Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
ouderenzorg


spreekwoorden
afbeelding (1)


Neogotiek
opgetekend gesprek (1)
christendom restyled?
De meeste zestigplussers zijn vanaf hun vroege kindertijd in contact gekomen met geloof en bijbelverhalen. Zij hebben nog iets van de middeleeuwse denkwijze meegekregen: er is één juiste visie op mens en wereld die allesomvattend is en waarbinnen op alle vragen maar één antwoord mogelijk is, nl. het antwoord dat past binnen de theologie van de rk-kerk. De wereld was weliswaar niet meer plat, maar dat was zo ongeveer de enige concessie die de clerus sinds 1500 aan het gewone kerkvolk gedaan had.
Paus over internet
Dankdienst voor het leven
ietsisme
Wikipedia: Ietsisme is een algemene term voor uiteenlopende overtuigingen waarbij mensen "aannemen" dat er "iets" is "tussen hemel en aarde", zonder een welbepaalde religie aan te hangen.
Het leven als zoektocht
Nu god dood is (was hij ziek dan?) moeten we het helemaal zelf doen. De zin van het leven is het leven zelf en je bent de regisseur van je eigen falen of succes. Dat gaat ons goed af, want we worden bijna allemaal tachtig, zijn gezonder en vitaler dan onze grootouders. Het is niet meer moeilijk nihilist te zijn. Onze levensloop is een zaak van zelfmanagement geworden. We kunnen ons eigen leven beheersbaar maken door gezond te leven, mee te doen met de levensloopregeling en voor een goede oudedagsvoorziening te zorgen. All under control, behalve een hartinfarct hier, een spookrijder daar.
Of weten we stiekem dat we onszelf toch voor de gek houden? Als god ons geen opdracht geeft, doen we het zelf wel: we geven ons een levensopdracht, een taak die we moeten vervullen. We blijven het leven zien als een reis, we zoeken ons suf naar de rode draad. Het 'heilige moeten' komt van binnen. Ook al noemen we het leven geen roeping meer of geven het een bestemming, we blijven het ervaren als een reis waarin een taak moet worden vervuld.
gelovig / niet-gelovig
Waar ik me al tientallen jaren over verwonder is de scherpe tweedeling die niet-gelovigen vaak aanbengen tussen hun “soort” en de ongelovigen.
Als ik die tweedeling hieronder in kaart breng, ben ik me er wel van bewust dat deze zwart – wit weergave vooral de duidelijkheid dient en dat dit vergrootglaseffect niet in in die pure vorm bij mensen voorkomt.
Bewijzen, in natuurwetenschappelijke zin, van het bestaan van god zijn er niet. Als die er waren, was god er “gewoon” en zou niemand aan zijn/haar er-zijn twijfelen zoals ook niemand bijvoorbeeld het voorkomen van zwaartekracht in twijfel trekt.
Ieder mens leeft naar Pascals uitspraak dat het hart redenen heeft die de rede niet kent. Als iemand zegt God te kennen, beweert hij dat vooral vanuit zijn hart. Hij schakelt het verstand niet uit, maar spreekt eerst en vooral vanuit een andere bron van kennis.
Wie ontroerd raakt door bijvoorbeeld muziek, kan daar geen puur rationele verklaring voor geven. Toch betwijfelt niemand het feit dat mensen door muziek geraakt kunnen worden. Waarom dan wel getwijfeld als iemand zich geraakt zegt te voelen door iets wat niet tastbaar is?
De brug tussen de (meetbare) luchtvibraties die een (onverklaarbare) extase teweeg brengen is toch net zo groot of klein als de brug tussen een gebeurtenis en de daaraan gekoppelde godservaring? De beleving van de muziek is net zo “onnaspeurlijk” en net zo min te duiden als de beleving van “iets bovennatuurlijks”.Waarom het eerste dan gewoon vinden en het tweede verwerpen als “irrationeel”?
Gelovigen weten maar al te goed dat over God eigenlijk niets te zeggen valt, maar de mens kan het niet laten ook het onnoembare woorden te geven. Op het gevaar af dat velen in de fout vervallen het benoemde voor “waar” te houden. Vandaar ook het (joodse) beeldenverbod en het niet uitspreken van de godsnaam: God is niet in beeld of woord te vangen.
Gelovigen zijn zich over het algemeen bewust van het feit dat wat zij over god zeggen meer over hen zelf zegt dan over god. Elke tijd en cultuur heeft zijn eigen godsbeeld.
Ruwweg is het oude en nieuwe godsbeeld (geleend van de theoloog G. Dingemans) als volgt weer te geven:
| oud | nieuw |
| persoon | kracht, energie |
| zijn | wording, beweging, relatie |
| potentaat |
potentie, leven, wijsheid, aanwezigheid |
|
transcendente werkelijkheid |
transcendente mogelijkheid transcendent verborgene pneuma, geest |
| zijn |
gebeurtenissen one who calls, de roepende |
| schepper |
drive appelerende mogelijkheid |
| regerende vorst |
verleidend kunstenaar Jezus: geleider van de goddelijke |
| incarnatio |
inhabitatio |
Geloof en wetenschap hoeven elkaar niet te bijten omdat in ieder van ons hart en verstand samengaan. Het is geen kwestie van of/of maar van en/en.
De verstandige ongelovige doet er goed aan het bestaan van god open te laten als een niet te beantwoorden vraag. De verstandige gelovige doet er goed aan het niet bestaan van god van tijd tot tijd als een reële optie te overwegen.
ouder = langzamer (Draaisma)
Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt
[“Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt” van Douwe Draaisma. Historische Uitgeverij Groningen, 2001, ISBN 9065544704]
Samenvatting van het kernhoofdstuk.
Beschrijvingen van ruimte worden ook vaak voor de tijd gebruikt. Zoals een afstand groter lijkt als er tussen begin- en eindpunt voorwerpen staan die de blik leiden, zo zal een jaar waarin veel gebeurt langer lijken dan een monotoon jaar. Hieruit volgt dat als je de tijd langzamer wil laten lopen, je veel nieuwe dingen moet ondernemen. Toch biedt dit geen afdoende verklaring, want bijvoorbeeld een week met veel nieuwe en enerverende indrukken, vliegt voorbij, maar eenmaal thuis en terugkijkend was het een lange week.
De taal van de tijd is die van de ruimte: voor, na, tussen, we zien uit naar …. , we hebben iets achter de rug. [Tussendoortje: dat de toekomst altijd rechts wordt afgebeeld en het verleden links, heeft waarschijnlijk met onze schrijfrichting (ruimte) te maken]. De tijd kan vliegen, kruipen en uitrekken; allemaal ruimteuitdrukkingen.
Twee mogelijke verklaringen waarom de tijd voor een oudere sneller gaat: het reminiscentie-effect en de fysiologische klokken.
(Reminiscentie: verschijnsel dat de herinnering oproept aan iets overeenkomstig uit het verleden).
Het reminiscentie-effect
Je deelt de tijd in naar herkenningspunten; ze vormen de mijlpalen, de tijdwijzers in het geheugen. In de tijd rond je twintigste zijn er daar (subjectief) meer van, omdat toen je identiteit, je persoonlijkheid gevormd werd (de tijd van de “eerste keren”). Een periode die veel herinneringen oproept, zal in de terugblik langer lijken te hebben geduurd dan een even lange periode met minder ingrijpende gebeurtenissen en “dus” met minder herinneringen. De middelbare leeftijd lijkt, terugkijkend, sneller te zijn gegaan dan de tijd daarvoor.
Fysiologische klokken
Voor wie koorts heeft gaat de tijd sneller dan voor wie in erg koud water zwemt. Een wond heelt met 20 jaar twee maal zo snel als met 40 jaar. Ons lichaam heeft tientallen fysiologische klokken: ademhaling, bloeddruk,hartslag, celdeling, stofwisseling, temperatuur, etc. met elk een eigen cyclus.
De cycli van de oudere vertragen. We worden als het ware een traag tikkende pendule. Een 65-jarige die moet aangeven hoelang drie minuten duren, doet er 40 seconden bij, een 45-jarige maar 16 seconden en een 20-jarige maar 3. Onze (fysiologische) klok gaat langzamer lopen en we vinden dat het om ons heen allemaal sneller gaat. Als we dan ook nog eens de afgelopen vijf jaar vergelijken met vijf jeugdjaren of vijf jaren middelbare school, vergelijken we een “vol” deel van ons leven en geheugen met een minder vol deel en is het laatste stuk “sneller” voorbij.
Tenslotte
De maat waarmee we meten verandert en is dus eigenlijk geen maat. Voor de maat van een kind is tien jaar onafzienbaar, voor een oudere te overzien. Je ouders waren altijd oud totdat je zelf kinderen kreeg en beseft hoe jong zij waren toen jij kwam. Onze meetlat hanteert een glijdende schaal en is dus niet “eerlijk”.
Een vergelijking:
De objectieve tijd, die van de klok, glijdt in een gelijkmatig tempo voort, als een rivier door laagland. Aan het begin van zijn leven rent de mens nog kwiek langs de oever, sneller dan de stroom. Rond het middaguur is zijn tempo al wat lager en loopt hij gelijk op met de rivier. Tegen de avond, als hij vermoeid raakt, versnelt de stroom en raakt hij achter. Tenslotte blijft hij stilstaan en gaat liggen, naast een rivier die zijn loop vervolgt in hetzelfde onverstoorbare tempo waarin hij de hele dag al heeft gestroomd.
Herinneringen (Draaisma)

De bijdrage van vandaag gaat over herinneringen. Het is een samenvatting van een hoofdstuk uit het boek “Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt” van Douwe Draaisma. Historische Uitgeverij Groningen, 2001, ISBN 9065544704.
Herinneringen
Als wij, senioren, een autobiografie zouden schrijven, is de kans groot dat de jaren tussen 15 en 25 relatief de meeste aandacht krijgen en de middelbare leeftijd, rond 45, de minste.
Herinneren we ons meer van de periode 15 – 25 jaar omdat het geheugen dan op zijn best is? Waarschijnlijk niet, want dan zou de piek tien jaar eerder moeten liggen.
Een tweede verklaring snijdt meer hout: in genoemde periode maakt een mens meer mee dat het onthouden waard is. Veel herinneringen gaan immers over de eerste keer, de eerste rijles, de eerste verliefdheid, de eerste baan etc.
De derde verklaring, gekoppeld aan de tweede, is de beste. Tussen 15 en 25 jaar wordt je persoonlijkheid gevormd, je identiteit bepaald. Senior geworden en terugkijkend komen vooral die gebeurtenissen bovendrijven die je gemaakt hebben tot wie je bent.
Achteromkijkend maak je van je leven een verhaal: je wil dat je leven coherent is. Hoe je jezelf nu ziet (je zelfbeeld) bepaalt je herinnering: dat wat ervoor gezorgd, eraan bijgedragen heeft wie je in je eigen ogen geworden bent, is het bij uitstek waard herinnerd te worden.
Je herinnert je vooral dat wat past in het verhaal dat van jouw leven één geheel maakt. Die behoefte om te duiden is met het mens zijn gegeven. Het is bijna onverdragelijk het leven te laten bestaan uit een opeenvolging van toevallige gebeurtenissen. Ouder geworden ben je pas in staat je leven een thema, een motief, een verhaallijn te geven. Terugblikkend ga je duiden en krijgen vooral die herinnerde gebeurtenissen een plaats die passen in het verhaal dat je eerst aan het eind kunt schrijven. Relatief veel gebeurtenissen blijken dan te liggen tussen 15 en 25 jaar: toen werd jouw levensverhaal in de grondverf gezet.

Natuurbegraafplaats?

Het is een keuze: cremeren of begraven. Maar wiens voorkeur geeft de doorslag? Die van de overledene, die bij leven zijn voorkeur kenbaar heeft gemaakt of die van de nabestaanden die "iets" moeten met het stoffelijk overschot en denken aan de toekomst?
Mijn vrouw opteert voor een begrafenis omdat de symboliek van het weer terug stof worden haar aanspreekt. Ik denk er vooral aan dat er niemand is die het graf zal verzorgen want onze kinderen wonen daarvoor te ver weg. Daarom vind ik cremeren 'praktischer'.
Een natuurbegraafplaats zou misschien een soort compromis kunnen zijn. In een bos mag een graf er best wat verwilderd uit zien. Na een jaar of vijftig, als we helemaal in de vergetelheid zijn geraakt, kan dan weer iemand anders dat plekje onder die mooie eik innemen.
Missschien toch maar eens een bezoekje brengen aan een natuurbegraafplaats?

Hoop

In dagblad Trouw kwam ik een paar dagen geleden een uitspraak tegen van Coen Simon (1972, filosoof en publicist) die mij trof omdat hij iets verwoordt wat ik wel min of meer vanuit ervaring wist maar waarvoor ik zelf nog geen woorden had gevonden. Er stond: "Hoop is het enige verlangen dat zijn doel al bereikt in het verlangen zelf."

Als mijn hoop ooit valse hoop blijkt te zijn is er geen man overboord. Dan heeft het blijkbaar zo moeten zijn als het kennelijk is.
One-way trip to Mars


Doodgaan op Mars?
Wat bezielt mensen om onze aarde definitief te verlaten? Moet je deze mensen tegen zichzelf beschermen door zo'n experiment te verbieden? Het zal de eerste jaren op Mars best wel spannend en leuk zijn: je bent jong, je staat in de belangstelling, iedereen op aarde kent je bij naam.
Waarom bloggen?

Door iets op papier te zetten dwing ik me helder te denken. Want al schrijvend zit er een lezer in mijn hoofd en ik wil natuurlijk wel dat die snapt wat ik aan tekst fabriceer. De denkbeeldige lezer functioneert voor mij als degene aan wie ik dingen wil vertellen, verduidelijken of toelichten, met als doel dat ik na het schrijven zelf meer inzicht heb gekregen in het onderwerp. Schrijven is dus leuk omdat je er wijzer van wordt.

Driekoningen

Vandaag, 6 januari, staat bekend als het feest van Driekoningen.
Op de afbeelding zie je een kapiteel van de kerk St.-Lazare in Autun (Frankrijk).
Matteus 2,12: "Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land."
Een engel maakt de driekoningen wakker door er één aan te stoten. Deze doet, nog half in slaap, alvast één oog open en ziet de waarschuwende vinger van de engel die zegt dat Herodes niet te vertrouwen is.
De koningen waren blijkbaar zo moe van het bezoek aan het jonge gezinnetje dat ze, in bed stappend, geen puf meer hadden hun kroon af te zetten.

Mijn achtergrond
Maria kastijdt Jezuke

Dit schilderij heb ik altijd heel leuk gevonden omdat het ingaat tegen de verheerlijking van het Jezuskind. De zoete plaatjes van de kleine Jezus die wij vroeger te zien kregen waren toch vooral een voorafschaduwing van zijn goddelijkheid.

Maria petst er lustig op los en het kindje zal het op dat moment worst geweest zijn of je bille(n)koek met of zonder tussen-n schijft. Intussen is wel zijn mooie aureooltje op de grond gevallen. Gelukkig gemaakt van onbreekbaar fiberglas.


