Protestantse kerk

Protestantse kerk
TOTO en Dirty Duck
Protestantse kerk
Vorige zondag hoorde ik in de verte gezangen die me merkwaardig bekend voorkwamen. Saar en Willy werden erbij geroepen. Na enkele tellen kwam er een glimlach op Willy's gezicht. "Kerkliederen!" zei ze.
Toch enigszins in verwarring door deze religieuze uittocht en de stilte die erop volgde heb ik onze (katholieke?) kerkhaan diep in de ogen gekeken en hebben we ons samen voor het huisaltaartje geïnstalleerd, wachtend op een moment van verlichting.
Swimming in the pool
InpakstrategieNa een lange reis ben je blij dat je koffers allemaal op de lopende band liggen in de luchthaven van bestemming. Je denkt dat je alle hindernissen met verve hebt genomen en dat alleen nog het vinden van een taxi als uitdaging overblijft. Think again!
Je hobbelt met het volgeladen karretje richting 'Exit' en dan denk je 'Shit, ik moet nog voorbij de douane!'. Vaak hangen er dan groen of rood oplichtende bordjes met respectievelijk 'Nothing to declare' en 'Goods to declare' en kies je als brave toerist voor het groene bordje. Heb je niet te veel koffers en zie je er een beetje betrouwbaar uit dan kan je zo richting taxi's.
In Denpasar zijn de rode en groene bordjes nergens te bespeuren. In de plaats daarvan een legertje geüniformeerde en streng kijkende ambtenaren die jou en je karretje bekijken met dollartekens in de hebzuchtige ogen. Of je niets hebt aan te geven: voedingsprodukten, alcohol, sigaretten, ...? 'Neen hoor, alleen personal stuff' zeg je dan, toch een beetje onzeker want je weet maar nooit wat in dit land allemaal mag en niet mag. Toch willen ze dan dat je een koffer openmaakt om er dan naar hartelust en met merkbaar genoegen in te kunnen graaien. Alles wat er schoon uitziet beschouwen ze automatisch als nieuw en dus in aanmerking komend voor gepeperde invoerrechten. Je mag dan weer palaveren en zoeken naar krasjes of tekenen van gebruik om de douanier ervan te overtuigen dat je die haardroger echt al jaren hebt.
Om in Indonesië, en waarschijnlijk in heel wat van de omliggende landen, dit stresserend intermezzo zo snel mogelijk achter de rug te hebben volstaat een eenvoudige strategie. Ten minste als er een vrouwelijke medereiziger aanwezig is.
Primo: Laat haar het woord voeren bij de inspectie van de koffers.
Secundo: Zorg er bij het inpakken van de koffers voor dat er bovenaan steeds een heleboel lingerie ligt. Gooi daarom nooit oude slipjes en bh's weg. Bewaar die, speciaal voor dit soort gelegenheden.
Tertio: Zodra de koffer opengaat zorg je er, als woordvoerster voor niet te dicht in de buurt van de koffer te staan en negeer je straal elke hint om de inhoud van de koffer te beroeren. Je kijkt de beambte ook zo direct mogelijk aan. Je zal merken dat zijn enthousiasme om in de koffer te graaien tot dichtbij het nulpunt daalt op het moment dat hij de bh's en slipjes in het oog krijgt. Die werken als zovele stopborden en gevarendriehoeken op 's mans schaamtegevoel dat hij de koffer nog nauwelijks een blik waardig keurt, zeker niet wanneer de vermoedelijke eigenares van die niemendalletjes hem diep in de ogen blijft kijken.
Je zal merken dat het werkt.
p.s. Reis je als man alleen, vervang dan in de boven beschreven strategie enkele details:- ga juist heel dicht bij de beambte staan. - vervang de niemendalletjes door een laag, schijnbaar ongewassen, want verkreukte, onderbroeken.
Terug in Ubud
Upacara en meer
'Upacara' betekent 'Ceremonie'. Elk half jaar zijn er grote feestelijkheden in de tempels over heel Bali. De voorbereidingen worden volop getroffen en je ziet veel mooi geklede dames met allerhande interessants op het hoofd in het straatbeeld. Ik vermoed dat je hier geen status ontleent aan de cilinderinhoud van je auto, maar aan de hoogte van de toren met offergaven die je vrouw, op het hoofd, naar de tempel draagt.
en. Na een bezoek aan de Bintang supermarkt en Bali Buddha voor lekker brood, vroegen we de chauffeur de resterende tijd te besteden aan sightseeing in de buurt van Ubud. Hij bracht ons naar het dorpje Tegenungan om een waterval te bekijken.
Engelse les
Vaak heeft ze één of andere smoes om het begin van de les uit te stellen. Ze moet dan nodig afwassen of strijken of ze wilde net douchen.
Het leven zoals het is: Ubud
Het regenseizoen was aangebroken en we werden in de vroege ochtend gewekt door een bulderende donderslag en daarna een tropische stortbui. Gezellig slapen is dat en het geeft bovendien groene rijstvelden en mooie wolkenluchten.

Hij bleek dat niet te kunnen wat hem op een meewarig lachje van Willy trakteerde. In Allang kunnen alle jongens dat namelijk. Komang dus naar de buren om de hulp in te roepen van zijn vriend die daar tuinman is. Die bleek dat wel te kunnen. Kost: 10.000 Rupiah. Voor die prijs haalde hij dan wel al de noten uit de boom. Hoewel de vraagprijs €0.77 is en zo'n boom een metertje of tien hoog, vond Willy dat schandalig duur. Bovendien kan je kelapa muda maar één dag bewaren en hadden we geen zin om elk 5 kokosnoten te eten
. De deal ging dus niet door. Saar's oog viel toen op de kleine bananenplantage die achter de muur is ontstaan, op het stuk grond waar we voor onszelf gaan bouwen. Ze vroeg aan Komang of hij een tros rijpe bananen wilde gaan halen. Dat bleek onmogelijk. De rijpe trossen waren meegenomen door onbekenden, gestolen dus. Het zou gebeurd zijn voor wij in de villa aankwamen. Potverdorie! En dan maar offertjes brengen en ceremonies bijwonen. Telkens ik vanaf nu een trotse Balinese zal zien lopen met een stapel offers op haar hoofd zal ik aan onze bananen moeten denken. Potverdorie nog 's an toe zeg!
Offertjes = Banten
We betalen 200.000 Rupiah per maand voor de offertjes die twee maal per dag gelegd worden op verschillende plaatsen in het huis. Foto links : het altaartje in de huistempel. Onderaan van links naar rechts: de altaartjes in de hal, de keuken en de balé bij het zwembad. De offertjes zijn kleine gevlochten schaaltjes met daarin bloemen, rijst, wierookstokjes enz. Ze worden neergezet op belangrijke plaatsen; zowel in huis als buiten. De goden worden zo bedankt of om bescherming gevraagd. De kwade geesten worden op die manier geweerd.
Willy en Carrefour
Vandaag is Willy, Saar's nicht, aangekomen in Bali. Als het proefverblijf haar bevalt, wordt ze onze inwonende huishoudster zodra we naar Ubud verhuizen.
We haalden haar af in Denpasar Airport waarna het linea recta naar Carrefour ging. Er moest een basisvoorraad worden ingeslagen van zowat alles wat je je maar kan voorstellen.Op een bepaald moment liepen we alle drie met een gevulde kar rond. Voor Saar is dit waarschijnlijk een leuk uitstapje. Mij doe je echt geen plezier met dit soort dingen. En dan druk ik me zacht uit. Kortom een dag zonder veel geschiedenis.
Bij aankomst wilde ik me vrijgevig tonen door, bovenop de afgesproken 350.000 Rupiah voor 10 uur, een supplement te betalen van 30.000 omdat we wat later dan 19:00 thuis aankwamen en nog eens 10.000 omdat de chauffeur een aantal keer parkeergeld had moeten betalen. De beste man was echter helemaal niet blij met mijn voorstel en eiste 55 dollar. Ik hield voet bij stuk waarop hij nodig iemand moest bellen. Dat gaf me de tijd om de brochure op te snorren aan de hand waarvan Saar had geboekt.
Toen hij die brochure onder ogen kreeg was de zaak snel duidelijk. Het bleek de versie in Bahasa Indonesia voor Balinezen te zijn die Saar op de luchthaven had meegenomen. Voor toeristen bestaat er een Engelstalige versie met andere prijzen.
$55 is namelijk 506.000 Rupiah.
Hij was zonder morren akkoord met de afgesproken prijs. Foto: Pura Gunung Sari, de tempel naast ons huis.
Aankomst in Villa Sabandari
Meeting in Sayan
We logeren in ons laatste hotel, 'Villa Sanggingan', in Ubud. Daarna kunnen we eindelijk naar 'Villa Sabandari' en is het afgelopen met betaalde logies. Het einde van de Ramadan legt het openbaar leven hier gedurende een week lam. Er wordt daarom veel gereisd en de hotels die we contacteerden waren volgeboekt. Joost van Grieken, onze architect, kende 'Villa Sanggingan' en reserveerde er voor ons een eenvoudige kamer met 'Valley view' en zicht op Mount Agung, een voor de Balinezen heilige vulkaan. 350.000 Rupiah, breakfast en taxes inbegrepen. Dat is omgerekend €27 per nacht voor een twee persoonskamer met AC. Een goeie deal dus.
Gestrand in Ujung Pandang
Na veel aandringen kregen we iemand van de staff te spreken die met de directie de zaak ging bekijken. Resultaat: nul komma nul. Geen enkele compensatie. Bij Garuda boekten ze ons op de vlucht naar Denpasar van de volgende dag om 16:45. Dit echter niet zonder een toeslag aan te rekenen van 420.000 Rupiah omdat er alleen nog plaats was in een hogere klasse. Ze boekten wel voor ons een hotelkamer en zorgden dat we werden afgehaald op de luchthaven.
Moe en nog boos kwamen aan in het Transithotel, ongeveer 10 minuten van de luchthaven. Kost van een VIP-room: 160.000 Rupiah, inclusief ontbijt en airporttransfer. €12,30 dat viel dus mee! De VIP room viel iets minder mee... Het rook er muf, de lakens en de kussenslopen waren vies, er was geen raam, de WC spoelde niet door, geen toiletpapier en geen warm water.
Ik troostte mezelf met de gedachte aan een frisse pint, wat eten en vroeg slapen. Saar bestelde miesoep en water. Ik nog maar eens nasi goreng en een Bintang besar (grote fles lokaal bier). Er werd een mannetje op uit gestuurd om het bier te gaan kopen want dat hadden ze niet in het hotel. Die kwam na een kwartier terug met de melding dat er geen bier te koop was door de Ramadan en dat het hier een moslimland was. Mijn stemming, die al niet bijster goed was, zakte nog een aantal punten. Ik zei "Ik ben hier wel de gast hoor en ik ben geen moslim. Ontvangen jullie op deze manier jullie gasten?" De beste man putte zich uit in verontschuldigingen, gaf het geld terug en verdween. Appelsap dan maar. Potverdorie nog eens aan toe zeg!
Nu ja, slapen zou wel soelaas brengen. In de andere kamers werd TV gekeken met de deur open zodat je gratis kon meegenieten van de gillende stemmetjes van de stripfiguren en de gevarieerde vibraties van uit allerlei lichaamsopeningen ontsnappende gassen. Saar bleef zo lang mogelijk in de lobby, of wat daarvoor moest doorgaan, om te kunnen roken en omdat ze de geur in de kamer niet kon uitstaan.
Om een uur of 6 werd ik wakker door een vrouw die, het leek wel vlak naast mijn oor, riep "Joop! Joop! bangung! harus pulang" (Joop, Joop, opstaan, we moeten naar huis). Ik draaide me boos om en probeerde opnieuw te slapen. Je kon immers ontbijten tot 9 uur. Even later: luid geklop op de deur. Na wat geschreeuw van onze kant hield het op maar ging door op de andere deuren in de gang. We waren serieus in de aap gelogeerd in dat f**king Transit Hotel!
Omdat ik toch niet meer kon slapen besloot ik dan maar op te staan en te 'douchen". Dat wil zeggen, koud water in een plastic emmer laten lopen en met een schepje over je heen gooien. In was daar net mee bezig toen er weer op de deur werd geklopt. Ik dacht "En nu is het ù$§
genoeg geweest!!" en trok de deur open, resten tandpasta rond mijn mond en op de borst en gekleed zoals men meestal is bij het douchen. Eén van de hotelbedienden stond voor de deur met een dienblad waarop: twee koppen thee en 4 broodjes, verpakt in plastic: ons ontbijt. Toen de man mij zag, begon het dienblad synchroon met mij te beven. Het zal wel niet van woede geweest zijn. Saar riep kwaad in het Maleis "we eten straks beneden!". Naar de grond kijkend droop de arme man af. Het waren vriendelijke mensen die hun best deden jammer genoeg "Wrong place and time".
We ontvluchtten het hotel rond negen uur en reden naar de luchthaven waar we om 9:15 toekwamen. Een telefoontje naar het reisbureau in Denpasar leerde dat we niets konden claimen en geen klacht konden indienen. Dit is Indonesia. Onze vlucht is om 16:45, nog maar zeven uurtjes wachten.
"We make people fly"!!!??? "We make people cry" zou toepasselijker zijn in hun geval.
Het begin van het einde?Het beklimmen van de trap naar het huis van Njong Pai was moeilijk. Vooral voor de ademhaling dan. En voor de zweetklieren. Al bij al viel het voor de benen en de rug nog mee.
Het afdalen was andere koek en dat had ik niet verwacht.
Voor we het huis van Bu Minggus bereikten, voelde ik een raar gevoel in mijn linkerbeen. Of er geen kracht meer inzat. De korte pauze tijdens het bezoekje aan de weduwe van Bu Minggus loste het probleem niet op. Het werd alleen maar erger en ik moest me met m'n linkerhand vasthouden aan het muurtje, aan de zijkant van de trap. In m'n rechterhand een wandelstok.
Ver voor mij zag ik Saar, Willy en nog een aantal mensen. Niemand keek om.
Njong Pai bleef in mijn buurt en werd ongerust. Ik ook.
Eindelijk beneden liet ik aan Saar weten dat ik een verlamd gevoel had in mijn linkerbeen.
Er was een auto besteld die ons terug zou brengen naar Latuhalat. We stopten eerst bij het graf van Bu Minggus en daarna bij dat van Oma Tua.
De graven liggen vlak naast de weg. Oma Tua's graf ziet er onverzorgd uit. Een opschietende bananenboom heeft zich door het dakje van gevlochten gras geboord dat boven het graf is gemaakt.
Het uit- en in de auto stappen kostte me veel moeite.
We namen afscheid van Njong Pai en reden door naar Ambon om daar wat te eten. De chauffeur raadde restaurant 'Barcelona' aan. Hij stopte aan de overkant van de straat.
Ik werd ondersteund om de straat over te steken. Door wie weet ik niet. Ik was teveel met mezelf bezig en met een krampachtige poging om met dat half verlamde linkerbeen het restaurant te halen.
Bij het opstappen van de stoep lag ik plots op de grond.
Mijn rechterbeen had het ook begeven en de helpers konden me niet tegenhouden.
Er werd gegild en gesleurd om me weer overeind te krijgen. Dat lukte op één of andere manier en ik werd naar een stoel gesleept/gedragen, half strompelend.
Het was of iemand een schakelaar had overgehaald. Het ene moment stond ik nog, zei het niet erg stevig, en een tel later lag ik tegen de vlakte.
Het duurde even voor ik me realiseerde dat dit mogelijk de eerste stap geweest was in het aangekondigde verlammingsproces.
Een specialist van het Universitair Ziekenhuis in Gent heeft me in juni 2006 al laten weten dat de problemen met mijn ruggenwervels vroeg of laat kunnen/zullen leiden tot verlamming door het afknellen van het ruggenmerg tussen de lumbaalwervels L2 en L3.
"Zou dit het begin van het einde zijn?" vroeg ik aan Saar.
Ik hoopte op een relativerende opmerking maar ze keek me bedrukt aan en zei dat ze dit beangstigend vond.
We bestelden enkel te drinken en reden daarna door naar Latuhalat.
Het was donker in de auto. Niemand heeft die paar tranen gezien.
Bij het uitstappen zakte ik weer in elkaar, ditmaal nog in de auto.
Het duurde maar even. Met behulp van een aantal sterke armen werd ik naar de kamer gebracht en op bed gelegd.
De anderen gingen eten in een hotel in Amahusu. Ik bleef achter met mijn gedachten.
Misschien was ik alleen maar onvoorbereid en zonder conditie aan de afdaling begonnen en was het louter een spierprobleem? Vermoeidheid?
Met die gedachte raakte ik in slaap.
De volgende ochtend ging het lopen redelijk.
Een paar dagen later leek het of deze episode nooit had plaatsgehad.
Ik houd het op vermoeidheid; daar valt mee te leven.
Welkom!
We starten een klein hotelletje in Ubud, Bali, Indonesië. Hoe we daartoe kwamen en hoe het zich ontwikkelde wordt in deze blog beschreven.
Daarnaast ook wat anekdotes en verhaaltjes over de alledaagse belevenissen ter plekke.
Het meeste recente bericht staat steeds boveneen. Wilt u alles in chronologische volgorde lezen, dan begint u best bij het oudste bericht. Veel leesplezier!
Allang
Allang is het geboortedorp van de ouders van Saar en er wonen nog flink wat dichte en minder dichte verwanten.
Je wordt al snel 'oom' genoemd door wildvreemde mensen. Daarom is het allemaal soms wat verwarrend.
Willy Sipahelut, een achternicht van Saar, kwam ons afhalen in Latuhalat zodat we niet zelf moesten zoeken welke bemo (een klein busje) we best namen. Het werd een groene bemo met nummer 18 tot Ambon Terminal en dan een wat groter, erg lawaaierig busje tot in Allang. Kost van dit transport: verwaarloosbaar, terwijl het toch circa honderd kilometer is. Het is echter het vervoer van de lokale bevolking en die kunnen zich geen duur transport veroorloven.
Je moet er dan wel de 'couleur local' bijnemen.
Harde banken, propvol mensen, veel motorlawaai en uitlaatgassen, afgeleefde vering, traditionele airco (= alleraampjes open), onderweg stoppen om vis te kopen, claxoneren voor alles wat op de weg loopt, afremmen voor spelende kinderen, honden, hanen, runderen enz., diepe putten in de weg, in eerste versnelling een berg op ratelen tegen 15km/uur, medepassagiers die gewoon buiten de auto aan het bagagerek hangen, of het de gewoonste zaak van de wereld is, en zo verder.
Reis naar Ambon
Opstaan om zes uur, uitchecken uit Puri Santrian, taxi om zeven uur en rond kwart voor acht waren we in de luchthaven van Denpasar.
We vlogen eerst met Garuda, de nationale luchtvaartmaatschappij, naar Ujung Pandang, dat nu officieel Makassar heet. Niemand schijnt echter die naam te gebruiken. Een Boeing 737, netjes, een klein ontbijtje en een rustige vlucht. Omdat we van airline veranderden voor de aansluitende vlucht naar Ambon, moesten we de bagage opnieuw inchecken in Ujung Pandang.
De maatschappij heette 'Lion Air'.
"Vast een zusterfirma van 'Ryan Air' met een Chinese eigenaar" grapte ik tegen Saar.
Had ik beter niet gedaan.
De passagiers voor andere vluchten werden keurig geïnformeerd dat "... passengers for flight GA752 with destination Manado are requested to board at Gate number 15" of iets dergelijks. Bij Gate 14, onze Gate, begon een man in uniform rond boarding-time gewoon keihard te roepen "AMBON!!!, AMBON!!" en iedereen stoof naar de deur.
In plaats van een k*tszakje vond ik dan ook nog een foldertje met schietgebeden voor een veilige landing in Islam-, Protestantse-, Katholieke-, Hindoe-, en Boedhistische versie.
In geen tijd zaten we in zijn airconditioned auto en reden richting Latuhalat, een ritje van 65 kilometer rond de baai van Ambon, dat een uur zou duren. Ambon leek ons erg veranderd sinds ons vorige bezoek in 1996. Veel meer bromfietsen en becaks en nog hectischer verkeer. Veel uitgebrande en verlaten huizen of kerken en moskeeën die werden 'gerenoveerd' zoals onze chauffeur het noemde. Het leek er eerder op dat ze van de grond af terug waren opgebouwd. Allemaal herinneringen aan de bloedige onlusten van een aantal jaar geleden.
Fendi
Nasi Campur
end 6 euro. Het was Nasi Campur, zeg maar een mini rijsttafel, voor drie personen. Als je leeft zoals de lokale bevolking hoeft alles hier echt niet duur te zijn.