In ‘Over leven’ (of ‘overleven’?) ging het gisterenavond over de vraag of een overstromingsramp zoals in 1953 nog altijd mogelijk is. Experten verklaarden dat de huidige toestand zelfs nog onveiliger moet worden ingeschat als toen. Zij gaan zo ver de Deltawerken en ons eigen Sigmaplan tot dwaasheden te bestempelen: de verhoogde dijken zouden juist de natuurlijke ophoging van het land achter de dijken onmogelijk maken en de bufferzone voor de noodwering helpen wegspoelen. Mocht dit waar zijn, wat hebben de opeenvolgende regeringen en hun specialisten ons al die jaren dan wijs gemaakt? En meer algemeen: wat weten wij eigenlijk met zekerheid, wat is er juist aan de informatie die ons permanent wordt voorgespiegeld als zijnde onbetwistbaar?
Archief
In ‘Over leven’ (of ‘overleven’?) ging het gisterenavond over de vraag of een overstromingsramp zoals in 1953 nog altijd mogelijk is. Experten verklaarden dat de huidige toestand zelfs nog onveiliger moet worden ingeschat als toen. Zij gaan zo ver de Deltawerken en ons eigen Sigmaplan tot dwaasheden te bestempelen: de verhoogde dijken zouden juist de natuurlijke ophoging van het land achter de dijken onmogelijk maken en de bufferzone voor de noodwering helpen wegspoelen. Mocht dit waar zijn, wat hebben de opeenvolgende regeringen en hun specialisten ons al die jaren dan wijs gemaakt? En meer algemeen: wat weten wij eigenlijk met zekerheid, wat is er juist aan de informatie die ons permanent wordt voorgespiegeld als zijnde onbetwistbaar?
De moeder van
In Humo van vorige week werd de Canvasuitzending ‘de moeder van Yves Leterme’ afgekraakt als nietszeggend tenzij een bevestiging van het saaie imago van deze man. Mij leek het een mooi beeld van emotioneel evenwicht waarvan het fundament een stabiel gezin is geweest met een fascinerende grootvader en een moeder die als zelfstandige constant aanwezig en tegelijk afwezig bleef. Deze dubbelzinnigheid legde een sluier van tristesse over het getuigenis: de moeder stond in haar winkel, ze was er en ze was er niet.
De tristesse komt voort uit het onvermijdelijke ‘menselijk tekort’: zelfs in het meest harmonieuze gezin zal er wel altijd wat ontbreken omdat de honger naar aandacht bij het kind nu eenmaal onverzadigbaar is.
Nog sterker was de aflevering van gisteren over de moeder van Anissa Temsamani. We kregen een beeld van een vrouw die door haar migratie inderdaad ontworteld werd: zij kwam terecht in een vreemde en nogal vijandige wereld. Er was een baas die niet alleen haar, maar al zijn werkneemsters vernederde etc En er was gelukkig een lieve oudere buurvrouw die zich ontfermde over de kinderen in die mate dat zij als een grootmoeder werd ervaren.
In het hart van dit ‘document humaine’ zit de tegenstrijdigheid van de moederliefde: tegelijk verstikkend en ondersteunend. De verwarring van deze Marokkaanse moeder leert ons iets over de almacht van de angst. We zagen een genereuze vrouw die alleen maar wil geven en verteerd wordt door schrikbeelden over wat haar kinderen zoal zou kunnen overkomen.
Wanneer wordt geborgenheid een wurggreep? Kan angst een raadgever zijn bij de opvoeding?Kan je houden van iemand die het tegenovergestelde doet van wat jij zou willen?
Al deze vragen gelden in elk gezin – in het geval van Temsamani kwamen ze des te scherper aan bod omdat twee werelden elkaar moeten overlappen: een traditionele en een moderne, een Marokkaanse en een Vlaamse. Soms moeten de zaken zo scherp worden voorgesteld om iets bij te leren over jezelf. Pedagogische verwarring is niet bepaald het monopolie van migranten, tenzij wij allemaal migranten zijn: migrerend van het ene tijdperk naar een volgend terwijl we ons vertwijfeld afvragen hoeveel we verliezen en hoeveel we misschien winnen, met de klemtoon op misschien.In het maandblad Tribune van het ACOD, de socialistische vakbond voor het onderwijs en andere overheidsdiensten, staat een ingewikkelde bijdrage over de plannen om leerkrachten ‘gedifferentieerd’ te verlonen, volgens hun schoolopdracht of competenties. Waarom moet men een systeem veranderen dat al bij al redelijk functioneert? De loonsverhogingen volgens anciënniteit hebben het rechtvaardige in zich dat iedereen wel ouder wordt en bijgevolg meer zal verdienen. Het enige bezwaar is de relatief lage verloning van de jonge leerkrachten. Maar een loonstelsel ontwerpen dat verloont volgens prestatie, roept vragen op zoals: welke prestaties zal men gaan meten en zijn deze prestaties wel te meten? Bijvoorbeeld is het denkbaar die wie lesgeeft aan een moeilijke klas meer zou krijgen, maar wat is een moeilijke klas: kan je dat van tevoren vastleggen? Het nadeel van een verschillend loon is de naijver, de afgunst. Nu al wordt er met argusogen nagekeken wie van de collega’s het voordeligste uurrooster heeft gekregen, als daar dan nog voor de ene een hoger en voor de andere een lager loon bij komt, dan valt te vrezen dat er van de collegialiteit – die nu al niet zo fantastisch is - weinig overblijft. Willen de vernieuwers nu werkelijk van heel het leven een competitie maken, moeten wij in iedere situatie onze medemens zien als een rivaal, een concurrent?
shelter from the storm


uit Een stuk of wat
shelter from the storm
nu ik nog met jou dit huis bewoon
in mijn noodverband van zwijgen
nu in jou de etter nog dóórstroomt
die met piepschuim doornen
deze kop ooit kroont
nu jouw geduld de vlooien leest
van mijn verveling
nu jij het ritueel van warme wijn inluidt
dat de adders slapen doet
onder de hete steen van mijn huid
nu jouw vingers jouw vingers
mij vinden in mijn verloren zijn
nu nog kort nog
waak over mij
waak over mij
met je zondonzen buikrand
waak over mij
weldra zal ik uitbreken
wegvloeien
weeïg vliezig in het zand
game over.
In De Morgen van zaterdag noemt Noël Slangen, de spin doctor van de VLD, de pogingen om gewelddadige computergames te verbieden een uiting van ‘massahysterie’. Hij verwijst naar de tijd toen de kinderen met cowboys en indiaantjes speelden. We zouden er de westerns en oorlogsfilms uit de jaren vijftig en zestig kunnen aan toevoegen.
Wat is het verschil: in onze fantasie gingen de gevechten in die tijd om een strijd tussen goed en kwaad, hoe naïef en pertinent vals die voorstellingen ook waren.
De laatste decennia is het geweld in films en, recenter, in games gratuit. Het gebeurt omdat het leuk is iemand in elkaar te timmeren of overhoop te schieten.
Slangen schrijft deze nogal duistere zin: ‘Door de gewenning aan bepaalde beelden schuift de norm op zonder dat de gevoelsintensiteit toeneemt.’ Wat hij met het zinsdeel na ‘zonder’ bedoelt is mij niet duidelijk, het eerste deel van zijn zin echter wel.
Het kan best dat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat de voortdurende blootstelling aan gratuit geweld slechts in een beperkt aantal gevallen leidt tot imitatiegedrag of normvervaging. Maar pas dit in analogie toe op cannabis: dit wordt aan minderjarigen verboden onder meer omdat het in een beperkt aantal gevallen verslaving veroorzaakt.
Mocht men alleen die fenomenen verbieden die een epidemie kunnen teweeg brengen, dan moet men ongeveer alles toelaten. Naar mijn aanvoelen is één aanslag in een school al meer dan genoeg. Zou Slangen ook zo’n pleidooi houden mocht het gaan om expliciete porno: is deze tolerantie tegenover extreem en ongemotiveerd geweld de compensatie voor een falend libido of een uiting van bindingsangst en van een onvermogen tot empathie?
nog wat Konrád

nog wat aforismen van Konrád (uit Tuinfeest, uitgegeven bij van Gennep)11.
Een zwerver is ook een zwerver in zijn eigen bed.
12.
Hij is de sterkste, die ook alleen kan zijn, die in mindere mate afhankelijk is van de ander dan de ander van hem.
13.
Als ik wil weten wat voor mensen mijn tijdgenoten zijn, kan ik het beste naar mijzelf kijken.
14.
De macht van de kunst is gelegen in haar vermogen te verleiden.
15.
Literatuur is pas literatuur als de auteur de tekst ook niet helemaal begrijpt.


journey of a magus
- under your pose there is much more pose. larry lapinsky –
misschien omdat ik bidden wou
heb ik uit stollende golven van vrouw
om de holte van de goden uw beeld gemaakt
uw priester ben ik
uw tempel uw offerdier
aanhoor mij bewoon mij versnijd mij
tot mest voor het koren
waar gij des zomers door wandelen zult
misschien omdat ik bidden wou
afsmeken als een genade het spreken
dat opwekt uit het overvolle gebrek
ben ik in uw welvende land
de bevrager van ster en wichelaar
hervind mij hervind mij
ik ben de echo van het vallen uwer schaduw
ik weerspiegel uw adem in scherven van geur
wellicht omdat ik bidden wou
met een naam een god betrappen
die bouwt aan een openbaring
ben ik treurend om uw onbestaan
treurend u voorbijgegaan
Droompje.
Je partner was niet thuis en waar was die thuis dan wel: zonovergoten, ergens in de natuur, zeker niet hier. Plots staat een naakt meisje in de achterdeur. Je tilt haar op, ze is verrassend slank en licht, haar billen geven sponzig mee. Je merkt onder haar rechterborst een dot zwarte haren. Ze fluistert de naam van een haarziekte: je kan de dot met plukjes tegelijk uit rukken. Uit de haarwondjes komen ontelbare fijne witte maden gekropen, een witte krioelende vlek. Met je vlakke hand sla je ze weg zoals men een jas afstoft. Je schiet wakker met de levensechte herinnering aan haar billen en in je mond een smaak om van te kotsen.
Dewinter en co
In Morgen Beter van vrijdagavond heeft Bart Brinckman van De Standaard iets heel treffends gezegd: ‘mijnheer Dewinter, wij konden hier net zo goed niet zitten. U ratelt maar door en antwoordt niet op onze vragen.’
‘Wij’ dat waren vier kritische journalisten: Brinckman, Yves Desmet en het vaste duo Cools en Pauwels.
Konrád
Berettyóújfalu-Boedapest
vind niet te gauw dat hij
monkelend aanvaardt: de jongens
en meisjes van zijn klas
opgestookt in Polen
je volgt de rondgang
van zijn woorden, de tuin
met grafsteentafel, de bergen
rondom, de stad die hij
kent als doolhof en huis
bij slivovitsj en tokayer
beschouwt hij het plein
de bloedplassen decennia
na de tanks, de duiven
vandaag gevoederd
door oude vrouwtjes
namen zijn lichamen
opgedreven naar een kade
verdwenen tussen het ijs
dat kruide in de Donau
vind niet zo gauw dat hij
argeloos de uien pelt, het rode
vlees aansnijdt en mijmert
als een pijprokende opa
loop even mee, over
de plaveien van Boedapest
leg je vinger in de wonden
van de gevels, kom terug
naar het dorp waar hij
op sjabbes de vaders zag
de zonen met krullen en keppel
door het steegje langs
zijn vaders ijzerwinkel
terwijl hij op mussen
schoot, verwonderd
dat je kan missen

