Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
dirty old man


no impurity so impure as old age – Death in Venice
ouderdom is het ergste bederf
lees het in ogen van zestien:
dirty old man, je kwalijke
adem van opengelegd graf
kom, haal je lievere doden
naar boven, roep hun namen
af en ze treden in wikkels
uit hun spelonk
ga zedig de perzik voorbij,
de plastic vlinder in een vlecht:
merk hoe ze haar voorhoofdje
fronst, wat verder giechelt
met haar dikke boezemvriendin,
dirty old fool
geen bederf is erger dan
de grimas op je smoel, doen
alsof je ergens nog bij hoort,
alsof het behoort dat je
een straat met haar deelt,
dirty old fart
je hoort het aan de jonge
cassière, haar rituele groet:
schuif door, maak voort, de deur
staat al open, geen mond lacht
wijder dan dit gat in de nacht,
een gleuf in het donker waar je
als bij wonder in past,
dirty old asshole
keep your eyes to yourself
Mozes
come down, Moses, calm down
maak de wegwijzer niet groter
dan nodig, weet je: Mozes
kwam nooit in het Beloofde Land
hij stond aan de rand, wees en
zonk ter aarde, zondig als geen ander
wijzen komen zelden waarheen
ze wijzen, ze bereiken een rode
heuvel wanneer de zon in vegen
vermiljoen en violet oplost
in schemer – ze hurken
tegen een boom bij een veer,
slaan de rivier gade, het volk
dat komt en gaat, ze blijven
als een nabeeld in de geest
meestal bestaat alleen een weg,
komt de bestemming nooit nader
dan een droombeeld: ze draagt
een kleed van golven en glans,
laat het achter als kleverig laken,
een net waarmee je hebt geworsteld
maak hem niet groter dan nodig,
de uitlegger van je dromen:
hij bewijst zoals een ritseling
in een boom het bestaan van vogels,
de terloopse grijpbaarheid van wind
volg zijn hand en aangezicht, de glinstering,
hoe blijgezind ze verwijzen naar ver
en nabij: lag het ene ooit
waar het andere niet lag?
remember Semira
remember Semira
Adamu, dochter
van Adam, verjaagd
niet eens uit een paradijs,
niet door een vlammend zwaard:
gewoon de gladde huid van een kussen
remember Semira
spartel niet, laat het lopen
op een uniform: voel je nog
de kolos op je borstkas,
druipt zijn zweet in je nek?
remember Semira
boek een vlucht, een laadruimte
bij containers: bevat je het,
do you contain, met een IJzeren Gordijn?
remember Semira
merk de naamlozen, documentlozen,
de boot die drijft met opgeblazen
buik, de paarse aubergines
in onze blauwste zee: o zonde
van onze stranden
remember Ahmed, Dieudonné
al die mooie namen, uitgewist,
opgelost in zout water: ook
een Endlösung al lijkt ze
niet gepland, is het vervoer
niet zo best geregeld
remember Semira
wat verloopt volgens plan:
wie verbreekt de regels,
de zegels van laadruim en document?
play by the rules Semira
of je verdwijnt in een naam:
dochter van een Adam,
domme Eva zonder grens
we don’t remember Semira
een geheugen heeft een grens
dag van de migrant
religie in de hoek
****Deze twist tussen gelovigen en vrijzinnigen duurt nu al dagen: is het een blijvende mode om steeds naar de andere(n) te kijken en te wijzen met een beschuldigende vinger, en nooit eens naar zichzelf?
père Gilbert
le père Gilbert
hij kent het slang van de
bidonville, spreekt zijn god
aan met ‘mon pôte’, heeft het
over ‘couilles et je te casse
la gueule’ en boven alles
zoals in het Vlaamse lied
van Liefde gaf u duizend
namen, die ene naam met
grote L opgerekt als een
fakirtouw tussen ergens
een hemel en hier een aarde
ooit zal ze voltooid zijn en
stralen ongehinderd door
glasraam, huid, kleed van weelde,
ooit zal hij staan van aangezicht
tot aangezicht, trillend deeltje
in een zinderend wezen
de camera focust op de hakken
van zijn cowboylaarzen, op het
roze gebit dat hij toont
als een trofee: twee linten
in de orde van de sloppen
je weet het niet, het zal wel
waar zijn dat hij bij een stervende
jongen zat, een hand streelde,
een blik definitief op een deur gericht
en verder geen woord, geen oog gebroken
‘Liefde’ klinkt het mooist, zegt hij,
als het niet wordt uitgesproken
doe zo voort


doe zo voort, jongen
leg het strookje met je woorden
onder de tong der doden
wie anders wekt ze
uit hun versteende slaap
wie anders hoort nog
in het tuiten van herfstige tocht
het ijlen wat zij oplezen
tekens onder spocht
wie ziet het huis oprijzen
zoals het zonder blinddoek
voor zijn sloper stond
toen verstomde weemoed
uit zijn gaten keek
en het naar de moker boog
zoals een samoerai zijn keizer groet
wie voelt het vilt van geraniums
de kille zwengel van een slorpende pomp
waar de bewoners hun hals en haren
wassen en verbleken
tot de witte schemering van tegels
wie snuift de donsveertjes op
verkalkte drek
in het zoele hok van vaders duiven
die niet vielen
maar smaakten bij de pruimen
wie weet ver weg de steiger nog
waar een moeder roept
en de Schelde glanst
zwart van haar angst
wie ?
ja, besta dan, weersta
‘het mistroosten en misprijzen’
jij bent de enige nog
die de scherven draagt
de stukken die hun
aanwezig zijn bewijzen
Kuiperskaai


Kuiperskaai annus terribilis 1972
het derde jaar was
dolen, de nacht doorsteken
als een dijk, holen bewonen
in een Kuiperskaai
The Old Wheel: weinig
deed er toe en niets zoveel
als een meisjeshuid, meestal
een weerspiegeling
in het doodse water
eens twee blote schouderbladen
in een leeg gelopen kelder
het deuntje verdween, de ijlende
woorden van een slow
na dertig jaar kan je het
raden: Nights in White Satin
van wit satijn haar rug
niet eens dronkemanspraat
en nog grotere dronkaards
loerden afgunstig
jouw vingers melige
meikevers aan de rand
van een lindeblad
dropten met gelijmde
dekschilden in een
lucifersdoosje verstikking
never reaching the end
fool on the hill
walk of fame
Walk of Fame
- thread softly, because you thread on my dreams. W. Wordsworth -
de doden komen
over het pad van hun naam
je roept ze niet, letter
na letter heb je open
geplooid, de klanken
strekken zich uit
in een brede wegel
Lucienne, moeder
voor zes maanden,
van Kersschaever:
je hurkt weer in de gulle
kerselaar, hangt een
dubbele over je oor
je loopt door het rulle
zand voorbij haver en
klaver, klaprozen
alsof de aarde vele lippen
heeft om te zoenen
ze komt vanmorgen
deze dode van een halve
eeuw geleden: over
haar uitgestreken naam
klinkers, medeklinkers
liggen als tegels
te blinken in jouw
Walk of Fame
de wandelstraat in je hoofd
waar ze hun vingers en
voeten afdrukten in
stollend cement
trap zachtjes tegen dit hoofd
je trapt op hun namen
barbaren
wachten op de barbaren – J.M. Coetzee
geschiedenis is wat mensen schrijven
en hun inkt is bitter en bloedrood
ze is het verhaal van de zaden niet
noch van de vogel die komt en gaat
ze verhaalt het dwaze bewegen
dat in de aarde boort
naar de hemelen haakt
zichzelf verscheurend tussenin
geschiedenis vertrapt het graan
zodra het opschiet
verbrandt de bomen op hun berg
ze slacht het dier dat jongen werpt
en de jongen die nog zogen
ze volgt de stroom niet
die de velden voedt
de tijd raakt zijn tel kwijt
in haar daden
geschiedenis schuimbekt
van een zieke drift die geen
drift meer is maar verbeelding
fantasie van zieke geesten
geschiedenis wil vergeten
dat er meer is dat zich wreken zal
wanneer de mens geschrapt wordt
uit het boek der sferen
wanneer de nevel zich keren zal
en verschroeien bitter en bloedrood
katholiek onderwijs 3
katholiek onderwijs en pluralisme
Het verwondert mij dat Paul De Knop, hoofd van het gemeenschapsonderwijs, een incident nodig heeft gehad om te wijzen op de moeilijke omgang van het katholiek onderwijs met een pluralistisch Vlaanderen. Een debat ten gronde over dit onderwerp zal wellicht nooit bevredigend zijn. De reden is te zoeken bij de alles vervalsende hypocrisie die van beide kanten komt: zowel van katholieke bestuurders als van andersdenkende participanten, ouders en leerkrachten.
Een enquête uitgaande van de Guimardstraat zelf, nog ten tijde van de voorganger van Mieke van Hecke, heeft duidelijk gemaakt dat slechts 15% van de ouders voor het katholieke net kiest omdat het katholiek is, 85% doet dat om andere redenen zoals de bereikbaarheid, de verondersteld superieure kwaliteit etc
Andere cijfers: ruim 70% van de Vlaamse jeugd gaat naar een katholieke school, maar het is lang niet meer zo dat 70% van de Vlamingen katholiek is. De huidige verhoudingen zijn toe te schrijven aan de voorgeschiedenis, aan de tijd dat scholen werden opgericht door de katholieke zuil in een overwegend christelijk Vlaanderen.
Deze toestand is stabiel gebleven juist vanwege die hoger genoemde hypocrisie.
Een bekend voorbeeld is de Antwerpse burgemeester Janssens die zijn kinderen naar een katholiek college heeft gestuurd nadat hij daar een affiche zag uithangen waarop een debat met onder meer Jaap Kruithof werd aangekondigd, dus zo enggeestig kon die school niet zijn.
Zo vindt iedereen wel een smoes om niet consequent te zijn, men speelt mee in een theater omdat men van oordeel is dat het er blijkbaar niet echt toe doet: een kind van vrijzinnige of andersgelovige ouders zal wel 'niet dood gaan' van een paar lessen katholieke godsdienst. En in de katholieke scholen wordt tenminste opgevoed, er worden nog regels gesteld, hoor je vaak zeggen. De oproepen om opnieuw een schooluniform in te voeren passen perfect in dit kader: ouders voelen zich niet bij machte zelf nog paal en perk te stellen aan het gedrag van hun kinderen, dus moet de school het maar oplossen, desnoods met de reactionaire methodes van de 'goeie ouwe tijd'.
En zo kan het katholieke net een gedoogbeleid doorvoeren: iedereen is welkom als die maar 'loyaal' is tegenover het 'eigen pedagogisch project' van de katholieke scholen. Wat die loyaliteit in concreto betekent verschilt van school tot school afhankelijk van de ruimdenkendheid of bekrompenheid van de directie.
Zo werden op onze school jonge leerkrachten ondervraagd over hun privé-leven, onder meer over hun al dan niet ongehuwd samenwonen, werden gescheiden leerkrachten geïntimideerd en werd De Morgen verboden als didactisch leermiddel. Jarenlang heb ik mijn leerlingen van het laatste jaar de opdracht gegeven zelf een weekoverzicht te presenteren van de actualiteit op basis van 4 of 5 Vlaamse kranten. Merkwaardig genoeg kwamen er nooit protesten tegen het liberale Het Laatste Nieuws, wel telkens weer tegen De Morgen die als anti-klerikaal (en links) werd afgewezen door soms woedende ouders die bij de directeur een gretige medestander vonden. Toen ik een jaargenoot (samen met mij in 1973 afgestudeerd als germanist in Gent) die intussen directeur van een katholiek college in de Vlaamse Ardennen was geworden, daarover aansprak viel hij steil achterover: zijn college was in 1998 al meer dan 10 jaar geabonneerd op De Morgen.
Waarom wind ik mij zo op over al deze hypocrisie en dubbelzinnigheid?
Wat we ten allen prijze moeten zien te vermijden is een opvoeding die leidt tot onverschilligheid en cynisme. Daartoe lijkt het me noodzakelijk dat iedereen in het opvoedingsproces, opvoeder en opvoedeling, zichzelf kan zijn. Wie gedwongen wordt theater te spelen, leert het op de duur af om de dingen nog ernstig te nemen.
Het tegendeel van onverschilligheid is niet dat iedereen hetzelfde denkt, wel dat er nagedacht wordt in de hoop dat uit de schok der ideeën licht zal ontstaan. Het tegendeel van cynisme is niet dat iedereen militeert voor dezelfde partij of kerk, wel dat men een engagement uitdraagt.
Ik zal wel zeer naief zijn maar ik geloof nog steeds in 'de spontane frontvorming' en de noodzaak daartoe. Voorbeelden waren de anti-rakettenbetogingen uit de jaren 1980 toen je biddende nonnetjes in dezelfde stoet zag lopen als anarchisten en volgelingen van Che Guevara.
En vandaag vinden gelovigen en ongelovigen vinden elkaar in het protest tegen racisme en discriminatie, en in de strijd tegen uitsluiting, armoede en ecologische dreigingen.
Trouwens geen enkel geloof - afgezien van het fatalisme - ontslaat de gelovige van zijn of haar eigen verantwoordelijkheid. Geen enkel geloof zegt dat men zich kan wentelen in de luxe en de sociale rechtvaardigheid kan overlaten aan een miraculeuze ingreep van hierboven. Elke godsdienst die een heilsleer verkondigt onderstreept de medeverantwoordelijkheid van iedere volgeling. Spontane frontvorming in de zin dat men een gemeenschappelijk doel nastreeft is dus niet zo bizar of absurd. De essentiële uitdagingen laten ons weinig keuze: de veiligheid, de gezondheid van deze planeet hangen van iedereen af, niet enkel van een groep uitverkorenen die toevallig over het juiste inzicht beschikken.
De oproep van Al Gore en van het IPCC, de recente winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede, is gericht tot de gehele wereld, niet tot 'ware' gelovigen of 'bevrijde' atheïsten.
Pluralisme vooronderstelt twee voorwaarden: dat men een eigen overtuiging heeft én dat men bereid is om samen te werken met anderen die er een verschillende overtuiging op na houden. Daartoe moet men de komende generaties opvoeden: tot eenheid in verscheidenheid.
Een Zuidafrikaans dichter schreef in het jargon van Kaapstad een gedicht met als refrein 'hul is just people', 'ons is just people': wij, zij zijn 'gewoon mensen'. Deze planeet zal overleven of ten ondergaan door mensen, niet door goden, engelen of duivels. Onverschilligheid en cynisme zijn in dat perspectief even dodelijk als fundamentalisme. Men zou beide zelfs kunnen omschrijven als het fundamentalisme van de ikzucht, van het afgestompte consumentisme.
Hoe kom je tot geëngageerde, niet-fanatieke jonge mensen? Door ze zelf te laten onderzoeken en nadenken en ze tijdens dat proces te begeleiden en voorbeelden aan te reiken. Ook daarom is verscheidenheid binnen het lerarencorps noodzakelijk: de leerlingen moeten kunnen zien en horen dat er binnen de school uiteenlopend wordt gedacht en geleefd en toch samengewerkt. Uiterlijke en innerlijke uniformiteit werken contraproductief: zij bevorderen het sektarisme en niet de verdraagzaamheid.
Opvoeden tot 'actief pluralisme' is uiteraard niet de gemakkelijkste keuze net zomin als pluralisme in de samenleving ooit gemakkelijk zal zijn: je moet voortdurend afwegen wat de essentie blijft en door iedereen aanvaard moet worden, en wat men kan overlaten aan het persoonlijk geweten. Zo kan je niet toegeven op essentiële mensenrechten en op de principes van een grondwet. Maar hoe, bijvoorbeeld, de scheiding tussen kerk en staat concrete vorm krijgt, zal van generatie tot generatie anders ingevuld worden. Zoals elke generatie meer of minder gevoelig is voor de vrijheid van meningsuiting: in onze jeugd (1950-1970 ongeveer) werd de bemoeizucht van de pastoors zeker in landelijke dorpen zonder meer geslikt. Vandaag steekt men letterlijk of figuurlijk een middenvinger op.
Frank Vandenbroucke heeft gelijk dat engagement in de kern draait om emancipatie: je leert mensen steeds meer voor zichzelf op te komen en voor zichzelf verantwoordelijk te zijn. Zelfbevrijding zonder besef van medeverantwoordelijkheid voor de rest van de wereld is zelfbedrog en een vorm van zelfbevrediging die nooit bevredigend zal zijn. Niemand die bij zijn verstand blijft, vindt de vrede op een eiland. De innerlijke vrede volgt uit een ervaring van verbondenheid: met de anderen van nu en vroeger en ooit, met de natuur en eventueel een 'hoger' wezen.
Daartoe moeten jonge mensen worden opgevoed, niet tot 'loyaliteit' aan een of andere kerk.
laatste generatie


de laatste generatie – Fred Pearce
koop een kettingboek, geef
het door: hoeveel zekerheid
haal je uit onzekerheden,
modellen van een toekomst
die voor miljoenen geen
toekomst zal zijn: bewoners
van atol, koraal, beren
op een ijsschots, bomen
die geduldig stortbuien
opvangen, regen verdelen
met een zachtere hand
zou het waar zijn dat schepen
verdwenen in een liftschacht
van methaan, Bermuda’s van gas?
we wachten op een scheet
van de aarde terwijl toendra
verandert in drasland, ijsplaten
breken, riffen ploffen aan de rand
van een continent de dieperik in
ben je van de kaart omdat
warmte, een liefelijk wezen,
straks jouw wereld
van de kaart zal vegen:
geen kustlijn, boomgrens
biedt enig houvast
panta rhei, zei een wijze
Griek: kon hij vermoeden
hoe alles vervloeit in een
toekomst die voor miljoenen
geen toekomst zal zijn?
katholiek onderwijs 2
katholiek onderwijs - vervolg
De tekst die ik vorige week over het katholiek onderwijs heb geschreven staat vandaag 11 december in Humo, maar hij bevredigt mij niet. Wellicht omdat het niet mogelijk is om over dit onderwerp een bevredigende tekst te schrijven. De reden is de alles vervalsende hypocrisie die van beide kanten komt: zowel van katholieken als van andersdenkenden.
Een enquête uitgaande van de Guimardstraat zelf, het hoofdbestuur van het katholieke net dus, heeft duidelijk gemaakt dat slechts 15% van de ouders voor het katholieke net kiest omdat het katholiek is, 85% doet dat om andere redenen zoals de bereikbaarheid, de verondersteld superieure kwaliteit etc
Een bekend voorbeeld is de Antwerpse burgemeester Janssens die zijn kinderen naar een katholiek college heeft gestuurd nadat hij daar een affiche zag uithangen waarop een debat met onder meer Jaap Kruithof werd aangekondigd, dus zo enggeestig kon die school niet zijn.
Zo vindt iedereen wel een smoes om niet consequent te zijn.
En zo kan het katholieke net een gedoogbeleid doorvoeren: iedereen is welkom als die maar 'loyaal' is tegenover het 'eigen pedagogisch project' van de katholieke scholen. Wat die loyaliteit in concreto betekent verschilt van school tot school afhankelijk van de ruimdenkendheid of bekrompenheid van de directie.
Zo werden op onze school jonge leerkrachten ondervraagd over hun privé-leven, onder meer over hun al dan niet ongehuwd samenwonen, werden gescheiden leerkrachten geïntimideerd en werd De Morgen verboden als didactisch leermiddel. Jarenlang heb ik mijn leerlingen van het laatste jaar de opdracht gegeven zelf een weekoverzicht te presenteren van de actualiteit op basis van 4 of 5 Vlaamse kranten. Merkwaardig genoeg kwamen er nooit protesten tegen het liberale Het Laatste Nieuws, wel telkens weer tegen De Morgen die als anti-klerikaal (en links) werd afgewezen door soms woedende ouders die bij de directeur een gretige medestander vonden. Toen ik een jaargenoot (samen met mij in 1973 afgestudeerd als germanist in Gent) die intussen directeur van een katholiek college in de Vlaamse Ardennen was geworden, daarover aansprak viel hij steil achterover: zijn college was in 1998 al meer dan 10 jaar geabonneerd op De Morgen.
Waarom wind ik mij zo op over al deze hypocrisie?
Wat we ten allen prijze moeten zien te vermijden is een opvoeding die leidt tot onverschilligheid en cynisme. Daartoe lijkt het me noodzakelijk dat iedereen in het opvoedingsproces, opvoeder en opvoedeling, zichzelf kan zijn.
Het tegendeel van onverschilligheid is niet dat iedereen hetzelfde denkt, wel dat er nagedacht wordt in de hoop dat uit de schok der ideeën licht zal ontstaan. Het tegendeel van cynisme is niet dat iedereen militeert voor dezelfde partij of kerk, wel dat men een engagement uitdraagt.
Ik zal wel zeer naief zijn maar ik geloof nog steeds in 'de spontane frontvorming' en de noodzaak daartoe. Voorbeelden waren en zijn de anti-rakettenbetogingen uit de jaren 1980 toen je biddende nonnetjes in dezelfde stoet zag lopen als anarchisten en volgelingen van Che Guevara.
Gelovigen en ongelovigen vinden elkaar in de strijd tegen racisme en discriminatie, en in de strijd tegen de ecologische dreigingen.
Trouwens geen enkel geloof - afgezien van het fatalisme - ontslaat de gelovige van zijn of haar eigen verantwoordelijkheid. Geen enkel geloof zegt dat men zich kan wentelen in de luxe en de sociale rechtvaardigheid kan overlaten aan een miraculeuze ingreep van hierboven. Elke godsdienst die een heilsleer verkondigt onderstreept de medeverantwoordelijkheid van iedere volgeling. Spontane frontvorming in de zin dat men een gemeenschappelijk doel nastreeft is dus niet zo bizar of absurd. De essentiële uitdagingen laten ons weinig keuze: de veiligheid, de gezondheid van deze planeet hangen van iedereen af, niet enkel van een groep uitverkorenen die toevallig over het juiste inzicht beschikken.
De oproep van Al Gore en van het IPCC, de recente winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede, is gericht tot de gehele wereld, niet tot 'ware' gelovigen of 'bevrijde' atheïsten.
Pluralisme vooronderstelt twee voorwaarden: dat men een eigen overtuiging heeft én dat men bereid is om samen te werken met anderen die er een verschillende overtuiging op na houden. Daartoe moet men de komende generaties opvoeden: tot eenheid in verscheidenheid.
Een Zuidafrikaans dichter schreef in het jargon van Kaapstad een gedicht met als refrein 'hul is just people', 'ons is just people': wij, zij zijn 'gewoon mensen'. Deze planeet zal overleven of ten ondergaan door mensen, niet door goden, engelen of duivels. Onverschilligheid en cynisme zijn in dat perspectief even dodelijk als fundamentalisme. Men zou beide zelfs kunnen omschrijven als het fundamentalisme van de ikzucht, van het afgestompte consumentisme.
Hoe kom je tot geëngageerde, niet-fanatieke jonge mensen? Door ze zelf te laten onderzoeken en nadenken en ze tijdens dat proces te begeleiden en voorbeelden aan te reiken. Ook daarom is verscheidenheid binnen het lerarencorps noodzakelijk: de leerlingen moeten kunnen zien en horen dat er binnen de school uiteenlopend wordt gedacht en geleefd en toch samengewerkt. Uiterlijke en innerlijke uniformiteit werken contraproductief: zij bevorderen het sektarisme en niet de verdraagzaamheid.
Opvoeden tot 'actief pluralisme' is uiteraard niet de gemakkelijkste keuze net zomin als pluralisme in de samenleving ooit gemakkelijk zal zijn: je moet voortdurend afwegen wat de essentie blijft en door iedereen aanvaard moet worden, en wat men kan overlaten aan het persoonlijk geweten. Zo kan je niet toegeven op essentiële mensenrechten en op de principes van een grondwet. Maar hoe, bijvoorbeeld, de scheiding tussen kerk en staat concrete vorm krijgt, zal van generatie tot generatie anders ingevuld worden. Zoals elke generatie meer of minder gevoelig is voor de vrijheid van meningsuiting: in onze jeugd (1950-1970 ongeveer) werd de bemoeizucht van de pastoors zeker in landelijke dorpen zonder meer geslikt. Vandaag steekt men letterlijk of figuurlijk een middenvinger op.
Frank Vandenbroucke heeft gelijk dat engagement in de kern draait om emancipatie: je leert mensen steeds meer voor zichzelf op te komen en voor zichzelf verantwoordelijk te zijn. Zelfbevrijding zonder besef van medeverantwoordelijkheid voor de rest van de wereld is zelfbedrog en een vorm van zelfbevrediging die nooit bevredigend zal zijn. Niemand die bij zijn verstand blijft, vindt de vrede op een eiland. De innerlijke vrede volgt uit een ervaring van verbondenheid: met de anderen van nu en vroeger en ooit, met de natuur en eventueel een 'hoger' wezen.
Daartoe moeten jonge mensen worden opgevoed, niet tot 'loyaliteit' aan een of andere kerk.
veldwerk
veldwerk – derde versie
zij onderwijst het weten
dat haar de jaren gaven
en de eeuwen groefden
in het geheugen van haar bloed:
laat de donkere dagen overwaaien
jij bent het veld dat roerloos ligt
onder het jagen van de wolken
jij bewaakt het zaad
dat werd toevertrouwd
aan de verzonken plooien
van de droom
het zal uitlopen in pluimen
van helmgras en rietkraag
waar de gors in zingt
met al de verborgen zangers
van de zomer
het zal de voedzame granen
dragen op de koperen schotel
van zijn buik
en het puikje van zijn bloemen
hangen, zijn witte en zijn blauwe,
om de hals van meisjes
die het veer bedienen
tussen de aarde en hun hemel
zij zegt: verwen verwens het duister niet
en zijn niet te duiden stromen
die je gebeente schuren
tot precieuze stenen
zij leert al eeuwen het geduld
van al wat grond is
en voorbij laat gaan
om zelf te duren
navels


navels
die zorgeloze trots
zij heeft geen haast
zij heerst over de straat
over de ogen in de straat
dodelijk gewapend
met een navel
men volgt de V
waar het bekken begint
naar de koperen pijlpunt
men voelt stoten
door het eigen vlees
tot in de vezels
van zijn donkerste dromen
dodelijk is haar wapen
een verlossing
want al wat men draagt
van dringend gewicht
de wereld zelf, zijn weedom
alle last van weerzin en lusteloze
woede: het schuift van de schouder
en lost op
zoals een troosteloos landschap
in louter nevel
en dan: de okeren oogschaduw
om een scharlaken zon
er is maar één wet
en zij schrijft hem uit
met haar zorgeloos bewegen
het is haar trots
dat ze hem niet kent
alleen maar uitschrijft
als een doodvonnis, een zegening
Mille Collines
muis en mens
of mice and men
geen muis bedacht een muizenval
geen muis ontwierp het wiel
muizen werpen hun jongen
onder een mensenhuis
jatten uit zijn ruif
alleen de mens verzint
het einde van de mens
alleen de mens helpt
mens en muizen naar
de maan en zie hem
dansen als een muis
op zolder: hoeveel
verbeelding voor één
sprong, zoveel kraters
om één danspas
beide worden blind
en naakt geboren
en beide eindigen
soms met een snik
een snotter bloed
op een plankje
daartussen ligt
het hele verschil:
een piepgeluid, een symfonie
een zedig paren in het donker
opzichtiger voor een camera
obscura en nergens zo’n lichtval
als in de duistere kamers van de mens
gun de muis haar muizenval
ze ligt er verwonderd
gelijk een betrapte mens:
wie bracht mij tot die knieval?
huiveren
huiverend
de huiver die hij uitschrijft
alsof een duivel hem op de hielen zit
of een engel die voor hem uitloopt
en hem aandoenlijk laat verdwalen
het zal de regen zijn
en nog steeds twee merels
in de regen
waarvoor hij woorden strooit
alsof die ooit te vreten zijn
het zal de koude zijn
die weigert te ontdooien
en mee verhuist
met alle woorden die hij uitlaadt
het zal dat kraken zijn
in verdwenen vloeren
in treden
die een schaduw heeft weggesleten
het zal een wachten zijn
tot een huis zich op stoot
uit de aarde
en zijn deuren opent
het is de huiver
voor een thuiskomst
die achter zijn rug zal sluiten
zoals een oog dat weigert
nog meer te zien

