Naar de inhoud

Verboden verhalen

akke.beakke.be

Archief

Dorp zonder Naam

  

“Orders uitvoeren ! En geen ‘jamaar’ ! Begrepen luitenant ? Ingerukt !”                                                              “Tot uw orders kolonel.” luidde het antwoord stil.

Met een zwaar gemoed stapte de officier naar het kwartier zijner soldaten en onderofficieren.                             Het ‘Dorp zonder Naam’ moest door zijn parachutisten ‘veroverd’ worden en volledig worden uitgeroeid. De kolonel wou geen overlevenden.

Het bevel werd door de manschappen op luid gejuich onthaald.

Ze wisten wat ze zouden mogen doen en verheugden zich daar al op. Tegen het vallen van de nacht diende alles en iedereen afgeslacht en dat betekende veel plezier en geen getuigen.

De luitenant voelde zich bij het horen van hun vreugdekreten misselijk worden. Was dat die ‘propere oorlog’ die men hem beloofd had ? Walgelijk. Hij verwijderde zich en legde zich te rusten. De dag van morgen zou verschrikkelijk worden.

De zon kwam langzaam aan de einder tevoorschijn.                                                                                              “Waar is de luitenant, verdomme ?” brieste de kolonel toen hij bij het appel zijn ondergeschikte niet kon ontwaren.

“Die ligt op de ziekenafdeling met meer dan 41 graden koorts kolonel !” riep een in de houding springende sergeant luid.

“Grrrrrr …. ’t Is altijd iets met hem. Ik zal meegaan en zelf het bevel voeren. Allen in het vliegtuig !! ” In een minimum van tijd bevonden de enthousiaste militairen zich in het toestel en werd het bevel tot opstijgen gegeven.

Na zo’n half uurtje vliegen kwam het dorpje in zicht. De wapens werden nog een laatste keer nagekeken en sommigen grinnikten bij de gedachte van wat ze straks allemaal zouden mogen doen. De sfeer was goed. Toen het groene licht begon te branden stonden ze recht en gingen in een lange rij in de richting van de open deur staan. Na een kort bevel sprongen ze een na een snel uit het vliegtuig, de kolonel als laatste.

Toen alle valschermen open waren en de aanvallers door het gesloten wolkendek zakten openden op de begane grond geheel onverwacht een groot aantal zware mitrailleuses het vuur. De paniek bij de parachutisten was groot en hun gegil overstemde de motoren van het zich traag verwijderende vliegtuig. Zonder enige uitzondering waren ze allen door zware kogels doorzeefd nog voor ze op de grond landden. Als laatste kwam de bevelvoerder van deze aktie beneden. Zijn linkerbeen was onder de knie geheel in flarden en zijn buik was één grote open wonde. De harde smak waarmee hij op een bajonet terecht kwam was het laatste wat hij voelde.

De mooie glimlach van een verpleegster was het eerste wat de luitenant bij zijn ontwaken in het ziekbed te zien kreeg.

 

Hoe vind je dit bericht? 45 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 16:17 Reageer op dit bericht

De Schande van Vlaenderen

  

De Schande van Vlaanderen.

Het is koud. Nou, wat dacht je ?
Daar is het dan ook winter voor.

De dagen gaan open en toe zoals de voorbroek
van een pater die teveel trappist gedronken heeft,
en de donkere wolken beletten reeds dagen de zon
om ook maar één straaltje warmte door te laten.

In een klein, duister rijhuisje in Gent
zit een arme man in een doorgezakte zetel,
gehuld in twee dingen die ooit dekens zijn geweest,
in een vruchteloze poging om zijn oude knoken
toch maar enigszins te kunnen verwarmen.

De kleine, roestige stoof staat leeg en koud,
waarschijnlijk hopend op betere tijden.

Aan het lage lang geleden eens wit geschilderd
plafonnetje hangt aan een dunne elektrische draad een
gloeilamp die spaarzaam een beetje licht verspreidt.

Tja, véél licht heeft de oude man ook niet nodig.

Benevens een ingezakt koertje met een piepklein wc-hokje
dat ooit nog door de dappere soldaten van
de Duitse keizer Wilhelm de Tweede werd gebruikt,
is deze plaats de enige ruimte die zich onder het
als slaapkamer dienstdoend zolderkamertje bevindt.

Het is kerstavond.

Buiten klinken voor de man niet te begrijpen stemgeluiden,
afkomstig van buren die
zich met de wagen naar een restaurant begeven.
Autoportieren slaan dicht, een motor slaat aan,
een duur voertuig rijdt weg.

Binnen in het huisje is er ook een geluid.
Een geblutste wekker, vele jaren geleden zwart van kleur geweest,
zegt eentonig

tik .... tak ....
tik .... tak ....

De bejaarde man staart bewegingsloos voor zich uit.
Zijn vochtige adem, die als een wolkje fijne mist van
tussen zijn bleke lippen komt,
is het enige dat erop wijst dat hij leeft.

Nou ja, leeft ....

De man heeft zin in koffie. Goeie, warme koffie.
En als het even zou kunnen, met een stukje chokolade erbij.
Maar ja, het vuur brandt niet en, trouwens,
het pakje koffie is toch op.

En chokolade,dat is iets voor als zijn OCMW-dossier
ooit eens in orde komt.

Ge weet nooit.
Hoop doet leven .... zegt men.

Als ge  maar op de goeien stemt .... natuurlijk ....
Als ge maar de juiste politieke lidkaart hebt.

Of als ge maar illegaal zijt ....

Maar de arme man heeft geen geld om een
politieke lidkaart te kopen ....
En zonder politieke lidkaart raakt zijn dossier niet in orde ....

Het is koud. Nou ja, wat dacht je ?
Daar is het dan ook winter voor.

Maar daar heeft de arme, oude man geen last meer van.

Hij is uit de zorgen !
Hij is verhuisd !

Hij woont nu dáár waar de staart van de radijs begint.
Niet meer gehuld in zijn oude versleten dekens, neen.
Hij kreeg van de overheid een mooie, nieuwe plastieken zak,
groot genoeg om hem hélemaal in te steken!

En dát nog vóór de verkiezingen !

En zónder politieke lidkaart.                 

Hoe vind je dit bericht? 48 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 16:02 Reageer op dit bericht

Marieke's kerstmis

  

Marieke"s kerstmis

Ze glunderde.
Voor haar tachtigste verjaardag had ze van haar
achterkleindochtje een wenskaart en een aankoopbon
in het warenhuis in de buurt ten gelde te maken
gekregen. Het kind had haar dus niet vergeten.

Haastig trok ze haar versleten mantel over haar
schort en deed haar te grote schoenen aan haar
aan voetjes. Het had wat gesneeuwd en de straat
zou wel glad liggen.

Ee uurtje of zowat later kwam ze in haar klein
schamel huisje en haalde een grote smakelijke
biefstuk uit haar oude boodschappentas. Het was
sinds de dood van haar man veertien geleden dat
ze nog vlees gegeten had. Dat was voor haar immers
veel te duur. Zachtjes kwamen twee tranen in haar
oude ogen toen ze naar het geopend pak dat voor
haar op de keukentafel lag keek en dankte in gedachten
de milde schenkster die dit mogelijk maakte.

Ze voelde een tikkeltje wroeging dat ze die
delikatesse niet voor kerstavond kon bewaren,
maar Marieke kon zich geen koelkast veroorloven.

Bij het licht van een kaars at ze haar maaltijd :
lekker vlees en een hap oud brood.

Die avond ging ze voor het eerst in lange jaren
met een rustig gemoed én een gevulde maag slapen.

Het was kerstavond. Marie lag in haar dun en te
groot slaapkleed op haar bed. Boven de dunne en
zowat afgedankte dekens. Ze lag er vreedzaam.
Haar gelaat had een perkamentachtige kleur en ze
had haar voeten bloot.

Op de keukentafel lag een brief die ze die ochtend
van 't een of ander ministerie had ontvangen :

Mevrouw, via uw klantenkaart bij het warenhuis
waar u reeds tweemaal enige boodschappen deed
noteerden we dat u er onlangs een grote en dure
biefstuk kocht.
Gezien uw inkomen kan u zich dit niet veroorloven.
Wij gaan er dus vanuit dat u benevens uw uiterst
minimum inkomen een nevenberoep uitoefent en zulllen
uw pensioen halveren.
Dit zal gebeuren met een terugvordering a rato van
vijftig procent van de u overgemaakte gelden en
dit over de laatste drie voorbije jaren, uiteraard
vermeerderd met intresten en kosten.
U krijgt eerstdaags de rekening en u zal binnen de
acht dagen dit bedrag dienen te betalen.
Zoniet zal een gerechtsdeurwaarder uw inboedel in
beslag komen nemen.
Hoogachtend.

Op haar nachtkastje stond een leeg potje gif en
een half glas leidingwater.

Vermoedelijk zal aan de hand van haar klantenkaart
worden nagegaan of ze zich dat produkt wel had
kunnen veroorloven.

Hoe vind je dit bericht? 48 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 15:47 Reageer op dit bericht

Illegaal vissen

  

Het schip lag stil op enige tientallen zeemijlen van de kust te dobberen. Met tussenpozen van vier minuten gooide het een bom        af die op een vooraf bepaalde diepte ontploft. En op die diepte zwemmen vissen van een welbepaalde begeerde soort.

Na elke explosie kwamen dode en zwaar gekwetste vissen bovendrijven en werden uit het water geschept. Geld lonkte.

Zonder voorafgaand signaal of enige merkbaar teken bleven eensklaps van de laatste vier dieptebommen de ontploffing uit.          Op het schip begreep men er niks van.

Opeens kwamen met grote snelheid de vier bommen uit het water tevoorschijn en vielen met een harde slag op het dek neer. Alvorens de bemanning van hun verbazing kon bekomen ontploften ze alle vier. Binnen de minuut was het schip met inbegrip van      de bemanning inclusief de kapitein naar de kabeljauwkelder.

Enkele tientallen meter onder de waterspiegel zwom een grinnikende Neptunus.

"Denken die zielepoten nu echt dat wij hier beneden geen basket kunnen spelen, de idioten ?” morde hij.

Hoe vind je dit bericht? 41 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 10:36 Reageer op dit bericht

De aanslag

  

De zware automobiel reed aan gematigde snelheid over de weg. In het voertuig zaten vier mannen van hooguit zo’n dertig jaar en spraken geen woord. De twee op de achterbank troffen de laatste voorbereidingen aan vier explosieven die over hooguit drie kwartuur in een deze avond met feestvierende mensen gevulde zaal tot ontploffing zouden gebracht worden. Vier snelvuurgeweren werden een laatste maal nagekeken. Acht handgranaten werden onder de inzittenden verdeeld. Alle snelheidsbeperkingen en verkeersreglementeringen werden uiterst strikt gerespekteerd en langzaam reden ze voorbij twee politieagenten die als bij toeval snel het hoofd afwendden.

Het was nu helemaal donker en toen ze het park in reden kwamen ze in een dikke mist terecht. Het voertuig reed nu uiterst langzaam en voorzichtig. De zichtbaarheid was tot minder dan één meter herleid. De muziek die tot nu toe de wagen had gevuld stopte abrupt en de radio viel uit. Zowat tegelijkertijd doofden ook de autolichten en de bestuurder reed nu noodgedwongen stapvoets in eerste versnelling. Hij gromde en formuleerde in een niet plaatselijke taal enkele krachtige vloeken.

Ineens viel de motor uit en een doodse stilte vulde de ruimte. De chauffeur duwde op de rem maar de wagen reed traagjes verder. Hij probeerde zijn raam te openen maar kreeg er niet de minste beweging in. Een begin van paniek maakte zich van de mannen meester en brutaal poogden ze hun deur te openen. Vruchteloos. Alles rondom was pikdonker en niet het minste geluid   was hoorbaar. Opgesloten in hun voertuig konden ze niet anders dan angstig afwachten op wat zou komen.

Toen ’s ochtends vroeg de mist optrok was en de zon boven de bomen kwam kijken was er in gans het park geen auto meer te zien.

In de loop van de namiddag kwam de civiele bescherming met een takelwagen een zware wagen uit de donkere diepte van de   vijver boven halen. De vier afschuwelijk toegetakelde inzittenden vertoonden over hun ganse lichaam sporen van kokende olie.

Een in een lange zwarte mantel en dito hoed geklede man keek van op afstand toe en knikte bijna onmerkbaar met het hoofd.

Hoe vind je dit bericht? 40 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 14:40 Reageer op dit bericht

Een hoopje as

 

Twee politiemensen begeleidden de veroordeelde vrouw uit de zaal.  Ze weende stil en kon vanwege haar handboeien niet eens een zakdoekje nemen. Vanuit het publiek keek haar man met lede ogen machteloos toe. Hij wist dat ze onschuldig was maar met zijn getuigenis werd geen rekening gehouden. Die paste niet in het kraam van de gebeurtenissen. Hun zesjarig dochtertje keek niet-begrijpend naar haar moeder die werd weggevoerd. Het kind begreep er niets van. Haar mama had toch niets misdaan …. Maar ook daar werd geen rekening mee gehouden. Men had een veroordeling en daarmee basta. En in staten zoals Fascististhan was zulks voldoende. Ook daarmee basta.

Na sluitingsuur stapte de betrokken rechter met stevige tred door de Zaal der Verloren Passen. Glimlachend hoorde hij elk zijner stappen weergalmen. Het enige wat hem stoorde was een man die hem met vurige donkere ogen onbeweeglijk leek aan te staren. Wat bezielde die ? Maar dit deel van het gebouw was voor het publiek toegankelijk en die man verstoorde de openbare orde niet. Hij versnelde ietwat zijn passen en ging op het einde van de grote zaal een gang in, richting voorbehouden parking.

Opeens schrok hij. Ietwat verder stond nog steeds onbeweeglijk diezelfde man, zijn handen in de zakken van zijn zwarte mantel.

Zijn kort gitzwart op een punt eindigend baardje leek te glanzen in de nochtans schaarse verlichting. Statig had hij in het midden van de gang plaats genomen. Het leek of hij zachtjes grijnsde. 

Toen de veroordeelde vrouw bij het binnen komen van de gevangenis bij de direkteur werd geleid fronste die zijn zware wenkbrauwen. “Waarom bent u hier eigenlijk mevrouw ?” De tot vele jaren veroordeelde zei niets. Wat had ze trouwens kunnen zeggen ? “Ik ontving een uurtje geleden een dokument waarin vermeld staat dat u vrij gesproken bent.” Hij keek de twee begeleiders aan die niet beter wisten dan naar de grond te kijken. Per slot voerden zij alleen maar een bevel uit. ”We zullen u vannacht hier houden en in principe kan u morgen tegen de middag naar huis gaan. Kan iemand u komen halen ?”

Toen ’s anderendaags het schoonmaakpersoneel van het gerechtsgebouw de gang naar de parking begon te schuren               vonden zij op het einde een hoopje nog licht rokende as.

Nooit heeft men geweten waar dat vandaan kwam.

Hoe vind je dit bericht? 39 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 15:22 Reageer op dit bericht

De dappere jager

 

Een zowat geflipte zielepoot wou de beruchtste jager van het ganse land worden. Op een dag kwam hij op het idee om op beren te jagen en vroeg zijn cafékennissen om raad. Deze kenden hem en wilden hem ietwat voor de gek houden. Ze vertelden hem dat er in de Ardennen nog vaak bruine beren gesignaleerd worden en dat die daar in grotten leven. 

"Je gaat gewoon met jouw geweer in aanslag zo’n tien meter voor de ingang van zo’n hol zitten en alles wat je moet doen is wachten tot de beer naar buiten komt. En dan schiet je.”

Dat vond hij een geweldig idee. Hij vertrok met zijn wagen zuidwaarts en reed ginds een verlaten bos in, op zoek naar een grot. Na enige tijd rondgetoerd te hebben had hij er een gevonden. Hij stapte uit, nam een stoeltje in de ene hand en omklemde met zijn andere hand stevig zijn jachtgeweer.

Op een tiental meter van het hol nam hij op zijn klein klapstoeltje plaats en hield zijn wapen schietensklaar.

Na korte tijd hoorde hij geluid uit de opening komen …. steeds maar luider en luider …. Hij grinnikte en had reeds binnenpret bij de gedachte dat hij in de krant zou komen.                

Nog héél eventjes geduld …. ….

’s Anderendaags stond op de voorpagina van meerdere kranten te lezen :

Zwakzinnige zat op een stoeltje op korte afstand van de uitgang van een tunnel. Toen de trein aan volle snelheid eruit kwam gereden schoot de man op de lokomotief. Het was helaas niet mogelijk het gevaarte te doen stoppen en de onverlaat werd aangereden. Eén hand, een voet een lege schedel en een stuk van de romp werden teruggevonden.

Over de reden van zijn daad tast het gerecht in het duister.”

Hoe vind je dit bericht? 36 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 14:34 Reageer op dit bericht

Kultuur in Fascististhan

 

Toen de vierentwintigste aanrander recht kroop en zijn broek optrok kwam een zijner kompanen lachend op het nog steeds op de bosgrond vastgehouden twaalfjarig meisje af. Langzaam trok hij een lang mes, knielde naast het kind neer en begon grinnikend tergend langzaam haar keeltje door te snijden. Meer dan wat gerochel kwam niet uit haar mondje. De jongeren keken geamuseerd toe en genoten van haar doodstrijd die nu nog zo’n vier minuten zou duren. Maar zolang was haar niet meer gegund. Een der jongens kwam met een plastieken fles bij hun slachtoffer staan en ledigde de inhoud op het licht spartelend meisje. De benzine begon te verdampen en terwijl hij snel een paar passen achteruit deed gooide hij een brandende lucifer op haar lichaampje, een bekende strijdkreet roepende, die door zijn vrienden onmiddellijk werd overgenomen. 

Hun gejuich verstomde toen ze merkten dat er zo’n tiental meter verder eensklaps een vrouw stond. Ze was in een tot op de grond reikend zwart kleed gehuld en haar al even zwarte lange haren reikten tot op haar rug. Ze was volwassen maar de gefrustreerde jongeren namen daar geen aanstoot aan. ’t Moeten per slot niet altijd tienermeisjes zijn. De dader met het met bloed besmeurd mes nog in de hand stapte op de vrouw toe. Tot zijn verbazing bewoog die niet en toonde niet eens enig teken van angst. Hij stond nu juist voor haar en duwde snel en krachtig zijn scherp wapen in de richting van haar buik. Met een onderdrukte gil duwde hij dóór het blijkbaar niet materisch lichaam en viel voorover op de grond, wat zijn vrienden blijkbaar leuk vonden.

De vrouw sprak geen woord en strekte haar rechter arm.

Op onverklaarde wijze vatte haar nu recht gekropen aanvaller ineens vuur en brandde als een toorts. De jongeren deden verschrikt snel enige stappen achteruit. Zonder enige verklaarbare aanwijzing was de vreemde vrouw ineens verdwenen. De in brand staande jongeling was nu door de knieën gezakt en kantelde langzaam op zijn zij. De groep aanranders waren nu nog wat verder achteruit gegaan en merkten pas te laat dat die vreemde vrouw nu vlak achter hen stond, haar beide armen gestrekt. De jongeren stonden als aan de grond genageld en waren voor de vrouw een makkelijke prooi. Nog voor ook maar één van hen een voet kon verzetten stonden ze allen luid gillend en dansend in lichter laaie. De vrouw keek uitdrukkingsloos toe. De ene na de andere viel stuiptrekkend op de grond en na amper één minuut was hun gegil uitgestorven. Hun dode lichamen lagen nog te smeulen en te roken.

Het nu onsterfelijk meisje was uit haar lichaam getreden en kwam langzaam op de vrouw toe. Die gaf haar zacht een hand en samen verlieten ze de plaats.

Toen beiden weg waren verschenen kleine donkere mannen, elk met een korte zwarte drietand gewapend.

Ze lachten.

Hoe vind je dit bericht? 35 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 16:02 Reageer op dit bericht

De bloempot

 

Het gerechtshof was met meerdere bloempotten per vensterbank mooi versierd. Het was lente en het hoofd van het justitiepaleis wou op de bevolking een goede indruk maken. Er stond redelijk wat wind en de nog niet volgroeide plantjes stonden te bibberen in de frisse wind. Nou ja …. Bibberen was wel ietwat zwak uitgedrukt. De voorjaarswind liet al verschillende weken van zich horen en het was raadzaam om alle ramen dicht te houden.

“Zwijg verdomme !” brieste de man van achter zijn hoge toonbank. “Als ik zeg dat dit sluikstorten is dan is dat sluikstorten, begrepen ?” “Ja meneer.” stamelde de vrouw verschrikt. “En voor sluikstorten wordt ge hier veroordeeld !” snauwde hij verder. “En daarmee basta ! Tweehonderd euro boete, plus de gerechtskosten en vier weken voorwaardelijk.” vervolgde hij, met blozende wangen van zijn machtspositie genietend. “Ge moet uw bloemen maar vastmaken. Voor mijn part aan de ketting.Ge kunt beschikken.”

Het vrouwtje kon geen woord meer uitbrengen en verliet met hangend hoofd en licht wenend de gerechtszaal.En dat allemaal omdat uit haar ene bloembak een bloem was afgeknakt en op het voetpad terecht gekomen was.

“Zaak gesloten en nu ga ik eten. Ik heb honger. Mijn eten zal thuis ver klaar zijn.” siste hij, en stond recht. Hij klopte statig het ingebeeld stof van zijn lang zwart kleed en verliet op zijn beurt de gerechtszaal.

De vrouw verliet licht huiverend het duistere gebouw, ging voorzichtig de vochtige buitentrap af en verwijderde zich. Nog geen minuutje later kwam de rechter met grote passen aangestapt en ging buiten.

Een krachtige rukwind kwam eensklaps aangezet en deed op het derde verdiep een plantenbak verschuiven. Onder druk van de ineens hevige windvlaag schoof de bak tot aan de rand van de vensterbank en verloor het evenwicht. Het stenen geval raakte de man juist in het midden van zijn schedel die met een licht gekraak barstte. Hij kwam met een harde slag onderaan de trap terecht. De onfortuinlijke bloembak zo’n meter verder.

“Waarom worden die bloembakken in hemelsnaam nu toch eens niet eens goed vastgezet ? Eén bloemensteel kan geen kwaad,” morde de bijgeroepen wetsdokter, “maar ge ziet nu wel wat er van komt als alles tegelijk naar beneden komt.”

Hoe vind je dit bericht? 30 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 14:30 Reageer op dit bericht

Een levensles

 

Ik was in Georgia, in Amerika, op een oude tot een  ressort omgebouwde slavenplantage. En het was zaterdag.                 Naar aloude gewoonte werden de gasten in de steek gelaten en gingen de yankees zich ergens vermaken.

Mijn kollega die verantwoordelijk voor Italië was en ikzelf bleven na de leegloop alleen over. Samen deden we dan maar          een ritje met de door mij gehuurde slee waar zelfs een plaatselijk sheriff vriendelijk zijn hand voor omhoog stak.

Na een aantal amerikaanse mijltjes te hebben afgemaald stopte ik het gevaarte in de graskant.

Mijn kollega vroeg ietwat verschrikt : “Wat gaat ge doen ? Ge gaat toch geen wet overtreden hé ?”

Tja, de jongen kende mij al een beetje ziet ge.

Achter in de weide aan de overkant van het baantje bevonden zich een twintigtal koeien, amerikaanse wel te verstaan.

Ik stond braaf aan de draad en bootste, voor zo ver ik dat kan, een koe na. Wie nu wil lachen mag dat natuurlijk,             maar na enige minuutjes hief een eerste dier haar kop op. Een minuutje later een tweede dier, dan een derde,                       en toen een vierde koe de kop ophief waggelde de eerste naar mij toe. Om kort te zijn, na een aantal minuten                 stonden al die koeien in een halve cirkel rondom mij. En ik maar loeien zeg …… !

En die dieren luisterden …… aandachtig ……

Toen ik terug in de wagen stapte keek mijn kollega mij met bijna koeie-ogen aan. Hij had het niet begrepen.

Toen zei ik hem :

“ Ik heb je een les geleerd.

Ik heb je getoond dat het mogelijk is om met iedereen te

konverseren …… op voorwaarde dat je bereid bent om je op

het niveau van de andere te plaatsen.”

Ik denk dat héél véél hooggeplaatste domoren

- van àlle soorten en strekkingen –

daar een lesje aan kunnen nemen.

 

Hoe vind je dit bericht? 32 stemmen
Geschreven door Manneke Maan om 14:33 Reageer op dit bericht

Meer van Verboden verhalen

↑ Terug naar de berichten