Hartelijk dank voor het schrijven van dit moois Herman!
.
kerima ellouise : woorden in wind
VERHUIS
https://blog.seniorennet.be/vlinderwindekind/
Op dit nieuwe blog zal ik verder m'n schrijfsels plaatsen.
cover van mijn zopas verschenen bundel
welkom

voorstelling geschorst
is een boom dan niet genoeg
om de tijd te tonen
het onbeschrijflijke wachten
op oneindigheid
zoals de schaduw
in woorden van een dichter
die in zijn stilste zinnen huid lostrekt
schrijft dat wijzers
op zonnebloemen wonden helen
van vroeg tot later
en dat cirkelrond, het voorbijgaan
de bestemming is
onbegrepen
op het moment van bedrog
en gebarsten tragedies
kerima ellouise ©
minnen en muzen
laat me niet achter
mijn lichaam is de zee
uit vrije wil, voor jou
ik wil gedragen worden
boven alles uit, nog meer
in kleur, rond of
door
praat met mij, lichtblauw
en herhaal dat
met het leven dat het onze is
vandaag en morgen
zoals gefluisterd
op dit ogenblik
en als je dan luistert
naar mijn golven, door onrust gevangen
bemin me, zoals nooit ervoor
tot het einde overwonnen is
tot die ene helderheid
en laat dat het synoniem zijn
voor realiteit
kerima ellouise ©
eigen werk
slechts toegankelijk
mijn hart is stil
alsof het overweegt
om weg te gaan
en jou achter te laten
op mijn wang, aangevreten
door het zilt dat oogleden van liefde sluit
hoe zou het afscheid zijn
als een stap in een zuilengang van echo
waar boete beelden maakt en de reis aankondigt
met het hoofd tegen de muur
zou het dan mijn stem zijn
die de weg tot stof verstuift, als vriend
en dan weer als vijand
maar dan denk ik
dat hoort niet bij mij
dus denk ik verder
over loslaten
en wie er na komt
en onttrek me
aan deze passage
kerima ellouise ©
Illustratie: foto google

open tuinen
tuinrijmpje
het fris gewassen gras glimlacht
hij is tevreden met zijn kapster
niet te kort, niet te lang
zo maaide zij met lentezang
het karmijnen kraagje van een aster
het mos maiorum riep echter uit:
ik ben een ongeschreven wet
daarom heeft de coiffeuse
wat paardenbloemen
op zijn hoofd gezet
zij boog zich naar beneden
en zei: je hebt niets meer te vrezen
je werd gekroond, geen mens
wil nu nog van je weten
kerima ellouise ©
Illustratie: Foto: Rob Vereijken (google)

toevlucht
het is middernacht
muisstil
wijzers vallen samen
in het slot van de deur
zij staan daar, de jongens
zoals zij het zelf willen
ogen en handen om haar heen
zij verlaat zichzelf in het schreien
in de angst dat oren kunnen zien
en stelt zich een wereld voor
onderweg naar wolken
wat als zij weer komen
vanaf dat punt
zij is maar een meisje
met de haren in een wrong
het kussen op haar hoofd
ongewild
kerima ellouise ©
Illustratie: foto google

in de helderheid van wind
waarom schrijf je dan nog,
vraag jij
het is mijn groet,
antwoord ik
aan gezichten in de ramen,
veranderlijk in het stilstaan tussen nieuwe en oude
bomen
zonder ochtend, avond of
eindbestemming
zo ben ik ook jou
en wat we weten, weerloos
achter het dunne vlies van woorden
en in vrije kamers van verte
waar dagen aan de grond zich nooit verloren
wanen
wanneer we sterflijk zijn, vanzelf ontstaan
zoals minnaars, diep in
beweging
kerima ellouise ©
... gedicht uit mijn zopas verschenen bundel 'stilte, verzamel mij' ...

er is altijd een overkant
zie de zwemmer
hij is daar en wacht op vloed
dagen om te begrijpen
wat hem doet drijven
duinen krabben
het lichaam zonder water
heeft hij dan niet gevoeld
niets dat als een rivier begon
spiernaakt
de brug is hoog, hoger
dan de honderd nerven
in het zand
een laatste ark
kokhalst splinters uit het stof
nog van de tijd over
en de vraag die hij zichzelf stelt
wanneer hij eb als huid
meesleept
kerima ellouise©

gebroken wit
en de stenen dragen
mijn stille stem
zij zijn handen
vertragen het licht
en leiden me naar iets
wat ik nog niet weet
ik ben mond
moeilijker dan de waarheid
mismaakt door gifpotten
in het nachtelijk huis
is er een aards paradijs
of een open oog
om oneindig lief
te hebben
de stenen
blijven, dat wil ik geloven
binnen bereik
ik volg het dolen
kerima ellouise ©
...
nav 'Poëzie in harmonie met klassieke muziek', 27 april 2013
in de Magnuskerk te Anloo
met Doewe Kraster (orgel), Agnes te Wies (hobo), Inge Dijkstra
(dwarsfluit) en dichters Marion Spronk, Julius Dreyfsandt zu Schlamm en kerima ellouise

ritme
zoals mussen
van tak tot
tak
hiphop ik met
mijn vingers
rond hetzelfde
plekje
je glijdt naar beneden
vangt mij op
terwijl ik al weer vlieg
met een strootje
uit je borsthaar geplukt
ik vraag nog meer
terwijl je de lucht
loslaat
leen je lange benen
om te klimmen
verlangen, zeg je zacht
en krult je zinnen
tot een nest
kerima ellouise ©
kunstenaar mij onbekend
f
Anloo muziek en voordrachten
.
omlijsting
hij legt zich neer
in wind, in de tijd waar hij om
vroeg
en in die dagen reist hij
door het leven, luistert naar alles
wat stilte hem geeft
het gras verstaat zijn verlangen
het lief en leed, het hebben en houwen
het geruis van het heelal en al de andere plekken
in een antwoord
dat zich naar binnen keert
vogels, zwartglimmend, krullen zich op in het licht
als een schaduw op een zandpad
hij weet nog van niets
tot hij omhoog kijkt
kerima ellouise ©

paraplu
zo dachten wij verbeelding
in het zwerven en het spreken
van raven
het hoofd dat alles voelt
door steenslag, tot
beneden
of op de vlucht
ik trof hem in een zwarte jas
zijn taal gelijk
dacht ik weer zo'n man
niet alles is hemelhoog
zo dacht hij regen
zonder woord
kerima ellouise ©
Illustratie: fotograaf onbekend

het jaartal slaapt nooit
langs de spoorweg
vijftien kinderen, beschreven
in boeken
het kan niet anders dan oorlog zijn
zijn vermoeide hoofd
knikt naar het bruine water, rimpelt
maar kan geen vergeving beloven; de sloten uitgegraven
gedempt is het geweten
op vaderlandse grond
hij leest verder de dodengang in
sluipt onder prikkeldraad, trapt op de einder
met geveterde planken
het geluid vertraagt
het regent in vlagen
daar ligt het ijzer
en de kindermoord
kerima ellouise ©

naast raven en stenen
soms denk ik
aan het eind van een lange dag
het is tijd
een stap terug
hoe het zal zijn wanneer niets meer
zich strelen laat, afstand onvermijdelijk spreekt
in alle ernst voor een groter leven
nachtogig
zonder handen om te bereiken
of je lichaam dat woelt in een doodgewone taal
soms denk ik
over loslaten en wie er na komt
wanneer vingers zich sluiten
op hetzelfde moment
kerima ellouise ©

maanzand
niets verandert
de dingen gebeuren, al verberg je
het sterven
achter ribben
of in boodschappen
onzacht gesproken
laat het rolgordijn maar zakken
over woorden, over mij
laat mij
met hoog gehuil
er bestaat geen glazen zweep
geblazen
uit de maan
kerima ellouise ©

tussen zee en land
ik was daar met jou
we zagen het komen en gaan
vroegen aan meeuwen de onvervulde wensen
tussen de tikken van de wijzers van de klok
het was alsof we mee ruisten, in overvloed dreven
naar een doorwaakte maan
durf jij mij jouw ziel niet toe te schijnen
omdat ik het verlangen niet zou verstaan
je hoeft geen oceanen te wissen
of mij te leiden naar een volmaakte traan
ik luisterde naar alles wat je zei
jouw ogen raakten steeds meer de mijne
onbevreesd en eindeloos naaktzaam
kerima ellouise ©

ververst
hetzelfde huis, uren
langer zwijgen
er zijn geen levende verhalen
waar ik sta
en het avondlicht in de kamer
zou een schim kunnen zijn
wolken
blijven star
donkerder
boven luisterloze leien
hij gaat liggen
ver uit het gezicht van een lelijke, grote
maan en zijn vader
wacht tot het geschuifel
voorbij is
zoveel mogelijk
kerima ellouise ©

er zaten meeuwen op dit papier
is mijn vleugel
niet meer dan denkbeeldig, dan een wimper
van de wind over dichte zee, ik vraag je, immer
of ik wolken ben, transparant voor het oog,
van nog minder dan een gezicht
golven ruisen door elkaar heen, harder dan ooit
tot ze het antwoord zijn geweest
ik plaats -straks- op de tijdlijn
terwijl de dag in stukken breekt
wellicht ben ik het
die niet meer kan vliegen
of het verlangen nog langer in handen houd
de wind maskeert
zwart
kerima ellouise ©

lentefeest, kasteel Heeswijk
benen en vinnen
sterfelijk
vertraag ik mijn verhaal
het breekpunt zichtbaar
wanneer lijnen aan kracht winnen, golven worden
die ik schep tot schuimend lichaam
er waait een gedicht uit
grillig gevormd
ook door het zilte aangetast
mijn handen halen zich open aan de horizon
versieren illusies
met
schelpgeruis
opnieuw
in deze volgorde van emotie
schaduwen liggen
stil
op een meeuw
die ook jij zag
of ben ik het
die met een witte zakdoek
de vloed
veeg
kerima ellouise ©

het geluid van tijd (3/3)
zie de tijd, kind
het zijn dochters en zonen
klimmend stuifmeel en steentjes
over het water gekeild die omhoog schieten
als ballonnen, landen op blauwe en gele
zonnehoedjes, schaterend op wangen nat
jij bent zo mooi in mijn handen
volkomen in een bron die niet liegt
zie de tijd
ook hij streelt het onkruid
in te smalle straten
waar een jongetje glundert bij thuiskomst
om het boeket dat hij nauwelijks
met zijn vingertjes kan vasthouden
en wat bloeit tot diep in winters
hij, mijn kind, is de belofte in onze handen
waarin herinnering mee kan gaan
kerima ellouise ©

het geluid van tijd(2)
zie de tijd
hij komt steeds weer
in elke bloem die verwelkt
ik keek door het raam en heb hem toegesproken
als een vallende ster, onvoorbereid
ik ben een wens in jouw handen
een woord met trage vleugels
dat in overgave herbegint
zie de tijd
er is geen seconde die klaagt
vertraagt tot antwoord
al slaat de torenklok twaalf maal
over een nevelend landschap
zichtbaar voor het mensenoog
ik ben een pigment in jouw handen
verlangend naar blauwheid van de hemel
de verstrooiing van je licht
kerima ellouise ©

het geluid van tijd (1)
zie de tijd, liefste
en wat kan worden
laten we niet tellen, de schaduw
en de angsten of de nerven van een verdorde boom
ik ben een vogel in jouw handen
meervoudig en nabijer
dan ooit
zie de tijd
alsof we wonen in de haven
waar schepen voortgetrokken worden
door lange draden van lente
alles gaat voorbij
maar lief, laten we langs de zeeweg lopen
de haren ongekamd
wij zijn de handen van wind
kerima ellouise ©

deprioëziedeprioëzie
neer
met duizelende snelheid
roetsjt tegenspraak naar dovenmanslanen
geen boom durft er zich rechtop te dromen
en waar ik ben, waai ik fel
over liefde heen, laat vogels in wind vallen
- de richtingen nog niet gekend -
ik verslind deuren en bloemen
verbreed verbeelding met het instinct van zwarte
sloten
verwerp mezelf naar het ondoordringbare
van een meteoor
en, tergend traag
als een vrouw zonder benen
trekt de waanzin uit mij terug
ik fluit naar een boom
en de uiteen gewaaide wind
terwijl stilte zich herstelt
of zou het gewoon het opvliegen van jaren zijn ?
kerima ellouise ©
2e PAASDAG 12.00 – 17.00 uur met oa voorlezen gedichten
kasteel Heeswijk, 1 april,
.
lentesprongetjes
zie je, ik hou van je
ik leg een vers neer
van Gorter en wens luidop
het minnekozen
*
'n golfje op mijn wang
waai me zonder schroom
naar de ruimte van de zee
opdat ik kan zien
*
aan de rand
in een vuistvol licht
richt een vlinder zijn vleugels
net boven de dood
*
vaas
voor het vensterglas
gevoelt een roos de lente
en fantoompijnen
*
aanleg
vlinders gaan liggen
zoals een ochtendvijver
in het zonnetje
*
gesprek
zo onvermoeibaar
ruisen halmen om en om
het heil van lente
*
gebroken tijd
wie vreugde inhoudt
nu lente het pad betreedt
heeft een koude tong
*
één dag
een vlinder verlaat
't warme plekje in de zon
zonder enkel spoor
kerima ellouise ©

houden of houwen
hoe zou een woordsculptuur
eruit zien
zou het zijn
zoals de vlakte
van een monotoon gesprek
waarin de uitgedoofde hartstocht
geamputeerd werd
voor het blote oog
of zou het vluchten;
een hert dat nimmer
het beloofde landschap inloopt
bewust van het gevaar;
illusies die elk woord
doorbreken, beloftes
tussen hemel en bos
aan de rand van
een laatste avondmaal
of zou het zijn wat ik
ervan maak;
een vlinder
in zichtbare seizoenen
zomaar zwervend van steen tot steen
kerima ellouise ©

lenteluik
alsof de aarde
zich deelt naar alle verten, lente nog luider klinkt
dan de oerknal
ogen vertellen: ik ben jouw geheel
in de ruimte van twee
gezichten
nemen wij het zwijgen
aan elkaars hand mee, nog verward door de kleur van de ochtend
de ongestoorde woorden tot aan onze voeten
totdat een van ons vraagt: was het gisteren of vandaag
kerima ellouise ©

laven
in een duinnest
ligt het bedichte blad
een meeuw kukt
kleine wolken
naar het middaguur
het wordt stil en ongevlekt blauw
verrassend is de wind
wanneer hij met een gevederde blik letters
verschuift
jouw handen houden
het weerzien vast
sindsdien zwerft de zee in mijn navel
kerima ellouise ©

geen rozen aan het hekgeen rozen aan het hek
steeds meer
vult de schaduw van het huis
zich met verhalen
la vie sans rose
signeert de sombere vragen
die nog roerlozer dan ooit voordien
de zon schuwen
ik laat mezelf los
vastgebonden aan het bord
- te koop -
en zink onberedeneerbaar
in de transparantie
laat niets achter
dan een liefde en een kat
die zich vasthaakt aan de maan
het afscheid
verdraait de tijd, wankel
is het verschil ondraaglijk
kerima ellouise ©
dierbaar
dierbaar
wanneer ik niet meer in de stilte kan staan
verlies ik mijn woning
van plek tot plek
mijn ziel zal rukken aan ijzeren luiken
de dood ingaan, het lichaam nog vrij
plichtsgetrouw zal ik gebaren
naar honderd bomen
in een seizoen verwacht
jij kan me dan tot stof verbleken
van eind tot eind naar een ijdele nacht
het kind verstuiven, het laatste dak
hier of het hiernamaals boven
- zonder rust
werd het argeloze nooit verpacht -
kerima ellouise ©

de laatste Mono Lisa
laat de wind stil gaan liggen
wanneer we het vlees van elkaar
afschrapen
niets meer gaat van mij naar jou
naaktheid tot op het bot
geen kracht meer
geeft
verberg regen in stenen
de verwarring van gedichten in een lichaam
dat zichzelf verdrinkt
zwalkend door verlamming
laat het stil zijn
tot in het meest argeloze woord
ik ben de verdwenen vrouw
die de twee rivieren een bodem toeschrijft
kerima ellouise ©
Illustratie: Beelden in Gees 2012, kunstenaar Robert Jansen, Mono Lisa

onvolkomen weerwerk
hoe kan ik heel zijn
wanneer een helft
zich niet vertonen mag
als licht moet zijn
dat immer danst
luider dan het ruisen van regen
of ingelijste sneeuwval
hoe kan ik mezelf vervolgen
wanneer ik de waarheid niet versta
en me aan mezelf en aan jou
moet voorstellen
als een glimlachende zekerheid
in een metaforisch hemelbed
kerima ellouise ©

zwarte wolkenzwarte wolken
het beeld verdiept splinters
driedimensionaal
ik wil niet terug en draai mijn hoofd weg
van het graf in de spiegel
mond na mond ligt de waarheid uitgestrekt
in een rusteloze slaap
een naam komt opnieuw langs
jaren lopen terug naar achter
ik wil ze niet bewaren
ze bewaren zichzelf, stromen voorbij
tijd tast alles aan
maar vannacht ben ik alweer gevlucht
van het bloed dat iedere trek verdonkert
in ons gezicht
kerima ellouise ©
klimop
en als van parelmoer
het licht onafwendbaar in knoppen
ik kan niet langer meer dralen
het blijde zal weer verhalen
zo hemels en zo aards
er is geen duisternis meer
waaraan ik moet weerstaan, geen ruw gescheiden
maannacht waarin ieder vers eindigt
met een optocht van ondoorzichtig cellofaan
ik sterf niet meer om de wonden van wind
die, willoos en verward, de winter ophangen
boven het lot van het gebarsten bezemkind
kerima ellouise ©

huiskamerwandelingen te MechelenHuiskamerwandelingen te Mechelen
met oa
in de Hendrik Consciencestraat 4
gedichten voorgedragen door:
Theo Slachmuylders; Tine Keulemans en kerima ellouise
er zijn zachte muren
ga maar
de aarde wacht wel
in al zijn dagelijkse dingen
ga maar
naar zachte woorden
die zich uitstrekken
intiem
van vroeg tot laat
ga maar
maar laat me niet achter
een en al ziel, een
en al lichaam
want
alles, ja, alles
in deze armen
zal uit vuursteen bestaan
ga maar
maar laat mij jou dichten
laag na laag
naamloos zoals ik ben
kerima ellouise ©

strandbericht
" wie kijkt niet graag naar binnen;
deze ronding, de meest intense kleur voor eenheid
waarop het leven in meer dan fragmenten steunt "
het zwijgen verbreedt
ons gesprek
jij legt je hand erover
we worden branding
en vullen de schelpen met echo
't geruis zingt mee
als rood vuur
kerima ellouise ©

vlindergroet
wat dwarrelt er nog
als een blaadje
is het een vlinder die haar vleugels
in de wind draagt
een donkere vlek misschien
op een gedachte of een verdord tij
dat richtingloos uitpuilt
en uiteindelijk neervalt
in een kleine vonk van hoop
ik huil om de dood van een kind
midden op straat
het is nooit de eerste keer
dat het herbegint
het sterven is er weer, de nacht in overvloed
kerima ellouise ©

de schors van de nacht
Illustratie: Beeldentuin Dehullu, 2008, kunstenaar Jan Ketelaar
de schors van de nacht
laat me
als een kleine vlam
mezelf zijn
want hoe anders kan ik uitleggen
dat de nacht zich niet vergist
naakt op mijn schouders
hij is een reiziger
-ik ken zijn gewoonte-
en komt binnen via schemerlicht
berooft een boom van zijn bladeren
en ebt dan weg in het oog
van alledag
laat me
het ruisen legt zich neer
ik klink zachter op het kussen
van vergetelheid
kerima ellouise ©
schuchtere voelsprieten
kunstenaar mij onbekendschuchtere voelsprieten
het huis waarin ik wilde wonen was klein
zo klein als het in een sprookje kan zijn
van binnen oogde het nog groter dan een paleis
ik hoefde er niets te verzinnen, alsof alles, ieder laagje
een onderdeel van me was, rechts- of linksgewonden
vage dagen of een tragisch hopen sliepen in vrede
en liefhebben hechtte zich aan eenheid, het hart een thuis
woorden tekenden blauw of roze en niets was bestemd voor
verdrukking of kreukte de nacht, geen ster verloor het licht
ik droomde mij een woning waarin ik werd beschermd
vrij van onzichtbare sporen
kerima ellouise ©
uit een ander seizoen
foto kerima ellouise
uit een ander seizoen
iedere dag reinig ik mijn lichaam
met zeep
ik schrob mijn huid
van wit naar roze
naar rood
tot haast bloedens toe
tot ik niets meer dan water hoor
ik draai me weg
van de nacht en van al dat sterven
waarmee ik leef
mijn ziel wil aaien, waaien, zwaaien,
schuimen naar zee
naar duinrozen
die ik kan neerschrijven
alsof ik er in woon, benaderbaar
door warme wind
en het glimlachen van een kind
een zandrimpel schreeuwt
een rode veeg
ik vang alweer zijn echo op
kerima ellouise ©
een doodstille schelp
foto kerima ellouise
toen ik nog kind was
tilde ik de zee op
alles lag stil, alles was groots
de mooiste kleuren bogen hun rug
naar de overkant; daar ergens lag Engeland,
Ivanhoe en een leeuwenhart
ik sleepte rivieren mee, legde me neer
tussen kussentjes van duinen en koortsachtige
jongens
hoorde het klapwiekend lichaamgeklater
van de horizon, klaarwakkere sterren dansten
met me mee
er was tijd en licht genoeg
kerima ellouise ©
levensgroot
het is zo'n ding waar je nooit zeker van bent
dat nooit zeker kan zijn
het dwaalt langs straten, overdag
of in de late avond
het schurkt tegen een boom
zoals een hond die vlooien heeft
en smeekt om gestreeld te worden
het bewierookt boeken
over de ondergang; grijze kleding
en een doorstreepte hemel
het kruipt onder kaarslicht
omdat het de regen niet kan vergeten, de kus
die nooit achtergelaten werd
het beschrijft de lezer
op de bodem van verzen
hij kerft zijn naam
slechts één enkele naam
kerima ellouise ©
Illustratie: kunstenaar onbekend

de komst van het verdwijnen
de komst van het verdwijnen
de toekomst gesloten
van dit oude uur waarin de avond
zich niet hoeden laat
ik faal opnieuw, twee of driemaal
rond mijn ogen, trek een kring van mist
rond een lege stoel
en leg mijn oor te luisteren
op mezelf
in dit tijdelijk, papieren huis;
de blik gedwongen, zo dichtbij
kerima ellouise ©
kunstenaar onbekend
Franse greep
Franse greep
alsof het werkelijk is
de wereld open, nog groter dan
waarin ik lig,
opgaand in estafette,
traag van verlossing, van hals
naar borst naar buik naar benen
de sprong omhoog
en dan jouw armen, 'n explosie van ogen,
niets te willen zijn, nog meer in overgave
en dat wij dat zeggen
drijven naar een verhaal
dat op ons lijkt
't is met liefde
en dan die stilte, streel jij
over mijn huid
kerima ellouise ©
ik hoor het graven van de winter
ik hoor het graven van de winter
in gemeten passen
ligt het geluid van het verleden
ik leg ze tussen jou en mij, ’t gehuil
bleef in de afstand bewaard
en nu ik te oud
voor toekomst word
duidelijk en doodstil
vraag je
of ik mezelf wil verlaten;
de duur onuitgeschreven
maar wil je mij dan vasthouden
nog voor de winter verminkt
het leven of dat wat als zodanig klinkt
kerima ellouise ©
zonder titel
de klaagzang van het noorderraam
de klaagzang van het noorderraam
ontwaakt telkens weer de roos, bovenop
het gebundeld verdriet, of is het de spiegel,
gekarteld door vrees, die zich een illusie verbeeldt
in een ontoegankelijke ochtend
en als het dan toch tederheid zou zijn
al was het maar voor een poos, waar
ben ik dan gebleven in het hart
van een bruidstenen winter
die pronkt met bloemen als een desolaat
gezang langs het raam, dichtvriezend
om de tijd af te sluiten
ik neurie nog even in het wak van de spiegel
en duik doorheen de kortste dag
kerima ellouise ©
jaaroverzicht
jaaroverzicht
vaarwel, zei ik tegen de stilte
van enkel houden van kan ik niet leven
ik ben genoodzaakt om terug te gaan naar het overleven
en de stilte antwoordde: zoek niet langer meer;
keer niet om naar de uitgedroogde weg, loop naar me toe
al is de steen nog zo koud, je vindt me eeuwig binnenin
de nacht zal met je meegaan
en zo droegen de dagen;
het vluchten tussen zinnen
wanneer woorden smeekten om ogen
of om ergens te beginnen, niets liet los
in deze voortplanting van mens en jaar
misschien ben ik het zelf vergeten van hand
tot mond, de aanwezigheid van waarde, wederom
en heb ik dertien cijfers nodig om te vertrouwen
voor immer, immer afwezig
kerima ellouise ©
elkander
elkander
ik blaas naar een wens
geen beter vriend
dan dit
vingers en vertroosting
één voor één
gloeien lichtjes, omhoog geheven
naar voorwaarts
naar alles dat leven is
in verbinding
met hetzelfde raam
waaruit wij verlangen
kerima ellouise ©
en zo de draad
en zo de draad
een spin nestelt zich in de kerstboom
het lijkt alsof het web oud licht vangt, verstard
zoals de naalden in dagen van onbehagen
ik wil het huis ontvluchten, niets meer zijn
van al wat dichterbij komt, onverteerbaar
in schalen van vergeving waarin kaarsen
tot vlakte zjjn vergaan
de spin baart verder
tot in elke hoek van de kamer
kerima ellouise ©
haiku'szeezicht
wolken rood gevlamd
quote
"stilte is de ooggetuige van mijn woorden, in lawaai gaat alles verloren"
Amirek ©
.
uit de toekomst geplukt
uit de toekomst geplukt
vanop een afstand zie ik jou, je zit naast mij
ik weet niet hoe dit komt en of het zo zal zijn
misschien zijn we zacht voor elkaar, bouw je
kasteel na kasteel, rusten we uit in het zand,
adem jij jezelf in mij
en met iets van een teken, mag het een droom zijn,
vallen we uit de eenzaamheid, spoelt de zee
een woning en woorden waarin we blootsvoets
kunnen rennen, onomkeerbaar van huid
ik loop ons voorbij, zie meer vloed dan ik hoor
wij geven geen antwoord wanneer mijn handen
hoger reiken dan de zonkerima ellouise ©
geheel het leven
geheel het leven
kan je alles betasten
zoals een blij vers
of een gebroken vijver
waarin woorden zijn verdronken
het fluitje van de winter
dat met stille tonen
de brok in mijn keel overneemt
kan je
wanneer ik huil
en de dag te donker is
jouw hand leggen op de mijne
tot leven brengen
zonder wijzer en woorden worden
mij tegemoet
in een witte winterochtend
en de schroom van kleine sterren
het haar strijken
uit mijn binnenwaarts gericht gezicht
kerima ellouise ©
kringloop van schaduwen
dat het steeds minder wordt;
het kind dat zoekt naar dunne plekken
en de afbeelding van het licht, hoe het
om een glimlach weent, als vreemde, ongezien
dat het steeds meer wordt
in een beheerste vorm; grachten vol gedachten,
bovenop de stilte van het alledaagse en hoe het
tenslotte zal weten dat het schrijven moet
omdat gesproken woorden achterblijven in muren
en er nauwelijks wind is
en hoe het, haast mensenschuw, doodvermoeid,
de dagen laat regenen op afzondering
hier, nu, met de kleren op de stoel en het plakkerig zand
van kastelen in het hoofd
kerima ellouise ©

het zien van jou
Het zien van jou
Verlegen komt ze naar me toe.
Met een helder stemmetje, zegt ze:
"Vandaag durf ik je hond strelen".
Alsof de hond weet heeft van haar broosheid,
gaat hij zachtjes op haar schaduw liggen.
Een handje verdwijnt in de zwarte vacht
terwijl haar ogen blauw worden.
“Ik had ook een hond maar die is dood”.
Waarop ze meteen vervolgt: "Mijn mama ook”.
Ik zie een blad geluidloos neervallen.
Ik geef haar mijn hand.
Er moet meer zijn, toch.
*
Hoe het einde speurt
naar vlinders, vinders van uren.
Zo ook de woorden in die ene dag,
uit een trilling gekregen.
Misschien schenkt de dood iets,
meer dan het leven
dat in letters getwijfeld
een dak zoekt,
zoals bloemen van de aarde
en van kleiner licht
dan kaarsen.
kerima ellouise ©
compilatie en schuld
compilatie en schuld
de waarheid
stoot zich telkens
aan dezelfde steen
hoe schuldig kan je zijn
aan onschuld, vraag ik me af
of is het de som van dingen
die aan het eind van de leugen wacht
glazen waterlelieknoppen verdragen geen stenen
ook niet op blauwe, bevroren lippen van sprookjes
de wereld
krimpt koud in uitgedoofde handen
wanneer je vloekt om wat er geleden wordt
jij tiert refreinen van rotzooi bij elkaar, bespot
de eeuwigheid der dingen
zoals het slapen met jou
waar ik mij als golven droom, mij waag
op vleugels van een meeuw
die zich kleedt met zee en lapjes duinen
krimp, krijs, verwens desnoods
maar neem me mijn wereld niet af;
ik wil niet weten, geen leven breken
zolang wij toekomst zijn
wij
zijn een vierkante millimeter
misschien een vreemd kleinood
dat uiteindelijk verliest en vergeet
de trouw aan het allerkleinste
kerima ellouise ©

ik was een kind
het is stil
alsof bij iedere sneeuwvlok
een nieuwe schaduw valt
jij zit schuin tegenover mij
het brengt een soort triestheid
in de kamer
we bewegen steeds dieper in de winter
nauwelijks meer dan een ongecirkeld woord
dat in de waanzin van de wind
onbekende richtingen op vingers telt
onophoudelijk, voorbij als suikerspinnenwolken
waarin ik afwezig ben
ik sta op
de avond scheurt open
in iedere beweging
kerima ellouise ©
Illustratie: beelden in Gees, 2012
.
verborgen
ik aanvaard de reis
naar winter, er is maar één richting
en misschien alles wat ik wens
de kamer blijft binnen terwijl daken
voorbijtrekken, uit ieder huis een adem ruist
en dan de slaap hervat
welke naam zal ik geven aan het kind dat aan iedere deur
vragen stelt, over spiegels glijdt, half in het huis en enkele seconden later, half in vlokken
die ik, zonder bezeren, wil uitvouwen tot een zachte bloem
of een sneeuwengel in het allermooiste van de nacht
voor haar, eens zo open,
zodat ze weet dat de reis niet tevergeefs was
kerima ellouise ©
Illustratie: beeldige wandeling, Blankenberge, 2011

Gastgedicht van Herman Buys: als dichter zelfs
als dichter zelfs
heb ik misschien geschreven
wat ik niet zeg
niet durf zeggen
omdat een nacht zo eindeloos stil is
niet omdat ik bevreesd ben iets te voelen
maar omdat ik niet kan schrijven
een woord is immers geen verhaal
en een verhaal geen nacht, zo stil en diep
als een nacht van zwijgen kan zijn
waar woorden mijn gevoelens niet kunnen slijpen
zo, dat de donkerte de morgen kan zien
want elk gevoel bezit zijn eigen ziel
een ziel die ik nooit durf kwetsen
Herman Buys ©
collecte van de nacht
de dood brengt gedichten
naar een sterveling
ik ga met een schaal rond
en collecteer het afscheid
nog steeds
van woorden en een vader
steen en stilte
harde sporen in huid
en knieën
en het dode leven van alledag
uitgerend
kerima ellouise ©

zwart of zoet
zwart of zoet
najaarsregen, een wankele tafel
waarop menig woord werd doorwoeld,
een halve kop koude koffie, naamloze suiker onaangeroerd
ik mijmer over wat ik bezit en schets u een beeld
u mag zich er vrij in bewegen
biedt het ruimte om mij te zien
en wat ik achterlaat
hoort u het waggelen van mijn pen
op de manke tafel terwijl de regen tegen het raam
mijn kwetsbaarheid wast
nadat ik, nooit losgeraakt
van het eenzame, zonder verwachting,
naar de koude koffie kijk
of denkt u aan die keer dat u uw lief omsloot
tezamen met de zachtheid van de regen
of aan de warme houten tafel en het kaartenhuis
dat u samen met grootvader bouwde, de muren immer
van wijken wisten
misschien geeft u terug inhoud
aan de halve kop, het verhaal dat een goede vriend vertelde
waarop de tijd geen effect had
wij kijken naar elkaar in dit korte gedeelte
er is ruimte genoeg
kerima ellouise ©



Geert Beeckman, kerima ellouise
schemerrook
-het zal nooit meer hetzelfde zijn-
ik probeerde
de stem te ontvreemden,
dichter bij mijn hart
maar alles was al gezegd
voor mijn raam
dekten schemer en rook
de avond toe
alsof het een simpel gebeuren was
van één, alleen
kerima ellouise ©

achter de bocht van vloed
wij zochten regels
die we ademen konden
een waanzinnige liefde om
afstand te dragen, ons staande
te houden in elkaars lichaam, en uit
zoals de slaap van vogels naar zee
die nooit afscheid nemen van poëzie
van zon en uur, almaar meer
hoe verzonnen wij de echtheid
het ruiken van de duinen, de vele manieren
van gemis en hoe je het litteken op mijn wang
uit verlangen liet bestaan
wij zochten woorden die wij niet vonden
het laatste van elkaar
kerima ellouise ©

raamvers
en de pijn
wat doen we met de pijn
generfd tot in de muren van dit huis
het lijkt alsof wij nooit bestonden
en misschien moeten wij het maar zo laten
of zal ik langs de ramen gaan
en dichters vragen
maar vragen zijn
vervelend en dichters houden niet
antwoorden
waarin dromen zinloos ijlen omdat moeder of vader
enkel in steen sprak
en nooit een bloem beschreef
op het ontvederd zaad
dus wat doen we met de pijn
deze pijn, deze dood
kerima ellouise ©

lege stoelen
het licht heeft zich bevrijd
en heeft mij een volle schaduw nagelaten
ik zou je kunnen vragen
hoe het is
om op papier in duisternis
te verblijven
jouw tegenspraak is zwak
ook van het lot dat dwarrelt
rond woorden van eindeloze eenzaamheid
die dode vlinders begraven
achter het roestig hek dat niemand aanraken wil
behalve de nacht
immer de nacht
hij beroert met zijn lippen
de vleugels
het sterven in schaduw
is hem onbekend
hoe zou het zijn
kerima ellouise ©

herfst is niet de reden
zij vertelde over de zwaarte van het huishouden
over het 's nachts wakker schrikken
van zonderlinge vragen
sommige gevuld met dood;
zelfgedachten
bovenop het andere
dat bedekt werd met het zwijgen
zij vertelde over nachten vol regen
en dat ze het niet erg zou vinden
om uit te vloeien over tafel
in een inktvlek ofzo, gelijkend
op de nacht
zij vertelde, de woorden schoongeblazen,
maar verzweeg dat het huis het houden niet meer hield
en het houden in het huis gestold was
kerima ellouise ©

de incisie van oktober
ik weet nog hoe zij daar stond
met beton in haar handen
hoogzwanger
het snauwen van hem
was geen vergissing
zij staarde voorbij gebalde vuisten
’n gescheurde jurk, stevig
vastgebonden
aan de brokstukken van ’t onmenselijke
tussen modderpoelen en het gehavend huis
gekromd bouwde zij een muur, het gewicht
vol gesis onder geweld
van woorden
zij deelde een kind
op de grond van haar bestaan
ik zag het grauwe licht
om vier uur
kerima ellouise ©
Illustratie: Beelden in Gees 2012, kunstenaar Maria Stams

wanneer bloemen geuren in de nacht
wanneer ik aan jou denk
dan wordt langzaam alles zachter
de muren
de stoel waarop ik zit
de houten tafel
het lijkt alsof ze mee wiegt
met mijn gedachten
de vaas met een enkele bloem
glimlacht naar me
alsof ze weet
dat ik de blaadjes zou willen
afplukken
één voor één
ze hoort het me zeggen
hij houdt van me
hij houdt niet van me
hij houdt van me
net zolang
tot de tafel vol ligt
met rozerood
bladeren die ik in mijn handpalm leg
en die ik zachtjes zoen
één voor één
hij houdt van me
ik neem het boek
leg het open
en plak de bladeren
naast jouw gedicht
Zie ook: http://www.youtube.com/wa...v=IGP4MuwwPuo&feature=youtu.be
kerima ellouise ©

in het huis
al het werkelijke dat ik je gaf
is geworden tot overbodigheid
en nu ik mezelf kleed
met gedempte wind, de uren van herfst
overhoop haal
verliest elk geluid een naam
mijn naam
die als een afgewezen groet
tussen houten lippen hangt
verzwakt
door de duizend splinters
van huiverige gezichten
ik val, onzichtbaar, uit dit geheel
mijn handen te koud
te klein
om vast te houden
kerima ellouise ©
foto: kunstenaar Veerle De Smet, "gekruisigd"

immer aanwezig
rituelen behartigen zijn houvast
als bevestiging van de dag
en avond
het is zijn spel
waar schaduwen niet lijken
te bestaan en hindernissen ontweken worden
door de onmacht van het zien
toon mij dan jouw huilen, jouw lachen
jouw honger
schreeuw ik hem toe
jouw spreken, jouw stem
of de grootte van jouw wereld
laat me zien
waarom zo weinig jou lijkt te raken
en de dag steeds herbegint
in een ondoordringbare omtrek
kerima ellouise ©
Illustratie: beelden in Gees 2012, kunstenaar Hartwig Doden

het onvermogen van het hart
het ene na het andere rouwproces gilt
in wat eens mijn thuis was
alles wacht op een teken van leven
ook jij
het lawaai neemt toe
en toch lijk je op de stilte
ik knik
dezelfde avond nog
en ontvlucht iedere kamer
waarin het zicht op mezelf
ondraaglijk is
kerima ellouise ©

de volheid van een cirkel
ze zijn zo
gelijk verschillend
de dichters in het gedorste avondlicht
het vuur draagt gezichten
soms verborgen in een nachtverhaal
dat dromen stolt
tot onbegrepen stenen
waarop het handschrift rilt en rolt
maar ik hoor ook
kleuren knetteren, gedachten die hangen
als madeliefjes aan een hals
een warme borst
waait nog voorzichtig uit
dan is het stil
iedereen slaapt
behalve de dichters, bijna barstend
verschillend gelijk
kerima ellouise ©

vele nachten, dagenlang
een wolk snijdt de maan doormidden
de man opent zijn ogen
welk deel van jouw land ken ik,
vraag ik
waaraan ben je gestorven
aan de waarheid, de wind
witgepoederd door de enorme stilte
van de eenzaamheid
ik vraag waar je bent
en voel het afgesneden deel
de kamer is vol gegons
wanneer je me zwijgend ontmoet
we schrikken van het eigen beeld
kerima ellouise ©

regen en ruïne
er is geen loslaten zonder liefde,
zegt de ochtend
terwijl hij met een lemmet
mijn huid opensnijdt
ik leg mezelf te vondeling
op veel te kleine bloemen
samen met het geluid
dat ik liefheb
de avond zal van zwakheid spreken
wanneer ik mijn mond
opensper
om regen zichtbaar te maken
kerima ellouise ©

gastgedicht van Ron Vonk: "kussengedicht"
Kussengedicht
'n dialoogje met de liefde
’n dialoogje met de liefdejouw ogen
wanneer ze mijn wereld
raken
zachter in verbazing, jij mens;
man van duizend dromen
je kleurt me
in het klaverveld, het verlangen
welwillend bevrijd
ik fluit naar herfst
en hoe hij ruist en reikt
naar stille rust
naar de vogel en zijn maatje
die samen het antwoord
voltooien
in de warme ruimte
van hun nest
jij, man
jij gelooft me wanneer ik zeg
dat ik midden in jou
vlieg
kerima ellouise ©
Illustratie: Beelden in Gees 2012, kunstenaar Christien Dutoit

alleen 's nachts
alleen 's nachts
ik nodig olifanten uit
dikbuikig
in cirkels rond mijn lichaam
hoor alles dreunen
op het linoleum van de leegte
wijsvingers breken maanlicht
meedogenloos
in het spoor dat ze achterlaten
slapende kamers
en striemen worden geklemd
tussen slagtanden en een bloedend hart
ik begraaf mezelf
onder aarde en bladeren
en blijf nog even bij de eerste schreeuw
stil
kerima ellouise ©
Illustratie: Beelden in Gees 2012,
kunstenaar Rob van der Ven

aangetast
aangetast
het huis geraakt langzaam
leeg
op zolder
zoek ik naar woonst
ik luister naar heimwee
en gooi mijn hart overhoop
nog even
en dan word ik een zwerfkei
tussen struikelende schuldvragen
en de tijd
kerima ellouise ©
Illustratie: Beelden in Gees 2012,
kunstenaar Marina van der Kooi

overbodige annonce
overbodige annoncevrouwelijke stem gezocht
om voor te dragen
tijdens de theatervoorstelling
van het leven
zij moet allerlei vormen
kunnen aannemen;
zoals een glimlach
of het stilliggend licht
op een heuvel
zwijgen als een blad
dat tijdens de herfst ademloos
ten onder is gegaan
koorddansen op de rug van een rivier
en een enkele keer overleven
tussen vlam en vuur
zomaar, zonder reden uitbarsten
in onberekenbare bronnen, scherp zijn
als een mes van fluwelen kwaad
maar vooral, in het samenzijn,
moet ze kunnen liggen in het gras
en haar bruidegom vlinderborstelend verleiden
kerima ellouise ©
ruïne van een scène
ruïne van een scènemaar dit alles
en alle reden
zijn in de werkelijkheid
verzonnen
de luchtkastelen
staan met lege handen
in de kast
een zandsculptuur
geeft antwoord
wanneer een scherf
uit de toren valt
kerima ellouise ©
foto kerima ellouise ©
ik werp een steen in het heelal
de sterren zijn moe
ze vallen een voor een
mijn dromen uit
ik ga niet meer naar binnen
en verberg het heelal
in mijn lichaam
daar kan ik in het zwijgen
alleen zijn, de dood laten sterven
tegen muren van steen
woorden verbranden, het rouwbeklag
en de verzen die jij met grenzen
overschreven hebt
om de liefde te verliezen
en uiteindelijk
de sterren te doden
kerima ellouise ©
tekening kerima ellouise
©
de taal die we zochten
de taal die we zochtenis er nog een zin, een samengesteld woord,
dat groter is dan de schaduw
van een verloren liefde
waarin kraaien zichzelf kwijt willen
rondom hun eigen gekrijs vallen, altijd maar verder
wanneer de bangste dromen beginnen
is er nog iets, evenveel als een vroeger vertrouwen,
dat in ons hart past, nooit hoeft achter te blijven
met een vermomming, bespeeld door oogleden van de tijd
en als de woorden zich dan strekken
bovenop het puin van zwartverblinde vleugels
zijn wij dan bestand tegen de tijdloosheid
kerima ellouise ©
foto: beeldentuin Dehullu
een golf en een gedachte
een golf en een gedachtealles laten wij achter
het spreken, het luisteren, het lichaam
ongenezen
een vleugelslag, losgelaten
in het zonlicht
dubbel zo lief
nu jij nog een keer
langs onze wangen streelde
zonder bezit
*
'bidden is onderdak zoeken'
vertelt een stem
wij wonen voortaan
in jouw schaterlach
.
kerima ellouise ©
voor C.
de laatste kleuren
de laatste kleurenmijn opa's heb ik nooit gekend
en het doodsgezicht van mijn oma in de grauwe bedstee
is nooit heengegaan
wanneer lopen we langs het afscheid;
de slaap die blijft als een roos
op een steen gebeiteld
het noodlot al in kinderhanden
die nog geen zwaarte kennen, zoals het morgenlicht
dat in alle eenvoud een schaduw tekent
de dood wordt een dialoog met loerende ogen
kruipt omhoog langs wind en werkelijke dagen
dagen die jou schoonheid leenden
immer met de glimlach van jouw blijspel
ik hoor je nog 'the end' schateren
kerima ellouise©
*
RIP J.C.
tot het daglicht
tot het daglichter is geruis
in de vervaging van het leven
ik wacht nog wat, wil
het ongrijpbare eruit tillen
om het in glas te blazen
even breekbaar
hoe wij spreken
kerima ellouise ©
foto beeldentuin Dehullu
meestal op donderdag
Ik heb hem Harry genoemd.
Al een hele tijd geleden. Harry is een boom.
Geregeld ga ik hem bezoeken.
Zijn schaduwen laten zich vaak gaan
in wisselend zwart. Soms duiken ze diep
in de tijd. Dan ga ik op een steen liggen en wacht.
Volgens Goethe kan je in en met iemand leven.
Maar vaak gaat dat niet samen en baart ieder
zijn eigen lijden, zijn eigen bast.
Zo drijven Harry en ik heen en weer, soms onbereikbaar,
te ver om elkaar te herkennen.
Het is niet makkelijk om het ontbrekende
uit andere seizoenen te vinden, al zal het misschien
net dat stukje zijn dat verbindt.
Morgen ga ik weer naar Harry. Midden in het bos.
Of ga ik naar mezelf ?
kerima ellouise ©
Illustratie: kunstenaar Andreas Kuhnlein
beeldentuin Dehullu

het afscheid is sterker
het afscheid is sterkerik lever me niet meer over
aan woorden
ze blijven onbekend, onafgerond
ook al noem ik je liefste
en als je me vraagt waarom
in gebarentaal of in steen
zal ik zeggen dat alles zich
naar binnen wenst
het geluid
van morgen dat, bovenop een heuvel
de vergankelijkheid balsemt
het hart wikkelt in een vochtige schelp van linnen
wanneer jouw echo wordt verwekt
door de wind
door de wind, mijn liefste
door de roze, roze avondwind
kerima ellouise ©
Illustratie: schilderij Heide Renier

zoals zij in de ochtend
zoals zij in de ochtendik waai en waai
verblijf tussen spiegels van hoop
en horizon; het veld waarop
wolken verder drijven
traag vliezend in het bestaan
mijn lot vloeit uit
in zeebelopen vloed, kartelt
randen waar mensen staren
naar diepe zin
aangekruist door hongerigen
hoe zou mijn stem zijn
in tegenwoordige tijd
spraakverwarrend door de jaren
die nog doodgeboren gedichten dragen
ik waai en waai
rondom roerloosheid
foto - gedicht:
kerima ellouise©

onmacht en verder niets
ik voel me vreemd
een vreemdeling tussen bekende huizen
die uiteen wijken, zo groot zijn als het leven zelf
er is iets veranderd in mij, alsof ik iets verloren heb
een uitgebeend woord of een zware sleutelbos
waarvan de roest ouder is dan de waarheid
overgeleverd aan een lijf zonder beeld
en gebroken bestaansrecht
het is niet goed om te weten
maar ik wil de huizen in stukken breken
en de ramen tussen de werkelijkheid gooien
kerima ellouise ©
zie ookhttp://www.youtube.com/watch?v=idu6U9F_gcs
Illustratie: kunstwerk Marcel Dekoning ©

over de bloem in mijn hoofd
over de bloem in mijn hoofdik droom de paardenbloemen
tot zon
draai blad per blad
naar het licht
een beetje schuin
in de wind
het is geen dag
van steen vandaag, niets lijkt
vreemd of in zichzelf
al hoor ik het raadsel van de stilte
en de speelbal waardoor ik Van Gogh ben
in het diepst van mijn gedachten
kerima ellouise ©

meer dan een gezicht
Meer dan een gezichtmen hoort het niet
wanneer hij vliegt over veld en vijver:
een vlucht
in een enkele lijn of wat achterblijft
op een gezicht, soms verward
en veel meer dan een zoektocht
in ogen
expressie als pure poëzie
die hij doorgeeft aan hen die het gelaat
van kunst willen vinden
binnendringen in zijn droom;
waar hij doolt langs twijgenlicht,
als bomen ruist, blauw
dan weer regenzwaar
in een stroom van melancholie
meanderend door de dichterlijkheid
van zijn schildershand
kerima ellouise ©
* Opgedragen aan Marcel Dekoning
naar aanleiding van zijn vernissage op 16 juni 2012
Zie ook: http://www.youtube.com/watch?v=hsvjkmp4D6k
Illustratie: Portret geschilderd door Marcel Dekoning