de titanic

| Titanic | ||
|
De bouw
In het begin van de 20e eeuw wilden veel mensen van Europa naar Amerika om er een beter leven op te bouwen. Omdat in die tijd alleen met een schip overzeese gebieden bereikt konden worden en om aan de grote vraag te kunnen voldoen moest men steeds grotere schepen gaan bouwen. De White Star Line, een Britse scheepsmaatschappij begon op 31 maart 1909 met de bouw van de Titanic. Twee jaar later, op 31 mei 1911, werd de Titanic in Belfast te water gelaten. De Titanic was het pronkstuk van de maatschappij. Op 2 April 1912 was de Titanic gereed voor een proefvaart en kreeg het een certificaat van deugdelijkheid dat een jaar geldig was. Nog dezelfde dag stoomde het schip richting Southampton om aan haar eerste reis te beginnen.
Het schip
De Titanic was een passagiersschip van 278m lang, 28m breed en bood plaats aan 3547 mensen. Per reis verbruikte het stoomschip 5344 ton steenkool. De Titanic haalde een topsnelheid van 44km/u.
Op reis
Je kon op drie verschillende manieren met de Titanic reizen.
- Het reizen in een eerste klas suite was alleen weggelegd voor de allerrijksten. Een bemanningslid zou jaren moeten sparen om één enkele reis te kunnen betalen. De eerste klas accomodaties waren zeer luxueus met twee statietrappen, een squashbaan en een nieuwtje op het gebied van oceaanreizen: een heus zwembad.
- De tweede klasse, die ook luxe genoemd mocht worden werd bevolkt door de middenklasse: kooplieden, onderwijzers e.d.
- In de derde klasse vond men de immigranten uit Europa die in de "Nieuwe Wereld" een beter bestaan hoopten op te bouwen.
Een ijsberg
Op 10 april 1912, twaalf uur 's middags verlaat de Titanic haar ligplaats om aan haar eerste oceaanreis te beginnen.
De eerste ijsmelding op zondag 14 april 1912 kwam binnen om negen uur 's ochtends. Die dag ontving de Titanic nog drie ijsmeldingen van schepen in de buurt. Het was duidelijk dat er een groot ijsveld precies op de koers van de Titanic lag. Kapitein Smith kwam om ongeveer negen uur naar de brug om de weerssituatie te bespreken. Nog nooit was de zee zo rustig. Het was windstil, de zee was spiegelglad en het was een heldere, maanloze nacht. IJsbergen zouden moeilijk te zien zijn zonder een branding in de donkere nacht. Om 22.00 uur nam eerste stuurman Murdoch de wacht over van tweede stuurman Lightoller die hem inlichtte over de sinds de middag sterk gedaalde temperatuur. In het kraaiennest keken de uitkijken Fleet en Lee al uit naar het einde van hun wacht. Het was 23.40 uur. Ze moesten nog maar 20 minuten en dan zouden ze de bijtende vrieskou kunnen verlaten. Plots zag Fred Fleet iets wat snel groter werd. Een zacht schrapend en rommelend geluid maakte duidelijk dat de Titanic een ijsberg geraakt had. Onmiddellijk stroomde water de onderste delen van het schip binnen. Zes ruimen hadden schade opgelopen. Het lot van de tot dan toe grootste oceaanstomer was bezegeld: de Titanic zou zinken.


















