9 oktober 1297 : wapenstilstand van Sint-Baafs-Vijve

9 oktober 1297 is een datum, die een plaats verdient in de geschiedenisboeken. Dan werd in Sint-Baafs-Vijve tussen de Franse koning Filips IV en de Engelse koning Edward Idoor bemiddeling van paus Bonifatius VIII het wapenbestand ondertekend dat een einde maakte aan hun oorlog om het Engelse erfland Guyenne in Zuid-West-Frankrijk. Het wapenbestand of eigenlijke wapenstilstand, dat in het Blauw Kasteelke te Sint-Baafs-Vijve werd ondertekend, wordt in meerdere historische werken terecht ook vermeld in het kader van de vrijheidsstrijd van het graafschap Vlaanderen en meer in het bijzonder het conflict tussen de Franse koning en de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre. Zonder dit wapenbestand was er mogelijks geen sprake meer geweest van de Guldensporenslag, Vlaanderen of België.
De wapenstilstand op 9 oktober 1297 werd in Sint-Baafs-Vijve onderhandeld en ondertekend door de belangrijkste Europese machthebbers van dat moment. De Franse koning Filips IV de Schone kon rekenen op zijn ridderleger, dat ongeslagen was sedert de Slag bij Bovines (27 juli 1214) en dat op 20 augustus 1297 de Vlaamse troepen nog een belangrijke nederlaag had toegediend op de vlakte van Bulskamp nabij Veurne. In het andere kamp stond de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre en zijn bondgenoot de Engelse koning. Vlaanderen gold toen als het rijkste gewest van Europa. Tussen beide kampen stond paus Bonifatius VIII, die bemiddelde met als achterliggend motief de strijdende ridders te kunnen mobiliseren voor een nieuwe kruistocht naar het opnieuw in Islamitische handen gevallen Jeruzalem.
Internationaal maakte de wapenstilstand van Sint-Baafs-Vijve een einde aan de oorlog tussen Frankrijk en Engeland om het Engelse erfland Guyenne. Het bestand leidde ook een adempauze in voor de volledige inlijving van Vlaanderen door de Franse koning, die in 1300 werd voltrokken. Na het wapenbestand van Sint-Baafs-Vijve voerde de Franse gouverneur Raoul van Nesle en vooral zijn veldheer Guy van Saint-Pol een ongenadige repressie tegen de Klauwaards in het bezette deel van Vlaanderen (dat bijna samenviel met huidige West- en Frans-Vlaanderen). Zijn opvolger Jacques de Châtillon was al even ongenadig.De allesbehalve vredige periode tussen 1297 en 1302 betekent alvast een apart hoofdstuk in de Vlaamse vrijheidsstrijd. De bevolking was het slachtoffer van de oorlog met belegeringen, plunderingen en brandstichtingen die ook na de wapenstilstand bleven aanhouden. Hier werden wraakgevoelens gesmeed tegen de Franse overheersing. Ambachtslui en boeren verdroegen de opeenvolgende vernederingen niet langer en namen het recht in eigen handen (Brugse Metten en Guldensporenslag).
Het onderwerp kreeg ook een afzonderlijke rubriek in de linkpagina http://wareber.linkoverzicht.be












