Naar de inhoud

boek onder lava

verzwegen berichten
akke.beakke.be

Archief

bericht aan marcus

uit Een stuk of wat



derde bericht aan Marcus

broeder,

vraag me niet om een vrolijk verhaal

ik fluit wel es mijn slaglied van verbeten roeier

maar meestal haal ik fluim op uit het bodemloze

vrolijke verhalen vertel ik niet

 

en al wat fraai en aardig is en toch bestaat

het aardt niet in mijn toon

het vindt er nooit zijn maat

 

ik laad mijn woorden op de peilloze kade

van het afscheid en de scheepjes

staan gevouwen naar mijn greep

op staar en tranen, varen uit varen af

 

en al wat fraai en aardig is en toch bestaat

het aardt niet in mijn toon

het vindt er nooit zijn maat

 

wie heeft oren naar dit trompen

(schelpen die een echo herbergen)

een ontheemde een prinses in

een ver penthouse bij het water

 

herkent de naam van een dorp

op een boot met vreemde vracht

en zij ziet gezichten in het water

misschien het mijne

 

en al wat fraai en aardig is en ooit bestond

en aarzelt in mijn toon

zij hoort het uit haar eigen mond

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 11:46 Reageer op dit bericht

sleep

sleep




 

een onverschillig licht, de wind

tikt de kale bomen aan zoals

de zoom van een sleep langs

de vouw in broekspijpen slaat

 

je blaast rook in je hand

en sluit je vuist, een dag

voor Mahlers Lied van de Aarde

op een te laag toerental

 

de moede aanslag van een golf

op basalt, het leven seint

van lichtjaren ver, je lichaam

een kluis en hoe zou je van binnen

de code ontraadselen

 

roept een rots soms de naam

die haar splijt

 

onverschillig schuift het licht

naar het duister, geen vogel

beweegt, geen glimmende neus

verzet naast het slepen een stap

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 11:36 Reageer op dit bericht

Aanvulling bij het vorige bericht
 Veel VB-stemmen worden ‘foertstemmen’ genoemd. Men moet zich dan afvragen waar dit ‘foertgedrag’ vandaan komt.

Stemgedrag wordt in grote mate bepaald door een attitude van zelfbediening: men kiest voor de partij of de persoon van wie men een voordeel verwacht. Deze attitude van zelfbediening is in de hand gewerkt door decennia van cliëntelisme, politieke dienstverlening en door de beloftencultuur. Zeker in deze tijd van globalisering, delocatie, migratie, Europese regelgeving kan de partij of politicus die veel belooft niet anders dan door de mand vallen. Politici doen voortdurend aan zelfoverschatting of zelfverblinding: zij maken niet alleen de bevolking maar in de eerste plaats zichzelf wijs dat zij de sociale en economische werkelijkheid in hun greep hebben. En dan is het voorspelbaar dat de kiezers die door de attitude van zelfbediening worden bewogen, zwaar ontgoocheld reageren en met duizenden tegelijk ‘foert’ zeggen. De strijd tegen de extremisten kan bijgevolg onmogelijk worden gewonnen zonder bescheidenheid en eerlijke communicatie. Een politicus is pas geloofwaardig wanneer hij van te voren aangeeft binnen welke krijtlijnen hij moet werken. Het is een cliché dat politiek de kunst van het haalbare is, maar de meeste politici gedragen zich niet naar deze wijsheid – zeker niet tijdens verkiezingscampagnes en vaak evenmin bij beleidsverklaringen: de kunst van het haalbare moet dan wijken voor de kunst van het voorstelbare. En uiteraard komen grote veranderingen ten goede voort uit grote dromen. Maarten Luther King herhaalde niet alleen voor de muzikale extase zijn refrein: ‘I have a dream’. Maar King was dan ook een actievoerder, een inspirator en geen beroepspoliticus.

De politicus dient zich te bewegen tussen ‘what you see is what you get’, de lijfspreuk van de goudeerlijke hoeren, en de filosofische droom van goeroes en maatschappijhervormers.

In een partijprogramma kan deze droom de grote principes inspireren, maar het concrete beleidsplan moet tastbare en controleerbare doelstellingen formuleren.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door staf de wilde om 17:13 Reageer op dit bericht

nogmaals mia

fanfare for the common man
 
De tirade van Mia Doornaert tegen de 'salonsocialisten' in Frankrijk en bij ons (in De Standaard van vandaag vrijdag) klinkt bij een eerste lezing erg redelijk, bij een tweede al heel wat minder. Volgens de onvolprezen Mia is de opkomst van  het FN en het VB toe te schrijven aan de vervreemding van de socialisten van hun oorspronkelijke doelgroep: de arbeidersklasse.
Johan  Vandelanotte heeft het al onderstreept: het VB en de SPa halen samen ongeveer 40 tot 45% van de stemmen, de socialisten zijn daar afzonderlijk in het verleden nooit aan toegekomen. Extreem-rechts haalt zijn stemmen dus niet enkel bij gewezen socialisten. Schoten en Brasschaat staan niet direct bekend om hun arbeiderswijken. Iets anders is het Waasland: daar is de opkomst van het VB in grote mate te verklaren door de ineenstorting van de textielindustrie en de Boelwerf, samen met de toevloed van migranten. Het is niet verwonderlijk dat je daar hoort zeggen: 'die vreemden komen hier ons werk afpakken'.
Maar wel verwonderlijk is de terechte opmerking van Wase politici die vaststellen dat de VB-mandatarissen niks anders doen dan ruzie stoken en nooit met een constructief voorstel aankomen, maar toch verkiezing na verkiezing blijven winnen.
Het zou intussen toch duidelijk moeten zijn dat het succes van het VB gebaseerd is op hun sloganeske inspelen op de meest primaire reflexen, namelijk de angst en de afkeer voor al wat vreemd en anders is.
Wie zich zorgen maakt om de opkomst van extreem-rechts moet zich bezinnen over deze propaganda en over de medeplichtigheid van onze media aan de verspreiding ervan. In plaats van 'salonsocialisten' aan te klagen - wat niet altijd ten onrechte is -, zou men het dan misschien moeten hebben over 'salonjournalisten', over al die opiniemakers die steeds hebben volgehouden dat zij het VB kunnen en moeten behandelen 'als een partij zoals een andere'. Het resultaat van deze aanpak maken we onder meer in Sint-Niklaas mee: een deel van onze bevolking is niet alleen racist, zij zijn er zelfs trots op. De slogan op een bepaalde geelzwarte sticker zou dus naar waarheid moeten luiden: 'ik ben een Vlaamse racist en daar ben ik fier op.'
 
 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 13:45 Reageer op dit bericht

in den Hemel

uit Een stuk of wat




café In den Hemel

 

het is zover

ik kan lucht verdichten

tot je lichaam

uit afwezigheid de geur

doen opvliegen van je huid

 

het duurt wel wat

om zo snel te leren zijn

sneller dan het ongeloof

sneller dan de keten

van oorzaak en gevolg

 

daar ben je dan

zo tastbaar als een wonder

zo gewild als ik-kan-niet-zonder

ik kan het nu

als je komt zal ik het es laten zien

 

het wordt dan echt een hoogstandje

misschien

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 11:09 Reageer op dit bericht

over dialect en AN

‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,’ schreef Jan Slauerhof. Op analoge wijze kunnen heel wat Vlamingen zich uitsluitend in hun streektaal thuis voelen. Maar als ze deze instinctieve voorkeur proberen te argumenteren, vallen ze door de mand. In De Standaard van vandaag beweert de ene lezer dat het AN ‘een omhoog gevallen dialect (is) dat per oekaze werd gedecreteerd’, een andere noemt het AN ‘een bloedarmoedige, steriele taal’. Het ontgaat de laatste wellicht dat de overgrote meerderheid van onze moderne literatuur in het AN is geschreven en in vele gevallen niet getuigt van bloedarmoede of steriliteit. En een beetje kennis van de geschiedenis van onze taal leert dat de standaardtaal een conglomeraat is dat geleidelijk groeide met een duidelijke inbreng vanuit het zuiden: denk aan Marnix van Sint-Aldegonde, de gevluchte burgemeester van Antwerpen, die meehielp aan de Statenbijbel, een werk dat voor de

totstandkoming van het AN van groot belang is geweest. De afkeer van de particularisten voor het Nederlands is in hoofdzaak ressentiment: net als Reinaert vinden ze de druiven te groen omdat zij er niet bij kunnen of willen kunnen. Wat Yves Leterme zei over de francofonen in de Brusselse rand geldt even zeer voor de verstokte dialectsprekers: ze kunnen zich niet behoorlijk en vlot in het Nederlands ‘bewegen’ omdat ze dit nooit echt hebben gewild
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door staf de wilde om 11:03 Reageer op dit bericht

‘Leerlingen zijn geen rebellen’.
Onder deze kop plaatst De Standaard een interview met een germanist van het Gentse Sint-Barbaracollege. De brave man verklaart: ‘leerlingen zijn braver geworden. Ze hebben nu minder om zich tegen af te zetten dan vroeger.’

Een van de elementaire regels van de historische kritiek is dat één getuigenis geen bewijskracht heeft. De lezer wordt verondersteld te weten dat het Gentse jezuïetencollege sedert jaar en dag qua intellectueel niveau een elitaire school is waar je inderdaad weinig probleemkinderen zal aantreffen. En persoonlijk kun je hieraan toevoegen dat jouw eigen aso-leerlingen, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, toffe jongens en leuke meisjes waren. Maar wat vang je dan aan met de jammerklachten van je collega’s uit onze tso-afdeling l.o. en sport? Die gewagen al ruim 5 jaar van toegenomen brutaliteit, zelfs fysieke agressie, extreme leermoeheid, racisme etc Van oudere mensen hoor je dat ze bepaalde schoolpoorten niet voorbij durven op het einde van de schooldag.

Wie vertelt nu de waarheid? Eens te meer heb je de indruk dat onze media de publieke opinie proberen te manipuleren onder meer door omissie: men poneert een stelling en alle feiten die deze stelling zouden kunnen tegenspreken, laat men gewoon weg. Mocht het waar zijn dat de leerlingen van vandaag geen ‘rebellen’ meer zijn, hoe verklaart men dan allerlei alarmsignalen over drugsgebruik, vandalisme en andere vormen van ongewenst gedrag?

De jeugd is evenmin als de rest van de bevolking een monolitisch blok: om een enigszins genuanceerd beeld te krijgen, heb je een grondig sociologisch onderzoek nodig – een paar getuigenissen zullen niet volstaan.

En alweer lees je de moderne onzin: ‘vroeger kon je een tekst gewoon brengen. Nu moet je op zoek gaan naar aanknopingspunten in het leven van de jongeren.’

Reeds aan de normaalschool in de jaren zestig is jou geleerd de les te beginnen met iets wat de aandacht kan ‘vangen’:  een  vertelling, een voorgelezen verhaaltje, een foto, een vraag over hun eigen ervaring en leefwereld etc Maar in bijvoorbeeld de derde graad van het secundair onderwijs mag je er toch van uitgaan dat zo’n inleidende verleidingstruukjes tot een minimum beperkt kunnen worden. Of zullen we voor de rest van ons leven een boek pas ter hand nemen wanneer het over onszelf gaat?Is het geen essentieel kenmerk van de intellectuele nieuwsgierigheid dat men geboeid is door het andere, door fenomenen die we nog niet kennen? Je hoeft toch geen boeddhist in de familie te hebben om je voor het boeddhisme te interesseren? Of keer de redenering om: wanneer een leerkracht vaststelt dat geen enkele van de leerlingen een spontane belangstelling heeft voor een bepaald leerstofonderdeel, moet dit hoofdstuk dan weg vallen? Maak eens een opsomming van de taken die we dagelijks verrichten, niet omdat ze ons zo boeien, maar omdat ze nu eenmaal gedaan moeten worden: niet iedere man of vrouw staat te walsen met een stofzuiger.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 13:27 Reageer op dit bericht

wake


 










ze slaapt als een dode
met
geluid – hij wil nu
rozen
blaadjes op het laken,

wierook in de kamer

 

een lichaam is klaar

om op te stijgen

uit een lichaam

 

hij wil het gadeslaan

spreken in vele tongen

tenten bouwen

op deze berg

 

ze slaapt en hij zal waken

tot ze verbaasd weer

nederdaalt, een inwijkeling

in haar eigen lichaam

 

dat ze verkent als een

toekomstig huis, de ramen

zetten een keel op

van wierook en rozen

 

en zijn hand beweegt al

in een heilig schrift

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 13:45 Reageer op dit bericht

over taalbeheersing
Op de literaire website ‘Het Prieeltje’ wordt ene Johannes Sanctorum aangeprezen als de nieuwe Johan Anthierens. Als aperitief kan je een essay lezen over de gebrekkige taalbeheersing in Vlaanderen die alleen maar kan verbeteren indien Vlaanderen een zelfstandige cultuurnatie wordt. Volgens Sanctorum kan geen enkele opiniemaker behoorlijk Nederlands praten evenmin als een van onze politici. Iedereen weet dat de mondelinge beheersing van het Nederlands het zwakst is in West-Vlaanderen: moet deze provincie een autonome regio worden om daar verbetering in te brengen? Taalbeheersing vraagt om een engagement: men moet het in de eerste plaats willen. De West-Vlamingen die deze stap hebben gezet, bewijzen dat zij net zo vlot en onberispelijk Nederlands kunnen praten als om het even wie.

Zijn wij Vlamingen dan allemaal Calimero’s dat wij onze eigen tekortkomingen gaan afschuiven op de francofone Belgen?

Sanctorum ziet het licht schijnen in Nederland. Het is inderdaad zo dat in Nederland al decennialang een debatcultuur bestaat: discussieprogramma’s van een volledig uur over één onderwerp zijn op de Nederlandse tv-zenders geen uitzondering. Maar of deze traditie bij alle Nederlanders geleid heeft tot een correct taalgebruik en een foutloze uitspraak is een andere zaak. En deze overweging zegt nog niets over de maatschappelijke relevantie van de debatcultuur: de politieke arena in Nederland is zo mogelijk nog harder als bij ons, een Rita Verdonk mag misschien taalvaardig zijn, haar beleid is bij momenten fascistisch.

Uiteindelijk is taal niet meer dan een middel: ‘the meaning is the use,’ schreef Wittgenstein.

Taalvirtuositeit kan fascineren en heeft een schoonheid op zich, maar als dit talent alleen maar dient om andere mensen de duvel aan te doen dan is dit vermogen te vergelijken met hoog gesofistikeerde wapens. Clusterbommen zijn een bewijs van technisch en wetenschappelijk vernuft maar in moreel opzicht pervers en misdadig. Kortom, de taal is niet ‘gansch het volk’.

Laat deze nuancering geen excuus zijn om je taal te verwaarlozen: hoe nauwkeuriger je formulering, hoe groter de kans dat je correct wordt begrepen. Toch deze vergelijking: een virtuoze voetballer lokt publiek naar de stadions, maar met elf virtuozen in de ploeg win je geen enkele wedstrijd.

Er bestaat ook nog altijd zoiets als doelgerichtheid: hóe je het zegt is essentieel in de literatuur, in de gewone communicatie is wát je zegt heel wat belangrijker.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door staf de wilde om 11:51 Reageer op dit bericht

closing time

uit Een stuk of wat

closing time

 

een avond om samen

bij haardvuur zeg je

een kunstmaan in de rooie vijver

van ons glas

 

een avond van wolven

in de struiken om de huizen

en hagel hagel in onze huid

 

een avond dat ik alleen

een jager zeg maar

op geritsel van mantel en regen

en lichtjes lichtjes

in ogen en stenen

 

een avond dat ik ga
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door staf de wilde om 10:55 Reageer op dit bericht

Meer van boek onder lava

↑ Terug naar de berichten