Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Sombeke


Sombeke 2
zompig dorp, heuveldorp
dorp dat van de heide glijdt
naar de trage rivier
spie in het hart, groene driehoek
wijst naar een ommuurd kasteel
volgens een oom onze stamboom
zonder twijfel, wandel verder
over de hoge spoordijk: hij breekt
aan een verdwenen brug, stalen
arm die onze dorpen omhelsde
spoorloos verbrijzeld alsof men
als de dood was voor een omarming:
sta bij riethalm, hagenwinde, hoor
de meerkoet, hikkende veerman
zompig dorp, hangend aan een heide:
we sneden er bogen, onze pijlen
gericht op een boosaardig oog
heuveldorp, glijdend langs de paalwoning
van een onverlaat: wie betaalt
het uitzicht op overstroming en stilte
zwijgzaam dorp, boven het hart
doorsneden, bereden zoals men
de rug breekt van een paard:
bus en vrachtwagen vloeken in de kerk
dorp bij heide en trage rivier: waar
woonde de slager, neef van vader,
zijn bloedworst de beste van het land
dorp waarover het doek valt van lieve
taferelen, weer open gaat voor een
staande ovatie: vinken, lijsters
in abeel en struweel, menestrelen
dorp van strelen: rivier en riet,
zo traag, zo graag strelen ze elkaar,
meisjeshuid van een dorp – zie je
de hagenwinde blozen in haar kelk?
Rik van Looy
Gisteren heb ik nog eens overdacht waarom verarming en sociale uitsluiting zoveel minder aandacht krijgen in onze media als doping:
- armoede beantwoordt minder aan de sensatiezucht en doet dus minder kranten verkopen, maakt geen verhitte discussies los aan een cafétoog.
-de schuldvraag ligt totaal anders: beelden en berichten over armoede kunnen ons welgestelden wijzen op onze eigen verantwoordelijkheid, ze kunnen ons een onbehaaglijk gevoel van enige schuld bezorgen. Bij doping bevinden de boosdoeners zich duidelijk aan de overkant en zijn wij de moreel zuiveren, ons kan niets worden aangewreven want wij nemen allerlei middeltjes maar toch zeker geen doping?
Om die redenen is de 'overexposure', het overbelichten van het dopingprobleem in pers en tv-uitzendingen een gemakkelijkheidsoplossing en een vorm van populisme of demagogie: het leidt de aandacht af van wezenlijke vraagstukken zoals de sociale rechtvaardigheid en de (on)menswaardigheid van het bestaan.
De opgave van de media is juist noodzakelijke veranderingen in de geest van het publiek als noodzakelijk te doen aanvaarden zodat een en ander in beweging komt. Morele vraagstukken gaan in de eerste plaats over onszelf: in welke mate en op welke domeinen schieten wij tekort tegenover de moraal die wij in woorden belijden - de christelijke, humanistische of socialistische - en de splinter zien in het oog van de andere is zoals men weet niet de eerlijkste keuze Daarom noem ik Mister Proper Jacques Rogge een hypocriet en farizeeër: hij strijdt rabiaat tegen doping maar gaat met zijn organisatie naar een land waar de mensenrechten aan de lopende band worden geschonden zonder enige voorwaarde op te leggen.
De gadgets die volgend jaar op de Olympische Spelen zullen worden uitgedeeld zijn gemaakt in onmenselijke arbeidsomstandigheden tegen een hongerloon. Het gaat om prioriteiten: wat is voor jou het meest essentiële?
nargileh
nargileh ***
aan parelmoer dacht je
een lichaam van rozen
en nachtegalen, het sluike
haar een wuivende franje
aan een altaarkleed
wie zag ze toen ze omkeek:
een fluitspeler in een tuin
terwijl een waterpijp wordt
doorgegeven, een koningspalm
werpt de schaduw van een hand
weef dit beeld in woorden
van zijde en filigraan:
strooilicht, een wegzweven
dat bleef achter gesloten ogen
van parelmoer dacht je
een wezen van rozen
en nachtegalen, en jij
verdoofd aan een waterpijp*** begin november bekroond met de poëzieprijs 2007 van de Stichting Beeldspraak in Nieuwegein bij Utrecht.
slaapdorp


slaapdorp
het leven houdt zijn adem in
alleen een steels bewegen
in de hoogste bomen
het dorp draait met de aarde mee
zoals een sticker op een fietswiel
met eindeloze spaken
de huizen staan leeg
arbeid gebeurt
aan de rand der steden
de velden slapen
hun winterslaap
dit zou vrede zijn
als je niet zou lezen
als jouw hoofd zo’n kamers had
heimelijk nageurend
naar zaad en scheerzeep
als je struikelen zou
over een slaapkleed of een beertje
maar jij moet lezen
jij draagt de wereld
als een ijlkoorts
als een huidziekte van woorden
en geen ogenblik zit je stil
soms vallen de schilfers
op je blad
en blaast een windje
uit een onbekende windstreek
er patronen in:
ansichten van de wereld
van de kamers
waar ze wonen
de genoten van een andere soort
die je benijdt en verkettert
het geluk woont in een slaapdorp
en het is ongeletterd
lapje stof
De titel is ontleend aan een pamflet dat JM Dedecker vandaag publiceert in De Standaard: 'als de identiteit afhangt van een lapje stof komen er vodden van.'
Op de bladzijde rechts staan een filosoferende tekst van Patrick Loobuyck van UIA (Universiteit Antwerpen) en een ironiserende column van de onnavolgbare Rik Torfs.
Ik had me voorgenomen over het onderwerp 'hoofddoek' niets meer te schrijven, maar deze drie teksten dwingen me ertoe.
De basisstelling van Dedecker is dat de drie monotheïstische godsdiensten de seksualiteit onderdrukken en in het bijzonder de vrouwelijke seksualiteit. Dit is zonder meer juist.
Dedecker eindigt zijn betoog met: 'Moslima's aller landen verenigt u.'
Ik twijfel eraan of Dedecker hierin oprecht is: 'Moslima's aller landen bekeert u tot de enige juiste waarheid van Dedecker en andere rabiate vrijzinnigen' lijkt me correcter.
Ik heb het al eerder gezegd: vrijheid impliceert de keuze om zich te onderwerpen. Iemand kan op religieuze gronden kiezen voor de maagdelijkheid - wat iets anders is als daartoe gedwongen worden door een machtsinstituut zoals de roomse kerk.
We kunnen aantonen dat zo'n levenslange maagdelijkheid een dwaasheid is: niet alleen ontzegt de betrokkene zichzelf een belangrijke bron van genot en levensvreugde, de feiten bewijzen dat opgestapelde seksuele frustraties vaak ontploffen of sluipwegen zoeken die ziekelijk of zelfs misdadig zijn. Maar deze feiten zijn enkel een aansporing voor de wetgever en het gerecht om deze ontsporingen te bestrijden en te bestraffen, ze doen in wezen niets af aan de persoonlijke vrijheid van elk individu om ervoor te kiezen geen seks te hebben.
Patrick Loobuyck heeft het over de moeilijke omgang van een geseculariseerde samenleving met geloof en godsdienst: ook juist. Een groot aantal landgenoten kijkt met enige rancune, of zelfs intense haat, terug op zijn/haar godsdienstige opvoeding en wil hiermee afrekenen. En een aantal vrijzinnigen ziet overal uitbarstingen van godsdienstwaanzin die hen sterken in de overtuiging dat godsdiensten verderfelijk zijn. Het punt is dat ruim 90 % van de wereldbevolking een of andere godsdienst aanhangt en je zal er hoe dan ook nog enige tijd mee verder moeten. Eventueel tot in de eeuwigheid. De scheiding tussen kerk en staat is een noodzaak om te voorkomen dat het leven van iedereen door de regels van een godsdienst wordt gedicteerd, maar de even grondwettelijke vrijheid van godsdienst houdt in dat mensen het recht hebben om hun godsdienst te beleven, ook in de openbare ruimte. Godsdienst is immers, zoals Loobuyck terecht opmerkt, niet louter privézaak - een vrijzinnige overtuiging trouwens evenmin tenzij het gaat om vrijzinnigen die kiezen voor 'the splendid isolation' in hun superieure moraal en levenswijsheid. Ons dagelijks gedrag wordt door onze intieme overtuiging bepaald. Althans in de mate dat we enigzins oprecht blijven en consequent.
Rik Torfs vraagt zich schertsend af of we niet beter ook trouwringen zouden verbieden: iedere vrijgezel of gescheiden burger kan zich ergeren aan deze demonstratie van huwelijkstrouw.
En zo kun je inderdaad bezig blijven: waar ligt de grens tussen de kenmerken waaraan iemand zich met reden mag storen en de ergernissen die op racisme of onverdraagzaamheid neerkomen?
Burgemeester Termont heeft het simpel en overtuigend verwoord: 'Ik zit ruim 31 in het Gentse stadsbestuur en heb nooit één probleem met die hoofddoek meegemaakt.' Sommige zaken worden pas een probleem als je er een probleem van maakt. Dan kun je leerlingen de klas uit sturen omdat ze sportschoenen dragen of te lange haren of te korte rokken etc Of je kan mensen bespuwen die een keppeltje dragen, een kruisbeeld, een hanenkam.
Reeds meermaals heb ik proberen duidelijk te maken dat het in essentie gaat om een discussie over doel en middelen. Het gemeenschappelijke doel is, hoop ik althans, een verdraagzame en veelkleurige samenleving. Is het verbod op de hoofddoek voor gemeentelijke ambtenaren een geschikt middel om dat doel te bereiken? De heisa in de media en onder het volk toont aan dat dit niet zo is: de tegenstellingen worden aangescherpt en de kans is zeer groot dat moslims en moslima's het voorbeeld volgen van de joden, namelijk zich terugtrekken in een getto en psychologisch in een 'egelstelling'. Het is zeer waarschijnlijk dat meisjes en vrouwen zullen kiezen voor hun geloof en tegen de openbare samenleving, en dat moslimjongens en -mannen juist door deze hetze gaan radicaliseren.
De lekenstaat is geen dogma of exclusieve mogelijkheid: het voorbeeld is Frankrijk, de bakermat van de Verlichting, maar Engeland is niet minder verlicht en daar gaat men totaal anders om met deze problematiek; symbolen van culturen en godsdiensten zijn daar wel toegelaten in officiële functies. En bij mijn weten is de openbare dienstverlening in Engeland niet slechter dan in Frankrijk noch is daar de greep van de godsdiensten op de samenleving een grotere bedreiging voor het verdraagzaam samenleven. Tenzij men denkt aan de aanslagen maar die hebben duidelijk politieke en buitenlandse oorzaken.
Dedecker argumenteert dat de hoofddoek in Turkije verboden is sedert de stichter van de moderne natie, Ataturk. Wat hij er niet bij zegt is dat het kemalisme, zoals de beweging van Ataturk wordt genoemd, als decennialang zorgt voor een ondemocratische invloed van het leger met alle uitwassen vandien: massamoord op de Koerden, folteringen in de gevangenis, muilkorven van de pers etc Onvrijheid blijft zelden beperkt tot één thema, we moeten niet van Turkije gaan leren hoe we met onze minderheden moeten omgaan.
Tenslotte zal ik het tot in den treure blijven herhalen: mensen zijn nooit neutraal en wat mensen in wezen zijn, is niet altijd af te leiden uit hun uiterlijk. Het zit essentieel in en niet op of rond hun hoofd.
Zoals Rik Torfs spits opmerkt: een das en een hemd worden gedragen door fatsoenlijke burgers maar net zo goed door regelrechte gangsters.
scholierenprotest
scholierenprotest in Nederland
De beelden van het scholierenprotest in Nederland bewijzen dat men ten noorden van de Moerdijk met een ernstig pedagogisch probleem heeft te kampen.
Zelfs indien de contestatie gerechtvaardigd is, dan nog is de taal van het verzet alarmerend: we zien vernietigingen, gewelddaden louter voor het plezier van het vernietigen en voor de kick van het geweld. Heel wat op straat geïnterviewde relschoppers weten niet eens waarover het gaat of verklaren dat ze helemaal geen last hebben van te veel lesuren. Ze doen mee omdat ze het 'leuk' vinden.
Het lijkt me kras dat uitgerekend in Nederland de studiebelasting te zwaar zou wegen: wellicht is men nergens anders in Europa zo tolerant tegenover de jeugd als in de Nederlandse scholen.
De scholieren protesteren onder meer tegen 'zinloze uren' waarin geen les wordt gegeven bij gebrek aan leerkracht.
Maar waarom is er in vele scholen een tekort aan lesgevers? Precies omdat steeds meer leerkrachten er de brui aan geven: zij zien het niet meer zitten om te fungeren als oppasser, als dierentemmer. In heel wat Nederlandse secundaire scholen is de discipline totaal zoek en is het gewone lesgeven door wangedrag onmogelijk gemaakt.
Zo klagen de scholieren over een reëel probleem dat ze zelf hebben veroorzaakt.
In elk geval: als de beelden de juiste weergave zijn van de Nederlandse jeugd, dan is de tijd definitief voorbij dat we onze noorderburen als een gidsland konden beschouwen. Nederland met zijn verruwing in taal en zeden, met zijn onderwijsproblematiek en opvoedingsdeficiet in het algemeen lijkt eerder een waarschuwing te geven: laten we hier in Vlaanderen toch liever een minimum aan discipline en respect voor leerkrachten en opvoeders handhaven. En een rechtmatig respect voor de jongeren: je kan van hen inderdaad niet alles eisen en zeker niet alles tegelijk.
68-plus


soixantehuitard
vondeling van 68,
geloof jij nog in dat mooie
lied: ‘ontwaak verworpenen,
slaak de ketens’?
je slaakt de kreten, woorden
met loden vleugels:
geloof je in lood?
gekneusde leuzen piepen uit je
keel alsof een laars
op je borstkas staat
staar je vannacht in kinderogen
die staren naar een stille moeder,
toegedekt met zand en bladeren,
meisjesogen misschien die mannen
kennen aan bajonet en bevel?
geloof je nog in een ochtend
van vogels, een nachtelijke
hemel die van louter
sterren trilt, verhalen ademt
als een oude vader?
leuzen, slagzinnen staan
in je ribben gegrift als in
een opgegraven bot, versteende
kreten, onleesbare droom
je zegt, ouwe zoon van 68,
ook zonder geloof zijn er
de werken: pas wie getild
heeft, mag klagen over zijn rug
opwarming
fluit alsof het lente is:
een lied van CO2
Etienne Vermeersch
Sommige vrijzinnigen zullen toch eens moeten leren aanvaarden dat ongeveer 90% van de wereldbevolking een of ander geloof of godsdienst aanhangt. Men kan dit vanuit rationele overwegingen betreuren, maar in deze eeuw gaat men dit niet meer veranderen en tot een mutatie van de menselijke soort evenmin. Iets anders is de scheiding tussen godsdiensten en staat inzake wetgeving: vermits wetten op iedereen van toepassing zijn moeten ze respect betonen voor ieders overtuiging en mogen ze nooit de uitdrukking zijn van één welbepaalde levensvisie die dan aan anderen met juridische dwang wordt opgelegd. En met 'levensvisie' is dan bedoeld een stelsel van waarheden en gedragsregels gebaseerd op metafysica. Een grondwet of universele conventie zoals die over de mensenrechten draagt ook een 'levensvisie' uit maar die is dan gebaseerd op controleerbare feiten.
fiscus
losers
losers
strepen van een kille regen
zoveel glas en nog veroordeeld
tot gespleten kijken
een kale tak, zwarte vogel
een treurnis van gebladerte
aan een beukenhaag
een witte vlek
die langs schuift
geluidloos
de bestuurder blijft
onzichtbaar
een tuintafel, vetplant
in metalen vaas
ze heeft een naam gehad
de vermetelheid
van zaden
de regen ontleedt
in onwezenlijke delen
verkilt het gebeente
schudt beenderen uit een zak
hij breekt het licht
zoals laarzen botten breken
en hakken een tak
een bosduif zet een hoge
borst op alsof ze zegt:
doodgaan is voor losers
Hilde Crevits
debutante
debutante van 60
- voor Lisette W. –
onzeker schermt ze haar
woorden af: betaamt het
wel, dit spreken met verhakkelde
stem, spiegelscherven na
het gooien van een steen
in een moedwillig verduisterde
kamer, een boudoir van
een dame zonder lamé
en zijde, een dertiende
uit een dozijn
verzamel haar wereld
scherf na scherf: lees hoe
veelvoudig je wordt weerkaatst
hoeveel handen grijpen
naar één brood: wie deelt
zal verdelen, maakt onderscheid,
zet de ene tegen de andere op
en alle behoren tot haar wezen
betaamt het dat haar naam
staat in een lijst van meesters
die net als zij beginnen
elke dag, elk blanco blad
een leeg venster waarin
ze een dag verzinnen
met verhaal en leven
onzekere leerlingen
van hun eigen school:
een vissenschool van
onderzeese tover, een ekster-
school van dieven, een vlucht
ganzen die voorspellen
betaamt het dat ze een
naam hanteren als een zwaard
doen alsof de duizend koppen
van de leegte rollen over hun blad?
Khnopf - bis
Khnopff
men zegt het is zijn zuster
die de deur gesloten houdt
maar het is geen bloed
dat hen verbindt
het was een tasten
naar de huid en klieren
van de ziel
de damp die om de aarde hing
toen ze ontwaakte
aanving met ademhalen
niet het vlees
dat mannen scheidt van vrouwen
ze doet briesen van ongeduld
om in elkaar te schuiven
zoals een hand schuift
in een handschoen
en dan de deurkruk
en het openen
ze moeten gesloten blijven
deur en jongedame
het hout gelakt in melkblauw
gebiesd in goud
de starende zuster in corsage
een hoge kraag
wit als een schim
zij moet verschijnen
één ogenblik daar zijn
en dan voorgoed voorbij
de afstand van het tasten
zijn verf: een vingerafdruk
van het eerste heimwee
dat op goed geluk
naar de aarde kwam
om even adem te halen
daarna op te staan
en voort te gaan
Boedapest 6


in nomine patris et
namens wie kan je spreken
kind van spinner en huisvrouw
bloedverwant van behoedzame doden
niemand zo roekeloos toch
als wie overleeft?
ruik aan je vingers:
niet eens een restje inkt
of zweet, fouilleer je poriën,
zoek een gelijkenis, een teken
van vloek of zegen
lever, longen doen haast geluidloos
hun dagelijks werk, alleen een koord
rondom de hartspier trekt strakker
aan alsof een zak wordt dicht gesnoerd
waarin men een dier zal verdrinken:
het spartelt, klauwt naar de benauwenis
spreek namens benauwden opgetekend
in een verregend schrift: al wie brood
heeft gesneden, het mes gericht
op de buik; al wie hakte, schilde
de vrucht van eigen of gehuurde tuin
monden waar geen ronkend woord
in aardde, een sussende toon dat wel:
toen de slaap uitbleef als een bezopen
koetsier en koorts een tekening
toverde in de nerven van een linnenkast
namens gelijken kan je spreken
vanachter je gevel van burgerman:
spreek, vervreemde, over bewoners
van een rijtjeshuis, ze stonden
bij een kruidenier in het krijt
en bij de grote slager daarboven
het dier klauwt naar zijn benauwenis,
voelt een koord zich spannen, weerom
neerliggen in een streep
depressies en zo
Een greep uit de kranten van vandaag zaterdag 24 november. In Brazilië werd een 15-jarige straatdievegge opgesloten bij 20 mannelijke criminelen; men kan zich inbeelden wat zich daar heeft afgespeeld.
In het vroegere Oost-Duitsland werd een 17-jarige tiener overvallen door 4 skinheads die een hakenkruis in haar heup tatoeëerden. In Burundi worden wekelijks 26 verkrachtingen gemeld, heel wat meer worden niet eens aangegeven uit schrik of omdat het toch niets uithaalt.
Wie schreef alweer: 'Ich kann nie so viel fressen wie ich kotzen möchte'?
Het doet me denken aan al de jaren dat ik als leraar Nederlands mijn leerlingen van de derde graag aanspoorde, soms verplichtte, om het nieuws te volgen. Steeds met een ondertoon van zelfverwijt en schuldgevoelens: had ik wel het recht om deze 16-18-jarigen te confronteren met alle gruwel en smerigheden van deze wereld?
Deze ambivalentie is gebleven: enerzijds lijkt het me noodzakelijk om de actualiteit te volgen en zich te informeren om zo correcter te kunnen oordelen en bij de volgende stembusgang een meer verantwoorde keuze te maken. Anderzijds heb je geregeld een 'time out' nodig. Je moet af en toe op een 'geestelijk eiland' gaan zitten, in de natuur, tussen de kaft van een heerlijk boek, in de armen van een geliefde. Anders riskeer je compleet gek, cynisch of depressief te worden.
Dat wordt blijkbaar bewezen door de cijfers van gisteren: ongeveer 17% van onze volwassenen lijdt aan depressies.
Een psychiater stemde in met mijn vermoeden dat dit te maken heeft met de dagelijkse lawine aan negatieve sensaties: ongevallen, rampen, criminaliteit, aanslagen en oorlogsbeelden. Dit overbeklemtoonde negativisme moet onvermijdelijk een weerslag hebben op de psyche van onze bevolking.
Ten tweede is er de toenemende druk op de werkvloer, een gevolg van de moderne leuzes 'flexibiliteit' en 'verhoogde productiviteit'. Het is al vaker gezegd, onder meer door Frank Vandenbroucke en Mieke Vogels: 'je kan de mensen niet blijven uitpersen als citroenen.'
Mensen zijn geen machines die je bij panne kan vervangen door een even goeie of nog betere.
Ten derde vrees ik dat het ritme van de arbeidsmarkt is overgeslagen op dat van de vrijetijdsbesteding: bijna iedereen heeft het druk, druk, druk. Bij elkaar binnen lopen zonder aankondiging kan niet vanwege een overvolle agenda. Toch weet deze hyperindividualistische dichter dat de mens wezenlijk een sociaal dier is: je hebt niet enkel behoefte aan samenzijn, maar aan kwalitatief samenzijn met mensen die je vertrouwt, tegenover wie je echt kan zeggen wat je denkt en voelt.
Kortom, ik vrees dat we in een zieke en ziekmakende tijd leven. De overvloed van onze consumptiemaatschappij - althans voor wie er aan mag deelnemen - kan deze aanslagen op het welzijn niet compenseren.
De depressieven onder ons vervullen de functie van de kanaries in de vroegere steenkoolmijnen: zij signaleren ontploffingsgevaar. Niet alleen zij moeten worden behandeld, maar in de eerste plaats deze zichzelf beschadigende maatschappij.
Anne Frankboom
Anne Frankboom
stamelt de kastanje:
raak me niet aan?
is niet het kruidje-roer-
me-niet steeds de eeuwige
stem die moppert om een
likdoorn, voorbij loopt
aan verbrijzelde schedels?
kom eens kijken, al wie meent
de last van de wereld te dragen
op weerloze schouders, allen
geschandvlekt door de geschiedenis
kom naar de kade van Pest
An die Schöne Blaue Donau
een lint van rode zijde
toen in dat uitzinnige jaar
zie, de laarsjes van dames,
de molières van een meisje,
de plompe bottines van
een vader, een zoon
in brons, egaal in brons,
metaal langs het water
brons moppert niet, het ruist
niet eens, het glanst in regen
en zonlicht, het treurt niet
om een zieke boom, alleen
van zieke geesten wil het
getuigen, van 600 000
omgehakt in één jaar
zo stamelt de kastanje,
zo rekent het meisje dat
vandaag een dame zou zijn:
indien, indien men op tijd
opkeek van eigen likdoorn,
schreeuwde om bijl en schedel,
indien men op de juiste dag
de geur opsnoof van een vlag
hongerstaking
Vandaag lezen we in Visie, het weekblad van het ACW, een interview met ene Pol van Camp, gepensioneerd vakbondsman en vredesactivist.
Hij is pas terug uit Afghanistan en spreekt over de Afghaanse hongerstakers in Brussel:
'De hongerstakers hebben nu via een ongeoorloofd middel gekregen waar ze recht op hebben. Wat onrechtvaardig is, is dat ze daarvoor hun leven moesten riskeren.' De kop boven het artikel luidt: 'Hongerstaking is een wanhoopsdaad'.
Het mededogen van deze man staat in schril contrast met de verklaringen van de blauwe excellentie van binnenlandse zaken, Patrick Dewael, en de Dienst Vreemdelingenzaken die bij herhaling de hongerstaking 'chantage' hebben genoemd en : 'Op chantage gaan wij niet in, we laten ons niet chanteren.' De woorden 'chantage, chanteren' worden dan uitgesproken met een diep misprijzen door ongetwijfeld zeer eerzame burgers en democraten.
Terecht: volgens het wetboek is chantage, in de betekenis van afpersing, een misdrijf.
Maar een terugblik op de geschiedenis kan ons wat anders leren. Was niet de beroemdste aller hongerstakers in de voorbije eeuw Mahatma Gandhi?
Voelt iemand zich geroepen om Gandhi een crimineel te noemen? Verkiest men een verzetsleider (tegen de toenmalige Britse overheersing in India) die terreuraanslagen organiseert of een burgeroorlog op touw zet?
Als er iets crimineel is aan de hongerstaking, dan wel de situatie van uitzichtloosheid die iemand naar dit wapen van de machteloze doet grijpen.
Er zijn toch rare dingen aan de hand met de morele verontwaardiging: aan de ene kant stuurt men soldaten naar Afghanistan en aan de andere kant vindt men dat de slachtoffers van Taliban en 'war lords' maar in eigen land moeten blijven - Afghanistan is veilig genoeg volgens de experten van Vreemdelingenzaken. Idem dito voor Iran: telkens weer schreeuwen Westerse politici hun verontwaardiging uit over dit theocratische dictatoriale regime, maar opnieuw mogen Iraanse vluchtelingen door dit regime vervolgd hier niet binnen. Vluchtelingen moeten kunnen bewijzen dat zij persoonlijk het slachtoffer geweest zijn van vervolging: hoe doe je zoiets? De sporen tonen van foltering, wat impliceert dat je in de dictatuur moet blijven leven tot je inderdaad gefolterd wordt? Moet een vrouw de littekens van een verkrachting kunnen tonen? Hoe leg je de eigendomsbewijzen voor van een huis dat is onteigend of weg gebombardeerd? Hoe kom je aan documenten als je halsoverkop bent weggevlucht of halfnaakt uit een bootje of vrachtwagen wordt gehaald?
Kortom, eens te meer staan we voor het gezegde van Léo Ferré: 'La morale c'est la morale des autres.' Wij mogen ons wentelen in de luxe, dat is ons onvervreemdbare geboorterecht, de schooiers die hier aanspoelen moeten terug naar hun mesthoop en/of gevangenis met martelkamer.
Uit Hertoginnedal noch uit de Wetstraat hebben we al een signaal opgevangen dat de onderhandelaars erg in hun maag zitten met dit probleem, zeker de communautaire scherpslijpers niet. We leven in een land met een toenemend egocentrisme en groepsegoïsme, in de vele varianten op de kreet: 'Eigen Volk Eerst'. Wat gewoon een uitbreiding is van: 'ik eerst'.
Gandhi was niet gelukkig met de splitsing van India na de oprichting van de islamitische staat Pakistan - later heeft ook Bangladesh zich afgesplitst. En in India zelf bleven de gewelddadige conflicten tussen moslims, hindoes en sikhs voort duren. Het is niet met opruiende taal dat je mensen tot bedaren brengt en coëxistentie mogelijk maakt.
Vluchtelingen zouden moeten gezien worden als getuigen: hun ellende is een getuigenis van wat fanatisme aanricht, om het even over welk fanatisme het gaat.
Boedapest 5
Magyaarse II: boswandeling door een stad
een Magyaarse heeft een huid
van berken, zij wandelt op de jonge
berken van haar benen, kijkt je aan
als een wezen uit de nacht verschenen
gelijk een huivering elke nacht verschijnt
zij heeft de blik die even snuffelt,
glimlacht om het schaarse licht:
het weten van een ouder wezen,
het hoort de bons door dunne vliezen,
herkent het verlangen aan zijn geur
ze glimlacht om het schamel licht,
de trilling waarop zij huivert
gelijk gebladerte: een boom heeft
dan een boom herkend, oog om oog,
blad om blad – zij glimlacht
zilverlicht over een zilveren pad

