Dinsdag 7 augustus 2007
Wijn en bier.

Wijn bestaat al van sinds men de druif kent. En waarschijnlijk bestond er daarvoor reeds vruchtenwijn. De Babyloniërs zijn de de uitvinders van het bier, leve die Babyloniërs dus. De Oude Grieken hadden zelfs een god die biezonder bevoegd was voor de wijn: Dyonisos. Bij de Romeinen was dat Bacchus, wiens naam met decadentie is verbonden.In die tijd gebruikte men zure wijn overigens ook al om zijn ontsmettende eigenschappen.
In het Nieuwe Testament wordt het eerste door Jezus verrichte wonder beschreven, waarbij hij water vranderde in wijn.(Joh 2: 3-10). Ze moeten daar met velen geweest zijn en een flinke dorst hebben gehad, want als je dat bij Johannes narekend - zes stenen kruiken elk met een inhoud van twee of drie metrieten', een metriet (Griekse inhoudsmaat) zijnde 40 liter, komt men al vlug op 480 tot 720 liter wijn, buiten hetgeen ze al binnen hadden dan. Verder gebruikte diezelfde Jezus tijdens het Laatste Avondmaal naast brood ook wijn .Blijkbaar was Jezus geen droogzak zoals de zichzelf tot broeders van Jezus benoemde 'beleidvolle slaafklasse' van het Wachttorengenootschap.

