Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
walk of fame
Walk of Fame
- thread softly, because you thread on my dreams. W. Wordsworth -
de doden komen
over het pad van hun naam
je roept ze niet, letter
na letter heb je open
geplooid, de klanken
strekken zich uit
in een brede wegel
Lucienne, moeder
voor zes maanden,
van Kersschaever:
je hurkt weer in de gulle
kerselaar, hangt een
dubbele over je oor
je loopt door het rulle
zand voorbij haver en
klaver, klaprozen
alsof de aarde vele lippen
heeft om te zoenen
ze komt vanmorgen
deze dode van een halve
eeuw geleden: over
haar uitgestreken naam
klinkers, medeklinkers
liggen als tegels
te blinken in jouw
Walk of Fame
de wandelstraat in je hoofd
waar ze hun vingers en
voeten afdrukten in
stollend cement
trap zachtjes tegen dit hoofd
je trapt op hun namen
barbaren
wachten op de barbaren – J.M. Coetzee
geschiedenis is wat mensen schrijven
en hun inkt is bitter en bloedrood
ze is het verhaal van de zaden niet
noch van de vogel die komt en gaat
ze verhaalt het dwaze bewegen
dat in de aarde boort
naar de hemelen haakt
zichzelf verscheurend tussenin
geschiedenis vertrapt het graan
zodra het opschiet
verbrandt de bomen op hun berg
ze slacht het dier dat jongen werpt
en de jongen die nog zogen
ze volgt de stroom niet
die de velden voedt
de tijd raakt zijn tel kwijt
in haar daden
geschiedenis schuimbekt
van een zieke drift die geen
drift meer is maar verbeelding
fantasie van zieke geesten
geschiedenis wil vergeten
dat er meer is dat zich wreken zal
wanneer de mens geschrapt wordt
uit het boek der sferen
wanneer de nevel zich keren zal
en verschroeien bitter en bloedrood
katholiek onderwijs 3
katholiek onderwijs en pluralisme
Het verwondert mij dat Paul De Knop, hoofd van het gemeenschapsonderwijs, een incident nodig heeft gehad om te wijzen op de moeilijke omgang van het katholiek onderwijs met een pluralistisch Vlaanderen. Een debat ten gronde over dit onderwerp zal wellicht nooit bevredigend zijn. De reden is te zoeken bij de alles vervalsende hypocrisie die van beide kanten komt: zowel van katholieke bestuurders als van andersdenkende participanten, ouders en leerkrachten.
Een enquête uitgaande van de Guimardstraat zelf, nog ten tijde van de voorganger van Mieke van Hecke, heeft duidelijk gemaakt dat slechts 15% van de ouders voor het katholieke net kiest omdat het katholiek is, 85% doet dat om andere redenen zoals de bereikbaarheid, de verondersteld superieure kwaliteit etc
Andere cijfers: ruim 70% van de Vlaamse jeugd gaat naar een katholieke school, maar het is lang niet meer zo dat 70% van de Vlamingen katholiek is. De huidige verhoudingen zijn toe te schrijven aan de voorgeschiedenis, aan de tijd dat scholen werden opgericht door de katholieke zuil in een overwegend christelijk Vlaanderen.
Deze toestand is stabiel gebleven juist vanwege die hoger genoemde hypocrisie.
Een bekend voorbeeld is de Antwerpse burgemeester Janssens die zijn kinderen naar een katholiek college heeft gestuurd nadat hij daar een affiche zag uithangen waarop een debat met onder meer Jaap Kruithof werd aangekondigd, dus zo enggeestig kon die school niet zijn.
Zo vindt iedereen wel een smoes om niet consequent te zijn, men speelt mee in een theater omdat men van oordeel is dat het er blijkbaar niet echt toe doet: een kind van vrijzinnige of andersgelovige ouders zal wel 'niet dood gaan' van een paar lessen katholieke godsdienst. En in de katholieke scholen wordt tenminste opgevoed, er worden nog regels gesteld, hoor je vaak zeggen. De oproepen om opnieuw een schooluniform in te voeren passen perfect in dit kader: ouders voelen zich niet bij machte zelf nog paal en perk te stellen aan het gedrag van hun kinderen, dus moet de school het maar oplossen, desnoods met de reactionaire methodes van de 'goeie ouwe tijd'.
En zo kan het katholieke net een gedoogbeleid doorvoeren: iedereen is welkom als die maar 'loyaal' is tegenover het 'eigen pedagogisch project' van de katholieke scholen. Wat die loyaliteit in concreto betekent verschilt van school tot school afhankelijk van de ruimdenkendheid of bekrompenheid van de directie.
Zo werden op onze school jonge leerkrachten ondervraagd over hun privé-leven, onder meer over hun al dan niet ongehuwd samenwonen, werden gescheiden leerkrachten geïntimideerd en werd De Morgen verboden als didactisch leermiddel. Jarenlang heb ik mijn leerlingen van het laatste jaar de opdracht gegeven zelf een weekoverzicht te presenteren van de actualiteit op basis van 4 of 5 Vlaamse kranten. Merkwaardig genoeg kwamen er nooit protesten tegen het liberale Het Laatste Nieuws, wel telkens weer tegen De Morgen die als anti-klerikaal (en links) werd afgewezen door soms woedende ouders die bij de directeur een gretige medestander vonden. Toen ik een jaargenoot (samen met mij in 1973 afgestudeerd als germanist in Gent) die intussen directeur van een katholiek college in de Vlaamse Ardennen was geworden, daarover aansprak viel hij steil achterover: zijn college was in 1998 al meer dan 10 jaar geabonneerd op De Morgen.
Waarom wind ik mij zo op over al deze hypocrisie en dubbelzinnigheid?
Wat we ten allen prijze moeten zien te vermijden is een opvoeding die leidt tot onverschilligheid en cynisme. Daartoe lijkt het me noodzakelijk dat iedereen in het opvoedingsproces, opvoeder en opvoedeling, zichzelf kan zijn. Wie gedwongen wordt theater te spelen, leert het op de duur af om de dingen nog ernstig te nemen.
Het tegendeel van onverschilligheid is niet dat iedereen hetzelfde denkt, wel dat er nagedacht wordt in de hoop dat uit de schok der ideeën licht zal ontstaan. Het tegendeel van cynisme is niet dat iedereen militeert voor dezelfde partij of kerk, wel dat men een engagement uitdraagt.
Ik zal wel zeer naief zijn maar ik geloof nog steeds in 'de spontane frontvorming' en de noodzaak daartoe. Voorbeelden waren de anti-rakettenbetogingen uit de jaren 1980 toen je biddende nonnetjes in dezelfde stoet zag lopen als anarchisten en volgelingen van Che Guevara.
En vandaag vinden gelovigen en ongelovigen vinden elkaar in het protest tegen racisme en discriminatie, en in de strijd tegen uitsluiting, armoede en ecologische dreigingen.
Trouwens geen enkel geloof - afgezien van het fatalisme - ontslaat de gelovige van zijn of haar eigen verantwoordelijkheid. Geen enkel geloof zegt dat men zich kan wentelen in de luxe en de sociale rechtvaardigheid kan overlaten aan een miraculeuze ingreep van hierboven. Elke godsdienst die een heilsleer verkondigt onderstreept de medeverantwoordelijkheid van iedere volgeling. Spontane frontvorming in de zin dat men een gemeenschappelijk doel nastreeft is dus niet zo bizar of absurd. De essentiële uitdagingen laten ons weinig keuze: de veiligheid, de gezondheid van deze planeet hangen van iedereen af, niet enkel van een groep uitverkorenen die toevallig over het juiste inzicht beschikken.
De oproep van Al Gore en van het IPCC, de recente winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede, is gericht tot de gehele wereld, niet tot 'ware' gelovigen of 'bevrijde' atheïsten.
Pluralisme vooronderstelt twee voorwaarden: dat men een eigen overtuiging heeft én dat men bereid is om samen te werken met anderen die er een verschillende overtuiging op na houden. Daartoe moet men de komende generaties opvoeden: tot eenheid in verscheidenheid.
Een Zuidafrikaans dichter schreef in het jargon van Kaapstad een gedicht met als refrein 'hul is just people', 'ons is just people': wij, zij zijn 'gewoon mensen'. Deze planeet zal overleven of ten ondergaan door mensen, niet door goden, engelen of duivels. Onverschilligheid en cynisme zijn in dat perspectief even dodelijk als fundamentalisme. Men zou beide zelfs kunnen omschrijven als het fundamentalisme van de ikzucht, van het afgestompte consumentisme.
Hoe kom je tot geëngageerde, niet-fanatieke jonge mensen? Door ze zelf te laten onderzoeken en nadenken en ze tijdens dat proces te begeleiden en voorbeelden aan te reiken. Ook daarom is verscheidenheid binnen het lerarencorps noodzakelijk: de leerlingen moeten kunnen zien en horen dat er binnen de school uiteenlopend wordt gedacht en geleefd en toch samengewerkt. Uiterlijke en innerlijke uniformiteit werken contraproductief: zij bevorderen het sektarisme en niet de verdraagzaamheid.
Opvoeden tot 'actief pluralisme' is uiteraard niet de gemakkelijkste keuze net zomin als pluralisme in de samenleving ooit gemakkelijk zal zijn: je moet voortdurend afwegen wat de essentie blijft en door iedereen aanvaard moet worden, en wat men kan overlaten aan het persoonlijk geweten. Zo kan je niet toegeven op essentiële mensenrechten en op de principes van een grondwet. Maar hoe, bijvoorbeeld, de scheiding tussen kerk en staat concrete vorm krijgt, zal van generatie tot generatie anders ingevuld worden. Zoals elke generatie meer of minder gevoelig is voor de vrijheid van meningsuiting: in onze jeugd (1950-1970 ongeveer) werd de bemoeizucht van de pastoors zeker in landelijke dorpen zonder meer geslikt. Vandaag steekt men letterlijk of figuurlijk een middenvinger op.
Frank Vandenbroucke heeft gelijk dat engagement in de kern draait om emancipatie: je leert mensen steeds meer voor zichzelf op te komen en voor zichzelf verantwoordelijk te zijn. Zelfbevrijding zonder besef van medeverantwoordelijkheid voor de rest van de wereld is zelfbedrog en een vorm van zelfbevrediging die nooit bevredigend zal zijn. Niemand die bij zijn verstand blijft, vindt de vrede op een eiland. De innerlijke vrede volgt uit een ervaring van verbondenheid: met de anderen van nu en vroeger en ooit, met de natuur en eventueel een 'hoger' wezen.
Daartoe moeten jonge mensen worden opgevoed, niet tot 'loyaliteit' aan een of andere kerk.
laatste generatie


de laatste generatie – Fred Pearce
koop een kettingboek, geef
het door: hoeveel zekerheid
haal je uit onzekerheden,
modellen van een toekomst
die voor miljoenen geen
toekomst zal zijn: bewoners
van atol, koraal, beren
op een ijsschots, bomen
die geduldig stortbuien
opvangen, regen verdelen
met een zachtere hand
zou het waar zijn dat schepen
verdwenen in een liftschacht
van methaan, Bermuda’s van gas?
we wachten op een scheet
van de aarde terwijl toendra
verandert in drasland, ijsplaten
breken, riffen ploffen aan de rand
van een continent de dieperik in
ben je van de kaart omdat
warmte, een liefelijk wezen,
straks jouw wereld
van de kaart zal vegen:
geen kustlijn, boomgrens
biedt enig houvast
panta rhei, zei een wijze
Griek: kon hij vermoeden
hoe alles vervloeit in een
toekomst die voor miljoenen
geen toekomst zal zijn?
katholiek onderwijs 2
katholiek onderwijs - vervolg
De tekst die ik vorige week over het katholiek onderwijs heb geschreven staat vandaag 11 december in Humo, maar hij bevredigt mij niet. Wellicht omdat het niet mogelijk is om over dit onderwerp een bevredigende tekst te schrijven. De reden is de alles vervalsende hypocrisie die van beide kanten komt: zowel van katholieken als van andersdenkenden.
Een enquête uitgaande van de Guimardstraat zelf, het hoofdbestuur van het katholieke net dus, heeft duidelijk gemaakt dat slechts 15% van de ouders voor het katholieke net kiest omdat het katholiek is, 85% doet dat om andere redenen zoals de bereikbaarheid, de verondersteld superieure kwaliteit etc
Een bekend voorbeeld is de Antwerpse burgemeester Janssens die zijn kinderen naar een katholiek college heeft gestuurd nadat hij daar een affiche zag uithangen waarop een debat met onder meer Jaap Kruithof werd aangekondigd, dus zo enggeestig kon die school niet zijn.
Zo vindt iedereen wel een smoes om niet consequent te zijn.
En zo kan het katholieke net een gedoogbeleid doorvoeren: iedereen is welkom als die maar 'loyaal' is tegenover het 'eigen pedagogisch project' van de katholieke scholen. Wat die loyaliteit in concreto betekent verschilt van school tot school afhankelijk van de ruimdenkendheid of bekrompenheid van de directie.
Zo werden op onze school jonge leerkrachten ondervraagd over hun privé-leven, onder meer over hun al dan niet ongehuwd samenwonen, werden gescheiden leerkrachten geïntimideerd en werd De Morgen verboden als didactisch leermiddel. Jarenlang heb ik mijn leerlingen van het laatste jaar de opdracht gegeven zelf een weekoverzicht te presenteren van de actualiteit op basis van 4 of 5 Vlaamse kranten. Merkwaardig genoeg kwamen er nooit protesten tegen het liberale Het Laatste Nieuws, wel telkens weer tegen De Morgen die als anti-klerikaal (en links) werd afgewezen door soms woedende ouders die bij de directeur een gretige medestander vonden. Toen ik een jaargenoot (samen met mij in 1973 afgestudeerd als germanist in Gent) die intussen directeur van een katholiek college in de Vlaamse Ardennen was geworden, daarover aansprak viel hij steil achterover: zijn college was in 1998 al meer dan 10 jaar geabonneerd op De Morgen.
Waarom wind ik mij zo op over al deze hypocrisie?
Wat we ten allen prijze moeten zien te vermijden is een opvoeding die leidt tot onverschilligheid en cynisme. Daartoe lijkt het me noodzakelijk dat iedereen in het opvoedingsproces, opvoeder en opvoedeling, zichzelf kan zijn.
Het tegendeel van onverschilligheid is niet dat iedereen hetzelfde denkt, wel dat er nagedacht wordt in de hoop dat uit de schok der ideeën licht zal ontstaan. Het tegendeel van cynisme is niet dat iedereen militeert voor dezelfde partij of kerk, wel dat men een engagement uitdraagt.
Ik zal wel zeer naief zijn maar ik geloof nog steeds in 'de spontane frontvorming' en de noodzaak daartoe. Voorbeelden waren en zijn de anti-rakettenbetogingen uit de jaren 1980 toen je biddende nonnetjes in dezelfde stoet zag lopen als anarchisten en volgelingen van Che Guevara.
Gelovigen en ongelovigen vinden elkaar in de strijd tegen racisme en discriminatie, en in de strijd tegen de ecologische dreigingen.
Trouwens geen enkel geloof - afgezien van het fatalisme - ontslaat de gelovige van zijn of haar eigen verantwoordelijkheid. Geen enkel geloof zegt dat men zich kan wentelen in de luxe en de sociale rechtvaardigheid kan overlaten aan een miraculeuze ingreep van hierboven. Elke godsdienst die een heilsleer verkondigt onderstreept de medeverantwoordelijkheid van iedere volgeling. Spontane frontvorming in de zin dat men een gemeenschappelijk doel nastreeft is dus niet zo bizar of absurd. De essentiële uitdagingen laten ons weinig keuze: de veiligheid, de gezondheid van deze planeet hangen van iedereen af, niet enkel van een groep uitverkorenen die toevallig over het juiste inzicht beschikken.
De oproep van Al Gore en van het IPCC, de recente winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede, is gericht tot de gehele wereld, niet tot 'ware' gelovigen of 'bevrijde' atheïsten.
Pluralisme vooronderstelt twee voorwaarden: dat men een eigen overtuiging heeft én dat men bereid is om samen te werken met anderen die er een verschillende overtuiging op na houden. Daartoe moet men de komende generaties opvoeden: tot eenheid in verscheidenheid.
Een Zuidafrikaans dichter schreef in het jargon van Kaapstad een gedicht met als refrein 'hul is just people', 'ons is just people': wij, zij zijn 'gewoon mensen'. Deze planeet zal overleven of ten ondergaan door mensen, niet door goden, engelen of duivels. Onverschilligheid en cynisme zijn in dat perspectief even dodelijk als fundamentalisme. Men zou beide zelfs kunnen omschrijven als het fundamentalisme van de ikzucht, van het afgestompte consumentisme.
Hoe kom je tot geëngageerde, niet-fanatieke jonge mensen? Door ze zelf te laten onderzoeken en nadenken en ze tijdens dat proces te begeleiden en voorbeelden aan te reiken. Ook daarom is verscheidenheid binnen het lerarencorps noodzakelijk: de leerlingen moeten kunnen zien en horen dat er binnen de school uiteenlopend wordt gedacht en geleefd en toch samengewerkt. Uiterlijke en innerlijke uniformiteit werken contraproductief: zij bevorderen het sektarisme en niet de verdraagzaamheid.
Opvoeden tot 'actief pluralisme' is uiteraard niet de gemakkelijkste keuze net zomin als pluralisme in de samenleving ooit gemakkelijk zal zijn: je moet voortdurend afwegen wat de essentie blijft en door iedereen aanvaard moet worden, en wat men kan overlaten aan het persoonlijk geweten. Zo kan je niet toegeven op essentiële mensenrechten en op de principes van een grondwet. Maar hoe, bijvoorbeeld, de scheiding tussen kerk en staat concrete vorm krijgt, zal van generatie tot generatie anders ingevuld worden. Zoals elke generatie meer of minder gevoelig is voor de vrijheid van meningsuiting: in onze jeugd (1950-1970 ongeveer) werd de bemoeizucht van de pastoors zeker in landelijke dorpen zonder meer geslikt. Vandaag steekt men letterlijk of figuurlijk een middenvinger op.
Frank Vandenbroucke heeft gelijk dat engagement in de kern draait om emancipatie: je leert mensen steeds meer voor zichzelf op te komen en voor zichzelf verantwoordelijk te zijn. Zelfbevrijding zonder besef van medeverantwoordelijkheid voor de rest van de wereld is zelfbedrog en een vorm van zelfbevrediging die nooit bevredigend zal zijn. Niemand die bij zijn verstand blijft, vindt de vrede op een eiland. De innerlijke vrede volgt uit een ervaring van verbondenheid: met de anderen van nu en vroeger en ooit, met de natuur en eventueel een 'hoger' wezen.
Daartoe moeten jonge mensen worden opgevoed, niet tot 'loyaliteit' aan een of andere kerk.
veldwerk
veldwerk – derde versie
zij onderwijst het weten
dat haar de jaren gaven
en de eeuwen groefden
in het geheugen van haar bloed:
laat de donkere dagen overwaaien
jij bent het veld dat roerloos ligt
onder het jagen van de wolken
jij bewaakt het zaad
dat werd toevertrouwd
aan de verzonken plooien
van de droom
het zal uitlopen in pluimen
van helmgras en rietkraag
waar de gors in zingt
met al de verborgen zangers
van de zomer
het zal de voedzame granen
dragen op de koperen schotel
van zijn buik
en het puikje van zijn bloemen
hangen, zijn witte en zijn blauwe,
om de hals van meisjes
die het veer bedienen
tussen de aarde en hun hemel
zij zegt: verwen verwens het duister niet
en zijn niet te duiden stromen
die je gebeente schuren
tot precieuze stenen
zij leert al eeuwen het geduld
van al wat grond is
en voorbij laat gaan
om zelf te duren
navels


navels
die zorgeloze trots
zij heeft geen haast
zij heerst over de straat
over de ogen in de straat
dodelijk gewapend
met een navel
men volgt de V
waar het bekken begint
naar de koperen pijlpunt
men voelt stoten
door het eigen vlees
tot in de vezels
van zijn donkerste dromen
dodelijk is haar wapen
een verlossing
want al wat men draagt
van dringend gewicht
de wereld zelf, zijn weedom
alle last van weerzin en lusteloze
woede: het schuift van de schouder
en lost op
zoals een troosteloos landschap
in louter nevel
en dan: de okeren oogschaduw
om een scharlaken zon
er is maar één wet
en zij schrijft hem uit
met haar zorgeloos bewegen
het is haar trots
dat ze hem niet kent
alleen maar uitschrijft
als een doodvonnis, een zegening
Mille Collines
muis en mens
of mice and men
geen muis bedacht een muizenval
geen muis ontwierp het wiel
muizen werpen hun jongen
onder een mensenhuis
jatten uit zijn ruif
alleen de mens verzint
het einde van de mens
alleen de mens helpt
mens en muizen naar
de maan en zie hem
dansen als een muis
op zolder: hoeveel
verbeelding voor één
sprong, zoveel kraters
om één danspas
beide worden blind
en naakt geboren
en beide eindigen
soms met een snik
een snotter bloed
op een plankje
daartussen ligt
het hele verschil:
een piepgeluid, een symfonie
een zedig paren in het donker
opzichtiger voor een camera
obscura en nergens zo’n lichtval
als in de duistere kamers van de mens
gun de muis haar muizenval
ze ligt er verwonderd
gelijk een betrapte mens:
wie bracht mij tot die knieval?
huiveren
huiverend
de huiver die hij uitschrijft
alsof een duivel hem op de hielen zit
of een engel die voor hem uitloopt
en hem aandoenlijk laat verdwalen
het zal de regen zijn
en nog steeds twee merels
in de regen
waarvoor hij woorden strooit
alsof die ooit te vreten zijn
het zal de koude zijn
die weigert te ontdooien
en mee verhuist
met alle woorden die hij uitlaadt
het zal dat kraken zijn
in verdwenen vloeren
in treden
die een schaduw heeft weggesleten
het zal een wachten zijn
tot een huis zich op stoot
uit de aarde
en zijn deuren opent
het is de huiver
voor een thuiskomst
die achter zijn rug zal sluiten
zoals een oog dat weigert
nog meer te zien
pedofiel Boonen
de krant
dagbladen
er moet geschreven, gedrukt,
vermenigvuldigd, vet geblokt,
of liefjes in cursiefjes want
er wil gelezen zijn
blader door de dagbladen,
neem een blad van alle dag:
woorden netjes aan papier
gehecht, al deden de oude
Chinezen het beter, fraaier
alleszins: wie hangt vandaag
nog rollen uit,een wandtapijt
van louter lettertekens
vergezichten die enkel
uit klank bestaan
inkijkjes onder een schedeldak:
ach ja, zo kronkelen de hersenen
van een dichter, een wijsgeer
in een Paleis van Vrede
zie je, hoe sierlijk, behendig
het bloed zijn bochten neemt
er wordt wat afgeschreven want
er wil dagelijks wat opgelezen zijn:
wie niet spelt is wie niet telt
elke lezer staat op zijn strepen
en de strepen staan in een kruis:
geur van goedkope vezels, inkt
die los laat aan de gretige vinger
vergezichten, schedelboringen
gaan mee naar de container
de haastige ophaling is gratis
stank
stank
- een nieuwjaarsbrief –
vader,
ik hoor ik ruik
het sudderen, knisperen
van vet in de zure maag
van de hel
want er was een janker
die wegkroop onder een gootsteen
en het lopen liet
in zijn broek
er was een leperd
die het veld in liep
en zich niet liet raken
door de wijm
de wilgentwijg in uw vuist
(en er moet een meisje zijn geweest
van moerbeibladeren
die bekropen werden
door de rupsen van uw adem)
vanwege al die beelden,
vader,
die zich een weg banen
door de schemer
van vergeten en vergeven
en als uw vet nu
suddert en knispert,
vader,
in de pan van een
vadsige duivel
en u het hete druipen voelt
van zijn verwende muil
en als het stinkt, vader,
zoals getuigen vertellen
die aan de rand van graven
te kokhalzen stonden
na de nederlaag van de daders
na de nederlaag van de vaders
die door hun beenderen zakten
zoals alle tronen zakken
door hun poten
door die stank heen, vader,
ruik ik het vers flanel
de sunlightzeep
ruik ik uw rug uw getaande vel
waartegen ik insliep
- na het te vroege inslapen
van moeder -
zoals een dorp inslaapt
tegen een burcht, een gebergte
zoals hier diep de schapen inslapen
want daarboven hurkt de hoeder
Job
'n Potscherf heeft de paadjes van de jeuk
geduldig opgespoord, het druipen van etter
is opgedroogd, de tentatieve tik
tegen roofjes laat de huid wellustig kruipen.
Als Gods hand alles uitwist, blijft de tijd
nog onvernietigbaar. De ganse dag
bleef tot zijn beschikking om de vlijt
van bromvliegen in het vuilnis te beschouwen
- aandachtig ademend, terwijl de stank
en zonnesteek hun bezwering om zich ranken.
Toen al de ijveraars ondergronds verdwenen
heeft hij zijn bak zorgvuldig schoon gelikt,
zijn mantelrafels over zijn kop getrokken,
is gekrompen tot een kleine pit van pijn.
*** vertaling van een gedicht in het Afrikaans van de onlangs
in Nederland overleden Zuid-Afrikaanse dichteres
te dom?
zijn ze dan toch te dom?
De ironie van extremisme is dat de ene extremisten de andere op de duur nog redelijk doen lijken.
Zo zijn de adellijke fossielen uit de Brusselse rand die in Humo van 4 december worden geïnterviewd, een ware propagandamachine voor de Vlaamse separatisten.
Ten gronde gaat het om twee diametraal tegengestelde visies op taalrechten. De francofonen zien het taalgebruik - ook in officiële functies en correspondentie - als een individueel recht; de Vlamingen zweren bij het 'territorialiteitsbeginsel', simpel te vertalen als 'in Vlaanderen Vlaams'.
Op het niveau van officieel taalgebruik zijn deze visies onmogelijk te verzoenen: het is ofwel het ene ofwel het andere. Tenzij men heel België twee- of meertalig verklaart en dan nog blijft de vraag open of dit veel zou oplossen.
Want in de praktijk gaat het om usurpatie: de francofonen zijn in de rand binnengedrongen en eisen voorrang voor hun taal.
Ze zijn niet gekomen als politieke of economische vluchtelingen maar als welgestelden die de binnenstad zijn ontvlucht om te vertoeven in een meer landelijke, groene omgeving.
Dit maakt hun liefdesverklaring aan Brussel zo vals: zij hadden en hebben het geld om in Brussel te investeren en om de verkrotting tegen te gaan. Maar deze elitaire geesten wonen liever niet tussen het gepeupel.
Heel hun betoog barst van contradicties en dubbelzinnigheden: zij prijzen het feit dat steeds meer francofonen hun kinderen Nederlands laten leren, maar zelf gaan ze nog steeds uit van de suprematie van de Franse taal en cultuur.
Daar ligt de psychologische basis van hun verkrampte houding: arrogantie, superioriteitscomplex. Hun droom van een 'rattachement à Bruxelles' is niet ingegeven door een liefde voor de hoofdstad maar is bedoeld als levensverzekering: enkel door de band met Brussel politiek te versterken kunnen ze hun usurpatie volhouden.
En zoals dat gaat men lichtjes dementerende baronnetjes: zij spelen graag de rol van Calimero, iedereen is hen vijandig gezind en zij hebben nochtans de beste bedoelingen. Zo klagen ze het feit aan dat de Vlaamse regering enkel wil investeren in een bibliotheek als daar minstens 75% van de boeken nederlandstalig zijn. In hun ogen dient het departement Vlaamse cultuur dus voor de promotie van het Frans.
En hun argument is steeds hetzelfde: wij vormen de demografische meerderheid. Moraal: kom met zoveel mogelijk een land binnen en je kan je taal en cultuur opleggen aan de rest van de bevolking.
Zij stellen in plaats van taalwetgeving, taalhoffelijkheid voor: maak van de taalkeuze een beleefdheidsvorm, een bewijs van courtoisie. De geschiedenis leert waartoe dit leidt, ook actuele dagelijkse ervaringen bevestigen het verhaal: steeds is het de Vlaming die zich aanpast aan de francofoon.
Het keerpunt is natuurlijk de omslag in de economische verhoudingen. Vroeger was het in dit land duidelijk: de francofone bourgeois was niet enkel cultureel superieur, maar ook qua economische macht. Vandaag botst de linguïstische arrogantie op de economische en politieke suprematie van Vlaanderen - zie de eenzijdige stemming over B-H-V.
Men kan altijd vergelijkingen maken met het buitenland en er bijvoorbeeld op wijzen dat in de VS het Spaans stilaan de tweede landstaal wordt. Maar bij mijn weten eist geen enkele hispanofoon daar het recht op om bestuursactiviteiten in het Spaans te verrichten. Je hoort in bepaalde districten van New York meer Spaans dan Amerikaans zoals je in bepaalde wijken van Brussel meer Arabisch dan Frans zal horen, maar in bestuursraden is de voertaal nog steeds Angelsaksisch.
Vergelijk het met Antwerpen of Gent: om iedere burger te bereiken is het allicht noodzakelijk om levensbelangrijke boodschappen ook in het Turks of Arabisch of Berbers te verspreiden. Maar de relatie geldt niet omgekeerd: de inwijkeling kan niet van de overheid verwachten dat die voor om het even wat personeel in dienst heeft dat al die vreemde talen spreekt of begrijpt.
Dit onderscheid is essentieel om te anticiperen op het verwijt dat de taalpolitiek van Vlaanderen ten opzichte van de francofonen een vorm van racisme zou zijn.
Ten slotte: zou het geen mooi pedagogisch voorbeeld zijn mochten de verantwoordelijke politici aan taalvereisten voldoen die men nu oplegt aan ondergeschikten. Meer concreet: waarom moeten eenvoudige Brusselse agenten een taalexamen afleggen en federale politici uit Kamer en Senaat niet? Waarom blijft men het aan de overkant zo evident vinden dat iemand met een hoger, zelfs universitair diploma geen jota begrijpt van de tweede landstaal of zich daarin niet kan behelpen - getuige de verhalen over de Mug in de zone Brussel? Is dit de hoffelijkheid waarop de adellijke oudjes doelen?
underdog
schoolreis naar Nicaragua
jamas será vencido
- een schoolreis naar Nicaragua –
ze komen uit de Kempen
met fotocamera’s, nemen beelden
van een vuilnisbelt bij de hoofdstad
Managua, leggen de zoekende ploegen
vast van mannen vrouwen kinderen
ook afval heeft zijn beurtgetal
zijn voorrang en orde
zij buigen over de kraterwond
bij Masaya – la Boca del Inferno –
waar helikopters hun rommel dropten:
verfrommelde poppen met gebalde vuisten
een beurs geslagen mond
ze staren in de dampende trechter
ze zijn jong en vragen nog:
waar was de rechter?
ze zijn ontzet
onze jongeren uit de Kempen
ze vinden het volkje maar vies
en vadsig:
zoals die lummelen zoals die luieren
niets om handen
ja, een zuigeling of een geschooide sigaret
ze hebben begeleiders mee
onze jongens onze meisjes
en die vermijden de Mercado Oriental
waar inlandse jongens en meisjes
de snoepjes venten
die ze meedragen in hun slipje
de geplette mango van hun mond
die om de stompen sluiten
die uitsteken uit wijdere slipjes
hun weggedraaide ogen
die door de nevel waden van lijm
ze nemen afscheid van mollige pleegmoeders
met natte donkere wangen
beloven op hun eer van zeventien
om terug te komen
en te tonen misschien
op zijn Vlaams wat werken is
want zij zijn aangeslagen
onze jongens en meisjes
niet verslagen
zij geloven nog, verwachten nog:
er moet een verhoog bestaan
met daarachter een rechter
katholiek onderwijs
proberen
palimpsest
wat heb je aan één leven
het is een klad
probeersel van een nieuwe pen
op waardeloze repen
griffen en vergeefs je best doen
om het uit te wissen
en wat overblijft
is een onleesbare tekst
die je zou moeten overschrijven
in de kolommen
van minstens negen levens
je hebt wat afgelegd
van wegen
klederdracht
je hebt verwacht, vermeden,
al sprekend verzwegen
er is één zegen:
de gezichten die het verleden trekt
als een volleerd komiek
er valt wat af te schateren
en magere schouders op te halen
en als de potsenmaker
zich heeft ontschminkt:
hopen
dat hij je aankijkt
met zachte weemoed
en hevig mededogen

