Naar de inhoud

TESSENDERLO, VROEGER EN NU

akke.beakke.be
Image and video hosting by TinyPic

tessenderlo3vk.gif

welkomglitter1pj.gif

Véél kijk- en leesplezier
lijnstarbt4.gif
fabrieksrampgj3.gif

Berichten van 1 september 2010 tot 30 september 2010

Hoe is de naam TESSENDERLO ooit ontstaan.

 

De spelling of schrijfwijze van Tessenderlo doorliep op bijna duizend jaar weinig wijzigingen. Tussen het Tessenderlon van 1135, de eerste vermelding en het huidige Tessenderlo is slechts een ‘n’ verschil. De lange gemeentenaam werd graag en veel verkort, zoals nog in de volksmond leven: Senderloo, Loe, Loo of Looi. De Looienaar spreekt bijna altijd over Looi, terwijl iemand uit een buurdorp meer ‘Senderlo’ gebruikt, een minieme verkorting van de lange naam0. Door de eeuwen heen heeft Tessenderlo op de mens een zekere aantrekkingskracht uitgeoefend. Zelfs in de verre voorhistorie verbleven hier mensen, zoals blijkt uit gevonden gesteenten en gebruiksvoorwerpen.

Tessenderlo ontstond echter als gemeente op het ogenblik dat de mensen er zich blijvend vestigden en de hun vertrouwde plaatsen een naam gaven. Waar de Kempen algemeen ontgonnen werd in de tijd van de grote volksverhuizingen en de Frankische Landname (circa 400-700), lijkt de ontginning van Tessenderlo verder in de tijd terug te gaan.

In de gemeentenaam is de volksstam bewaard, die de Kempen bewoonde gedurende de Gallo-Romeinse periode: de Taxandriërs. Tessenderlo of ‘Taxandria-lauha’ was het met struikgewas en heide begroeide gebied van de Taxandriërs.

De patroonheilige was en is Sint-Martinus. Hij staat afgebeeld op het wapenschild van de gemeente. Meer dan duizend jaar was de Sint-Martinuskerk van ‘de Plaats’ of het Centrum het enige godshuis in de gemeente.

In de Middeleeuwen breidde de gemeente zich uit via jongere nederzettingen. Schoot, Engsbergen, Hulst en Schoonhees groeiden uit tot gedeeltelijk zelfstandige gehuchten, met een eigen fiscaal en verdedigingssysteem. In de loop van de negentiende en twintigste eeuw verwierven zij het statuut van parochie. Dat gebeurde vrij recent eveneens op 'de Berg', een vrij jonge woonkern ten zuiden van het Centrum. De Berg is een deel van het vroegere Schoonhees dat als gehucht verdween.
In Tessenderlo liep de ontginning van de Late Middeleeuwen parallel met de economische activiteiten die geestelijke instellingen in het dorp ontwikkelden: de prins-bisschop van Luik als opvolger van de graaf van Loon, het Sint-Servaaskapittel van Maastricht en later het begijnhof van Diest. De abdij van Averbode werd echter de belangrijkste grootgrondbezitter en zou vanaf 1135 in de gemeente verder economisch ontwikkelen door het bouwen van pachthoeven. In de Nieuwe Tijd (16de-18de eeuw) werden bestuur en rechtspraak gecentraliseerd. Deze eigen Looise rechtsregels of costuimen werden publiek afgekondigd op het jaargeding of een volksvergadering van de dorpelingen en later opgeschreven in het eigen keurboek van Tessenderlo. Doodslag en andere vergrijpen werden opgelost door een eigen rechtspraak of zoengeding, door een schandpaal op de markt en er stond een galg op een verre grens van de gemeente. De Franse Republiek (1795-1815) moderniseerde het bestuur drastisch. Ondertussen bleef landbouw tot diep in de twintigste eeuw de voornaamste levensbron. Door het ontginnen van de vruchtbaarste gronden kon de bevolking stijgen maar die groei werd beperkt door de beschikbare gronden. De grote ontwikkeling van Tessenderlo kwam pas goed op gang vanaf het einde van de negentiende eeuw met de beginnende industrialisatie, de pendelarbeid en de aan belang winnende dienstensector. De bevolking steeg, de handelsactiviteit groeide en de welvaart nam toe. Tessenderlo werd vooral bekend voor zijn chemische nijverheid waar een groot aantal werknemers wordt tewerkgesteld.
Twee wereldoorlogen en een grote fabrieksramp in 1942 zijn nog enkele korte, zwarte bladzijden in het Looise geschiedenisboek van de twintigste eeuw. 

Hoe vind je dit bericht? 20 stemmen
Geschreven door paulsax om 12:10 Reageer op dit bericht

Kinderjaren (geschreven door JULIEN HERMANS ).

 

KINDERJAREN


Julien Hermans


In een dorp als Vorst Laakdal - Tessenderlo en nog vele andere dorpen was zestig jaar geleden weinig te beleven. Schijnbaar. Zeker als we het met hedendaagse ogen bekijken. Toch slaagde elk kind erin de dagen spannend te doen verlopen. Tijdens en buiten de schooltijd. Veel verliep geprogrammeerd met het kerkelijk jaar. De feestdagen, kermissen en vakanties. Alles daartussen moest opgevuld worden met spelen en verlangen naar die grote dagen. Werken was er ook bij maar niet voor iedereen. Eigenaardig hoe alle spelletjes ieder jaar weer opnieuw hun beurt kregen.

Het werd door niemand geregeld maar op bepaalde of onbepaalde tijdstippen begon iedereen met marbelen, vliegers plakken en oplaten, fluitjes te snijden, bogen te spannen, vogels te langen en eieren te verzamelen.


Belletjetrek te doen, te repen, meikevers, dikkoppen of kikvorsen te vangen, met de tollen te kappen of te zwepen. Te slibberen, schaatsen of te sleeën op zelfgetimmerde ijsbakken. Te bikkelen met oneindig veel mogelijkheden, landkappen in het zand, OXO te spelen, prentjes of punten te verwisselen, koord te springen, slingers of katapulten te maken, te gallen, parkhinkelen en voetballen op de koer.

Een resem van mogelijkheden, die naast het plezier van het spel, bijdroegen tot het verwerven van een heleboel vaardigheden. Onbeschrijflijk was de grote voldoening als de zelfgemaakte vlieger met een paar takjes, wat touw, gazettenpapier en een gekookte patat als plakmiddel, met zijn zwierige staart van papier hoog in de lucht bleef hangen. Het verdriet als hij op een dak landde of de staart in de electriciteitsdraden haakte.

Groot de vreugde als men een gewone tak met wat snij- en klopwerk kon omtoveren tot een fluitje. Of uit een stukje vlierstruik een klotsbus kon maken waarvoor een eiken stamper gesneden werd om er de klotskersen ploffend door te jagen.

Een zelfgesneden tak te buigen en hem met een touw te veranderen in een boog. De pijlen aan te scherpen en al dan niet te voorzien van kartonnen richtingsveren.

Het genot bij het maken van een ijsbak met wat planken, wasdraad, nagels en krammen, de pikstokken met onderaan een koploze nagel. Het plezier als het ding een volle dag meeging of een nieuw stuk glijdraad moest vastgenageld worden. Herstelling ter plaatse. Desnoods met de klomp als hamer.

De vingervlugheid die geoefend werd bij het bikkelen, het lopen bij het repen, de zekerheid bij het landkappen en de scherpte van het oog bij het marbelen, de durf bij het klefferen zijn nu zonder twijfel ook te verwerven met Game Boy, skating, tennis, speleo, mountainbike, karate, funk hip hop, darts, snooker, kickboards, airtracktumbling, curve bowls, beyblades, spinners, klimmuur, GSM, computer en andere. Als de korte duur van de rage het toelaat.

Maar de voldoening van het zelfmaken van de speeltjes kan door niets vervangen worden.


Wie het niet gekend heeft zal het niet missen want elke tijd heeft zijn mooie dingen. Maar wie ze na mekaar beleefd heeft weet zeker wàt te kiezen.


Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door paulsax om 12:03 Reageer op dit bericht

Meer van TESSENDERLO, VROEGER EN NU

↑ Terug naar de berichten