Overbevolking of niet? Geboortebeperking of niet? Een interview met Omsk Van Togenbirger - Omsk Van Togenbirger, het lijkt erop dat men inzake het probleem van de overbevolking maar wat blijft aanmodderen, terwijl de omvang van deze dreiging voor de gehele mensheid onmiskenbaar danig groot is; hebt gij een uitleg voor dit talmen? Is hier sprake van defaitisme? Of is het lethargie? Of nog iets anders? OVT: - Laat ik eerst herhalen dat men pas kan spreken over een overbevolking van zodra de bevolking van een stuk grond te groot is om met de opbrengst van die grond gevoed te kunnen worden. In feite is dit uiteraard onmogelijk, maar goed, we willen de hongerdood – de zogenaamde 'Malthusiaanse catastrofe' – voor zijn. Wel, om te beginnen moet een onderscheid gemaakt worden tussen noden en preferenties, want wat wil het volk dan eten, nietwaar? En ik bedoel: is men tevreden met graan en groenten of wil men vlees in de kuip? Iedereen weet immers dat vleeseters vele keren meer grond nodig hebben dan vegetariërs. Heel concreet betekent dit dat als de aarde tien miljard vleeseters kan dragen, zij omzeggens voor hetzelfde geld misschien wel in de behoeften van honderd miljard vegetariërs kon voorzien. Iedereen weet ook dat de helft van het voedsel gewoon wordt weggegooid en vaak reeds vooraleer het verkocht wordt, bijvoorbeeld om de marktprijs te beïnvloeden met het oog op geldelijk gewin. Zonder het kapitalistische systeem dat deze verspilling veroorzaakt, kon de aarde derhalve twééhonderd miljard vegetariërs voeden. Iedereen weet dat vele mensen zich gewoon dood eten: zij eten soms zeven keer meer dan nodig, worden daardoor ook zeer zwaar en omdat zij dan zo zwaar zijn, moeten ze ook veel meer blijven eten om hun lichaamsfuncties in stand te houden. De helft van de mensen zijn te dik: zonder hen zouden er op aarde dus nog eens zevenhonderd miljard bij kunnen. En hebt u al eens iemand horen klagen over de honden en de vele andere huisdieren die men er op na houdt, of zeg maar dat men ze kweekt, louter voor de luxe? Edoch, gezelschapsdieren waren geheel overbodig indien wij het wat beter konden vinden met elkaar. En dan is er naast het verbruik uiteraard nog het afval. Vandaag wordt het afval nog steeds niet verrekend in de verbruikskosten. Jaarlijks wordt bijvoorbeeld zowat zeshonderdvijftig miljoen ton aan plastics geproduceerd waarvan geen gram recycleerbaar is. Het gaat dus om de onophoudelijke productie van een gigantische afvalberg die ruimte inneemt en die derhalve de beschikbare ruimte gestaag doet inkrimpen, wat eigenlijk wil zeggen dat het afval onze aarde almaar kleiner maakt. En we hebben het nog niet eens gehad over afval als vergif, want ook alles wat door het afval vergiftigd wordt, is niet langer eetbaar. En hiermee wil ik alleen maar dit zeggen: vooraleer men gaat denken aan het verbieden of het onmogelijk maken van geboortes door geboortenbeperking, sterilisatie en nog andere drastische maatregelen die raken aan de fundamentele vrijheden van de mens, zou men eerst eens moeten kijken waar het schoentje knelt. Ik weet het wel, de rijken willen vlees blijven eten, zij willen duizend keer meer kunnen blijven verbruiken dan de paria's, en om die voorrechten te beschermen, moet de wereldbevolking dan maar worden ingeperkt, maar wie durft dat nog ethisch verantwoord te noemen in een tijd waarin de waarde van de gelijkheid van de Franse Revolutie nu al ruim twee eeuwen tot ons collectief bewustzijn zou moeten doorgedrongen zijn? - Maar beweert u nu dat de overbevolking geen probleem is? OVT: - Ik beweer dat niet de overbevolking het probleem is. De zogenaamde overbevolking is een schijnprobleem dat wordt opgehangen door een bepaald segment van de bevolking met de bedoeling een ander probleem te verkappen, namelijk dat van de ongelijkheid, en het zijn uitgerekend de probleemvervalsers die de ongelijkheid in stand willen houden omdat zij behoren tot de bevoorrechte klasse. Op aarde is er plaats voor heel veel armen terwijl het aantal van de rijken beperkt moet blijven. In feite zijn er rijken teveel maar de rijken schuiven de schuld door naar de armen, die op deze wijze twee keer boeten: de gedupeerden krijgen de schuld voor wat hen wordt aangedaan. En zo kom ik tot een tweede punt: er zijn geen rijken denkbaar zonder armen omdat voor de rijkdom van elke rijke zowat vijftig slaven garant staan. Alle rijkdom immers is afkomstig uit arbeid, terwijl alle arbeid geleverd wordt door de armen. Zoals ook u wel weet, werken de mensen niet als zij daartoe niet worden gedwongen, en zodoende werken slechts diegenen die noodlijdend zijn, hongerig of armlastig. Eenmaal rijk, stopt een mens met al zijn werkzaamheden en amuseert hij zich met de meest vergezochte tijdverdrijfselen die geen enkel nut meer kunnen hebben. Rijkelui spelen alleen nog golf. - Maar ontkent gij dan dat het in leven houden van de armen en het verhinderen van eventuele sterilisatieprogramma's het probleem alleen maar kan doen toenemen? - OVT: Gelooft gij nu echt dat men de armoede kon uitroeien door het aantal armen terug te dringen middels bijvoorbeeld sterilisatie? - Ten tijde van de natuurramp in Haïti pleitte een vooraanstaand Vlaams ethicus ervoor om aan de arme vrouwen aldaar een geldsom aan te bieden in ruil voor hun sterilisatie en de beroemde sir David Attenborough pleit zelfs voor het stopzetten van voedselhulp aan arme Afrikanen omdat zij zich anders vermenigvuldigen, wat zijns inziens het probleem van de armoede alleen maar kan doen toenemen. - Allerlei beroemdheden vertellen allerlei onzin en die wordt uiteraard ook nog geslikt door een massa van meelopers; het populisme is een echte plaag geworden waar de armslag van het meerderheidsbeginsel tekort doet aan de rechten van de minderheden; maar laat ik eerst toch nog eens herhalen dat het een kostelijke illusie is, te wijten aan kortzichtigheid en onwetendheid, om te geloven dat er in deze wereld rijken konden bestaan zonder armen. Zoals iedereen intussen ook wel weet, is het zogenaamde geluk – want in feite gaat het om een bedrieglijk geluksgevoel – alvast in onze contreien ongelukkiglijk een kwestie geworden van sociale vergelijking: mensen identificeren geluk hier namelijk verkeerdelijk met winnaarschap omdat zij in deze prestatiemaatschappij niet langer elkaars medewerkers zijn maar elkanders concurrenten. Op wedijver valt niets aan te merken zolang het allemaal een beetje sportief blijft en dat wil zeggen speels; maar buiten het spel, in de ongespeelde, harde werkelijkheid, gaan de verliezers uiteindelijk dood als een bijzondere regelgeving ontbreekt die zulks verhindert. Hoe dan ook zorgt de concurrentieslag voor een polarisering van de bevolking in, enerzijds, extreem rijken en, anderzijds, extreem armen. Maar vaak wordt over het hoofd gezien dat die polarisering allerminst het gevolg is van een groot verschil in prestatiebekwaamheid bij de mensen onderling; veel vaker immers zorgen durf, valsspelen en een verregaande immoraliteit voor exuberante winsten en voor succes. Iedereen weet toch dat multinationals die miljardenwinsten boeken, hun succes heel vaak te danken hebben aan slavernij en kinderarbeid in gebieden waar de wetgeving en de controle op uitbuiting te wensen overlaat? Iedereen weet dat mensen die teveel hebben, hun geld via de banken tegen woekerintresten uitlenen aan mensen die tekorten lijden. Over het uitlenen van geld tegen woekerintresten kan men bezwaarlijk zeggen dat dit werken is, of vergis ik mij? En vertel mij dan ook eens hoe armen die leningen moeten aangaan hun schulden kunnen terugbetalen als ze het niet doen door hard te werken? Indien zij het konden doen zoals de rijken, dan waren zij immers helemaal niet arm! Dat er geen rijken denkbaar zijn zonder armen, wil daarom ook zeggen dat rijkdom meestal aan uitbuiting toe te schrijven is. - Haïti is daar een schoolvoorbeeld van? OVT: - Haïti is een land van slaven die sinds oudsher voor de rijkdommen van het Westen hebben gezorgd. Christoffel Columbus ontdekte het in 1492 en noemde het eiland waarvan Haïti de westelijke helft vormt, Hispaniola (La Isla de Españiola of Het Eiland van Spanje) – het oostelijke stuk is de huidige Dominicaanse Republiek; het was bevolkt met Taíno-indianen die alras uitstierven ingevolge dwangarbeid en westerse ziekten; zij werden vervangen door honderdduizenden uit Afrika geïmporteerde slaven die er werkten op de suiker- en koffieplantages uitgebaat door de Fransen. Die slavernij duurde tot de slavenopstand die volgde op de Franse Revolutie, maar het land werd onder de knoet gehouden. Van 1915 tot 1934 werd Haïti door de VS bezet; er volgden jaren van instabiliteit en van 1957 tot 1986 regeerden de corrupte en repressieve regimes van Papa Doc en Baby Doc die zowat 50.000 Haïtianen vermoordden naast nog meer verkrachtingen en martelingen. Na enkele staatsgrepen kwam in 1991 Aristide met tussenpozen aan de macht en sinds 2006 is Préval er president met de hulp van VN-troepen. De huidige Haïtianen zijn de nazaten van de Afrikaanse negerslaven; er werken nog een half miljoen kindslaven, 'retaveks' genoemd. Haïti is zowat het armste land op aarde. De ecologische voetafdruk van deze mensen – hun verbruik en afvalproductie – is quasi nihil: zij produceren welvaart voor anderen en zelf bevuilen zij helemaal niets, integendeel. U weet toch dat vrachtschepen onze afgedankte computers naar Haïti brengen alwaar ze belanden op een gigantisch vuilnisbelt waar kleine kinderen die niets te eten hebben er het koper en alles wat nog bruikbaar is weer uithalen en zij zodoende de kostbare en beperkte grondstoffen zo goed als mogelijk recycleren? Wie durft te beweren dat het uitgerekend deze arme kinderen zijn die de wereld overbevolken en die dus alles opvreten en ook nog bergen afval voortbrengen? Het zullen alvast geen geleerden zijn die dergelijke onzin vertellen en evenmin lui met enig ethisch besef, maar ik heb het nog gezegd: om te weten hoe laat het is, moet men allerminst bij de horlogemaker wezen. - Maar laten we eens een concreet voorbeeld nemen, het voorbeeld van het onvruchtbare land in barre weersomstandigheden die ervoor zorgen dat de oogsten keer op keer mislukken: kan men dulden dat een volk dat daar wil overleven, dat poogt te doen door zoveel mogelijk kinderen ter wereld te brengen in de hoop dat enkelen daarvan, de allersterksten, het wel zullen halen? Is het niet een beetje cynisch om daar het recht van de sterkste te laten spelen terwijl wij toch over de mogelijkheid beschikken om in te grijpen, bij voorbeeld met sterilisatie of met anticonceptiva? OVT: - De zaak is wel dat de mensen van ter plekke sterilisatie en anticonceptiva afwijzen omdat zij nu eenmaal kinderen willen. Om heel begrijpelijke redenen, want kinderen zijn in dergelijke streken de enige rijkdom in de betekenis van een verzekering voor de toekomst: er is ginder namelijk geen sociale zekerheid en dus ook geen pensioen! Wie in die gebieden kinderloos oud wordt, is ten dode opgeschreven want wie zal voor hem of voor haar zorgen? Dat probleem lost men niet op door geboortebeperking omdat dit vloekt met de wet van het soortbehoud; men lost het op met het pensioenrecht. En ga maar na: in landen waar mensen financieel onafhankelijk zijn van hun kinderen, worden de gezinnen kleiner; soms zelfs zo klein dat de betaalbaarheid van de pensioenen op de helling komt te staan. Sociale zekerheid is een element van onze beschaving en waar beschaving ontbreekt, neemt de natuur het over en geldt het recht van de sterkste: men houdt zoveel mogelijk kinderen om de kans op het voortbestaan van de soort zo groot mogelijk te maken, alle individuele leed ten spijt. Het getuigt van een jammerlijke zelfoverschatting om te geloven dat men aan de natuur een verbod kon opleggen; de enige remedie bestaat erin haar te verschalken... middels een betrouwbaar solidariteitsstelsel. (wordt vervolgd) (J.B., 2 en 3 juni 2014)
De vluchtelingen en de overbevolking: twee problemen die er geen hoeven te zijn?
De vluchtelingen en de overbevolking: twee problemen die er geen hoeven te zijn? Sp.a-senator Bert Anciaux is momenteel (31 januari 2016) een van die uitzonderlijke politici die durven te stellen dat van de vluchtelingen en van de allochtonen in het algemeen niet moet gevraagd worden dat ze zich 'aanpassen': zij moeten vooreerst in hun eigenheid erkend worden. De toenemende maatschappelijke diversiteit is immers geen tijdelijk verschijnsel maar een onomkeerbaar gebeuren dat bovendien allerminst betreurenswaardig is omdat het onze samenleving kan verrijken. Er is moed nodig om deze humane visie te handhaven en te verdedigen in tijden waarin Europese partijen steeds vaker de populistische toer opgaan en hun succes danken aan een volstrekte immoraliteit: zij pleiten er godbetert voor om wie voor koppensnellers op de vlucht massaal verdrinken in de Middellandse Zee, terug te drijven, met prikkeldraad weg te houden en ook neer te schieten wanneer zij het in de allerhoogste nood alsnog wagen om het territorium van de 'welvarenden' te betreden. Er is moed nodig om te herinneren aan de conventie van Genève: nadat zes miljoen mensen die er niet in slaagden om te ontkomen aan de nazi's, in concentratiekampen werden omgebracht, besloten na de Tweede Wereldoorlog zowat alle landen van de beschaafde wereld om in de toekomst een herhaling van die catastrofe te voorkomen door de invoering van het asielrecht. En nu de kersversie E.U., zopas nog wereldwijd bejubeld als de wieg van de mensenrechten, de historische kans krijgt om desbetreffend de daad bij het woord te voegen, wordt Genève door het merendeel van de Europese politici prompt doodgezwegen ofwel als voorbijgestreefd beschouwd – tenminste als zij daar al weet van hadden. Het racisme en de onderliggende haat blijken wereldwijd de groeiende onnadenkende massa van vreesachtigen binnen het mensdom aan te tasten. Ongetwijfeld ligt een gebrek aan ontwikkeling mede aan de oorzaak van deze angstaanjagende trend, maar het gaat dan duidelijk niet om een gebrek aan technologische of wetenschappelijke ontwikkeling maar wel om de teloorgang van het waardenbesef dat nochtans het welzijn mogelijk maakte. Er werd inderdaad kortstondig voor waarden en normen gepleit, maar alras maakte men er 'onze' waarden en normen van, wat uiteraard van de zelfzucht het eerste gebod maakte en van de respectloosheid die nu eenmaal gelijkstaat met de immoraliteit. Uit alle diepgaande onderzoekingen gevoerd door maatschappelijke ge-engageerden – van filosofen zoals Karl Marx en Ivan Illich tot undercover-vorsers naar het model van Günter Wallraff – blijkt de in ons kapitalistisch systeem ingebakken hebzucht als hoofdverantwoordelijke voor wantoestanden die de wereld in nieuwe en steeds gevaarlijker oorlogen storten. Goed is wat geld in het laatje brengt en derhalve is het telen van papaver beter dan het bakken van brood want het eerste brengt meer op. Misdaad is goed als zij loont en dus als zij de straf ontloopt, zodat het bedrog wordt verheven tot de hoogste kunst. Economie en managerschap zijn steeds vaker een wolf in schapenvacht. En dat het empathische vermogen van de doorsneeburger steeds vaker faalt – wat in feite betekent dat het aantal psychopaten toeneemt – wijst op een essentieel gebrek dat in feite niemand mag verwonderen, want hoe kan men verwachten dat wie zich bekwamen in het bedrog, nog enig inlevingsvermogen koesteren met anderen? Als onze dure opleiding bestaat in het aanleren van de winstmaximalisatie en dus in het leren binnenrijven van zoveel mogelijk geld in ruil voor zo weinig mogelijk inspanningen, dan sluit dit alvast in dat de mede-mens vooreerst een concurrent is of dus een tegen-mens. Aan de grond van deze reeds ingeburgerde psychopathie ligt nu een schromelijke vergissing die erin bestaat dat wij de maatschappij zijn gaan verwarren met de natuur: het snijdt immers hout om de natuur te verschalken en om derhalve bijvoorbeeld met zo weinig mogelijk inspanningen een hoge berg te beklimmen. Maar waar wij tegenover onze soortgenoten een gelijkaardige houding aannemen, doen wij aan genosuïcide: wij roeien onze eigen soort uit. De drang tot zelfbehoud heeft onder de druk van een ziekelijk gistend egoïsme dergelijke proporties aangenomen dat de drang tot het soortbehoud er door vernietigd wordt. En zou het niet zo kunnen zijn dat de zorg voor de eigen soort te lijden heeft onder nog een andere verlammende vrees: de (foute?) vrees dat de wereld kampt met een probleem van overbevolking? (Jan Bauwens, 31 januari 2016)
Zo recupereer je jouw blogs na het 'verdwijnen' van bloggen.be
Zo recupereer je jouw blogs na het 'verdwijnen' van bloggen.be: Ludo Noens van het cultureel tijdschrift Portulaan bezorgde ons de volgende informatie voor het (zo goed als mogelijk) recupereren van de inhoud van verloren gegane blogs. De website: https://archive.org/ is een soort zoekmachine die “verloren gegane” webpagina’s archiveert. Nota bene: het hangt wel bijna van het toeval af of ze in het verleden ooit jouw site hebben opgeslagen of niet, en dan gaat het ook altijd om momentopnames: de inhoud van de webpagina op de dag(en) dat ze die toevallig hebben gekopieerd. Het enige wat je moet doen, is de oorspronkelijke URL van je pagina invullen en klikken. Dit zijn de te nemen stappen: 1) Open de link naar https://archive.org/ 2) Tik in: http://www.bloggen.be/[de naam van jouw blog] 3) Zoeken via keuze websites (NIET metadata). Even geduld… 4) Jouw blog wordt x keer herkend (dat wil zeggen, er is x keer een snapshot van gemaakt. Je krijgt de jaren en de datums via de kalenders. Je kan dan de dag aanklikken waarop de (laatste) snapshot is gemaakt (even geduld), en jouw blog van die dag verschijnt, met links…
Succes!
21-07-2021
De hongerstakers en de nationale feestdag
De hongerstakers en de nationale feestdag
"Minachting. Dat is de basis voor elke vorm van slavernij. (...) „Het is het dédain van de winner voor de loser. Als je een ander mens zijn vrijheid wilt ontnemen, moet je hem verafschuwen, én die afschuw rechtvaardigen en institutionaliseren. Dat doe je door te zeggen dat die persoon zijn lot aan zichzelf te wijten heeft, bijvoorbeeld omdat hij een oorlog heeft verloren, of arm is. Alleen als je op zo’n manier een psychologische barrière opricht tussen jou en de ander, kan slavernij bestaan.” (°)
Op een niet mis te verstane manier legt Dick Harrison uit hoe slaven door mensen gemaakt worden middels geweldpleging op mensen. Onze hongerstakers zijn nota bene slaven: zij werden jarenlang op Belgisch territorium en derhalve onder de verantwoordelijkheid van de Belgische regering uitgebuit. De uitbuiters misbruikten het gegeven dat deze mensen hier op een onwettige manier aanwezig waren.
Edoch, mensen op de vlucht voor de oorlog en de honger, hebben helemaal geen andere keuze dan weg te vluchten voor de oorlog en de honger: het is allerminst hun bedoeling om ergens onwettig aanwezig te zijn, zij willen slechts ergens wég. En wie durft te beweren dat hij niet zal vluchten als de dood hem op de hielen zit?
De hongerstakers zijn volstrekt onschuldig aan hun illegale aanwezigheid op het Belgisch grondgebied. Bovendien is de Belgische regering verantwoordelijk voor de toestand van slavernij waarin zij bestaan. De regering heeft derhalve de dringende plicht hen uit deze toestand te bevrijden. Krachtens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens heeft de regering ook niet het recht hen terug te sturen naar een plek waar zij onveilig zijn.
Het feit dat deze slaven in hongerstaking gaan, bewijst dat het niet voor de honger is dat zij vluchten. Zij wensen slechts als mensen behandeld te worden en daarvoor hebben zij hun leven veil: zij verkiezen de dood boven een mensonwaardig bestaan. Laat de regering toe dat haar slaven verhongeren, dan keurt zij de slavernij de facto goed. Wat zij overigens allang openlijk doet waar haar ministers bevestigen dat de prijs van onze groenten in de supermarkt zou verdrievoudigen indien alle illegalen werden teruggestuurd.
Kan onze nationale feestdag deze hypocrisie overleven, dan vieren wij vandaag een schurkenstaat!
(J.B., 21 juni 2021)
Verwijzingen:
(°) Aldus vat Bart Funnekotte het samen in Slavernij was er altijd en overal - zijn bespreking van Dick Andersons boek, getiteld: De geschiedenis van de slavernij van Mesopotamië tot moderne mensenhandel, Uitgeverij Omniboek, Utrecht 2019. (Oorspr.: Slaveriets historia, Historiska Media, Zweden 2015). Zie ook: Hoe Europa groot en rijk werd.
In zijn werk over Dostojewskij wijdt dr. M.A. Lathouwers een hoofdstuk aan het thema van de vrijheid in het oeuvre van de grote Russische schrijver. In zijn Herinneringen aan het ondergrondse heeft de geëngageerde vrijheidsstrijder die Dostojewskij is, zijn afkeer uitgedrukt voor de anonieme systemen en structuren die het bestuur over de mensen dreigen over te nemen terwijl zij toch nooit in staat zijn om verantwoordelijkheid te dragen. De schrijver gebruikt het beeld van het dode kristal dat de levende cel dreigt te vervangen en het navenante schrikbeeld van een toekomstige maatschappij die zal zijn zoals een kristallen paleis:
“Visionair als hij is, ontwaarde [Dostojewskij], bijna een eeuw voor Orwell en Huxley, in het perspectief op de toekomst dat deze verafgoding [van de natuurwetten, de logica en de sociale verordeningen waarin alles wettelijk geregeld en contractueel vastgelegd is,] biedt, de mogelijkheid van een fatale kristallisatie; het spookbeeld van een kristallen paleis, waarin alles geheel pasklaar gemaakt en met wiskundige nauwkeurigheid becijferd is, maar waaruit de vrijheid voorgoed verdwenen is. Juist daarom verdedigt hij (…) de vrijheid als een wezenlijk onmisbare dimensie van het bestaan. Meer nog: als de hoogste waarde van de mens (…) waarvoor de mens desnoods bereid is “tegen alle wetten, tegen gezond verstand, eer, rust en welvaart in te gaan.”” En zoals duidelijk wordt in zijn parabel van de grootinquisiteur in De gebroeders Karamazov, wordt een bestaan zonder vrijheid nagestreefd door niemand minder dan de duivel - in deze roman in de gedaante van de katholieke kerk. (1)
Voor het garanderen van de vrijheid is de scheiding der machten van fundamenteel belang: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht moeten onderling onafhankelijk kunnen opereren om te kunnen verhinderen dat wetgevers en uitvoerders geheel ongecontroleerd te werk gaan zoals dat het geval is in een dictatuur. Naast deze drie machten worden ook nog de media genoemd als de 'vierde macht' omdat het uitoefenen van sociale druk en het brengen van geladen informatie via kanalen die in het bezit zijn van privépersonen, een niet te onderschatten invloed heeft op opinievorming en gedrag, zoals dat recent nog mocht blijken in de heisa rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Maar er is ook nog een vijfde macht: de kerk van weleer, welke althans in het westen reeds lange tijd gescheiden wordt van de staat omdat ook deze machtsstructuur politieke invloed heeft en soms zelfs op fatale wijze, zoals in een theocratie, vindt vandaag haar opvolger in het instituut van de zogenaamde wetenschap.
In principe is het een goede zaak dat op die manier het irrationele wordt geweerd dat immers de willekeur faciliteert maar algauw is het wetenschappelijk instituut waarvan verwacht kan worden dat het een zekere objectiviteit handhaaft, verworden tot een tentakel van de heersende politieke partijen. Om te beginnen zijn helaas ook professoraten politieke benoemingen, waardoor in principe de waarheden die zij voordragen a priori ondergeschikt worden gemaakt aan macht. Daardoor wordt de geleerdheid of wat daarvoor moet doorgaan, steeds vaker ingezet in pogingen tot het onderbouwen van alles behalve objectieve politieke standpunten, om maar niet te zeggen dat zij functioneert als fabrikant van wat moet doorgaan voor de waarheid en in dat verband spreekt men dan ook spottend over de wetenschap als 'hedendaagse religie'. Dostojewskij heeft het in dat verband over de 'tirannie der quasi-geleerdheid'. Belangenvermenging is reeds lange tijd de regel daar waar universiteiten zich laten subsidiëren door de industrie en zo is het geen geheim meer dat bij uitstek de bijzonder welvarende farmaceutische industrie het wetenschappelijk onderzoek in onze verarmde universiteiten spekt met grote sommen geld in de vorm van allerlei hulpmiddelen. Het hoeft geen betoog dat zowel de verrijking van de farmaceutische industrie als de verarming van de universiteiten door politici wordt in de hand gewerkt en zoals de feiten het bevestigen, blijken politici veel vaker dan men kon verwachten gevoelig voor corruptie. Dat ook van deze gang van zaken de waarheid het allereerste slachtoffer is, kan niet verbazen en dit gebeurt terwijl die waarheid nog steeds het handelsmerk van 'wetenschappelijke waarheid' draagt, een handelsmerk dat alsnog goed verkoopt - maar wellicht niet meer voor lang.
Onlangs verdedigde een filosofieprofessor in de media de mening dat aan zogenaamde 'antivaxers' geen forum mocht gegeven worden - ook niet als het gaat om geneesheren: mensen die de wetenschap van de geneeskunde gestudeerd hebben, deze dagelijks beoefenen en die, wanneer zij tegen de stroom ingaan, ook hun nek uitsteken, wat wil zeggen dat zij er aldus van getuigen met de gezondheid van hun patiënten zeer begaan te zijn. Om meer dan één reden is de mening van deze filosofieprofessor - want meer dan een mening is het uiteraard niet - volstrekt in strijd met wat inzake de elementaire deontologie van dat ambt verwacht kon worden en daarom ook is het ongepast wanneer aan verkondigers van dergelijke meningen een forum wordt verschaft waarin zij in afwezigheid van hun tegenhangers geheel ongehinderd dat eigen meninkje kunnen verkondigen. Of weten zij dan niet dat een stelling die zich niet blootstelt aan kritiek, ongeopenbaard blijft en derhalve helemaal geen stelling is? Het is niet meer dan praat voor de vaak, maar in de gegeven omstandigheden is het uiteraard bijzonder gevaarlijke praat.
In dit geval wordt in de media de mening gepropageerd van een figuur die oordeelt dat het criterium om aan iemand spreekrecht toe te kennen over een zeker onderwerp niet zijn of haar geleerdheid en ervaring inzake dat onderwerp hoort te zijn, maar wel zijn of haar standpunt jegens een zeer specifieke behandeling - in dit geval een specifieke vaccinatie - waarvoor, zoals algemeen geweten, binnen de wetenschappelijke kringen zelf, zowel voor- als tegenstanders zijn, met telkenmale 'wetenschappelijke' argumenten. Wordt bovendien het feit in acht genomen dat precedenten inzake gelijkaardige aangelegenheden hebben aangetoond dat belangenvermenging, corruptie, commissielonen en allerlei beloftes inzake aantrekkelijke postjes in deze zaken veeleer de regel zijn dan de uitzondering, dan kan men zich onmogelijk ontdoen van de indruk dat ook de fora waarin betrokken sprekers opereren, gestuurd worden door figuren die belangen hebben geheel wars van volksgezondheid, wetenschap en waarheid. Uitgerekend de (naar hun eigen zeggen) verdedigers van de open debatcultuur in het zog van Voltaire en het hele santenkraam van de Verlichting, verraden hier hun vrees voor tegenstanders omdat die het wankele karakter van hun voorgewende zekerheden wel eens aan het licht konden brengen, om nog maar te zwijgen over de praktijken welke gedekt worden door het gezegde: “wiens brood men eet, diens woord men spreekt”.
Kortom: geleerden die er niet in slagen om uit te leggen aan het volk waarom men dan een mondmasker moet dragen, vertonen inderdaad bijzonder veel gelijkenis met de clerici van destijds die hun geloofswaarheden evenmin uitgelegd kregen en die dan dachten dat zij zich uit de slag konden trekken met gezagsargumenten (zoals: de onfeilbaarheid van de paus), met verbodsbepalingen geruggensteund door hellestraffen (maar ook door sociale uitsluiting) en met de fabricatie van 'mysteries' en andere monddoodmakers zoals de zwijgplicht. Van universiteitsprofessoren die benoemd zijn door een zeker politiek apparaat dat specifieke 'waarheden' wil verkondigd zien met het cachet van 'wetenschappelijke waarheid' - in 'officiële' media of dus in media waarover het het monopolie heeft - kan geen weldenkend mens verwachten dat zij zelf ook menen wat zij zeggen. Indien men hen de biecht kon horen op hun sterfbed en gesteld dat zij gelovig waren, zij zouden zich gewis alsnog uit de slag proberen te trekken met het argument dat zij de job aanvaardden omdat in geval zij hadden geweigerd, een ander hetzelfde in hun plaats had gedaan, zodat de fout die zij begingen, althans in hun visie, eigenlijk helemaal geen gevolgen had. Dostojewskij zou hierop antwoorden dat het uitgerekend aan deze onverschilligheid is, die eigen is aan moordenaars zoals zijn Raskolnikow, dat de wereld nu ten onder gaat. (2)(3)
Voetnoten:
(1) Lathouwers, M.A., Dostojewskij, Desclée De Brouwer, Brugge/Utrecht 1968. ), pp. 72-85.