Naar de inhoud

WASE GESLACHTEN

akke.beakke.be

Archief

Temse vroeger

In 821 voor ‘t eerst vermeld als Tamisich, schrijft men later Temsica (940), Tempseca (1050), Thamisia (1331), Themseke (1458), Temsche, Temse. Verschillende naamsverklaringen waaronder als meest waarschijnlijke: van Tamasiacum, d.i. afgeleid van een zekere Tamasius, waarvan men niet weet of het een Kelt of Romein was. Of van een oude riviernaam te vergelijken met Thames in Engeland. Of van het keltisch Taomaisuisge ( woud langs het water).
Waterlopen die door Temse vloeiden: de Barbierbeek, de Vrouwenhofbeek, de Hollebeek, de Dijksloot, de Vliet en de Gote. Zelfs de Durme liep eertijds door Temse om er in de Schelde uit te monden.
Temse zou al bewoond geweest zijn in het 4de millennium v.Kr. Deze voorlopers van de Menapiërs waren misschien Friezen die langs de Schelde woonden. Later vestigden er zich wellicht Romeinen, gelet op de restanten van Gallo-Romeinse nederzettingen her en der in Temse blootgelegd.
Al in 770 werd een kerk gebouwd toegewijd aan O.L. Vrouw. In 1298 waren er verschillende bewoonde plaatsen: Brant, Heygerloo, Briel, Driesch, Cruysacker, Bolsele, Scousele, Hermelghem, Steendonc … De bevolking groeide gestaag aan. In 1408 telde men 1400 communicanten. In 1552 maakt een lijst melding van 303 weerbare mannen om eventueel de Fransen te bestrijden. De pest maaide 431 personen in 1676 weg. Maar dan gaat de bevolkingsaangroei crescendo: 4.959 inwoners in 1774, 7.883 in 1824 en 9.803 in 1880.
De Heerlijkheid van Koudeburg , een leen van de graaf van Vlaanderen, strekte zich uit tot in Bazel, Tielrode, Elversele, Lokeren, Sinaai en Haasdonk. Baljuws hiervan waren o.m. Gillis Laurens (1647) en Lieven van Hese (1682). De Heerlijkheid van Weert was sinds 1240 bezit van de Gentse Sint-Baafsabdij. De Heerlijkheid van Steenbrugge was een leen gehouden van de Graaf van Vlaanderen met als afhangende lenen: de Heerlijkheid Fijns, de Heerlijkheid van Desteldonk al bekend in 1298, en de Heerlijkheid Kattenbrugge. De Heerlijkheid van de Royere had als onderlenen Tergauwen en Ten Eynde.
Enkele namen van baljuws te Temse: Peeter van Asbrouc (1370), Jan Bristinc (1394), Baudewijn van Wijngaerde (1413), Peeter van der Straten (1550), Pauwel Hauweel (1512), Daneel uuten Eechaute (1521), Adriaen de Backere (1575), Rijkaerd Moenins (1594) en Audoor Rooman (stadhouder in 1616) … Burgemeester waren o.m. Jan de Malsche (1635), Michiel Vercauteren (1620), Jan van Hove (1651), Jan Seghers (1657 en 1666), Jan de Hondt (1672) …
Een groot gedeelte van Temse bestond in de 12de en 13de eeuw nog uit heide. Tijdens de 13de eeuw waren de laaggelegen gronden reeds ingedijkt. Al in de 9de eeuw bestond er een “heerlijke landhoeve”, wellicht dezelfde als het latere ’t Vroen - of Vroonhof ? Dit hof besloeg 39 bunder 200 roeden. In 1406 beliep de jaarlijkse pacht hiervan 15 à 17 pond alsmede twee suffisante vette verkens en 24 pond parisis voor sheeren cappe. Onder de andere grote hoeven vermelden we Hof ter Beken, Hof te Coudenberg, Hof ter Hermelgem, ‘t Annemansgoed, den Oostbroek en ‘s Hertogenhove. Een telling van 1408 maakt melding van 326 hofsteden. Einde 15de eeuw waren het er al 466.
Sinds 1264 had Temse het recht om ‘s woensdags een markt te organiseren. Onder Karel V vond de jaarmarkt een plaatsje langs de Scheldeboorden. Wevers en volders zorgden al in de 14de eeuw voor een zekere welstand. En in 1448 stond er al een steenoven, want de Temsese grond is rijk aan gele potaarde. In de 17de en 18de eeuw kende Temse een bloeiende handel in fruit en vooral krieken. In 1658 houdt men een “Vlasmarkt”. Tijdgenoten schrijven dat er in Temse “veel en zeer schoon vlas” stond. Er komt een nering der schippers (1630) en in de 17de eeuw ook van kaaiwerkers en zakkendragers.
Rond 1825 verbouwden de Temsenaren tarwe, rogge, gerst, haver, boekweit, aardappelen en lijnzaad. De veestapel omvatte naast 180 landbouwpaarden, 865 stuks hoornvee, 230 schapen en 480 varkens.
Rond 1860 moet het voor de inwoners niet moeilijk geweest zijn om een job te vinden. Zij hadden keus uit 2 garenspinnerijen, een katoenspinnerij, 3 zeildoekfabrieken, 3 zoutziederijen, 2 zijdefabrieken, 2 zwingelmakerijen, een geweerkolfzagerij, 4 bloempelderijen, 3 cementmolens, 3 hoedenmakerijen, 5 steenbakkerijen, 4 tabaksfabrieken, een sigarenfabriek, 7 bierbrouwerijen, een huidenvellerij, een potbakkerij, een zeepziederij, een lijnkoekmolen, een watermolen, 2 windmolens (de Veldmolen en de Steenen Molen), 5 graanmolens met stoom, een houtzagerij, 3 touwslagerijen, een boekdrukkerij, 5 kantfabrieken, een scheepstimmerwerf, een 50-tal schippers en 70 klompenmakerijen. De Veldmolen was als gekend voor 1450.
Vanaf 1331 had Temse een hospitaal. Voor 1255 was er al sprake van een begijnhof. De Oratorianen stichtten in 1631 een “Latijnse School” en in 1649 het eerste college van het Land van Waas. Ook hadden er zich in 1507 Dominikanessen gevestigd.
Biertapperijen en jeneverhuizen in 1779: St. Hubrecht, ‘t Veirhuys, Den Hertog van Beyeren, De Swaene, Den Schilt van Mechelen, Amsterdam, ‘t Schippershuys, Den Ancker, Den Steenhoven, De Vier Heemers, ‘t Bourgoens Cruys, St. Sebastiaen, Ste Amelberga, Den Engel, De Sterre, Den Coninck van Spangnien, St. Pieter, ‘t Lieve Vrouwke, Den Spiegel, De Swaene, De Drie Haringen, De Croone, De Lange Munte, Den Hert, Den Hantboogh, Den Prince-Cardinael, Den Arend, ‘t Schaliënhuys, ‘t Krebbeken, De Koeysteert, ‘t Swaentje, Den Doornboom, In den Doorn, De Velthoeck, De Halve Maene, De Nieuwe Banke, Den Deckpriem, Den Wijngaerdrank, Den Martico en De Dry Coninghen.
De rederijkserskamer De Wijngaertrancke speelde reeds in 1517 te Rupelmonde. Hoofdmannen hiervan waren o.m. Thomas Smet, Michiel Keppens en Pieter Suys (1707). De Sint-Sebastiaansgilde, een scutterye vanden handboghe, bestond reeds in 1456 met als deken Joannes van der Straeten. In 1835 zag een nieuwe schutterij het licht die luisterde
naar de naam “Willem Tell”. In 1880 kwam er nog een 3de handboogmaatschappij bij, met name “De Leerlingen”.
Om Sint-Amelberga te vereren, beschermheilige van Temse, hielden de Temsenaren de Wegom: een bedevaart die vertrok aan de kerk van Temse en langs de oude grenzen van Temse liep. Nu nog vindt men kappelletjes die deze grenzen afbakenden.


Bron: F. De Potter en J. Broeckaert, Op.cit.

Hoe vind je dit bericht? 30 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Anno 1699: Have en goed van een landman in Temse

       Mijn voorvader Andries van Acker fs Gillis is een schoolvoorbeeld van de gemiddelde Wase boer uit de 17de eeuw. Hij runde met zijn huisgezin een kleine hoeve, waarschijnlijk zonder vreemde hulp want zijn staat van goed maakt nergens melding van dienstboden of knechten (1). Andries van Acker kwam ter wereld op 04.12.1643 te Temse als zoon van Gillis en Barbara van Polfliet. Gestorven op 55 jaar werd hij begraven op 03.02.1699 op het kerkhof te Temse in een graf “tegenover het Oosten“. Uit zijn eerste huwelijk (Temse 23.12.1666) met Maghdalena van POLFLIET fa Petrus (1645 - 1672) (2) had hij twee dochters: Maria (1667 en overl. voor 1700) en Barbara (1670 - 1737). Uit de tweede echt (Temse 08.04.1673) met Elisabeth VARENDONCK fa Jan (1652 - 1706) acht kinderen: Gillis (1674 - 1706), Joos (1675 - 1741), Amelberga (1678 - 1741), Elisabeth (1680 - 1721), Andries (1683 - 1766), Jan (1686 - 1769), Pieter(1689 en jong gestorven), Matthijs (1691 - ?), Adriaen (1694 - 1760).
       Bij zijn overlijden bewoonde het gezin een hofstede gelegen te Temse in de Bolderickstraete serverende onder de heerlijkheid van Barbara Buijtaert. De hoeve, gekomen van vader, was een vierendeel groot en paalde o. s’ Heerenstraat, z. land van de kerk van Temse, w. Joos de Volder en n. Elisabeth Verstraeten. Daarnaast was het echtpaar eigenaar van:
- den slabbaert, 400 roeden land in Temse, landende o. de erven Gillis van Putte, z. Guill. Smet w. Anna van Laecke en n. Inghelbert Annens;
- 2 stukken land te Temse in de Bolderickstraete, groot 2 gemeten, palende o. Joos van de Velde, z. Matthijs van Wijnacker en Barbara van Laecken, w. Pieter van Acker en n. ‘s Heerenstraat. Jaarlijks belast met seven ponden thien schell. gr.tsiaers penninck xvi e ende vier maeten evene t’siaers sijnde verleende erfve onder de heerel.van cattenbrugghe.
       Bovendien pachtte Andries nog 6 stukken land, waarvan we de oppervlakte niet kennen. Waarvoor hij op kerssavondt pacht betaalde aan Juffrouw Leppiepper (?), Jan de Volder, Joos van Mieghem, Joos van Acker en Joos van de Velde. Waarschijnlijk werd nog een 7de stuk land gepacht van de Armenkamer van Temse. Canthout ende willighenrijs omzoomden het bouwland.
       Verder bezat Elisabeth Varendonck een cavel rente van 11 gulden t’siaers penninck xvi e.
       Op stal stonden 2 peerden, 3 coijen 2 renderen met een chalf, alles geprezen op 49 pond gr. Op het neerhof liepen 12 hennen met een haan, geprezen op 17 sch.gr. In het wagenkot: een wagen met mestbarden, 2 karren, een sledde, een ploeg en een eg. In de schuur: een repe met banck, 2 kruiwagens, 2 wannen, boeckhaemers, vlegels, een slecht dorszeil, een graanmaat en tarwezeef, rieken, bijlen, spaden, vorcken ende meshaecken.
       In schuur of stal lag ongezwingeld vlas, tarwe, rogge, koren,gedorste en ongedorste haver, gerst, boekweit, stro, hooi en klaver.
       Een rondeeltafel en acht stoelen vormden het meubilair. In woonkamer of keuken: 3 ijzeren potten, 2 maten, 2 wateremmers, pincthen ende potten, een lepel, tassen, kannen, zoutvat, strijkijzers, wafelijzer, 2 ketels, een sije, een struifpan, een anghyser, een visspaan en een keiren … Als verlichting: eenen candelaer, een lampe, een repse, een lainterne. De haard bestond uit een hanghel, eenen roester, eenen brander, een nusken en een tanghe. Geslapen werd er in een coutse, een beddeken en 3 cafbeddens.
        Onder zijn schuldeisers: de ontvangers van Bazel en Temse voor prochie oncosten, Joos van Mieghem die hem een koe verkocht, Jan van Ercke voor leveren van laken en stoffen, Jan Suij voor waeghemaeckers werck, Cornelis Vermijlen voor smidswerk, Jan Bauaert voor winkelwaren, Frans van Rompaeij voor aankoop meel, Meester Jan Peeters (geneesheer?), Joos Smet voor het maken van kleren …
       De begrafeniskosten beliepen 6 pond 9 sch. gr. waarin 2 pond 4 sch. 8 gr. voor het leveren van bier en hout door Guilliam Smet. Vermits de schulden de baten overtroffen sloot de staat van goede af met een passief van ca 35 pond gr.



Illustr. Detail "Hoeve langs waterkant" van Frans Hens.
(1) RABev, GOA Temse nr. 288, f° 367r e.v.: Sterfhuis Andries van Acker fs gs. dd. 05.06.1699. (2) In hoofdcijns Temse, Sint-Bertinus Sint-Omaars, § 8.
Hoe vind je dit bericht? 26 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 14:56 Reageer op dit bericht

Spotnamen van Wase Dorpen

Spotnamen kunnen zeer oud zijn. Zo waren de Waaslanders al bij het begin van de 15de eeuw gekend als RAEPETERS.

Lokale spotnamen zijn: BAZELSE BULTEN (Bazel) KLOKKELAPPERS (Belsele) GEITEKOPPEN (Beveren) HOTTENTOTTEN (Daknam) VODDENRAPERS (De Klinge) BLAUWBUIKEN (Eksaarde) BLARERIJVERS (Elversele) ROSTEKOPPEN (Haasdonk) KOUTERMOLLEN (Kieldrecht) RAPENBRADERS (Lokeren) KLETSKOPPEN (Meerdonk) PIJPKENS (Melsele) SMEERKOEKETERS (Moerbeke) SCHAPEN (Nieuwkerken) MUGGENBLUSSERS, POMPKOEKEN ? PAPMANNEN ? SPECULOSE MANNEKENS ? (Rupelmonde) SCHINKELETERS (Sinaai) EIERTRAPPERS (Sint-Gillis) OLIEZEKERS, BLAUWSELMANNEN ? (Sint-Niklaas) VECHTERS (Stekene) AZIJNZEKERS, AZIJNPISSERS (Temse) FILIPPEN (Verrebroek) BULTEN (Vrasene). MACHUTEN (Zwijndrecht).

Gemeenten zonder spotnaam? Burcht, Kallo, Kruibeke, Sint-Pauwels en Tielrode. Wie er toch kent mag ons altijd e-mailen!

Hoe vind je dit bericht? 27 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

ROOMAN in m'n kwartierstaat

ROOMAN is een patronimicum afgeleid van de voornaam Romanus (“Romein“) of van de germaanse naam Rodman (“roem” en “man“). Ook ROOMANS, ROOMS, ROE(Y)MANS, ROUMANS, enz … Misschien afgeleid van VAN RODE, VAN ROY, enz … Dan betreft het een herkomstnaam verwijzend naar “Rode”, t.t.z. een gerooid bos (6).
Langs mijn kwartier 14 klim ik op naar volgende kwartieren (4):

28. Josephus BRIJS
Bazel 04.01.1794 - Bazel 15.06.1849
29. Maria Amelberga ROOMAN
Bazel 29.01.1799 - Bazel 07.04.1889

58 en 59. Jan ROOMAN fs Anthonie en Josijne BURSENS, geb. Bazel 29.09.1745 en overl. Bazel 11.12.1832. Huwde Bazel 08.01.1782 Josijne Joanna LIJSSENS fa Joos en Joanna Maria BRIJS, geb. Bazel 01.09.1757 en overl. Bazel 27.06.1838. Hun kinderen geboren te Bazel:
1. Regina, ged. 31.10.1784 (ss: Pieter Antoon Lijssens en Maria Josijne Rooman).
2. Joos, ged. 16.09.1787 (ss: Joos Lijssens en Amelberga Rooman).
3. Jacoba, ged. 04.02.1790 (ss: Pieter Jacob Rooman en Anna Francisca van Hersbroeck).
4. Pieter, ged. 08.04.1792 (ss: Jan Kuypers en Brigitta Lijssens).
5. Isabella Theresia, ged. 28.07.1794 (ss: Paulus Rooman en Anna Catharina Lijssens).
6. Philip Jacob, ged. 31.03.1797 (ss: Philip Jacob Spiessens en Resina Rooman).
7. Maria Amelberga, ged. 29.01.1799 (ss: Jan Baptist Reyntjens en Maria Amelberga van Royen). Overl. Bazel 07.04.1889. Huwde te Bazel 07.09.1826 Josephus BRIJS (Bazel 04.01.1794 - Bazel 15.06.1849) zn Pieter en Judoca Theresia SMET (nrs. 28 en 29).



116 en 117. Anthonie ROOMAN fs Antonius en Joanna VERMEULEN, geb. Temse 19.02.1713 en begr. Bazel 23.04.1768. Huwde Bazel 29.08.1745 Josijne BURSENS fa Jan en Elisabeth SUY, geb. Bazel 24.06.1725.
… Paulus Rooman tot baesel ende pieter judocus Rooman tot temsche … wettel. voogden der dry alnoch minderjaerige kinderen van wijlent anthony rooman met wijlent judoca bussens tot baesele dat op die drij kinderen benevens hunne twee minderjaerige broeder ende suster by representatie van den selven hunnen vader met de doodt van Sr. jan baptiste de grave fs anthony ex elisabeth rooman … gedevolueert een doorgaende 16de paert ende deel in s’overledens immeubele ende meubelaire naelaetenschap uyt den hoofde van syne moeders vaderlycke zijnde synde de branche van bartholomeus rooman … (1) en … jan bap(tis)te de grave … overleden in het clooster der alexianen tot Lier … (2).
Hun kinderen geboren te Bazel:
1. Jan, geb. 29.09.1745 en 30ste ged. (ss: Jan Bursens en Joanna Vermeulen). Overl. Bazel 11.12.1832. Huwde te Bazel 08.01.1782 (tt: Pieter Joos Rooman en Maria Francisca Lijssens) Josijne Joanna LIJSSENS (Bazel 01.09.1757 - Bazel 21.06.1838) fa Joos en Joanna Maria BRIJS (nrs. 58 en 59).
2. Dorothea, geb. 03.04.1747 (ss: Gillis Rooman en Catharina de Waen).
3. Joos, geb. 15.11.1748 (ss: Joos Heirmans en Jan Rooman).
4. Pieter Joos, geb. 25.09.1750 (ss: Pieter Joos Rooman en Margaretha van Bogaert). Woonde in 1785 in Temse.
5. Jan Baptist, geb. 24.09.1751 (ss: Jan Baptist de Valck en Josijne Maria Vercruyssen).
6. Antoon, geb. 07.01.1753 (ss: Joos Bursens en Margaretha van Raemdonck).
7. Anna Catharina, geb. 20.10.1756 (ss: Joos Bursens en Anna Catharina de Waen).
8. Paulus, geb. 25.01.1759 (ss: Pieter Jan Burssens en Anna Catharina de Rijck). Woonde in 1785 te Bazel.
9. Maria Josijne, geb. 24.09.1761 (ss: Jozef Rooman en Anna Maria Bursens).
10. Amelberga, geb. 14.08.1764 (ss: Pieter van Strijdonck en Amelberga van Royen).
11. Pieter Jacob, geb. 14.08.1764 (ss: Joos Meirsman en Isabella Theresia Bursens).
12. Paulus, geb. 24.08.1767 (ss: Paulus Rooman en Dorothea Rooman).

Na overlijden van haar man hertrouwde Josijne Bursens vermoedelijk te Bazel 03.05.1771 met Frans CUYPERS (3).

232 en 233. Anthonius ROOMAN fs Joos en Maria Volckerick, geb. Beveren 01.05.1671 en overl. Temse 30.06.1754 (83 j.) Huwde 1° te Rupelmonde 17.08.1695 (tt: Andreas Roomen en Karel van Laecken) Margarita van REMOORTEL, weduwe 2° te Temse 24.08.1706 (tt: Joos Rooman en Egidius Engels) Joanna VERMEULEN, geb. Bazel 22.09.1683 en overl. Temse 29.08.1762, fa Joos en Catelijne van Strijdonck.
Anthoni Rooman doet kennisse dat hij op den 3 mey 1696 heeft gecocht binnen de stadt Antwer(p)en van heindrick Boots een grijs aftants merrie peert weert 14 ponden gr. Den 20 meert 1697 doet Anthon rooman kennisse dat hij op den sel(ven) dagh binnen antwerpen gecocht heeft van laureys van landeghem een veil merie peert … (5).
Kinderen uit 2de echt geboren te Temse:
1. Balthazar, geb. 01.10.1707 (ss: Balthazar Brijs en Catharina Vermeulen).
2. Adrianus, geb. 08.07.1709 (ss: Adrianus de Vijlder en Margarita Vermeulen). Ongehuwd overleden te Temse 14.08.1749.
3. Paulus, geb. 28.03.1711 (ss: Paulus van Tassen en Anna Vermeulen). Gehuwd met Anna de WILDE uit Temse fa Pieter en Lievijne de Waele ( in hoofdcijns Kruibeke, St. Bertinus St. Omaars § 3) waarvan volgende kinderen: Jan Antoon, Anna Maria, Maria Theresia, Philips Jacob en Bernardina.
4. Anthonie, geb. 19.02.1713 (ss: Anthonius de Grave en Anna van Strijdonck). Overl. Bazel 23.04.1768. Huwde te Bazel 29.08.1745 (tt: Mathias van Laeghe en Catharina de Waen) Josijne BURSENS (ged. Bazel 24.06.1725) fa Jan en Elisabeth Suy (nrs. 116 en 117).
5. Anna Maria, geb. 13.04.1715 (ss: Joannes Meirsman en Anna Niels). Gehuwd met Gillis van RAEMDONCK?
6. Joanna, geb. 11.09.1717 (ss: Jacobus Vermeulen en Anna Maes).
7. Egidius, geb. 23.10.1719 (ss: Egidius Meirsman en Joanna Maria van Geem).
8. Petrus Judocus, geb. 23.10.1719 (ss: Petrus de Neve en Joanna van Eycke). Overl. Temse 14.12.1783. Huwde te Temse Joanna Maria VERCRUYCEN (Temse 04.04.1730 - 10.06.1790) fa Joos en Josijne de Westelinck.
9. Joannes Victor, geb. 25.04.1722 (ss: Joannes Anthonius Rooman en Joanna Maria Smet Cooreman).
10. Josephus, geb. 11.07.1724 (ss: Baltasar Rooman en Elisabeth Meersman). Overl. Temse 14.08.1725.
11. Amelberga, geb. 04.07.1726 (ss: Franciscus Brijs en Anna Francisca Verdickt). Overl. Temse 05.01.1732.
12. Josephus, geb. 18.06.1729 (ss: Adrianus Franciscus Roeyman en Joanna Maria Meirsman). Overl. Temse 23.10.1794. Gehuwd te Temse 28.10.1759 met Dorothea de KEERSMAECKER (geb. Temse 13.03.1731) fa Jan en Amelberga van Wijnacker).


464 en 465. Joos ROOMAN fs Joos en Joanna van PUYMBROUCK, geb. Nieuwkerken 22.01.1632. Huwde Beveren 19.11.1669 Maria VOLCKERICK. Hun kinderen:
1. Anthonius, ged. Beveren 01.05.1671 (ss: Anthonius Rooman en Mertina Verbeelen). Overl. Temse 30.06.1754 (83 j.). Huwde 1° Rupelmonde 17.08.1695 (tt: Andreus Rooman en Karel van Laecken)Margarita van REMOORTEL, weduwe; 2° Temse 24.08.1706 Joanna VERMEULEN (Bazel 22.09.1683 - Temse 29.08.1762) fa Joos en Catelijne van Strijdonck (nrs. 232 en 233).
2. Judocus, geb. Nieuwkerken 13.03.1675 en 14de ged. (ss: Franciscus Vollaert en Anna Verbraecken).


928 en 929. Joos ROOMAN fs Anthonis en Mergriete VAELS, geb. Temse 03.11.1591. Huwde Nieuwkerken 05.02.1630 Joanna van PUYENBROECK. Joos Rooman al griffierslklerk in 1629 te Temse? Hun kinderen geboren te Nieuwkerken:
1. Mergriet, geb. 14.11.1630 en 16de ged. (ss: Pieter Segers en Mergriet Vaels).
2. Joos, ged. 22.01.1632. Huwde Beveren 19.11.1669 (tt: Andreas Rooman en Ioanne Briels) Maria VOLCKERICK.
3. Paesschier, geb. en ged. 13.10.1633 (ss: Paesschier Nys an Anna van Puymbrouck).
4. Bertelmeus, geb. en ged. 24.08.1635 (ss: Joos Ingel en Cathalyne
Saps). Overl. Haasdonk 28.09.1703. Huwde 1° Haasdonk 23.08.1671 (tt: Antonius en Judocus Royman) Martina de PAPE; 2° Haasdonk 30.11.1672 (tt: Judocus Royman, Petrus van Hese en Laurentius de Pape) Elisabeth VERGAUWEN. Uit 2de echt geb. te Haasdonk: Joos (23.08.1673) en Elisabeth (09.06.1696), die Anthony de GRAVE huwde, waarvan Anthony de GRAVE, Alexiaan te Lier.
5. Anna, geb. 09.06.1638 en 11de ged. (ss: Pieter van Puymbrouck en Anna van Puymbrouck).


1856 en 1857. Anthonis ROOMAN huwde Temse 01.12.1590 (tt: Joos Rooman en Cristoffel Reyns) Mergriete VAELS fa Jan en Maria van ACKERE (in de hoofdcijns Bazel, Sint-Pieters, § 9). Op 13.03.1611 samen met echtgenote 1/4de bunder in de Doornstraat (te Temse) aan Matheus de Block bij calengiering. Zijn zoon Joos in 1629 1637 griffiers-klerk (J. Smet, p. 714).
Hun kinderen:
1. Joos, geb. Temse 03.11.1591. Huwde Nieuwkerken 05.02.1630 (Antonis en Jan Rooman) Joanna van PUYMBROUCK (nrs. 928 en 929).
2. Jan, geb. Temse 19.12.1594.
3. Josine, geb. Waasmunster 10.03.1596 (ss: Matheus Rooms en Margaretha Haecx (?)). Begraven Waasmunster 28.08.1661.
4. Antoon, geb. Waasmunster 01.04.1598 (ss: Jacob de Meester en Maria van Esoe (?)). Niet vermeld in hoofdcijns. Jong gestorven?
5. Katelijne, geb. Waasmunster 06.03.1600 (ss: Adrian. de Rop en Marg. Verschelden).
6. Pieter, geb. Waasmunster 23.04.1602 (ss: Petrus Inghels).
7. Amelberga, geb. Waasmunster 04.07.1604 (ss: Joannes Goebeke en Amelberga Vaels). Niet vermeld in hoofdcijns. Jong gestorven?
8. Magdalene, geb. Waasmunster 03.09.1606 (ss: Judocus Blommaert en Elisabet ...Geerts).
9. Maria, geb. Waasmunster 25.01.1609 (ss: Catherina Maes en Cornelis de Cock).
10. Adriaan, vermeld in de hoofdcijns.


Noten: (1) RABev, Haasdonk nr. 653, f° 46 (suppliek dd. 03.10.1785). (2) id. f° 32v (20.07.1785). (3) Een Jan Kuypers peter in 1792 bij geb. Pieter fs Jan Rooman en Josijne Joanna Lijssens. (4) Zie fragment kwartierstaat Achtergael in mijn blog van 22.06.2005. (5) RABev, OARupelmonde, nr. 762. (6) Frans DEBRABANDERE, op.cit. p. 1192 en 1198 en Jerome Smet, op.cit. 714 en 715.
Illustratie: Handtekening van Joos Rooman griffiersklerk 1629 uit Jerome Smet, o.c. p. XLVI.

Hoe vind je dit bericht? 16 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

Een Haasdonks Jaargetijdenboek van 1439

Prudent Janssens c.s.s.r. noteerde uit het Jaargetijdenboek van Haasdonk van 1439 (1) alle familienamen, die volgens hem “van het grootste belang (zijn) voor de genealogie - niet alleen omdat ze dateren van voor het ontstaan van de parochieregisters - maar omdat ze door hun oorspronkelijke filiaties en aangegeven verwantschappen heel wat aanknopingspunten bieden voor de stamboomkunde”. Het boek 20 op 28 cm groot, beslaat 37 folio’s op perkament. Er zijn geen data van overlijden vermeld. Ook weten we niet hoe de jaargetijde betaald werd. Contant of bij middel van een eeuwigdurende rente in geld of rogge? Hierna volgen voor de eerste helft van 1439 de door Janssens opgetekende namen (van welgestelde boeren, grondbezitters, gegoede burgers?) in rangorde “volgens de maanden van de feest- en heiligendagen”. Getoetst aan de Wase Hoofdcijnsboeken kan de familiekundige er heel wat uithalen.

Januari

Sigerus van Gheetsam - Walter van Raemdonc - Luuc Weyns Claeyssoens - Walter Hanghebake - Willem der Pape - Lysbeth van der Donc Pauwels - Adelice Tuurs - Michiel van Bolcele - Petrus Loets en vrouw Ghertrudis - Andries de Wolke - Nicholaus van Kerrebeke - Walter Bertens sone - Jacob Thonys soens en Ghertrudis syn wyf en Bastiaen syn wyf - Joes Vyt van Beveren (castelanus) - Walter zoon van Walter Temaene (Temmermans?) - Pieter de Bat en joncvrou Amelbergha syn wyf - Walter de Moest - Walter van Ghetsom en Margriet syn wyf - Eligius van Ghetsem en Margriet en Ingelbert zoon van Inghelbert van Gheetsem.

Februari

Gilly de Ysere - Boudewyn Dnerg (?) - Gisela vrouw van Boudewyn Dnerg (?) - Adelise van Donc - Ghertrud Smeeds en haer moeder Clementia, en haer kinderen Johanne en Amelbergha - Pieter Laet en vrouw Ghertrudis - Nicolaus Ronnoldsoon Clompe - Mathias Scoemakers en vrouw Elysabeth - Willem Kemel - Gillis van Boegaerde - Michiel Oedacker - Jan de Streep - Clementia van Perre en zoon Walter - Boudewyn van Brande - Segher Vergouwen en vrouw Beatrys - Mathias Costere - Jan Raes heysoete - J(ud)oca van Ende - Adam van den Berghe en Willem zyn broeder - Jan van Raemdonc - Jan van Roden - Thomas de Splenter - Jan van den Berghe en Anthonis zyn broeder - Nicolaus Temmermans (Carpentarius) - Walter de Wintmolen - Jan zoon van Colinus Kemele - Pieter Gruwel en vrouw Katherine - Beatrys Matthias Vergouwen dochter - Amelberga Hildegeers.

Maart

Petrus Joh(anne)s Verlysbettes zone - Symoen Sankel en vrouw Adelise - Liese Hildegheers - Jan zoon van Adelise en zoon Jan - Walter Raeywaerts - Anthonys Adeliseszone en vrouw Kateline en zonen - Anthon en André van Ghetsam - Jan van Ghetsem en Andreas - Gillis van den Berghe (en) Mergriet syn wyf - Willem van Nuenhuus - Jan de Karrenbeke en vrouw Agnes - Elisabeth van Donc - Willem van Scoenbroec - Walter Permentier - Willem de Porio (de Pomario? van Bogaerde?).

April

Jan de Hutsere de scoene en zyn vrouw Margaretha - Jan van de Perre zoon van Luux - Amelberga Smeds dochter van Luux - Amelberga van Gheetsom Gillis Meyers wyf - Arnold van Gheetsom en zoon Jan - Amelberga van de Velde - Jan Weyn en vrouw Catherine - Peeter de Laet - Nicolaus van Scoenbroec en Jacop - Willem de Rike - Jan Segherszone en dochter Gher(tr)udis - Jan de Ravens - Willem Steps - Gillis van der Stelt, Katheline zyn wyf - Pieter en Gillis van Ghetsom - Mattheus Coel en Elisa zyn wyf.

Mei

Anthon van Mortere - Walter van Mortere - Segher van Mortere - Catheline van Mortere - Walter van Perre en Kateline zyn wyf - Willem van Perre en Elisabeth zyn wyf - Willem de Laet - Boudewyn van Pudenbruke - Willem, Jan, Elisabeth, Adelise: kinderen van Rumoldi du Pré (van de Perre?) - Jan ‘s Rycken Boudens sone - Rumoldus van Perre en Margaretha zyn vrouw en Katheline moeder van zyn vrouw -Willem, vader van voorseide Rumoldus van Perre - Jan de Kever, Gertrud zyn wyf -Elisabeth vrouw van Walter Romels - Willem de Moest en Misoete zyn wyf - Elysabet van Bolsele - Willem van Gheetsaem - Boudewyn Leekelaert - Mabelie van Heynric en zonen Lieven, Jan en dochter Elysabeth - Gillis de Costere (Custos) en zoon? Isabella en vrouw Katherina - Feyliciaen van Ende.

Juni

Walter van Nuenhuus en vrouw Judoca - Clementie zyn dochter - Robbert van (der) Borch - Jacob de Peridoe (?) - Pieter van der Gauwen, Julia wyf van der Gouwen Pieterszoon - Jan van Boghaerde en Elysabeth - Nicolaus van Scoenbrouck - Kateline weduwe Jans Stuers - Pieter de Gruwe en Amelberga zyn wyf - Jan de Laet - Thomaes van Eken - Jan van Donc en vrouw Agnes.


(1) JANSSENS, Pr., Familienamen uit Haasdonkse archivalia. In “Mededelingen Bibliotheca Wasiana” dl. 18 (1956).
Foto: Detail miniatuur van Rogier van der Weyden.

Hoe vind je dit bericht? 33 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 10:48 Reageer op dit bericht

Stamreeks VAN ACKER uit Temse

Volgens J. Smet (1) ontwikkelde zich ten noorden van de Akkerstraat in Temse een hofstede genaamd Ten Ackere. Dient hier de oorsprong van de familienaam VAN ACKER uit Temse gezocht?
Al in 1348 pachtte Clays van den Acker en zijn vrouw Clementine een hoeve te Temse genaamd tfronehof. in 1358 is Francois Ackermans de nieuwe huurder van het Vroonhof. In 1375 betaalde ene Gillis van den Ackere in Temse een rente van 4,5 mudde euenen (haver). Zijn dochter jonkvrouw Beatrijs Ackermans hield in Temse een leen van omtrent een gemet en 50 roeden up den oest coutre.
De familie VAN ACKER uit volgende stamreeks, mogelijk afstammend van Clays van den Acker, had waarschijnlijk als stamvader Gillis van Acker.

I. Gillis van ACKER?
Geb. ca 1540.

II. Jan van ACKER. 
Geb. ca 1565.

III. Gillis van ACKERE.
Geb. ca 1590 en overl. Temse 17.05.1654. Woonde in de Bolderickstraat. 2de huwelijk Temse 27.07.1638 Barbara van POLFLIET, geb. Temse 25.03.1615, fa Joos en Barbara Houmans.

IV. Andries van ACKER.
Geb. Temse 04.12.1643 en er overl. 31.01.1699. Woonde in de Bolderickstraete. 2de huwelijk Temse 08.04.1673 Elisabeth VARENDONCK, geb. ca 1652 en overl. Temse 04.10.1706, fa Jan en Amelberge Smets (in hoofdcijns Sint-Bertinus, Temse 8).

V. Andries van ACKER.
Geb. Temse 17.04.1683 en er overl. 19.01.1766. Huwde Temse 03.02.1711 Joanna Marie van MIGHEM, geb. Temse 05.01.1695 en er overl.10.04.1778, fa Gillis en Maria van Berghe.

VI. Pieter van ACKER.
Geb. Temse 13.03.1713 en er overl. 31.10.1778. Woonde in Schauselhoeck Straete. Huwde Temse 18.01.1756 Maria Theresia van de WALLE, geb. Rupelmonde 12.10.1734, fa udocus en Joanna Maria Nauwelaerts.

VII. Andries van ACKER.
Geb. Temse 15.03.1758 en er overl. 03.09.1808. Arbeider woonachtig in Schauselhoek. Huwde Temse 08.02.1780 Francisca Petronella van KERCKHOVE, geb. Lokeren 08.09.1758 en overl. Gent 02.02.1813, fa Jan en Petronella van Acker.

VIII. Josephus van ACKER.
Geb. Temse 19 germinal j. X (09.04.1802) en overl. Haasdonk 27.09.1883. Woonde als arbeider in het gehucht “de Bank”. 2de huwelijk Haasdonk 04.08.1832 met Joanna Catharina de BORGGRAVE, geb. Haasdonk 7 prairial j. IX (27.05.1801) en er overl. 21.07.1862, dr. Jozef en Maria Judoca Smet.

IX. Aloysius VAN ACKER.
Geb. Haasdonk 21.06.1843 en er overl. 29.09.1909. Vlasbewerker. Huwde Haasdonk 23.02.1876 Joanna Coleta VERHULST, geb. Haasdonk 04.01.1853 en overl. ca 1914, dr. Pieter Augustinus en Frederica Steenssens.

X. Pieter Frans VAN ACKER.
Geb. Haasdonk 10.02.1879 en er overl. 30.12.1968. Boerenknecht en arbeider. Huwde Haasdonk 06.02.1907 Marie Rosalie BRIJS, geb. Haasdonk 29.09.1884 en er overl. 04.01.1969, dr. Aloïs en Philomena Achtergael.

XI-a. Albert Louis Aloïs VAN ACKER.
Geb. Haasdonk 11.12.1922 en overl. Temse 07.10.1991. Huwde Suzanne GEERINCK waarvan 4 kinderen.

XI-b. Raymondus Alfonsus VAN ACKER.
Geb. Haasdonk 02.04.1927. Huwde Adrienne DE CONINCK waarvan 6 kinderen.

Hoe vind je dit bericht? 45 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 23:37 4 reacties Reageer op dit bericht

Tielrode vroeger

Tielrode bestond al in de 2de helft van de 9de eeuw. Als Tilroda hing het toen af van de abdij van Lobbes in Henegouwen. Later gekend als Tyrroda (1151), Thilroden (1240), Thielrode (1299), Tihrode (1331), Tilrode , Tilroode (1610) en Tielroo (1515). Tylo + rode betekent een uitgeroeid bos. Of komt de plaatsnaam van het saksische tilian, bebouwen? Dus bebouwing van bosland, dat men heeft kunnen uitroeien. Of van de persoonsnaam Tijl? Of van telo, hoogte aan een rivier? Tielrode was al vroeg bewoond want men vond er herts- rendier- en mammoetresten. Ook een bronzen bijl en keltische munten. Later werd de nederzetting door een heerweg doorsneden, vermoedelijk aangelegd door de toenmalige keltische bevolking, behorend tot de stam der Menapiërs. Mogelijk waren er ook inwoners van friese afkomst. Wellicht vanaf de 5de eeuw vermengden de autochtonen zich met binnenvallende germaanse stammen, vooral Salische Franken.
Door Tielrode lopen 3 beken: de Middelschrijnbeek, de Nederschrijnbeek en de Nederkouterbeek.
Rond 1850 was de gemeente verdeeld in 3 wijken: het Dorp, Hoogenakker en Moortelhoek. Oude plaatsnamen: Spirede, Vijverackere (1359), Appelswoerde (1435), Cloet en Guerartsdal (1516), Noordackere, Pennincdries en Seelkenspore (1528). Hangende Berg, Vette Keuken en Vijverwijk in de 17de eeuw. De Leegen Heirweg werd gekasseid in 1801. Al in 1264 sprak men van het vruchtbare Tielrodebroek. In 1497 was dit broek 260 gemeten groot. In 1682 teisterde een grote overstroming Tielrode: daerbij duizende menschen en beesten jammerlijk verdronken (…) Soo datter vele doode lichamen tot achter in het broek gestroomt waren. Zelfde scenario op 3 maart 1715, toen Tielrodebroek op drie plaatsen werd doorbroken: aan de brouwerij van Pieter Suys, aan de oude sluis, maar het grootste gat ontstond aan de Zeeuwse Polder daer nu de groote krage is; dit gadt was heel quaet om te dycken, want ons broek dat dreef wel vier maenden, soo datter geen hoey dit jaer opgedaen en wiert … Het broek bevatte ook veel turf van een vroeger bestaand woud. Waar de Durme in de Schelde vloeit lag eertijds een klein eiland, gekend als het Luizenbosch, waarop een versterking of kasteel stond en waar tolrecht werd geheven. In 1720 was dit eiland anderhalf gemet groot en betwist tussen ingelanden van Tielrodebroek en het bestuur van Hamme.
Dichtbij de kerk lag het veer over de Durme waarvan de opbrengst de heren van Appelsvoorde toekwam. In 1786 werd het veerhuis openbaar verkocht.
Iets meer over de landbouw in Tielrode. Het dorp had de naam de beste tarwe des gehelen Lands van Waas op te leveren. In het begin van de 19de eeuw lag er in Tielrode nog 2 bunder bos, benevens 114 bunder weiland en 561 bunder zaailand. Op de akkers teelde men naast 60 bunder vlas vooral tarwe, rogge, haver, boekweit en aardappelen. In 1825 telde men 55 landbouwpaarden, 500 hoornbeesten, 115 varkens en 75 schapen. In 1834 ook 71 geiten. In 1846 waren er op 99 boerderijen maar 3 groter dan 20 ha. Toen wonnen de boeren tarwe, spelt, masteluin, rogge, gerst, haver, boekweit, vlas, aardappelen en klaver. Tielrode had ook 3 bierbrouwerijen, 1 olieslagerij, 1 pannenmakerij, 1 graanmaalderij werkend met stoom, 3 windmolens en vele klompmakerijen.
Herbergen in 1779: het Veirhuis, St. Sebastiaen, de Oude Croone, den Doorn, de Caey (3 van die naam) , het Schipken, St. Eloy, het Molleken, de Dry Quackels, het Traweelken, de Capelle, de Rooze en 1 brandewijnhuis zonder benaming.
Een telling van 1408 gaf 64 hofsteden en 250 communicanten. Het aantal communicanten groeide in 1644 aan tot 552, zodat de bevolking minstens verdubbeld was. Rond 1880 waren er 1682 inwoners. De kermis viel op zondag na Petrus en Paulus. Op derde kermisdag was er een paarden- en veemarkt.
Als één der keurdorpen van het Land van Waas behoorde de heerlijkheid van Tielrode aan de graaf van Vlaanderen. Het meiersambt in 1373 afgekocht van de graaf werd o.m. bekleed door Hendrik Reyniers, Jan van Steelant, Adriaen Dullaert (1473), Jacob Dullaert, Pieter Zaman (1516) en Jacob Wauman (1683).
Op Tielrode lagen ook enkele heerlijkheden. Zo Appelsvoorde in de Hofwijk dat o.a. toebehoorde aan Godevaart Braem, later aan Adriaen Dullaert en in de 15de eeuw aan Olivier van Royen, ridder en heer van Paddeschoot. De heerlijkheid ter Megem, soms ook Boodschapsleen genoemd, was in handen van de familie Dullaert. In 1757 bij verkoop beschreven als wesende eene schoone hofstede, haer extenderende met een wel beplante lange dreve, vesiert van groote boomen, visput ende landen daermede gaende … De dingstede of vierschaar van ter Megem lag toentertijd niet ver van de pastorij. Verder wordt nog de heerlijkheid Schuylaerde vernoemd. Er lagen ook enclaves van de heerlijkheden Cauwerburg en ten Boeke, respectievelijk van Temse en Vrasene. Een bekend leen was het Bormtiende tussen Tielrode en Elversele. Wat namen van 19de eeuwse burgervaders: J. De Smet (1801), J.Em. Braeckman (1808), Servaas Roggeman (1851), Pieter Joost Claus(1853) en Nicolaas Vrijdag (1879).
Een paar historische feiten zijn het vermelden waard. Tijdens de godsdiensttroebelen was ene Petrus Was(ius) leraar van de hervormden (1579). In 1646 vielen Fransen en Hollanders het Land van Waas binnen en plunderden Tielrode: soo schoten sy met canon tot in de kercke, die sy seer beschadigden (…) en by nachte haelden sy de vette verken uyt hun kodt; oock wierden alle de innen en het fruit van dit garnizoen vanden Luysenbos gestolen … In 1694/95 berokkenden troepen der verbondenen voor 5370 gulden schade. Op Sint-Hubertusdag 1708 plunderden een 2000 Fransen van het Gents garnizoen een halve nacht lang. Hun kamp lag op Goethems Roomacker, by het Schuttershof.
De Sint-Pieterskerk werd vermoedelijk in de 10de eeuw opgericht. In 1643 nieuwe werken aan het hoogkoor en in 1710 met 2 zijkoren dichtgewelfd. Voorschip van 1672 en middenbeuk van 1713. Later bekroond met een torenspits. Er waren 4 altaren. Het hoofdaltaar en de altaren van de H. Geest, van O.L.Vrouw en van Sint-Pieter. Het laatste van hout, de andere van marmer. Op het hoogaltaar een “Kruisiging van Christus”. Blijkens een 17de eeuws inventaris was de kerk rijk aan zilverwerk en priestergewaden. Destijds hingen er 2 klokken. De kleinste werd in 1646 door de Hollanders in de Durme geworpen. De grootste barstte in 1725. In 1707 kreeg de toren een eerste uurwerk. De oudste grafzerk van 1527 is van Pieter van de Voorde en Amelberghe Gheerte sijn huusvrauwe. Onder de stichtingen: in 1358 een kapelanij; in 1775 een Zaterdags Lof door Jan Frans Vercauteren. Twee broederschappen: de ene van de H. Rozenkrans sinds 1650, de andere van het Allerheiligste sedert 1717.
De Sint-Sebastiaansgilde klimt op tot 1615. Als schutterij vooral vermaard om haar gildemaaltijden die 3 dagen duurden. Een rederijkersgilde werd al in 1721 vermeld. Van oudsher speelden de Tielrodenaars ook kaatsbal. Zo schonk in 1724 de waard uit “De Kroon” een zilveren bal aan de kaatsbalspelers. En last but not least zoals elke Wase parochie had Tielrode ook haar eigen muziekgenootschap, gesticht in 1820 en luisterend naar de weinig originele naam “Sinte-Cecilia”.
Tenslotte enkele verdienstelijke Tielrodenaars. Jan van Thielrode, kroniekschrijver op het einde der 13de eeuw, schreef Chronicon monasterii Sancti Bavonis in Gandavo. Een andere kroniekschrijver Daneel Braem, geb. Tielrode 1685, schreef Khronologische verhaelen van den beginne des tijts tot heden. Albijn Vereecken “letteroefenaar”, gemeenteonderwijzer te Tielrode en er geboren, is o.m. de auteur van Godevaart Braem (1865), een verhaal dat zich in de 15de eeuw afspeelt.
Elke Waaslander kent natuurlijk “De Reus van Tielrode”. Deze reus mat zich met de reus van Hamme aan de hoge muren van de kerk van Tielrode, waar zij beiden een steen konden opleggen.


Bron: zie mijn blog van 14.06.2006.

Hoe vind je dit bericht? 22 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 23:47 Reageer op dit bericht

STEENSSENS (Nieuwkerken-Haasdonk) in mijn kwartierstaat

Vandaag de loep op het geslacht Steenssens. STEENS(S)ENS en STIENSENS is volgens F. De Brabander een patroniem afgeleid van de germaanse voornaam Staina of Stainhard. Staina betekent “steen”. Steinhard komt van “staina-hardu”. Een tweestammige germaanse naam met ongeveer de betekenis “sterk met het stenen wapen of zeer sterk” (Jerome Smet).
Onderhavig kwartierstaatfragment start met nrs. 26 en 27 (zie ook blog van 1.12.2005 m.b.t. Meersman).

26. VERHULST Pieter August
      Haasdonk 13.03.1819 - Temse 10.12.1899
27. STEENSSENS Frederica
      Haasdonk 29.03.1823 - Temse 02.01.1882



54 en 55. Fredericus Leopoldus STEENSSENS fs Karel Jozef en Amelberga Francisca VERHAEGHEN, geb. Haasdonk 20.05.1787 en er overl. 06.02.1849. Huwde te Haasdonk 15.11.1809 Alexandrina DE MAEIJER fa Dominicus en Isabella Theresia MEERSMAN, geb. Haasdonk 08.02.1785 en er overl. 21.09.1856. Fredericus Leopoldus als conscrit van de klas 1807 vermeld: 1 m 666 en heeft bezwaar als enig kind van een weduwe.
In bevolkingsregister 1823 nr. 81 wonende in de Sandstraete: frederic leopold 35 arbijder - De Maeyer alexandrina 37 vrouw - steensens joseph 9 zone - Pierre Jan 8 zone - Constantinus 5 zone - Jan franciscus 3 zone - Monika 13 dochter -frederica dochter (geb. 29.03.1823) - felix zone (geb. 07.03.1826). In bev.reg. 1829 in Stuurstraat 106/1 steenssens fredericus 1787 - De Maere Alexandrine 1788 - Pieter Johan 1816 - Constantinus 1817 - franciscus 1820 - frederica 1822 - felix 1826 - joseph domestique 1813 (1). Bij hun huwelijk allebei dagloner. Dagloner (1818), winkelier (1849) en wonende zandstraet. In 1845 arbeyders en Alexandrina ongeletterd.

Hun kinderen geboren te Haasdonk:

1. Monica, ged. 23.09.1810 (ss: Dominicus de Maeyer en Amelberga Francisca Verhaegen). Huwde Haasdonk 01.05.1838 Egidius Ferdinandus ROMBAUT, geb. Sint-Niklaas.
2. Maria Constance, geb. 12.04.1812. Overl. Haasdonk 06.06.1814.
3. Josephus, geb. 1813/1814. Arbeider. Huwde Sint-Niklaas 29.04.1840 Fidelia VAN HOVE, geb. Vrasene.
4. Petrus Joannes, geb. 07.11.1815.
5. Constantinus, geb. 1817. Geh. Francisca DE GROOT, geb. Kruibeke.
6. Joannes Franciscus, geb. 1820. Geh. Julia WEYN.
7. Frederica, geb. Haasdonk 29.03.1823 en overl. Temse 02.01.1832. Huwde Haasdonk 19.04.1845 Pieter August VERHULST (Haasdonk 13.03.1819 - Temse 10.12.1899) fs Jan en Emerantiana Windey (nrs. 26 en 27).
8. Felix, geb. 07.03.1826. Geh. Haasdonk 19.10.1853 Rosalie VAN WALLE
(geb. Haasdonk 16.06.1824). Rosalie was naaister en tapster …



nrs. 108 en 109. Carolus Josephus STEENSSENS fs Petrus Egidius en Anna Elisabeth SMET , geb.Haasdonk 01.01.1756 en er overl. Haasdonk 06.06.1790. Gehuwd te Haasdonk 18.01.1785 met Amelberga Francisca VERHAEGHEN fa Petrus Joannes en Anna Catharina van GOETHEM , geb. Haasdonk 28.10.1749 en overl. Haasdonk 20.04.1818. Hij was arbeider, zij arbeidster. In 1796 betaalde de armenkamer van Haasdonk aen amelbergha vehaeghen weduwe van Carel Steensens (...) 30 gulden over een jaer houdenisse ofte alimentatie van haeren sone fredericus
steensens
(2).

Hun kinderen geboren te Haasdonk:

1. Joannes Franciscus, geb. ca 1786. Overl. Haasdonk 20.05.1794 (8 j.).
2. Fredericus Leopoldus, geb. Haasdonk 20.05.1787 en ged. 21ste (ss: Joseph Steensens wonende te Sint-Niklaas en Maria Catharina Verhaeghen wonende in Haasdonk). Overl. Haasdonk 06.02.1849. Gehuwd te Haasdonk 15.11.1809 met Alexandrina De MAEIJER (nrs. 54 en 55).
3. Monica, ged. 18.03.1789 (ss: Joannes Baptiste Verhaeghen wonende te Nieuwkerken en Anna Catharina Steensens). Overl. Haasdonk 28.06.1791.
4. Carolus Josephus, geb. en ged. 10.12.1790 (ss: Joannes Steensens en Livina Verhaeghen). Overl. Haasdonk 19.09.1791.


216 en 217. Pieter Gillis STEENSSENS fs Joannes Baptista en Nicola Amelberga van RAEMDONCK, geb. Nieuwkerken 15.07.1728 en overl. Nieuwkerken 19.10.1781. Huwde 1° te Nieuwkerken 23.04.1754 met Anna Isabella SMET fa Jan Francies en Jacquemijne HULSTHAERT, geb. Nieuwkerken 16.08.1722 en overl. Nieuwkerken 28.10.1767; 2° met Maria Anna HUIJBENS fa Jan en Petronella de BRUIJN.
Pieter Gillis Steenssens betwist begin 1781 samen met Joseph Steenssens en Mathys Meersman (gehuwd met Amelberga Steenssens) de staat van goed dd. ….. voor o.m.: obmissen betreffende de schulden sterfhuis Isabella Steenssens, t.w. over leveringhe van nagelen, over leveringhe van winckel waeren, over arbeidsloon, enz… (3)
Voogden sterfhuis Anna Isabella Smet in 1770: Carel Albertus Smet en Joseph Steenssens. Wezen: Pieter Steenssens 13 j., Carel Joseph 12 j. Joseph 7 j., Anna Catharina 5 j. en Jan Steenssens 3 j. (4) Voogden sterfhuis Maria Anna Huijbens in 1783: Jan Pieter Steenssens en Carolus Josephus Steenssens (5).

(zie ook mijn blog van 29.08.2006 “Huisraad van een 18de eeuwse wever te Nieuwkerken“)

Kinderen uit eerste huwelijk:

1. Joannes Petrus, geb. en ged. Haasdonk 10.01.1755 (of 10.06?) (ss: Joannes Baptista Steenssens en Jacoba Hulsthaert).
2. Carolus Josephus, geb. en ged. Haasdonk 01.01.1756 (ss: Carolus Albertus Smet en Maria Amelberga Steenssens). Overl. Haasdonk 06.06.1790. Huwde te Haasdonk 18.01.1785 (tt:Petrus Franciscus Verhagen en Livina Verhagen) Amelberga Francisca VERHAEGHEN (nrs. 108 en 109).
3. Augustinus, geb. en ged. Haasdonk 24.12.1756 (of 04.12?) (ss: Augustinus Roels en Joanna Catharina Steenssens). Overl. voor 1784.
4. Maria Catharina, geb. en ged. Nieuwkerken 02.01.1758 (ss: Joseph Steenssens en Maria Catharina Andris). Jong gestorven.
5. Maria Catharina, geb. en ged. Nieuwkerken 04.07.1759 (ss: Martinus van Gijsel en Anna Carolina Verdickt). Overl. voor 1784.
6. Joseph, geb. en ged. Nieuwkerken 02.01.1761 (ss: Joseph Wauters en Amelberga van Raemdonck).
7. Anna Catharina, geb. Nieuwkerken 01.11.1762 en 's anderdaags ged. (ss: Jan Frans Hulstaert en Anna Catharina Buerggrave).
8. Joannes, geb. en ged. Nieuwkerken 07.02.1764 (ss: Josephus Steenssens en Maria Catharina Smet).
9. Joannes Franciscus, geb. Nieuwkerken 09.03.1766 en 's anderdaags ged. (ss: Adriaan van Ramdonck en Judoca Hulstaert).
10. Petrus Augustinus, geb. Nieuwkerken 26.10.1767 en 's anderdaags gedoopt (ss: Thomas Vercauteren en Amelberga Smet).

Kinderen uit tweede huwelijk (6):

11. Maria Theresia, geb. Nieuwkerken 08.03.1776.
12. Gabriel, geb. Nieuwkerken 22.04.1777.
13. Joannes Franciscus, geb. Nieuwkerken 04.11.1778.
14. Judoca, geb. ca 1780.
15. Coleta, geb. ca 1783.


432 en 433. Joannes Baptista STEENSENS fs Petrus en Magritta MAES, geb. Nieuwkerken 21.03.1702 en overl. Haasdonk 09.11.1759. Huwde Haasdonk 11.05.1727 Nicola Amelberga van RAEMDONCK fa Joanne en Anna SMET, geb. Haasdonk 18.06.1703 en overl. Haasdonk 11.07.1791. Steenssens Jan Baptist fs Pieter, 50 j., was wever te Haasdonk op 15.05.1750.

Hun kinderen:

1. Pieter Gillis, geb. Nieuwkerken 15.07.1728 en 16de ged. (ss: Egidius Brijs en Anna Steensens). Overl. Nieuwkerken 19.10.1781. Huwde 1° Nieuwkerken 23.04.1754 (tt: Jan Baptista Steensens en Petrus van Goethem) Joanna Isabella SMET (overl. Nieuwkerken 28.10.1767) fa Jan Francies (en Amelberga van Puyvelde) (nrs. 216 en 217); 2° Maria Anna HUYBENS (overl. Haasdonk 08.01.1799) fa Joannes en Petronella de Bruyne.
2. Joannes Franciscus, geb. Haasdonk 14.01.1731 en 15de ged. (ss: Petrus de Winter en Anna Smet). Overl. Haasdonk 19.07.1759 en 21ste begraven.
3. Maria Amelberga, geb. en ged. Haasdonk 16.03.1732 (ss: Adrianus van Ramdonck en Amelberga Steensens). Overl. Haasdonk 16.03.1732 en begraven 08.04.1732 ???
4. Maria Amelberga, geb. Haasdonk 18.05.1733 en 19de ged. (ss: Adrianus van Raemdonck en Amelberga Steensens).
5. Joanna Catharina, geb. en ged. Haasdonk 17.09.1734 (ss: Petrus Smet en Catharina van der Mortel). Overl. Haasdonk 15.01.1795. Huwde te Haasdonk 07.01.1759 Petrus Augustinus GOOSSENS.
6. Anna Theresia, geb. Haasdonk 13.06.1736 en 14de ged. (ss: Petrus Ludovicus Broeckman en Catharina van Gasse). Overl. Haasdonk 22.07.1736.
7. Josephus, geb. Haadsdonk 30.06.1737 en ged. 01.07.1737 (ss: Adrianus Smet en Maria de Maeyer).
8. Bernardus Franciscus, geb. en ged. Haasdonk 20.10.1738 (ss: Petrus Ludovicus Berghman en Catharina van Was). Overl. Haasdonk 01.03.1748 en 2de begraven.
9. Jacobus, geb. en ged. Haasdonk 18.07.1740 (ss: Franciscus Smet en Amelberga Smet).
10. Joannes Baptist, geb. en ged. Haasdonk 17.05.1743 (ss: Carolus Vergauwen en Maria Theresia Steenssens).
11. Barbara Theresia, geb. Haasdonk 23.05.1745 en 24ste ged. (ss: Adrianus Audenaert en Amelberga Duerinck). Overl. Haasdonk 05.12.1746 en 7de begraven.
12. Maria Theresia, geb. Haasdonk 27.04.1747 en 28ste ged. (ss: Petrus Egidius Steenssens en Elisabeth Matthijs).


864 en 865. Pieter STEENSENS fs Petrus en Margareta STAES, geb. Nieuwkerken 19.08.1667 en overl. Nieuwkerken 29.05.1728. Huwde 1° Nieuwkerken 24.04.1689 Margriet MAES fa Jan en Anna VERSTRAETEN (in de hoofdcijns Melsele, O.L.V.-Antwerpen, § 2), geb. Nieuwkerken 27.01.1660 en overl. Nieuwkerken 27.03.1724; 2° Nieuwkerken 22.08.1724 Catharina TALBOOM fa Franciscus en Elisabeth van BOGAERT, geb. ca 1675 en overl. Nieuwkerken 07.03.1755.
Voogden mater ende paterneel bij overlijden van Margriet Maes: Andries de Belie en Adriaen Vermeirvelde. Tijdens eerste huwelijk gekocht van Catharine van Lemberghen: een huis te Nieuwkerken in den Caniverwyck, 55 roeden groot, palende o. de straat, z. Joos Verberckmoes, w. Joos Vercauteren en n. Jan Baptiste Brijs, o.m. belast met eene schellinck tsjaers aan de onderpastorij te Vrasene. Pieter was wever. De staat van goed van 1726 vermeldt: 2 weversgetauwen, 2 ekels, 2 spinnewielen, 12 pont garen, dry paer en half laeckens. Brandhout en gereedschap van de weverije geschat op 3 £ 3 sch. 4 gr. Was hij ook vinkenier? Onder de baten: De vinckerye bestaende in netten getuygh ende voghels met de muyten geraamd op 2 £ gr. Een“gevelden olm ende karselai” werden geschat op 1 £ 8 sch., een verckens hesp op 5 sch., 15 hennen waaronder kuikens op 8 sch. 7 gr. en een half maat bonen met een half maat terwe op 4 sch.gr. De weduwnaar mocht zijn beste cleedt behouden omdat (zijn dochter?) Marie Steenssens bij hem nog in het krijt stond. De begrafeniskosten van Margriet Maes beliepen 1 £ 3 sch. 4 gr. Men vond nog contante penninghen t.b.v 3 £ gr. en de baten overtroffen lichtjes de schulden (7).

Kinderen geboren uit eerste echt te Nieuwkerken:

1. Anneken, geb. en ged. 19.02.1692 (ss: Joos van Bogaert en Anna Verstraeten).
2. Marie Magdeleen, geb. 24.09.1695 en 25ste ged. (ss: Petrus Vael en Magdalene Maes).
3. Amelberghe, geb. 30.08.1697 en 31ste ged. (ss: Petrus Steensens en Amelberga Rotiers).
4. Jan (Baptist), geb. 21.03.1702 en 22ste ged. (ss: Joannes Steensens
en Catharina Steensens). Overl. Haasdonk 09.11.1759. Huwde Haasdonk 11.05.1727 (tt: Petrus Steenssens en Petrus de Winter) Nicola Amelberga van RAEMDONCK (Haasdonk 18.06.1703 - Haasdonk 11.07.1791) fs Joannes en Anna Smets (nrs. 432 en 433).
5. Jacobus, geb. 05.08.1704 en 6de ged. (ss: Jacobus Maes en Catharina Steenssens). Niet vermeld in hoofdcijns. Jong gestorven?


1728 en 1729. Pieter STEENSENS fs Jan en Amelberga VEREECKEN, geb. Nieuwkerken 22.03.1637. Huwde 1° Sint-Niklaas 19.10.1658 Margriete STAES, geb. ca 1632 en overl. Sint-Niklaas 06.06.1676; 2° Nieuwkerken 13.09.1676 Amelberga MAES, overl. Sint-Niklaas 1709.

Kinderen geboren uit eerste bed:

1. Joannes, geb. Sint-Niklaas, 28.08.1659 en 30ste ged. (ss: Egidius Staes en Maria Peertsmans). Overl. Nieuwkerken 28.08.1667 (8 j.).
2. Judocus, geb. Sint-Niklaas 21.011.1661 en 22ste ged. (ss: Judocus Vereecen (?) en Catharina van Dael).
3. Catharina, geb. Sint-Niklaas, 19.10.1663 en 21ste ged. (ss: Petrus Staes en Petronilla Vereecken). Overl. Sint-Niklaas 11.12.1710 (47 j.) als vrouw van Adriaen MEIRVELT.
4. Pieter, geb. Nieuwkerken 19.08.1667 en 21ste ged. (ss: Petrus Steenssens en Maria Buermans (?)). Huwde 1° Nieuwkerken 24.04.1689 (tt: Petrus en Judocus Steenssens) Margriet MAES (Nieuwkerken 27.01.1660 - Nieuwkerken ??.03.1724) fa Jan en Anna Verstraeten (nrs. 864 en 865); 2° Nieuwkerken 22.08.1724 (tt: Jan Steenssens en Joannes Franc. de Loose) Catharina TALBOOM fa Franciscus en Elisabeth van Bogaert.
5. Amelberga, geb. en ged. Nieuwkerken 18.01.1671 (ss: Aegidius van Kerckhoven en Margareta Maes).
6. Maria, geb. en ged. Nieuwkerken 18.01.1671 (ss: Judocus Steenssens en Catharina Talbooms). Overl. Nieuwkerken 25.01.1671 (8 dagen): maria steensens fa Petri fs Jo(ann)is.

Kinderen geboren uit tweede bed te Sint-Niklaas:

7. Maria, geb. 09.02.1678 en 10de ged. (ss: Judocus Maes en Maria de Maer).
8. Joannes, geb. 17.11.1679 (ss: Jacobus Puylaert en Maria Steelants). Jong gestorven?
9. Egidius, geb. 15.07.1681 (ss: Livinus van Essche en Anna de Maer). Jong gestorven?
10. Anna, geb. 23.05.1684 en 24ste ged. (ss: Jacobus Maes en Anna de Weert).
11. Egidius, geb. 28.02.1686 en ged. 01.03 (ss: Josephus de Grave en Catharina Soetens).
12. Joannes, geb. 21.07.1688 en 22ste ged. (ss: Joannes Vercouteren en Anna de Maere). Overl. Sint-Niklaas 11.09.1710 (22 j.).


3456 en 3457. Jan STEENSSENS fs Pieter en Elisabeth de CALUWE, geb. 21.01.1590 en overl. voor 1642. Huwde Nieuwkerken 22.02.1637 Amelberga VEREECKEN, overl. 09.12.1647. Jan van Voorde, tweede man van Amelberga Vereecken is hauder gebleven ten sterfhuijse van wijlent amelberghe vereecken sijn overledene huijsvrauwe midtsgaders pieter van bogaert ende jan daelman wettelijck staende voochden van de drij audste weesen bij de voornoemde amelberghe vercregen van jan steenssens haeren eersten man (8).

Kinderen in het gezin Steenssens-Vereecken geb. te Nieuwkerken:

1. Pieter, geb. 22.03.1637 en 23ste ged. (ss: Franchois Vereecken en Elisabeth de Caluwe). Huwde: 1° Sint-Niklaas 19.10.1658 (tt. Petrus Steensens en Gillis Vereecken (?)) Margriete STAES (geb. ca 1632 - Overl. Sint-Niklaas 06.06.1676); 2° Nieuwkerken 13.09.1676 (tt. Anthonis van Voorde en Jan Debbaut) Amelberga MAES (overl. Sint-Niklaas 1709).
2. Catherine, geb. 26.09.1638 en 27ste ged. (ss: Pieter Papaerts en Cathalyne Baerts).
3. Joannes, geb. 11.02.1640 en 14de ged. (ss: Joos Steensens en Anna sCockx).

Amelberga hertrouwde Nieuwkerken 07.01.1642 (tt: Merten Haegman en Jan de Loose) met Jan van VOORDE.

6912 en 6913. Pieter STEENSEN geb. ca 1565. Huwde Elisabeth de CALUWE, geb. ca 1570.

Hun kinderen te Nieuwkerken:

1. Joannes, geb. 21.01.1590 en overl. voor 1642. Huwde Nieuwkerken 22.02.1637 (tt: Petrus Steenssens en Pieter Papaert) Amelberga VEREECKEN, overl. 09.12.1647.
2. Pieter, geb. 11.08.1592. Huwde 1° Nieuwkerken 20.05.1617 Maria BLOMMAERTS fa Carolus en Maria Vereecken; 2° Elizabeth sCALUWE fa Bartholomeus (? overl. voor 03.11.1651). Uit eerste echt Jan (geb. Vrasene 1618), Pieter (geb. Nieuwk. 1620), Lysbeth (geb. Nieuwk.1622) en gehuwd met Pieter van BOGHAERT, Josyne (geb. Nieuwk. 1625), Cathelijne (geb. Nieuwkerken 1627), Maria (geb. Nieuwk. 1629 en overl. voor 1633), Carolus (geb. Nieuwk. 27.06.1630 en overl. voor 1633), Joos (geb. Nieuwk. 08.09.1631 en overl. voor 1633) en Carolus (geb. Nieuwk.1632/1633) gehuwd met Margriete MAES.
3. Mergriet, geb. 01.01.1595. Overl. Nieuwkerken 27.04.1673. Huwde voor 1615 Pieter PAPAERT (Nieuwkerken 21.03.1591 - Nieuwkerken 19.01.1676) fs Joannes en Elisabeth van Grembergen.
4. Joos, geb. 03.05.1598. Overl. Nieuwkerken 27.03.1671 (72 j.). Huwde 1° Nieuwkerken 22.11.1620 Amelberga van OSSELAER (overl. Nieuwkerken voor 01.10.1640. Staat van Goed met voogden: Mre Charle Gossewijl en Pieter Steenssens); 2° Nieuwkerken 29.07.1642 (tt: Pieter Steensens en Pr Papaert) Amelberghe DAELMANS (Nieuwkerken 04.03.1606 - Nieuwkerken 14.11.1644) fa Pieter en Amelberghe Herman. Staat van Goed met voogden: Pieter van Bogaert en Gillis Daelman. Uit eerste bed: Petrus (geb. Nieuwk. 1621 en overl. Sint-Niklaas 1646), Jan (geb. Vrasene 1623), Gillis (geb. Vrasene 1627 en overl. Nieuwk. 1694), Joos (geb. 1630), Anna (geb. Nieuwk. 1635) en Joos (geb. 1638). Uit 2de bed: Joannes (geb. Nieuwkerken 1644).
5. Elisabeth, geb. 16.11.1600. Overl. Nieuwkerken 24.05.1668 (65 j.).Huwde Nieuwkerken 23.11.1621 Pieter van BOGAERDE, geb. ca 1596 en overl. Nieuwkerken 02.09.1660.
6. Cathalijne, geb. 01.04.1603. Huwde Nieuwkerken 26.04.1622 Gillis van KERCHOVE, waarvan Petrus van Kerchove.
7. Adriaen, geb. 07.08.1605.

Had Pieter Steenssens een zuster Anna (of een dochter Anna), geb. voor 1590? Er werden te Nieuwkerken inderdaad Staten van Goed opgesteld m.b.t. ene Anna Steenssens, overl. voor 1628 en gehuwd 1° voor 1613 met Adriaen de CALUWE (overl. voor 18.07.1622: deelvoogden Jan Papaert en Joos Weyn Prs.); 2° Nieuwkerken 30.08.1622 (tt: Jan Maes en Paesschier Thuenissens) met Gillis MAES fs Michiel.


Noten: (1) RABev, Modern Arch. Haasdonk., nrs. 33 (1823) en 34 (1829). (2) RABev, GOA Haasd. nr. 348, Armenrekening 1796.

(3) RABev, GOA Haasd., nr. 517, los stuk (1781 - 1787). (4) Stadsarchief St.-Niklaas, Sint-Niklaas nr. 1211. (5) id. (6) Doopakten ontbreken in fotocopies Nieuwkerken in RABev. (7) Stadsarch. St.-Niklaas, nr. 1208, f° 138, S.v.G. dd. 18.09.1726 te Nieuwkerken : Sterfhuis Margariete Maes, houder Pieter Steensens fs Petrus en Margareta Staes. (8) Stadsarch. St.-Niklaas, nr. 1203, f° 316, p. 638-640, S.v.G. dd 09.12.1647.
Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Haasdonkse armen in 1580 en hun weldoeners

Als voorloper van onze O.C.M.W. zorgde tijdens het ancien régime de Armendisch of H. Geesttaefel voor de armen. In de jaarrekeningen van deze instelling kan men zijn arme voorouders terugvinden. Doorgaans weduwen en wezen. Maar ook hun weldoeners. Begoeden die giften gaven. Of gewoon Jan Modaal, ’t zij boer of werkman, die pachten, cijnzen of allerlei al dan niet erfelijke renten aan de armendis verschuldigd was.
Aan het hoofd stond een Armmeester. We citeren wat namen voor Haasdonk: Jan Claus en Jacob van Bogaert Janszoon (armmeesters in 1570), Jan Dullaert (1573), Pieter van Luegenhaghen (1574), Jacop Perman (1575?), Sebastiaen Giodt (1661), Pieter Thysman (1662), Gillis Volckerick (1700), Philips Govaert (1701), Guilliam Vercauteren (1703), Gillis van Geertsom Adriaenszoon (1704), Michiel Egghe (1705 en 1706) en Michiel Boeye (1707).
Om een idee te krijgen van de inhoud van zo’n jaarbalans slaan we deze van 1580 open(1). Pieter de Jonghe en Jan Vergouwen waren er besorgers ende administratuers .
Onder de ontvangsten vinden we quijtrenten verschuldigd door Michiel van Landeghem en Paesschier Verbochoven.
Pachten, tiendepachten of renten werden betaald door Jan van Gheetsem, Jacob Maesdoncq, Jacob Lysesone, Claeys de Witte, Jan van Perre (pacht een thiendeken), Jan Cappe fs Pieter, Stoffel Abeel, Jan de Rop over Pieter de Rop, Mathys van Vyvere , Symoen van Raemdonck, Digne tsHasen, Andries Vercouteren, Joes Verstraten, Pieter Verstraten over Jacob Bolsen, Jan van Landeghem over Jan Rouwel, Lauwereys van Wolvelaer, Anna Bolsens dwijf Pieter Broecman, Jacob van Broucke aen de plaetse, Jan van Vyvere uit Kruibeke over doors Gillis Verbochaven, Paes Smet over Pieter van Kerbrouck, Jan de Decker, Pieter de Dycke, Jan Seuij, Paes van Goeye de Jonghe, Symoen de Kerf, Niclaes de Maeyer, de weduwe Jacob Bolsen wonende ter Banck, Michiel van Puyenbroeck over Pieter van Puyenbroec, Joeris Vercouteren.
Korentienden waren verschuldigd door Lauwereys Vergouwen en Joeris Vercouteren, welke ook nog 33 schelling in ‘t krijt stond als saldo over den coep van een huysken.
Achterstallige koren- en tarwematen werden vereffend door Jacob Bolcene, de hoors Pauwels van Vijvere, Jan Verbeeck, Symoen Wittoek, Joeris Vercouteren, Jan van Mieghem, Jan de Weert over diene synen broeder, Lauwerys Vergauwen, Jacob Stuer, Jan Haessaert, Paesschier van Bogaert, Jan van Puyenbroeck, Jan de Weert, Inghel Bervoets, de wed. Jan Claus, Joos Claus, Jan Claus, Paesschier van Bogaert over Lijsbette Verelst, Josyn Stuers voor Antonius Brijs, de hoors Jan de Rycke, Pieter de Maeyer over de wed. Jan Doeye, Pieter de Cauwer over Mergriete van Roeyen, Paes(schier) Vereecken , Berbel Stoeps, Cleys de Witte, de hoors Joes Weyn, Jan van Landeghem over syn huysvrou Marie van Velde, Adriaen van Kerbroeck, Gillis Kerbeke, de hoors Gillis de Dycker. Dit lijstje eindigt als volgt: Alle dit cooren is gedeelt den armen van de prochie …
Volgen dan onder de uitgaven de namen van de armen (hier in vetjes) met beschrijving van de leniging hunner noden. De armentafel gaf gewoonlijk opdracht aan een lokale neringdoener of ambachtsman om iets te leveren of uit te voeren. Wat de familiekundige in staat stelt het beroep van sommige voorouders op te sporen.
Griete Hillegheers kreeg o.m. 2 ellen roet laeken. Ze werd ook dat jaar op kosten van de H. Geesttafel begraven.
Lyne Hillegeers ontving huishuur en mondkost.
Jacob van Broucke (bakker?) en Jan Maesdoncq Laureis (brouwer of herbergier?) leverden respectievelijk brood en bier (4) aan Lynken Kerfs toen zij in de gave (2) zat.
Bette Huijghens kreeg een anderhalf maat rogge.
De begrafenis van eenen schamelen man gestorven aan de pest kostte de armmeester 5 sch. 11 gr.
Jan Maesdoncq Mathijs verbleef ook in de gave. Getroffen door pest. Zijn kind werd eveneens van “den armen” ter aarde besteld.
Meester Gabriel (dokter of chirurg) verzorgde het gezin Griete Huijghens.
Willem Bolsen en Clays Vercauteren leverden respectievelijk winkelwaren en bier aan de wed. Frans de Bruyne wier kind ook op rekening van de armenkas werd begraven. Men bezorgde haar ook boter en rentvleesch. Mr Gabriels heeft haar en haar zoon ook behandeld. Joeris Vercouteren leverde het gezin levensmiddelen.
De wed. Joos Hemelrijck werd geholpen nadat haar man in de gave was ghestorven. De H. Geesttafel bekostigde bovendien de begrafenis van haar kind.
Naast andere hulp werd Joes Brielman’s huishuur ook betaald .
Het gezin Gillis Maes ontving hout, bier en koren. Gillis ook Diel genoemd stierf aan de pest in de gave en werd op kosten van de armendis begraven, benevens zijn weduwe en een cleyn kint. Voor een kind van Gillis kocht men drie el stof, een paar schoenen en een el voerlaken.
Bette sMaeyers ontving geld, koren en 2 ½ el stof.
Piet van Gijsele geld, een maat rogge, een spent erten (3), bier en 2 ½ el laken.
Het kind van Catelyne Haecx werd voor een jaar uitbesteed bij Willem Bolsene.
De weduwe en kinderen Andries Couers zaten in de gave.
De kinderen Heyman werden gekleed en onderhouden, één van hen begraven nadat het aan de pest stierf.
Het kind van Jan van Laere werd een jaar uitbesteed bij Berbel Rouwels.Kreeg o.m. geld, 2 maten koren, een elle laeckens om een lyfken te laten maken, 2 ½ ellen roeye pije, een paar houten schoenen en een paar kousens.
Voor de wed. Cleijs Vergouwen in de gave godts, betaalde de armendis hout, een doodskist voor haar aan de pest gestorven man, de grafdelver voor het begraven van drie van clysens kinderen, 3 maten koren en tenslotte bier geleverd door Jan Brys (brouwer of herbergier?).
De wed. Jan Jansens ontving tweemaal 6 ½ maten koren.
Betten Saeghers swaere siecke zijnde kreeg bier, 3 maten koren en andere dienste.
Cleys de Catte ontving toen hij ziek was bier, victualiën (5) en boter.
Lauwereys Vergouwen leverde ook victualiën bij Gitte Sommeleeren tijdens haere siecte.
Het kint jans laere verbleef bij Lauwer Rombaut. De armendis zorgde voor een jaar onderhoudskosten,voor een paar schoenen en een lijfken.
Gillis Eeckelaert verbleef bij Amelken Blaeren. Hij ontving 2 el roeye pije om een rocxken te maken, een lyfken, anderhalve el laken en een paar causens.
De wed. Adriaen Crouwele ontving geld en 6 maten rogge.
Tanneken Smedts victualiën, bier, laken om een rocxken te maken en 3 ½ maten koren.
Joos de Cauwer tijdens zijn siecte 5 maten koren.
Het kind van Jan Vergouwen Bosken verblijvende bij Jacob Weyn ontving anderhalve maat rogge, 2 maten tarwe.
Bauwen Vergauwen ontving 3 ½ maten koren. Na zijn dood werd iemand betaald om zijn graf te delven.
Catelijne Verettinge kreeg een paar schoenen en geld voor een lijfken.
De wed. Willem Brys o.m. 2 ½ maten koren.
Maeye sWolfs werd van hout voorzien tijdens haer kinderbedde.
Mr Willem van Doerinc (de pastoor?) werd betaald voor het maken en copiëren van het testament van Joannes Vegouwen. Het is niet duidelijk of deze laatste echt een arme was.



(1) RABev, GOA Haasdonk nr. 315, bundel jaar 1580. (2) gave of gave godts: godshuis ? (3) spent of spente: inhoudsmaat voor granen, ca 6,75 liter (4) bier voor dagelijks gebruik was algemeen verbreid omdat het brouwsel was gekookt. Wel was het “fluitjesbier“. Gewoon water was een bron van ziektekiemen. (5) victualiën: levensmiddelen, mondkost.
Foto: Detail “Brooduitdeling op het Dorp”. Olieverf van F. Van Leemputten (KMSK Antw.).

Hoe vind je dit bericht? 18 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

Moeders gedicht

Als kind hoorde ik m’n moeder, geboren in 1905, vaak een gedicht voordragen dat zij wellicht in het begin van de eerste wereldoorlog leerde in de meisjesschool van Haasdonk. Enkele verzen zijn me altijd bijgebleven, zoals “dag oudje, smaakt je pijpje goed, wat rookt die kop mooi door?” En “die kop is niet te koop…. ik kreeg hem van mijn kapitein, die viel bij Waterlo …”
Begin 2002 kreeg ik van een zekere W. Vercraeye uit Groot-Bijgaarden de volledige tekst. Schrijver van het gedicht is Bernard Van Meurs S.J. (1835 - 1915). Volgt hier het onverkorte gedicht dat senioren uit Haasdonk of omgeving misschien nog kennen.

DE PIJPEKOP

“Dag oudje ! Smaakt het pijpje goed ?
Wat rookt die kop mooi door !
‘t Is echte zeeschuim naar het schijnt,
Zeg dan, wat vraagt g’er voor ?”

“Mijnheer, die kop is niet te koop,
Ik kreeg hem als cadeau,
Op ‘t slagveld, van mijn kapitein,
Die viel bij Waterloo.

Dat ging er daar geducht op los.
Van ‘s morgens twalef uur
Tot ‘s avonds, zonder nat of droog,
Toujours maar in het vuur.”

“Vertel mij dat een andere keer.
Toe, geef me uw pijpekop,
Ik bied er een goud tientje voor
Hewel ! stem toe ! … leg op !”

“’k ben maar een arme man, mijnheer,
En heb een klein pensioen;
Toch, deed ge er duizend guldens bij,
Zou ik het nog niet doen.

Ik stond, gelijk ik zei, in ‘t vuur
En naast mijn zij, o God !
Kreeg onze brave kapitein,
Vlak in zijn borst, een schot.

Ik ving hem in mijn armen op,
En droeg ‘t gedrang hem uit,
Verbond zijn wond en zag met vreugd
Zijn stromend bloed gestuit.

Toen gaf hij mij deez’ pijpekop,
En ook zijn beurs vol geld;
Hij drukte mij voor ‘t laatst de hand
En stierf gelijk een held.

De beurs gaf ik het arm gezin,
Wiens huis was afgebrand;
Maar deez’ , mijnheer, mijn pijpekop
Komt in geen vreemde hand.

Sinds jaren reeds bewaar ik hem,
Gelijk een relikwie;
Zo dikwijls ik mijn pijpje rook,
Is ‘t of ik hem nog zie.”

“Schoon, brave man. Hoe heette hij
Die goede kapitein ?”
“Wij noemden hem steeds “beste vaâr”;
Zijn naam was Van der Klein.

Ziet gij in ‘t bos die gevelspits?
Dat slot ? Daar woonde hij.”
“Het was mijn vader, beste vriend,
Dat huis behoort aan mij !

Hebt gij mijn vader bijgestaan
In de ure van zijn dood ?
Kom, brave, ga dan meê met mij
En eet voortaan mijn brood.”

“Is ‘t mogelijk, heer, zijt gij zijn zoon?
En woont gij op zijn erf?
‘k Ga met u meê; de pijpekop
Krijgt gij eens als ik sterf !”

Hoe vind je dit bericht? 27 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van WASE GESLACHTEN

↑ Terug naar de berichten