Naar de inhoud

Verboden verhalen

akke.beakke.be

Staatshoofd

   

Onrustig draaide hij zich op zijn linkerzij. Hij slaagde er maar niet in om de slaap te vatten. Het zweet liep in straaltjes van zijn blote rug en maakte de lakens nat. Voor de zoveelste keer keek hij naar de klokradio maar zag de tijd maar niet vooruit gaan.   Boos draaide hij zich nog maar eens om en verwenste een tv-uitzending die op een buitenlandse zender vanavond uitgezonden was geworden. Ondertiteld natuurlijk, want een andere taal dan diegene die in zijn land toegelaten was, was hij niet machtig. Maar dat was voor hem dan ook niet nodig. De rest van de wereld moest maar zien dat ze zijn taal begrepen. Zijn grenzen waren voor hem het einde van wat hij de ‘beschaafde wereld’ noemde. Het overige was voor hem en zijn vazallen oorlogsterrein.

Hoe durfden zo’n bende pacifisten op televisie de waarheid verkondigen. En wat nog meer was : hoe durfde die zender dat dan nog uitzenden ook.

Er was voor zijn ‘veiligheidsdiensten’, de officiële benaming van zijn eigen terreurorganisaties, dus weer werk aan de winkel. Wederom moesten enkele tientallen studenten verdwijnen en diende de orde in dat desbetreffende land hersteld te worden. Per slot was het de wapenindustrie die hem en zijn vrienden rijkelijk gespijsd in het zadel hield.

Wat dachten die onnozelaars wel ? Dat ze hém, de grote diktator, ongestraft konden tegenwerken ?

Werd hij niet door de machtigste misdaadorganisatie ter wereld onbeperkt beschermd ?

De zon vulde met haar stralen de gehele open lucht.

De grote diktator stond, omgeven door twaalf tot de tanden bewapende huurmoordenaars, hier ‘lijfwachten’ genoemd, rechtop in de  open paradelimousine en genoot met volle teugen van de door op vooraf bepaalde plaatsen neergedropte gillende ‘bewonderaarsters’.

Een student die de show met lede ogen aanschouwde en mijmerend aan de vele dagelijks stervende onschuldige burgers dacht had geen acht op een geweer dat zo’n tachtigtal meter verder in een ietwat hoger gelegen parkje achter het publiek scrupuleus op zijn hoofd gericht was.

De presidentiële wagen naderde langzaam en gleed rustig tussen de twee rijen luidruchtige toeschouwers.

De schutter had de vinger zenuwachtig op de trekker.

In zijn vuurlijn stond de student en die zag een oud vrouwtje moeizaam van een bank rechtkomen.

Stuntelig gleed haar tasje uit haar handen en viel op de grond. Niemand nam er aanstoot van.

De student ging naar het oudje.

De president passeerde.

De jongen bukte zich om, onder de blijde blik van het oude grijze vrouwtje, haar tasje op te rapen.

De huurmoordenaar drukte af.

De kogel vertrok.

Op dat moment kwam de limousine langs gereden.

Het projektiel vloog met een licht sissend geluid over het hoofd van de onverwacht knielende jongen ….

 …. en plantte zich net onder de schedel van het traag passerende staatshoofd.

Een donker personage grinnikte alvorens in het niets te verdwijnen.

Hoe vind je dit bericht? 46 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 10:55 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De wind loeide ....

 

De wind loeide door de bomen. 

Ja, ik weet ook wel dat dit een cliché is, maar je kan nu eenmaal de wind niet beletten om door de bomen te waaien. Deze zich verplaatsende lucht is nu eenmaal hun basisvoeding.

Een grote dikke ‘voiture’ reed aan hoge snelheid op het smalle baantje dat, enkel door de maan ietwat zuinig verlicht, naar de woning van de bestuurder leidde. De dikke man neuriede een liedje en voelde zich goedgezind. Hij had een leuke avond gehad en dacht vrolijk aan de kinderen met dewelke hij zich in zijn selekte elitaire club zonet had geamuseerd. Onder hoge politieke bescherming natuurlijk, en op financieel verheven niveau.

De motor zoemde op hoge toeren bij het berijden van de nogal smalle maar ietwat bochtige betonnen weg. Hoe het gebeurde zal niemand ooit weten. Lag er lichtjes aangevroren mist op de baan ? Of was het te wijten aan een rukwind ? Maar de zware limousine vergat de bocht te nemen en knalde tegen een uit de kluiten gewassen nogal gespierde boom. De klap was hevig.

De luchtzak plofte open en duwde de autobestuurder brutaal in zijn zetel. De zak bekommerde zich niet om diens bril en onmiddellijk drongen de glassplinters in zijn ogen. Zijn luide gil en het daaropvolgend gekerm waren in deze storm amper hoorbaar. Zijn rechterarm voelde gebroken aan en zijn riem was niet los te krijgen. Hij zag trouwens zo goed als niets meer.

Zijn gekerm veranderde nu in gekreun en een klein beetje maanlicht was het enige wat hij nog kon zien. Bloed vloeide traagjes van zijn gezwollen kaken en besmeurden zijn duur hemd. Hij besefte dat niemand hem kon horen en wachtte machteloos zijn lot af.

Onzichtbaar bewogen vier donkere figuren zich rond de plaats van gebeuren. Wat ze tegen mekaar zegden zullen we nooit weten, maar een feit was dat ze pret hadden. En zo gingen de nachtelijke uren voorbij, één na één. Toen de regenwolken uiteindelijk weg zweefden om plaats voor de dageraad te maken vonden de figuren het stilaan welletjes. Eén van hen trok de linkervoordeur van de wagen open en ruw sleurden ze de man uit zijn luxueus maar zowat tot schroot herleid voertuig. De nog niet overledene begon te beseffen wat er gebeurde en begon stilletjes te smeken. Maar met de vier figuren viel niet te praten. Bijzonder ruw sleurden ze hem recht en lachten van plezier. De kinderbeul zonk op de knieën maar werd terstond recht getrokken. Hij weende en voelde berouw voor alle smeerlapperij die hij tijdens zijn leven had uitgehaald. Maar tevergeefs. Berouw komt immers na de zonde en medeleven kenden ze niet. Vier zwarte zwepen deden waarvoor ze dienden. Om te beginnen.

Ik denk zo dat jullie wel zullen weten wat hem te wachten stond.

En ja, de weg was lang en verschrikkelijk, maar wél rechtvaardig. Hij zou nooit meer terugkomen noch het ooit kunnen voortvertellen.

Daarom vertel ik het hier, genietend van de gedachte van wat komen zou.

Hoe vind je dit bericht? 46 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 15:59 Reageer op dit bericht

Een goede vriend

 

Ik wist dat hij achter mij stond. Zo een goeie twee meter twintig

groot, gans in het zwart gekleed, van kop tot teen, en schouders

om ‘U’ tegen te zeggen. Eén van de twaalf gevaarlijkste geesten

ter wereld. Hij raakte me aan, zo goed als onvoelbaar. Ik wist

dat hij mijn lumbago zou betasten. Die was enkele jaren geleden

vanwege een aanslag op mijn leven onherroepelijk beschadigd.

Olie op de trap. Sindsdien ben ik kreupel. En als toetje werd ik

door het gerecht verplicht om de bijna-moordenares maandelijks

geld over te maken. Aardse “Rechtvaardigheid” waarschijnlijk.

 

Het was stil in mijn woning. Werkelijk niets was te horen.

Buiten zwegen zelfs de vogeltjes, waarschijnlijk vanwege de

onzichtbare aanwezigheid van iemand die hen niet eens één

pluim zou krenken. Zelfs de wind was gaan liggen.

Gans mijn lichaam ontspande zich. Een warme gloed ging door

mijn onderrug en was voelbaar over gans mijn ruggegraat.

Ware het mogelijk geweest ik had zo kunnen overgaan, naar

het Rijk der Geesten. Maar mijn tijd was nog niet gekomen.

 

Dan begreep ik dat vanwege de contactname van die Geest

mij getoond werd dat heel binnenkort bij enkele anderen hun

levensduur ingekort zou worden. Vier veroordeelden zullen

de eindejaarsfeesten niet meer meemaken.

 

Is er op aarde bitter weinig of geen rechtvaardigheid, in het

hiernamaals is er des te meer. Hemelse gedachte.

 

Arriba la Muerte !

 

Hoe vind je dit bericht? 47 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 10:21 Reageer op dit bericht

Gerechtigheid

  

“Bek dicht, ouwe !” snauwde de gerechtsdeurwaarder grinnikend vanonder zijn duur regenscherm met een dik lederen handvat.

De grijsaard smeekte om de ingekaderde foto, de enige die hem van zijn vele jaren geleden gestorven echtgenote nog restte, niet in de kontainer te gooien.

“Alles staat opgeschreven en alles gaat dan ook de bak ik. Zo wil de wet het. Had je jouw rekeningen maar op tijd moeten betalen.”

De oude man zweeg. Als weerloze kleine man besefte hij dat zijn rechten nogal beperkt zijn en een advokaat kon hij zich helaas niet veroorloven.

Met luid gekraak kwam nu ook zijn enig nog overgebleven nachtkastje in stukken en brokken in de kontainer terecht.

Twee tranen gleden langzaam van zijn verweerde kaken en vielen op zijn reeds kletsnat tot op de draad versleten te klein vestje.

Met smekende blik keek de ouderling vruchteloos de snel naar de andere kant kijkende hartloze man aan.

Toen de bak zowat halfvol was reed de vrachtwagen weg, en met betraande ogen keek de oude man zijn aangeslagen en zowat kapot geslagen inboedel – of wat er nog van overgebleven was – achterna. Zware regendruppels waren nu nog de enige toeschouwers. Traag ging de man met hangende schouders zijn nu helemaal leeg huurhuisje terug binnen en ging in de keuken zacht kreunend en wenend op de grond zitten, zijn door ouderdom gebogen rug tegen een muur. Beelden van zijn overleden echtgenote begonnen voor zijn ogen te schemeren. Ze keek hem bezorgd aan. Het laatste wat hij zag was haar immer zachte glimlach. Toen wenkte ze hem. Alles werd zwart.

De aanslager reed zijn duur voertuig op zijn oprit en stopte voor zijn gepantserde voleiken voordeur. Haastig opende hij de koffer van zijn zware wagen en nam het oude ingekaderde en met een glasplaat beschermde portret dat hij snel en ongemerkt uit de kontainer had weten te redden. De kader was zeker antiek en zou in zijn salon goed ogen. Op een kleine bonus had hij toch wel recht zeker.

Met de kader in beide handen ging hij de naar de voordeur leidende trap op. Met snelle pas, want het begon nu nog harder pijpestelen te regenen. In zijn haast om met zijn verovering uit de neerpletsende regen te kunnen gaan dacht hij niet aan zijn dure marmeren ingangtrap die bij nat weer verdomd héél glad is.

Hij gleed uit en in een reactie tegen de val stak hij instinktmatig de kader voor zich uit. Die kwam op de harde treden terecht. Het glas brak. Een vlijmscherp stuk glas stak uit de kader.

De man kon zijn val niet meer ongedaan maken en viel met een harde smak met volle borst op het gebroken glas.

Het laatste wat hij nog zag was een wazig beeld van een jonge vrouw die goedkeurend glimlachte.

 

Hoe vind je dit bericht? 52 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 10:28 Reageer op dit bericht

Recht in Fascististhan

   

“Staat u me toe alstublief, meneer de voorzitter ?” vroeg de oude man bedeesd.

“Neen meneer !” klonk het hard “Mensen die dat zo beleefd vragen menen dat niet. U doet dat om met mij te spotten. Trouwens, kent ge uw rechten ?”

De geschrokken ouderling kleurde en meer dan wat stuntelig gekras kon hij niet door zijn keel krijgen.

“Vergeet ze trouwens maar. Ik ben hier de baas.” klonk het.

“Ja meneer.” kreeg de man dan toch stilletjes over de lippen.

“Kent ge trouwens artikel 9774ab86quater van ons geacht wetboek ? Neen ? Is niet nodig zeker ? Waar haal jij dan het lef vandaan om hier zonder advokaat te verschijnen ? Dat is een belediging voor de rechtbank en smaad aan de magistratuur ! Weet je dat wel ? Dat kan je makkelijk zes maanden cel kosten.”

De niet al te grote grijsaard leek nog kleiner te worden en liet zijn hoofd hangen om niet in die duivelse ogen te moeten kijken. De voor de tegenpartij aanwezige raadsman grinnikte. Hij behoorde tot de beste soort advokaten die er zijn : hij kende de rechter. Hij wist bijgevolg wat het scenario nog te bieden had.

Achter de niet al te vriendelijke persoon die achter de verhoogde toonbank zetelde verscheen vaag een grote zwarte schim. Het leek of die figuur zachtjes glimlachte.

Het werd stil in de zaal.

De rechter zweeg en zijn gelaat kreeg een vuurrode kleur. Zijn mond opende zich en er verscheen een grote gezwollen tong. De ogen puilden uit en hij greep naar zijn keel. Enkele tellen maar. Toen zakte hij voorover en lag met zijn bovenlichaam roerloos op de toonbank waar zijn hoofd met een luide holle klap op terecht gekomen was.

De grote donkere schim loste traagjes op in het niets. Een stil gegrinnik werd even hoorbaar en stierf langzaam uit.

Het vonnis was geveld. En uitgevoerd.

Hoe vind je dit bericht? 56 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 14:30 Reageer op dit bericht

Rond van kont

 

Toen ze zich in bed omdraaide klonk er gekreun gevolgd door een diep puffend geluid dat haar mondholte van tussen haar vergeelde valse tanden verliet. Hij werd nog maar eens wakker en probeerde tevergeefs de slaap terug te pakken te krijgen. Haar licht krakend lichaam deed meer denken aan een zware rubberen pop van een bekend merk dat niets aan de verbeelding over laat en was een terminale uitdaging voor elke vorm van libido.

Op haar zij liggend raakte haar navel de matras en haar twee ooit borsten genoemde overjaarse reeds ietwat licht beschimmelde melkzakken overlapten mekaar. Haar uitgedroogde frigide schoot hunkerde, zoals reeds vele voorbije jaren, naar niets meer.         Alleen haar buikholte werd geneugtes niet ontzegd zodat de overvloeden aan eten en drinken haar karkas stilaan meer en meer een gezwollen vorm hadden doen aannemen dat nu al aan een versleten zich moeizaam voortslepend nijlpaard deed denken. 

De meest galante manier om haar achterwerk bij benadering te beschrijven is : “Pak twee stoelen en zet u.” 

Tja, ik denk dat er mannen zijn die al voor minder homo werden. 

Elke vergelijking van welke aard ook is uiteraard geheel toevallig. 

Trouwens, ze is ondertussen van de trap gevallen.

Hoe vind je dit bericht? 48 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 10:41 Reageer op dit bericht

Plons het elfje

  

Plons ! ! Druipnat en ietwat verdwaasd probeerde ze uit de vijver

te geraken. Na een aantal glibberige pogingen kreeg ze uiteindelijk

dan toch voet op de bodem en waggelde ze traagjes richting oever.

Ze was niet al te groot van gestalte en er kwam heel wat gewip aan

te pas alvorens ze het gedeelte onder haar onderrug op de oeverkant

kon neerplaatsen. Welke stuntelige manestraalbestuurder had juist

vandaag die manestraal te kort gemaakt ?

Grrr … grolde ze, en liet haar mooie witglanzende tandjes zien.

Tja …. ….. elk elfje is nu eenmaal een schoonheid in ’t klein.

Ze schudde heftig het vijverwater van haar kleine vleugeltjes, wrong

haar hagelwitte kousjes uit en zette zich even op een uit de kluiten

gewassen paddenstoel neer.

De maan keek naar beneden en grinnikte bij het zien van de niet

echt gelukte landing van het elfje.

Moedig stond ze recht en richtte zich naar daar van waar het

geroep kwam. Het was een kinderstemmetje dat haar te hulp riep.

Resoluut stapten haar ietwat magere beentjes links-rechts en langs

de veldwegels ging ze verder. Beetje bij beetje nam haar fijn gehoor

het jammerende meisje waar. Wat ze zei kon ze niet begrijpen, maar

dat het kleine meisje hulp nodig had was duidelijk.

Het elfje luisterde fijntjes en oriënteerde zich zo goed zo kwaad als

ze kon, want de wind floot nogal sterk in haar oortjes.

Eindelijk  bereikte ze een klein huisje en zag een bewegend licht op een kamer

op de eerste en enige verdieping.

Ze zette zich zachtjes op de  vensterbank en keek de kinderkamer binnen.

Een meisje zat met opengesperde oogjes in haar bed, haar rug tegen het hoofdeinde.

Vóór het voeteinde stand een televisietoestel en speelde luid een kinderfilm, voor

zover het elfje kon zien met spoken en draken.  Het meisje zat onophoudelijk te gillen,

deels van pret, deels van schrik, en bij elke gebrul dat de draak maakte trok ze haar

deken over haar hoofdje en gilde om hulp.

Het elfje kon er niet mee lachen en ineens gaf ze een luide gil.

Nu werd het meisje écht

bang en kroop angstig helemaal onder haa  dekens.

Haar gegil overtrof zelfs dat van het boze elfje. Die zette haar toverstok in werking

en het slaapkamertje baadde in een veelkleurig geheimzinnig licht en dito figuren.

Voetstappen kwamen  langs de krakende trap omhoog en een vrouwenstem riep

ongerust wat er scheelde.

Het elfde grijnsde en liet zich zachtjes tot op de grond zakken.

Ze nam een aanloop en sprong op de eerste de beste manestraal die ze passeerde.

Ze keek nog even om en zag dat ik het kamertje het televisietoestel uitgezet was

en het meisje snikkend in de armen van haar moeder lag.

“Die zal me nu wel met rust laten.” gromde het elfje.

Maar opeens schoof een wolk voor de maan en de straal werd onderbroken.

Het elfje gaf een gil en met een plons viel ze in de vijver waar ze voorheen reeds

in terecht gekomen was.

Het spijt me hoor, maar wat het elfje nu boos riep durf ik hier  niet schrijven.

Ook elfen worden gecensureerd.

 

Hoe vind je dit bericht? 50 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 10:58 Reageer op dit bericht

De wraak van het konijn

 

Het in de zon glanzende zwarte paard stapte traagjes door de spaanse velden. Labradores (landarbeiders) keken even op. Het was zeker weer een hidalgo (hijo de algo – zoon(tje) van ‘iets’) die, van op zijn paard op de landslaven neerkijkend, zijn ronde deed.

Eén der arme sukkelaars durfde zijn met water gevulde aarden kruik te nemen en nam een paar slokken. Van de ruiter kwam echter geen reaktie. Misschien deed hij alsof hij niets gezien had. Zou raar zijn, maar dat kon. Zijn zweep hing slap aan zijn zadelknop. Langzaam bewoog het paard zich verder en verwijderde zich, stap na stap. De zon brandde hevig, maar dat was geen reden om even met hun zware arbeid op te houden, en beetje na beetje verdween de figuur in de verre velden.

De avond viel toen het zwarte paard het ouderlijk erf op reed. De ruiter was scheef in zijn zadel gezakt en zijn gezwollen aangezicht met twee uitpuilende ogen had een knalrode kleur. Te veel lekkere wijn had hem zowat verdoofd en een beentje van een lekker konijnebilletje was in zijn strot blijven steken. Hij was gestikt en had zijn vet lichaam reeds verlaten.

Zo zie je maar dat zelfs de beste wijn te veel kan zijn.

   

Hoe vind je dit bericht? 55 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 Reageer op dit bericht

Onweer

  

Een scherpe bliksem doorkliefde met enorme snelheid de lucht.

Amper één sekonde later volgde een intens harde donderknal.

Hier en daar trilden enkele dakpannen en massa’s reuzegrote

regendruppels vulden ineens de plots heldonker geworden lucht.

Krakend volgde de ene bliksemslag de andere op en aan de nu

zopas gevormde waterplassen zag je dat het aardoppervlak

lichtjes schudde.

Zonder enige merkbare reden doofde de straatverlichting en

hulde de ganse omgeving in een lugubere duisternis. Met een

beetje verbeelding kon je hier en daar de duistere figuur van een

duivel ontwaren die, grinnikend op zoek naar buit, hier en daar

een woning binnenging.

Luid gegil overstemde het door het onweer gemaakte lawaai en

liet intens scherp een op menselijke stemmen lijkend gehuil horen.

Vreselijk zeg ! En ik probeer nu net een uil te vangen en draai me

in de grote zetel om me uitgestrekt op een andere zij te keren.

Mocht dat menselijkerwijze mogelijk zijn ik sprong horizontaal

een meter hoog. Voor het raam van mijn op het gelijkvloers

gelegen salon stond een duivel, grinnikend en in de rechterhand

een kleine drietand op en neer bewegend. Hij lachte en tussen

zijn geopende donkere lippen kwamen over de ganse breedte

afschuwelijke zwarte misvormde gedeeltelijk met schuim

bedekte tanden zichtbaar. Uit beide grote spitse oren kwam

hete damp en een klein scherp bokkebaardje sierde zijn kin.

Toen verloor ik het bewustzijn.

 

Ik opende mijn ogen op een dunne kleine streep. Ze verder

openen was niet mogelijk want een felle zon verblindde me.

 

Ondanks mijn goede voornemens om met behangen te

beginnen was ik dan toch in slaap gevallen.

    

Hoe vind je dit bericht? 44 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 16:02 Reageer op dit bericht

Europese grondwet

  

Naar het schijnt heeft Europa een grondwet.
Die zou niet het resultaat van geheime vergaderingen zijn
maar de vrucht van nog nooit zo openlijk gevoerde debatten.

Deze unie zorgt voor vele 'werk'plaatsen en maakt duizenden
uitverkorenen gelukkig.

Natuurlijk zijn ze tegen oorlog en moeten de leden met
lede ogen aanzien dat dat een derde wereldoorlog op europees
grondgebied slechts door een samenwerking tussen Putin en
Trump kon vermeden worden.
Maar vanzelfsprekend is vrede prioritair.

De ekonomie wordt gericht op volledige tewerkstelling en op
sociale vooruitgang.
Voor welke delen van de mensheid wordt niet vermeld, want
Europa wordt erkend wereldkampioen in het vrijgevig verlenen
van steun aan vooral voor de hand liggende niet-europese staten.

Natuurlijk komt er vrijheid van mening en persvrijheid.

Als toetje heeft elke zuropese burger het recht wijzigingen
in deze europese wetten voor te stellen en met eigen
initiatieven voor de dag komen.

Het volstaat eenvoudigweg om een petitie op te stellen die
over héél de europese unie minstens één slordig miloen
handtekeningen moet verzamelen.

Genoeg gelachen ? Dan nu 'au boulot' dan maar.
De unie heeft geld nodig.

Hoe vind je dit bericht? 53 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 15:55 Reageer op dit bericht

Brood

  

“Braaf jouw melk drinken hoor jongen ! Nu ge vijf jaar gaat

worden moet ge dat heel alleen kunnen. Mama gaat nu brood

halen voor ons ontbijt.”

“En boterkoeken mama ?”

“Neen jongen. Brood. Dat is gezonder.”

“Ja mama.”

Enkele minuten later komt moeder terug binnen en legt een

brood op de keukentafel.

“Wat is dat mama ?”” Dat is een turks brood jongen. En

begin nu maar al te eten. Ik zal al een stuk afsnijden, ik

telefoneer nog even en dat kom ik mee ontbijten.” “Ja mama.”

De moeder is amper de keuken uit en de kleine jongen laat

zich van zijn stoel glijden. Mama denkt toch niet dat hij van

’s morgens vroeg hesp, worst en konfituur gaat eten zeker.

Resoluut opent hij de kelderdeur en zoekt de pot choko die

die moeder daar verstopt. Das rap gedaan.

 

Maar het afgesneden stuk brood ziet de kust schoon en valt

de gekookte hesp aan. Die verweert zich natuurlijk en beiden

rollen over het tafelblad.

De pot konfituur kijkt het van eenzelfde kleur gemaakte

politiek blad aan en vraagt : Wat moeten we doen ?

“Ik niks!” antwoordt het krantje. “Jij moet je daar in mengen.

Niet ik. Ik moet advies geven. Trouwens, mijn bladen zouden

kunnen vuil worden. Meng jij er maar mee.”

De varkensworst kan de ongelijke strijd niet meer aanzien

en laat zich op het brood vallen. Het gevecht wordt zo hevig

dat allen van de tafel rollen en op de vloer terecht komen.

 

Op dat moment komen de hond en de kat de keuken binnen.

De eerste neemt de worst voorzichtig tussen zijn tanden,

de kat ontfermt zich over de hesp. Het jongetje komt de

keuken binnen en ziet de hond en de kat met hun buit weg-

vluchten. Nog met de handdoek over haar natte hoofdharen

komt nu ook moeder binnen en ziet het stuk brood bewegings-

loos op de grond liggen.

 

“Mama!” vraagt het jongetje, de choko nog op de lippen,

“waarom lusten dieren geen turks brood ?”

Hoe vind je dit bericht? 59 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 15:58 Reageer op dit bericht

Apokalypso

 

Massa’s vuur in alle mogelijke vormen, het enige wat op aarde nog

licht verspreidt. Alles zal vernietigd worden, ook die aardse ruimte-

tuigen waarmede zelfbenoemde Illuminati vruchteloos zullen

pogen deze planeet te ontvluchten. Er zal geen uitweg zijn, behalve

jouw karkas te verlaten. Het worden feestdagen voor de uitbaters

van de Hel. Eindelijk zullen hun boordevol met kokende olie gevulde

zwembaden tot aan de rand met de grootste schatrijke misdadigers

gevuld worden. Is dat niet heerlijk ?

De zeeën zullen grotendeels verdampen en het oppervlak van wat

eens ‘de aarde’ genoemd werd zal door de hitte vloeibaar worden.

Alle rijkdom zal vernietigd worden en de machtigen der aarde

zullen samen met de dieren kreveren, tot groot jolijt van de door

hen gedegenereerde mens.

 

Spijt komt zoals altijd te laat. Dat de veroorzakers van de eindtijd

een gruwelijk einde zullen kennen is maar een bittere troost.

 

Gedenk wat begin mei 1945 ene Dk Joseph Goebbels tot de

sekretaresse van Adolf Hitler zei toen ze hem vroeg waarom hij

de bewoners van Berlijn belette de stad te ontvluchten.

 

“Het volk gaf ons volmacht. We hebben verloren.

     Het zal samen met ons ten onder gaan.”

Hoe vind je dit bericht? 51 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 16:05 Reageer op dit bericht

Terug naar huis

  

Aan een gesappig tempo reed het wagentje door de vallende

duisternis. De man die het autootje bestuurde neuriede zacht

een populair liedje. Zijn vrouw die naast hem zat bekeek hem

schuin, want zijn repertorium was nogal beperkt en hij was

nu reeds sinds hun vertrek van bij tante Zulma aan hetzelfde

refrein bezig. Maar goed, over een twintigtal minuutjes zijn

we thuis, dacht ze.

 

Zo’n honderdtal meter verder stond aan de rechterzijde van

de baan iemand te liften, zo te zien een man. Hij was gekleed

met een donkere regenjas en een dito hoed. Een fijne regen

was beginnen vallen en het werd koud. De lifter had zijn

kraag hoog opgetrokken. Maar een onbekende meenemen

leek hen nu toch te gevaarlijk. Ze besloten dus om niet

stoppen en reden vlotjes door.

 

Aan de lifter gekomen keek ze ietwat medelijdend in diens

richting. De schok die ze kreeg deed haar bleek worden.

Het hoofd van die lifter was een doodshoofd. “Sneller !!”

gilde ze, “Sneller verdomme !!”. Haar man keek niet in haar

richting maar had dit rare hoofd ook gezien, en in een mum

van tijd ging de snelheidsmeter van zeventig naar honderd.

Pas na meerdere kilometers vertraagde hij de snelheid en

ging de meter terug naar zeventig per uur. Verward keken

ze mekaar aan. Hadden ze zich vergist en meenden ze

alleen maar een doodshoofd gezien te hebben ? Nou, Joost

zal het weten. Ietwat van de emotie bekomen tuften ze

verder. Traag verslonden ze kilometer na kilometer.

 

Het scheelde niet veel of de bestuurder reed bijna iemand

aan. De persoon was donker gekleed en stond bijna op de

rand van de baan. Een fikse stoot op de rem belette hun

wagentje de nogal roekeloze figuur omver te rijden. Door

dit maneuver was de snelheid tot tegen de 20 per uur

gedaald. De vrouw uitte een luide gil en haar echtgenoot

werd bleek. Want wat ze onder de hoed van de lifter zagen

was terug het doodshoofd. Ruw en brutaal duwde de man

het gaspedaal in en langzaam trok het autootje terug op.

 

Wat was er in hemelsnaam nu toch gaande? Zoiets kan

toch niet …. ? Ze droomden toch niet ?

 

Pas toen hun voertuig uiteindelijk hun straat in reed

kwamen ze beiden een beetje tot rust. Met een ruk stond

hun auto stil. Beiden slaakten ze tegelijkertijd een hevige

en lange zucht. Waarschijnlijk had hun verbeelding hen

parten gespeeld. Dronken waren ze nochtans niet.

Zeker niet na een bezoek aan tante Zulma.

Nog zuchtend stapten ze beiden uit en na wat zenuwachtig

gepruts met de sleutel stapten ze binnen. Een borrel

hadden ze alle twee inderdaad wel nodig. Na hun jas

op de kapstok gegooid te hebben betraden ze het salon.

De vrouw ontstak de kristallen luster en onmiddellijk

baadde de plaats in een zee van zacht licht. Een knip aan

de cv-speler en Chopin vulde de ruimte.

 

Iemand zat in de brede lederen zetel. Langzaam draaide

hij het hoofd. Onder de rand van zijn donkere hoed werd

een grijnzend doodshoofd zichtbaar.

Hoe vind je dit bericht? 51 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 15:58 Reageer op dit bericht

Kerstland

   

Hij woont in een land dat nog niet door in burger geklede soldaten wordt bezet. Nog niet.

Het is er te koud. En de vrouwen en meisjes lopen er bovendien dik ingeduffeld. Pech dus.

Petroleum is er ook niet te vinden. Dubbele pech dus. Maar niet voor de inwoners. Die worden voorlopig ongemoeid gelaten en zijn nog enige tijd relatief veilig.

Daar toont de Kerstman, in een nederig de grootste tijd van het jaar bijna helemaal ingesneeuwd huisje. Ooit bracht ik in dat prachtig dorpje eens een paar dagen door.

Ik verbleef er in het klein maar gezellig hotel-restaurant De Bevroren Snor.

Als je daar met je slede de parking afglijdt en je draait rechtsaf dan passeer je

de schoenwinkel De Sneeuwlaars. Je glijdt er zachtjes voorbij tearoom De Warme Ijskoffie en ietwat verder aan de overzijde zie je de kledingzaak De Sneeuwvlok met ernaast de snackbar De Verkrampte Spaghetti. Juist voor het dierenhotel De Poolbeer draai je terug rechtsaf, de Glijbaan op, en je komt voorbij de Eskimo Club. Dan schuif je rond het pleintje en kom je aan het dichtgevroren openluchtzwembad De Heetzakken. En op een gespierde harpoengooi daarvandaan woont de Kerstman in een lage bungalow met veel kerstbomen in zijn tuin, allemaal prachtig versierd met de mooiste bollen die je ooit zag, in alle kleuren, vormen én verlicht. Op zijn parking staat meestal een schitterende slee, wel zonder rendieren, want die staan in een warme stal.

Ik nam vele foto’s maar vanwege de kou zijn die helaas allemaal kapot gevroren. Maar de mooie herinneringen zullen nooit vergaan.

Uiteindelijk toch één plekje op aarde waar nog Vrede heerst.

Hoe vind je dit bericht? 72 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 14:39 Reageer op dit bericht

Waar gebeurd

    

 

Dit is een waargebeurd verhaal. Niets spectaculairs. Maar toch leuk

genoeg om op te schrijven. Hier komt het :

Het gevangenisalarm schreeuwt luidkeels, want enige uren geleden

zijn veertien gedetineerden, netjes als werklui verkleed, met water

gevulde emmers, borstels en dweilen inbegrepen, via een onbewaakt

achterdeurtje gaan lopen. 

En, net zoals in de ronde van Frankrijk, is er weer geen enkele belg bij.

De gevangenisdirekteur trekt zich aan de weinige haren die zijn kale

schedel nog te tonen heeft. Zijn gezwollen volgevreten buik schudt

van woede tot grote hilariteit van de inwoners van zijn tehuis.

Machteloos proberen enkele zijner medewerkers de pers op afstand

te houden. Maar tevergeefs. Hij wordt zowat bedolven onder rake

vragen en men ziet duidelijk dat zijn twee korte beentjes moeite

krijgen om zijn corpus nog ordelijk te dragen.

Tja, vandaag wordt het echt geen personeelsfeest zoals vrijwel elke

vrijdagavond.

En uiteraard wordt er naar getuigen op zoek gegaan. 

De grote Manitou van de instelling ziet een tegen een muur leunende

oude man die lichtjes glimlacht. 

“Gij !” roept de grote baas. “Meekomen!” in de overtuiging dat de

grijsaard makkelijk aan het praten zal gaan.

“Meekomen ! Naar mijn kantoor. En snel !“

“Ik zag dat jij zag wat er daarnet gebeurde. Vertel !” snauwt hij de

bejaarde gevangene toe”.

“Wat doet u dat denken meneer de direkteur?”, spreekt de ouderling.

“Bek dicht !” sprak de grote baas, “en vertel !”

“Oh, voor een fles lekkere wijn doe ik wel wat hoor !”

De direkteur gaat ietwat aarzelend in een kast en plaats een château

‘weet-ik-veel’ op zijn bureautafel.

De man bekijkt het etiket en zegt zachtjes :

“Ik zei wel : een lekkere wijn, meneer de direkteur.”

“Wat wil je dan ?” snauwt die.

“Oh meneer de direkteur …. met een Cariñena Gran Reserva ben

ik al heel tevreden hoor.”

“Ne Carinjeena wa ??”

“Ne Gran Reserva meneer …. “

“Ben je mij voor de gek aan het houden, ouwe zak ?”

“Oh neen meneer, maar als dat niet gaat word ik graag terug naar

mijn cel gebracht.”

“Wacht ! Dat komt wel in orde ‘”

Onmiddellijk geeft de direkteur zijn administratief personeel opdracht

alle winkels in de stad te telefoneren en naar die wijn op zoek te gaan.

Na héél vele telefoontjes komt een der bediende bijna buiten adem bij

de grote baas en vertelt dat hij nog één fles van de gevraagde wijn

gevonden heeft.

Die grijnst en beveelt : “Onmiddellijk gaan halen ! En breek ze niet !

Een goed half uurtje later staat de wijn op de tafel.

“En …. ?” hijgt de direkteur, “is dat de wijn die je wil ?”

“Ja, meneer de direkteur, dat is hij.”

“Maar om zeker te zijn moet ik die natuurlijk proeven nietwaar.

U als man van de wereld weet hoe dat gaat.”

Ongeduldig neemt de direkteur een kurkentrekker uit een zijner

bureelschuiven en ontkurkt de wijnfles. Zachtjes houdt de oude man

de flessenhals tegen zijn gespierde neusgaten en, de ogen gesloten,

snuift hij de heerlijke geuren van de zachte drank naar binnen.

De direkteur wordt ongeduldig en wil weten wat hij daar nu voor

in de plaats krijgt.

“Geduld meneer,” zegt de bejaarde man, “Je mag echte wijn nooit

forceren. Geeft u mij eens een glas alstublieft, een met een voet,

zoals die glazen waar u en uw bezoekers mogen uit drinken.”

Met bijna knarsende tanden voldoet de man aan het verzoek en

schenkt zijn gevangene zuinig een half glas Cariñena uit. Deze

ruikt met gesloten ogen aan de wijn en kreunt zachtjes van

genoegen. Gelukzalig kijkend ledigt hij het glas.

“En …. ?” Vraagt de direkteur nu in gespannen verwachting.

“Wat krijg ik nu daarvoor ?”

“Niet zo snel meneer de direkteur. Goede wijn is zoals een vrouw.

Daar moet je geduldig mee zijn. Giet me heel langzaam nog maar

een glas uit.”

Tja …. En nog een …. En nog een …. ….

Na enige tijd is de fles leeg. De oude man is nog aan het nagenieten.

Het geduld van de direkteur is nu wel op.

“Wel ??” schreeuwt hij !!” Wat krijg ik nu daarvoor ??”

De oude man stelt zich traagjes recht, kijkt de gevangenisdirekteur

glimlachend recht in de ogen, en zegt :

 

“Daarvoor krijgt u van mij mijn allermooiste glimlach, meneer.”

en verlaat gelukzalig grijnzend het bureel.

 

Hoe vind je dit bericht? 74 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 16:59 1 reactie Reageer op dit bericht

Kerstmis magie

  

Gelukkig glimlachend stond hij daar : de sneeuwman.

Zoals gebruikelijk in deze periode droeg hij zijn mooie zwarte hoed met een glanzende rode band versierd. Een stevige rode wortel stond vast ingepland op de plaats waar bij de mens de neus zijn voorgevel versiert.

Ietwat koolstof was properkes in het sneeuwhoofd op de plaats van de ogen ingewreven en bedekt met bruine kastanje. De leukerd die hem had afgewerkt had de mond  met lippenstift aangebracht. Zijn traditionele eeuwenoude toverborstel stond naast de rechtervoet stevig in de grond geduwen en rustte tegen zijn arm.

De sneeuwman straalde. Eindelijk nog eens een periode van vrede.

Sneeuwvlokjes kwamen traag zwevend uit de lucht gevallen en vleiden zich zachtjes op de witte grond, en natuurlijk ook op hun vriend de Sneeuwman.

De sfeer was volmaakt. Nou, bijna dan toch.

Drie jongeren kwamen luid diskuterend in de richting van onze kindervriend. “Kijk !” riep een van hen in een voor de sneeuwman moeilijk verstaanbare taal, “Wat is me dat voor iets ? Welke idioot maakte zo’n wangedrocht ?”

De sneeuwman fronste beledigd zijn lichtjes zwarte wenkbrauwen.

Welke onnozelaars durfden zoiets te zeggen ?

Zonder het minste respekt schopte een der vandalen tegen de buik en sneeuw spatte in alle richtingen uiteen. Ze vonden dat grappig. Een tweede schopte eveneens en uit de rug van de sneeuwman verdween een stuk. Maar er was niemand om hem te helpen. En korte tijd later lag hij kapot geschopt ter aarde.

Lachend en vloekend gingen de jonge schurken verder.

De sneeuwman lag snikkend op de bevroren grond en weende. Hoe dom kunnen sommige mensen toch zijn. Een brave weerloze sneeuwman lachend kapot schoppen en er nog fier op zijn ook.

Hoog boven de wolken had de Sneeuwgod het tafereel gade geslagen en keek zwaar verbolgen naar beneden, knarsend met zijn bevroren sneeuwtanden. In zijn funktie was het zijn plicht om tijdens de eindejaarsperiode Gerechtigheid te doen zegevieren en Vrede te promoten, en dat was hij zinnens ook.

Met de Sneeuwgod wordt niet gelachen, behalve de laatste dagen van een aards jaar en met goede bedoelingen. En dat was hier nu precies niet het geval.

Met zijn door zes rendieren getrokken slede gleed hij - rood van woede – naar beneden en stopte op enkele honderden meter van een spoorweg, die er rustig en vreedzaam bij lag, onwetend van wat komen zou.

In de verte werd het zacht gefluit van een sneeuwtrein hoorbaar. De drie zagen het rijtuig heel kleintjes afkomen, het voorste deel geheel met witte verse sneeuw bedekt. Hun spottend gelach bracht hen tot op de besneeuwde rails en lachend zagen ze dat raar ding nader komen.

Wetend dat hij zijn trein nooit op tijd tot staan zou kunnen brengen begon de machinist als bezeten aan de stoomfluit te trekken.

Maar hoe harder hij het alarm liet blazen hoe harder de drie jongeren begonnen te lachen. Wat kon zo’n toestel van sneeuw hen deren ?

 

Bij het ochtendgloren stond de sneeuwman geheel als nieuw in de opgaande zon te glunderen. De aan flarden gereten spotters lagen in stukken en brokken in één grote vuilniszak bijeen gevaagd.

De sneeuwtrein zette fluitend zijn weg verder.

Hoe vind je dit bericht? 70 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 Reageer op dit bericht

10.000 meter onder zee

 

Iemand fronste de wenkbrauwen.

Wat deed in hemelsnaam een met een zware kernbom geladen onderzeeboot op tienduizend meter diepte ?

Het grijze vaartuig gleed langzaam en geluidloos door het donkergroene water en een aantal rare en zeldzame vissen maakten ietwat angstig plaats. Met de regelmaat van een klok verlieten luchtbellen het tuig en stegen traagjes naar het zeeoppervlak.   Enkele diepzeevissen zwommen bellen achterna en hapten er speels in. Andere verwijderden zich. Aan deze bellen was fijntjes te ruiken dat het tuig een kernbom vervoerde. Wat was er verdorie gaande ? De onderzeeër zette koers naar de kust van zijn land van herkomst ….

Wat had dat te betekenen ?

Iemand fronste de wenkbrauwen nog dieper.

Was het weer een “false flag” zoals zo vaak gebeurde ? Waren die onnozelaars weer bezig met de wereld kapot te maken ?

“Wacht maar !” grinnikte iemand onhoorbaar, en naderde het tuig nog langzamer en geluidlozer dan hetzelf.

Een zware klop ging door het oorlogstuig heen en het werd ruw tegen de zeebodem gedrukt. En op die diepte kan je nu precies niet uitstappen. Er ontstond paniek aan boord. De techniek had de totale tijd voor de bom zou ontploffen op 48 uur gezet en daarvan waren er al 36 verstreken. Met alle mogelijke middelen werd geprobeerd weer vaart te maken, maar tevergeefs. Er kwam geen centimeter beweging in.

Hoe het er de volgende 12 uren aan toe ging zal ik niet beschrijven. De aangestormde Duivels maakten zich rustig grinnikend klaar om de bemanning mee te nemen. Hun kapitein op kop. En exact 720 minuten later deed het door de mens ingestelde technisch ontploffingssysteem het werk waarvoor het moest dienen. De Dood zaaien.

Na enkele minuutjes kwamen vissen toezwemmen en deden zich te goed aan de nog overblijvende stukjes vers zij het dan ook aangebrand vlees.

Met een krachtige ruk werd de grote drietand uit het zand getrokken. Die hoefde de duikboot nu niet meer klem te zetten. Die was immers aan flarden gereten.

Neptunus glimlachte genoegzaam en zette rustig zijn weg verder.

Hoe vind je dit bericht? 65 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 Reageer op dit bericht

Hij voelde zich goed

 

Hij voelde zich goed. Deze namiddag had hij voor de lol een jonge vrouw aangerand en haar dan lachend de keel overgesneden. Wat was het leven toch mooi. Morgen zou hij een vers bruidje van acht gaan afhalen. Hij verheugde zich bij de vooruitzichten. Leuk toch.

Glimlachend bewonderde hij zichzelf in de spiegel en kamde zijn zwarte glanzende haren. Zijn donkere ogen blonken en het leek net of er in de pupillen een vuurrood vuurtje brandde.

 

Hij bleef opeens onbeweeglijk staan en meende een geluid waar te nemen. Maar hoe zeer hij zijn oren ook splitste, hij hoorde niets meer dan het geluid van de stilte. Tja, dan kan gebeuren hé.

 

Hij streelde ijdel zijn gekrulde borstharen en dito zware zwarte snor.

Hij schrok toen hij ineens blijkbaar dan toch iets hoorde.

Vliegensvlug draaide hij zich om en trok tegelijkertijd tijd zijn dolk.

Maar er was niets te zien.

 

Hij begon zich nu toch wat onbehaaglijk te voelen. Hij voelde een aanwezigheid maar hij zag niemand. Wat gebeurde er toch ?

Hij trok zijn hemd aan en ging tot aan het raam. Maar behalve de mensen op straat was alles normaal. Raar toch.

Hij draaide zich terug naar binnen en bleef als aan de grond genageld staan. Hij kende die jonge vrouw. Amper een uurtje of twee geleden had hij haar vermoord. Maar dat kon toch niet.

 

“Wat die jij verdomme hier ?” vroeg hij met schorre stem.

De vrouw antwoorde niet maar trok langzaam haar sjaal van haar hoofd. Op haar keel was de open vleeswonde klaar en duidelijk te zien en haar gescheurde kledij was tot op haar benen met donker gestold bloed besmeurd.

“Ga weg beveel ik je ! Verlaat onmiddellijk mijn woning !”

Maar de jonge vrouw antwoordde niet.

Heel langzaam haalde ze een lang vlijmscherp mes te voorschijn.

“Wat denkt ge dat ge gaat doen ?” probeerde de man te schreeuwen, maar meer dan wat krassend geluid kwam niet uit zijn mond.

Traag deed ze enkele stappen tot ze oog in oog met haar moordenaar stond, bijna neus tegen neus.

De man wou gillen, maar niets kwam over zijn lippen. Lijkbleek keek hij zijn slachtoffer in de ogen. Heel langzaam hief ze haar mes omhoog zonder ook maar enig geluid te maken. Ze plantte de punt van haar wapen op de keel van haar beul.

Het gelaat van de man werd doodsbleek. Hij probeerde te smeken maar niet het minste geluid verliet zijn mond. Tergend langzaam duwde ze het wapen dieper …. en dieper …. en dieper ….

 

De politie vond het maar een rare zaak en keek stilzwijgend toe hoe de wetsdokter zijn werk deed.

 

Hoe kan een vent als een boom in zijn eigen huis nu in hemelsnaam van angst sterven ?

Hoe vind je dit bericht? 62 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

De weg naar de Hel

 

De weg naar de Hel is lang en eenzaam.

Zuchtend en kreunend sleepte ze haar lelijk vet lichaam traag en log over de

slecht geplaveide in rood gehulde weg, nu en dan pijnlijk een voet omslaand.

Haar versleten kleren absorbeerden zo goed als niets meer. Her haren

waren vet van vervuiling en in plaats van de heerlijke geuren van door haar

minnaar geschonken dure parfums verspreidde ze nu zweetachtige stank.

Bang en trillend vervolgde ze zo goed mogelijk de bijna oneindige weg,

angstig uitkijkend naar duivels die zich achter hagen en bomen verschuilden

om dan ineens luid tierend tevoorschijn te komen om met hun zwarte zweep

als razend hun vers vee af te ranselen. Tja, deze weg afleggen was niet zo’n

pretje als met een luxueuze wagen erop uit gaan en op zonnige terrasjes

cava te gaan drinken, samen met enige bordjes lekkere versnaperingen natuurlijk.

Of om te proberen hun echtgenoot te vermoorden om te kunnen

erven en maandelijks een niet te versmaden weduwenpensioen op te strijken.

Moeizaam bewoog ze zich voort, aangepord door het gehuil van andere

reizigers die, alhoewel reeds zowat kapot geslagen, nòg meer zweepslagen

te verwerken kregen. Huilend en wenend sleepte ze zich verder, gevolgd door

een tweetal grijnzende duivels, hun bebloed materiaal klaar voor gebruik.

Nog slechts bijna dode maar nog rillende karkassen lagen langs de kant

van de weg, stil en eerbiedig smekend om alstublief te mogen sterven.

Maar duivels kennen geen genade. En terecht.

 

Wie naar de Hel gaat moet maar weten dat hij er per slot om gevraagd heeft.

Die moeten maar aanvaarden wat hen te wachten staat.

Sed lex dura lex. Zo zij het.

 

Hoe vind je dit bericht? 57 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 Reageer op dit bericht

De wind huilde

 

De koude wind huilde. Ja …. ook tot in de schoorstenen die hier

en daar op de daken van de schaarse boerderijen verschenen.

Struiken bewogen woest van ene naar gene zijde en brachten

samen met de takken van de bomen een angstwekkend geluid

voort. Een dik konijntje kroop nog snel in zijn pijp en van een

mol was nog juist het tipje van zijn staart te zien.

Het water dat de beek vulde spatte wild over de rand en het

er langs lopende bospad was kletsnat.

Donder maakte schrikwekkende geluiden en de bliksem deed

zelfs de stier in de nabij gelegen boerderijstalling angstig ineen

krimpen. De koeien durfden niet meer te loeien, alleen paarden

waagden zich aan een zenuwachtig gehinnik.

 

De Weergoden waren kwaad. Amper een uurtje geleden had

een gefrustreerd onverlaat voor de lol enkele kleine konijntjes

neergeschoten en dan doodgestampt. Zo maar. Volgens zijn

soort dienen personen zoals hij baas over de wereld te zijn en

moesten alle dieren te verdwijnen, liefst door middel van

hagel of messen. En liefst op een zo pijnlijk mogelijke manier.

 

De man die zichzelf ‘de boze jager’ noemde grinnikte. Hij nam

zijn geweer en keek zorgvuldig of het wel geladen was. Toen

stond hij op en kleedde zich dik en warm. Laarzen en een

lederen hoed vervolledigde zijn uitrusting uiteraard met een

lading reservekogels. Hij stapte naar buiten en trok met een

klap de voordeur dicht. Zijn hoed tot op de oren getrokken en

zijn wapen in aanslag begaf hij zich het beboste gedeelte van

het landschap in. Daar zaten nu immers de dieren verscholen.

 

Het laatste wat hij nog hoorde was een stem die riep

: “Ik heb hem Lowie ! En ik denk dat het een everzwijn moet

zijn. ’t Lijkt me nogal ne grote ! Da wordt smullen zeg !”

Toen sloot hij voor altijd de ogen en werd het weer stil in

het bos.

 

De Weergoden glimlachten.

Hoe vind je dit bericht? 61 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Verboden verhalen

↑ Terug naar de berichten