Zondag 24 februari 2008
meeuwen krijsen over het ijs.

Over vastbevroren watren ademt fel de wind van 'tOosten,
en met witte strepen zijn de naakte bomen aangedaan.
En de zilvergrijze meeuwen,vleugelkleppend,vleugelspreidend,
schreeuwend met begeerge kreten,zwenken rustloos af en aan.
Winterzon aan lage hemel,witte rand in grauw gecirkeld,
door het matglas van de wolken,zendt haar stralen kleurloos heen,
Schaduwloos en lichtloos staan de dofgeraamde huizenrijen
zonder glans en zonder weerschijn,oud en koulijk;dicht opeen.
Vette mossen groepen samen op de leeggewaaide straten,
met hun slimme oogjes spiedend schuilgaande in hun ruige vacht,
En de paarden slepen koppig,op de gladde keien glippend,
tegen hooggewelfde sluis op,hun vermaledijde vracht.


en met witte strepen zijn de naakte bomen aangedaan.
En de zilvergrijze meeuwen,vleugelkleppend,vleugelspreidend,
schreeuwend met begeerge kreten,zwenken rustloos af en aan.
Winterzon aan lage hemel,witte rand in grauw gecirkeld,
door het matglas van de wolken,zendt haar stralen kleurloos heen,
Schaduwloos en lichtloos staan de dofgeraamde huizenrijen
zonder glans en zonder weerschijn,oud en koulijk;dicht opeen.
Vette mossen groepen samen op de leeggewaaide straten,
met hun slimme oogjes spiedend schuilgaande in hun ruige vacht,
En de paarden slepen koppig,op de gladde keien glippend,
tegen hooggewelfde sluis op,hun vermaledijde vracht.


Geschreven door teresa om 19:55
Reageer op dit bericht





















