AUTEUR : Miriam Van Hee uit De Bramenpluk

|
|
|
AUTEUR : Miriam Van Hee uit De Bramenpluk
|
|
|
DAG DAGELIJKSE GEDACHTEN.
AUTEUR : Maya Panajotova uit

Ik kom terug naar huis.
Ik loop traag de trappen op
en adem in...Ik wil opnieuw
het dunne wolkje ruiken
van de soep, bereid voor mij.
Ik wil aanbellen en horen
hoe jij naar de deur gelopen komt,
zien hoe die opengaat en voor mij
de ogen stralen van een heilige.
Ik wil je gouden tand zien blinken
wanneer je lachend uitroept :
- Kom binnen meisje!
Mijn lieve, mijn prachtige moeder!
Vandaag heeft de bruine aarde
jouw bruine ogen uitgewist.
En de spin van de grote leegte
heeft in jouw haar zijn web geweefd.
Ik word alleen verwelkomd
door een jaren oud verdriet.
Jij wacht op mij op de heuvel
je ogen zijn donkere viooltjes,
je armen - dun, groen, uitgestrekt
om mij te omhelzen..
DAG DAGELIJKSE GEDACHTEN.
AUTEUR : Iris Van de Casteele uit : Adios Adingahem

‘t Is avond
‘t is heel stil in huis
het grasperk in de mist
doet denken aan een herfst
heel lang geleden
waarin datgene opging
wat ik sindsdien
het meeste mis:
bolders
het rinkelen van een fietsbel
geluid van paardenhoeven
op kasseien
de wind langsheen de vaart
die ‘t al uiteenwoei
stemmen
gebaren
gezichten
DAG DAGELIJKSE GEDACHTEN.
AUTEUR : Armand van Assche uit " De zee is een orkest"Zwanen zien er altijd zo nieuw uit
zo zondags, zo pas in bad geweest;
Maar spelen of spetteren in het water,
dat doen ze niet. Zwanen zijn niet vrolijk.
Zij willen ook altijd weg. Daarom wiegen zij
met hun lange hals als met een witte zakdoek
en zo droevig dat ze kijken.
Zwanen kunnen geen tranen laten.
Maar zwemmen, dat kunnen zij, statig drijven
altijd recht vooruit als witte bootjes
met onzichtbare roeispanen.
En opeens verandert alles van kleur
als zij hun vleugels openslaan
en zich languit rekken in de spiegel
van de vijver. Dan kraait het water
van plezier en klapt in zijn handen.
DAG DAGELIJKSE GEDACHTEN.
AUTEUR : Hans Andreus uit de bundel ' Kinderversjes'
.Er zaten eens drie vliegen
Om het hardst te liegen,
Buiten op een balkon,
Luierend in de zomerzon.
De eerste zei: ‘Met deze poot
Sloeg ik vijf olifanten dood.’
De tweede zei: ‘Ik vlieg zo vlug,
In ’n uurtje naar Afrika en terug.’
De derde zei: ‘Ik vlieg zo hoog,
Nog hoger dan de regenboog.’
Toen werd ’t wat kil en ’t waaide wat
De vliegen riepen: ‘Voel je dat!’
En vlogen gauw het huis weer binnen
Om daar nóg meer leugens te verzinnen.
DAG DAGELIJKSE GEDACHTEN.