Naar de inhoud

Filmerij

Videokes
akke.beakke.be

Archief

Sprookje

nr32
Er was een prins die zo graag een prinses wilde hebben. Maar het moest wel een echte prinses zijn.
Hij reisde de hele wereld rond om er 1 te vinden, maar overal kwam er iets tussen.
Prinsessen waren er genoeg, maar of het echte prinsessen waren, daar kon hij nooit helemaal achterkomen.
Steeds was er iets niet in de haak. Uiteindelijk kwam hij weer thuis.
Hij was erg bedroeft, want hij wilde nog altijd een prinses als vrouw.
Op een avond brak er een verschrikkelijk onweer los.
Het bliksemde en donderde. De regen stroomde neer, het was vreselijk.
Er werd aan de deur van het paleis geklopt en de oude koning deed open. Buiten stond een prinses, maar lieve hemel, wat zag zij er uit door dat noodweer!
Het water liep uit haar kleren en haren. Bij de punt van haar schoen liep het er in en bij de hiel er weer uit. Ze beweerde dat ze een echte prinses was.
De koningin dacht, "haaa, daar zullen we wel achter komen." Maar ze zei niets.
Ze ging een slaapkamer binnen nam al het beddegoed van het bed en legde een rauwe erwt op de bodem.
Toen pakte ze 20 matrassen en legde die boven op de erwt. Op de matrassen legde ze 20 donsdekens. Daarbovenop moest die prinses die nacht liggen.
De volgende morgen vroeg men haar hoe ze had geslapen?
"Oooh het was verschrikkelijk. Ik heb de hele nacht bijna geen oog dichtgedaan. De hemel weet wat er in mijn bed lag. Het was keihard. Ik ben bont en blauw over mijn hele lichaam. Werkelijk afschuwelijk."
Daaraan konden ze zien dat het een echte prinses was. Dwars door 20 matrassen en 20 donsdekens heen had ze de erwt gevoeld. Zo teer van huid kon alleen een prinses zijn.
De prins nam haar tot vrouw, want nu wist hij dat het goed zat.
De erwt kwam in het museum en daar is ze nog steeds te zien, als tenminste niemand van u ze heeft weggehaald.
Kijk, dit is nu een echte vertelling.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Tony Verbeeck om 22:18 Reageer op dit bericht

Poëzie

Nr 31
De herfst blaast op den hoorn
en 't wierookt in het hout.
De vruchten gloren.
De stilten weven gobelijnen van gouddraad over 't woud,
met reëen die verbaast verschijnen uit varens en frambozenhout
en sierlijk weer verdwijnen, de schoonheid droomt van  boom tot boom.
Toch alle schoonheid zal verdwijnen,
Want alle schoonheid is slechts droom
maar Gij zijt eeuwigheid.
Heb dank dat Gij mijn weemoed wijd
en zegen ook zijn vruchten.
Een ganzendriehoek in de lucht,nu komt de wintertijd.
Ik hoor u door mijn hart en door de ziele zuchten.
Ik ben bereid.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Tony Verbeeck om 14:58 Reageer op dit bericht

Poëzie

nr 30
De bladeren rijzen door de stugge nevel.
Er zijn geen klanken meer, er is geen lied.
Slechts in het dorre riet
een vroom geprevel.
Nu komt de tijd dat men naar binnen ziet.
Want wij zijn arm en knagen aan 't verleden
en spelen met de kaarten van verdriet.
Het schoonste sprookje steld ons niet tevreden
en door de nevel lokt de toekomst niet.
Het leven vloot en de as blijft in ons hangen.
        't verlangen,
 stijgt om mede te vergaan.
Doch in de weemoed blijft 1 lichtje branden.
Het licht dat we in de zomer overslaan.
Waarvoor wij slechts tot onze scha en schande,
rondom de wintertijd om olie gaan.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Tony Verbeeck om 22:45 Reageer op dit bericht

Poëzie

nr 29
Ik weet het niet, ik vind geen naam.
Ik krijg het met geen woorden saam,
wat er nu omgaat in mijn ziele.
Is het soms blijdschap, is 't verdriet,
Of allebei en ook weer niet.
Ik kan slechts zwijgend knielen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Tony Verbeeck om 11:06 Reageer op dit bericht

Meer van Filmerij

↑ Terug naar de berichten