
Dagenlang reeds was het koppeltje grauwe vliegnvangertjes bezig geweest om een nestje te bouwen. Alhoewel de nestplaats, bovenop een nestkast onder de oversteek van mijn tuinhuis, reeds vastlag - de voorbije drie jaar hadden zij, of hun voorouders, op dezelfde plaats genesteld - duurde het toch even vooralleer het eerste nestmateriaal werd aangesleept.
Enkele dagen later, ik durfde mijn tuinhuis bijna niet meer in om de intense bouwwerken niet te verstoren, was het zover; het nest was permanent bewoond en de bewoner zat m.i. vast op het broedsel.
Stilletjes hoopte ik dat, zoals de voorbije jaren, over een paar weken een nestje jongen zou uitvliegen. Ook verheugde ik mij erop de ouderen te zien jagen op vliegjes, motjes en al dergelijke meer, vanop de wasdraad als uitvalsbasis.
Deze morgen echter, wij zaten in de keuken aan het ontbijt, verscheen onze vriend, een prachtige Vlaamse gaai. De voorbije dagen was hij telkens weer verjaagd door het samenwerkend verband tussen een merel, die met jongen ligt in een bolrond gesnoeide hulst, en onze waakzame grauwe vliegenvanger, die vanuit de eiken elke beweging in de buurt van zijn nest, of het nu bosduiven, tortels of een gaai waren, met een ongenadige duikvlucht verstoorde.
Vandaag echter, in amper een paar seconden zag onze gaai de kans schoon. Vooralleer iets hem kon bedreigen landde hij op de rand van het nest en... vlak daarop was hij weer verdwenen.
'k Ben benieuwd wat het resultaat zal zijn van deze verassingsaanval. Kijken wil ik zeker niet om onze vrienden niet nog meer te verstoren.
We zien morgen wel wat het wordt !