't Was winter en het spek was op. ( Louis Verbeeck)
Geschreven door Louis Verbeeck
Uit het boek Toen de vrede losbarste.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
't Was winter en het spek was op.
Het is een zin, die kinderen vandaag de dag niet meer begrijpen, een zin waarvan ze de zin niet meer snappen. Het varken is in hoge mate gedevalueerd. Misschien komt dat nog terug, al zit ik er niet op te roepen.
Toen de Duitsers de varkens begonnen op te eisen en ze op de hoogte wilden zijn van het varkensbestand, probeerden de mensen natuurlijk aan deze onheilzame regeling te ontsnappen.
Dus begonnen ze in het geheim varkens te kweken.
Want iedereen wist dat het einde van de oorlog nog niet voor morgen was, dat het weer winter ging worden en dat het spek zou opzijn.
Ook thuis fokten wij een varken. Heel achteraan in de grote, lange keet, waar vaders bouwmateriaal lag.
Daar zat SUS, het varken.
Aanvankelijk was het een klein roze biggetje, dat ilegaal en moederloos zijn weg zocht in het veel te grote hok tussen het verse stro.
Maar SUS groeide snel, van de gekookte aardappelschillen, de afval en de zemelen.
SUS kreeg varkensluizen en wij moesten ze op zijn rug met
onze duimnageldooddrukken. Dan knetsten ze.
We mochten tegen niemand zeggen dat we een varken hadden, en wij vonden het een vorm van weerstand. Dus vertelden we het door aan gelijkgezinden, maar als een groot geheim. Tegen de kinderen van de "ZWARTEN", zeien we niets. Lekker niks.
Tegen de winter kwam dan de grote dag. Dan werd SUS geslacht. Gesluikslacht eigenlijk. Dan kwam nonkel Fons of Staf van Boon, om SUS in de grootste illegaliteit te slachten.
Sus werd uit zijn hok gehaald en wij mochten buiten op de dorpel gaan staan om te zien of er geen vijand in de buurt kwam. Om beurt gingen wij toch naar de ceremonie kijken. Hoe met stro de haren werden afgebrand, hoe Sus grondig geschoren werd, hoe zijn schoenen werden uitgetrokken, allemaal martelingen, die wij later in de boekjes van Buchenwald zouden terugvinden, maar Sus voelde niks, want Sus was dood.
De darmen werden schoongemaakt en 's avonds was het " pensenkermis ".
Iedereen was dan gelukkig.
In de kelder stond Sus integraal in de pekel. Naast de "kroeg" met de opgelegde eieren in kalkwater en de aardappelen, waarvan wij binnenkort de scheuten weer moesten afknijpen.
U voelt wel, mijn respekt voor varkens in het groot.
Nu nog proef ik soms de smaak van ' pensensoep'
Waarom maken ze dat nu niet meer?
De varkens zijn waarschijnlijk ook niet meer wat ze vroeger waren.







