Iedereen is er intussen van op de hoogte dat wij allen door het 'systeem' gewantrouwd worden en dat zich overal camera's verschuilen en microfoons, dat wij doorgelicht worden bij elke sollicitatie en controle. Maar tegelijk is het, omgekeerd, ook zo dat dit systeem van ons een blind vertrouwen vereist: wij deponeren ons have en goed bij de banken, we geven onze gezondheid in handen van medische firma's en wij vertrouwen de opvoeding van onze kinderen toe aan de staat; we moeten er maar op vertrouwen dat betaalkaarten blijven werken, dat onze rekeningen niet geplunderd worden door hun onzichtbare beheerders of dat de persoonlijke informatie die van ons vereist wordt om toegang te kunnen krijgen tot diensten die wij niet kunnen missen, niet misbruikt worden - om maar enkele voorbeelden te noemen. Maar van mensen van wie blind vertrouwen wordt vereist terwijl zij tegelijk gewantrouwd en gecontroleerd worden, kan men, om het op de zachtst mogelijke manier uit te drukken, zeggen dat zij onmenselijk behandeld worden en dat betekent: niet zoals mensen. En zelfs niet als dieren want wij stellen vertrouwen in onze huisdieren. In geen geval worden wij behandeld als medestanders of als medewerkers: er wordt vanuit gegaan dat wij tegenstanders zijn, erop uit om te verslinden, te branden en te moorden, ja, misdadigers. Maar wie is het dan die ons wantrouwt, ons blind vertrouwen opeist en ons op die wijze ontmenselijkt?
Wie is degene die ons controleert, die ons fortuin beheert, die zich zegt te ontfermen over onze opvoeding, over onze gezondheid en over onze toekomst? Want stel eens dat op een dag men in een winkel zijn inkopen doet, men haalt zijn betaalkaart boven en zij werkt niet meer; daarop gaat men naar zijn bankkantoor (als dat nog bestaat want vandaag zitten al die diensten 'online') en daar krijgt men te horen dat zijn rekening op nul staat; men werpt tegen dat dit onmogelijk is maar de bediende antwoordt dat hij alleen maar kan voortgaan op wat er in de databanken genoteerd staat; hij draait zijn computerscherm naar de klager toe en wijst onder diens rekeningnummer een getal aan dat ontegenzeggelijk gelijk is aan nul komma nul.
Maar dat kan nooit gebeuren, zegt u? Wel, enkele dagen geleden hebben de burgers van een westers land van hun regering te horen gekregen dat, indien de omstandigheden dat vereisen, de staat onmiddellijk beslag kan leggen op al hun eigendommen. Het gaat hier om een Europese staat die als voorbeeld kan dienen voor alle andere Europese staten want met die 'omstandigheden' wordt uiteraard de oorlogssituatie bedoeld en die geldt voor alle lidstaten van de NAVO.
Verder is het ook zo dat de meeste landen hun burgers in het ongewisse laten over het feit dat zij die praktijken allang toepassen, zij het op een indirecte wijze en wel via de ontwaarding van de betrokken munt of via 'aanpassingen' van de wet die bijvoorbeeld het ongemerkt plegen van pensioenroof mogelijk maken.
Wie blind vertrouwen moeten schenken en tegelijk totaal gewantrouwd worden, en dan bovendien nog door een instantie waar men nimmer bij kan, worden in een toestand van totale onzekerheid gebracht en niet zomaar onzekerheid over de een of andere kwestie: het betreft de totale onzekerheid over het feit of men morgen nog zal leven en zodoende hangen allen die in dat geval zijn met een zwaard van Damocles boven het hoofd.
Edoch, vandaag is iedereen in dat geval en dit feit wordt bovendien gebruikt om die onmenselijkheid goed te praten: klaag niet want het is voor iedereen gelijk. Het burgerschap is een staat van gevangenschap en absolute slavernij.
In bepaalde omstandigheden zou het onmenselijk zijn om de dingen op hun beloop te laten en volgens sommigen getuigt dan niet het gebruik van geweld doch het afzien van geweld als ultiem redmiddel van onmenselijkheid.
Onmenselijk is bijvoorbeeld de bureaucratie die het in alle rellen en protesten niet om niets zwaar te verduren krijgt en kennelijk alleen nog met geweld valt te bestrijden. Arendt schrijft: “De aantrekkingskracht van het geweld stijgt naarmate de bureaucratisering van het openbare bestaan toeneemt. In een volledig ontwikkelde bureaucratie is er niemand overgebleven met wie men kan overleggen, bij wie men zijn klachten kwijt kan, op wie machtsdruk kan worden uitgeoefend.”1
Bureaucratie verhindert ons te handelen, het is “een tirannie zonder tiran.”2 En wie kan de filosofe tegenspreken waar Arendt wat verderop Pareto citeert: “'Vrijheid (…) waarmee ik de macht om te handelen bedoel, wordt in de zogenaamde vrije en democratische landen met de dag kleiner, behalve voor misdadigers.'”3
Maar als de machteloosheid toeneemt, wil geweld haar compenseren. Dictators die hun greep op het volk dreigen te verliezen, grijpen naar geweld. Geweld kenmerkt machteloosheid.
De bureaucratie lijkt een toonbeeld van de redelijkheid, de ratio is er versteend in wetten en in regels, alle handelen gereguleerd, geprogrammeerd door technocraten, door wetenschapslui, die op hun beurt gehoor geven aan de regerende instanties. En herinnert dit niet aan het “non posse peccare” van Aurelius Augustinus?
In een bureaucratie wordt niets meer zonder voorschriften gedaan, voorschriften of programma's uitgedokterd door specialisten en uit te voeren door mensen die verondersteld worden niets te weten en niets te kunnen, mensen die verondersteld worden geen mensen te zijn doch robots. De poging om het ideaal te verwezenlijken strandt in de hel der ontmenselijking.
En in een kapitalistisch systeem gehoorzaamt de regering aan de bezitters. Maar bezitter wordt men niet door arbeid te verrichten: bovenaan de piramide van de bezitters bevinden zich degenen die zich boven alle wetten en regels hebben verheven, die zij straffeloos overtreden, alsof zij geen burgers waren maar goden. Zij maken de voorschriften of ze laten ze maken. Aan hen is alle creativiteit, of tenminste alle initiatief. Niet middels arbeid hebben zij de top bereikt maar met geweld: zij doden wie geen gehoor geven aan hun bevelen en ze hebben op die manier altijd vrij spel.
(J.B., 24 januari 2026)
1Hannah Arendt, Over geweld, Olympus (Atlas Contact), 2021 (2004), (Oorspronkelijke titel: On violence, Harcourt 1969, pag. 104.
3Hannah Arendt, o.c., pag. 105. Vilfredo Pareto (1848-1923) naar wie het Pareto-principe is genoemd, dat zegt dat (in, Italië) 80 pct. van de bezittingen in handen is van 20 pct. van de bevolking.
22-01-2026
Woke of waan (3)
Woke of waan (3)
In de democratie of de volksheerschappij delegeert het volk zijn macht aan een of meer leiders die in naam van het volk regeren. Het verkiezen van leiders gebeurt echter niet in het openbaar (bijvoorbeeld door de hand op te steken) maar in een stemhokje waar niemand ziet voor wie de kiezer kiest: de stemming is geheim. En naast de vele voorwendsels is daar ook een echte goede reden voor, het stemhokje is immers verwant met de slaapkamer, in die zin dat daar dingen gebeuren waarmee anderen geen zaken hebben omdat ze niet redelijk te verantwoorden zijn.
De rede heeft te maken met de openbaarheid omdat denken een verinnerlijkte dialoog is terwijl men zich in de dialoog verantwoordt en waar openbaarheid geschuwd wordt, zijn altijd dingen aan de gang die het daglicht niet mogen zien omdat zij niet verantwoord kunnen worden. Niet omdat ze verkeerd zouden zijn maar wel omdat de rede niet de laatste zeg heeft over het menselijke doen en laten. Om bij de hier gehanteerde vergelijking tussen stemhokje en slaapkamer te blijven: levende wezens worden niet ingevolge redelijk overleg maar wel door hun natuur gedwongen om te copuleren en de natuur is wijzer dan de meest verstandigen onder de mensen omdat het denken anticipatie is, terwijl die anticipatie in de natuurlijke evolutie werd geïncorporeerd in een mechanisme dat gewenst of efficiënt gedrag selecteert middels gissen en missen. Het denken is met andere woorden een verinnerlijking van het proces van de natuurlijke selectie welke werkzaam is binnen elk individu apart, waarbij de afstraffing van ongewenst gedrag niet meer de slachtoffers eist die de natuurlijke proef niet hebben overleefd. Binnen het individuele denken 'herinnert' men zich het gissen en missen van voorgangers uit voorbije millennia, men hoeft zichzelf niet meer in de waagschaal te werpen, dat doet men alleen nog in zijn hoofd.
Maar de wijsheid van de natuur betreft het lot van haar geheel en niet noodzakelijk dat van het individu: het individu beschikt dan ook over de mogelijkheid om af te wijken van natuurlijke drijfveren en het doet dat door verstandelijk overleg. Uiteraard vergt dit overleg een inzicht in de wijsheid van de natuur waarbij vergissingen mogelijk zijn. Een (te) eenvoudige illustratie daarvan vindt men in de geneeskunde waar de appendix onnodig werd verwijderd: uit het feit dat men zijn functie niet kende, meende men te mogen besluiten dat hij er helemaal geen had. Onverstand gaat vaker gepaard met een teveel aan zelfzekerheid of met een gebrek aan twijfel en derhalve ook met een overschatting van het verstand of een onderschatting van de betekenis van de natuurlijke gang van zaken.
Wat in de slaapkamer gebeurt, wordt beschermd, het wordt afgeschermd van de buitenwereld of van derden die zich immers bevinden in de sfeer van het redelijke waar zij sowieso om verantwoording vragen voor alles wat anderen (en zijzelf) doen en laten. Eender is het principe dat in het stemhokje van kracht is: niemand heeft zaken met het kiesgedrag van een ander omdat, alle propaganda ten spijt, niet de redelijkheid de doorslag geeft bij het kiezen van zijn vertegenwoordigers voor de uitoefening van macht over zijn leven. Kiezen gebeurt door de band op grond van egoïstische motieven tenzij de kiezer ofwel altruïstisch stemt ofwel overtuigd werd door andermans kiespropaganda.
Egoïsme is de regel, altruïsme is de uitzondering en propaganda is een amalgaam van al het denkbare. Niemand kijkt toe en het ego krijgt zijn gading maar daar vaart het geheel wel bij volgens de 'natuurlijke' regel dat waar ieder voor zichzelf zorgt, dit egoïsme uiteindelijk de ganse groep ten goede komt. In die regel zit het recht van de sterkste vervat, dat een natuurlijke grond heeft, maar het redelijke wordt evenwel niet buitengesloten. Het is niet omdat medici soms de bal misslaan (zoals m.b.t. de functie van de appendix) dat de geneeskunde betekenisloos wordt en zo ook krijgt in het stemhokje reflectie enige betekenis.
Dit alles om te zeggen dat ofschoon het bestaan van parlementen ('parlement' is verwant met het werkwoord 'parler') het anders laat uitschijnen, de democratie niet (of niet exclusief en zelfs niet in de eerste plaats) steunt op redelijk overleg: het aandeel van redelijke argumenten in de drijfveren van het stemgedrag moet de duimen leggen voor dat van de driften. Het redelijk overleg zelf in het parlement wordt overigens ook nog eens ontkracht doordat uiteindelijk niet het sterkste argument het haalt maar wel het standpunt dat de meeste stemmen haalt: de stemming maakt het aandeel van de rede quasi ongedaan; de kwantiteit wint het van de kwaliteit omdat de stem van degenen die goede argumenten voor hun standpunt missen, evenwaardig is aan de stem van wie wél beschikken over goede argumenten en dit terwijl men met Spinoza moet beamen dat het uitmuntende even zeldzaam als moeilijk is.
De wrevel hieruit volgend vormt de basis van Plato's fabel over het narrenschip dat vierentwintig eeuwen later even triomfantelijk als dom over de wereldzeeën zwalpt maar of de redelijkheid die de idealist zo hoog in het vaandel voert, volstaat om ons heil te bewerken, valt in het licht van wie zijn visie in de politiek hebben binnengeloodst, nog altijd te bezien: ook het marxisme en het communisme met hun op redelijk overleg gebaseerde en zogenaamde planeconomie worden door corruptie aangevreten en door onverstand, meermaals uitmondend in ware rampen. De triomf is hier even misplaatst als in het neoliberaal systeem dat, alle argumenten (!) van Adam Smith ten spijt, geheel stuurloos het milieu om zeep helpt en dictators voor haar kar spant om het natuurlijke recht van de sterkte als wet in de cultuur in te planten. Blijkt dan wellicht dat wij er beter aan doen al het hoogdravende vaarwel te zeggen en vrede te nemen met... geschipper.
Bij de democratische verkiezing van de volksleiders zijn redeloze driften werkzaam en de verkozen leiders dienen blindelings te zorgen voor de uitvoering daarvan, wat betekent dat zij de rede daarvan ten dienste stellen, wat geschiedt middels de zogenaamde retorica of de welsprekendheid, die dan onvermijdelijk een leugenaarskunst zal zijn. Dat is de reden waarom aan politici geen vakspecifieke eisen worden gesteld voor de taak van het zogenaamde regeren, wat echter wel het geval is met betrekking tot de meeste andere beroepen of specialisaties waarin men zijn werkzaamheden delegeert vanuit het inzicht dat die taakverdeling loont voor iedereen. Geneesheren moeten zich bekwamen in gezondheidswetenschappen met het oog op het genezen van allerlei fysieke kwalen maar voor politici geldt slechts dat zij gedwee het programma dat zij kenbaar maken, ongeacht hoe, tot wet te zullen verheffen: dat programma hoeft helemaal niet te deugen want wijsheid is hier van geen tel, alleen de bekwaamheid om listen te verzinnen wordt vereist. De discrepantie tussen argumenten en drijfveren is nergens zo groot als in de politiek en daarom ook is het aan het licht brengen daarvan de enige methode om te verhinderen dat het monster van de hypocrisie ongeremd zijn gang kan gaan.
(J.B., 22 januari 2026)
21-01-2026
Waarom gaat het vaccineren door?
Waarom gaat het vaccineren door?
Woke of waan (2)
Woke of waan (2)
Emancipatie volgt op een re-bellie of een terug-vechten, meer bepaald tegen meestal geïnstitutionaliseerd en derhalve onzichtbaar gemaakt maar niet minder destructief geweld en rebellie is op haar beurt meestal een antwoord op verontwaardiging maar dan rijst de vraag of verontwaardiging sowieso een solide basis kan zijn voor rebellie. Uiteraard is zij dat waar men zich beschadigd weet door instituties die zich hardnekkig handhaven in dienst van zekere bevoorrechten maar verontwaardiging kan ook aangepraat zijn, zoals ook behoeften oneigenlijk kunnen zijn en wie op macht(sbehoud) belust zijn, zullen de gelegenheid niet laten liggen om ook van die list gebruik te maken.
Verontwaardiging is een morele categorie en zal derhalve te maken hebben met gedrag dat zich per definitie verhoudt tot derden en dus met het sociale maar waar de leden van een gemeenschap 'onthoofd' werden - in de betekenis van geëgaliseerd, gerobotiseerd of onderworpen - vervalst zich uiteraard de ethiek omdat zij daar het voorwendsel wordt voor depersonaliserende en op hun beurt gedepersonaliseerde autoriteiten die zich immers transformeren tot blinde mechanismen waarvan de werking in het maatschappelijke domein vergelijkbaar is met de werking van blinde driften in het domein van de psychologie. Blinde driften zijn verwant met valse behoeften omdat zij - wegens het ontbreken van een authentieke nood - nooit bevredigd kunnen worden en derhalve onbestuurbaar zijn en om die reden vergelijkbaar met een om zich heen grijpende brand of enig ander rampzalig natuurverschijnsel.
Verontwaardiging is authentiek waar de bevrediging van wezenlijke behoeften verhinderd wordt ingevolge onrechtmatige ingrepen vanwege derden maar zij kan dat niet zijn waar dat het geval is inzake valse of verworven behoeften, behoeften die werden aangepraat door uitgerekend degenen die achteraf de bevrediging ervan blokkeren - uiteraard met het oog op verslaving en onderwerping van in dit geval de massa. Verontwaardiging wordt met andere woorden een toneel waar haar object een onrechtpleger is door wie men er als het ware ingeluisd werd omdat de schuld voor het begane onrecht dan uiteindelijk niet ligt bij de 'onrechtpleger' maar bij de verontwaardigde zelf, wat betekent dat de verontwaardiging in wezen een zelfverontwaardiging is, waarvan de bron zich situeert in de instemming die men gegeven heeft met het bedrog en dus werd veroorzaakt door de eigen toegeeflijkheid of zwakheid. En waar men verontwaardigd is met betrekking tot zichzelf zal zich de rebellie richten tegen de eigen misstap en kan emancipatie niets anders meer betekenen dan het zich bevrijden van een juk dat men zichzelf heeft opgelegd en dat bestaat uit die toegeeflijkheid jegens eigen zwakheden - welke dan terug te voeren zijn tot onrechtmatige wensen of verlangens.
Het koesteren van onrechtmatige wensen of verlangens is een grotendeels onbewuste activiteit waartoe men kan worden verleid door degenen die de beschikking hebben over de middelen om het onderbewuste van de massa te infiltreren en dat zijn er vandaag heel wat. De menselijke psyche blijkt vanuit talloze pogingen om het in kaart te brengen, een bijzonder complex systeem (maar ook meer dan een louter systeem) dat samenhangt met het fysieke - met het zenuwstelsel, met de werking van de klieren, met het zintuiglijke en met het verstand - en derhalve ook met het maatschappelijke en al zijn toebehoren, waaronder het communicatieve dat zich echter (met gemak) van het stoffelijke vervreemdt zoals het geld zich van de waren vervreemdt, wat wil zeggen: zonder directe grond en dus absurd maar alsnog met effect of dus met (mogelijk of zelfs waarschijnlijk) achterliggende gronden. Het gaat hier om de werkelijkheid van de leugen en de list die, ofschoon zij onwaar zijn en geen echt bestaan hebben, er toch in slagen om de dingen te beheersen - precies zoals een natuurbrand, die in feite een activiteit is zonder dader en derhalve helemaal géén daad maar een 'negativiteit', in staat blijkt om de dingen waarvan ons voortbestaan afhankelijk is, in de as te leggen en derhalve in staat is om ons leven zelf te bedreigen, om ons te doden. De werkelijkheid van desinformatie, reclame en propaganda betreft inderdaad onbestaande dingen - want aan leugens beantwoordt in de werkelijkheid niets - terwijl hij zelf niet ontkend kan worden. Deze werkelijkheid is binnengeslopen in de communicatiesystemen, verbergt zich daar, vernietigt vanuit zijn positie de waarde van de communicatie en aldus de communicatie zelf die op haar beurt het maatschappelijke vergiftigt en daarmee ook de ethiek of wat voor ethiek gehouden wordt.
In twee woorden komt het aangekaarte kluwen hier op neer dat de massa niet verontwaardigd kan zijn, dat haar verontwaardiging per definitie gefaket is, en wel omdat zij elke grond mist, daar zij niet bestaat uit personen die in de kern van hun wezen geraakt kunnen worden, maar wel uit de fabricaten van een groepsleider, een demagoog: de leden van een massa zijn gedepersonaliseerde individuen, ontzielde lichamen, handlangers van een potentaat... die op zijn beurt een product is van de massa die hem immers in het zadel heeft geholpen en die hem aanbidt. Maar het motief dat de machthebber in zijn positie bracht, het motief van de kiezer, het motief zelf is niet ontsprongen aan verstandelijk inzicht of aan rede maar aan een zwakheid, aan een toegeeflijkheid jegens zekere krachten die het goede leven tegenstaan, die onpersoonlijk zijn en blind. De vraag is alleen of moet aangenomen worden dat deze blindheid natuurlijk is en noodlottig ofwel of er een alternatief bestaat dat op de een of andere manier deze afgrond weet te overbruggen. En uiteraard bestaat die brug maar de zaak is nu dat zij niet eens en voorgoed gebouwd wordt en vervolgens onaantastbaar blijft: precies zoals het leven zelf is haar voortbestaan afhankelijk van permanente zorg. Onze cultuur lijkt daarom kunstmatig, wat sommigen ertoe brengt om haar te verwerpen en de natuur te gaan verheerlijken maar zij is niet minder kunstmatig dan (de natuur van) het leven zelf, dat immers een bijzonder broos plantje is, in zijn verschijning, zijn bestaan en zijn voortbestaan afhankelijk van onophoudelijke toewijding en zorg. En uiteraard omsluit dit antwoord meteen een nieuwe vraag.
(J.B., 21 januari 2026)
20-01-2026
Woke of waan
Woke of waan
Het feminisme en de golf van nog andere emancipatiebewegingen, waaronder de emancipatie van homo's, bijvoorbeeld na het herstel in de jaren volgend op de tweede wereldoorlog, hebben mede te maken met de verontwaardiging over de gruwelijke gevolgen van dictatoriale en totalitaire systemen maar de grondslagen van die systemen zelf werden niet aangepakt en zijn helemaal niet verdwenen zodat op dit vlak in feite geen wezenlijke hervormingen hebben plaatsgevonden doch veeleer symptoombestrijdingen en oppervlakkige aanpassingen die als het ware een laagje vernis vormen over de rottigheid heen en dat is dan ook de reden waarom de door zekere bevolkingsgroepen bekomen vrijheden heden weer aan het wankelen gaan. In tegenstelling tot wat in menige theorie beweerd wordt, is de opvatting dat zich herhalende mentaliteitswijzigingen te maken hebben met een slingerbeweging van links naar rechts en terug, onjuist en gaat het in wezen om een hardnekkigheid eigen aan repressie die wortelt in eerder biologisch en genetisch geprogrammeerde structuren. Een mooi voorbeeld is het proces van de bevrijding van de (loon)slavernij in die zin dat een oppervlakkige beschouwing het kon laten uitschijnen dat nu eens de heren (de patroons) het voor het zeggen hebben en dan weer de slaven (de arbeiders) wat zich dan zou weerspiegelen in een beurtrol van liberale en socialistische regeringen, terwijl het wezenlijk gaat om de hardnekkigheid waarmee het (natuurlijk verankerde) recht van de sterkste zich doorzet, nu en dan gehinderd door opstootjes van de onderdrukten in gevolge onoplettendheid van de overheersers. Toen een paar duizend jaar geleden het Romeinse Rijk de wereld aan zich onderwierp, waren er alom opstanden waaronder ons door allerlei historische bewegingen deze van de joden welbekend gebleven zijn en waarvan wij onthouden dat die opstandelingen alras terug in het gareel werden gebracht met militaire maar vooral ook met politieke en ideologische middelen, namelijk door de inlijving van de opstandelingen nadat dezen eerst geïdentificeerd werden met de christenen, zijnde degenen die gehoorzaamheid boden aan een zekere slavenmoraal of dus een moraal van 'vrijwillige' onderwerping aan het Romeinse gezag. Er wordt ons geleerd dat het wereldse rijk (van de Romeinen) weliswaar de wereld veroverde terwijl het christendom de harten voor zich won maar die voorstelling van zaken doet de waarheid geweld aan, wetende dat de zogenaamd overtuigende kracht van deze religie (van dienstbaarheid) door Friedrich Nietzsche werd ontmaskerd als een ultieme overlevingsstrategie: de slaaf maakt van de nood een deugd door het hem opgelegde werk als zijn plicht te gaan beschouwen en door zijn meester, zijn onderdrukker, lief te hebben zodat hij in feite het onderdrukt worden liefheeft, wat heel duidelijk tot uiting komt in de christelijke godsdienst met als na te volgen ethisch voorbeeld de gekruisigde die door zijn marteldood het heil bereikt. Vanuit puur natuurlijk oogpunt gaat het hier om een perversiteit die intussen echter een dominante plek veroverd heeft in de geschiedenis van de mensheid en wel in die mate dat zij het zogenaamd natuurlijke bij wijlen is gaan overheersen. Als men de achtergronden uit het blikveld houdt, lijkt het dan alsof staatsvormen pendelen tussen bijvoorbeeld fascisme en socialisme maar het gaat alleen maar om een zichzelf voortdurend versterkend fascisme dat zodoende gebruik maakt van een methode waarbij zekere toegevingen in functie staan van daarop volgende verstrakkingen. Een ander en gelijkaardig voorbeeld vindt men terug waar de Britten middels Mahatma Gandhi, die de ahimsa predikte, de geweldloosheid en meer bepaald het geweldloos verzet, het Hindoeïsme zouden hebben proberen te gebruiken in hun gewezen kolonies, Zuid-Afrika en India, ter onderdrukking van opstanden. Het kastenstelsel functioneert immers sinds oudsher ter bescherming van de voorrechten van de rijken, daar men gelooft in de wet van het karma welke voorhoudt dat men zijn maatschappelijke positie in voorgaande levens verdiend heeft.
De huidige oorlogslogica toont andermaal hoe de moraal wordt bepaald door militaire suprematie en zet de hachelijke positie in de verf van de 'tegennatuurlijke' ethiek van bijvoorbeeld het christendom maar ook die van andere 'religies', incluis de humanistische. Het terugdraaien van de 'mensenrechten', die zich verzetten tegen de voorrechten welke de producten zijn van een door het neoliberalisme in de cultuur naar binnen geloodst 'recht van de sterkste' is dan onvermijdelijk aan de orde. De verontwaardiging over het onrecht lijkt dan de duimen te moeten leggen voor de angst voor de pleger ervan of de machthebber.
De maatschappelijke positie van de vrouw, de homo, de allochtoon, de anders-valide, de bejaarde, het (al dan niet reeds geboren) kind, de niet neoliberaal gerichte mens, de Wankja uit het beroemde gedicht van J. Slauerhoff1 of de kunstenaar is in gevaar en daarmee de essentie van de mensheid en haar toekomst omdat alle (dode) materie in functie staat van immateriële (levende) waarden, omdat alle mensen geboren worden uit vrouwen, omdat kinderen de toekomst van de mensheid zijn, omdat de mens niet het werktuig maar het doel is van de economie en omdat wij geen wegwerpdingen zijn.
Maar wij leven vooralsnog in een democratie, wat betekent dat de aanwending van macht in functie van megalomanie kan worden afgestraft, tenminste zolang de verontwaardiging de bovenhand behoudt op de waanzin, want het maakt deel uit van de list der potentaten om ook degenen die zij overheersen en plunderen, ertoe te verleiden te geloven in de leugen van 'the American dream', het lotto-sprookje, het fabeltje dat iedereen rijk kan worden en dat nu verteld wordt door zekere handlangers van de mammon in de vorm van de verblindende parabel dat uiteindelijk allen profiteren van de rijkdom van de rijken en die bestaat bij de gratie van de onwetendheid omtrent het feit dat arbeid de enige niet-misdadige bron van rijkdom is.
De democratie moet worden gekoesterd als enig ofschoon niet onfeilbaar verweer tegen dictaturen en totalitaire regimes, welke hun valse reden van bestaan ontlenen aan angsten die zij zelf creëren eenmaal zij met de vergiftiging van het leven begonnen zijn. Dictators eisen de hegemonie op als verweer tegen een door hen gecreëerde vijand waarvan zij de massa bang maken om die (massa) dan voor hun kar te kunnen spannen, meer bepaald als onnadenkende entiteit die vanuit zijn angst klakkeloos het bevel volgt om zich te gaan offeren aan een door hen gecreëerd oorlogsfront zoals straks een eeuw geleden door John Heartfield werd onthuld.2 Die werkelijkheid is des te meer wraakroepend omdat, zoals vandaag wereldwijd iedereen die zijn ogen en oren durft te geloven, dagelijks kan getuigen, de dictators in oost en west uitsluitend in hun eigen waanwereldje de meest voorbeeldigen onder de mensen zijn.
(J.B., 20 januari 2026)
1J. Slauerhoff, De Schalmei (Serenade, 1930), “Zeven zonen had moeder:/Allen heetten Peter,/Behalve Wanjka die Iwan heette.//Allen konden werken:/Eén was geitenhoeder,/Eén vlocht sandalen,/Eén zelfs bouwde kerken;/Maar Iwan die Wanjka heette/Wilde niet werken.//Op een steen in de zon gezeten/Bespeelde hij zijn schalmei.//'O, mijn lieve,/Mijn lustige,/Laat mij spelen/In de schaduw van mijn/Korte rustige vallei./Laat andren werken,/Sandalen maken of kerken./Wanjka heeft genoeg aan zijn schalmei.'”
Topgangsters, zoals veel huidige potentaten-regeringsleiders, nemen weliswaar geheel schaamteloos en makkelijk het woord 'God' in de mond maar te denken dat zij religieus zouden zijn, is een kwalijke vergissing, tenzij religie wordt geherdefinieerd.
Heel wat auteurs laten zich ertoe verleiden om de huidige toestand van vrijheid in het westen op de korrel te nemen, in de zin van: vroeger was alles verboden maar nu moet alles kunnen. En die 'maar' verraadt dan dat zij eraan denken om redenen te genereren om terug te kunnen krabbelen. Wat zij dan in feite doen, is aanschurken tegen de extreemrechter zijde, die met hun angstvallige, zieke brouwsels beslist haar profijt zal doen.
Want staan wij een ogenblik stil bij die 'maar' van hierboven. Paul Verhaeghe legt (in het kader van de psychologie) de verrechtsing uit als een zoektocht naar de (verloren) oervader.1 Binnen steeds kleiner wordende groepen, gaat het Ik hoogtij vieren, het wordt van elke sociale band ontdaan: “Het tijdperk van de egocratie is een feit”2.
Niets aan de hand maar er schuilt een adder onder het gras. De auteur beschrijft de veranderende seksualiteit: ook daar worden “de klassieke normen en waarden”3 vervangen door “strikt individueel bepaalde afspraken (…) tussen twee unieke individuen”4 en Verhaeghe schrijft: “Op het vlak van de seksualiteit betreft dit de fameuze 'mutual consent' en 'informed consent': alles inzake genot mag, als er [afgezien van de leeftijd of de eis van volwassenheid van de betrokkenen] maar wederzijdse instemming is.”5
Vervolgens wijst hij op de normalisering van homoseksualiteit en hij oppert dat andere perversies, parafilieën zullen volgen en bij die gelegenheid steekt hij de draak met de normaliteit middels de introductie van het neologisme 'normofiel'.6
Zeker, dit zijn observaties en beschrijvingen van feiten maar potentaten van extreemrechts zijn er als de kippen bij om daar een welbepaalde nuance aan te geven. Er zijn al veel teveel dingen die moeten kunnen, zo suggereren zij: al dat woke-gedoe is ziek. En beslist vinden zij gehoor bij medemachthebbers die eigen voordeel ruiken.
De vraag die niet gesteld wordt, luidt dan uiteraard: wie zal onze (zuur verworven) vrijheid aan banden leggen? Wie heeft daartoe het recht? Wie heeft het recht om aan een medemens op te leggen wat hij al dan niet mag doen tussen de muren van zijn slaapkamer? Wie heeft het recht om ook daar camera's en microfoons te plaatsen? Wie heeft het recht om dan die beelden te bekijken, om die tapes te beluisteren en ze aan zijn oordeel te onderwerpen en te gaan sanctioneren?
In vroegere eeuwen (maar ook nog vandaag in zekere werelddelen) bestond er een legaal antwoord op die vraag en wel dankzij het geloof in God en in zijn délégués, dat de basis vormt van de theocratie: de mens heeft zichzelf niet gemaakt, hij is een schepsel Gods en derhalve behoort hij toe aan God die hem de wet kan opleggen. Maar wat meer is: de Bijbelse boodschap dat God de wereld zozeer liefgehad heeft dat hij er zijn eniggeboren zoon heen zond, wordt door potentaten zo geïnterpreteerd dat zij hun wereldse macht kunnen verklaren als zijnde goddelijk van oorsprong. En wie hun gezag afwijzen, zagen aldus de tak af die hen dragen moet en die zonde bewerkt uiteindelijk de dood van de ziel met als bestraffing het eeuwige vuur dat dan uiteraard alhier reeds branden moet.
Topgangsters, zoals veel huidige potentaten-regeringsleiders, nemen geheel schaamteloos en makkelijk het woord 'God' in de mond maar te denken dat zij religieus zouden zijn, is een kwalijke vergissing. Zij willen als de goden zijn.
(J.B., 12 januari 2026)
1Paul Verhaeghe, Liefde in tijden van eenzaamheid. Over drift en verlangen, De Bezige Bij, Amsterdam 2013 (2011) pag. 150.
In 1966 eindigde het tijdperk van de 'index' of de lijst met de verboden boeken van de katholieke kerk maar dat van de A.I. was toen, met als pioniers Marvin Minsky en John McCarthy, al enkele jaren aan de gang en het betreft hier meer bepaald een 'index' om u tegen te zeggen.
De uitschuiver van de UGent-rector doet een beetje denken aan de uitschuiver van die andere zogenaamde BV met die andere Porsche, want A.I. is een Porsche voor wie voor intellectueel willen doorgaan, met alle voor- en nadelen van het hoge snelheidsvoertuig in kwestie, waarbij dan de nadelen ter gelegenheid van uitschuivers aan het licht dreigen te komen.
De UGent treft hier uiteraard geen schuld - was het niet een UGent-professor die het aandurfde om in de media te waarschuwen voor deze Porsche1, wat immers heiligschennend is in deze tijd van blinde dienst aan de automaten van Elon Musk en aanverwanten uit het nieuwste totalitarisme?
De link met de oldtimer legt zich waar nu weer alles in het werk gesteld wordt om de chauffeur in kwestie te verontschuldigen en maar meteen van de nood een deugd te maken met het voorwendsel dat het allemaal met de allerbeste - zijnde pedagogische - bedoelingen gebeurde, met andere woorden: om te tonen hoe het niét moet.
Evenmin immers als die andere televisiefiguur is de huidige in opspraak gebrachte clown met deze 'vergissing' aan zijn of haar proefstuk toe want is het niet een publiek geheim dat de toespraken waarmee deze 'redenaars' applaus oogsten op hun voorstellingen (en hier stond bijna 'ludieke voorstellingen' maar het adjectief kroop rap weer weg bij de gedachte dat met dit toneel wel handenvol geld gemoeid is en dan hebben we het over miljarden), geschreven worden door artiesten die in de werkloosheid zitten of van een leefloon eten?
Maar om bij het onderwerp te blijven: hoe kan het anders dan dat A.I. en informatie uit het internetbrein, dat immers in handen is van een handvol potentaten, stante pede transformeert in propaganda? Wanneer Chomsky en Herman het in 1988 over propaganda hadden2, stond het internet nog in zijn kinderschoenen maar vandaag blijkt het verworden tot het (prompt aangewende) kernwapen van een totalitarisme dat alle voorgaanden in zijn schaduw stelt. Zonder leedvermaak, aldus mijn buurvrouw: is het dan geen schone zaak dat de leugenmachine ook hen niet spaart die er als eersten hun profijt mee doen?
2Noam Chomsky en Edward S. Herman, Manufacturing Consent. De politieke economie van de massamedia, vertaling naar het Nederlands door Jan Reyniers, Epo, Berchem 2025. Oorspronkelijk: Manufacturing Consent. The Political Economy of the Mass Media, Pantheon Books, New York 1988.
08-01-2026
De explosie van hersentumoren
De explosie van hersentumoren
Ter gelegenheid van de viering van het stralende kerstekind komt hoe dan ook het thema van de straling weer ter sprake. Want er is een toename van hersentumoren en, verdacht genoeg, wordt 'straling' als 'onbewezen oorzaak' in één adem genoemd met de factoren 'roken' en 'alcohol'.
Dat adres verwijst naar de onlangs overleden stralingsdeskundige prof. André Vander Vorst in een verslag van een hoorzitting van het Vlaams Parlement.
In dat verslag wordt verwezen naar een onderzoek van prof. Dirk Adang, deskundige in onder meer ecotoxicologie en medische biofysica van de Hasseltse Universiteit waarbij vastgesteld werd dat het sterftecijfer van zeventien ratten langdurig blootgesteld aan een lage dosis straling van gsm, antenne en wifi, dubbel zo hoog was als normaal en dat, op één na, hun doodsoorzaak een hersentumor bleek.
Over dat onderzoek werd overigens een artikel gepubliceerd, getiteld “Gsm-straling toch schadelijker dan gedacht” maar ook de link (via Wikipedia) naar dit artikel geeft “No results found for your search” op een Engelstalige webstek van Elsevier vol mooie prentjes.
De WHO, ons welbekend van de medische instructies uit de coronatijd, houdt vol dat de schadelijkheid van de straling in kwestie onbewezen is.
Maar mogen wij echt op beide oren slapen? Want stoute tongen hebben het alweer over belangenvermenging en doofpotoperaties. Edoch, sinds de fact check methode ingang heeft gevonden, weten wij dat dit allemaal fake news is.
(J.B., 8 januari 2026)
05-01-2026
De antichrist: het 'non posse peccare'
De antichrist: het 'non posse peccare'
De kritiek van Friedrich Nietzsche op het christendom die inhoudt dat de ethiek in deze religie de moraal is van de zich aan zijn meester onderwerpende slaaf die van de nood - de onmogelijkheid om zich van de overheerser te bevrijden - ook heel letterlijk een deugd maakt - namelijk de deugd van de dienstbaarheid of van de slavernij - werd uiteraard alsnog door de christenen zelf verworpen maar blijkt wel wortel te hebben geschoten bij de antichrist(enen) die immers, gewapend met deze gewetenssusser, gretig toehappen door het natuurlijke recht van de sterkste in te lijven binnen hun cultuur die daardoor volstrekt pervers wordt - zoals in het historisch voorbeeld van het nazisme.
Edoch, waar de diefstal een recht werd, is het privaatbezit dat niet langer. Het privaatbezit dat de ultieme grondslag vormt van de individualiteit. Althans binnen de overtuiging die gehoorzaamt aan de regel van het gouden kalf die luidt dat je bent wat je hebt. Van zodra de moraal van de antichrist opgang maakt en de wereld aan zich onderwerpt, sneuvelt in dezelfde beweging meteen de daar tegenover staande regel dat alle mensen kinderen zijn van één en dezelfde god en derhalve elkaars broeders of gelijken.
Waar in de christelijke ethiek de dief zichzelf uiteindelijk excommuniceert of buiten de gemeenschap plaatst omdat hij handelingen verricht die het licht van de openbaarheid niet mogen zien, zal de hoger genoemde perversie, welke erin bestaat dat de openbaarheid zich voortaan afspeelt in een volstrekte duisternis - een contradictie die zich alsnog wil manifesteren en die uiteraard het gesjoemel tot hoogste wet verheft - ervoor zorgen dat de diefstal het middel bij uitstek wordt waarmee men gelooft mét zijn ego zichzelf of zijn ziel te kunnen vrijwaren.
De wegbereider voor die perversie welke maakt dat de openbaarheid van geen tel meer kan zijn, is vanzelfsprekend degene die verantwoordelijk is voor de teleurgang van de schaamte en de schande en uiteraard handelt die verantwoordelijke onverantwoordelijk omdat hij niet langer een persoon is: hij vertegenwoordigt een massa, onderhevig aan ongeordende driften.
Schaamte ontstaat bij het openbaar worden van een misdaad maar dan wel op voorwaarde dat degenen die de misdadiger te kijk stellen, zich moreel van hem onderscheiden. Waar het publiek van de openbaarheid uit criminelen bestaat, kan niet langer van schaamte en schande sprake zijn; de misdaad wordt niet als zodanig onderkend omdat de massa zichzelf niet zal veroordelen en zo weergalmt het historische “Barabbas vrij!”
De huidige Amerikaanse politiek is een immer voorspelbaar geweeste consequentie van het kapitalisme dat een maatschappij heeft gegrondvest van burgers wiens individualiteit steunt op de heiliging van het privaatbezit. De verafgoding van het geld of de dienstbaarheid aan de mammon is onverenigbaar met het onder meer in het christendom gegronde broederschap dat een samenleving moet schragen die om die reden van bij het prilste begin veroordeeld was tot hypocrisie of tot ongeloofwaardigheid. Zoals elders al aangestipt, bestaat de politiek van extreemrechts erin, deze hypocrisie aan het licht te brengen, niet om ze te bestrijden maar om de daardoor verborgen misdaden voortaan ongestraft te kunnen bedrijven. Zij kunnen immers niet veroordeeld worden door een publiek dat zelf bloed aan de handen heeft, wat betekent dat het licht van de openbaarheid niet meer bestaat. En de gevolgen van de zich aldus manifesterende nieuwe realiteit zijn niet te overzien.
(J.B., 5 januari 2025)
04-01-2026
Das Lied von der Erde (Li Tai Po - Gustav Mahler)
Das Lied von der Erde (Li Tai Po - Gustav Mahler)
Die Winterreise (Film)
Die Winterreise (Film)
Schubert, Winterreise
Schubert, Winterreise
02-01-2026
K
K
Over de tijd en de eeuwigheid
Over de tijd en de eeuwigheid
Nadat zij werden verricht en niet meer wijzigbaar zijn, verheffen zich onze daden van deze aarde en zij zweven ten hemel, waar zij ons zoals sterrenbeelden stil en tot in de eeuwigheid blijven aankijken.
Eenmaligheid, onomkeerbaarheid en onherroepelijkheid culmineren in de dood en de dood is niets anders dan de manifestatie van deze zaken.
We dienen te weten dat het goede niet zomaar samenvalt met het prettige of met het aangename en menige ethiek leert ons dat het goede meestal lastig is. De kudde verschaft weliswaar een gevoel van geborgenheid maar waar roofdieren de kudde opjagen, worden wie niet hard genoeg kunnen rennen, prompt door die kudde achtergelaten.
Wie de massa als een instrument bespelen, zien niet om naar mensen, zij kennen alleen aantallen; zij malen niet om waarheid en kennen slechts waarschijnlijkheid; de plaatsen van het goede en het schone worden ingenomen door die van de smaak van het ogenblik, een verwante van de windhaan.
Wie niet geloven in de komst van God op aarde, verdwijnen in het alsmaar zwarter wordende gat van de tijd maar ook de gelovigen worden door de slokop niet gespaard: op de keper beschouwd weten zij tenslotte niet of aan hun geloof ook maar een greintje werkelijkheid beantwoordt, afgezien van deze die zij zelf tot stand brengen. Alles is zodanig vloeibaar dat elke vaste grond wel een illusie moet zijn. Onvaster nog dan vloeibaar, zijn de dingen als van damp of gas of lucht. Of nog onvaster: het zijn geesten.
IJzer en koper zijn vaste stoffen maar in een radiootje staan zij in dienst van de elektriciteit die minder materieel is, het is de verplaatsing van elektronen in aan elkaar grenzende atomen van bijvoorbeeld koper in de buitenste schil, het zijn dus golven. En op hun beurt staan in dat radiootje de elektrische golven in dienst van de muziek: de geluidsgolven die dan weer in dienst staan van betekenisgolven. De betekenis van muziek is de emotie die zij teweeg brengt in wezens van menselijke makelij. Emoties zijn bewegingen die nog fijnstoffelijker zijn dan de golven van het geluid, zij zijn de vormen waarin geluidsgolven door een componist gegoten worden. Of door de muzen die de componisten de muziek inblazen. En muzen zijn wezens uit een immateriële wereld.
Hoe men het ook draait of keert, dit is geen fantasie maar dagelijkse realiteit: de stof ontleent haar betekenis aan het onstoffelijke dat zij dient. En vanaf dat punt verliest ons verstand elke denkbare greep op het gebeuren.
Van dat gebeuren zijn de handelingen die aan de vrijheid van de wil ontspringen, de meest betekenisvolle maar ook de minst materiële zaken. En uitgerekend die ontsnappen aan het alsmaar zwarter wordend gat van de tijd. Nadat zij werden verricht en niet meer wijzigbaar zijn, verheffen zich onze daden van deze aarde en zij zweven ten hemel, waar zij ons zoals sterrenbeelden stil en tot in de eeuwigheid blijven aankijken.
(J.B., 2 januari 2025)
01-01-2026
Het slechte voorbeeld
Het slechte voorbeeld
Dat het huidige Amerikaanse regime (naast nog enkele andere) een tijdelijke plaag is die met nieuwe verkiezingen eventueel tot de niet allerfraaiste jaren van de geschiedenis zal gaan behoren, is een wat al te optimistische opvatting waarmee sommigen het gigantische probleem dat zich nu stelt, als opgelost beschouwen. Twee en misschien drie termijnen van telkens vier jaar Trump betekenen acht of twaalf jaar aan een stuk het enige en hoogst mogelijke voorbeeld voor een hele generatie van televisiekijkende kinderen in de V.S. en in een nog veel groter deel van de wereld. Niemand kan ontkennen dat de topgangster alle aandacht van zowat iedereen, dagelijks en de wereld rond, naar zich toe trekt en het is geen geheime vrees dat dit fataal zal zijn voor opgroeiende kinderen die dat voorbeeld immers zonder meer klakkeloos imiteren, als ook hun ouders dat al niet doen, wat zeker geldt voor zowat de helft van de opvoeders in de V.S. Want wat kinderen te zien krijgen tijdens hun cruciale vormingsjaren, zoveel is zeker, gaat er nooit meer uit. Nevermore.
Nu dient men zich eerst rekenschap te geven van het feit dat het maatschappelijke voorbeeld altijd een constructie is, een constructie van de machthebbers, met het oog op het behoud en de uitbreiding van hun macht. Zo bijvoorbeeld is de paus van Rome, het voorbeeld bij uitstek voor elke katholiek ter wereld, geen spontaan handelende persoon maar zelfs meer dan letterlijk 'a puppet on a string', een constructie van een instituut dat zich handhaaft middels een heel leger van specialisten en dat nauwgezet alle voorschriften uitdoktert waaraan het toonbeeld of het voorbeeld dient te voldoen. Aan het decor van het hele santenkraam werd eeuwen gewerkt door de beste architecten, schilders en decorateurs die de mensheid ooit heeft opgeleverd; de verkleedpartijen die ermee gepaard gaan alsook de balletten die door de hele entourage opgevoerd worden, werden door genieën gecomponeerd; alle woorden die het Voorbeeld in de mond neemt, werden door de eeuwigheid zelf geselecteerd, gewogen en gekozen; kortom: het voorbeeld is een kunstwerk waaraan tallozen vijlen en schaven om het zo echt mogelijk te laten lijken, zo geloofwaardig mogelijk - wat uiteraard wil zeggen dat het een kostelijke leugen is.
De natuurpracht is geen leugen want het is geen menselijk maaksel en het is de grootste frustratie van elke schilder en van elke artiest zonder meer dat hij die nooit zal evenaren. De spontaneïteit van het kleine kind is allerminst een maaksel en dat geldt voor al wat onverbloemd en naakt is: dat en niets anders maakt dat de dingen schoon zijn, waar en goed. Het zijn pas de verkleedpartijen en de opsmuk die het schone perverteren; het is de hooggeleerde welsprekendheid die aan leugens vleugels geeft; het zijn de verzonnen verzen van papier die het Woord verbergen en gekunstelde muziek probeert het vogelengezang naar de kroon te steken. Maatschappelijke voorbeelden zijn telkenmale opnieuw constructies, weldoordacht, en met het oog op het wegkapen van de spontane menselijke bewondering voor al wat uit de hand van de Schepper komt. De blikken worden omgeleid, weg van het Licht, naar stegen vol met lampionnen, glitter en glamour, geschetter en gebrul, pruiken, ronkende titels en nog andere valluiken en valkuilen.
Zijn laarzen lappen aan het milieu is ontkennen dat men lucht moet inademen om te kunnen blijven leven. Parfum is wat de huidige heerser roemt. Het zal onze tijd nog wel duren, zo bazuint de egoïst het uit, en wat anders kunnen de kinderen daaruit leren dan dat hij hen gewoon laat stikken?
De vraag of men die voorbeelden moet blijven eren, vecht met de angst om af te moeten rekenen met de wraak van de duivel. Chantage immers is wat de massa in de tang houdt en daartoe is dreiging nodig, dat wil zeggen: wapens, alsook het toneel waarop zij actief zijn - de oorlog. Het slechte voorbeeld dringt ons zijn wil op met op de achtergrond als waarschuwing het oorlogsgeweld dat ons verlamt, financieel droog legt en in de rij doet lopen. Te vrezen valt dat, alle goede voornemens ten spijt, deze gang van zaken zich onverminderd doorzet in het nieuwe jaar.
(J.B., nieuwjaar 2026)
31-12-2025
Gastvrijheid
Gastvrijheid
Wie door een wereldstad wandelt, wordt geconfronteerd met een grote variëteit aan mensen die allemaal op pad zijn. Onder hen is er de speciale groep van de toeristen, zoals zij genoemd worden, degenen die op toer of op tournee zijn. Deze mensen zijn in de stad niet thuis, zij zijn er op bezoek - te gast zoals men zegt.
Zoals het verhaal Philemon en Baukis van Ovidius (†17 P.X.) bewijst1, is het aanbieden van gastvrijheid aan vreemden of bezoekers sinds oudsher een heilige plicht. Zij bestaat in het verschaffen van onderdak en voedsel, zodat de gasten zich thuis voelen en de eik en de linde die tot voor kort de toegang tot elk boerenhof sierden, herinnerden daaraan: in Ovidius' verhaal ontvangen twee oudjes buiten hun weten de goden Zeus en Hermes die hen voor hun gastvrijheid belonen, onder meer met hun metamorfose in deze twee elkaar eeuwig omstrengelende bomen.
Dat toeristen gasten zijn, is maar een halve waarheid omdat een gast een genodigde is, terwijl een toerist eigenlijk zichzelf heeft uitgenodigd: hij koopt de gastvrijheid die hij geniet. Met andere woorden wordt in het toerisme de gastvrijheid geperverteerd: zij is verworden tot handelswaar. Immers, in Ovidius' verhaal betuigen de gasten aan hun gastheren hun dank na de goede ontvangst maar in het toerisme dwingen de gasten met geld de gastvrijheid van hun gastheren af. Zij stellen hen te werk en zo perverteren ze de rollen: zij zorgen ervoor dat zij hun gastheer niet hoeven te danken en dat, andersom, hij degene wordt die dank verschuldigd is.
De werkgever bedankt zijn werklieden niet: hij geeft hen een loon en zorgt er zo voor dat zij hem dank verschuldigd zijn. Het geld zorgt voor de vlekkeloze omkering van de plichten en de rechten maar dan wel tegen de prijs van de ontheiliging van elke menselijke onderneming die aldus tot een mechanische transactie wordt gedegradeerd.
Ook en vooral ter gelegenheid van allerlei festiviteiten lijkt de gastvrijheid tot een handel verworden, een ruilhandel in dit geval, een handeltje in relatiegeschenken, een geldspel waarvan alleen de mammon beter wordt, gereserveerd voor de bezittende klasse die hem dient en die de ontmenselijking van de wereld bespoedigt.
Een half miljoen mensen of tien percent van de arbeidsbekwame bevolking van het land zullen vanaf nieuwjaar hun werkloosheidsuitkering verliezen, wat een gevolg is van het zogenaamde 'koninginnenstukje' van de huidige rechtse regering die zich hiermee bekent tot de vleugel van extreemrechts. Tegen elke logica in gelooft die regering te mogen verwachten dat een derde van de van den dop geschrapten gauw werk zullen zoeken en vinden maar zelfs als dat het geval zou zijn, resten er dan nog driehonderdduizend mensen over wie de vraag hoe zij dan moeten overleven.
Wie elke dag zijn buikje rond kan eten, stelt zich geen vragen en in dat geval zijn zonder ook maar één uitzondering alle leden van de regering van dit land: zij genieten uitkeringen, noem het voor mijn part inkomens, om u tegen te zeggen, aangevuld met nog allerlei onkostenvergoedingen en fiscale voordelen. Zij beseffen niet dat jan met de pet het vandaag moet rooien met een bedrag dat allang niet meer volstaat om gezond van te eten: twee stukken fruit per dag, tenminste eens in de week vis, dagelijks verse groeten en melkproducten zit er voor de meesten onder ons niet meer in. Zij moeten winkelen in derderangssupermarkten die rijk worden van de verkoop van ronduit brol waarvan men alleen maar ziek kan worden. Naar geneeskundige zorgen kunnen zij ook fluiten en waar die alsnog voorhanden zijn, liggen zij buiten het bereik van heel wat mensen.
Mensen die zwak zijn, ziek of slecht te been, geraken niet tot aan het ziekenhuis dat weliswaar minimale dienstverlening garandeert maar dat uiteraard geen rekening kan houden met het probleem van het vervoer of met het gegeven dat de zieken dikwijls niet in staat zijn om uren in een lange gang hun beurt af te wachten tussen andere zieken van wie zij dan ook nog eens worden besmet met verkoudheden, longziekten en dies meer, wat maakt dat een volgende afspraak met de dokter afgebeld zal moeten worden, tenminste als zij telefonisch verbinding kunnen krijgen met de kliniek en als hun belkrediet de lange wachttijden overleeft.
Dat iedereen aan de slag kan in een maatschappij die de economie moet dienen in plaats van andersom, is een illusie omdat concurrentiebekwaamheid een ijzersterk zenuwstelsel vergt - bovenop de eis dat men ook voor al het overige verkeert in topconditie. Maar van de sportlessen in de schooltijd herinnert men zich dat een zeker deel van de klasgenoten 'zwak' is: buiten beschouwing gelaten of dat te maken heeft met erfelijkheid, met ondervoeding of met stress en ziekte, is dat een aan iedereen bekend gegeven. Wie niet sterk is, moet slim zijn, maar ook dat spreekt niet vanzelf: elke klas telt enkele knappe koppen maar een zeker fragment van de leerlingen kunnen gewoon niet mee en vandaag weet men dat dit meestal helemaal niet de schuld is van de kinderen die daarvan de slachtoffers zijn en niet de daders. Edoch, zonder een zeker intellectueel vermogen is men in deze concurrentiemaatschappij een vogel voor de kat en ook dat weet iedereen. Echter, bij de aflevering van koninginnenstukjes, doen de mensen alsof hun neus bloedt: zij kijken of zij onder de veroordeelden vallen en is dat niet het geval, dan trekken zij verder hun eigen plan en zien niet naar de anderen om.
De honderdduizenden mensen die in dit land vanaf overmorgen geen inkomen meer ontvangen, zullen aankloppen bij de zogenaamde openbare commissies voor maatschappelijk welzijn in de gemeente waar zij wonen want, de misdaad buiten beschouwing gelaten, missen zij elke andere keuze. In die commissies zetelen door het volk verkozenen en derhalve burgers die gehoor moeten geven aan de wensen van het volk. Maar die wensen zijn, zoals wij weten uit de cijfers, hoe langer hoe minder fraai. Immers, zowat de helft van de burgers stemmen voor extreemrechts dat de partijen van de onverdraagzamen verzamelt. Dat zijn degenen die niet verdragen dat de centen waarvoor zij hard hebben gewerkt, in handen komen van mensen die niet werken. Maar de OCMW's moeten hun geld halen bij deze onverdraagzamen, wat gebeurt door het heffen van belastingen en die zullen, dankzij het koninginnenstukje, uiteraard gelijk een raket de hoogte in schieten.
Wat aan de gang is, is de verplaatsing van de last van het steungeld van de staatskas naar de gemeentekassen. Dit lijkt op hetzelfde neer te komen maar te denken dat dit verschil niet zonder gevolg zal blijven, is wel bijzonder optimistisch gegokt. De werkende jan met de pet zal nu zeer zichtbaar zijn centen afstaan aan de niet werkende jan met de pet die bijvoorbeeld zijn broer zal zijn, zijn neef, zijn zuster of zijn buurvrouw. Nog één stap in die richting en aan de familieleden van de niet werkenden zal worden gevraagd om in te staan voor het inkomen van de 'luiaards'.
Nu is genoegzaam bekend dat de solidariteit waarop onze maatschappij boogt, een bijzonder precair gegeven is dat alsnog bestaat met dank aan zaken zoals bijvoorbeeld de anonimiteit. Valt die weg, dan is gegarandeerd het hek van de dam. Frustraties, haat en ruzies zullen ongetwijfeld ongeziene proporties aannemen en binnen de kortste keren is een burgeroorlog aan de gang. We kenden al de Franse Revolutie en de Amerikaanse Burgeroorlog, om slechts die twee bekende gebeurtenissen te vernoemen - en moet het nog vermeld dat burgeroorlogen nog veel wreder zijn dan oorlogen tussen naties? - maar wat ons nu te wachten staat zal de bijtende spot aan het licht brengen die in de benaming van het 'koninginnenstukje' schuilt.
(J.B., 30 december 2025)
29-12-2025
Handlangers van de duivel
Handlangers van de duivel
Wat Trump wil, wanneer hij beveelt: “We will say Merry Christmas proudly again”, is niet het wederkeren van het christendom, getuige het feit dat de potentaat de armen alleen maar verjaagt en ook het rijkere deel van de wereld aanspoort om dat te doen; noch wenst hij een pact met de kerk te sluiten, die hij al belachelijk heeft pogen te maken met zijn imitatie van de paus - hij wil hooguit zelf paus zijn, ja, keizer! Wat de usurpator beoogt, is de vervulling van een prepuberale droom: de glitter en de glamour van een dennenboom die het Guinness Book of Records haalt alsook overdadige kerstdiners in zijn grootste balzaal aller tijden met als gasten en tafelgenoten zijns gelijken en trawanten: figuren zoals Vladimir Poetin, Kim Yong-un, Elon Musk en Mark Rutte.
Het is een schromelijke vergissing om lui die een religieuze overtuiging uitbazuinen zonder er ook naar te leven, anders te beschouwen dan als hypocrieten ofwel aanhangers van een dubbele moraal en de Nazoreeër zelf liet hieromtrent helemaal geen twijfel over: Hij verjoeg de farizeeën uit het sanhedrin en de handelaars uit de tempel; Hij spelde wie dachten Maria Magdalena te kunnen veroordelen, eens en voorgoed de les en Hij typeerde zijn volgelingen als degenen die hun rijkdommen uitdelen aan de armen die hij zalig predikte op een berg; Hij herhaalde dat zijn rijk niet van deze wereld is, welke wordt beheerd door de duivel zelf en begrijp het goed: niemand kan met de Satan mee regeren zonder voor het kwaad een knieval te doen.
De volgelingen van Jezus van Nazareth verdienen alle respect en zo ook degenen die niet kunnen geloven in wat zij als sprookjes van de hand doen maar wie een geloof voorwenden zonder daarvan ook getuigenis af te leggen, weten van zichzelf dat zij bedriegers zijn, platte opportunisten en lepe commerçanten. Het is een absurditeit om de handlangers van de heer van deze wereld ernstig te nemen.