Hallo allemaal
|
Tijd en temperatuur |
Hallo allemaal|
Tijd en temperatuur |
Herinnering aan de slachtoffers van 11 maart in Madrid
De bomaanslagen in Madrid van 11 maart 2004 bestonden uit een aantal bomexplosies die plaatsvonden aan boord van vier forensentreinen (cercanías) van de RENFE in Madrid, Spanje, in de ochtend van 11 maart, 2004. Er werden 191 mensen vermoord en 1400 verwond waarvan velen ernstig. Hiermee is dit de ergste terroristische daad in Europa sinds het opblazen van een vliegtuig bij het Schotse plaatsje Lockerbie (Pan Am vlucht 103 op 21 december1988). Er werd melding gemaakt van dertien bommen, waarvan er 10 ontploft zijn.
|
|
Aanvankelijk verklaarde de Spaanse regering dat de Baskische afscheidingsbeweging ETA voor de aanslag verantwoordelijk was. De vondst van een cassettebandje met Arabische koranverzen in een bestelbus tezamen met een ontstekingsmechanisme bracht al Qaida meer nadrukkelijk in beeld als mogelijke dader, maar de ETA werd door de Spaanse autoriteiten nog steeds als belangrijkste verdachte gezien. Zowel de politieke arm als de militaire arm van ETA hebben ontkend dat ETA achter de aanslagen stond.
Inmiddels wordt algemeen aangenomen dat de aanslag het werk is van een islamitische groep, vermoedelijk een die verbonden is met al-Qaida
De aanslagen gebeurden precies 30 maanden (2,5 jaar) na de aanslagen van 11 september 2001 waarbij bijna 3.000 mensen vermoord werden en 3 dagen voor de Spaanse verkiezingen. Het feit dat er juist 911 dagen waren tussen deze aanslagen is waarschijnlijk toeval (911 is een veelgebruikte Amerikaanse aanduidingen voor 11 september). De aanslagen gebeurden ook precies 26 jaar na een terroristische actie van de PLO, op 11 maart 1978. Zij vermoordden toen de Amerikaans-Israëlische natuurfotografe Gail Rubin op het strand van aankomst, en kaapten een bus waarbij 36 inzittenden omkwamen
De aanslagen vonden plaats drie dagen voor de Spaanse verkiezingen. De betrokken partijen verklaarden hun campagnes te stoppen, maar de verkiezingen zouden wel doorgang vinden. De aanslagen zijn waarschijnlijk van grote invloed geweest op de uitslag van de verkiezingen. Vóór de aanslagen lag de conservatieve PP (Partido Popular) van aftredend premier José María Aznar duidelijk voor in de peilingen, uiteindelijk won echter de socialistische PSOE van Zapatero.
Vermoed wordt dat het plotselinge verlies voor een aanzienlijk deel werd veroorzaakt doordat de regerende partij PP vast hield aan de verantwoordelijkheid van ETA, hoewel er al voor de verkiezingen meerdere aanwijzingen waren die wezen naar een mogelijke verantwoordelijkheid van al-Qaida. Verantwoordelijkheid van de ETA had positief kunnen uitpakken voor de PP omdat deze een harde lijn tegenover de ETA voorstaat. Betrokkenheid van al-Qaida zou daarentegen negatief kunnen werken, omdat het een 'straf' zou kunnen zijn voor Spanjes betrokkenheid in Irak, waar de Spaanse regering tegen de wens van de meerderheid van de bevolking een belangrijke rol speelde.
Door de aanslag, en vooral het vervolg erop, zou het vertrouwen van de kiezers in de PP zijn afgenomen. De bevolking, of in elk geval een deel daarvan, had het gevoel dat de regering meer bezig was om de schuld op ETA te schuiven dan om de ware schuldigen te vinden. Latere aanwijzingen wezen ook in deze richting; zo bleek de bewering dat het soort van explosief er een was die vaak door ETA was gebruikt, achteraf simpelweg onjuist te zijn.
De oorlog in Irak, waarin Spanje actief was in de door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk geleide coalitie, had al voor de aanslagen het afkeuren van 80% tot 90% van de Spaanse bevolking. Aankomend premier Zapatero had al voor de aanslagen op zijn -toen onpopulaire- agenda de terugtrekking uit Irak staan. Na zijn overtuigende verkiezingsoverwinning, heeft hij woord bij daad te houden en de Spaanse troepen teruggetrokken uit Irak.
Een Baskische bakker is op 14 maart doodgeschoten door een politieman vanwege het weigeren een ereteken op te hangen voor de 200 slachtoffers. De bakker behoorde tot een groep ouders van wie de kinderen worden verdacht van banden met de ETA. De verboden politieke partij Batasuna had opgeroepen tegen de moord, die het "201e slachtoffer" wordt genoemd. Dit alles gebeurde voordat het slachtofferaantal tot 190 was bijgesteld.
Op 15 maart om 12.00 uur (CET) werd in de hele Europese Unie gehoor gegeven aan de oproep van de Ierse premier Bertie Ahern die op dat moment voorzitter van de Europese Unie was, om drie minuten stil te zijn voor de slachtoffers. Ook in de landen die per 1 mei toetraden tot de EU waren de mensen 3 minuten stil. Vele vlaggen werden halfstok gehangen, treinen bleven staan en vliegtuigen bleven aan de grond.
Enkele taferelen uit 2004 op 11 maart die er ons aan herinnerd





Melangolische impressie van de lente 2006
voor u gelezen in de krant
Twaalf postmannen van Staden hebben spontaan het werk neergelegd. De bekendmaking van het loon van topman Thijs was volgens de stakers, na de invoering van Georoute 2 begin deze week, de druppel die de emmer deed overlopen. De postbodes nemen het niet dat de top van de Post riante wedden ontvangt \"terwijl er al jaren bespaart wordt aan de basis\".
Georoute 2
Door de invoering van Georoute 2 werden twee afzonderlijke bedelingsrondes onder de postmannen herverdeeld. De postmannen moesten de voorbije dagen elke dag twee uur langer werken en konden geen middagpauze meer nemen. Met de invoering van Georoute 1 werd ook al twee en een halve ronde herverdeeld.
Eén werkwillige
De loketten van het postkantoor zijn wel geopend en één postbode staakt niet. Daardoor zal de krantenbedeling geen hinder oplopen, zegt de ACV-vakbondsvertegenwoordiger Jean-Pierre Coopman. Maandagmiddag is er overleg met de regionale directie in Gent en dinsdag worden de resultaten van de gesprekken bekendgemaakt. De duur van de staking is niet gekend.
Onze vrienden de vogels


De Mus

| De Huismus-man (Passer domesticus) heeft een mooie grijze kop, een zwarte bef, bleke wangen en een bleke borst. Het vrouwtje is iets meer lichtbruin met een opvallende lichte wenkbrauwstreep. Zij heeft, net als de jongen geen zwarte bef en is wat doffer van kleur.
Oorspronkelijk broedde de Huismus in kolonies en in bomen, maar geleidelijk heeft ze zich aangepast en is ze een bewoner van menselijke bouwsels geworden, met een voorliefde voor holten onder dakgoten en dakpannen. Hun vindingrijkheid kent geen grenzen! In steden vindt men ze vooral broedend onder dakgoten, verlaten panden, muurnissen, een dichte muurbegroeiing (klimop enz.)... Daarbij moet er toch steeds ook wat groen in de omgeving aanwezig zijn: struiken, grasperk, enkele bomen, een rommelhoekje... Voedsel: plantaardig en dierlijk voedselafval van de menselijke samenleving. Ook onkruid- en graszaden, granen. In de zomer ook insecten, spinnen, kiemplantjes, blad- en bloemknoppen. Kleine en grotere sappige vruchten aan bomen en struiken.
de hop vogel
|
De hop (Upupa epops) is een vogel uit de familie hoppen (Upupidae), ook wel bekend als stinkhaan.
De hop is gemakkelijk te herkennen aan zijn roodbruine verenpak met een lange zwart gepunte opzetbare kuif. Een opvallende eigenschap is de uitgesproken stank die het dier verspreidt omdat enerzijds het nest nooit wordt schoongemaakt (afvalvoedsel en mest blijven achter) en anderzijds omdat het vrouwtje een klier heeft aan de basis van haar staart, die tijdens de broedtijd een zware stank verspreidt. De hop is een insectenetende weidevogel.

In Nederland is hij een zeldzame doortrekker die er een enkele keer ook wel broedt. In België wordt broeden ook sporadisch gesignaleerd. Hij komt ook in Afrika en Azië voor.
Algemene informatie
| De hop is een vogel van open tot halfopen, liefst droge terreinen, die broedt in boomholtes, rotsen en oude gebouwen. Het voedsel bestaat vooral uit grote insekten als meikevers en veenmollen. Het zijn zomervogels die de winter doorbrengen in tropisch Afrika. Hoppen zijn onmiskenbare vogels. De vlinderachtige, dwarrelende vlucht trekt onmiddelijk de aandacht en de gebandeerde, ronde vleugels zijn met geen andere vogelsoort te verwarren. Het meerst bizarre aan de hop is nog wel de prachtige kuif, die de vogel op kan zetten. Deze kuif heeft een sociale betekenis; er worden allerlei emoties mee gecomminiceerd. |
Status:
Doortrekker. Onregelmatige broedvogel / als broedvogel uit Nederland verdwenen
Trek/stand/winter:
Doortrekker en zomergast
Trend en aantal:
In de middeleeuwen was de hop waarschijnlijk een verspreide broedvogel in ons land. Tegen het eind van de negentiende eeuw was de soort zeldzaam geworden, al werd nog wel in de meeste provincies gebroed. Na 1900 heeft de afname zich, op wat oprispingen na, doorgezet. Sinds de jaren zestig broedt de hop nog slechts incidenteel in ons land.
Foerageer- en broedbiotoop:
Open bossen tot grassteppen en woestijnachtige omgevingen. Hoppen zoeken vooralnaar grotere insecten, welke ze met hun relatief lange snavel tussen stenen en in kieren in bomen en rotsen zoeken.

|
|
Ode aan de Ruimtevaart
De Geschiedenis van de ruimtevaart

"Jules Verne" Peter van de ruimtevaart
Alles begon eigenlijk in stijgende lijn met de uitgave van het boek “Reis naar de maan” van ene Jule Verne die er zeer futiristische gedachten op na hield bij het schrijven van zijn avonturen romans.
Hij stimuleerde sommige geleerden op zoek te gaan naar methoden en machienes om zijn gedachten ideën van in werkelijkheid om te zetten, wat tot op heden ten zeerste gelukt is.
Hierna wil ik als ode an deze beroemde schrijver een kort overzicht brengen van de ruimtevaart vroeger en nu.
Pierre
Het begin

Telstar satelite
Spoetnik satelite
Als je aan ruimtevaart denkt, dan denk je meteen aan raketten.
Raketten zijn eigenlijk vuurpijlen, maar dan heel groot. Kijk voor de werking van een raket ook eens bij 'Hoe vliegt een raket?
Meer dan 4000 jaar geleden werden er al vuurpijlen gebruikt om de Chinese mandarijn Wan Pu met zijn stoel omhoog te brengen. Dat vertelt de legende ons tenminste. Het lukte Wan Pu inderdaad om de lucht in te gaan en niemand zag hem ooit meer terug.
Toch was hij niet in de ruimte. Die begint zo'n 100 kilometer boven de Aarde.
De Russen:
Tsiolkovsky
De Rus Konstantin Tsiolkovsky bijvoorbeeld (1857-1935) mag je best 'de vader van de ruimtevaart' noemen. Al in 1898 schreef hij, dat je voor de ruimtevaart geen vuurpijlen moest gebruiken, maar echte raketten. Die raketten moesten dan werken op vloeibare brandstoffen. Ook bedacht hij, dat twee of drie raketten aan elkaar veel beter werkten dan één grote raket.
Afbeelding van de Saturnus raket

Hij had dus al het idee van de drietrapsraket. Alle raketten zijn tegenwoordig twee, drie, of zelfs viertrapsraketten. Om te starten gebruik je de grootste eerste trap. Als de raket sneller gaat, en de brandstof van de eerste trap is op, wordt die afgestoten en de tweede trap gaat verder. Die hoeft dan niet zoveel gewicht mee te nemen. Als de tweede trap leeg is, neemt de derde het over en het gewicht is dan nog lager.
Geen gek idee van meneer Tsiolkovsky. In 1903 had hij alle berekeningen in een boek opgeschreven, dat vreemd genoeg pas in 1923 uit kwam.
Toen dat boek uitkwam, raakten veel Russen enthousiast voor de ruimtevaart.
De Amerikanen:
Goddard
De Amerikaan R.H. Goddard (1882-1945) Zijn belangrijkste boek over de techniek van raketten verscheen in 1919. Hij heeft in zijn leven heel veel uitvindingen gedaan, die later erg belangrijk waren voor de bouw van raketten.
Goddard was de eerste die een raket op vloeibare brandstof bouwde èn lanceerde. Dat was op 16 maart 1926. Die raket werkte op zuurstof en kerosine en kwam maar 13 meter hoog. Later kwamen zijn raketten veel hoger.
De proefnemingen betaalde hij vaak uit zijn eigen zak.
In Duitsland was het dr. Herman Oberth (geboren in 1894) die berekeningen deed en ook experimenten uitvoerde. Dat deed hij samen met mensen van een rakettenvereniging.
In 1931 had deze groep al 100 proeflaneringen uitgevoerd. Men had hier heel veel van geleerd. Een van de mensen die erg eenthousiast raakten door de lanceringen was Wernher von Braun.
De Russen waren de eersten die een kunstmaan in een baan om de Aarde konden brengen. De Amerikanen schrokken daar erg van en wilden zo snel mogelijk ook hun kunstmaan in de ruimte brengen. Want dit betekende immers dat de Russen wel heel sterke raketten moesten hebben.
Wel, dat was ook zo. De Russische raketten waren nog veel sterker dan de Amerikanen toen vermoedden.
Met de lancering van de Russische Spoetnik op 4 oktober 1957 begon de 'ruimte-race' tussen Amerika en Rusland.
Uiteindelijk leidde dat tot de landing van de eerste mensen op de Maan, in juli 1969.

Het Internationaal Ruimtestation, afgekort tot ISS voor International Space Station, wordt het grootste wetenschappelijk internationaal project uit de geschiedenis. Zestien landen: België, Brazilië, Canada, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Japan, Nederland, Noorwegen, Rusland, Spanje, Verenigde Staten van Amerika, Zweden en Zwitserland werken samen om in het eerste decennium van de éénentwintigste eeuw een volwaardig ruimtestation in een baan om de Aarde te hebben. De definitieve akkoorden werden op 29 januari 1998 te Washington D.C. ondertekend.
Reeds in 1984 besloot de Amerikaanse president Ronald Reagan om een ruimtestation, met de naam FREEDOM, te financieren met de steun van enkele medewerkende landen. In het begin van de jaren negentig werden de plannen drastisch gewijzigd en ontstond het huidig ISS-concept. De Russen, die sinds 1993 hun Mir-2 als onderdeel van het ISS gingen beschouwen, waren tegen de gesuggereerde naam ALFA, omdat deze eerste letter van het Griekse alfabet wijst op een begin, en de Russen hadden al heel wat ervaring met ruimtestations, namelijk met de Saljoets sinds 1971.
SAMENWERKING TUSSEN DE GROOTMACHTEN

Lancering van de space chuttel
Amerikanen en Russen kwamen overeen om regelmatig astronauten in Mir te laten verblijven opdat de Amerikanen ook ervaring zouden opdoen voor een langdurig verblijf in een ruimte-station.
Toen Norm Thagard op 14 maart 1995 met Sojoez TM-21 samen met 2 Russische kosmonauten naar Mir werd gelanceerd, stond het Amerikaans verblijfduurrecord op amper 84 dagen, gevestigd in het Amerikaanse ruimtestation Skylab in 1973-1974. Aan boord van het ruimte-station Mir woonde toen al meer dan 14 maanden de arts-kosmonaut Valerie Poljakov. Een week later zou Poljakov na een recordverblijf van 438 dagen naar de Aarde terugkeren. Thagard keerde met STS-71 terug op 7 juli 1995 en bracht het Amerikaanse record op 115 dagen. Een jaar later op 22 maart 1996 wordt Shannon Lucid gelanceerd met STS-76. Zij heeft de fase van de Amerikaanse permanentie in Mir ingeluid. Lucid zou het Amerikaanse record nogmaals verbeteren, namelijk tot 188 dagen wat nu nog het verblijfduurrecord voor een vrouw in de ruimte is. Na haar verbleven er John Blaha (128 dagen), Jerry Linenger (132 dagen), Mike Foale (144 dagen), David Wolf (127 dagen) en tenslotte Andy Thomas (140 dagen). In totaal brachten de Amerikaanse astronauten 907 dagen door in Mir, waarvan 802 dagen ononderbroken, van 24 maart 1996 tot 8 juni 1998.
Drie beroemde astronauten
Reis door het heelal
Reis door het heelal

The big bang

Een van de vragen waar theologen zich vroeger het hoofd over braken was de volgende: wat gebeurde er voordat God de wereld schiep?
Zoals men het nu ziet in de wetenschap die zich bezighoudt met het ontstaan van het heelal, was er een periode zonder ruimte en tijd. Naar welk deel van de hemel we onze telescopen ook richten, overal zien we melkwegstelsel die van ons vandaan bewegen. De wetenschappers denken dat er zo’n 12 miljard jaar geleden een moment zijn geweest waarop alle materie in het heelal op een punt was samengekomen en dit ontplofte dan. Dit wordt de Big Bang genoemd of in het Nederlands: De Oerknal.
De Belg Georges Lemaître bedacht de Oerknal, de Big Bang. Hij dacht het volgende:
Tijd, ruimte en materie zijn ontstaan in één moment. Een explosie veroorzaakt door niets ongeveer 18 miljard jaar geleden. Daarbij werden de verschillende galaxiën uit elkaar geslingerd. Er was een oerklomp, yelm genaamd, die explodeerde en daaruit ontstonden de galaxiën.
Verfijning van de eerste theorie
Pas in de jaren ´60 werd definitief aangetoond dat de Big Bang heeft plaatsgevonden. In 1978 kregen Arno Penzias en Robert Wilson daar de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor. Zij hebben bewezen dat er nog steeds deeltjes in het heelal aanwezig zijn die ontstaan zijn tijdens de Oerknal.
De oerknal heeft plaatsgevonden binnen 10-43 seconde en zo’n 12 miljard jaar geleden in plaats van 18 miljard jaar, dat is gebleken uit een onderzoek van het Ruimtevaartbureau ESA in 1997.
Het onstaan van ons zonnestelsel
![]() |
| Planetesimaalvorming |
Vrijwel alle materie in de protoplanetaire wolk trekt zich samen in het centrum en er ontstaat een protoster. Binnenin deze gasbol loopt de druk en temperatuur steeds verder op. Op gegeven moment is deze dusdanig hoog dat er een kernfusie-proces ontbrandt, waarbij de waterstof-kernen tot helium-kernen versmelten. De daarbij vrijkomende energie zorgt voor een stralingsdruk, welke de zwaartekracht tegenwerkt en het samentrekkingsproces een halt toe roept. Een nieuwe ster is geboren.
In het gedeelte van de protoplanetaire wolk dat zich niet in het centrum bevond geven instabiliteiten en massaconcentraties aanleiden tot de vorming van planetesimalen, de bouwstenen voor planeten. Deze kilometers grote objecten bestaan uit genoeg massa om door hun onderlinge zwaartekracht naar elkaar toe te bewegen en grotere objecten te vormen. De groei vindt niet gelijkmatig plaats. De zwaarste objecten oefenen de grootste aantrekkingskracht uit en zuigen daardoor materiaal uit de wijde omtrek aan, waarna ze nog sneller groeien. In ons zonnestelsel verstuurde de "protojupiter" met zijn zwaartekrachtveld andere planetiden en beïnvloedde hun ontwikkeling. Dit heeft voorkomen dat zich tussen Mars en Jupiter een planeet vormde, en ontstond in plaats daarvan de planetoïdengordel.
![]() |
| Planeetvorming |
De afstand van de protoplaneten tot de jonge zon had een maatgevende invloed op het ontstaan van de planeten. In de nabijheid van de zon condenseerden de zwaardere elementen en verbindingen, terwijl de vluchtige gassen door de zonnewind weggeblazen werden. Hier ontstonden de binnenste planeten, Mercurius, Venus, de Aarde en Mars, voornamelijk bestaande uit vaste silicaatachtige oppervlakken. In de koudere buitenregionen konden de planeten in vorming ook de vluchtige gassen zoals waterstof, helium en methaan vasthouden. Hier ontstonden de gasreuzen Jupiter en Saturnus.
Over de vorming van de ijsreuzen Neptunus en Uranus moet nog informatie gevonden worden.
Uit een deel van de materie, dat niet door de planeten gevangen werd, vormden zich kleinere objecten, zoals kometen en planetoïden. Omdat deze hemellichamen sinds de jonge jaren van ons zonnestelsel vrijwel onveranderd zijn gebleven, kan het onderzoeken van deze objecten tot een beter inzicht leiden van het ontstaan van zonnestelsels. Het onderzoeken van meteorieten kan eveneens zeer waardevolle kennis opleveren. Dit zijn stukken van planetoïden die in het zwaartekrachtveld van de aarde terecht zijn gekomen
Planeten in ons zonnestelsel:
Met uitzondering van de Aarde zijn alle planeten in ons zonnestelsel vernoemd (in Europese talen) naar Griekse en Romeinse goden. Vanaf de Zon gezien zijn dat:
Mercurius Venus Aarde Mars upiter Saturnus Uranus Neptunus Pluto 2003 UB313(voorlopige naam)
Op de hiernaast staande afbeelding zijn de zon en de planeten van het zonnestelsel op schaal weergegeven. Tussen Mars en Jupiter bevindt zich de planetoïdengordel, buiten Neptunus ligt de Kuipergordel waarvan Pluto ook deel uitmaakt en nog verder daarbuiten wordt de Oortwolk verondersteld.
Over de naamgeving van planeten buiten ons zonnestelsel bestaat geen eenduidigheid. Veelal wordt de naam van de ster waar de planeet omheen draait voorzien van een extra letter.
Mede om tot een sluitende definitie te komen van wat een planeet is, worden vaak vergelijkingen met andere hemellichamen getrokken. Een planetoïde onderscheidt zich van een planeet door een grillige vorm terwijl een planeet een volmaakte bolvorm benadert. Daarnaast zijn planetoïden kleiner dan planeten. Het verschil tussen een bruine dwerg en een planeet is dat bij de eerste wel (enige) kernfusie plaatsvindt en bij planeten niet en ook de ontstaanswijze is anders. Tenslotte verschilt een planeet van een maan omdat een planeet rond een ster beweegt en een maan rond een planeet.
Wat is een “SUPERNOVA”

Een supernova is het verschijnsel waarbij een ster op spectaculaire wijze explodeert: een supernova-uitbarsting is herkenbaar aan de enorme hoeveelheid licht die erbij wordt uitgestraald. Supernova's ontstaan via twee mechanismen: ten eerste zijn ze het natuurlijk levenseinde van alle zware sterren (supernova's typen Ib, Ic en II); ten tweede kunnen witte dwergen in nauwe dubbelsterren zich ontwikkelen tot een supernova (type Ia).
Afbeeldingen van het heelal


Bron: http://nl.wikipedia.org
Motoren en hun geschiedenis

De Honda Gold Wing bestaat al meer dan 25 jaar en is sinds de introductie onaantastbaar marktleider in z'n klasse : het luxe toersegment. Aanvankelijk werd de Gold Wing op de markt gebracht als de grootste en krachtigste motorfiets van dat moment met de bedoeling om de concurrentie af te troeven. Door veel liefhebbers werd de Gold Wing voorzien van stroomlijnen en koffersets van bijvoorbeeld Vetter (zoals de alom bekende Vetter Windjammer kuip) en Krauser. Op die manier werd de Gold Wing omgevormd tot een luxe toermachine. In 1980 speelde Honda in op de wensen van de liefhebbers door het eerste Interstate model op de markt te brengen dat standaard was voorzien van een fraaie stroomlijn en bijpassende koffers. Zo groeide de Gold Wing uit tot een supertoermotor voor de lange afstand, die twee personen met bagage comfortabel vele kilometers kan vervoeren.



Harley Davidson

Amerika
De geboorte van de eerste Harley dateert van 1901. In een schuurtje in Milwaukee in de staat Wisconsin in de Verenigde Staten, knutselden vier vrienden, Bill Harley en Arthur, Walter en William Davidson, hun eerste motorfiets in elkaar. Zij hadden maar één filosofie voor ogen: het motorrijden promoten. Zij wisten toen nog niet dat zij iets ontwikkeld hadden dat nog steeds onbetwist aan de top zou staan in het jaar 2002...
Europa
Er zijn maar weinigen die zich kunnen herinneren wanneer de opmars van Harley Davidson in Europa écht begonnen is. Het gebeurde samen met één van de belangrijkste gebeurtenissen van de vorige eeuw die in zéér grote mate het politieke klimaat van Europa bepaald heeft: Wereldoorlog II. Met de landing van de Amerikanen op onze kusten is immers de Harley-Davidson Liberator in onze contreien beland. Na de oorlog keerden de Amerikanen terug naar hun eigen helft van de wereld, met achterlating van al wat te zwaar was, waaronder duizenden Liberators.
In die tijd waren motorfietsen nog zeer belangrijk als vervoermiddel en zo’n Harley was een fantastisch werkpaard. Overal inzetbaar, altijd paraat, voor die tijd erg snel en betrouwbaar, eenvoudige mechaniek waar gemakkelijk aan te werken was. Zo begon de successtory van Harley Davidson in Europa.
Harly Davidson's cultuur
Harley Davidson begon als een product voor de lage cultuur, maar is in de loop der jaren opgeklommen en baant zich een weg naar de hoge cultuur. Zo ver zal het nooit komen aangezien er nog veel mensen van een lagere klasse Harley rijders zijn, maar we kunnen wel besluiten dat Harley Davidson zeker tot in de middenklasse is opgeklommen en een onderdeel vormt van de massa- en consumptiecultuur.
Ten slotte: De Harley davidson wordt ook geasocieert met de "Hells Angels".
Enkele afbeeldingen van de Harley Davidson



De geschiedenis van het papier
Voordat de mensheid het schrift ontwikkeld had, beschilderden mensen de wanden van grotten. Later schreven ze op andere materialen, waarvan alleen duurzaam materiaal overgebleven is: kleitabletten, gedroogde boombast, botten, schelpen en op het schild van een schildpad. Voor korte notities werden vaak potscherven gebruikt. De Romeinen schreven met een kraspen of stylus op wastafeltjes om notities te maken. Dit waren houten bordjes met bijenwas bedekt. Als ze de notitie niet meer nodig hadden werd de waslaag gladgestreken en was weer klaar voor hergebruik.
In de Egyptische oudheid sloeg men de stengels van riet dat langs de Nijl groeide plat, waardoor er rafels (vezels) ontstonden waar men vervolgens matjes van vlocht. Na het drogen werd dit gladgeschuurd en kon men hier op schrijven. In het droge woestijnzand van Egypte zijn nog veel beschreven papyrusrollen bewaard gebleven in tegenstelling tot het vochtigere Europa waar vrijwel alle papyrusrollen vergaan zijn in de loop der tijden.
Later, toen de aanvoer van het steeds duurdere papyrus uit Egypte niet meer voldoende was voor de behoefte aan schrijfmateriaal, schreven de mensen in Europa op het stevigere perkament. Dat werd gemaakt van dierenhuiden. Op dat perkament werd geschreven met een rietpen of bijgesneden ganzenveer. Heel veel perkament is nu nog te zien in musea omdat het, mits goed behandeld, erg lang meegaat. Deze boeken zijn eeuwen oud en inmiddels erg kostbaar.
De wesp was de eerste papierfabrikant. De wesp bouwt haar nest van een soort karton. Vezels van planten mengt ze met haar speeksel tot een brij. De brij droogt en wordt hard. Aangenomen wordt dat een T'sai Lun, een Chinees, in 106 n. Chr. dit werk van wespen heeft afgekeken en zo het papier heeft uitgevonden. Hij klopte vezels van bamboeriet, de bast van moerbeitwijgen en zijdeafval tot brij. Die brij verdunde hij met water en liet het drogen: hij had papier gemaakt. Inmiddels hebben grafvondsten aangetoond dat men in China vóór onze jaartelling al een soort van papier gebruikte. Uit recente archeologische vondsten in het Noordwesten van China is gebleken dat het papier vrijwel zeker al bestond in de Han-dynastie (206 jr voor Chr.)
Eeuwenlang bewaarden de Chinezen hun geheim. Toen namen de Arabieren Chinese papiermakers gevangen, tijdens een oorlog tussen het zich uitbreidende Arabische rijk en China omstreeks het jaar 740 na Chr.. Zo leerden de Arabieren papier maken en dit verdrong al snel het minder stevige papyrus gemaakt van papyrusplanten en het steviger, maar veel duurdere perkament. Later gebruikten ze fijnere materialen dan alleen ruwe plantenvezels, zoals katoenen en linnen lompen. In de Middeleeuwen raakte dit prachtige papier ook in Europa bekend. Kooplieden namen het in hun schepen mee naar Spanje en Italië. Deze kooplui gingen aanvankelijk steeds terug naar Arabië om opnieuw voorraden papier te kopen. Later vonden ze het goedkoper om zelf papier te maken en deze kunst verspreidde zich snel over de rest van Europa.
In Nederland bouwde men in de zuidelijke Nederlanden rond 1400 de eerste papiermolens. In de noordelijke Nederlanden werd de eerste papiermolen in de buurt van Dordrecht gebouwd na de val van Antwerpen in 1575. Op de Veluwe waar veel snelstromende beken voor de watermolens waren voor de papierfabricage kwam deze industrie op in de 17e eeuw. Er ontstond nog een nieuw beroep, dat van de voddenman. Hij kocht in de dorpen en steden lompen op, om ze door te verkopen aan de papiermolen.
In de papiermolen werden de lompen gesorteerd. Heel vroeger gebruikten men alleen witte stoffen. Dan maakte men de lompen nat en liet ze rotten. Daarna werden ze in smalle stroken gesneden en in een kuip met water gedaan. Urenlang stampten heel grote houthamers, aangedreven door waterkracht, de lompen tot heel kleine vezeltjes die zich vermengden met het water. Dan was de papierpap klaar.
In 1680 vond men een machine uit die het maken van papierpap versnelde. Omdat het een Hollandse uitvinding was werd de machine een "Hollander" genoemd.
Een vel papier werd geschept. De papiermaker (de schepper) dompelde zijn schepvorm, een houten raamwerk met een bodem van fijn gaas bestaande uit textiel of koperdraad, onder in de kuip met brij. Als hij hem eruit haalde, moest hij hem eerst heel goed schudden zodat de brij over de vorm verdeeld werd. Daarna gaf hij de schepvorm aan de man (de koetser) die het laagje papier "afkoetste" op een laag vilt. Door ieder vel op een laag vilt af te koetsen ontstond er een stapel die daarna zwaar geperst werd. De rest van het water stroomde weg. Tot slot werden de vellen aan droogstokken opgehangen om te drogen.
Na het drogen was het papier nog niet geschikt om bedrukt of beschreven te worden. Het moest eerst belijmd worden. Daartoe werden de vellen in een lijmbad gedompeld en opnieuw gedroogd. Daarna werden de vellen opnieuw geperst en op maat gesneden. Hierna was het papier gereed voor gebruik.
De papiermolens zijn vervangen door papiermachines die tientallen meters lang kunnen zijn. Die maken het papier niet meer vel voor vel, ze maken tot wel 2000 meter papier per minuut. Dit gebeurt door de, met veel water verdunde, vezels in een continue proces over een eindeloze fijn gaas te gieten. Zodra er geen water meer door het fijne gaas kan worden verwijderd, gaat de natte massa naar de perspartij. In de perspartij wordt het papier verder gedroogd tot ongeveer 50% water en 50% vezels. Om het laatste vocht er uit te halen wordt het papier over met stoom verhitte cilinders geleid. Op het eind van de papiermachine kunnen walsenkoppels er voor zorgen dat de gewenste dikte en gladheid wordt bereikt. Waarna het eindresultaat op een grote rol opgerold wordt. Vaak wordt dan de rol, die tonnen kan wegen, zo afgeleverd aan de eindverbruiker, meestal een drukkerij of kartonnage fabriek, die dan het papier op gewenst formaat snijdt en verder verwerkt.
Een bekende papierproducent is de South African Pulp & Paper Industry (beter bekend als Sappi). Deze onderneming heeft ook vestigingen in de Benelux.
Sinds de 19e eeuw wordt veel papier van hout gemaakt( Door Floyd K.), maar het grootste gedeelte van het papier (ongeveer 70%) wordt tegenwoordig van hergebruikt en ingezameld afvalpapier gemaakt. De belangrijkste houtsoorten die in Europa worden gebruikt voor de productie van papier en karton zijn naaldhout en loofhout. Het overgrote deel komt uit productiebossen en plantages in Scandinavië, Zuidwest-Europa en Noord-Amerika. Die bossen worden min of meer duurzaam beheerd. De papierindustrie gebruikt vooral dunningshout - kleine bomen en snoeihout als takken en kleine stammen - en zagerijresten. De dikkere delen van de stammen en de grotere bomen worden gebruikt voor de bouw-, meubel- en emballageindustrie.
De bomen worden met een machine fijn gemalen tot een houtpap en daarna in een grote ketel gekookt. Dan ontstaat er, na toevoeging van enkele chemicaliën om de lignine tussen de celwanden op te lossen, een brij die alleen uit cellulose bestaat, deze wordt gebleekt, totdat er een witte brij (pulp of celstof) overblijft. Hier worden balen van geperst die later in de papierfabriek weer worden opgelost om papierbrij te maken voor verdere verwerking. Om de bossen te sparen, gebruiken de papierfabrikanten steeds meer oud papier. Van duizend kilo oud papier kunnen ze evenveel nieuw papier maken als van acht bomen. Maar dat is niet voldoende - en omdat we de bossen niet kunnen missen worden veel bomen opnieuw aangeplant.
Er zijn maar weinig papieren die alleen uit vezels bestaan. Aan papier worden tot 25% vulstoffen toegevoegd om, bijvoorbeeld, de beschrijfbaarheid te verbeteren. De meest gebruikte vulstoffen zijn krijt (calciumcarbonaat) en chinaklei (kaolien).
Er bestaat ook gerecycleerd papier. Hierbij wordt gebruikt papier gebleekt en opnieuw gebruikt. De productie van gerecycleerd papier heeft een lagere milieubelasting dan de productie van 'nieuw' papier. De milieubelasting van gerecycleerd papier wordt bepaald met behulp van het ABCD-systeem.
Middels een nummer wordt op een product het percentage aangegeven dat standaard bij de productie uit iedere categorie wordt gebruikt. Zo wordt een product met daarop '75B/25C' voor 75% van categorie B-papier gemaakt, en voor een kwart van categorie C-papier.
Een elektronisch boek (e-book) bestaat al geruime tijd: een klein apparaat waarin je een volledig boek kan downloaden via internet. Het elektronisch papier komt er echter ook aan: hierbij kunnen de teksten eindeloos gewist en ingeladen worden. Displays gebaseerd op deze "elektronische inkt" worden reeds toegepast voor reklamedisplays in winkels.
Afbeeldingen over papier
Met deze machiene maakte men vroeger vellen papier

Een droogrek voor de vellen papier
Een Egyptisch tafereel op papyrus

Egyptische tekening op payrus blad
Hobbys in de kijker 2De Ballonvaart
In 1961 kwamen twee Amerikaanse ballonvaarders op een hoogte van 35 kilometer. Deze reis maakten ze om onderzoekingen te doen in de bovenste laag van de dampkring: de stratosfeer. En je begrijpt wel dat je zo\'n lange reis op zo\'n hoogte niet kunt maken in een open rieten mand. Daarvoor heb je een stevige gesloten cabine nodig. Dan word je beschermd tegen de kou en soms het slechte weer. een gesloten cabine beschermt je ook tegen een gebrek aan zuurstof. Want hoe hoger in de dampkring, des te minder zuurstof er in de lucht zit en een mens kan niet leven zonder zuurstof.
Hoe werkt een luchtballon?
We weten allemaal dat hete lucht opstijgt. Op die manier werkt ook een heteluchtballon. Door de lucht in de ballon warmer te laten worden stijg je, en door die lucht kouder te laten worden daal je.
Het grootste en meest opvallende deel is de ballon zelf, ook wel het omhulsel genoemd. Vroeger werd dit omhulsel van een lichte geweven stof. De binnenkant werd nog met papier beplakt. Maar tegenwoordig wordt het meestal van nylon gemaakt. Sterke kabels moeten het zwaarste deel, de mand, dragen.
Die mand is meestal gemaakt van rotan (een buigzaam en toch sterk soort riet). En de randen zijn gevlochten van wilgentenen. Daaromheen zit een hoes van leer of suède. Er zijn ballonnen met grote en kleine manden. De grootste Nederlandse ballon kan 21 mensen vervoeren.
In de mand staan de piloot, de passagiers en de gasflessen. Die gasflessen zijn nodig om de brander, die onder de ballon hangt, te laten branden. Tijdens het varen zet de piloot de brander iedere minuut ongeveer 10 seconden aan. Zo is de lucht niet te warm en niet te koud. De brander maakt veel lawaai. Soms schrikt het vee in het weiland waar de ballon wil dalen van dat lawaai. Daarom is er ook een fluisterbrander.
De piloot gebruikt ook nog instrumenten. Een stijgsnelheidsmeter om te kijken of de ballon omhoog of omlaag gaat, een hoogtemeter. Als je daarop kijkt zie je hoe hoog de ballon boven zeeniveau vaart. De pyrometer. deze meet hoe hoog de temperatuur boven in de ballon is. Het mag daar namelijk niet heter dan 120 graden zijn. Er is meestal ook een radio om contact te houden mat de volgploeg. Als laatste is er ook een GPS-ontvanger. Dit apparaat werkt met behulp van satellieten en je kunt ermee zien waar op aarde je bent.
Je kunt een ballon niet echt sturen. De wind bepaalt de richting. Een piloot kan alleen een andere luchtlaag opzoeken waar de wind een andere kant op waait. Omdat je niet goed kunt sturen, mag een ballon niet vlakbij de zee opstijgen. Stel je voor dat je boven zee bent als je gas op is en je moet landen!
Afbeeldingen van luchtballons
Vroeger ........
.....En nu
Zonder woorden