Nooit klokvast
Nooit klokvast
De dag staat al te dralen voor het raam.
Oefent opstaan. Maar de ochtend twijfelt.
Dimt het gloren in een sprei van mist.
Septemberlicht valt spaarzaam door de blad'ren.
Schildert trage schaduw op de straten.
Om die later van de daken op te rapen.Dag werkt. Aan het ritme van de uren.
Mannen, vrouwen kneden tijd tot brood.
Een huis, een haven. Leven tot dood.Avond treuzelt langs de horizon.
Hij legt de dag te slapen.
uvi

