de nadagen van februari


wanneer
wij in de nadagen
in de donkere nadagen van februari
in de straten verdwalen, wanneer wij
in de krolse kattendagen - in de krokusdagen
van de kat - blijven sluimeren als het sneeuwt...
.
11 februari, bijna valentijn. zaterdag was het de warmste winterdag ooit. mijn poes minky is al drie dagen 'weg'. ik vraag me voortdurend af of haar verdwijning te wijten is aan de 'kattendagen', zoals ik in bovenstaande aanhef van 'plaslion', een in 2004 door mij gepleegd gedicht, suggereer - of is er iets gebeurd? ik schrik op bij elk geluid in mijn keukentje en heb al enige malen uit het raam haar naam gefluisterd in de nacht....
zal ze vandaag of morgen met haar gebruikelijk é
lan door de openstaande keukendeur naar binnen zoeven, of zien we haar nooit meer terug? we wachten met spanning de gebeurtenissen af....
in de laatste, schitterend uitgegeven bundel van de poolse dichteres en nobelprijswinnares wisława szymborska, dubbele punt*, vind ik maar een paar gedichten naar mijn gading. ik betwist zeker niet de virtuoze manier waarop zij haar poë
zie neerschrijft: zij is altijd grandioos to the point, maar teveel gedichten zijn (schitterende) opsommingen. en wat moeten we nu met opsommingen?ik geef toe: de laatste dagen rommel ik weer ijverig in mijn boekenkasten en ondertussen prevel ik mijmerend de titels van de boeken en poëziebundels die ik in 2007 heb gekocht en gelezen. ik som ze op en heb zo een beetje de neiging de titels te noteren. maar maak ik daarbij een gedicht?
wisława szymborska is natuurlijk een generatie ouder dan ik (zij is ondertussen 85!). misschien doe je dat dan: voortdurend lijstjes en sommetjes maken van de elementen uit je omgeving, van de dingen die je leven uitmaken (objecten, de topics van een of ander willekeurig verhaal, de samenstellende delen van een scène, landschap of uitzicht). ik mis in deze poë
zie echter het zingen.vind toch nog altijd dat poë
zie niet te overdacht moet zijn, wel een beetje meeslepend. de lezer moet in vervoering raken, lichtjes in trance als het kan en het gedicht moet schoonheid en vitaliteit uitstralen. je veux être totalement emballée...maar o wee, wie ben ik om kritiek uit te brengen? ik moet ook maar eens proberen zo'n gedicht te schrijven, waardoor niet alleen ikzelf in vervoering geraak, maar ook mijn ontelbare lezers, haha!
.
toch wil ik in dit blogbericht mijn lievelingsgedicht uit wisława's
bundel noteren, niet alleen omdat het een uitzonderlijk knap gedicht is, maar
omdat het zo geladen is met symboliek: hoe wij onwetend zijn over en
vooral onachtzaam omgaan met de werkelijkheid (wie van ons heeft oog
voor de sterren, het morgenrood, de regenboog, de wolken, de neons, de maan, de
zilveren vis in het water, de havik hoog in de lucht?).
hoe wij vooral deze werkelijkheid verkeerd om lezen.
en hoe wij net als blinden dikwijls totaal in het duister tasten als het de anderen betreft (l'enfer, c'est les autres, zei ooit de franse filosoof jean-paul sartre). maar als wij dit dan beseffen en vrede moeten nemen met onze existentiële duisternis, blijven wij dan even beleefd en begripsvol als de blinden, even onbaatzuchtig - of vernietigen wij dan onze omgeving, de natuur, de fauna en flora met daarbij inbegrepen onze medemensen, de anderen, omdat zij vreemd zijn aan ons eigen innerlijke zelf en daarom ook potentieel gevaarlijk?
De beleefdheid van de
blinden
Een dichter leest gedichten voor aan blinden.
Hij had niet gedacht dat dat zo moeilijk zou zijn.
Zijn stem trilt.
Zijn handen trillen.
Hij heeft het gevoel dat elke zin
Hier wordt getoetst aan het duister.
Hij zal het nu zelf moeten doen,
zonder licht en kleuren.
Een hachelijk avontuur
voor de sterren in zijn gedichten,
het morgenrood, de regenboog, de wolken, de neons, de maan,
voor de vis tot nog toe zo zilver onder water
en de havik zo stil, hoog aan de hemel.
Hij leest - want het is al te laat om niet te lezen-
over een jongen in een geel jasje op een groene weide,
over de telbare rode daken in het dal,
over de bewegende rugnummers op de shirts van de spelers
en de naakte onbekende in de deuropening.
Hij zou ze willen verzwijgen - hoewel dat niet kan -
al die heiligen aan het gewelf van de kathedraal,
dat afscheidsgebaar vanuit het coupéraam,
dat glaasje van de microscoop en de fonkeling in de ring
en de beeldschermen en de spiegels en het album met gezichten.
Maar groot is de beleefdheid van de blinden,
groot hun begrip en onbaatzuchtigheid.
ze luisteren, glimlachen en klappen.
Een van hen komt zelfs naar voren
met een verkeerd om geopend boek
en vraagt een voor hem onzichtbare handtekening.
* Wisława
Szymborska, Dubbele punt, De Geus, Breda,
2007





















3 reacties op dit bericht
gedicht
hier ben ik nog eens.
Zou het niet mooier klinken - in de krollse dagen- de krokusdagen van de kat? Dan heb je niet 2 keer dat woord kat. Juist hetzelfde bij de nadagen. Als wij in de dagen, de nadagen van februari.
Dan klinkt het opener, ruimer. Dagen, is zo een groot en toch sluitend woord. 24 uur, en toch lange dagen, misschien kom je zo tot de interpretatie van de lange donkere dagen in de winter?
KAn jij dit lezen bij de reacties? Of moet ik je persoonlijk mailen?
Zoen,
Annelies.
Vagina
Ik ben het helemaal eens met Ward.
Zoen,
Annelies.
Emballée
Bescheidenheid siert je, je eigen gedicht citeer je gedeeltelijk terwijl je een andere dichteres laat "uitspreken". Ik ben benieuwd naar het vervolg van je krolse krokusachtige kattendagen ...
Zoen