Naar de inhoud

Zo gezien

Ons zegje over dit en dat
seniorennet.beseniorennet.be

Excuses

Goede zondagmorgen,

Eerder bij toeval ontdekte ik gisteren niet alleen dat er ook een "gastenboek" bestaat, maar -en dat was erger-, dat er ook vriendelijke mense iets in hebben geschreven of iets hebben gevraagd. Ik heb dus niemand van deze mensen geantwoor en dat vind ik zonde. Senioren die mij iets willen vragen, zal ik graag antwoorden indien Ze mij in een mailtje hun mailadres bezorgen. Ondertussen probeer ik alsnog een antwoordje te vinden op een paar vragen.
Nogmaals excuses en een leuke, ontspannen zondag.

Talimlake
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Talimlake om 10:42 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

GELUK (Jan Van Amelsfoort)

De in 1923 in Boxtel in Nederland geboren en in Mei 1998 in Vught overleden Jan van Amelsfoort was een begenadigd kunstenaar in de edelmetalensmeedkunst, het familievak dat Ie van zijn vader had geleerd. Nadien zou hij nog meer kunde verwerven in de Academie voor Schone Kunsten in den Bosch en aan de Academie voor diezelfde Kunsten te Antwerpen onder baron Isodoor van Opsomer. Het verwerven -uiteraard mits nederige betaling- van een juweel van Jan van Amelsfoort was altijd een artistiek gebeuren, c.q. avontuur op zichzelf. Van bij de conceptie, de geboorte tot aan de naamgeving zat aan het juweel een vertelling vast van de Maker. Het omvangrijk oeuvre (sculpturen, chamotte en edelmetalen) van de Vughtse burger kreeg bekendheid door diverse tentoonstellingen in binnen- en buitenland. In een volgende faze van zijn leven ging onze man van deze week zich in sterke mate interesseren aan en bezighouden met het WOORD. De technisch prachtig uitgevoerde en inhoudelijk rijke gedichtenbundel die na zijn dood werd uitgegeven bevat een weelde aan korte verzen van mijmering en bespiegeling met als onder- en achtergrond een zeer bijzondere kijk op het leven, de mens, de natuur en de kleine dingen.

GELUK

Vandaag heb ik geluk gehad,
niet veel,
maar toch wel groot genoeg
om het, met beide handen,
vast te houden.
Heb het eens goed bekeken,
het was zo broos en breekbaar,
dat ik het maar voorzichtig
weer heb neergezet,
hopend dat het morgen
weer terug zal komen.
_________________
Hoe vind je dit bericht? 104 stemmen
Geschreven door Talimlake om 18:35 Reageer op dit bericht

Vlinder

Verdronken Vlinder

Zo te sterven
op het water met je vleugels van papier
zo maar drijven
na het vliegen in de wolken drijf je hier
met je kleuren die vervagen
zonder zoeken, zonder vragen
eindelijk voor altijd rusten
en de bloemen die je kuste
geuren die je hebt geweten
alles kan je nu vergeten
op het water wieg je heen en weer
zo te sterven
op water met de vleugels van papier.

Als een vlinder
die toch vliegen kan tot in de blauwe lucht
als een vlinder
altijd vrij en voor het leven op de vlucht
wil ik sterven op het water
maar dat is een zorg voor later
ik wil nu als vlinder vliegen
op de bloemen, blaren wiegen
maar zo hoog kan ik niet komen
dus ik vlieg maar in mijn dromen
altijd ben ik voor het leven op de vlucht
als een vlinder
die toch vliegen kan tot in de blauwe lucht.

Om te leven
dacht ik je zou een vlinder moeten zijn
om te vliegen
heel ver weg van alle leven, alle pijn
maar ik heb niet langer hinder
van jaloers zijn op een vlinder
als zelfs vlinders moeten sterven
laat ik niet mijn jeugd bederven
ik kan zonder vliegen leven
wat zal ik nog langer geven
om een vlinder die verdronken is in mei
om te leven
hoef ik echt geen vlinder meer te zijn.
Hoe vind je dit bericht? 101 stemmen
Geschreven door Talimlake om 18:25 Reageer op dit bericht

Voor haar alleen

VOOR HAAR ALLEEN

Dit is een lied voor haar alleen
wier held’re liefde mij bescheen
sinds het eerste tasten van mijn blik
tot aan haar bitteren stervenssnik
wier beeld sindsdien mijn leven kleurt
met licht en schaduw, beurt om beurt.

Want elk gevoel, elk beeld, elk ding
vervluchtigt tot herinnering
ik heb er vele, een bonte rij
die wisselt met het levenstij
maar nooit zolang dit hart mag slaan,
zal het beeld van haar in mij vergaan.

Noch van mijn jeugd, die zij geleid heeft
heeft met haar warme tederheid
zij was mijn toevlucht bij verdriet
zij leerde mij het eerste lied
en God, dat schoonste en wreedste woord,
heb ik van haar lippen het eerst gehoord.
Hoe vind je dit bericht? 112 stemmen
Geschreven door Talimlake om 18:26 Reageer op dit bericht

De arme en rijke dagen (R. Minne)

 

(Haikoe)

 

Ieder avond

laten mijn hondje en ik

elkaar even uit.

 

 

Het poëtisch aanbod van vandaag is van Minne, maar dat zegt voor de meesten van ons wellicht niet veel; er hebben zich tegen het einde van de 19e eeuw en tot in de jaren 1980 immers drie Minne’s verdienstelijk gemaakt op het artistieke vlak, nl. de Georges (1866-1941), den Richard (1891-1965) en ook de Joris (1897-1988). Slechts éne Minne heeft het met de pen gedaan; de twee anderen hadden wat robuuster materiaal nodig om hun ding te kunnen doen: Joris speelde een leidende rol in het artistieke leven in Antwerpen en is het best bekend als graficus. Georges is de man met de beitel en de "Fontein met vijf knielende jongelingen", een van zijn beste beelden bij het senaatsgebouw in Brussel, en ook erg bekend als tekenaar. Wie tegenwoordig een originele Minne in de leefkamer zou hebben hangen, mag zich gelukkig prijzen; en prijzen is hier zeker geen misplaatst woordgebruik. En ja, als het zo zit, blijft er nog enkel Richard over, en dat is hem. Met zijn "Van op de hoge brug" was hij trouwens in november 1988 een van de allereerste dichters in de toen pas gestarte wekelijkse literaire snoepjes die ik bijeen spaarde. Richard leerde eerst als landbouwer (1923-1930) alles over de boerenbuiten en stortte zich daarna op de journalistiek. Hij werd redacteur van de Gentse Vooruit en van het Nieuw Vlaams tijdschrift. Alhoewel hij slechts weinig produceerde, is Richard als dichter een van de markante figuren van zijn generatie. Na te hebben gedebuteerd met socialistische verzen en prozabijdragen in Gentse publicaties, ging hij in 1918 tot de hem eigen sceptische toonaard over. Hij maakte deel uit van de redactie van 't Fonteintje (1921–1924), waarin hij de sterkste persoonlijkheid was: de liefde tot het leven interpreteerde hij evenals zijn geestes-genoten op vaak speelse en ironische wijze, maar typisch is zijn non-conformistische houding, die hem baldadige en ruig populistische verzen vol dissonanten ingaf. Af en toe komt tussen ironie en barsheid een kwetsbaar gemoed tot uiting. Richard Minne maakte naam met zijn bundel In den Zoeten Inval.

 

 

De arme en de rijke dagen

 

De wereld is een fluit met zoveel duizend monden.

En elkeen blaast zijn lied. En 't maakt een droef geluid

waarin ik niets van eigen klank heb weergevonden.

En gij'? Misschien hebt ge ook getikt aan meenge ruit

en werdt ge als ik weer feestlijk wandelen gezonden.

 

Nochtans : ik heb gedroomd, gehoopt; en ik droeg boete.

'k Zag de Alpen, Vlaanderen en Straatsburg aan den Rijn.

Ik heb bemind. Ik sloeg den trommel in veel stoeten.

Ik pluisde in boeken die vol oude wijsheid ziin.

Ik heb gezocht, zo 't kan, met handen en met voeten.

 

En 't slot? Ik hield daaruit als onontvreemdbaar deel

den troost van 't eigen lied, wanneer ik stil gezeten,

des avonds, op den hogen berm een wijsje speel,

niet voor 't heelal en de eeuwigheid, maar slechts voor 't heden.

Dat maakt me een blijden dag te meer. En dat is veel.

 

(bron: De gouden poort, deel 6, 1971)

 

Hoe vind je dit bericht? 96 stemmen
Geschreven door Talimlake om 15:38 Reageer op dit bericht

Jante zag eens pruimen hangen. Hiëron. Van Alphen

Na het mooie “Voor een dag van morgen” is het vandaag weer tijd voor een echte klassieker uit de oude doos (niet ouder trouwens dan we bijna allemaal zelf zijn) die zeker niet mag ontbreken in ons aanbod.

In dit pareltje van Hiëronymus van Alphen wil de dichter ons op een gepassioneerde wijze diets maken dat iets niet fout, zeg maar "kwaad" is omdat het uitkomt of omdat anderen het weten of zien, en dat het uiteindelijk goed gezien is dat "eerlijkheid het langst duurt". De hoofdpersoon in onderhavig strak gebonden maar toch vertederend werk kan, maar wil niet en mag tenslotte wel. Vooral dat laatste grijpt rechtstreeks naar de keel: kunnen maar niet willen en dan toch mogen. Wie van Alphen is, vertellen we later nog eens een keertje.

 

De Pruimeboom (nu: pruimeNboom)

 

Jantje zag eens pruimen hangen,

O ! als eieren zo groot.

't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,

Schoon zijn vader 't hem verbood.

 

Hier is, zei hij, noch mijn vader,

Noch de tuinman, die het ziet:

Aan een boom, zo vol geladen,

Mist men vijf, zes pruimen niet.

 

Maar ik wil gehoorzaam wezen,

En niet plukken: ik loop heen.

Zou ik om een handvol pruimen,

Ongehoorzaam wezen ? Neen.

 

Voort ging Jantje: maar zijn vader,

Die hem stil beluisterd had,

Kwam hem in het lopen tegen,

Voor aan op het middelpad.

Kom mijn Jantje ! zei de vader,

Kom mijn kleine pruimendief !

Nu zal ik u pruimen plukken;

Nu heeft vader Jantje lief.

Daarop ging Papa aan 't schudden

Jantje raapte schielijk op;

Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,

En liep heen op een galop.

Hoe vind je dit bericht? 21 stemmen
Geschreven door Talimlake om 12:39 2 reacties Reageer op dit bericht

VOOR EEN DAG VAN MORGEN (Hans Andreus)

Het gedicht "Voor een dag van morgen"  werd bij de Poëziedag 2001 door bijna 1/3 van de 2.576 Vlamingen uitverkozen als hun geprefereerd gedicht. De Amsterdamse dichter en prozaïst Hans Andreus is dus de auteur van Vlaanderens favoriete gedicht (1e in de top-100). Eigenlijk heette de man Johan Willem van der Zant, en hij was pas 51 toen hij in juni 1977 in Putten overleed. Liefde en dood, de verbinding ervan, met soms overheersende schuldgevoelens en angsten, zijn steeds terugkerende thema's. Ook de kinderboeken van Hans genoten veel bijval. Van zichzelf zei Andreus in 1963: "Ik ben romantisch en zeer praktisch. Ik ben nuchter, logisch, zakelijk en impulsief. Ik zit zeer ingewikkeld in elkaar. Misschien is dat een voorwaarde tot schrijven".

 

 

Voor een dag van morgen

 

Wanneer ik morgen doodga,

vertel dan aan de bomen,

hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan de wind,

die in de bomen klimt

of uit de takken valt,

hoeveel ik van je hield.

 

Vertel het aan een kind,

dat jong genoeg is om het te begrijpen.

Vertel het aan een dier,

misschien alleen door het aan te kijken.

Vertel het aan de huizen van steen,

vertel het aan de stad,

hoe lief ik je had.

 

Maar zeg het aan geen mens.

Ze zouden je niet geloven.

Ze zouden niet willen geloven dat

alleen maar een man, alleen maar een vrouw,

dat een mens een mens zo lief had

als ik jou.

Hoe vind je dit bericht? 133 stemmen
Geschreven door Talimlake om 22:12 Reageer op dit bericht

"Louter droefheid " door Simon Carmiggelt

 

 

Louter droefheid

 

Ik voel mij somber. Ei, wat zal ik doen ?

Een platte geest dronk nu een glaasje.

Maar ik ben een poëtisch baasje

en ga mijn weemoed in een versje doen.

Dat is het voordeel van mijn gave.

De burger kan zijn ei niet kwijt,

terwijl ik, rustig, mijn neerslachtigheid

gelijk een paardje voor mijn kar laat draven.

 

Is het volbracht, dan ben ik opgelucht.

'k Heb schoonheid uit mijn pijn gewrongen.

Mijn lieve pen heeft mooi gezongen.

Ik stap in bed. Ik geeuw en zucht.

 

En staan mijn versjes later soms te kijk

in "Gouden Aren" (*) of in "Dichterschat",

dan zegt de leraar bij deez' pennespat:

"kijk jongens, hier had hij het moejelijk."

 

 

* Iets in de aard van "Zuid en Noord"

Hoe vind je dit bericht? 106 stemmen
Geschreven door Talimlake om 14:21 Reageer op dit bericht

De nacht komt gauw genoeg (Johan Daisne)

Wie Johan Daisne zegt en zijn humaniorastudies met enige vrucht heeft doorlopen, denkt onmiddellijk aan "De man die zijn haar kort liet knippen". Daisne werd op 2 september 1912 te Gent geboren als Herman Thiery en promoveerde in 1936 in de economie. Met dit diploma zou hij echter niet veel aanvangen want hij koos om verder te gaan als dichter, essayist, roman- en toneelschrijver én...als filmcriticus. Karakteristiek voor zijn poëzie, traditioneel van vorm en naar de geest verzoenend tegenover het leven van elke dag, is een bundel als "De nacht komt gauw genoeg" (1961). Johan Daisne introduceerde het magisch realisme in de Nederlandse literatuur. Hij overleed in zijn geboortestad op 9 augustus 1978

 

 

 

De nacht komt gauw genoeg

 

Lig niet des nachts in bed te denken

aan al de dingen die ons krenken.

De dag was vol genoeg.

 

Probeer je niet te overtreffen

om je erboven te verheffen.

De dag was druk genoeg.

 

Koester de liefde voor je nering

niet tot een vuur van zielsvertering.

De eer was groot genoeg.

 

En denk ook zo nog morgenvroeg.

De dag komt gauw genoeg.

 

Hoe vind je dit bericht? 119 stemmen
Geschreven door Talimlake om 09:27 2 reacties Reageer op dit bericht

Avondliedeken (Alice Nahon)

Uitgezonderd bij de echte poëzieliefhebbers, zal het aantal gedichten dat wij paraat in het koppeke hebben, wel niet zo groot zijn. Het zou ons ook niet verbazen dat wij per generatie allemaal voor een flink deel dezelfde gedichten kennen, ze ons heel goed herinneren of er tenminste het bestaan van af weten? De aanbieding van vandaag is geen wereldliteratuur, en de schepper ervan ook geen nobelprijswinnaar, maar het handwerkje hoort ontegenzeglijk in de hogergenoemde galleria thuis en komt trouwens ook voor in de lijst van de 100 meest geliefde gedichten in Vlaanderen.

 

Alice Nahon was tussen 1896 en 1933 een Antwerpenes. Zij was verpleegster maar dat kon niet verhinderen dat zij van 1917 tot 1923 in een sanatorium verbleef als longpatiënte. 4 jaar later werd zij bibliothecaresse in de stad waar kardinaal Danneels nu woont. In haar eenvoudige verzen, die een gevoelige vrouwelijke toon weten te treffen, gaf zij uiting aan haar eenzaamheid, haar liefde zonder uitzicht, haar innig geloofsbeleven en haar verlangen naar geluk. Verscheidene van haar gedichten verwierven grote populariteit. Haar eerste bundeltjes (1920-21) trokken de aandacht door hun bekoorlijke eenvoud. Later echter, toen Alice meer aan literatuur deed, heeft zij de stille weemoed en de zacht-milde zuiverheid van haar eerste werk niet meer geëvenaard. Tussen 1896 en 1933 liggen helaas slechts 37 jaar.

 

Avondliedeken.

 

't Is goed in 't eigen hart te kijken

    Nog even voor het slapen gaan,

Of ik van dageraad tot avond

    Geen enkel hert heb zeer gedaan;

 

Of ik geen ogen heb doen schreien,

    Geen weemoed op een wezen lei;

Of ik aan liefdeloze mensen

    Een woordeke van liefde zei.

 

En vind ik, in het huis mijns herten,

    Dat ik één droefenis genas,

Dat ik mijn armen heb gewonden

    Rondom een hoofd dat eenzaam was...;

 

Dan voel ik, op mijn jonge lippen,

    Die goedheid lijk een avondzoen...

't Is goed in 't eigen hert te kijken

    En z'n zijn ogen toe te doen.

Hoe vind je dit bericht? 129 stemmen
Geschreven door Talimlake om 17:40 Reageer op dit bericht

De Tuinman en de Dood (Pieter van Eyck)

Pieter Nicolaas van Eyck werd geboren in 1887 in Breukelen. In 1954 stierf  hij in Wassenaar. van Eyck studeerde Rechten en verdiende zijn boterhammeke achtereenvolgens als journalist en als hoogleraar te Leiden. van Eyck behoort  tot de generatie van 1910, de zgn Symbolisten. Als doorsnee poëzieliefhebbers kennen wij uit onze jeugd van Pieter vooral of misschien uitsluitend het mooie gedicht: "De tuinman en de dood" waarin de dichter ons minzaam aanbeveelt  niet teveel energie te verspillen aan het vluchten voor de dood.

 

 

De Tuinman en de dood (1926)

 

Een Perzisch Edelman:

 

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,

Mijn woning in: "Heer, Heer, een oogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,

Toen keek ik achter mij.  Daar stond de dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,

Maar zag nog juist de dreiging van zjn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslag gaan,

Voor de avond nog bereik ik lspahaan !" -

 

Van middag - lang reeds was bij heengespoed -

Heb ik in ‘t cederpark de Dood ontmoet.

'Waarom", zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt.

"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht bedreigd ?"

Glimlachend antwoordt hij :"Geen dreiging was 't,

Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk vond staan,

Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.

Hoe vind je dit bericht? 22 stemmen
Geschreven door Talimlake om 14:33 Reageer op dit bericht

Aan Rika

Een merkwaaridige schakel tussen de Romantiek van voor 1840 en het Realisme van daarna is in de literatuur de zogenaamde "humorcultus", waarin een romantische natuur zich met een weemoedige glimlach over de menselijke kleinheid heen zet. Onder het spottend uitbeelden van het absurde leven ligt bij een echt romanticus als François Haverschmidt vaak bittere weemoed verscholen. Het gedicht  "Aan Rika" verscheen destijds in "Snikken en Glimlachjes" (1867), een bundel satirische gedichtjes waarin Piet de sentimentaliteit parodieert met soms lugubere humor. Tussen haakjes, ook Nicolaas Beets vinden wij in zijn latere periode terug in de "humorcultus" François Haverschmidt stierf op 59 jarige leeftijd een niet natuurlijke dood in het Nederlandse Schiedam. Zijn depressies, gevoegd bij toenemende twijfel omtrent het geloof en nog verergerd door het overlijden van zijn vrouw, waren deze romanticus of eerder nog melancholicus teveel geworden. Zijn hele studententijd, van 1852 tot 1858, woonde deze Friese dichter-predikant boven een doodbidder in Leiden. Na zijn theologische studies werd dominee François predikant in verschillende gemeentes; in Schiedam bleef hij zelfs 30 jaar, maar daarvan is hij niet bekend. Wel als Piet Paaltjens, dichter van sentimenteel-satirische poëzie die hij merendeels in zijn bewogen studententijd schreef. Van Piet, vanwege zijn opvallend snel lopen de "haas" genoemd, is immers geweten dat hij 's middags met zijn vrienden meestal ging eten in de Leidse Breestraat, waarna ze al snel in een kroeg belandden. Daar bespeelde hij de Turkse trom of declameerde hij beurtelings vrolijke en droevige balladen (bron: NRC). Vele van zijn gedichten zijn uitingen van een romantische en tragische persoonlijkheid. O.a. zeer bekend is de bundel "Snikken en Grimlachjes" waarin ook een kostelijke tekening van de geest der 19de-eeuwse studentenwereld wordt gegeven. Zijn werk doet, door het levensgevoel dat eruit spreekt, nog steeds modern aan. Gedichten van Piet werd vertaald in het Frans, Duits en het Latijn.

 

Aan Rika (149)

 

Slechts eenmaal heb ik u gezien. Gij waart

Gezeten in een sneltrein, die de trein

Waar ik mee reed passeerde in volle vaart.

De kennismaking kon niet korter zijn.

 

En toch, zij duurde lang genoeg om mij

Het eindloos levenspad met fletse lach

Te doen vervolgen.  Ach! geen enkel blij

Glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.

 

Waarom ook hebt gij van dat blonde haar,

Daar de englen aan te kennen zijn?  En dan,

Waarom blauwe ogen, wonderdiep en klaar?

Gij wist toch, dat ik daar niet tegen kan!

 

En waarom mij dan zo voorbijgesneld,

En niet, als 't weerlicht, 't rijtuig opgerukt,

En om mijn hals uw armen vastgekneld

En op mijn mond uw lippen vastgedrukt?

 

Gij vreesde mooglijk voor een spoorwegramp?

Maar, Rika, wat kon zaalger voor mij zijn,

Dan, onder hels geratel en gestamp,

Met u verplet te worden door één trein? 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 139 stemmen
Geschreven door Talimlake om 14:30 1 reactie Reageer op dit bericht

De ballade van de dingen die niet overgaan

Wie een beetje graag poëzie leest kan onmogelijk voorbij aan "De ballade van de dingen die niet overgaan." van Johan Willem Frederik Werumeus Buning. Tussen haakjes: wie zoals ik in een encyclopedie bij de B gaat zoeken naar W(erumeus) Buning zal geschoren uitkomen. De voornaam van de Velpenaar is immers niet Weremeus maar wel Johan Willem Frederik. Om niet geschoren uit te komen moet dus gezocht worden onder de eerste letter van zijn familienaam, nl. de W van Werumeus Buning. John werd geboren in Mei 1891 en stierf in Amsterdam een paar maanden nadat in Brussel de Expo van het Atomium was gesloten geworden. Zijn vader was een zee-officier geweest, die vele humoristische avontuurlijke verhalen schreef. Johan ging in de journalistiek en werd vooral als toneel- en danscriticus zeer gewaardeerd. Werumeus B. had verscheidene jaren zitting in de redactie van De Vrije Bladen. Als dichter vestigde hij zijn naam met de bundel In memoriam (1921), verzen gewijd aan een gestorven geliefde. Zijn latere dichtbundels hadden een meer populaire toon en speciaal de geestige ballade Mária Lécina (1932), geschreven na een reis in Spanje, verwierf grote bekendheid; Buning, die de balladevorm uitstekend beheerste, heeft in de Nederlandse literatuur opnieuw belangstelling voor dit genre gewekt. Met C.F.A. van Dam vertaalde hij Cervantes' Don Quichote (1950). In zijn proza deed hij zich kennen als specialist in culinaire aangelegenheden, vooral ook als kenner van wijn. Zijn reportages over landstreken, kastelen en reizen ter zee werden voor een groot deel in bundels herdrukt. Wegens zijn lidmaatschap van De Nederlandsche Kultuurkamer tijdens de bezetting werd hem na de Tweede Wereld-oorlog een publicatieverbod opgelegd (tot 1947). De ballade komt uit de bundel: "Negen ballades". Naast zijn omvangrijk poëziewerk waarbij de taalgevoelige dichter Leopold en de weidse Vondel zijn dichterschap hebben beïnvloed, schreef Buning ook aardig wat proza; zo o.a. Een ontmoeting met vreemde gevolgen (Hoe Maria Lécina geschreven werd) (1938); Een boekje van den wijn (1936); Culinaire tierelantijnen (1934); Twee eeuwen danskunst (1927); De witte wingerd van Frankrijk (1951).

En dan hier dus mijn lievelingsballade: let vooral op het prachtige ritme

 

Ballade van de dingen die niet overgaan

 

De geur van diepe bossen na den regen,

De geur van water en van roestbruin hout,

De geur van 't paard dat men het liefst mag rijden,

En van het donker haar waarvan men houdt,

Duister en licht in 't witte bed gelegen,

En, wat het beste is in dit bestaan,

Te slapen met de liefste aan zijn zijde

En dat dit zo zal zijn in alle tijden,

Dit zijn de dingen die niet overgaan.

 

 

De kracht van stieren in de voorjaarsweide,

De glans van tranen en van witte zijde

En parelen om een slanke hals gedaan,

De macht van armen om een hals geslagen,

De nacht van zoete antwoorden en vragen,

De pijn der vrouwen die in't kraambed gaan,

De pijn die men van zijn vriendin moet lijden

En dat dit zo zal zijn in alle tijden,

Dit zijn de dingen die niet overgaan.

 

Geluid van water dat van rotsen stort

En van een kerk waarin gezongen wordt,

En van zwaar weer, dat niet wil overgaan,

Van slagregens in slapeloze nacht

Dat men verlaten ligt en niet meer wacht,

Het leeg wit bed, beschenen door de maan,

De liefde die verkeert in 't lange lijden,

En dat dit zo zal zijn in alle tijden,

Dit zijn de dingen die niet overgaan.

 

Valsheden, van zijn vrienden ondergaan,

Haat, afgunst, nijd, bedrog en eigenwaan,

Spijt en berouw, en dat men 't meest moet lijden

Om wat men door de liefde heeft misdaan,

En dat dit alles niet was te vermijden

Maar eeuwig zo zal zijn en voort zal gaan,

En wolken die stil drijven langs de maan

Terwijl men ligt en denkt aan beter tijden,

Dit zijn de dingen die niet overgaan.

 

De stank van drek, rot vlees en rottend graan,

't Gezicht der liefste die is uit haar lijden,

De aasvlieg die daarop te gast wil gaan,

De huichelaars die uw geluk benijden,

De straf, dat men gestraft wordt door zijn vrienden,

Terwijl 's lands vijanden slechts straf verdienden,

Het onrecht, in de naam van recht gedaan,

En dat dit zo zal zijn in alle tijden,

Dit zijn de dingen die niet overgaan.

 

Prince:

 

Princes Marie, Maria Magdalena,

Mij meer vertrouwd, als bitter zondares

Wier donker haar door Gods licht werd beschenen,

Dan God en Jezus zelf, leer mij de les

Om in het leed een beter weg te gaan.

'Vervloekt en ongezegend is het lijden

Totdat men leert onder het kruis te staan,

En dat dit zo zal zijn in alle tijden:

Dit zijn de dingen die niet overgaan."

 

Hoe vind je dit bericht? 54 stemmen
Geschreven door Talimlake om 12:33 2 reacties Reageer op dit bericht

Een droevig en hard gedicht

Vandaag laat ik de eventuele lezer kennismaken met de bekende dichter Piet Paaltjes.


François Haverschmidt stierf op 59 jarige leeftijd een niet natuurlijke dood in het Nederlandse Schiedam. Zijn depressies, gevoegd bij toenemende twijfel omtrent het geloof en nog verergerd door het overlijden van zijn vrouw, waren deze romanticus of eerder nog melancholicus teveel geworden. Zijn hele studententijd, van 1852 tot 1858 woonde deze Friese dichter-predikant boven een doodbidder in Leiden. Na zijn theologische studies werd François predikant in verschillende gemeentes; in Schiedam bleef hij zelfs 30 jaar maar daarvan is hij niet bekend. Wel als Piet Paaltjens, dichter van sentimenteel-satirische poëzie die hij merendeels in zijn bewogen studententijd schreef. Van Piet, vanwege zijn opvallend snel lopen de "haas" genoemd, is immers geweten dat hij 's middags met zijn vrienden meestal ging eten in de Leidse Breestraat, waarna ze al snel in een kroeg belandden. Daar bespeelde hij de Turkse trom of declameerde hij beurtelings vrolijke en droevige balladen (bron: NRC). Vele van zijn gedichten zijn uitingen van een romantische en tragische persoonlijkheid. O.a. zeer bekend is de bundel "Snikken en Grimlachjes" waarin ook een kostelijke tekening van de geest der 19de-eeuwse studentenwereld wordt gegeven. Zijn werk doet, door het levensgevoel dat eruit spreekt, nog steeds modern aan. Gedichten van Piet werd vertaald in het Frans, Duits en het Latijn.

 

IMMORTELLE C

 

Zooals ik eenmaal beminde,

Zoo minde er op aarde nooit een,

Maar 'k vond, tot wien ik mij wendde,

Slechts harten van ijs en van steen.

 

Toen stierf mijn geloof aan de vriendschap,

Mijn hoop en mijn liefde verdween,

En zooals mijn hart toen haatte,

Zoo haatte er op aarde nooit een.

 

En sombere, bittere liedren

Zijn aan mijn lippen ontgeleen;

Zoo somber en bitter als ik zong,

Zoo zong er op aarde nooit een.

 

Verveeld heeft mij eindlijk dat haten,

Dat eeuwig gezang en geween.

Ik zweeg, en zooals ik nu zwijg,

Zoo zweeg er op aarde nooit een.

 

Hoe vind je dit bericht? 65 stemmen
Geschreven door Talimlake om 17:45 Reageer op dit bericht

Het gedicht van de dag : Willem Elsschot

Elsschot was 28 jaar toen hij het gedicht schreef. Dat pleit niet voor de gedachten waarmee de jonge man toen rondliep maar het betekent wel dat het hier gaat om dichterlijke fantasieën en dat het niet echt gebeurd is...

Wij geven dit gedicht omdat bijna iedereen soms gebruik maakt van twee verzen uit het gedicht zonder te weten dat deze verzen uit een gedicht komen (zie rode zinnen)


Het Huwelijk

 

Toen hij bespeurde hoe de nevel van den tijd

in d'ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,

haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven

toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.

 

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij den baard

en mat haar met den blik, maar kon niet meer begeren,

hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren

en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.

 

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond

het merg uit haar gebeente, dat haar tóch bleef dragen.

Zij dorst niet spreken meer, niet vragen en niet klagen,

en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.

 

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.

Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen

en rennen door het vuur en door het water plassen

tot bij een ander lief in enig ander land.

 

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad

staan wetten in de weg en praktische bezwaren,

en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,

en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

 

Zo gingen jaren heen. De kinderen werden groot

en zagen dat de man die zij hun vader heetten,

bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,

een godvergeten en vervaarlijke' aanblik bood.

 

Hoe vind je dit bericht? 14 stemmen
Geschreven door Talimlake om 15:05 Reageer op dit bericht

Op het toneelspel (poëzie)

Op het toneelspel

 

Wie 't menselijk leven in het klein wil na zien maken,

Vermaak in leugens schept, en ongemeende zaken

Wil horen uit de mond van een die, slechts in schijn,

Een held, een vorst, een boer, en al te zaâm kan zijn;

Wie zulk bedrog bemint, dat lachend ons doet wenen,

En wenend heimlijk lacht, daar 't onheil ras verdwenen

En heel vergeten is, wijl men 't niet meer gelooft;

En voor een andre keer een nieuw bedrog belooft;

Die zie 't toneelspel aan; daarin wordt ons gegeven

Een duidelijk kopij van het verganklijk leven.

Men lacht, men weent er, en men roemt er op zijn staat;

Men toont er woede en drift, en jaloezij en haat,

Gemengd met deugd en liefde, en trouw en brave zeden;

De troon, het huis, de hut, met hun toevalligheden,

De mens van oost en west, van zuiden en van noord,

Door vrede vergenoegd, of door de krijg verstoord;

Men ziet er voor zijn oog, wat ooit historie-blaren

Van 't menselijke hart het mensdom openbaren;

Men zingt, men danst er, en men werkt met list en kracht,

Waar men een vijand vreest of zijn geweld veracht,

Men ziet er wijsheid, deugd, verstand en zuivre zeden,

En ondeugd, loos bedrog en bijgelovigheden -

Steeds onderling in strijd; maar, eindlijk, tot besluit,

Rolt men 't gordijn ter neêr, en blaast de lampen uit.

 

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door Talimlake om 19:15 Reageer op dit bericht

Charles & Camille

Charles & Camilla hebben wel een héél lange weg moeten afleggen om samen in één trouwboekje te komen. Nu vind ik dat een mens maar moet doen wat hem/haar goeddunkt, maar dat hoeft niet te betekenen dat ik het ook goed moet vinden. Zo kijk ik vanuit mijn opvoeding en overtuiging toch wel wat aan tegen hetgeen er allemaal is gebeurd om het eindstation van vandaag te bereiken. Maar daar gaat het mij nu niet om. Wat ik wel wil zeggen is dat het toch iets heeft dat twee mensen meer dan 30 jaar op elkaar wachten.
Voor mij mogen ze het allebei nog lang heel goed hebben.
Hoe vind je dit bericht? 12 stemmen
Geschreven door Talimlake om 17:07 2 reacties Reageer op dit bericht

Weer iets nieuw!

Wanneer men op de leeftijd is gekomen die de onze is, komt het er o.a. op aan ervoor te zorgen dat men "bij blijft". En zie, daar heb ik vandaag weer een stapje vooruit aan gedaan: een eigen blog. En nu komt het erop aan om zodanig zinnige dingen te vertellen dat mede-senioren het de moeite achten om erop te reageren. We zullen zien.
Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door Talimlake om 14:38 Reageer op dit bericht

Meer van Zo gezien

↑ Terug naar de berichten