole
keep your eyes to yourself
Mozes
come down, Moses, calm down
maak de wegwijzer niet groter
dan nodig, weet je: Mozes
kwam nooit in het Beloofde Land
hij stond aan de rand, wees en
zonk ter aarde, zondig als geen ander
wijzen komen zelden waarheen
ze wijzen, ze bereiken een rode
heuvel wanneer de zon in vegen
vermiljoen en violet oplost
in schemer – ze hurken
tegen een boom bij een veer,
slaan de rivier gade, het volk
dat komt en gaat, ze blijven
als een nabeeld in de geest
meestal bestaat alleen een weg,
komt de bestemming nooit nader
dan een droombeeld: ze draagt
een kleed van golven en glans,
laat het achter als kleverig laken,
een net waarmee je hebt geworsteld
maak hem niet groter dan nodig,
de uitlegger van je dromen:
hij bewijst zoals een ritseling
in een boom het bestaan van vogels,
de terloopse grijpbaarheid van wind
volg zijn hand en aangezicht, de glinstering,
hoe blijgezind ze verwijzen naar ver
en nabij: lag het ene ooit
waar het andere niet lag?
remember Semira
remember Semira
Adamu, dochter
van Adam, verjaagd
niet eens uit een paradijs,
niet door een vlammend zwaard:
gewoon de gladde huid van een kussen
remember Semira
spartel niet, laat het lopen
op een uniform: voel je nog
de kolos op je borstkas,
druipt zijn zweet in je nek?
remember Semira
boek een vlucht, een laadruimte
bij containers: bevat je het,
do you contain, met een IJzeren Gordijn?
remember Semira
merk de naamlozen, documentlozen,
de boot die drijft met opgeblazen
buik, de paarse aubergines
in onze blauwste zee: o zonde
van onze stranden
remember Ahmed, Dieudonné
al die mooie namen, uitgewist,
opgelost in zout water: ook
een Endlösung al lijkt ze
niet gepland, is het vervoer
niet zo best geregeld
remember Semira
wat verloopt volgens plan:
wie verbreekt de regels,
de zegels van laadruim en document?
play by the rules Semira
of je verdwijnt in een naam:
dochter van een Adam,
domme Eva zonder grens
we don’t remember Semira
een geheugen heeft een grens
dag van de migrant
religie in de hoek
****Deze twist tussen gelovigen en vrijzinnigen duurt nu al dagen: is het een blijvende mode om steeds naar de andere(n) te kijken en te wijzen met een beschuldigende vinger, en nooit eens naar zichzelf?
père Gilbert
le père Gilbert
hij kent het slang van de
bidonville, spreekt zijn god
aan met ‘mon pôte’, heeft het
over ‘couilles et je te casse
la gueule’ en boven alles
zoals in het Vlaamse lied
van Liefde gaf u duizend
namen, die ene naam met
grote L opgerekt als een
fakirtouw tussen ergens
een hemel en hier een aarde
ooit zal ze voltooid zijn en
stralen ongehinderd door
glasraam, huid, kleed van weelde,
ooit zal hij staan van aangezicht
tot aangezicht, trillend deeltje
in een zinderend wezen
de camera focust op de hakken
van zijn cowboylaarzen, op het
roze gebit dat hij toont
als een trofee: twee linten
in de orde van de sloppen
je weet het niet, het zal wel
waar zijn dat hij bij een stervende
jongen zat, een hand streelde,
een blik definitief op een deur gericht
en verder geen woord, geen oog gebroken
‘Liefde’ klinkt het mooist, zegt hij,
als het niet wordt uitgesproken
doe zo voort


doe zo voort, jongen
leg het strookje met je woorden
onder de tong der doden
wie anders wekt ze
uit hun versteende slaap
wie anders hoort nog
in het tuiten van herfstige tocht
het ijlen wat zij oplezen
tekens onder spocht
wie ziet het huis oprijzen
zoals het zonder blinddoek
voor zijn sloper stond
toen verstomde weemoed
uit zijn gaten keek
en het naar de moker boog
zoals een samoerai zijn keizer groet
wie voelt het vilt van geraniums
de kille zwengel van een slorpende pomp
waar de bewoners hun hals en haren
wassen en verbleken
tot de witte schemering van tegels
wie snuift de donsveertjes op
verkalkte drek
in het zoele hok van vaders duiven
die niet vielen
maar smaakten bij de pruimen
wie weet ver weg de steiger nog
waar een moeder roept
en de Schelde glanst
zwart van haar angst
wie ?
ja, besta dan, weersta
‘het mistroosten en misprijzen’
jij bent de enige nog
die de scherven draagt
de stukken die hun
aanwezig zijn bewijzen
Kuiperskaai


Kuiperskaai annus terribilis 1972
het derde jaar was
dolen, de nacht doorsteken
als een dijk, holen bewonen
in een Kuiperskaai
The Old Wheel: weinig
deed er toe en niets zoveel
als een meisjeshuid, meestal
een weerspiegeling
in het doodse water
eens twee blote schouderbladen
in een leeg gelopen kelder
het deuntje verdween, de ijlende
woorden van een slow
na dertig jaar kan je het
raden: Nights in White Satin
van wit satijn haar rug
niet eens dronkemanspraat
en nog grotere dronkaards
loerden afgunstig
jouw vingers melige
meikevers aan de rand
van een lindeblad
dropten met gelijmde
dekschilden in een
lucifersdoosje verstikking
never reaching the end
fool on the hill
walk of fame
Walk of Fame
- thread softly, because you thread on my dreams. W. Wordsworth -
de doden komen
over het pad van hun naam
je roept ze niet, letter
na letter heb je open
geplooid, de klanken
strekken zich uit
in een brede wegel
Lucienne, moeder
voor zes maanden,
van Kersschaever:
je hurkt weer in de gulle
kerselaar, hangt een
dubbele over je oor
je loopt door het rulle
zand voorbij haver en
klaver, klaprozen
alsof de aarde vele lippen
heeft om te zoenen
ze komt vanmorgen
deze dode van een halve
eeuw geleden: over
haar uitgestreken naam
klinkers, medeklinkers
liggen als tegels
te blinken in jouw
Walk of Fame
de wandelstraat in je hoofd
waar ze hun vingers en
voeten afdrukten in
stollend cement
trap zachtjes tegen dit hoofd
je trapt op hun namen

