Dicht langs de waterkant zit een kind te dromen,
Het kent de werking van eb en vloed en het gedrag ,
van de vogels langs de kust;
Wanneer nu of honderd jaar geleden;het telt niet;
of het een strand in afrika of Scheveningen is
Het kind loopt langs de vloedlijn,
en zoekt schelpjes,ze zijn zo mooi;
het speelt het eeuwenoude spel
,om zich te meten met de zee.
Het bouwt een groot zandkasteel,
denkt aan ridders te paard en met een schop
maakt het een diepe gracht.
Zo verstrijkt de tijd heel vlug,het wordt stillaan avond
en de gloed van de ondergaande zon
zet heel de evenaar in vuur en vlam.
De zon is weg,de dag is om,het kind verlaat zijn zandkasteel
hoewel het weet straks verdwijnt alles in zee.
Het neemt zijn schop engaat huiswaards
waar moeder wacht.

