Naar de inhoud

toen

akke.beakke.be

Archief

vandaag jaren terug 09 aug 1946 rinus gerritsen

9 aug 1946 Marinus (Rinus) Gerritsen (Den Haag, 9 augustus 1946) is een Nederlands muzikant. Hij is de bassist van de Haagse popgroep Golden Earring. Naast basgitaar speelt Gerritsen ook keyboard, gitaar, Moog Taurus baspedalen, mondharmonica en contrabas.[bron?] Gerritsen begon op 14-jarige leeftijd samen met George Kooymans met het maken van muziek. Hij begon als gitarist, maar omdat ze geen bassist konden vinden, ging hij basgitaar spelen.[bron?] Zijn eerste eigen basgitaar (merknaam Darwin-bas) was door zijn vader gebouwd. Gerritsen was de eerste Nederlandse popmuzikant die een Danelectro-basgitaar bezat. Hij gebruikte deze gitaar tot die in 1977 tijdens de Amerikaanse tournee van Golden Earring werd gestolen, waarna zijn vader een nieuwe voor hem maakte. Deze witte dubbelnek is een combinatie van een Danelectro en een Fender.[1]
In 1979 bracht Gerritsen in samenwerking met Michel van Dijk zijn eerste solo-album uit. Op deze lp zijn naast Gerritsen (op bas, piano en gitaar) ook Michel van Dijk (zang), Shell Schellekens (drums), Eelco Gelling en Dany Lademacher (sologitaar) en Koko Kauwsolea (percussie) te horen. Daarnaast is Gerritsen ook producer geweest voor Herman Brood en Urban Heroes. Gerritsen speelde onder andere mee op de elpee The Beast and I van Crazy Casey uit 1967 en de lp Nevergreens van Robert Jan Stips uit 1976. In 1985 richtte Gerritsen samen met Cesar Zuiderwijk de muziekwinkel Rock Palace op. Deze bestaat nog steeds en is te vinden in de Torenstraat in Den Haag.[2] Op Record Store Day (19 april 2014) kwam er een 7-inchvinylsingle uit getiteld Rinus' Garage, met op kant A in samenwerking met de Belgische band Triggerfinger het nummer The Wall of Dolls en op kant B, samen met onder anderen zijn dochter Natousch Gerritsen, het nummer Annie. Gerritsens broer, Rob, is manager van Golden Earring. Zijn zus Melanie is getrouwd met George Kooymans. Gerritsen is geheelonthouder en vegetariër en schrijft ook columns voor het tijdschrift De Bassist



2168351-719b09a2ff1e13e049eac3d89b970164.JPG

2168351-e0cd7b643616597223f3e28d3a2b28e2.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door rami om 09:08 Reageer op dit bericht

vandaag jaren terug 09 aug 1969 sharon tate

9 aug 1969 Sharon Marie Tate (Dallas, 24 januari 1943 – Los Angeles, 9 augustus 1969) was een Amerikaans actrice. Zij was gehuwd met filmregisseur Roman Polański en werd vermoord door de Manson-familie. Sharon Tate begon haar filmcarrière in de rol van Janet Trego in de televisieserie The Beverly Hillbillies. Haar eerste grote rol was in de speelfilm Eye of the Devil uit 1966 met tegenspelers David Niven en David Hemmings. In 1967 speelde ze een rol in The Fearless Vampire Killers van Roman Polański. Tate en Polański kregen een verhouding en trouwden uiteindelijk op 20 januari 1968 in Londen. In februari 1969 betrokken ze een huis aan 10050 Cielo Drive in Bel Air. In maart vertrok Sharon Tate naar Europa om in haar laatste film te spelen, 12 + 1 of The 13 Chairs. Zij was toen al zwanger en haar garderobe moest aangepast worden om haar zwangerschap verborgen te houden. Na afloop van de opnamen bleef ze nog een tijd bij Polański, die in Londen werkte aan de voorbereidingen van de film The Day of the Dolphin. In juli 1969 vertrok Sharon met een cruiseschip naar Amerika om zich voor te bereiden op de komende bevalling. Roman bleef achter en zou een paar weken later per vliegtuig naar Los Angeles gaan, op tijd voor de geboorte. In de nacht van 8 op 9 augustus drongen vier aanhangers van sekteleider Charles Manson (Tex Watson, Susan Atkins, Patricia Krenwinkelen Linda Kasabian) echter het huis van Polański en Tate binnen. Kasabian was de enige die niet meedeed aan het bloedblad en zij werd later kroongetuige in het proces tegen Charles Manson en zijn sekte, de Manson-familie. Het eerste slachtoffer was Steven Parent, een jongen die op bezoek was geweest bij de huisbewaarder van het huis, William Garretson. Daarna waren de vier mensen binnen aan de beurt. Binnen werden eerst Jay Sebring, Wojtek Frykowski, Abigail Folger en als laatste Sharon Tate op beestachtige wijze vermoord. Ook haar zoon, die later de namen Paul Richard kreeg (naar de vader van Sharon en de vader van Roman), overleefde het niet. Hij werd in de armen van zijn moeder begraven. Dankzij een loslippige Atkins konden Charles Manson en zijn clan worden aangeklaagd. Door de moorden, die aanvankelijk werden aangezien voor rituele slachtingen, ontstond in de Verenigde Staten grote maatschappelijk beroering. Ook president Nixon kwam in het geweer door tijdens het proces Manson al schuldig te verklaren. De daders werden in 1971 inderdaad schuldig bevonden en tot de gaskamer veroordeeld. Reeds een jaar na hun veroordeling werd de doodstraf in Californië echter afgeschaft en werden alle vonnissen omgezet in levenslange gevangenisstraf. De daders zitten nog altijd vast, maar komen sinds 1976 wel in aanmerking voor vervroegde invrijheidstelling. Al hun verzoeken zijn tot dusver afgewezen. Susan Atkins overleed in september 2009 in de gevangenis aan de gevolgen van een hersentumor. Hoewel advocaten nog trachtten haar in vrijheid te laten sterven, kreeg Atkins daarvoor geen toestemming. De leider van de sekte, Charles Manson, overleed in november 2017 aan de gevolgen van een interne bloeding. In juli 2005 voerde Polański in Engeland nog met succes een proces tegen het tijdschrift Vanity Fair, dat beweerde dat hij op weg naar de begrafenis van Sharon Tate avances naar een stewardess had gemaakt. Hij wenste dat de herinnering aan zijn geliefde niet door dit soort roddels zou worden bezoedeld.
Filmografie
Barabbas (1961) - Patriciër in arena (onvermeld) Hemingway's Adventures of a Young Man (1962) - Komische koningin (onvermeld) Mister Ed (tv-serie, 2 afl., 1963) - Telefoniste / Meisje The Beverly Hillbillies (tv-serie, 15 afl., 1963-1965) - Janet Trego / Feestganger / Mary The Americanization of Emily (1964) - Mooi meisje (onvermeld) Eye of the Devil (1967) - Odile de Caray The Fearless Vampire Killers (1967) - Sarah Shagal Don't Make Waves (1967) - Malibu
Valley of the Dolls (1967) - Jennifer North The Wrecking Crew (1968) - Freya Carlson 12 + 1 (1969) - Pat



2168348-d7c09640e12ca8b02859774f5338b904.JPG

2168348-6be688d0f71c66da256cf2c6e9752a6b.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:04 Reageer op dit bericht

9 aug 1963 whitney houston

9 aug 1963 Whitney Elizabeth Houston (Newark, 9 augustus 1963 – Beverly Hills, 11 februari 2012) was een Amerikaans zangeres en actrice. Houston was een dochter van Cissy Houston (achtergrondzangeres van onder anderen Elvis Presley en Aretha Franklin) en John Houston en een nicht van de zangeres Dionne Warwick. Houston kwam al vroeg in aanraking met muziek. Samen met haar moeder toerde ze als tiener langs diverse nachtclubs en ontwikkelde daarmee haar zangstem. Als veertienjarig meisje was ze in 1977 de leadvocaliste in het nummer Life's A Party van de Michael Zager Band. Frontman Zager regelde een platencontract voor de zangeres, maar haar moeder vond dat Houston eerst haar school moest afronden, voordat ze zich in mogelijk succes zou storten. In 1978 was Houston een van de achtergrondzangeressen op Chaka Khans I’m Every Woman, dat Houston in de jaren negentig in een eigen versie zou opnemen voor de soundtrack van de film The Bodyguard. Ook op de platen van Jermaine Jackson en Lou Rawls was Houston te horen. Begin jaren tachtig kwam haar carrière als fotomodel van de grond. Ze poseerde voor Seventeen en was een van de eerste vrouwen met een donkere huidskleur op de omslag. In 1983 zag Gerry Griffith (werkzaam bij platenlabel Arista Records) Houston optreden met haar moeder in een New Yorkse nachtclub. Hij was onder de indruk van haar talent en bracht Houston in contact met Clive Davis, het hoofd van het label. Na een showcase was ook Davis in de ban van haar talent, waarna al snel een platencontract volgde. Tijdens The Merv Griffin Show maakte Houston haar Amerikaanse televisiedebuut. Hoewel Houston in 1983 bij Arista een contract tekende voor meerdere albums, werd er niet meteen een begin gemaakt met haar eerste lp. Clive Davis wilde het juiste materiaal voor de zangeres hebben en dat kostte tijd. Houston nam als eerste het nummer Hold Me op, een duet met Teddy Pendergrass dat in 1985 op haar album terechtkwam. Het nummer verscheen ook als single en werd een top 5-r&b-hit in de Verenigde Staten; voor Houston haar eerste succes in de hitlijsten. In februari 1985 verscheen Houstons titelloze debuutalbum, geproduceerd door Michael Masser, Kashif, Jermaine Jackson en Narada Michael Walden. De leadsingle Thinking About You flopte en het album dreigde daardoor dezelfde kant op te gaan. De daaropvolgende single You Give Good Love bereikte de derde plaats in de Billboard Hot 100 en bezorgde Houston haar doorbraak. Hierna steeg het album steeds hoger in de Amerikaanse albumlijst. Het jazzy Saving All My Love for You was het volgende succes. Houston behaalde er haar eerste Amerikaanse nummer 1-hit mee. Ook in Engeland behaalde dit nummer de eerste positie in de hitlijsten. De single How Will I Know (tevens nummer 1 in de VS) werd met zijn videoclip op MTV gedraaid, een zeldzame prestatie, aangezien er in die tijd nog vrij weinig clips van Afro-Amerikanen op de muziekzender getoond werden.[bron?] Voor Houston was het haar debuut bij een groot publiek. In 1986, bijna een jaar na de verschijning van haar debuutalbum, stond dit 14 weken op de eerste plaats in de Amerikaanse albumlijst. Met Greatest Love of All scoorde Houston hierna haar derde nummer 1-hit. Tijdens de Grammy Awards in '86 ontving Houston haar eerste Grammy: Best Pop Vocal Performance voor Saving All My Love for You. Hierna volgden onder andere een aantal American Music Awards en een MTV Video Music Award. Het album was destijds het bestverkopende debuutalbum van een vrouwelijke artiest.
Houstons tweede album, simpel Whitney genaamd, verscheen in juni 1987. De productie was in handen van dezelfde mensen die verantwoordelijk waren voor de sound op haar debuutalbum. In de VS en het Verenigd Koninkrijk debuteerde de cd op nummer 1 in de albumlijsten. Houston was daarmee de allereerste zangeres die dit voor elkaar kreeg. Ook in andere landen bereikte het album de top. De vier uitgebrachte singles I Wanna Dance With Somebody (Who Loves Me), Didn't We Almost Have It All, So Emotional en Where Do Broken Hearts Go bereikten allemaal de eerste plaats in de VS. In totaal stond Houstons nummer 1-succes daardoor op zeven stuks, een record waarmee ze The Beatles en Elvis Presleyversloeg die ieder zes nummer 1-hits achter elkaar behaalden. Ze is tot de dag van vandaag de enige artiest die zeven opeenvolgende nummer 1-hits had. Love Will Save the Day was de laatste single die van dit album werd uitgebracht. Het behaalde niet de eerste plaats maar werd wel een Amerikaanse Top 10-hit. Het duet met haar moeder I Know Him So Well is alleen in sommige Europese landen als single uitgebracht. Whitney behaalde negen keer platina voor de verkoop van 9 miljoen stuks in de VS alleen al. Tot nu toe is het album wereldwijd 25 miljoen keer
verkocht. Tijdens de Grammy's in 1988 ontving de zangeres haar tweede prijs voor Best Pop Vocal Performance voor I Wanna Dance With Somebody (Who Loves Me). Kort na de verschijning van het album ging Houston tevens voor de eerste maal op tournee met de 'Moment of Truth World Tour'. In april 1988 stond Houston viermaal in een uitverkocht Ahoy Rotterdam. Voor de Olympische Zomerspelen 1988 zong de zangeres het nummer One Moment in Time in, dat wederom een grote hit werd. Het kwam niet tot de eerste plaats in de Verenigde Staten (top 5) maar wel in onder andere Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Met het succes van twee albums op haar naam werd Houston gezien als de grootste sensatie sinds Michael Jackson. Op haar derde album I'm Your Baby Tonight dat in 1990 verscheen ging de zangeres een wat meer urban-achtige kant op. Het titelnummer en All the Man that I Need werden wereldhits en Houstons achtste en negende Amerikaanse nummer 1-hit. Andere singles als My Name Is Not Susan, Miracle, I Belong to You en We Didn't Know (duet met Stevie Wonder) werden minder grote hits. Toch evenaarde de verkoop van het album het succes van de voorgaande cd's niet. Er zijn er wereldwijd zo'n 10 miljoen van verkocht. In 1991 kreeg Houston de kans om tijdens de Super Bowl XXV het Amerikaanse volkslied (The StarSpangled Banner) te zingen voor een miljoenenpubliek. Haar opname van het nummer verscheen ook op single en haalde de Amerikaanse top 20, waarmee ze de eerste artieste was die het met het volkslied in popversie tot de hitlijsten schopte. In september 1991 stond Houston zesmaal in een uitverkocht Ahoy.
Over Houstons liefdesleven werd van begin af aan gespeculeerd in de media. Zo had ze ooit een date met acteur Eddie Murphy. Uiteindelijk viel ze voor de charmes van r&b-ster Bobby Brown in 1989. Na drie jaar traden zij in het huwelijk. Door het succes van haar muziek kreeg Houston diverse filmaanbiedingen, maar ze voelde er in eerste instantie niet veel voor, omdat ze vond dat de tijd daar nog niet rijp voor was.[1] In 1984 speelde ze een kleine rol in de televisieserie Gimme a Break!. In 1992 maakte Houston haar filmdebuut naast Kevin Costner in de thriller The Bodyguard. Hierin speelde ze de succesvolle zangeres Rachel Marron, die last kreeg van een stalker en daardoor een innige band opbouwde met haar lijfwacht. Voor de gelijknamige soundtrack nam Houston een aantal nieuwe nummers op: I Will Always Love You (coverversie van het nummer van Dolly Parton uit 1974), I'm Every Woman (coverversie van het nummer van Chaka Khan, die zelf ook te horen is op de achtergrond), Run to You, I Have Nothing en Queen of the Night. Alle scoorden wereldwijd enorm hoog in de hitlijsten en van de soundtrack van The Bodyguard werden 42 miljoen exemplaren verkocht. Het leverde Houston ook weer een aantal Grammy's op. I Will Always Love You werd een nog groter succes dan het origineel van Dolly Parton en wordt nog altijd gezien als een van Houstons grootste hits met een wereldwijde nummer 1-notering. De single is de bestverkochte single van een vrouwelijke artiest. De soundtrack is de bestverkochte soundtrack. In maart 1993 werd haar dochter geboren In 1995 speelde Houston naast Angela Bassett, Loretta Devine en Lela Rochon in Waiting to Exhale, een dramafilm over vier Afro-Amerikaanse vrouwen en hun omgang met relaties. Het succes van de film was minimaal in vergelijking met kaskraker The Bodyguard. Voor de soundtrack van de film nam ze het nummer Exhale (Shoop Shoop) op. Het nummer werd een wereldhit rond kerst 1995 en was haar elfde Amerikaanse nummer 1-hit in de Billboard Hot 100. Hierna haalde Houston geen nummer 1noteringen meer. Exhale stond een week op nummer 1. Het brak daarna een record als de langste nummer 2-notering. De single Why Does It Hurt So Bad werd enkel in de VS uitgebracht. Het duet Count On Me met Cece Winanswerd een bescheiden hit. Eind 1996 verscheen The Preacher's Wife in de bioscopen, wederom niet zo succesvol als The Bodyguard. Met het nummer Step By Step (van de gelijknamige filmsoundtrack) behaalde Houston zowel in Amerika als in veel Europese landen een top 20-hit. Ook de single I Believe In You and Me werd een grote hit. Hierna volgde haar rol als de Goede Fee in de televisiemusical Cinderella (Assepoester), een film waarin ze speelde naast Brandy, Jason Alexander en Whoopi Goldberg.
Nadat het begin van de jaren negentig voornamelijk in het teken stond van films en bijhorende soundtracks, keerde Houston in 1998 terug naar de studio voor haar eerste album sinds acht jaar. My Love Is Your Love verscheen eind dat jaar. In eerste instantie werd een greatest hits-cd gepland maar uiteindelijk was er genoeg materiaal over voor een nieuw album. De singles It's Not Right, But It’s Okay, Heartbreak Hotel, When You Believe (duet met Mariah Carey voor de animatiefilm The Prince of Egypt), My Love Is Your Love en I Learned from the Best werden wereldwijd grote hits. Van het album werden 10 miljoen exemplaren verkocht en daarmee slaagde Houstons comeback. De clips werden veelvuldig op MTV vertoond, waardoor Whitney aansluiting vond bij een jonger publiek. Na een wat moeizame start schoot het album dankzij de titelsong in Nederland naar de eerste plek in de album charts. De Europese tournee in het najaar van 1999 was de succesvolste arenatournee van het jaar: alle avonden waren ruim van tevoren uitverkocht. Ook Ahoy was tweemaal uitverkocht. In 2000 volgde het eerder geplande The Greatest Hits met alle grote successen en een aantal nieuwe nummers, waaronder het duet met Enrique Iglesias, Could I Have This Kiss Forever, dat in Nederland op nummer 1 belandde. Ook het duet met George Michael, If I told you that, werd een grote Europese hit. Van The Greatest Hits zijn wereldwijd zo'n 12 miljoen exemplaren verkocht.
Houstons gedrag veranderde na 2000. Concerten en tv-optredens werden geannuleerd en voor fotosessies, repetities en interviews kwam ze vaak uren te laat. Ze begon ook nog eens gewicht te verliezen. De media zaten er eveneens flink bovenop. In januari 2000 werden Houston en Brown op een vliegveld in Hawaï betrapt met marihuana in hun bagage. Ze ontkende in eerste instantie verslaafd te zijn. Tijdens de 30th Anniversary Special voor Michael Jackson in september 2001 trad een broodmagere Houston op voor het publiek en de foto’s vulden de dagen erna de kranten. Houstons woordvoerster gaf aan: 'Whitney lijdt aan stress door persoonlijke problemen binnen haar familie en door stress eet ze niet.' In 2002 gaf Houston een interview aan Diane Sawyer om haar nieuwste album in de kijker te zetten. Echter, tijdens het interview werd er meer ingegaan op haar ervaringen met drugs en alcohol, dan op een nieuwe cd. De uitspraken 'We don't do crack. We don't do that. Crack is wack.' werden wereldwijd uitgemeten in de pers en zorgden voor heel wat persiflages. Eind 2002 verscheen het album Just Whitney waarvan 4 miljoen exemplaren verkocht werden. De singles Whatchulookinat, Try It on My Own en One of Those Days flopten. Eind 2003 volgde het kerstalbum One Wish: The Holiday Album, wederom geen schot in de roos.
Na jaren van geruchten en speculaties in de media was de echtscheiding tussen Houston en Brown in september 2006 een feit. Hierna ging de zangeres met de man die haar groot maakte (Clive Davis) de studio in om een nieuw album op te nemen. Na drie jaar muzikaal experimenteren, met onder anderen Alicia Keys, Danja, Stargate, David Foster en Akon, was Houston in 2008 klaar om een comeback te maken met I Look to You. De single Million Dollar Bill werd door velen gezien als haar beste werk sinds tijden. Het succes van het nummer viel in de hitlijsten tegen, en ook de verkoop van het nieuwste album met 2,5 miljoen exemplaren was niet vergelijkbaar met het succes van de albums uit de jaren tachtig en negentig, maar Houstons label bleek wel tevreden met de resultaten gezien de toenmalige muziekmarkt. I Look to You behaalde in veel landen de album-top 10 en was in de VS Houstons eerste nummer 1-album sinds de soundtrack van The Bodyguard in 1992. Begin september 2009 gaf de zangeres in een interview tijdens The Oprah Winfrey Show, haar eerste interview sinds zeven jaar op de televisie. Er werd dieper ingegaan op Houstons scheiding en drugsverleden. Het interview was in de Verenigde Staten een kijkcijferhit. Om haar comeback te vieren lanceerde Houston in 2009 haar eerste wereldtournee sinds 10 jaar. De 'Nothing But Love World Tour' bracht haar naar diverse uithoeken van de wereld. Ook het Antwerpse Sportpaleis kreeg haar over de vloer. De recensies rondom haar laatste optredens waren slecht, wat resulteerde in veel boegeroep
tijdens concerten in onder meer Engeland en fans die vroegtijdig de zaal verlieten omdat de zangeres haar glorie had verloren en de hoge noten van weleer niet meer kon halen. Op haar website was te lezen dat zij werkte aan een comeback op het witte doek. Ze speelde Emma in de film Sparkle.
Houston overleed op 11 februari 2012 op 48-jarige leeftijd.[2] De zangeres werd dood gevonden in het bad in haar hotelkamer in het Beverly Hilton Hotel in Beverly Hills.[3] Volgens de lijkschouwer stierf Houston door verdrinking, mogelijk na een hartaanval te wijten aan een medisch probleem en het gebruik van drugs.[4] Binnen een week na haar dood werden ruim 1 miljoen exemplaren van haar oudere werk verkocht. Veel singles kwamen opnieuw de hitlijsten binnen; in Nederland verschenen er bijvoorbeeld elf in de top 100. Met in totaal ruim 200 miljoen verkochte platen is Houston een van de bestverkopende zangeressen. Op 18 februari 2012 vond in de New Hope Baptist Church te Newark in New Jersey de begrafenisplechtigheid plaats. In die kerk had Whitney als kind in het gospelkoor gezongen. De plechtigheid werd bijgewoond door in totaal zo'n 1500 genodigden, onder wie Alicia Keys, Stevie Wonder, Beyoncé, Jay-Z, Elton John en Kevin Costner. Fans waren niet welkom bij de plechtigheid, ook de straten in de omgeving waren hierom afgesloten. Men kon alles wel live via internet en de Amerikaanse televisie volgen. Op 19 februari werd Whitney op het kerkhof te Westfield begraven, waar ze naast haar vader ligt. In augustus 2012 kwam Sparkle uit, de film waarvan de opnames kort voor het overlijden van Whitney waren afgerond. Whitney had twee nummers voor de soundtrack opgenomen: de single Celebrate met Jordin Sparks, slechts 4 dagen voor haar overlijden afgerond en het laatste dat Whitney heeft opgenomen, en His Eye Is on the Sparrow. Celebrate is sinds juni 2012 verkrijgbaar en de andere track sedert juli 2012. Voor Celebrate werd een clip opgenomen waarin de castleden van Sparkle de stukken die Whitney zong opvulden.
In de laatste jaren van haar leven kwam Houston vooral in het nieuws door problemen met haar echtgenoot Bobby Brown en geruchten over drugsgebruik. In 2005 was ze afgekickt in het Crossroads Centre op het Caribische eiland Antigua. Op 24 april 2007 scheidde ze van Brown en kreeg ze de voogdij over hun dochter Bobbi Kristina (1993-2015). Haar dochter stierf onder gelijksoortige omstandigheden.[5]



2168346-3353619f15441f1d354c1fc6b1458a7c.JPG

2168346-9424734413002dd4a5a59f8be8008582.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:00 Reageer op dit bericht

vandaag jaren terug 08 aug 1982 ferre grignard

8 aug 1982 Ferre Grignard (Antwerpen, 13 maart 1939 - 8 augustus 1982) was een Belgische zanger en gitarist. Hij verwierf faam tijdens de jaren 60 van de vorige eeuw met nummers als "Ring, Ring, I've Got To Sing", "Drunken Sailor", "Captain Disaster" en "My Crucified Jesus". Ferre werd geboren in een burgerlijk milieu waar hij later weinig mee te maken zou willen hebben. Tijdens zijn jeugd bij de scouts leerde hij gitaar spelen en met zijn broer en een vriend vormde hij een mondharmonicatrio. Hun optredens vonden plaats in echte skifflestijl met het typische wasbord. Toen hij eind jaren 50 van de vorige eeuw kunstonderwijs ging volgen aan het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten in de Cadixstraat in Antwerpen, kreeg hij bekendheid in de Antwerpse artiestenwereld. Niet omdat zijn schilderijen zo goed verkochten, maar omdat hij gitaar speelde en zong als een blanke zwarte. "Hij heeft de blues, al spreekt hij geen woord Engels", zei men[bron?] weleens. In 1964 werd in Antwerpen het muziekcafé "De Muze" geopend en Ferre Grignard mocht er elke donderdag optreden met George Smits op gitaar en mondharmonica en Miel De Somer op wasboard. Zijn song "Ring Ring I've Got To Sing" kende er zoveel succes dat Walter Masselis, één van de eigenaars van "De Muze", er een single van liet persen. De eerste 500 exemplaren waren onmiddellijk uitverkocht. Hans Kusters, een talentscout van het Philipslabel, liet een nieuwe opname maken en de single werd een hit. Met zijn hippie-achtige imago, zijn lange haar en nonchalante uiterlijk, werd hij ook weleens de Vlaamse Bob Dylangenoemd. Een hoogtepunt was een optreden in de Olympia in Parijs in april 1966. Kort daarop klaagde hij de Franse vedette Johnny Hallyday aan, die een bewerking had gemaakt van zijn tweede hit "My Crucified Jesus" met als titel "Cheveux longs idées courtes". Het plagiaat zelf kon hem niet zoveel schelen, wel het feit dat Halliday er een tekst op had gemaakt, die beledigend was voor hippies in het algemeen en Grignard in het bijzonder. In oktober 1966 mocht hij zelfs optreden in de Star-Club in Hamburg, waar ooit The Beatles hadden opgetreden. Zelfs in Londen stonden er optredens geprogrammeerd. Ferre verdiende groot geld, maar jammer genoeg wist hij het niet te beheren. Grignard leefde overeenkomstig zijn imago: wild en nonchalant. Bovendien waren er problemen met zijn platencontract en na een jaar van stilte verscheen in 1968 een nieuwe elpee: "Captain's Disaster". Intussen was de motivatie er bij Ferre uit en zijn optredens werden slechter. Dat deed zijn carrière geen goed en de fans waren hem snel vergeten. De elpees die intussen nog verschenen, flopten en omdat Ferre nooit belastingen had betaald, werd in 1979 zijn inboedel openbaar verkocht. Ferre Grignard werd weer cafézanger. Vlak voordat hij in 1982 aan keelkanker zou overlijden, probeerde hij een comeback te maken, "met beklemmend werk, indringend als een lange doodskreet".[bron?] Ferre Grignard ligt begraven op de begraafplaats Schoonselhof te Wilrijk.
Discografie
Albums Jaar Titel Referentie 1966 Ring, Ring, I've Got To Sing Fontana - 858 088 FPY 1968 Ferre Grignard Philips - 12837 1969 Captain Disaster Disques Barclay - 920 117 1972 Ferre Grignard (1972) Disques Motors - MT 44011 1978 I Warned You Philips - 6320 042 Singles Jaar Titel Referentie 1965 Ring, Ring, I Have To Sing / Maureen De Muse - S 50116 1966 Hash Bamboo Shuffle 1702 / Drunken Sailor Philips - 319 880
1966 My Crucified Jesus / She's Gone Philips - 319 875 1966 Ring, Ring, I've Got To Sing / We Want War Philips - 319870 bf 1966 Drunken Sailor / Hash Bamboo Shuffle 1702 Philips - 319 880 1967 A Worried Man / Maureen Philips - 319 892 1968 Captain Disaster / Tell Me Now Barclay - 60 956 1968 La, Si, Do / Yellow You, Yellow Me Barclay - 60 847 1968 Yellow You, Yellow Me / Close Your Noses … If La, Si, Do / Old Joe Clarck Barclay - 71 199 1969 Close Your Noses … If / Old Joe Clarck Barclay - 60 868 1969 Yama, Yama, Hey / I Won't Have A Dance Barclay - 61 044 1971 Railroad Bill / Maybe Tomorrow 6013 909 1972 Lazy John / She's Back Disques Motors - 4022 1973 Knockin' Me Down / When I'm Down Ssm - 001 1978 I Warned You / All Right



2168166-4b85a4aa8a06a0983461aa4ce4d1efed.JPG

2168166-eb4827be6eafac5ca8fa2cf580ed1600.JPG

2168166-627c53e9f9bbc16c2198e16704d54a40.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door rami om 09:20 Reageer op dit bericht

Meer van toen

↑ Terug naar de berichten