Naar de inhoud

WASE GESLACHTEN

akke.beakke.be

Archief

Huisraad van een 18de eeuwse wever te Nieuwkerken

Voor het invoeren van het mechanisch weefgetouw en het ontstaan van de industriële weverij, verdiende menig Vlaming zijn brood als huiswever. Zo ook mijn voorvader Pieter Gillis STEENSSENS fs Jan Baptist en Nicola Amelberga van Raemdonck, geb. te Nieuwkerken-Waas op 15.07.1728 en er op 19.10.1781 overleden. Ingevolge dit overlijden legden de voogden op 30.04.1783 een Staat van Goed voor aan de schepenen van Nieuwkerken (1). Aan de hand hiervan komen we te weten hoe het huis van een 18de eeuwse Wase wever was ingericht. Op 100 roeden grond (kaartnr. 134) gelegen in de Wijk Anthonie de Jonghe, langs sHeerenstraete had de overledene vermoedelijk in 1772 een huis gebouwd, volgens het uithangbord HET PANNENHUYS genoemd.

IN DE KEUCKEN telde men op de schouwlijst 5 tinne tailloren, 3 geleyerde borden met 2 schotels, 6 biergelaesen, roomers, een theebus, strijckijsers, 3 ijsere potten, een visspaan en een sopberd …
Ook nog een struwijn, een moor, een koperen lantaarn, wat aardewerk, een schapraai, een emmer, een spoelbak, 4 geleirde schotels, 2 flessen, 8 pinten, een canneken, 10 potten. Opmerkelijk is eene staende orologie, geraamd op 14 gulden. Verder nog 2 geleirde schotels, een lampe, een maelcuypken, een flessche, een tinnen treckpot, een raspe, een spiegelken en een trafter. Aan een lepelbert hingen 12 tinnen lepels.
Het haardgerei bestond uit een potneus, hangel, tanghe, hangijser, ketinge, smoutcan en een marmiet. Gegeten werd aan een taefelken. Dertien stoelen vervolledigden het meubilair.

IN DE CAMER stonden 2 tafels en een koffer. Verder een ledikant, een bed, een paar lakens en een sargie. Zes tinne tailloore, een crucifix met de gelaesen en roomers schatte men op 3 gulden.

IN DEN KELDER noteerde men eene bierschraeve met 2 teilen met melck. Naast een ketel, een botervat, een marmietje, een koekenpan en een saenpot. Een coetsken met de laekens, een caffen bedde, sargie… Een cabas, een ijseren thuijn cuijpken, en een zak met beesteneten.

IN DEN WEVERSTAL stonden 2 weefgetouwen. Samen met 8 cammen, effenaers, wielen, tuijten, scheirmeulen en verder toebehoren geraamd op 20 gulden.
Ook nog 2 spaden, 2 rieken, een schup, een bijl en 2 zakken boekweit. Een maet, repe en eenen winde raamde de schatter op 4 gulden. Het timmergerief bestond uit een zaag, een hamer, 2 beitels en boren. Tenslotte nog een spinnewiel, wat bonen, turf, een zeil, 3 zakken, een trog, een vleeskuip, een beddeken met een drolsargie, wat appelen, planken, vaten en een kruiwagen.
De inventaris vermeldt hier ook een houtmijtje, 15 bijkorven, een caproen (2) en een biecot. Allicht stond dit buiten en niet in de weversstal.

IN DE SCHUERE lag koren, hout, potetten en 75 wissen vlas. Samen geraamd op 32 gulden 16 schelling. Men hield er ook een koe en een varken, respectievelijk geschat op 30 en 16 gulden.

IN HET SWINGELCOT lagen 2 steenen geswingelt vlasch, een swingelbert, ladders, een (werk?)bank en een wan.

De boedelbeschrijving vermeldt eveneens een gouden kruis en ring geraamd op 10 gulden 10 schelling.

Uit zijn eerste huwelijk met Anna Isabella SMET (Nieuwkerken 16.08.1722 - Nieuwkerken 28.10.1767) werden 10 kinderen geboren. Uit zijn tweede huwelijk met Maria Anna HUIJBENS zagen 5 kinderen het levenslicht. Er was dus werk aan de winkel. Zoals vroeger gebruikelijk was bewerkte onze wever nog diverse gronden. Het betrof pachtgronden. O.m. een stuk van 400 roeden, deels gebruikt als rachtinck deels bezaaid met klaver. Op een ander stuk groeiden wortelen en aardappelen. Een derde stuk werd als spurrelandt beschouwd.
Dit alles zonder eigen paard, zodat voor peerdewerck en vervoer diende betaald. Onder de transportkosten: het mennen van boonen … van vlasch … van steenen … van boomen … en vervoer van mest.

De inventaris maakt geen melding van gebruikt garen of vervaardigde stoffen. Misschient had Pieter Gillis Steenssens geruime tijd niet meer gewerkt. Was hij voor zijn dood lange tijd ziek? Onder de schulden: 10 gulden 4 schelling aan de dokter voor gedane visites en 16 schelling aan de chirurgijn.


(1) Stadsarchief Sint-Niklaas, Register 1211, f° 198 r t.m. 202 v. (2) bijenkap gebruikt als bescherming.

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:23 Reageer op dit bericht

Bazelse weerbare mannen in 1480 en 1552

In 1480

Martijn BAGHELAERT, Joos van BERCHEM “schepene“, Gheert van BERCHENHOVE, Jan van BERGHE, Colaert, Jacop en Pieter fs Jans BERTRAM, Pieter BERTRAM “schepene“, Pieter, Jan fs Reyns, Jan fs Stevens en Sanders van BOGHAERDE, Joos, Jan fs Jans en Jan fs Pieters van BOSSCHE, Coppijn van der BRAKEN, Franc BRYSINC, Joos BRUYMMAN, Michiel de BUEKEL “meyere”, Jan de BUEKELE, Nychasijs CAPET, Nyclaeus en Jan van CORTEBEKE, Adriaen de COSTERE, Martijn vander COUTEREN, Pieter COUTHALS, Christiaen en Jan van CUELNE, Pieter en Jan van DALE, Jacop DIERICX, Jorijs ENGHELVELT, Jan fs Jans, Jan fs Sanders, Joos, Pieter en Sanders van ESBROUC, Gillis en Jan van GHEERTSEM, Pieter van GHEERTSAM, Jacop HACKE “schepene”, Jan HAGHELSTEEN, Jan en Pieter HASAERT, Jan HERWEYERE, Pieter fs Jan vander HEYEN, Pieter vander HEYEN “schepene”, Gillis, Jan en Thuenijs HOUMAN, Pieter HOUMAN “schepene”, Jan van HOUTE, Pieter JONCMAN, Pieter KEPPÏJNS, Pieter van KERCHOVE, Jan en Thuenijs LEEKELAERT, Gillis en Joos vander LUEGHENHAGHEN, Jan de MAYERE, Jan de MEYERE, Joos van MEYNGHERSVUUT “joncheer”, Michiel “de bastaert”, Gillis MOEN, Gillis MOENS “smeetsknape” en Heynderic MOENS, Gillis MOLENDYC, Adriaen en Jacop van POLFLIET, Boudijn , Gillis fs Pieters, Jan fs Gillis Jan fs Pieters en Pieter van RAEMSDONC, Gillis van RAEMSDONC “schepene” en Jan van RAEMSDONC “Baten sone”, Jan en Meeus RAES, Jan RAYWAERT, Jan van ROODE “schepene”, Pieter van ROODE, Gillis ROOMA N, Cornelis vander SICKELEN, Pieter fs Gillis, Symoen en Thuenys de SMET, Pieter SPECHT, Nyclaeus en Symoen SPRUTE, Heynderic van STEENACKERE, Jan STRAGIERS, Rombout van VELDE, Gillis fs Jans, Gillis fs Symoens, Jan fs Symoens, Joos fs Jans en Pauwels VYD, Heynderic, Pieter en Zanders van VIVERE, Mathijs de VOGHELARE, Gillis VOLKERIC, Jan van VOORDE, Reyn de WALE, Gillis de WITTE, Jacop en Jan ZEGHERS.
In 1552

Joos ABBEEL, Joos fs Paesschiers en Paesschier van ACKERE, Govaert van AELST, Clays en Jacop ALLIJCENSONE, Pieter ALLIJCESONE, Joos en Cornelis BATENS, Gooris van BERGHEM, Merten de BOCQ, Jan van BOGAERDE, Jacop, Joos en Pauwels BOLSELE, Jacop en Jan van BOOME, Gommerijn, Jan en Joos van BOSSCHE, Gillis BOUWENS “Vincentssone”, Frans, Gillis en Simoen BRIJS, Lucas van BRUSSELE, Jan en Joos de BRUYNE, Heyndric de BUYSSCHERE, Anthonis en Jan fs Jans CAPPE, Jan CAPPE “smet”, Christiaen en Joos CAUTHALS, Gillis de COCK, Jan en Joos van COLENNE, Jacop Jans COPPE, Clays DAELMAN, Joos DANCKAERT, Thomas DOEYE, Bertel, Jan en Pieter van ESBROUCK, Gillis van GHEETSEM “schepene” en Pauwels van GHEETSEM, Jan GHOOSSINS, Cool GHOVAERTS, Adriaen,Joos en Paesschier GILLIS, Gillis van GRIECKEN, Jacob HAGELSTEEN, Michiel HAGHELSTEEN, Daneel en Jan van HAVEREN, Jan van HEEDE, Jan HILLEGHEER, Jan de HOOGHE “d’oude”, Jan fs Gillis HOUMAN, Jacop de HUTSERE, Adriaen de HUYCKERE, Gillis HUYGHENS, Jan de JONGHE, Pieter de JONGHE “schepene”, Hubrecht van LANDEGHEM, Jan de LANSHEERE, Anthonis, Joos en Joos fs Michiels LEECKELAERT, Cornelis LEECKELAERT “schepene”, Adriaen van LEPPEVELT, Gillis, Jan en Joos van LOGHENHAGHEN, Jan MAES, Adriaen de MAEYERE, Joos MARIEN, Jan de MAYERE, Joos van MOIRTERE, Bartholomeeus de MOLEERE “meyere”, Joos van MYEGHEM, Frans en Joos van OVERLOOP, Dionys PIERINS, Gillis van POLFLIET, Gillis van PUTTE, Pieter van PUYMBROUC, Joos van RAEMDONC “schepene”, Gillis, Jan fs Pieters, Joos fs Jans, Joos fs Joos en Marc van ROYE, Gillis van ROYE “Michielssone”, Jan fs Gillis van ROYE “schepene”, Pieter fs Gillis VAN ROYE “schepene”, Claus, Gillis, Jan fs Bouwens, Mathijs en Pauwels SMET, Jacop SMET “schepene”, Jan SMET “Heyman”, Joos SMET “aen ‘t Haeuwijc”, Jacop SPRUYT, Jan van STEELANDT “baillu, castelijn wis(sekercke)”, Cornelis van STEENACKERE, Cornelis, Jan, Joos van STRIJDONC, Gillis van STRIJDONCK, Jan STUYER, Pieter THIERENS, Jacop VARENDONCK, Daneel en Jan VERGOUWEN, Gillis, Joos en Lauwereys VERHAGHE, Jan VERHEYDEN, Willem VERNIMMEN, Frans VERSTRAETEN, Adriaen fs Ardts, Adriaen fs Joos, Gillis en Jacop VERSTRATEN, Pieter VIJDT, Pieter VINCKE, Gillis van VOIRDE, Gabriel en Gillis VOLCKERIC, Cornelis de VOLDERE, Jacop de VREEDE, Philips de VRIESE, Claus en Jan van WATERSCHOOT, Gillis van WIJNACKERE, Gillis fs Michiels de WITTE,Gillis de WITTE “in d’Elst”, Adriaen, Joos en Pieter van WOUWE, Gillis van WOUWE “de jonghe” en Jan ZEGHERS.


Bron en info: cfr. mijn blog dd. 05.09.2005.

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Nieuwkerken vroeger

Nieuwkerken-Waas dankt haar ontstaan aan de kapel O.L.Vrouw ten Bossche gebouwd op een plaats aangeduid door een miraculeus Mariabeeld. Een oorkonde van 1143 vermeldt deze bidplaats omringd door enkele woningen als de wieg van het latere dorp. In 1294 als zelfstandige parochie afgescheiden van Sint-Niklaas, wordt hetzelfde jaar nog de eerste kerk opgericht. Via Nukercke, Nieukercke, Nieukerken evolueerde de naam tot Nieuwkerken.
In 1635 richtte men een nieuwe kapel op op den hoek des dorppleins, langs de baan Kieldrecht-St. Niklaas. Men kwam er bidden tegen de roos en het bloeden.
Wijken in 1626 genaamd naar (er wonende personen?): Gillis van de Perre-, Joos Baes-, Roeland Heyndrickx-, Jan Vergauwen-, Antoon de Jonghe-, Antoon Brijs- en Pieter Segherswyk. Daarnaast Kerkwyk, Schuttershof, Priesterage, Schuilhoek, Klein en Groot Stoklaar, Kauwerwijk en Geerstmolenberg. In 1879 sprak men van het Dorp, Gijzelstraat, Peperstraat, Turkije, Vrouweneekhoek, Zeveneekhoek, Drie Lindenhoek, Portrugeesche straat, Buitenstraat, Vrasenestraat, Groenstraat, Hospitaal, Kriekelaarstraat, Bautenshoek, Breestraat, Kwakkelhoek, Zoetwater, Grote Baan, Heihoek , Meestersstraat en Uil.
Door de parochie liepen volgende beken: de Gordebeke, Kivietbeek, Speeldenbeek en Uilsbeek.
In 1497 noteerde men al 207 commmunicanten. Het aantal inwoners liep op van 1.368 in 1725, naar 1.772 in 1794, 2.195 in 1824 tot 2.730 in 1877. Onder de 97 getelde hofsteden in 1797 viel ook de grote hoeve ‘t Goede ten Heeke, welke met haar 14 bunders in 1418 eigendom was van Arend Sersanders en later van Philip van Mullem.
Nieuwkerken, in 1626 ca 2.090 gemeten groot en in 1877 ca 730 ha, is vooral een landbouwgemeente. Een telling van 1830 maakt gewag van 72 paarden, 8 veulens, 379 runderen, 179 kalveren, 236 varkens, 295 schapen en 30 geiten. Meest geteelde landbouwproducten zijn tarwe, rogge, gerst, haver, bonen, erwten, boekweit, vlas, aardappelen en klaver. Naast 6 bierbrouwerijen, enkele houtzagerijen en een windmolen, nl. de Gijzelmolen, waren er toen ook veel klompenmakerijen. De klompen uit Nieuwkerken vonden zelfs afzet in Hongarije.
Een vroegere telling, uitgevoerd in 1704, wees al op een sterke concentratie van neringdoeners en ambachtslui: 6 herbergiers, 3 kleermakers, 2 broodbakkers, 2 stoeldraaiers, 2 winkeliers, 1 wagenmaker, 2 hoefsmeden, 1 kuiper, 1 schoenmaker en 1 klompenmaker. Wellicht was er ook een molenaar vermits in 1712 sprake is van de Vossekotmolen.
Nieuwkerken maakte deel uit van de Keure van het Land van Waas en was eigendom van de Graaf van Vlaanderen. Het had geen afzonderlijke vierschaar. Recht werd gesproken door de vierschaar van Sint Niklaas-Nieuwkerken. Van de 7 schepenen kwamen er 4 uit Sint-Niklaas en 3 uit Nieuwkerken. Wel zetelde in Nieuwkerken een meier, gelast met de uitvoering van het schepencollege. Waren o.m. meier te Nieuwkerken: in 1656 Boudewijn de Jonghe, in 1674 Karel van de Voorde, in 1691 Pieter Staes, in 1745 Jan Frans van Daele en in 1790 F. J. Bourguignon. Burgemeesters tijdens de eerste helft van de 19de eeuw: Jacob Jozef Hinck (1800), Thomas Philip van Rossen (1805), Lodewijk van Landeghem (1815), Karel-Emmanuel Theunissens (1831), Frans Bongaerts (1836) en Karel Lodewijk Bocklandt (1842). De parochie zou geen enkele heerlijkheid of grafelijk leen hebben gekend. Waren er oude hoven? De huidige kaart vermeldt een Schaliënhof en een Wallenhof.
De tienden behoorden aan de bisschop, ‘t kapittel van Doornik, de abdij van Baudelo en de pastoor van de parochie. In 1767 werd een nieuw gemeentehuis gebouwd, in blauwe hardsteen. Een zekere de Maere uit Sint-Niklaas schilderde voor dit gebouw het schilderij genaamd Gerechtigheid.
Engelse troepen plunderden in 1436 Nieuwkerken. Op het einde van de 16de eeuw waren de geuzen er baas. Al in 1579 liep er een protestantse minister rond: Gillis Capelleman. Dat jaar namen de hervormingsgezinden al de priestergewaden in beslag om ze in Antwerpen openbaar te laten veilen. De verkoop bracht 19 £ 12 sch. 8 gr. op. In 1646 staken Franse soldaten de kerk in brand, waarbij o.m. drie klokken werden vernield die van oudsher in de toren hingen. Tijdens de jaren 1694-1695 vertrappelden soldaten van de legers der Verbondenen de oogsten en verwoesten huizen en schuren. De schade beliep 13.774 gulden. Onder de Franse Republiek werd de O.L.Vrouw ten Boskapel op bevel van regeringscommissaris De Kever vernield.
Er bestond al in 1534 een rederijkersgilde luisterend naar de naam De Vlasbloem. Later in 1727 veranderde de naam in De Broederschap der H. Drievuldigheid. Ze brachten o.m. het treurspel Claudius en Portia. In 1777 namen ze te Sint-Niklaas deel aan een wedstrijd met de tragedie Caliste.
Er was ook een handbooggilde Sint Sebastiaen, waarvan het oude vaandel rond 1870 bewaard werd door de Oudheidkundige Kring van het Land van Waas. Later waren er zelfs 2 handboogmaatschappijen. Er was ook een fanfare (1866) en de koorzangersgroep De Vereenigde Werklieden (1858).
De O.L.Vrouw ten Boskerk was steeds mooi versierd. In 1607 stonden er reeds drie altaren, respectievelijk gewijd aan O.L.Vrouw, Sint-Sebastiaan en H. Anna. Enkele fraaie schilderijen versierden de kerk: een kopie van De Kruisafdoening van Rubens, een kopie van De Marteldood van de H. Sebastiaan van Jordaens, De Nederdaling van den H. Geest over de Apostelen van Cornelius de Vos, en De H. Maagd, H. Maria-Magdalena en de H. Catharina uit de kapel van O.L.Vrouw ten Bosse. Twee branden teisterden de kerk, nl. in 1646 en in 1788. Ook wordt verteld dat men in 1630 in de kerk al Vlaamse liedjes zong tijdens de Kerstnacht. Vanaf 1735 hield men in de kerk een Maandags Lof, gesticht door ene Amelberga Peirsman. Daarnaast was er ook een Zaterdags Lof gesticht door Jan Theunissen en vrouw Anna Bolsens. De pastoor van Nieuwkerken had het genot van: een jaarlijkse competentie van de bisschop van Doornik, van de abdij van Baudelo, van het kapittel van Doornik, het genot van diverse partijen land, van de vlees- en graantiende. De koster genoot o.m. het recht van een jaarlijksche omhaling van koorn en eieren.



Bron:F. de Potter en J. Broeckaert, Geschiedenis van de gemeenten der Provincie Oost-Vlaanderen - Arrondissement Sint-Niklaas, Gent 1878.

Hoe vind je dit bericht? 21 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 23:07 1 reactie Reageer op dit bericht

Uit Haasdonkse conscriptielijsten

Directe aanleiding tot de Boerenkrijg was de conscriptiewet van 5 september 1798. Deze “bloedwet” liet toe mannen van 20 tot 25 jaar als dienstplichtige in het Franse leger in te lijven. Voor het zover kwam legde men aan de hand van bestaande parochieregisters lijsten van conscrits aan per “klas”, t.t.z. personen in hetzelfde jaar geboren. Hieruit werden dan de ongelukkigen gelot die werkelijk onder de wapenen werden geroepen. Sommigen ontrokken zich hieraan en werden dan vermeld als dienstweigeraar (réfractaire).
Hierna wat namen van “lotelingen” gevonden in inschrijvingslijsten van Haasdonk. Het gaat meestal om verwanten van mijn voorouders. Opmerkelijk is hun kleine gestalte en het feit dat men zelfs millimeters noteerde.

Klas jaar VIII (23.09.1799-22.09.1800)

Jan Benedict BRIJS, blokmaker, geb. Haasdonk 09.08.1779, 1 m 652, zn van Theodorus (winkelier) en Isabella Theresia Vijt.

Klas jaar X (23.09.1801-22.09.1802)

Jan Petrus BRIJS, wever, geb. Haasdonk 10.11.1780, zn van Jacobus Emanuel en Joanna Theresia Scholastica de Block. Opmerking: “Al drie jaar in dienst van de republiek”.

Klas jaar XII (24.09.1803-22.09.1804)

Joseph BRIJS, hoedenmaker, geb. Haasdonk 01.09.1783, zn van Bernardus (coopman in hoeden) en Joanna Catharina van der Borgt. “In de reserve”. Op 01.10.1808 krijgt hij een paspoort (2) om zich naar Mechelen te begeven, met volgende persoonsbeschrijving: 25 jaar, 1 m 663, kastanjekleurig haar en wenkbrauwen, breed voorhoofd, blauwe ogen, goedgevormde neus, gewone mond, bruine baard, ovaal aangezicht, volle (?) teint …
Antonius Emanuel BRIJS, geb. Haasdonk 01.01.1783, zn van Jacobus Emanuel en Joanna Theresia Scholastica de Block. Effectieve dienst bij het 7de regiment Bereden Artillerie.

Klas jaar XIII (23.09.1804-22.09.1805)

Josephus MERTENS, wever, 1 m 704, geb. Haasdonk 27.04.1784, zn van Jan Baptista en Theresia van Wassenbergh.

Klas 1806

Jan Jacob MERTENS, wever, 1 m 571, geb. Haasdonk 05.11.1786, zn van Jan Baptista en Theresia van Wassenbergh.
Petrus Jan de MAEIJER, landbouwer, geb. Haasdonk 18.12.1786, zn van Dominicus en Isabella Marie Meersman. In juni 1807 vermeld als “deserteur en weerspannige”.
Joannes Franciscus STEENSSENS, geb. Haasdonk ca 1786. Wellicht geb. Haasdonk 14.11.1785 als zn van Jacobus en Isabella Theresia VIJT. In juni 1807 vermeld als “deserteur en weerspannige”.
Marcel VERHULST, geb. Haasdonk 01.01.1791, zn van Tobias en Anna Catharina Lijssens. Op 22.03.1813 vermeld als deserteur van het 54ste linieregiment en op die datum “niet meer gezien in de gemeente (Haasdonk?)”.

Klas 1807

Joos ROOMAN, geb. Bazel 16.09.1787, landbouwer, zn van Joannes en Josijne Joanna Lijssens.
Fredericus Leopoldus STEENSSENS, geb. Haasdonk 20.05.1787, 1 m 666, zn van Carolus Josephus en Amelberga Verhaegen. “Heeft bezwaar als enig kind van een weduwe”.

Klas 1809

Petrus Frans BRIJS, geb. Haasdonk 17.02.1789, zn van Jacobus Emanuel en Joanna Theresia Scholastica de Block. Broer van Antoine Emmanuel Brijs in dienst van het 7de regiment Bereden Artillerie.
Karel Jozef MERTENS, wever, 1 m 463, geb. Haasdonk 30.08.1789, zn van Jan Baptista en Theresia van Wassenbergh.

Klas 1812

Egidius MERTENS, wever, geb. 16.09.1792, zn van Jan Baptista en Theresia van Wassenberg. Zijn beschrijving: “1 m 583, blond haar, blauwe ogen, voorhoofd bedekt, wipneus, normale mond, ronde kin, rond aangezicht, volle (?) teint. Vader en moeder overleden. Heeft al een broer bij het leger.

Toemaatje

Voor het kanton Temse, bestaande uit Bazel, Haasdonk, Kruibeke, Rupelmonde, Temse en Tielrode, waren voor het jaar 11 voor de actieve dienst 18 conscrits nodig en 19 voor de reserve. Voor het jaar 12: 19 voor de actieve dienst en 18 voor de reserve.


Noten: (1). RABev, Modern Archief Haasdonk, nr. 53, losse stukken. (2) id. nr. 44, losse stukken.

Hoe vind je dit bericht? 24 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

DE MAEIJER (Haasdonk-Bazel) in mijn kwartierstaat

Terug naar kwartieren nr. 54 en 55 in mijn bericht van 11.12.2005 over MEERSMAN . Om ons te verdiepen in de voorouders van Alexandrina DE MAEIJER luisterend naar dezelfde naam.
De achternaam DE MAEIJER is een beroepsnaam, nl. van maaier, in het middelnederlands maeyere. De naam komt in het Waasland voor als MADER(S), de MAEYERE, MAERE, MAERS, de MAERE, de MARE, sMAREN (10).


54. STEENSSENS Fredericus
      Haasdonk 20.05.1787 - id. 06.02.1849
55. DE MAEIJER Alexandrina
      Haasdonk 08.02.1785 - id. 21.09.1856


110 en 111. Dominicus DE MAEIJER fs Jan Baptiste en Emerantiana DE BLICK, geb. Haasdonk 19.06.1755 en overl. Temse 11.01.1838. Huwde Haasdonk 11.02.1783 Isabella Marie MEERSMAN fa Daniël en Joanna Maria van DAELE, geb. Melsele 31.01.1760 en overl. Temse 13.06.1845.
In 1794 bezat het gezin twee koeien, een kalf en een varken (1). Nu eens landbouwer (1796) genoemd, dan weer arbijder of dagloner (1809, 1815, 1823). In 1815 vermeld als propriétaire wonende te Haasdonk op het hoogeynd. Voor 1829 vertrokken naar Temse, waar Dominicus in de Schoenstraet overleed. De weduwe stierf in de woning van haar schoonzoon Dominicus van Lent, in de Brandstraet.

Hun kinderen geboren te Haasdonk volgens parochieregisters:

1. Maria Elisabeth, geb. en ged. 23.06.1783 (ss: Joannes Baptista de Maeyer en Joanna Maria van Daele).
2. Alexandrina, geb. en ged.08.02.1785 (ss: Joannes Meersman en Emerantiana de Blick). Overl. Haasdonk 21.09.1856. Huwde te Haasdonk 15.11.1809 Fredericus Leopoldus STEENSSENS (Haasdonk 20.05.1787 - Haasdonk 06.02.1849) fs Carolus Josephus en Amelberga Francisca Verhaeghen (nrs. 54 en 55).
3. Petrus Joannes, geb. en ged. 18.12.1786 (ss: Jan Baptiste de Maeyer en Amelberga Meirsman). Onder Frans bewind Jean genoemd?
4. Regina Agatha, geb. en ged.08.12.1788 (ss: Pieter Jan de Maeyer en Joanna Maria Meirsman).
5. Pieter Jozef, geb. en ged. 28.11.1790 (ss: Gillis Meirsman en Anna Elisabeth de Maeyer).
6. Carolus, geboren 03.10.1792 en 04de gedoopt (ss: Daniël Librecht en Maria Josepha Meirsman). Overleden te Haasdonk 24.10.1794.

Vermoedelijk nog kinderen geboren nà 1794 vermits er in 1815 (2) bij de ouders alleszins verbleven: Jean (27 j.), Marchellus (19 j.) en Lucia De Maeijer (17 j.). In 1823 woonde er bij hen een onwettig kind in, nl. Christine De Maeijer (12 j.).


220 en 221. Jan Baptiste de MAEYER fs Gillis en Josijne van STRIJDONCK, geb. Bazel 09.11.1714 en overl. Haasdonk 20.04.1788. Huwde 1° Maria Francisca BUYTHAERT 2° Haasdonk 20.02.1748 Emerantiana de BLICK fa Bartholomeus en Maria van LANDEGHEM, geb. Haasdonk 11.01.1724 en overl. Haasdonk 24.12.1798.
In 1771 kochten Jan Baptiste en Emerantiana voor 1500 gulden eene behuysde hofstede ende gronden … binnen de prochie van haesdonck inden wijck tusschen de per ende berchstraete (nrs. 522 en 523), groot 231 en 242 roeden, wesende een volghleen onder het hooftleen van judocus Bastelier. Verder kochten zij in 1778 de helft van een stuk land voor 730 gulden en in 1784 de andere helft voor 752 gulden, het geheel gelegen in dezelfde wijk te Haasdonk (nr. 525) en 611 roeden groot, eveneens een volgleen onder het hoofdleen van Judocus Bastelier te wetthe onder het hof ende heerelyckhede van weyns. Verder pachtte het gezin den acker voor den hof van Sr. Geerard Vaerewyck. Als landbouwers wonnen zij boekweit, aardappelen (60 roeden), koren, gerst, lijnzaad en wellicht vlas, vermits de inventaris melding maakt van 51 wissen vlasch soo geboekt als ongeboekt. Inden lochtink groeiden legummen en er stonden 2 koeyen op den hof met 4 hinnen. Andere noemenswaardige bezittingen: het branthout en torf in den stal …2 myten brandthout …190 pont vercken vleesch …en 22 pont smeyr …12 biese stoelen …2 spinnewielen …1 fusieck. Naast de kosten van waschlicht …lyckers en doodt kieste betaalde men 1 gulden 7 stuiver aen den organist blaeser graefmaecker en vaendraeger en nog over leveringe van bier aen vrienden ende gebueren. En vermits Jan Baptiste geen vrijgewijde was, betaalde men 40 gulden over het beste hooft (3).

Kkinderen geboren uit tweede huwelijk te Haasdonk:

1. Pieter Joannes, geb. en ged. 06.12.1748 (ss: Gillis de Maeyer en Judoca Rottier). Huwde Haasdonk 22.07.1794 (tt: Egidius de Maeyer en Carolus Noorts) Joanna Catharina de COCK fa Petrus en Anna Maria Velleman. In 1788 samen met Gillis Brys uit Kruibeke wettelijk staande voogd van zijn broers en zussen (3).
2. Marie Amelberga, geb. en ged. 04.06.1750 (ss: Anthony de Greyt en Judoca Maria de Blick). Huwde Haasdonk 15.09.1776 (tt: Jan Martinus Liberecht en de koster) Daniel LIBRECHT fs Philippus. Hadden 600 gulden schuld aan sterfhuis vader m.b.t. geleend en voorgeschoten geld (3).
3. Jan Francies, geb. en ged. 25.06.1753 (ss: Anthony van Landeghem en Maria Felix).
4. Dominicus, geb. en ged. 19.06.1755 (ss: Dominicus de Mayer en Anna Catharina Thielens). Overl. Temse 11.01.1838. Huwde te Haasdonk 11.02.1783 (tt: Petrus Joannes de Maeyer en Joannes Martijn) Isabella Marie MEERSMAN (Melsele 31.01.1760 - Temse 13.06.1845) fa Daniël en Joanna Maria van Daele (nrs. 110 en 111).
5. Anna Elisabeth, geb. en ged. 29.04.1757 (ss: Gillis Brijs en Elisabeth de Mayer).
6. Joanna Catharina, geb. en ged. 28.02.1760 (ss: Judocus de Maeyer en Maria Felix). Overl. Haasdonk 15.04.1760.
7. Joanna Catharina, geb. en ged. 10.05.1761 en 11de ged. (ss: Pieter Smet en Catharina Blommaert). Overl. Haasdonk 06.08.1765.
8. Regina Agatha, geb. en ged. 28.09.1764 (ss: Francies De Munck en Maria Amelberga de Maere).


440 en 441. Gillis de MAEIJER fs Gillis en Josine de RIJCKE, geb. Bazel 12.09.1671 en begr. Bazel 18.12.1725. Huwde Bazel 23.08.1707 Josijne van STRIJDONCK geb. ca 1682 en begr. Bazel 22.06.1752.
In 1726 vermeldt het sterfhuis Gillis de Maeyer volgend onroerende goed (4):
- 1/4de in 2 stukken land gelegen binnen Temse;
- de helft van een stuk land de trijtacker in dierickxdam, ca 800 roeden;
- de helft van een stuk land wesende een leen onder de hove ende heerel(ijckheid) van ter Elst toekomend aan de oudste wees Joos de Maeijer als hoor feodaal, de andere helft aan Gillis de Rijck fs Jan;
- een stuk land binnen Haasdonk, zijnde een hoofdleen onder voornoemd hof, ook toekomende aen de hoor feodael.
Als roerend goed: een bezette rente van 200 gulden en een obligatie van 150 gulden tot last van Frans de Greef; een obligatie van 100 gulden à 5 pct tot last van Michiel de Rijcke en een obligatie van 100 gulden à 6 pct tot last van Matthijs de Rijcke.
Aan Jan van Broucke verpachtte Gillis een vierendeel op Temse. Zelf bewerkte hij zeker volgende gronden: den berrevoets, den beeckacker, den halven acker neffens gillis de rijcke, de twee gemeten, den bogaert binnen de wallen, het bunder, het meersken, den halven op haesdonck, den grooten meersch, inde dreve, het half bunder, een stuck lants in pachte van Cornelis Cooreman, en den trijtacker. Hiervoor gebruikte hij een ploegh, sledde en heeghde, 2 sturtekerren en een wagen. Op stal sonden een bruijn ruijnpeert , 3 koeyen, een rent en een vercken. Verder hield hij nog 50 schapen met 11 lammeren, een haen, hinnen en hendien. In de kelder lag 30 pond boter en er was vleesch in de cuype. Niet-courante bezittingen: 2 roers en een silver hoorijser. Zijn hofstede (Hof ter Elst???) huurde hij van de heere Grave van humbeke. Voor verrekening van 47 gulden 10 stuiver begrafeniskosten, sloot de staat van goed af met een batig saldo van ca 585 gulden.
Voogden waren: Matthijs de Maeyere en Joos van Strijdonck.

Kinderen geboren te Bazel:

1. Anna Maria, geb. en ged. 04.11.1707 (ss: Jan de Maeyere en Maria Brabanders). Begr. Bazel 12.05.1722 (15 j.).
2. Joos, geb. 23.11.1708 en 24ste ged. (ss: Joos van Acker en Maria Smet). Begr. Bazel 18.04.1775 (67 j.). Huwde Bazel 05.02.1743 (tt: Antonius de Greijt en Anna Catharina Felicx) Marie FELIX.
3. Andries, geb. 20.05.1710 (ss: Andries Smedts en Amelberga de
Maeyer). Begr. Bazel 21.01.1726 (15 j.).
4. Gillis, geb. 31.01.1713 (ss: Gillis van Mighem en Barbara van Strijdonck). Overl. Haasdonk 24.12.1757. Huwde Haasdonk 12.05.1742 (tt: Petrus Anné en Petrus de Munck) Catharina STAES (overl. Haasdonk 31.12.1785) fa Joos.
5. Jan Baptista, geb. 09.11.1714 en 10de ged. (ss: Gaspart van Strijdonck en Amelberga de Mayer). Overl. Haasdonk 20.04.1788. Huwde Haasdonk 20.02.1748 (tt: Gillis de Maeijer en Josephus Middernacht) Emerantiana de BLICK (Haasdonk 11.01.1724 - Haasdonk 24.12.1798) fa Bartholomeus en Maria van Landeghem (nrs. 220 en 221).
6. Mathias, ged. 04.06.1716 (ss: Mathias de Maer en Joanna Maria Wittoeck). Begr. Bazel 10.06.1717 (2 j.).
7. Peeter, geb. 18.04.1718 (ss: Mathias de Maeyer en Maria van Strijdonck).
8. Michiel, geb. 18.04.1718 (ss: Michiel de Rijck en Maria Wittock).
9. Mattijs, geb. 10.12.1719 (ss: Mathias de Rijck en Anna van Strijdonck).
10. Dominicus, ged. 18.11.1721 (ss: Joos van Strijdonck en Josyne de Maeyer). Ongehuwd? Begr. Bazel 14.05.1783 (65 j.).
11. Alexander, geb. 04.01.1725 (ss: Pieter Buytaert en Maria Magdalena van Haveren echtg. Mathias de Maeyer).

Josijne van Strijdonck hertrouwde met Anthoine de GREYT.


880 en 881. Gillis de MAEYERE a. de MAERE fs Christiaen en Laurijne van ACKER, geb. Bazel 04.11.1643 en overl. Bazel 14.10.1704. Huwde 1° Bazel 16.07.1669 Josine de RIJCKE fa Gillis en Livijne van BOGAERDE (in hoofdcijns Sint-Amelberga, Temse 14), geb. Bazel 1646 - overl. Bazel 11.02.1681; huwde 2° Temse 29.06.1684 Maria SMET fa Pieter en Katelijne van Meirvenne (in hoofdcijns Temse, St. Bertinus, St. Omaars, §1) overl. Temse 29.11.1715.
Te Bazel pachtte Gillis de Maeyere Christiaens omstreeks 1670 een hofstede van 348 roeden, nr. 55 in de Eerste Oude Meulenberch (5).
In 1704 boerde hij op ca 10 bunders land waarop vooral tarwe, koren en klaver werd verbouwd; wellicht ook vlas, haver, boekweit en bonen. Op stal stonden toen 2 paarden, 3 koeien, 3 runderen en een varken. Daarnaast bezat hij 29 schaepen soo groote als cleyne en 4 hinnen met eenen haen. Onder de schulden: 81 pond gr. aan Gillis, Adriaen en Jan de Maeyere, kinderen uit zijn eerste huwelijk (6). Voogden van de wees Matthys waren Adriaen Wittock en Adriaen Smet.

Uit eerste huwelijk te Bazel geboren:

1. Petrus, geb. 28.04.1670 en 29ste ged. (ss: Petrus van Gavere en Josina Smets). Jong gestorven?
2. Gillis, geb. 12.09.1671 en 13de ged. (ss: Judocus van Acker en Josina van Raemdonck). Begr. Bazel 18.12.1725 (55 j.). Gehuwd Bazel 23.08.1707 (tt: Jan de Maeyere en Mro. Jan vander…..) met Josijne van STRIJDONCK, begr. Bazel 22.06.1752 (70 j.) (nr. 440 en 441).
3. Christianus, geb. 27.11.1673 en 28ste ged. “sub conditione“ (ss: Petrus van Acker en Maria de Rijcke). Niet in hoofdcijns.
4. Adriaen, ged. 29.04.1676 (ss: Adrianus de Maeijer en Livijne de Roeck (cfr. III/379).
5. Jan, geb. 17.09.1678 en 18de ged. (ss: Egidius van Miegem en Anna de Maeyer) (cfr. III/379).

Uit tweede huwelijk geboren te Bazel:

6. Joanna, ged. 29.12.1686 (ss: Petrus de Ryck en Joanna Smet). Begr. Bazel 24.09.1693 (7 j.).
7. Petrus, ged. 18.07.1688 “sub conditione“ (ss: Petrus van Mieghem en Catharina de Gent). Gestorven voor 1705.
8. Marianne, ged. 18.11.1692 (ss: Michael Goddaert en Marianna Verhagen). Begr. Bazel 19.11.1692 (3 d.).
9. Matthijs, ged. 15.02.1694 “sub conditione“ (ss: Matthias de Rijcke en Elisabethe Verhelst). Vermeld in de hoofdcijns.
10. Amelberga, geb. 06.07.1699 (ss: Adrianus Smet en Amelberga Verschooten). Begr. Bazel 07.07.1699 (1 d.).


1760 en 1761. Christiaen de MAERE a. de MAEYERE fs Adriaen en Maria van LIPPEVELDE, geb. Bazel ca 1603/1609 en begr. Bazel 12.12.1675. Trouwde te Temse 01.02.1643 Laurijne van ACKER fa Gillis en Amelberge van MYEGHEEM (in de hoofdcijns Sint-Baafs, Temse app.9), geb. Temse 07.04.1619 en begr. Bazel 04.10.1694 .
In 1647 bewoonde Cristiaen de Maeyer te Bazel een hofstede in de Blauhofwyck nr. 35, groot 431 roeden. Na zijn dood bewoond door zijn weduwe en Adriaen de Maeyer. In 1702 eigendom van J.B. van Royen te Rupelmonde (7).

Te Bazel zagen volgende kinderen het levenslicht:

1. Gillis, geb. en ged. 04.11.1643 (ss: Joannes van Mieghem en Barbara van Polfliet). Overl. Bazel 14.10.1704. Gehuwd 1° te Bazel 01.07.1669 (tt: bij ondertrouw Christianus en Adrianus de Maier; bij huwel. Christianus de Majer en Egidius van Wauwe) met Josine de RIJCKE (geb. Bazel 1646 - overl. Bazel 11.02.1681) fa Gillis en Livijne van Bogaerde (nrs. 880 en 881); huwde 2° te Temse 29.06.1684 met Maria SMET, overl. Temse 29.11.1715, fa Pieter en Katelijne van Meirvenne.
2. Maria, geb. 20.03.1647 en 23ste ged. (ss: Egidius van Megem en Josina Smet). ? Begr. Bazel 01.05.1650 (niet vermeld in hoofdcijns).
3. Jan, geb. en ged. 09.02.1650 (ss: Joannes Lijssens en Josina sMayers). Jong gestorven (niet vermeld in hoofdcijns).
4. Adriaen, geb. 03.11.1652 en 05de ged. (ss: Adrianus van Lippevelde en Magdalena Verelst).
5. Anna, geb. 14.02.1656 en 16de ged. (ss: Judocus van Acker en Anna Truyman). Begr. Bazel 31.03.1692 (36 j.). Huwde Bazel 06.02.1683 (tt: Jacobus de Munck en Egidius de Ryck; bij ondertrouw: Laurentius en Egidius de Ryck) Joos de RIJCKE. Voogden in 1692: Gillis de Ryck en Gillis de Maeyer.
6. Amelberga, geb. en ged. 07.10.1660 (ss: Petrus van Wauwe en Susanna Smet).
7. Josijne, geb. 08.04.1664 en 09ste ged. (ss: Petrus van Mieghem en Josina van Acker). Overl. Temse 04.02.1728. Gehuwd te Bazel 16.06.1686 (tt: Thomas en Adrianus van Acker) met Joos van ACKER, geb.Temse 08.01.1660, fs Gillis en Amelberga van Raemdonck. Uit dit huwelijk: Gillis, Laurine, Joos, Amelberge, Anna Maria, Jozijn, Jan Baptista, Adrianus, Jan en Pieter van Acker. Het gezin woonde te Temse in Schauselhoeck.

3520 en 3521. Adriaen de MAEYERE a. de MAERE, geb. ca 1570 en overl. Bazel 13.03.1621. Huwde ca 1595 Marie van LIPPEVELDE fa Willem en Josine van MIJEGHEM (in de hoofdcijns Sint-Pieters-Gent, Belsele 10), geb. ca 1573 en overl. Bazel 04.04.1648 (75 j.).
Op 30.05.1607 is Adriaen voogd van wezen Mathijs de Maere en Maria van Branden ingezetenen van Temse. Zijn broer?
Sterfhuis Adriaen de Maeyere: wettelijke staande voogden zijn de Eersame persooinen Jacob de maeyere ende Gheerard van Gheertsem... Verder: hebben de voors. moeder vuijtcoop laten doen van dees voors. kinders vaderlicke have zoo buiten als binne thuys.... Moeder moet de kinderen wel onderhouden van ate ende dranck, zieck zuchtig ende gesondt, vrij van bruyloftgelden …(.) …oock kleeden. Bij een eventueel huwelijk of bij hun meerderjarigheid (ofte voljaert te 24 jaer) zullen de kinderen 25 gulden ontvangen (8).

Kinderen geboren te Bazel:

1. Katelijne, geb. 13.04.1597 (ss: Joannes van Velde en Elisabeth van Raemdonck). Begr. Bazel 15.02.1635 (40 j.). Huwde Bazel 25.07.1615 (tt: Petrus de Vreede en de koster) Pieter van AELST, waarvan Marie, Merten, Pieter, Jan, Adriaan, Johanna en Joos van Aelst. Staande voogden in 1636: Pieter de Maijere Adriaens en Christiaen Vernimmen. Deelvoogden: Adriaen de Mayere Adriaens en Jan Verhaghen.
2. Judoca, ged. 08.01.1600 (ss: Willem van Lippevelde en Elisabeth s'Vreeden). Jong gestorven? Niet in hoofdcijns.
3. Johanna, ged. 07.12.1600 (ss: Ambrosius van Mieghem en Elisabeth
van Putte). Overl. Temse 30.12.1646. Huwde in 1625 Bertelemeus SMET (overl. Temse 03.04.1648), weduwnaar Amelberga Beirtaut, fs Jan fs Niklaas en Amelberga Smets. Bertelemeus was eigenaar van een hofstede de Walbogaert over zijn moeder. In 1623 gezworene van Sint-Sebastiaan. In 1636 tavenier op de Eeckhoutdries. In 1632 geschil met Augustien Broeckaert over leveren van bier (9). Kinderen uit dit huwelijk volgens de hoofdcijns: Cornelia, Josine, Susanne, Amelberga en Adriaan Smets.
4. Adriaen, geb. 18.02.1603 (ss: Petrus van Lippevelde en Elisabeth van Raemdonck).
5. Petrus, ged. 09.05.1604 (ss: Petrus van Lippevelt en Josijne van Miegem).
6. Maria, ged. 15.10.1606 (ss: Guillielmus de Backere en Josijna vidua Adriani Vijdt). Jong gestorven? Niet in hoofdcijns.
7. N.N., ged. 12.01.1609 (geen doopverheffers vermeld).
8. N.N., geb. 27.12.1610 (ss: Joannes Vermeulen etc:).
9. Christiaen. Vermeld in de hoofdcijns. Begr. Bazel 12.12.1675. Volgens begrafenisregister dan 72 j. en geb. ca 1603? In 1621 out in januarie t xij jaer, dus geb. in januari 1609 of dezelfde als nr. 7. Trouwde te Temse 01.02.1643 (Egidius van Mieghem en Adrianus de Maere) Laurijne van ACKER (Temse 07.04.1619 - Bazel 04.10.1694) fa Gillis en Amelberge van Myegheem (nrs. 1760 en 1761). In 1630 is Cristiaen de Maeyer peter bij geboorte te Temse van Cornelis de Maere, zoon van Franciscus en Bette Meirsman, kleinzoon van Mathijs de Maere en Maeyken van Branden.
10. Adriaen, geb. ca 1612. In 1621 out in decembre neghen jaer. Wellicht dezelfde als nr. 8. Vermeld in de hoofdcijns.
11. Jozijne, ged. 27.01.1615 (ss: Judocus de Witte en Maria Huijs "uxor petri de rouck"). Huwde Bazel 06.08.1634 Gillis van MYEGHEM, geb. ca 1614 en overl. 21.04.1675 (61 j.) fs Gabriel gezegd Schauselhoek - steenepael.

Na de dood van Adriaen hertrouwde zijn weduwe met Gillis van VELDE te Bazel OP 19.01.1622 (tt: Judocus van Velde en Joannes Weyn).


Noten:

(1) RABev, Haasdonk mod. arch. nr. 177, bundel nr. 29. (2) RABev, Volkstellingen Haasdonk, microfilm nr. B 27-1. (3) RABev, GOA Haasdonk, nr. 360, f° 134r t.m. 148v: Sterfhuis Jan Baptiste de Maeyer (07.06.1788). (4) RABev, GOA Bazel, nr. 218, f° 196v-203v: Sterfhuis Gillis de Maeyer, houderigge Josijne van Strijdonck (SvG dd. 01.03.1726). (5) AOKLW, deel 75 (1 en 2), p. 93, nr. 12. (6) RABev, GOA Bazel nr. 214, f° 180 v t.m. 189v. Sterfhuis Gillis de MAEYERE fs Christiaen: houderigge is Maria SMET fa Pieter. Een wees Matthijs 11 j. (7) AOKLW, deel 75 (1 en 2) pm. 107, nr. 11. De hofstede was in 1632 bewoond door Gillis van de Velde Pieters, eigenaar cauxa uxoris. (8) RAB, Bazel nr. 207, 47r - 48r. (9) Jerome Smet, Gen.Rep.1160-1620 Temse, p. 761. (10) o.m. J. Smet, id. p. 523.

Hoe vind je dit bericht? 14 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

Over 'œBrigants en Baenstropers'

In het RABev vindt men in het Moderne Archief van Haasdonk onder nr. 48 een bundel verslagen, meestal uitgaande van de agent municipael (soort burgemeester onder de Franse bezetting) van de gemeenten van het “kanton Haasdonk”, en gericht aan Jan Benedikt de Kever, commissaris van dit kanton. Deze verslagen, uiteraard het resultaat van verklikkingen, bevatten soms lijsten van brigands of van hun sympathisanten. De fransgezinden noemden hen brigants, brigans, vagebonden … soms ook baenstroopers.
De namen der verdachten zijn wellicht interessant voor Wase amateur-genealogen om hun familiegeschiedenis wat bij te kleuren. Alhoewel vermeld in deze rapporten, wil dit nog niet zeggen dat de betrokkene volledig achter het gedachtegoed der brigands stond. Net als in WO 2 kon een burenruzie, of gewoon afgunst, aanleiding geven tot verklikking.


De Boerenkrijg in ‘t kort

Met de conscriptiewet van 5 september 1798, gebaseerd op loting, konden mannen van 20 tot 25 jaar als dienstplichtige in het Franse leger worden opgeroepen. Deze wet, ook wel “bloedwet” genoemd, stuitte op hevig verzet in onze contreien. Het werd de rechtstreekse aanleiding tot de Boerenkrijg. Plakbrieven die de conscriptie aankondigden werden afgerukt. Op 20 oktober 1798 braken de eerste onlusten los in Overmere bij Dendermonde. Stormklokken werden geluid, vrijheidsbomen omgehakt. Via het Waasland breidde de opstand zich uit naar Klein-Brabant, het Hageland en de Kempen. Om te eindigen op 5 december1798 te Hasselt, waar een duizendtal boeren sneuvelden.


Haasdonk

Eerst wat in Haasdonk algemeen bekend is. Volgens pastoor Stepman (3) kwamen op 18.10.1798 uit de omliggende dorpen brigands en hun symathisanten naar Haasdonk, waar ‘s morgens de Fransen de gendarmerie hadden versterkt met Groene Jagers en paardenvolk, tot ongeveer 70 man. De opstandelingen losten enkele schoten op de wacht opgesteld in het begin van de Perstraat en het kerkhof, en sloegen dan op de vlucht. Gendarmes en Groene Jagers zetten de achtervolging in. De Groene Jagers hebben dan (uit wraak?) een slachting begaan in de wijk tussen de Perstraat. Rond 1 uur ‘s middags werden volgende personen gedood:

1. Franciscus van Broeck (80 j.) weduwnaar.
2. Ludovicus Brys (45 j.) geb. Haasdonk, fs Petrus Jacobus en Elizabeth Rinck.
3. Petrus Joannes Anné (54 j.) geb. Haasdonk, fs Petrus en Petronilla Vercauteren.
4. Tobias Verhulst (54 j.) geb. Temse, fs Joseph en Maria Govaert, man van Anna Catharina Lyssens (1).
5. Paulus Rotthier(35 j.) fs Petrus en Anna Catharina de Clerck.
6. Joannes Lyssens, geb. Temse.
7. Petrus Joannes de Laet (46 j.) geb. Kruibeke, fs Franciscus en Anna Catharina van Raemdonck.
8. Jacobus Saeys (33 j.), geb. Nieuwkerken, fs Joannes Antonius en Theresia Vernimmen.
9. N.N. Een onbekende (ca 60 j.)

Hun namen staan vereeuwigd op een gedenksteen aan de kerk van Haasdonk.

Een rapport van 07.10.1798 maakt melding van troebelen in Kruibeke door o.m. personen uit Melsele en Haasdonk. De Haasdonkenaars waren twee zonen van Judocus van Dael woonagtig in de Botermelckstraet (2). Zij zouden met geweld beslag hebben gelegd op de sleutels van de kerktoren en daarna de klokken hebben geluid. Dit viel niet in goede aarde bij de Kruibeekse schipper Joannes B(aptist) Verbeeck den welcke die vremde Baanstroopers heeft stof gegeven.
Een andere ongedateerde lijst uit Haasdonk bevat volgende namen van verdachten: Van Esbrouck, Heynderix, Hemelaer, Antoine de Boeije, de bakker Maes (?), Jean de Munck, Berckmoes en (Ver?)tenten.


Kruibeke

Joannes Baptiste Verbeeck, “agent municipael” in Kruibeke noteerde als verdachten in een rapport dat als volgt begon: Lijste Der Baenstroopers ende Cloeke Cleppers …
Vernoemd als baenstrooper: Jacobus en Enocentius Geldmeyer, Jan Baptiste Verstraeten, Mathys Smet, Fredericus Geleijn en Davit De Jonge. Deze Davit De Jonge, ongeveer 6 voet groot, struis en vol van wezen, gekleed in een blouwen hemtrock en eene lange broek, zou op 08.11.1798 met een pistool de ruiten van borgeresse van Laere hebben uitgeslagen.


Bazel

Voor Bazel zijn er twee ongedateerde lijsten.
In de eerste worden als Brigans van basel bestempeld: Joannes Quartier paardeknegt woonende by den landsman mathijs stuer, den zoon van de metser van Herck, de gebroeders Carel en Ferdinand …….. herbergiers in het huys ten haeven op de steengelegen, Pieter van Mieghem, wever corespondent met den expresident van t canton van haesdonck. Pieter van Mieghem zou gezegd hebben : “Binnen de 4 à 5 dagen zal er iets uitbarsten, men zal de agenten komen te vermoorden”. Hij zou ook de zwartzusters te Rupelmonde in hun klooster hebben doen weerkeren.
En de tweede lijst lijst : Jan Baptiste Lijssens, beenhouwer heeft in de herberg Den Hert te Rupelmonde gezegd “De agent en de burger Goetgebuer (…) te Antwerpen 15.000 pond hebben getrokken om alle schippers aan te zetten naar zee te varen”. Zijn beide zonen waren bij de bende die het huys van den agent hebben bestormt.
Nog een lijst uit Bazel van 04.11.1798:
Matthys en Joannes Janssens, vader en zoon, wonende in de Kerckstraet op de hofstede van Pieter Vermeulen. Verdacht van deelname oproer in Haasdonk.
Petrus Josephus Scharlaeken, knecht bij Frans Colson, smid in Bazel-dorp. Gewezen tamboer van Ichel ? Verdacht van deelname oproer in Haasdonk, Waasmunster en Brabant.
Joannes Cortiet, paardeknecht bij Mattys Stuer in de Rupelmontstraet. Verdacht naar Brabant te zijn getrokken met 8 à 9 man.
Frans Pauwels en Frans de Kerf, handwerkers in de steengelagen. Verdacht van deelname oproer in Haasdonk, Waasmunster en Brabant.
Verdacht van deelname aan oproer in Haasdonk en Brabant: Augustinus de Bauw fs Frans, gewond en weggejaagd door Joannes de Keersmaeker. Judocus Versmissen, knecht bij David de Lamper.
N.N., geboren in Brabant en knecht bij Thomas van
Hoyweghen. Joannes Stevens, geboren in Hingene en knecht bij Joannes Stuer.
In een naschrift over Ichel: den gewonden capiteyn Ichel is hier over 2 dagen in den Polders daer men zegt dat hy zig ophoud gezien door den champetre en nog 2 borgers en is suspect van (…) te schieten op de schepen. In een ander verslag wordt Ichel ook den brigan Eichel genoemd. Wie was die mysterieuze kapitein, nu eens Ichel dan weer Eichel genoemd?


Burcht

Een ongedateerde lijst met mannen uit Burcht die deel hebben genomen bij de brigandts op 27 en 28ste vendémiaire j. 7 (29 en 30 oktober 1798): de schippers Pierre Drijvers, Henri van Assche en Jean Lippevelt; de wever Pierre Duijm; de werkmannen Jean Claessens, Jean de Roock en Josse Vercauteren; de blokmaker Augustien de Maijer; de scheepstimmerman Francois Lambrecht.


Vrasene

Petronella van Steenkiste, vroedvrouw. Pieter de Maere, schoenmaker, Depotter (dienstknecht bij Gillis Maes).
Uit de smesstraete: Pieter Voet, wever. Antonius Voet zoon.
Uit de mosselbanck: Pieter van Puymbrouck, Bernard van der Aa, Bryssinck en zoon, Bernard Talboom, Goeman, Jan Tepels (vader en zoon), Francis Blommaert.
Uit het dorp: Leonard de Belie, Charles van Beul glazenmaker, Joseph Linglant schoenmaker. Uit brand: Gillis Somers en de zoon van ene Verberckmoes.
Andre Puymbroek werd verdacht van plundering van de woning van de agent van Nieuwkerken. Deze vagabond zou begeleid zijn door zijn vader. Ook wilde hij de agent van Vrasene vermoorden.
Egide Somers, een met pistolen en geweren gewapende plunderaar, verdacht van allerlei misdaden en van het met de dood bedreigen van de vrederechter van het kanton Sint-Gillis. Pierre de Rycke: “plunderaar en dief van beroep”, aanwezig bij alle plunderingen en rellen, en gewapenderhand te vinden in alle gemeenten.
Franchois van Daele, koerier van de brigands.


Beveren

Uit de Nerenhoek: 2 zonen van Michiel de Cauwere, de zoon van Pieter de Bock, Heyndrickx en zoon, Jan Vergauwen met 2 zonen, de zoon van Jan Luyckx, Francis De Rop Dienstknegt bij Van Acker.
Uit Zillebeke: de zoon van een zekere Thoen.
Uit Vliegenstal:Jacobus Vonck.
Verder nog Joannes Degreyt zoon van de garde champêtre, in Melsele verblijvende.
Joseph Lambrechts, voortvluchtig.
Tenslotte nog Jaques Robis en eenen Van Cleemput gebortig van beveren, blokmakers. Dien cleemput heeft gewerckt op temsche op de vier straete by van ceulen synde beijde gebortig van beveren.


Melsele

Een ongedateerde lijst (wellicht geschreven voor 04.11.1798) van Melsele:
Jean François Bakeland (21 jaar), Gillis Smet (40 j.), de gebroeders Joseph en Victor Penneman (17 en 16 j.), Jean Laureys, herbergier (49 j.), François Weijn (22 j.), verdacht van moord op een vrijwilliger, Pierre Jean van de Putte (26 j.), Jean van Hesbeke (40 j.), Pierre François Broeckaert (25 j.), Fransis Maertens (24 j.), Pierre Francois De Smet, chirurgijn (70 j.), Pierre Augustin De Smet (27 j). en Ferdinand de Weert.
Een andere ongedateerde lijst vermeldt als spilfiguren en aanstichters van de diverse opstanden te Melsele: Francois Weyn, die op 28.10.1798 op het kerkhof van Melsele een militair zou hebben doodgeschoten. En Gilles Smet, die een kuil heeft gegraven om de vermoorde militair te begraven.
Jean van Hersbeke en Pieter Frans Broeckaert, voornaamste aanstokers in Melsele die gewapend commissaris de Kever hebben achtervolgd van Melsele tot aan zijn woning in Beveren.
Joseph en Victor Penneman achtervolgden op 28.10.1798 gewapenderhand een detachement op weg van Antwerpen naar Sint-Niklaas.
Modeste Baekland, 20 j. verdacht van diefstal en plundering.
Jacques Pottelsberg (20 j.) en Joseph Hoefman (40 j.), allebei aanstichters van oproer in verschillende gemeenten.


Een toemaatje

Op 18.11.1798 verwittigde luitenant Foureau, commandant van de militaire macht in Haasdonk dat alle inwoners dezer gemeente die nog voorzien zijn van eenig schietgeweir, degens, sabers ofte andere diergelijke wapenen deze binnen de 24 uren moeten binnenleveren.
Smet, agent municipael (te Bazel ?) kreeg op 08.12.1798 een reçu van de commandant te Sint-Niklaas voor inlevering van volgende wapens: 27 geweren, 3 pistolen, 4 sabels, 2 bajonnetten en 5 geweerlopen.

--------------------------

(1) Tobias Verhulst, geb. Temse 28.01.1756, komt in mijn kwartierstaat voor onder nr. 104.
(2) Dezelfden als “jean en gille van dael” vermeld in een rapport van de “agent municipael” te Haasdonk, die aan de Kever meldt hen niet te kunnen vinden?
(3) In fotocopies parochieregisters Haasdonk RABev.

Hoe vind je dit bericht? 31 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 23:50 1 reactie Reageer op dit bericht

Een voorbeeldig burger uit 1622 ?

Vroeger werden belastingen veelal berekend op basis van eigendom en gebruik van land.
Blijkbaar moest de brave burger dan een opgave verstrekken van de onroerende goederen die hij in eigendom had of huurde. Dit deed ook mijn voorvader Gillis van ACKERE Janszoon, geb. ca 1590 en overl. Temse 17.05.1654. Zijn huis stond te Temse in de Bolderickstraete, kaartnr. 2606. Hierna zijn aangifte voor het jaar 1622.


Oost eynde

dit naervolghende is het overgheven van Gillis van ackere van zijn properteijt ende hueringhe van den jaere 1622

properteijt

In den eersten een hofstedeken groot een hondert roeden ghestaen ende ghelegen in den schouselhoeck
noch een half bunder gheleghen voor den hof van pauwels broeckaert
noch een half ghemet gheleghen achter den voors(eyden) hof
noch een ghemet gheleghen in en nieuwen dam wesende helstlandt

hueringhe

Inden eersten vierhondert Roeden ghelegen in den schouselhoeck
noch vierhondert roeden gheleghen by de … catten brugghe
noch een ghemet geleghen bij den lauwerschoeij hoeck
noch een half ghemet geleghen in den schouselhoeck
noch twee hondert roeden gheleghen bij mynen hof

(w.g.) Gillis van ackeren



Bron: RABev, GOA Temse, doos 42 t.m. 44, los blad 42r.
Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

Dubbele moord te Bazel rond 1430

In mijn kwartierstaat komt onder het nr. 53874 ene Symon SPRUTE voor. Voorwaar geen heilige als we wijlen Pater A. Maris mogen geloven, die in Vlaamse Stam van 1978, p. 413 minder fraaie dingen over deze voorvader komt te vertellen.

“Symon SPRUYTE zou de hoofdschuldige zijn van een dubbele moord gepleegd te Bazel-Waas einde 1429 of begin 1430. Slachtoffers waren Pieter HERWEYERE en zijn zoon Thomas. Om wraak te voorkomen besloten de twee betrokken families een verzoeningssprocedure of soending te aanvaarden. De bijzonderste voorwaarde van deze verzoening werd opgenomen in een akte van 8 februari 1430. De familie Spruyt moest in de kerk van Bazel ten eeuwighen daghe een dienst van vier missen per week stichten voor de zielerust van de vermoorden, nl. ter eeren van Pieters ende Maes magen ende vrienden. Voor die missen dienden jaarlijks 25 schilden Vlaamse munt betaald. Gillis Spruyt, broer van Symon, werd aangewezen om een aantal gronden van de familie aan te duiden waarvan de jaarlijkse opbrengst de 25 schilden zou verzekeren. Een schild (of écu) was een gouden munt en 25 dergelijke munten waren toentertijd een pak geld, zodat verondersteld wordt dat de familie Spruyt in goede doening verkeerde.

Symon Spruyt, dader van de dubbele manslag, heeft waarschijnlijk Bazel verlaten zoals het bij de soending gebruikelijk was. Wel staat hij in 1435 nog bekend als houder van een gravenleen te Bazel van 228 roeden“. Pater Maris vermeldt ook nog twee kinderen van de dader, nl.:

1. Symoen SPRUYTE, weerbaar man te Bazel in 1480, gehuwd met Katelijne BUEKELS fa Jan en Lijsbette Conijncs (in de hoofdcijns Sint-Amelberga, Melsele 2). Volgens de hoofdcijns drie kinderen uit dit huwelijk: Joos SPRUYTE, Katelijn SPRUYTE gehuwd met Pieter Verheyden, schepen van Bazel in 1480 en Margriet SPRUYTE gehuwd met Gillis van Strydonck wonende in de hofstede die later Het Hemelrijk werd genoemd.

2. Lijsbette SPRUYTE, gehuwd met Pieter COPPENS, waarvan Margriet Coppens

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

Vlamingen zijn Germanen

Vele historici waren van mening dat de Vlamingen afstammelingen waren van Galliërs, een Keltisch volk, en niet van Germanen die onze streken binnenvielen tussen 300-500 na Chr. De Germaanse stammen zouden enkel taal en cultuur van de autochtone bevolking hebben beïnvloed.
Volgens wetenschappelijk onderzoek blijkt nu overduidelijk dat de Vlamingen afstammen van de binnenvallende Germanen. Het bewijs werd geleverd door Gerd Mertens (Universiteit Antwerpen) in zijn doctoraatsonderzoek. Volgens het vaktijdschrift De Artsenkrant gebruikte Mertens hiervoor technieken van de vaderschapstest. Hij vergeleek bloedgroep, weefseltype en DNA van een representatieve groep Vlamingen met dit van Duitsers, Engelsen, Fransen en Nederlanders. Hieruit bleek dat de Vlamingen veel erfelijk materiaal gemeen hebben met Nederlanders en Duitsers en dat ze genetisch ver afstaan van de Fransen.

Bron: ADP, Taalunieversum, De Standaard, Berliner Morgenpost



Hoe vind je dit bericht? 18 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 00:00 Reageer op dit bericht

Kruibeke vroeger

Was Kruibeke oorspronkelijk een gehucht van Bazel? In 1283 schreef men Cruebeke. Later werd dit Cruubeke (1299), Crubeke (1330) en Cruybeke … Betekent de naam “water dat zich in de rivier uitstort”? Of komt het van Kruidbeek: “een beek met kruidgewas omzoomd” of van Kruisbeek dat naar een houten kruis zou verwijzen? Beken zijn er genoeg: de Barbuur- later Barbierbeek, de Zwalmbeke tussen Kruibeke en Melsele en de Eikensbeek aan de Molenhoek. De voornaamste sluis dateert uit de 16de eeuw.

In de loop der tijden veranderden heel wat plaatsen of gehuchten van naam. In 1350 kende men het Brouck, de Brouckvivere, de Vischviver en d’Oude Wael. In 1567 sprak men van Boschhoeck, Broeckhoeck, Kerkhoeck, Maelvliet, Munckensvliet, Neerlandt, Smompersdam en Veirdam. In 1600 vond je op de kaart: Backersveer, Biesacker, Campelaer, Ettinghe, Gauwenbergh, Hoenderhoeck, Hoochrot, Heyhoeck, Warande en Weverspolder. Tenslotte kon je in 1675 de weg vragen naar Achthout, Bangracht, Broecdam, Cauterhoeck, Heuvelgracht, Meulenhoeck, Neghenhout, Santbergh, Sesthienhout en Tweehout; nog later naar Casteleynhoeck, Haeghoeck, Swalmbeekhoeck en Plattenput. In de 19de eeuw was het dorp verdeeld in wijken: het Dorp, de Molenstraat, de Sterhoek, de Schiphoek, het Houten Kruis, de Heihoek, de Molenberg en Doorn...

Kruibeke bestaat vooral uit vruchtbaar polderland, de Broekpolder, met daarnaast zandgrond. Al in de 13de eeuw werden de Kruibeekse polders ingedijkt, maar een eeuw later waren er nog diverse onbedijkte schorren o.m. neffens der Scelden, tusschen Jans scorre van den Vivre, an deen zide, ende den scorre dat der scutterien van Crubeke toebehoort, an dandere …

Wat namen van ingezetenen rond 1600, nl. mannen van leenen & schepenen van Cruybeke: Lowies de Crane (baljuw), Niclaes Coele d’Oude, Jan van der Bochaven, Gillis Rotier, Jan de Laet, Gillis de Greyne, Joos van den Vijver d’Oude, Cornelis de Vrindt, Niclaes Cole de Jonghe…

Eind 15de eeuw stonden er 164 hofsteden in Kruibeke. In 1878 vermeld als bijzondere hofsteden: het Hofken van Oliveten (thans kinderboerderij Pachtgoedhof), de Hollebeekhoef en het Hof ter Wallen of Bleekershof. Enkele jaren ervoor bestond het landbouwareaal uit 1215 bunder bouwland, 50 bunder weiland en 29 bunder bos. De boer of “landman” verbouwde er tarwe, rogge, gerst, haver, boekweit, bonen en lijnzaad. Maar vooral aardappelen (22.000 mudden). In 1846 woonden er in Kruibeke 457 landbouwers die de boerenstiel als hoofd- of nevenactiviteit hadden. Een veetelling van 1825 gaf volgend resultaat: 120 paarden, 520 hoornbeesten, 415 schapen en 260 varkens. Eertijds stak men er jaarlijks 5000 mudden turf, dienstig als brandstof. De opgevulde turfputten werden later weilanden.

Als beroepen of ambachten trof men in 1703 in Kruibeke aan: 3 graankoopmannen, 9 herbergiers, 3 houtkooplieden, 3 kuipers, 6 winkeliers, 1 broodbakker, 1 bloempelder,
2 fruithandelaars, 2 barbiers, 2 schippers, 7 schoenmakers, 4 smeden, 4 wagenmakers, 1 timmerman, 1 stoeldraaier, 3 kleermakers, 1 metser, 1 vleeshouwer, 1 molenaar, 14 wevers en 2 klompenmakers. Namen van herbergen uit 1779: den Gauden Leeuw, de Sonne, de Sevensterre, St. Sebastiaen, de Ploege, den Meulenberg, den Doorn, ‘t Boergoens Cruys, den Hof van Plaisantie, ‘t Backersveir en ‘t Watermolenveir. In 1878 domineerden vlasbewerking en wijmenteelt de plaatselijke nijverheid. Er werden niet minder dan 50.000 bussels wijmen geproduceerd. Daarnaast waren er 2 brouwerijen, een houtzagerij, een scheepstimmerwerf de Droge Dok - gesticht in 1854 door ene Willem Freeman -, 2 windmolens, een steenoven en een paar klompenmakerijen.

Aan de Schelde waren sinds mensengeheugenis twee veren. Op het Bakkersveer scheepte men in naar Antwerpen. De Waaslandse bakkers hadden er het voorrecht om hun waren, vrij van tol, naar Antwerpen te verschepen en er te verkopen. Het Watermolenveer, aan een beek of vliet aan de Schelde, was een soort van haven waar tol werd geheven; o.m. in 1368: ontfaen vander toolne in den vliet vanden scepen, diere applen loeden, xxiiii lib.

Wat het aantal Kruibekenaren betreft: 329 communicanten in de 15de eeuw en 850 in 1645. Ongeveer 2000 inwoners in 1774 en 3234 in 1877. Kruibeke en haar burcht behoorden aan de Kasteleinenfamilie van Gent. Waren o.m. Heer van Kruibeke: Alexander Vilain van Gent in 1262, Raes van Gaver in 1283, Antoon bastaard van Brabant in 1479 … Onder deze laatste kreeg Pieter van den Bochagen Gilliszoon voor 834 pond parisis in pacht voor 6 jaren t’goed van kruibeke met des zelfs afhankelijkheden. Het kasteel van Kruibeke werd in 1368 vernieuwd en in 1380 verdedigd tegen de Gentenaars door Mark van Schoonvelde. Eertijds stond er ook het slot Altena, eigendom van de Heer van Kruibeke. Maar het werd in 1584 in de as gelegd. Toch werd er later nog het Altenafort als versterking gebruikt. Spaanse soldaten richtten in 1576 een yselijke verwoesting aan waarbij 26 Kruibekenaars stierven. In 1579 doken er geuzen op. De kerk werd slachtoffer van de beeldstormerij. Er kwam een predikant. Diens dopelingen werden in 1595 opnieuw gekerstend: belesen en ghedaen (…) een kint van Adriaen de Wille, eertyds gedoopt by den valschen minister.

In 1644-45 diende vreemd krijgsvolk ingekwartierd, wat tot zware betalingen leidde. In maart 1678 werden de omstreken van Bazel, Kruibeke en Haasdonk door de ruiters van Maarschalk d’Humières geplunderd en gebrandschat. Tijdens de Boerenkrijg waren er opstootjes. De stormklokken werden geluid en via het veer van Callebeek was er contact met de Brabantse Brigands, zeer tot ongenoegen van de republikeinse commissaris De Kever.

Kruibeke en Zwijndrecht droegen ten opzichte van het Land van Waas de titel Vassaaldorp. Kruibeke telde ook enkele ingsloten heerlijkheden: van den Heihoek, van Breuzegem en van Halbeuk. Een paar namen van baljuws: Pieter van den Bochage (1494), Daneel uten Eechoute (1514), Pieter de Bosschere (1515) Adriaen van der Haghen (1523), Pieter Vydt (1529), Jan de Backere (1633). Dit ambt betaalde niet slecht, bv. 3 pond voor elke opknoping aan de galg. Andere straffen: ene Jan Cappe dewelck slouch Callen Loeds met eenen stocke, dat soe bloede moest in 1368 40 schelling boete betalen; Jan de Zelander, om twist te hebben gezocht 25 sch. en 3 pond voor Willem van den Wale om iemand te hebben gewond.

De kerk met haar statige achthoekige toren stamt uit de 15de eeuw. Waardevolle bezittingen in de kerk: de 15 Mysteriën van de Rozenkrans geschonken door Jan Varendonck en Joanna van Strydonck, en een koperen offerschaal gegeven door Maria

Vergauwen wed. Jan van Dale. Maria Goubeau stichtte in de 17de eeuw het klooster van de Zwarte Zusters. In 1855 schonk ene Michiel de Jonghe Kruibeke een hospitaal of armenhuis.

Al in de 14de eeuw bestond er de scutterie van Crubeke. Vanaf 1610 spreekt men van de handbooggilde van Sint-Sebastiaan, die in het begin van de 19de eeuw vergaderde in de Klokke. Begin 16de eeuw bestonden er in Kruibeke ook wapenrijers of zwaarddansers. En uiteraard mocht ook een zangvereninging niet ontbreken: “Sinte-Cecilia” gesticht in 1858?

Bron: F. de Potter en J. Broeckaert, Geschiedenis van de gemeenten der Provincie Oost-Vlaanderen - Arrondissement Sint-Niklaas, Gent 1878.

Hoe vind je dit bericht? 35 stemmen
Geschreven door Frans Bellon om 21:02 Reageer op dit bericht

Meer van WASE GESLACHTEN

↑ Terug naar de berichten