Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
de krant
dagbladen
er moet geschreven, gedrukt,
vermenigvuldigd, vet geblokt,
of liefjes in cursiefjes want
er wil gelezen zijn
blader door de dagbladen,
neem een blad van alle dag:
woorden netjes aan papier
gehecht, al deden de oude
Chinezen het beter, fraaier
alleszins: wie hangt vandaag
nog rollen uit,een wandtapijt
van louter lettertekens
vergezichten die enkel
uit klank bestaan
inkijkjes onder een schedeldak:
ach ja, zo kronkelen de hersenen
van een dichter, een wijsgeer
in een Paleis van Vrede
zie je, hoe sierlijk, behendig
het bloed zijn bochten neemt
er wordt wat afgeschreven want
er wil dagelijks wat opgelezen zijn:
wie niet spelt is wie niet telt
elke lezer staat op zijn strepen
en de strepen staan in een kruis:
geur van goedkope vezels, inkt
die los laat aan de gretige vinger
vergezichten, schedelboringen
gaan mee naar de container
de haastige ophaling is gratis
stank
stank
- een nieuwjaarsbrief –
vader,
ik hoor ik ruik
het sudderen, knisperen
van vet in de zure maag
van de hel
want er was een janker
die wegkroop onder een gootsteen
en het lopen liet
in zijn broek
er was een leperd
die het veld in liep
en zich niet liet raken
door de wijm
de wilgentwijg in uw vuist
(en er moet een meisje zijn geweest
van moerbeibladeren
die bekropen werden
door de rupsen van uw adem)
vanwege al die beelden,
vader,
die zich een weg banen
door de schemer
van vergeten en vergeven
en als uw vet nu
suddert en knispert,
vader,
in de pan van een
vadsige duivel
en u het hete druipen voelt
van zijn verwende muil
en als het stinkt, vader,
zoals getuigen vertellen
die aan de rand van graven
te kokhalzen stonden
na de nederlaag van de daders
na de nederlaag van de vaders
die door hun beenderen zakten
zoals alle tronen zakken
door hun poten
door die stank heen, vader,
ruik ik het vers flanel
de sunlightzeep
ruik ik uw rug uw getaande vel
waartegen ik insliep
- na het te vroege inslapen
van moeder -
zoals een dorp inslaapt
tegen een burcht, een gebergte
zoals hier diep de schapen inslapen
want daarboven hurkt de hoeder
Job
'n Potscherf heeft de paadjes van de jeuk
geduldig opgespoord, het druipen van etter
is opgedroogd, de tentatieve tik
tegen roofjes laat de huid wellustig kruipen.
Als Gods hand alles uitwist, blijft de tijd
nog onvernietigbaar. De ganse dag
bleef tot zijn beschikking om de vlijt
van bromvliegen in het vuilnis te beschouwen
- aandachtig ademend, terwijl de stank
en zonnesteek hun bezwering om zich ranken.
Toen al de ijveraars ondergronds verdwenen
heeft hij zijn bak zorgvuldig schoon gelikt,
zijn mantelrafels over zijn kop getrokken,
is gekrompen tot een kleine pit van pijn.
*** vertaling van een gedicht in het Afrikaans van de onlangs
in Nederland overleden Zuid-Afrikaanse dichteres
te dom?
zijn ze dan toch te dom?
De ironie van extremisme is dat de ene extremisten de andere op de duur nog redelijk doen lijken.
Zo zijn de adellijke fossielen uit de Brusselse rand die in Humo van 4 december worden geïnterviewd, een ware propagandamachine voor de Vlaamse separatisten.
Ten gronde gaat het om twee diametraal tegengestelde visies op taalrechten. De francofonen zien het taalgebruik - ook in officiële functies en correspondentie - als een individueel recht; de Vlamingen zweren bij het 'territorialiteitsbeginsel', simpel te vertalen als 'in Vlaanderen Vlaams'.
Op het niveau van officieel taalgebruik zijn deze visies onmogelijk te verzoenen: het is ofwel het ene ofwel het andere. Tenzij men heel België twee- of meertalig verklaart en dan nog blijft de vraag open of dit veel zou oplossen.
Want in de praktijk gaat het om usurpatie: de francofonen zijn in de rand binnengedrongen en eisen voorrang voor hun taal.
Ze zijn niet gekomen als politieke of economische vluchtelingen maar als welgestelden die de binnenstad zijn ontvlucht om te vertoeven in een meer landelijke, groene omgeving.
Dit maakt hun liefdesverklaring aan Brussel zo vals: zij hadden en hebben het geld om in Brussel te investeren en om de verkrotting tegen te gaan. Maar deze elitaire geesten wonen liever niet tussen het gepeupel.
Heel hun betoog barst van contradicties en dubbelzinnigheden: zij prijzen het feit dat steeds meer francofonen hun kinderen Nederlands laten leren, maar zelf gaan ze nog steeds uit van de suprematie van de Franse taal en cultuur.
Daar ligt de psychologische basis van hun verkrampte houding: arrogantie, superioriteitscomplex. Hun droom van een 'rattachement à Bruxelles' is niet ingegeven door een liefde voor de hoofdstad maar is bedoeld als levensverzekering: enkel door de band met Brussel politiek te versterken kunnen ze hun usurpatie volhouden.
En zoals dat gaat men lichtjes dementerende baronnetjes: zij spelen graag de rol van Calimero, iedereen is hen vijandig gezind en zij hebben nochtans de beste bedoelingen. Zo klagen ze het feit aan dat de Vlaamse regering enkel wil investeren in een bibliotheek als daar minstens 75% van de boeken nederlandstalig zijn. In hun ogen dient het departement Vlaamse cultuur dus voor de promotie van het Frans.
En hun argument is steeds hetzelfde: wij vormen de demografische meerderheid. Moraal: kom met zoveel mogelijk een land binnen en je kan je taal en cultuur opleggen aan de rest van de bevolking.
Zij stellen in plaats van taalwetgeving, taalhoffelijkheid voor: maak van de taalkeuze een beleefdheidsvorm, een bewijs van courtoisie. De geschiedenis leert waartoe dit leidt, ook actuele dagelijkse ervaringen bevestigen het verhaal: steeds is het de Vlaming die zich aanpast aan de francofoon.
Het keerpunt is natuurlijk de omslag in de economische verhoudingen. Vroeger was het in dit land duidelijk: de francofone bourgeois was niet enkel cultureel superieur, maar ook qua economische macht. Vandaag botst de linguïstische arrogantie op de economische en politieke suprematie van Vlaanderen - zie de eenzijdige stemming over B-H-V.
Men kan altijd vergelijkingen maken met het buitenland en er bijvoorbeeld op wijzen dat in de VS het Spaans stilaan de tweede landstaal wordt. Maar bij mijn weten eist geen enkele hispanofoon daar het recht op om bestuursactiviteiten in het Spaans te verrichten. Je hoort in bepaalde districten van New York meer Spaans dan Amerikaans zoals je in bepaalde wijken van Brussel meer Arabisch dan Frans zal horen, maar in bestuursraden is de voertaal nog steeds Angelsaksisch.
Vergelijk het met Antwerpen of Gent: om iedere burger te bereiken is het allicht noodzakelijk om levensbelangrijke boodschappen ook in het Turks of Arabisch of Berbers te verspreiden. Maar de relatie geldt niet omgekeerd: de inwijkeling kan niet van de overheid verwachten dat die voor om het even wat personeel in dienst heeft dat al die vreemde talen spreekt of begrijpt.
Dit onderscheid is essentieel om te anticiperen op het verwijt dat de taalpolitiek van Vlaanderen ten opzichte van de francofonen een vorm van racisme zou zijn.
Ten slotte: zou het geen mooi pedagogisch voorbeeld zijn mochten de verantwoordelijke politici aan taalvereisten voldoen die men nu oplegt aan ondergeschikten. Meer concreet: waarom moeten eenvoudige Brusselse agenten een taalexamen afleggen en federale politici uit Kamer en Senaat niet? Waarom blijft men het aan de overkant zo evident vinden dat iemand met een hoger, zelfs universitair diploma geen jota begrijpt van de tweede landstaal of zich daarin niet kan behelpen - getuige de verhalen over de Mug in de zone Brussel? Is dit de hoffelijkheid waarop de adellijke oudjes doelen?
underdog
schoolreis naar Nicaragua
jamas será vencido
- een schoolreis naar Nicaragua –
ze komen uit de Kempen
met fotocamera’s, nemen beelden
van een vuilnisbelt bij de hoofdstad
Managua, leggen de zoekende ploegen
vast van mannen vrouwen kinderen
ook afval heeft zijn beurtgetal
zijn voorrang en orde
zij buigen over de kraterwond
bij Masaya – la Boca del Inferno –
waar helikopters hun rommel dropten:
verfrommelde poppen met gebalde vuisten
een beurs geslagen mond
ze staren in de dampende trechter
ze zijn jong en vragen nog:
waar was de rechter?
ze zijn ontzet
onze jongeren uit de Kempen
ze vinden het volkje maar vies
en vadsig:
zoals die lummelen zoals die luieren
niets om handen
ja, een zuigeling of een geschooide sigaret
ze hebben begeleiders mee
onze jongens onze meisjes
en die vermijden de Mercado Oriental
waar inlandse jongens en meisjes
de snoepjes venten
die ze meedragen in hun slipje
de geplette mango van hun mond
die om de stompen sluiten
die uitsteken uit wijdere slipjes
hun weggedraaide ogen
die door de nevel waden van lijm
ze nemen afscheid van mollige pleegmoeders
met natte donkere wangen
beloven op hun eer van zeventien
om terug te komen
en te tonen misschien
op zijn Vlaams wat werken is
want zij zijn aangeslagen
onze jongens en meisjes
niet verslagen
zij geloven nog, verwachten nog:
er moet een verhoog bestaan
met daarachter een rechter
katholiek onderwijs
proberen
palimpsest
wat heb je aan één leven
het is een klad
probeersel van een nieuwe pen
op waardeloze repen
griffen en vergeefs je best doen
om het uit te wissen
en wat overblijft
is een onleesbare tekst
die je zou moeten overschrijven
in de kolommen
van minstens negen levens
je hebt wat afgelegd
van wegen
klederdracht
je hebt verwacht, vermeden,
al sprekend verzwegen
er is één zegen:
de gezichten die het verleden trekt
als een volleerd komiek
er valt wat af te schateren
en magere schouders op te halen
en als de potsenmaker
zich heeft ontschminkt:
hopen
dat hij je aankijkt
met zachte weemoed
en hevig mededogen
manipulatie?
Sombeke


Sombeke 2
zompig dorp, heuveldorp
dorp dat van de heide glijdt
naar de trage rivier
spie in het hart, groene driehoek
wijst naar een ommuurd kasteel
volgens een oom onze stamboom
zonder twijfel, wandel verder
over de hoge spoordijk: hij breekt
aan een verdwenen brug, stalen
arm die onze dorpen omhelsde
spoorloos verbrijzeld alsof men
als de dood was voor een omarming:
sta bij riethalm, hagenwinde, hoor
de meerkoet, hikkende veerman
zompig dorp, hangend aan een heide:
we sneden er bogen, onze pijlen
gericht op een boosaardig oog
heuveldorp, glijdend langs de paalwoning
van een onverlaat: wie betaalt
het uitzicht op overstroming en stilte
zwijgzaam dorp, boven het hart
doorsneden, bereden zoals men
de rug breekt van een paard:
bus en vrachtwagen vloeken in de kerk
dorp bij heide en trage rivier: waar
woonde de slager, neef van vader,
zijn bloedworst de beste van het land
dorp waarover het doek valt van lieve
taferelen, weer open gaat voor een
staande ovatie: vinken, lijsters
in abeel en struweel, menestrelen
dorp van strelen: rivier en riet,
zo traag, zo graag strelen ze elkaar,
meisjeshuid van een dorp – zie je
de hagenwinde blozen in haar kelk?
Rik van Looy
Gisteren heb ik nog eens overdacht waarom verarming en sociale uitsluiting zoveel minder aandacht krijgen in onze media als doping:
- armoede beantwoordt minder aan de sensatiezucht en doet dus minder kranten verkopen, maakt geen verhitte discussies los aan een cafétoog.
-de schuldvraag ligt totaal anders: beelden en berichten over armoede kunnen ons welgestelden wijzen op onze eigen verantwoordelijkheid, ze kunnen ons een onbehaaglijk gevoel van enige schuld bezorgen. Bij doping bevinden de boosdoeners zich duidelijk aan de overkant en zijn wij de moreel zuiveren, ons kan niets worden aangewreven want wij nemen allerlei middeltjes maar toch zeker geen doping?
Om die redenen is de 'overexposure', het overbelichten van het dopingprobleem in pers en tv-uitzendingen een gemakkelijkheidsoplossing en een vorm van populisme of demagogie: het leidt de aandacht af van wezenlijke vraagstukken zoals de sociale rechtvaardigheid en de (on)menswaardigheid van het bestaan.
De opgave van de media is juist noodzakelijke veranderingen in de geest van het publiek als noodzakelijk te doen aanvaarden zodat een en ander in beweging komt. Morele vraagstukken gaan in de eerste plaats over onszelf: in welke mate en op welke domeinen schieten wij tekort tegenover de moraal die wij in woorden belijden - de christelijke, humanistische of socialistische - en de splinter zien in het oog van de andere is zoals men weet niet de eerlijkste keuze Daarom noem ik Mister Proper Jacques Rogge een hypocriet en farizeeër: hij strijdt rabiaat tegen doping maar gaat met zijn organisatie naar een land waar de mensenrechten aan de lopende band worden geschonden zonder enige voorwaarde op te leggen.
De gadgets die volgend jaar op de Olympische Spelen zullen worden uitgedeeld zijn gemaakt in onmenselijke arbeidsomstandigheden tegen een hongerloon. Het gaat om prioriteiten: wat is voor jou het meest essentiële?
nargileh
nargileh ***
aan parelmoer dacht je
een lichaam van rozen
en nachtegalen, het sluike
haar een wuivende franje
aan een altaarkleed
wie zag ze toen ze omkeek:
een fluitspeler in een tuin
terwijl een waterpijp wordt
doorgegeven, een koningspalm
werpt de schaduw van een hand
weef dit beeld in woorden
van zijde en filigraan:
strooilicht, een wegzweven
dat bleef achter gesloten ogen
van parelmoer dacht je
een wezen van rozen
en nachtegalen, en jij
verdoofd aan een waterpijp*** begin november bekroond met de poëzieprijs 2007 van de Stichting Beeldspraak in Nieuwegein bij Utrecht.
slaapdorp


slaapdorp
het leven houdt zijn adem in
alleen een steels bewegen
in de hoogste bomen
het dorp draait met de aarde mee
zoals een sticker op een fietswiel
met eindeloze spaken
de huizen staan leeg
arbeid gebeurt
aan de rand der steden
de velden slapen
hun winterslaap
dit zou vrede zijn
als je niet zou lezen
als jouw hoofd zo’n kamers had
heimelijk nageurend
naar zaad en scheerzeep
als je struikelen zou
over een slaapkleed of een beertje
maar jij moet lezen
jij draagt de wereld
als een ijlkoorts
als een huidziekte van woorden
en geen ogenblik zit je stil
soms vallen de schilfers
op je blad
en blaast een windje
uit een onbekende windstreek
er patronen in:
ansichten van de wereld
van de kamers
waar ze wonen
de genoten van een andere soort
die je benijdt en verkettert
het geluk woont in een slaapdorp
en het is ongeletterd
lapje stof
De titel is ontleend aan een pamflet dat JM Dedecker vandaag publiceert in De Standaard: 'als de identiteit afhangt van een lapje stof komen er vodden van.'
Op de bladzijde rechts staan een filosoferende tekst van Patrick Loobuyck van UIA (Universiteit Antwerpen) en een ironiserende column van de onnavolgbare Rik Torfs.
Ik had me voorgenomen over het onderwerp 'hoofddoek' niets meer te schrijven, maar deze drie teksten dwingen me ertoe.
De basisstelling van Dedecker is dat de drie monotheïstische godsdiensten de seksualiteit onderdrukken en in het bijzonder de vrouwelijke seksualiteit. Dit is zonder meer juist.
Dedecker eindigt zijn betoog met: 'Moslima's aller landen verenigt u.'
Ik twijfel eraan of Dedecker hierin oprecht is: 'Moslima's aller landen bekeert u tot de enige juiste waarheid van Dedecker en andere rabiate vrijzinnigen' lijkt me correcter.
Ik heb het al eerder gezegd: vrijheid impliceert de keuze om zich te onderwerpen. Iemand kan op religieuze gronden kiezen voor de maagdelijkheid - wat iets anders is als daartoe gedwongen worden door een machtsinstituut zoals de roomse kerk.
We kunnen aantonen dat zo'n levenslange maagdelijkheid een dwaasheid is: niet alleen ontzegt de betrokkene zichzelf een belangrijke bron van genot en levensvreugde, de feiten bewijzen dat opgestapelde seksuele frustraties vaak ontploffen of sluipwegen zoeken die ziekelijk of zelfs misdadig zijn. Maar deze feiten zijn enkel een aansporing voor de wetgever en het gerecht om deze ontsporingen te bestrijden en te bestraffen, ze doen in wezen niets af aan de persoonlijke vrijheid van elk individu om ervoor te kiezen geen seks te hebben.
Patrick Loobuyck heeft het over de moeilijke omgang van een geseculariseerde samenleving met geloof en godsdienst: ook juist. Een groot aantal landgenoten kijkt met enige rancune, of zelfs intense haat, terug op zijn/haar godsdienstige opvoeding en wil hiermee afrekenen. En een aantal vrijzinnigen ziet overal uitbarstingen van godsdienstwaanzin die hen sterken in de overtuiging dat godsdiensten verderfelijk zijn. Het punt is dat ruim 90 % van de wereldbevolking een of andere godsdienst aanhangt en je zal er hoe dan ook nog enige tijd mee verder moeten. Eventueel tot in de eeuwigheid. De scheiding tussen kerk en staat is een noodzaak om te voorkomen dat het leven van iedereen door de regels van een godsdienst wordt gedicteerd, maar de even grondwettelijke vrijheid van godsdienst houdt in dat mensen het recht hebben om hun godsdienst te beleven, ook in de openbare ruimte. Godsdienst is immers, zoals Loobuyck terecht opmerkt, niet louter privézaak - een vrijzinnige overtuiging trouwens evenmin tenzij het gaat om vrijzinnigen die kiezen voor 'the splendid isolation' in hun superieure moraal en levenswijsheid. Ons dagelijks gedrag wordt door onze intieme overtuiging bepaald. Althans in de mate dat we enigzins oprecht blijven en consequent.
Rik Torfs vraagt zich schertsend af of we niet beter ook trouwringen zouden verbieden: iedere vrijgezel of gescheiden burger kan zich ergeren aan deze demonstratie van huwelijkstrouw.
En zo kun je inderdaad bezig blijven: waar ligt de grens tussen de kenmerken waaraan iemand zich met reden mag storen en de ergernissen die op racisme of onverdraagzaamheid neerkomen?
Burgemeester Termont heeft het simpel en overtuigend verwoord: 'Ik zit ruim 31 in het Gentse stadsbestuur en heb nooit één probleem met die hoofddoek meegemaakt.' Sommige zaken worden pas een probleem als je er een probleem van maakt. Dan kun je leerlingen de klas uit sturen omdat ze sportschoenen dragen of te lange haren of te korte rokken etc Of je kan mensen bespuwen die een keppeltje dragen, een kruisbeeld, een hanenkam.
Reeds meermaals heb ik proberen duidelijk te maken dat het in essentie gaat om een discussie over doel en middelen. Het gemeenschappelijke doel is, hoop ik althans, een verdraagzame en veelkleurige samenleving. Is het verbod op de hoofddoek voor gemeentelijke ambtenaren een geschikt middel om dat doel te bereiken? De heisa in de media en onder het volk toont aan dat dit niet zo is: de tegenstellingen worden aangescherpt en de kans is zeer groot dat moslims en moslima's het voorbeeld volgen van de joden, namelijk zich terugtrekken in een getto en psychologisch in een 'egelstelling'. Het is zeer waarschijnlijk dat meisjes en vrouwen zullen kiezen voor hun geloof en tegen de openbare samenleving, en dat moslimjongens en -mannen juist door deze hetze gaan radicaliseren.
De lekenstaat is geen dogma of exclusieve mogelijkheid: het voorbeeld is Frankrijk, de bakermat van de Verlichting, maar Engeland is niet minder verlicht en daar gaat men totaal anders om met deze problematiek; symbolen van culturen en godsdiensten zijn daar wel toegelaten in officiële functies. En bij mijn weten is de openbare dienstverlening in Engeland niet slechter dan in Frankrijk noch is daar de greep van de godsdiensten op de samenleving een grotere bedreiging voor het verdraagzaam samenleven. Tenzij men denkt aan de aanslagen maar die hebben duidelijk politieke en buitenlandse oorzaken.
Dedecker argumenteert dat de hoofddoek in Turkije verboden is sedert de stichter van de moderne natie, Ataturk. Wat hij er niet bij zegt is dat het kemalisme, zoals de beweging van Ataturk wordt genoemd, als decennialang zorgt voor een ondemocratische invloed van het leger met alle uitwassen vandien: massamoord op de Koerden, folteringen in de gevangenis, muilkorven van de pers etc Onvrijheid blijft zelden beperkt tot één thema, we moeten niet van Turkije gaan leren hoe we met onze minderheden moeten omgaan.
Tenslotte zal ik het tot in den treure blijven herhalen: mensen zijn nooit neutraal en wat mensen in wezen zijn, is niet altijd af te leiden uit hun uiterlijk. Het zit essentieel in en niet op of rond hun hoofd.
Zoals Rik Torfs spits opmerkt: een das en een hemd worden gedragen door fatsoenlijke burgers maar net zo goed door regelrechte gangsters.
scholierenprotest
scholierenprotest in Nederland
De beelden van het scholierenprotest in Nederland bewijzen dat men ten noorden van de Moerdijk met een ernstig pedagogisch probleem heeft te kampen.
Zelfs indien de contestatie gerechtvaardigd is, dan nog is de taal van het verzet alarmerend: we zien vernietigingen, gewelddaden louter voor het plezier van het vernietigen en voor de kick van het geweld. Heel wat op straat geïnterviewde relschoppers weten niet eens waarover het gaat of verklaren dat ze helemaal geen last hebben van te veel lesuren. Ze doen mee omdat ze het 'leuk' vinden.
Het lijkt me kras dat uitgerekend in Nederland de studiebelasting te zwaar zou wegen: wellicht is men nergens anders in Europa zo tolerant tegenover de jeugd als in de Nederlandse scholen.
De scholieren protesteren onder meer tegen 'zinloze uren' waarin geen les wordt gegeven bij gebrek aan leerkracht.
Maar waarom is er in vele scholen een tekort aan lesgevers? Precies omdat steeds meer leerkrachten er de brui aan geven: zij zien het niet meer zitten om te fungeren als oppasser, als dierentemmer. In heel wat Nederlandse secundaire scholen is de discipline totaal zoek en is het gewone lesgeven door wangedrag onmogelijk gemaakt.
Zo klagen de scholieren over een reëel probleem dat ze zelf hebben veroorzaakt.
In elk geval: als de beelden de juiste weergave zijn van de Nederlandse jeugd, dan is de tijd definitief voorbij dat we onze noorderburen als een gidsland konden beschouwen. Nederland met zijn verruwing in taal en zeden, met zijn onderwijsproblematiek en opvoedingsdeficiet in het algemeen lijkt eerder een waarschuwing te geven: laten we hier in Vlaanderen toch liever een minimum aan discipline en respect voor leerkrachten en opvoeders handhaven. En een rechtmatig respect voor de jongeren: je kan van hen inderdaad niet alles eisen en zeker niet alles tegelijk.
68-plus


soixantehuitard
vondeling van 68,
geloof jij nog in dat mooie
lied: ‘ontwaak verworpenen,
slaak de ketens’?
je slaakt de kreten, woorden
met loden vleugels:
geloof je in lood?
gekneusde leuzen piepen uit je
keel alsof een laars
op je borstkas staat
staar je vannacht in kinderogen
die staren naar een stille moeder,
toegedekt met zand en bladeren,
meisjesogen misschien die mannen
kennen aan bajonet en bevel?
geloof je nog in een ochtend
van vogels, een nachtelijke
hemel die van louter
sterren trilt, verhalen ademt
als een oude vader?
leuzen, slagzinnen staan
in je ribben gegrift als in
een opgegraven bot, versteende
kreten, onleesbare droom
je zegt, ouwe zoon van 68,
ook zonder geloof zijn er
de werken: pas wie getild
heeft, mag klagen over zijn rug
opwarming
fluit alsof het lente is:
een lied van CO2
Etienne Vermeersch
Sommige vrijzinnigen zullen toch eens moeten leren aanvaarden dat ongeveer 90% van de wereldbevolking een of ander geloof of godsdienst aanhangt. Men kan dit vanuit rationele overwegingen betreuren, maar in deze eeuw gaat men dit niet meer veranderen en tot een mutatie van de menselijke soort evenmin. Iets anders is de scheiding tussen godsdiensten en staat inzake wetgeving: vermits wetten op iedereen van toepassing zijn moeten ze respect betonen voor ieders overtuiging en mogen ze nooit de uitdrukking zijn van één welbepaalde levensvisie die dan aan anderen met juridische dwang wordt opgelegd. En met 'levensvisie' is dan bedoeld een stelsel van waarheden en gedragsregels gebaseerd op metafysica. Een grondwet of universele conventie zoals die over de mensenrechten draagt ook een 'levensvisie' uit maar die is dan gebaseerd op controleerbare feiten.

