Naar de inhoud

een lief okerkleurig scharminkel

akke.beakke.be
literatuur, cultuur, small talk

Archief

filmpjes

vandaag post ik filmpjes van de verrukkelijke duitse dichter norbert hummelt en de zuid-afrikaanse charl-pierre naudé.

hummelt blijkt een verlegen, lieve man, die herinneringen opschrijft en ze verbindt met huidige impressies. zo weet hij niet meer of het wel herinneringen zijn. onderstaand gedicht is duidelijk erotisch.


SYRINX


een hete zucht in mijn nek die me wekte: je kwam met
je tong aan mijn oor ik was al aan het dromen toen je bij me
kwam liggen dauwfris gedoucht en zonder nachtjapon.

toen lagen we naar het plafond te staren. het zwijgende
verwijt hield je me voor. ik zei alleen dat ik nu niets meer
zeg. toen begonnen we te praten en stortten almaar dieper

neer. de volkomen duisternis waarin ik loop. zelfs
de trams zijn leeg omstreeks dit uur. alleen mijn
stappen op de stenen galmen. het eerste licht komt uit

de bakkerijen. de eerste vogels worden wakker. je slaapt
misschien. maar ik ben de koudste van allen en kan het
me niet vergeven: verlossen kan me alleen je hete zucht.


© 2011, Luchterhand Literaturverlag
Uit: Pans Stunde
Uitgever: Luchterhand Literaturverlag, München, 2011

© Vertaling: 2014, Erik de Smedt
Voor het eerst gepubliceerd op Poetry International, 2014

maar ik wil dit gedicht er nog aan toevoegen, vind ik 1 van zijn beste:


PAN IN HET RIET


hoe deze hete wind, sirocco, alles lamlegt .. modderige
bodem, oeverriet, wortelstelsel, alles zo tergend traag,
olijfgrijs getint dat iedereen van de hitte kreunt zoals
die keer toen ik in palermo was, bij het ochtendgloren
in de eerste bar, toen de espresso me terug in het leven
haalde; ik kon niet slapen want ik besefte dat ik waar ik
ook heenga sterven moet. kon zo niet in de catacomben
van de kapucijnen, niet bij de mummies, schedels en
skeletten. ik wilde liever nog een keer naar zee en doen
alsof ik de ogen kon sluiten, de wind, de warmte, golven
om me heen, en dommelen, dobberen .. zijn wij het eerst
aan de kleine baai? kom je mee zwemmen? het water
is niet diep. maar iemand zit daar al voor ons in het riet,
keert ons zijn blote rug toe. ’t is nu wel beter als je
hem niet stoort: het is die vent waar de hond bij hoort,
de dog. maar hij merkt ons niet op, hij heeft oortjes in.
je roept me toe: zwem niet te ver van de oever. maar weer
hoor ik hem in mij zingen .. onder mijn voeten zijn nu
slingerplanten. voor mijn ogen bliksemt het: de libel.
nog twee, drie slagen, doet niet erg zeer. hoe snel kan ik
mijn hele leven zien en dan raak ik de grond niet meer.


© 2011, Luchterhand Literaturverlag
Uit: Pans Stunde
Uitgever: Luchterhand Literaturverlag, München, 2011


© Vertaling: 2014, Erik de Smedt
Voor het eerst gepubliceerd op Poetry International, 2014

Charl-Pierre Naudé

Die melkweg is ’n windhond

My motor stippel
deur die knewel van ’n berg-
tonnel;

’n spoormetaal in klip
wat gestolde lig stort.

Ek bring ’n klip
en dit bring vir my

geklonte spikkels
wat deur die newel glip.

dit is denk ik maar een fragment, vond het filmjke op internet. charl-pierre droeg het niet voor op poetry international 2014, maar op soort zuid-afrikaanse dichters in de prinsentuin, in het breytenbach centrum in wellington, zuid-afrika.

charl-pierre is trouwens een oude bekende van me.

in mijn dagboekaantekeningen vond ik ik deze nota:

zaterdag 12 maart 2005

Tot nu toe heb ik altijd gedacht dat poëzie te maken had met taal. Poëzie was talig, een bijna organisch en vooral subliem gestructureerd spel met de taal. In vrouwentaal: poezie was niets minder dan een ingenieus breiwerk, gaande van het dooreenweven van draden in de rijstpapsteek tot het nog redelijk eenvoudige rechts-links rechts-links, tot de meest ingewikkelde jaquardpatronen waarin de breister zich verliezen kan.

Nu denk ik helemaal anders over poezie. In poëzie is taal alleen maar een middel, geen doel op zichzelf. Taal is een van de vele wegen naar poëzie. Taal is de wagen waarop poëzie kan worden vervoerd, taal is een vervoermiddel, een mogelijkheid tot het bereiken van.

Taal is het lichaam van de poëzie. Poëzie zit binnenin dit lichaam, poëzie is het hart, poëzie is de ziel.

En volgens de Zuid-Afrikaanse dichter Charl-Pierre Naudé heeft poézie alles, maar dan ook alles te maken met verbeelding.

Ik voeg hierbij een citaat uit de poëziekrant:

‘Bij zijn verder dichtwerk trekt Charl-Pierre Naude deze narratieve lijn door. Hij neemt meer en meer afstand van de traditionele dichtkunst: ‘Digkuns is nie meer vir my sininiem met die manipulering van die tekstuur van taal nie. Dis nie vir my sinoniem met klank nie. Digkuns is vir my eender ’n manipulering van die moonlikhede van verbeelding.’

(Poëziekrant 5de jaargang nr 20 september-oktober 2004, p. 68)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

nogmaals: Ann Jaderlund, Daniel Falb

ann jäderlund las gisteren haar gedichten voor. het profiel van een sjamaan, alhoewel ze een mooie voilen tuniek droeg, en een 7/8ste broek (beige). op sandalen, bizar. ze is ouder dan op deze foto, maar daarom niet minder mooi. ze leest heel verlegen, ondersteunt haar hoofd, net of ze pijn heeft. heel aarzelend. in het interview zei ze: al wat evil, strange and unfair is wil ik beschrijven, want het leven is zo. to express complexity. en ook dit is schoonheid. ze cirkelt en cirkelt rond haar gedicht; als je in iets geïnteresseerd bent komt het naar je toe. nu wil ze over the lack of love schrijven, the love that nevertheless exists. I have become narrowminded.


1610967-9dd5403986d251b24a227f6a1fd7611f.jpg

http://www.ullamontan.com/en/portraits_sw_authors/jaderlund_ann_2/

ZELF BEN IK TOTAAL VAN KAART DOOR DE KRATERS DIE ZE CREEERT TUSSEN HAAR WOORDEN. HAAR VERZEN. VOOR EEN NIEUW VERS BEGINT, EEN WERELD.

WAAROM ZIJN WE NIET IN HET PARADIJS?
Ik ga dood. Diep erbuiten. Buiten mezelf om.
Ik ging dood gisteren en sinds mijn geboorte.
Ik werd niet uit mezelf geboren. Ik word verknoeid.
Mijn lichaam ontbindt alles wat ik bezit. Ik kan
er niet in zijn.


Wie recht het hoofd in gaat. Recht omhoog
in een van de smalste kanalen. Als de lichamen
vernietigd worden. Wie binnengaat. Als je iemand ziet
die eigenlijk niet kan geven. Die niet gelooft. Dode
lichamen van voedselgeschenken voorziet. Of als het lichaam
te veel opgesmukt wordt. Verminkt als het verminkt wordt.
Vernietigd door de haat zelf. Dan is niets daarvan
daarin. Wat kan komen zal komen.
Onveranderd van vorm. Wendt zich naar de
binnenste achterkant van de ogen in het hoofd. Misschien voor altijd opnieuw

Wat in het water is. Maar niet
het water is. Wat het water niet
kent. Maar het water
van binnenuit is. Wat niemand kent.
Maar alles van binnenuit is. Wat
niet bestaat. Waarvan het lichaam niet
bestaat. Geen reuk gehoor. Gezicht
noch spraak. En niet
vergankelijk is.

© 2009, Ann Jäderlund
Uit: Vad hjälper det en människa om hon häller rent vatten över sig i alla sina dagar
Uitgever: Albert Bonniers Förlag, Stockholm, 2009


© Vertaling: 2014, Lisette Keustermans
Voor het eerst gepubliceerd op Poetry International, 2014

Daniel Falb kijkt heel teder als hij aan een nieuw gedicht begint. praat hoogstaande wartaal. toch heb ik begrepen dat hij woorden, zinnen uit verscheidene taalregisters in elkaar laat vloeien en zo vreemde effecten bekomt. heeft veel plezier met zijn eigen poëzie. is fysicus en filosoof. wordt beschouwd als een politiek dichter, alhoewel hij dat zelf niet echt gelooft. hij schrijft wel over hoe structuren en rituelen het maatschappelijk leven bepalen.


1610967-a75172465f3118cef352da4f7d198d6d.jpg

I dwell in Possibility...
Emily Dickinson
***

zie die doenerige families eens wonen. vandaag is het de dag van de zes miljard.
historische veldslagen achtervolgen ons en wij hen.

door histamines overweldigd komen velen dus natuurlijk ter wereld... een jarenlang
gerepeteerde, jarenlang niet opgevoerde parade.

……….....superieure vormen van je schamen, van sterilisatie als je een kitten bent.
de presentatie van een gezicht als ontharing en wereldtentoonstelling.

crystal palace toont het vuur zelf van de naties en het geboortedom……....... dat is
het adres van een struik, een blaadje, een dotje cellen.

ik betrad het landenpaviljoen en kwam er als uitgebreide familie weer uit. ik trans-
planteerde in 1967 het eerste menselijke hart, in een tweeling.

comfortabele wandelpaden verbinden de zandgronden, makkelijke wandeltijden
verlichten haar vlammend, de biënnale. eenkleurig beschilderde macrofagen.

…..……..welke werkfase is dit en wat ervan overblijft. het afstoten van de organen.
het afstoten, van de hand, van de kunstenares.


© 2009, Daniel Falb
Uit: BANCOR
Uitgever: Kookbooks, 2009

© Vertaling: 2014, Ton Naaijkens
Uit: NEW ZORK
Uitgever: Zegwerk, 2014

(het volgende gedicht omschrijft daniel als gothic)

ik loop, in een diep over mijn fronsende voorhoofd getrokken oliepak, langs de fulda.

de invalshoek van de regen wordt almaar lager, binnenkort

wordt de aarde helemaal gemist.

ik schud mijn hoofd en zet mijn vuisten in mijn heupen. hoe meer

ik over het verhaal nadenk,

des te meer zegt het gevoel in mijn gemoed me

dat odradek de aarde is,

een mantel van razend water boven ’t geheel en al droge zaad

van de aardnoot, een waterkluwen.

op de grond hurkend met natte plukken katoen

draaien mijn pottenbakkende handen met de schijf mee

stuxnet van de aarde,

alsof ze hem hebben versneld tot 1410, om kort erna weer terug te lopen tot een paar

honderd.

hoe groter het draaiende ding, des te verder verwijdert de buitenste lijn zich

waarachter draden en verse

klei zich vermengen.

in de gassluis stapels van net pas verwijderde bekistingsplanken, langs twee

half gevulde vuilnisbakken

gaat ’t,

die draaien brandend, naast twee aardnoten die ronddraaien

op splinternieuwe estrik.

ik betreed de grot waarin een licht tentje staat. in mijn slaapzak

ligt breeduit de hermelijn sojourner truth,

dochter van de pathfinder.

in de afgewreven vezels die je in elke spinnerij ter wereld op de grond aantreft,

in de tekst van de afgescheurde, oude, aan elkaar geknoopte, maar ook

in elkaar vervilte stukken twijn

in verschillende soorten

en kleuren speelt

de hermelijn die ik deel met het dier dat op de binnenkant

van zijn huid vertoeft doordat ik het op mijn armen

wieg.

© Vertaling: 2014, Ton Naaijkens
Voor het eerst gepubliceerd op Poetry International, 2014


© 2014, Daniel Falb
Voor het eerst gepubliceerd op Poetry International, 2014

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Oscar Verhaar

10 JUNI 2014, POETRY INTERNATIONAL ROTTERDAM

Optreden van de verrukkelijke countertenor Oscar Verhaar, die teksten zong van Constantijn Huygens... ik voeg er nog een utube filmke bij, want dit is een engel...

If pain and suffering

Can't make me die

Show me at least, love

How one dies of joy and pleasure

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

de oogst van gisterern

norbert hummel

hu xudong

daniel falb

mohamed

ann jäderlund...

mijn selectie dichters, gespot op de openingsavond van poetry international 2014...

lees het sublieme bijengedicht, maak kennis met de hilarische strapatsen van de braziliaanse dichteres ana, huiver bij het sérieux van daniel, glimlach om de kafkaiaanse mohamed, en ijl doorheen de afstanden van ann...

1610549-284dcefe570a99447884c43539bdd8a0.jpg

1610549-927bc80200e233422bae9246ed8091bc.jpg

1610549-ca1e9ecb68eae8b1df3367f137f3c4c3.jpg
1610549-0ff654a448403bc26107eecd645354dc.jpg

1610549-953850651b4dfd576a9ee49ea07a9f37.jpg





Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Robert Hummelt

Norbert Hummelts rechte, blokvormige gedichten vol nevenschikkende zinnen lijken op het eerste gezicht neutraal geformuleerde vluchtige notities. Toch is het juist die vorm die bijdraagt aan de spanning die in al zijn gedichten voelbaar is. De ruimte die het gedicht op papier inneemt, heeft hetzelfde kleine, soms zelfs benauwde van de ruimte die met de gedichten wordt opgeroepen. Tegelijkertijd sluit de begrensde ruimte van het gedicht ook aan bij de veilige en overzichtelijke ruimte van de herinnering. Hummelt haalt (fictieve) herinneringen naar boven en laat die botsen met de gewaarwording of ervaring van een actueel moment. Ook de manier waarop de ene gedachte in de andere haakt, het gebruik van half afgemaakte redeneringen en elliptische formuleringen herkennen we maar al te goed. Ja, zo werkt de geest, zo werken associaties. Hummelt laat zien hoe de ene gedachte de andere voortbrengt en daarmee hoe zich onverwacht een scherp inzicht kan aftekenen.

de bijen zitten in de wintertros, je ziet ze nu om deze
tijd niet meer ; hun gezoem dringt nauwelijks door de
mond van de lade als ver gedreun aan mijn zwakke
oor .. ze zitten er dicht bijeen te gonzen en houden
zichzelf met hun gonzen warm. en voor de dagen als het
vriest, vertelt de imker, bereid ik het suikerwater voor.
het suikerwater: ja, dat werkte altijd. lang geleden zat
ik zelf in zo een tros, de stemmen zoemden altijd
om me heen, zo naadloos was het gepraat. ik
zat als kind aan de gedekte tafel. waterig de koffie
het mocht geen naam hebben, die kon je als kind al
drinken. de waterketel stond steeds op het fornuis. de
kamer was naar buiten afgeschermd. het hele jaar gaf
een lamp er licht. maar de kersentaart was weergaloos
en er was geen zondag zonder taart. de bodem
kruimeldeeg en dan de room, telkens zo vers geklopt ..
ik wilde nooit van deze tros vandaan. ik hoor nauwelijks
nog wat de imker zegt: als op het eind van mei het koolzaad
in bloei staat .. toen je voor elk volk tien mark ontving.
de honing is geslingerd voor dit jaar. de bijen zitten
in de wintertros, ze houden zichzelf met hun gonzen
warm; zelfs mijn kindergeloof verwarmt mij niet meer
ik kan niet gonzen en mij steunt geen zwerm. ik sta
slechts en loop een paar passen van de braamstruik
naar de bijenkast en mag een tijdje in de tuin blijven
tot men me voor de koffie roept: ogenblikje, ik ben er zo ..
ik sta voor de korf met lege handen. de regen klettert op
het dak van het prieel. de bijen zitten in de wintertros.

© 2013, Norbert Hummelt
Voor het eerst gepubliceerd op Poetry International, 2014


© Vertaling: 2014, Erik de Smedt
Voor het eerst gepubliceerd op Poetry International, 2014

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Ann Jäderlund

Ann Jäderlund is dichter en toneelschrijver. Haar poëtica is intrigerend, soms introvert en somber, soms ironisch en grappig, altijd fascinerend. Jäderlunds gedichten laten zich niet vluchtig lezen. Ze bieden weerwerk en zorgen voor verwarring bij de lezer. Jäderlund maakt vooral in haar vroege werk gebruik van intertekstualiteit. Ze verwijst naar bijbelverzen, een Zweeds legendarium of naar vergeten vrouwelijke auteurs. Na haar poëziedebuut Vimpelstaden (1985) verschenen Snart går jag i Sommaren ut (1990) en cilinder i vattnet av vattengråt (2006). Jäderlund werd in 2004 bekroond met De Nios Stora pris en in 2004 met de Dobloug Prize .

Op die wanhopige afstanden. Die noch
hier kunnen zijn noch daar. Ze glanzen
vanuit hun domeinen. Tillen zichzelf
omhoog en worden zwart. Het is
zo dik. Het zijn enkel
deze laatste dagen
die naar hun plaats
teruggaan. Men kan
van plaats verwisselen. Maar
niemand die het doet. De
atomen zelf kunnen wel
van plaats verwisselen. En
alles zelf.


© 2009, Ann Jäderlund
Uit: Vad hjälper det en människa om hon häller rent vatten över sig i alla sina dagar
Uitgever: Albert Bonniers Förlag, Stockholm, 2009


© Vertaling: 2014, Lisette Keustermans
Voor het eerst gepubliceerd op Poetry International, 2014

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Hu Xudong

Hu Xudong werd onlangs genoemd als een van de tien Top New Poets in China. Hij schrijft poëzie en essays, maar is ook werkzaam als columnist, vertaler en tv-presentator. Xudong is gepromoveerd in de Chinese hedendaagse letterkunde en doceert aan de Universiteit van Peking. Zijn poëzie is sterk narratief en weet in rake bewoordingen een uitgesponnen verhaal te vertellen. Xudong incorporeert verschillende taalsituaties in zijn gedichten. Zo maakt hij gebruik van provinciale dialecten maar refereert hij ook veelvuldig aan klassieke (Chinese) teksten of advertenties.

MAMA ANA PAULA SCHRIJFT OOK POËZIE


Mama Ana Paula schrijft ook poëzie.
Met een sigaret van maiskolfblad in haar mond smeet ze me
een dikke dichtbundel toe en zei : ‘Lees maar.’
Het is waar, mama Ana Paula, onstuimig als de Atlantische Oceaan,
de moeder van mijn student José,
twee ronde Braziliën op haar borst, een stuk Zuid-Amerika op haar billen
en een buik vol bier, schrijft ook poëzie.
De dag dat ik haar voor het eerst ontmoette en ze me optilde,
als een arend die een prooi greep, wist ik niet dat ze poëzie schreef.
Toen ze me begroette met een mondvol ‘lul’, met haar grote palmboomhanden
over mijn gezicht aaide, met haar marihuanatong mijn paniekerige oren likte,
wist ik niet dat ze poëzie schreef . Iedereen, inclusief
haar zoon José en haar schoondochter Gisèle, zei dat ze een losbol was,
maar niemand zei me dat ze poëzie schreef. José zei:
‘Zet mijn leraar neer, lieve losbol van me.’
Dus zette ze me neer, bleef naar willekeur ‘lul’ uitspuwen en ging
een andere prooi pakken. Kijkend naar haar sterke rug,
die zelfs als ze dronken was nog altijd een stier dodelijk kon vloeren, kon ik
me totaal niet voorstellen dat ze poëzie schreef. Ook vandaag, een dag dat
mama Ana Paula buitengewoon kalm is, kan ik me niet voorstellen dat ze poëzie schrijft.
Toen ik met José het huis binnenliep en een glimp van haar opving,
rokend bij het zwembad, met gespreide armen en benen, kon ik me ook niet voorstellen
dat ze poëzie schreef. Toen ik in de woonkamer een gespierde kerel
met Bob Marley rastahaar tegenkwam en Gisèle me vertelde dat hij het vriendje
van haar schoonmoeder was van de avond ervoor, geloofde ik helemaal niet meer
dat mama Ana Paula die elke dag een gespierde kerel had ook poëzie kon schrijven.
Maar het is absoluut waar dat mama Ana Paula ook poëzie schrijft. Waarom
zou de boerende en scheten latende mama Ana Paula geen vrouwenpoëzie
zonder boeren en scheten mogen schrijven? Ik bladerde de dichtbundel
van mama Ana Paula helemaal door. Inderdaad, mama Ana Paula
schrijft poëzie. Geen vette poëzie vol drank , geen poëzie
met marihuana en lullen, of gespierde poëzie met gespierde kerels.
In een gedicht met de titel ‘Drie seconden stilte in een gedicht’,
heeft ze geschreven: ‘Geef me drie seconden stilte in een gedicht,
dan kan ik daarin de donkere wolken van de lucht beschrijven.’



Brasilia, 29 december 2004
© 2007, Hu Xudong
Uit : 日历之力 (Calendar of power)
Uitgever: Writers Publishing House, Beijing , 2007


© Vertaling: 2014, Silvia Marijnissen
Voor het eerst gepubliceerd op Poetry International, 2014

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Daniel Falb

Daniel Falb, in 1977 geboren in Kassel en sedert 1998 woonachtig in Berlijn, behoort tot de grote stemmen van de jonge Duitse dichtersgeneratie. Ook met schrijven begint hij in 1998. Hij neemt deel aan het auteursforum ‘lauter niemand’ en publiceert in eerste instantie in tijdschriften en bloemlezingen, onder meer in ‘EDIT’, ‘Zwischen den Zeilen’ en de bloemlezing ‘Lyrik von JETZT’ (DuMont 2003). Zijn debuutbundel, ‘die Räumung dieser parks’, uit 2003, was indertijd ook de eerste publicatie van de sindsdien veelgeprezen en meermalen bekroonde uitgeverij kookbooks. In 2009 verscheen zijn tweede bundel BANCOR (kookbooks 2009).

de meetbare diepte van de organisatie die ons animeerde. de oermeter ijken. de huizen bestaan uit cake.

montagne sainte-victoire’s twenty four expiring versions per time unit. let op de houdbaarheidsdatum van de dingen om ons heen .

de natuur produceert kant-en-klaargerechten. door publieke functies gaat het geoogste dus, gaat het lichaamsgewicht gekleed heen.

we lagen bovenop elkaar, in de generatietijd. op mij drukte een president en de eindeloze rij van zijn ferventste doubles.

zegt de ene erwt tegen de andere. de bevoorradingslijnen zijn tot de nok toe be¬dekt met woongebieden. gazons van burgerbureaus.

als structuren de straat op gaan, wat is dan de straat. en het fruit, aan de struik seconden lang optimaal geconserveerd.

in de levensmiddelenafdeling rekende ik af en kreeg van de automaat geld terug dat aan de bomen groeit.

Daniel Falb
© Vertaling : 2014, Ton Naaijkens
Uit: NEW ZORK
Uitgever: Zegwerk, 2014

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Mohamed Al-Harthy

Mohamed Al-Harthy
(Oman, 1962)

Mohamed Al-Harthy schrijft gedichten en reisverhalen. Zijn poëzie wordt, in tegenstelling tot veel andere Arabische dichters en tot de Arabische traditie, gekenmerkt door vrije verzen. Ook wat betreft thematiek wijkt Al-Harthy af van de Arabische conventies en zijn poëzie wordt omschreven als surrealistisch.

CAFÉ KAFKA


Nee, ik houd me niet bezig met het verhaal over dit beroemde café
vlak bij de oude joodse wijk, in Širokastraat 12
in Praag, en ook niet met wat ik in Muscat duidelijk zag
op het filmdoek van de fantasie
(met zijn houten stoelen en katoenen parasols op het terras)
Duitse toeristen bezochten hem en rijke Indiërs met gouden kettingen
en de meestal failliete Omanis hoewel ze nog steeds voor het caféterras
hun ronkende snelle auto’s zadelen…

Blijf ver van de werkeloze Kafka-adepten
als zij de lach van de serveerster oproepen
(na hun snelle mislukking om korte verhalen te schrijven)
dat zij in het cabinet van de Sultan werken of bij de bank van Muscat
of – loyaal aan Kafka – bij een verzekeringsmaatschappij
terwijl ze, met gemaakte Muscaatse nonchalance, de zakdoeken voor hun tranen
verbergen achter de glimlach van hun fladderende geesten
die niet stoppen met roken

Over dit café en dat andere café heb ik het niet
maar over een café waarvan ik dikwijls droomde ondanks dat ik nooit in staat zal zijn
om een café te openen op Shatti Al-Qurum in Muscat
omdat ik niet de nodige liquide middelen op mijn rekening heb
die dezer dagen net zo leeg is als de waterlopen
om niet te spreken van mijn armzalig onvermogen het café te runnen met een geïmporteerde
lach uit Nepal of de Filipijnen…

Zo probeerde ik, met het voorbijgaan van de dagen, te vergeten dat het knoflook van de
gedachte niet zo scherp meer was als in vroeger dagen
ondanks dat ik mezelf en de koffie van het huis verwaarloosde, werden
de spijkers van verdriet over het schrift van Hemmingway uitgegoten
(waarin ik tenslotte mijn gedichten met potlood placht te schrijven)
om ze daarna uit te typen op de tekstverwerker die mijn vriend Oerwa Ibn al-Ward
had uitgevonden voor de komst van de Islam

Terwijl het meer van de fantasie niet wanhoopte over de knoflookgeur van de gedachte – overviel die fantasie mij met het plan
op deze bladzijden een café te openen
zonder dat er stoelen in de schaduw
of een goddelijke zon moet zijn
boven en behalve het welkomstbord voor gasten

Welkom. U bent welkom
Geniet hier van uw mooiste uren en drink een kopje van
uw favoriete koffie
(met een welkomstKafkakoekje)


Luister naar een tussen de regels verborgen fragment van Johann Sebastian Bach…
en als je, en als je geen portret van Charley Chaplin ziet
op de papieren wikkel
zie hem dan in je gedachten en vergelijk hem met zijn evenbeeld
en lach
en als je dat niet kunt – als je dat niet kunt, dan mag je de glimlach
nadoen van de acteur die op de televisie voor tandpasta reclame maakt
mits je doet alsof je de gebeurtenissen van het verhaal dat nu eindigt, bent vergeten
door de rekening te betalen
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
uw vriend Franz Kafka betaalde al

(Muscat, herfst 2011)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

het komt eraan

niet het onweer en de hagelbuien, maar poetry international 2014!

ik hou volgende dagen vrij om de esbattementen te volgen op livestream.

toch in meander reeds een voorproefje ontdekt:


Antoine de Kom
Dichter en forensisch psychiater Antoine de Kom (Den Haag, 1956) begon in de jaren negentig met het publiceren van poëzie. Hij debuteerde in 1991 met de dichtbundel ‘Tropen’, later volgden de bundels ‘De kilte in Brasilia’, ‘Zebrahoeven’, ‘Chocoladetranen’ en ‘De lieve geur van zijn of haar’. Antoine de Kom is van Surinaams-Nederlandse afkomst en bracht een groot deel van zijn jeugd in Suriname door. Zijn gemengde afkomst en de ervaringen uit zijn jeugd hebben in belangrijke mate zijn poëzie bepaald. Met zijn zesde bundel ‘Ritmisch zonder string’ won hij de VSB poëzieprijs in januari van dit jaar. Op 10, 13 en 14 juni aanstaande zal de dichter optreden in Rotterdam tijdens het Poetry International Festival.

wat ik vooral mis? het licht
dat op een zwarte ouderwetse
lincolnjas te warm is van zichzelf
te heet voor de tijd van het jaar:
in elke hoek van de zachtgele
kamer heb ik een ventilator
die me de wenkbrauwen doet
fronsen, een knagend schuldgevoel
iets dat opwindt in de stilte
rond rotan het kraken van stoelen
terwijl in de tuin de kleuren eindelijk
tot bedaren zijn gekomen.

ik ben de vliegen hier in dit huis.
en met de spiegels ben ik één.
al ontbonden een voetstap het
knielen de kus op de grond
dierbaar ten teken van wat
groen groen doet lijken.

we zullen allemaal een voor een
op onze eigen dag in zwarte
warme duisternis verdwijnen.
je mag dan wel tien instrumenten
om je nek bespelen – when
the saints go marching in. de heilige
theresia van lisieux stelt me
voor raadselen. ergens in
de filipijnen vroeg iemand
waarom het rozen regent
als bruine tantes ritmisch dansend
zonder string en in hun handen klappend op
het altaar goddelijk genot in
goddelijk genot veranderen. rozen die zwaar
geuren en zwoel de naaktheid
van hun dans bloter maken
dan bloot
dalen op ons neer.

Kopters zijn dieren bijzonder bedreven in het ontkurken van de grote stilte. zij bewegen fluisterend en beloven nooit. rond het middaguur werpen zij lange overlijdensadvertenties af. opdat men zich berge en verblind door hun lichten geen palm meer ziet. aan de sushibar probeerde ik weer de onvindbare vis terwijl een begeerlijke chinese zich gelukkig achter haar haren verborg. ik at inktsoep. zei iets. eigenlijk gaat dit gedicht over de noordzee waar als booreiland zich een designer toont en hij ontwierp in hun volle omvang de berghellingen van de vijzelstraat. daar ging een man overboord die vertelde dat de zee bij lihue heden ten dage volstrekt onbegaanbaar is. in haar parkje ontmoette ik de koningin die niet meer was. zij stond waardig maar wenend tussen haar rozen. op het bordes een vonkend dovende diamant. dichten is zulk doven. zij nam potlood en peillood. keek met aarzelende ogen naar een man die haar (onder ons gezegd) net iets te vaak bedankte. bedanken is wel hoffelijk maar vooral voor de vaak zei ze en een verkoolde steen rustte in de palm van haar hand. nergens is het beter dichten dan op aanrollende golven. men neme een stevige regel en houde zich daaraan vast. de golven breken op. de regel wordt schuimend gedicht en als de golf op het punt van omslaan komt is de bladzij altijd sneller. dichten is zulk omslaan golven zijn al brekend en ontrollen dan pas echt hun poezie. bij een eiland hoort een witte broek. de blote voeten in het zand zeggen dat zon en lichte afzondering het bestaan draaglijker maken. voeten in zand. handen in ontroostbaar water.

voor de rest: een getroebleerde periode achter de rug. mijn waterkoker slaat voortdurend aan, zonder dat wij hem aanzetten, mijn horlogebandje kapot (zweette ik zo erg?), mensen vertellen weer hun afschuwelijke verhalen (ik wil altijd zeggen: kijk, mensen, naar de wereld, hoe mooi!), mijn pc wordt overrompeld door rare popups (eergisteren begon een meisje zomaar een liedje te zingen!), a. heeft kletterende ruzie met zijn zus en soms kraakt mijn rechteroor. maar een lieve dame stuurde me al twee keer een mail: wil je artisjokken?

voorts ontwikkelde ik de laatste dagen de vreemde gewoonte om thee op te eten ipv te zetten, en finaal maakte ik gisteren deze rozenkiekjes in coloma. mijn batterijen waren zowat leeg, dus ik moest me beperken tot enige fotookes, anders was dit een afzonderlijke reportage geworden...



1609701-9e9970c36d02a394cfe5db8aebb2da3f.JPG

de foto is een beetje wazig, naar daarom niet minder mysterieus!


1609701-5d40c94356aefa898cff92ec4e5746c9.JPG

in coloma's tuin

knalt het zonlicht, verblindt mij

wij zochten een bankje

rookten stiekem een sigaartje

kijk, een theeroos, zo mooi!



1609701-a584dd4a9876133841584912a341771c.JPG

dit is de mooiste!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 09:30 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van een lief okerkleurig scharminkel

↑ Terug naar de berichten