Op mijn site treft u een grote verscheidenheid aan van mijn gedichten.
Ernst, liefde, natuur en humor komen aan de orde.
Een groot aantal gedichten wordt in het Nederlands en Duits uitgegeven. op de website staan ook gedichten in het Schlammisch dialect (iegene taole)
Wekelijks verschijnt er een gedicht in " de MooiRooi krant" en op de " Mooisites" in Breda, Son en Breugel, Sint Michielsgestel, Strijen, Maasdriel, Binnenmaas en HDL (Heeswijk-Dinther-Loosbroek).
Ik werk nauw samen met de fotograaf Gerry van Roosmalen te Sint-Oedenrode o.a. geresulteerd in ons project " Rooise Foėzie " Een brochure huis aan huis verspreid in ons dorp.
Maularius Fist, dichter/muzikant te Veenendaal in ons project " Dreyffistoėzie " en sinds kort met Axel Wenstedt, o.a.organist mbt concerten.
Enkele gedichten zijn door componisten op toon gezet voor koor of solist en begeleiding door Dirk Kokx en Ad Vergouwen.
Op het Duitse gedeelte van mijn website zijn via iTunes ( Fix Poetry te Hamburg ) twintig van mijn gedichten in die taal te beluisteren.
LENTEFEEST
OP KASTEEL HEESWIJK 2e paasdag 9 april 2012 doorlopend tussen 12 en 17 uur
MUZIEK OP EN ROND HET KASTEELKLAVECIMBEL
IN DE SALON ( Portrettenzaal)in het
hoofdgebouw
Op
elk heel uur een concertje met mondelinge toelichting.
xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" /> Barokmuziek
voor klavecimbel met saxofoon, blokfuit, altviool, cello en gamba,
mmv
dichter Julius Dreyfsandt zu Schlamm
De musici zijn gekleed in de historische kostuums
van het kasteel.
Muziek oa:
saxofoon en klavecimbel: Bach gambasonate BWV 1027 en Cima 1610 zinksonate, gambamuziek van Abel en Telemann, blokfluitsonates van Handel en Corelli.
De musici speelden allen eerder op dit kasteel:
Eleanor de Groot-Reichgeld, blokfluit en altviool (Schijndel)
studeerde blokfluit in Den Haag en Tilburg. Zij is als
docent blokfluit verbonden aan MIK Kunsteducatie. Op dit moment studeert zij
altviool bij Gisella Bergman aan het Conservatorium te Tilburg
Jo Hennen, cello en saxofoon (Geldrop),
op saxofoon afgestudeerd aan het conservatorium
Maastricht, fulltime saxofoonleraar aan de muziekscholen van Veghel en Beek en
Donk. Als saxofonist speelt hij jazz en klassiek. Volgde als liefhebber
celloles bij Wikkie Vis (Sint-Oedenrode), speelt barokmuziek, oa met de
klavecinist in school- en andere concerten in Boxtel en Sint-Oedenrode.
Jan Kamphuis,gamba (de Meern) studeerde blokfluit, contrabas en viola da
gamba (Jaap ter Linden en Anneke Pols) aan het conservatorium in Groningen. Hij
heeft lang in Houten lesgegeven in blokfluit en contrabas.
Axel Wenstedt,
klavecimbel (Sint-Oedenrode), speelt sinds 1971 als autodidact orgel en klavecimbel , na
pianoles bij organist-klavecinist Gerard Dekker en kamermuziekles bij A.Seyler
in Nijmegen. Naast zijn werk speelde hij in Brabant als continuo speler bij
vele koren en orkesten, kamermuziek, en tevens orgel- concerten in de regio en
daarbuiten.Lid van de orgelcommissie van het Smitsorgel in Sint-Oedenrode.
Organiseert tijdens open dagen op kasteel Heeswijk de muziek op en rond het
klavecimbel. Een concert van Bach speelde hij in 2010 olv Lucas Vis op
klavecimbel samen met de pianist Ivo Jansen, en in 2011 op dit kasteel met
klavecinist Eelco Kooiker.
De dichter Julius Dreyfsandt zu Schlamm (Sint-Oedenrode)heeft geļnspireerd
door de muziek- passende gedichten gemaakt . Later worden die met deze en
andere muziek gecombineerd tijdens concerten in Sint-Oedenrode (30 juni) en
tijdens de Deventer boekenmarkt (5 aug), dan met dezelfde musici op orgel en
saxofoon en ook nog met barokviolist Jos Koning. De dichter was altijd al geļnteresseerd
in filosofie, psychologie en religie. Pas op latere
leeftijd en na een leven als o.a.maatschappelijk werker heeft hij deze ervaringen
en vragen verwoord in zijn gedichten.
De benaming duidt op het resultaat van de samenwerking tussen Maularius Fist ( gedichten, muziek en techniek ) en de dichter Julius Dreyfsandt zu Schlamm.
Onze vorige poėzieavonden waren een succes. Door de
toegenomen publieke belangstelling verlaten wij de huiskamer en hebben nu
gekozen voor een leuke zaal in een oud Zaans pandje. Dit keer treedt op
cabaretičre Claar van der Does. Zij
is singer /songwriter, presentator en improvisator. Met haar gitaar bezingt ze
de beslommeringen in het leven van de 40'er.
Voor het poėziegedeelte hebben wij vier krachtige dichters uitgenodigd,
het zijn:
Kerima Ellouise
Julius Dreyfsandt zu Schlamm
Cees-Jan Sierhuis
Marcel de Kleijn
En.......... het langverwachte debuut van Frits Hendrikse.
Datum: Zondag 26 februari 2012. Aanvang 14.30 uur. Zaal open
14.00 uur.
Entree 10,00 Euro (over te maken op giro 4207284 t.n.v. F.
Hendrikse. ( graag bevestigen met een email )
Drankjes niet inbegrepen. Hapjes inbegrepen.
Contact Frits Hendrikse 06-44504927, roerdompje@wanadoo.nl
Marcel de Kleijn 06-42317198, robertdekleijn@hotmail.com.
Locatie Het pand Hawa Komhata, Westzijde 181 te Zaandam
steegje inlopen tussen nr. 179 en nr. 185 (geboortecentrum)Parkeren Gratis, op
het J.A. Laanplein (vlak achter de Westzijde).
Wij raden u aan
spoedig te reserveren door de entreeprijs over te maken, mede gelet het
beperktaantal zitplaatsen.
Programma Culturele Zaterdag 19 November 2011 - Meet Poetry -Veenendaal
Programma Culturele Zaterdag 19 November 2011
- Meet Poetry -Veenendaal
Poėzie dicht bij mensen en mensen dicht bij poėzie;
Dat is het doel van de
Culturele Zaterdag op 19 november. Dan organiseert Pop- en cultuurpodium Escape
met de Volksuniversiteit Veenendaal als deelnemers van de CultuurKoepel een dag
in het teken van dichtkunst. Zaal open 13:00 |
Aanvang Dichters: 14:00 | Einde: 17:00 |
Entree: Gratis
Voorlopig Programma (Alfabetisch)
ACG Vianen (1972 Alexander Franken (1970) Amanda Malinka (1975) Emo Fysk Sudergård (1957 Gijs ter Haar (1963) Julius Dreyfsandt Zu Schlamm (1948) Luk Paard (1965) Martin Aart de Jong Martin Beversluis (1972) Menno Smit Philip Meersman Quirien van Haelen (1981) Reinier de Rooie (1961) Simon Mulder (1986) Wibo Kosters
Lokale dichters die acte de présence geven zijn o.a. Rianne
Jansen, Daphne Kalff, Joyce Willemsen en Maularia Fist |
Lied : Prelude Componist : Dirk Kokx Tekst : Julius Dreyfsandt zu Schlamm Najaar 2007
Een compositie voor koor en begeleidende piano, in opdracht van de KCZB. Deze compositie, gebaseerd op het gedicht Prelude van Julius Dreyfsandt zu Schlamm, werd uitgevoerd aan het eind van een bijeenkomst ten behoeve van nieuw koor repertoir en de uitvoering stond onder leiding van Joop Schets
A composition for mixed choir and piano, commissioned by the KCZB. This composition with Dutch lyrics by Julius Dreyfsandt zu Schlamm was performed at the conclusion of a convention committed to new choral repertoire and conducted by Joop Schets.
Lied : Streichle mich Zangeres : Elena Stromilo, sopraan Componist : Ad Vergouwen Tekst : Julius Dreyfsandt zu Schlamm Premičre : Februari 2010 Te : Krasnoyarsk Rusland Youtube :
Lied: Wenn Farben verschiessen --- Componist : Ad Vergouwen
Lied : Wenn Farben verschiessen Zangeres : Elena Stromilo, sopraan Componist : Ad Vergouwen Tekst : Julius Dreyfsandt zu Schlamm Premičre : Februari 2010 Te : Krasnoyarsk Rusland
IN HET NAJAAR VAN 2008 VERSCHEEN BIJ ENGELSDORFER VERLAG (DLD) EEN NIEUWE BUNDEL MET NEDERLANDSE GEDICHTEN ONDER DE TITEL
"IK DICHT HET LIED VAN DE STILTE"
DEZE BUNDEL BEVAT RUIM 90 GEDICHTEN EN IS WEER VOORZIEN VAN EEN SCHITTERENDE COVER, ONTWORPEN DOOR DE OOSTENRIJKSE KUNSTENARES "CORNELIA ETTL" TE WENEN.
de tonen zouden dansen op een verkwikkend ritme van scheppende kansen klanken speels en stuwend in de open speeltuin van mijn innerlijk heelal met onzegbare lachende vreugde en schenkende liefdesdeugden zo ruim en schoon in getal
als woorden behoorden tot onzichtbare oorden zou mijn luchthartige verbeelding allengs vertederd zingen op lichtvoetige akkoorden
op toon gezet door dirk kokx, componist in opdracht van de KCZB
ik huil jouw tranen langs oude muren van kruisende paden waar wilde klimop oud en haast vergroeid jouw pijn verraden
het lang gedoofd vuur al tot as geworden in een veel te vroeg uur haalt aldoor het heden in resteert een leeg gedicht op een liggende zerk een onherkenbaar gezicht op een verdord perk
ik huil met jou de tranen zij verzachten de groeven in mijn vragende hand laat ze onbevreesd vloeien in het warme zand
so soet as unnu droppie un lollie uit du bus be jij mu fainu moppie ik gif j'un dikku kus gin meit gif mir die andag so klef en kir op kir wie hat ta mogu dromu me soethout as gewir
wa fain so desu romansu geluk mun innug dil ju ben un bruit me kansu je ben mu ech tu veul un lefelang veul keinder en bijslag in mun sak ju borstu sijn mu pilare mu daguluks gubak
ik behoor dat kan u zien, regelmatig dan, tot de kaste der rijmelaars
ja, dat u toevallig niet op eindklanken let of wellicht haat kan ik niet helpen dat is niet onder of boven de maat
niet dat alles zo evenwichtig klinkt in mijn geschriften ik doe maar wat vaak zonder te schiften en denk vaak; goh, het loopt wel ergens ga verder en niet over muggenziften
snel tevreden is mijn motto geen hoogstaand werk immers nadat men dit heeft gelezen, zo het al gebeurt, komt mijn schrijven in de map der vergetelheid van een soort, ongewild dat wel, verstoten wezen
ik boetseer in duister licht de beelden van mijn droom ze zijn op volmaaktheid gericht terwijl ik ze met vreugde omzoom
mijn handen raken gejaagd als ze zoeken naar de zwarte klei die in gedachten wordt gelaagd totdat ik het heb gemaakt gelijk zij
ik durf haar niet de morgen te schenken wellicht zie ik dan mijzelf zal slechts de maan even wenken eer ik mij bij het ochtendgloren in teleurstelling delf
als jij zegt ik ben niet zo mooi weet dan dat de glans van je ogen vertellen van liefde
als jij zegt zoveel anderen stelen de show dan ontgaat mij niet jouw rankheid als een gazelle ontsnappend uit een gedachtegang van doorgaans kwellen
als je denkt ik ben niets waard onthoud je mij het goud van mijn dromen
mijn ziel spiegelt zich aan onzichtbaar gevoel nooit zuiver in een woord te vertalen als ik zeg je mag er zijn vertelt dat ook over mijn levensverhalen
als het regent vandaag en dat doet het zeker dan overkap ik mij met een Regenschirm
ja dat is Duits voor paraplu het schermt wat beter af heb ik de idee of heb ik iets tegen een Frans woord dan is het misschien laf ben ik soms eerder tevree met iets dat dichter bij het Nederlands hoort
in ieder geval blijf ik droog of het nu komt uit zuid of oost druppels vallen uit dezelfde lucht en vertrekken van even hoog
gelijkelijk verdeeld over de zijden doek druipen ze om me heen naar benee ik vertoef dan op een klein toneel rondom in een cirkel gevangen zie niet verder dan een natte waas hier ben ik de held of zo je wilt een dwaas huppel door de plassen schreeuw luid schunnige gezangen
de orgelbuizen dansen naar mijn pijpen zo bedenk ik maar en waarom niet
ze staan sterk in het gelid de hele dag en week ik geef ze beweging en ontsla ze van gehoorzaamheid aan de verroeste toetsenist
die kijkt over zijn bril naar het op en neer gaan van de noten hij is nu degene die tussen zijn tanden het alleluja sist
uit alle hoeken en gaten vliegen engelen aan omhelzen de losgeslagen klankfluiters
dansend in de nok raken zij in trance, grijpen hun kans eens lekker los te bollen
alle beelden, van Petrus tot de Heilige Maagd zijn tot was geworden en druipen mede af naar het muziek en prettoneel
dit was nieuw, nooit vertoond echt even in de hemel tussen stenen en vroom gekleurde ramen met starre bidders tussen het lood
ik juich ze toe en schreeuw jel na jel kom laat je gaan beweeg je binnen een nieuw bestaan laat je stem eens horen buiten het stramien van valse koren
ik stook kaarsen, voor naar achter zing luid de Marseillaise ja, victorie voor de geketende nota-belen nu bevrijd en uit hun dak weg al die jaren van gapen en oeverloos vervelen
heb je mij wel eens zien lachen niet dat zo'n uiting mijnerzijds een zeldzame aangelegenheid is
ik geef toe het is wel moeilijk om dat uit mijn gezichtsspieren op te maken
dat komt omdat ik ernstig geboren ben dat heet een zware bevalling waarvan mijn moeder nu nog zegt, alhoewel haar verleden steeds dichterbij komt, jij werkte niet echt mee, blijkt dat de ernst er vroeg in zat
sindsdien neemt men mijn uiting van vrolijkheid kennelijk moeilijk waar
och denk ik thans wat viel er nu te genieten in dat vrome systeem van vroegere tijden was ik niet immer aangewezen op tweede handsschoenen
ik vluchtte in dromen van geestelijke aard dacht diep over dingen na las derhalve boeken van Bomans
ja die wist het wel raakte de diepe snaren in mij bij tijd en wijle brak er zelfs een glimlach door
mijn vingers glijden zacht over orgeltoetsen speel in gedachten met vragende borsten die bij iedere toon aanzwellen; naar nog meer aanraking dorsten
mijn tenen strelen de houten pedalen alsof zij jouw voeten willen zoeken en jou op mijn liefde willen verhalen
mijn lijf speelt een onvoltooide serenade gezeten op een kussen zo kwetsbaar als jouw buik ik speel al lang niet meer de partituur dat blijkt slechts een faēade
het verging mij als voorheen loop mee zei ik naar de kant waar bloemen mogen bloeien zo, bij die ontluikende velden waar het nog pril oogt en alles onaangetast lijkt
kon niet helpen dat jij de loden last bij je droeg ik wilde mee dragen de lucht kleuren warmte laten geuren laten voelen in mijn diepere lagen
toen bleek althans zo werd gewaar dat ik op een mens leek kwetsbaar maar verdeeld in ongevoegde stenen altijd zoekend als velen naar verloren dagen
ik vervolg mijn stappen zo ik word voortgestuwd zal niet meer aan het jonge gras trekken of de lucht beschilderen en laat het toneel van de verloren dromen in stilte komen
vergaat mijn zwakte voor jou zieltogend in mistig allure vlucht jij weer weg naar woelige innerlijke oorden waar pijnlijke zuchten sturen en prille zachtheid vermoorden
voel jij me nog mijn verre lieve ik was het toch wilde je gerieven
zo ga ik weer naar een stille weg zoekend naar mijn verloren deel struikelend over droge tranen stikkend als in een slangenkeel
ik slenter door oneindige lanen wilgen treuren mij in koor toe waar elke boom de pijn vergroot het maakt mij zo levensmoe
voel jij me nog mijn verre lieve ik was het toch wilde je gerieven
op de heide, zo nabij een schrale boom kijk ik omhoog en zie in schuivende witte lagen van een zacht blauw decor roepende vleugels om aandacht vragen ik zwaai gewillig ze weten dat ik ze hoor
hier op nog onbegraasd gras staat mijn wereld stil dit is wat ik wil toeven op een luchtig kompas omringt door een zee van ademend gewas zo sprietig onaangeraakt
ik sluit dan de ogen en wordt alles op de juiste wijze gewogen ja, ontegenzeglijk, natuurlijk en volmaakt
heden zal ik voor je rijmen niet om jouw wijsheid te vlijmen neen, ik haal het uit diskrediet alsof het onze taal al lang verliet waar kennelijk niemand nog geniet om in vorm zinnen te lijmen
als beelden niet worden vervlochten tot intieme hartstochten of satans gedrochten geen duisternis bezochten in wederkerende klanken
wat is dan een wijnstok zonder ranken of een rotonde zonder bochten
o zeker, ook ik heb weet van het ongerijmde waarin de wortel des levens wordt geraakt en schoonheid ongekunsteld opdroogt in de inkt
waar liefde opbloeit in teder verlangen of de dood voortschrijdt tussen nu en dan
och, laat ons de taal omarmen al dan niet verzwegen of uit stiltes opgebouwd
staar met mij mee over bergen van letters waar woorden aan handen mogen kleven
zet het op een rij en een gedicht ontstaat; het is ons aller streven
de waaier wuift aldoor naar mij gericht op geringe verkoeling in deze bedompte benauwdheid weet ik niet hoe jou vergaat maar met hitte heb ik weinig voeling
het maakt me suf of lamlendig een soort ingedeukte zak je blijft daar zo in hangen opstaan kent slechts ongemak ook het denken blijft gevangen of gaat vertraagd van hak op de tak
nou ja, het geeft weer iets tot klagen zonder gezeur is de lagelander ontheemd vandaar dat ik even wilde zagen over het weer, kon ook over voetbal zijn maar daar wilde ik me niet aan wagen dat kost overdreven actie in mijn brein
wanneer al veel is gezegd en de avond valt na jaren wat voeg ik dan nog toe om toekomst te vergaren het heden te vullen dan wel het verleden te verklaren
het blijft dan vaak afwachten in zwijgen en als passief de stiltes aan elkander te rijgen
in de kerker van gestorven liefde kijk ik door een roestig rooster de adem stokt wezenloos als ik het groene mos aanschouw ik blijf geketend aan koude stenen waren mijn ogen gesloten toen ik voor het ontluikende koos
alle wegen leiden al jaren altoos naar krimpende eigenwaarde en kan slechts pijnlijk staren naar ieder die kennelijk het geluk voor eeuwig baarden
ik raak zo stilaan besloten in een wereld van vier muren waar het hart wordt vol gegoten met beklemmende pieken van ijs zal iemand ooit nog een sleutel sturen voor een hoopvolle reis
hoor je mij nog roepen bij het passeren van mijn lijf en ik jou mijn blikken toeschreeuw ook jij kijkt zo donker en onbestemd als ik me door de drukte drijf
naar wat ben ik op weg met zoveel genotgenoten wij zwermende bijen in een tempo van te slome rondvaartboten
o, wat staat daar geėtaleerd of zie je wel die orgelman met zijn olie-motor-muziek daar gaat weer zo'n stuk met blinkend goud behangen
ja, in mijn wandelend museum is het nu op alle dagen druk
een uithangsbord vraagt mij: hier een kwartiertje voor God ik draai met mijn nek was toch op zoek naar het stoffelijk lot
hoor je mij nog als ik roep en ik blikken naar je werp nee, in zo'n gapende massa dragen we een oogkleppenloep de mens er achter ziet men niet meer wij zijn kijkers en kopers; met veronderstelde gezelligheid bewandelen we deze route zonder gids meer dan een keer, heen en weer