Maandag 27 augustus 2007
als verstrooid dichter in de beschouwende schaduw weef ik mijn gedachten van al dat ontgaat aan licht of zicht of verwachten geborgen en ver…
als verstrooid dichter in de beschouwende schaduw weef ik mijn gedachten van al dat ontgaat aan licht of zicht of verwachten geborgen en verborgen in de mensenziel u zou haast gaan denken is leven slechts zwarte inkt: het vergaren van zorgen ik vertel u van schoonheid van vragende tastende vingers de weelde van ingetogen blijheid kent u milde dragende ogen van geleefde ouderdom bent u ooit door een eerste lach van een klein kind verleid ja, zoals u ziet kleur ik ook wel groen getint dat komt als een mens, jij, mij zo maar bemint
als vrouw zo krachtig in haar eenvoud is haar omvang zo allemachtig als een Rubens zie ik haar de schoonheid van veel en al haar vormen…
als vrouw zo krachtig in haar eenvoud is haar omvang zo allemachtig als een Rubens zie ik haar de schoonheid van veel en al haar vormen die mijn gevoelens bestormen haar woeste haren maken mij ruig en met de spanning van haar blanke vel blijft mijn tong plakken aan mijn droge huig met haar diepe glazige ogen is zij als een vragend beeld met een koele passie mij nemend, zij die mij nimmer verveeld
ver weg maar toch helder hoor ik engelen zingen over het lied van Licht zij hebben weet van aardse tranen telkens als iemand naar het ongrij…
ver weg maar toch helder hoor ik engelen zingen over het lied van Licht zij hebben weet van aardse tranen telkens als iemand naar het ongrijpbare wordt toegedicht met een tedere lach heffen zij haar op ervaren de pijn van een onuitgesproken gedag toch klinken er zachte geluiden van duizenden harpen, ontelbare handen reiken naar haar, afscheid en aankomen raken elkaar
als nimfen leunen zij met hun blanke lijven tegen mijn vragend vel vier handen glijden willekeurig over een geurige vlakte waar hemelse…
als nimfen leunen zij met hun blanke lijven tegen mijn vragend vel vier handen glijden willekeurig over een geurige vlakte waar hemelse nagels het genot verfijnen om de eenheid van samen uit te breiden lange haren schuren elkaars naakte aarde plakkend waar vocht verschijnt totdat de nog prille liaan langzaam een verhoogde potentie baarde verward open ik mijn ogen was de tijd vergeten ik had te lang in het bad gezeten het water was koud, ontzettend nat
ik word op een wit gespreid vlies voortbewogen door zes maagdelijke engelen langs azuur blauwe luchten zij spannen een doorzichtig veld…
ik word op een wit gespreid vlies voortbewogen door zes maagdelijke engelen langs azuur blauwe luchten zij spannen een doorzichtig veld van geluk met een uitgestrekte gracieuze geste genade schenkend met verleidelijke ogen die mij onderwijl bedwelmende bloemengeuren toe zuchten waarop geen enkel aards genot kan bogen uit hun frêle goddelijke flanken klinkt een kwetsbare Mahler symfonie mij zuigend naar opperste verrukking, het hart doorzeeft met bevrijdende klanken in dit verblijf van eeuwige symbiose wuiven de hemelse vleugelschepsels al het zoets rond mijn lijf zij beminnen mij met gedurige passie koesteren, beschermen mij opdat ik immer in deze schone droom gedij
de armen zijn te kort als ik de bloesem wil plukken lang rek ik me uit om te grijpen, te rukken een slechte droom gaat aan mij voorbij …
de armen zijn te kort als ik de bloesem wil plukken lang rek ik me uit om te grijpen, te rukken een slechte droom gaat aan mij voorbij een kerker moeten ontvluchten maar niet wil lukken mijn voeten in grijs beton gegoten verstard beeld van stuurloos voelen langs muren van beslagen glas waar doornen spiegelen aan het schaduwlicht van wat is maar vooral was ik adem mijn verleden, heb een leven lang de draak bereden
ik zag verlate vlinders dichtbij maar ook ver weg ze hadden op mij gewacht had ze ver verbannen, uit mijn denken gedacht had het pad verengd…
ik zag verlate vlinders dichtbij maar ook ver weg ze hadden op mij gewacht had ze ver verbannen, uit mijn denken gedacht had het pad verengd zag nog weinig licht sloot mij verkrampt voor ander goeds het bleek, uiteindelijk, niet echt gedicht heb die fladderaars bij me geroepen mijn ramen weer wijds open gezet dat heb ik nodig met meerdere te gaan over mijn levensstoepen kan mijzelf aan anderen niet onthouden dat is wat ik zo van het leven leer ik laat me daarom opnieuw roepen één kostbare vlinder koos voor de nacht hij is mijn ziel vergeten vloog voorbij de innerlijke spiegel ik word nu veracht
zoeken over de grens van de schaduw is een wens het blijft bij een schuchtere verbeelding van ravijnen die ik vul met goden of te zoete…
zoeken over de grens van de schaduw is een wens het blijft bij een schuchtere verbeelding van ravijnen die ik vul met goden of te zoete rozijnen soms schep ik een verduisterd einde, opgaan in niets van al het zijnde zo bewegen mijn getijden als liefde en verlies van vermijden of bezitten het is maar net hoe het gemoed vaart, ik ongewild kies
waarom zie ik toch telkens weer die bleke vrouw met donkere ogen en lokken als ragfijne draden die niet gedogen dat ik mijn handen stre…
waarom zie ik toch telkens weer die bleke vrouw met donkere ogen en lokken als ragfijne draden die niet gedogen dat ik mijn handen strek vol wellustige begeerte om haar eer te versmaden haar uitdagende lippen zo intens zwoel zuigen mij nog dichter naar haar lijf zij dwaalt af, ik mis mijn doel raak verstrikt in het erotisch gevoel als ik in gedachten de liefde bedrijf
de man, oud, maar geen prater ziet uit over golvend groen water ietwat in gedachten verzonken denkt hij aan het nabije later niet dat hij di…
de man, oud, maar geen prater ziet uit over golvend groen water ietwat in gedachten verzonken denkt hij aan het nabije later niet dat hij die blind miskent het einde is reeds eerder verkend zijn tijd is allengs versleten de dood is sluipend al gaan eten aan hem is vrees niet besteed verlangt naar het oneindig niets de komende rust is geen leed van het aardse wil hij zich bevrijden dat is slechts zijn laatste wil zijn hoofd knikt al naar hemelse weiden
in de mars der lijken voert grauwheid de toon het dof gekletter der botten kent geen verschil tussen armen en rijken op muziek van de s…
in de mars der lijken voert grauwheid de toon het dof gekletter der botten kent geen verschil tussen armen en rijken op muziek van de stilte waggelt men voort door de donkere steeg van de ijzige kilte her en der sluiten kornuiten zich aan om het peloton te versterken met wezenloze botten zo gaat men voort donkere gaten tegemoet alwaar zij zich begraven totdat de dood weer een beroep op hen doet
ik ben een nietsnut tot nut van het algemeen moeiteloos gaat mij dit af zo waar een gave en geen straf immers ik ben gewenst onnodig en dat …
ik ben een nietsnut tot nut van het algemeen moeiteloos gaat mij dit af zo waar een gave en geen straf immers ik ben gewenst onnodig en dat geeft rust voor al die strebers met hun ongebreidelde must zonder mij waren zij verloren; er is een grote behoefte zich aan mij te storen
als het gras weer groeit is jouw oorlog niet gestorven nog steeds wordt in jou gestreden ook al heb je al lang geleden de vrijheid verworven…
als het gras weer groeit is jouw oorlog niet gestorven nog steeds wordt in jou gestreden ook al heb je al lang geleden de vrijheid verworven je zwoegt in opgejaagde dromen en zweet aldoor de angst van barakken ja, je zult nimmer aan het gevang ontkomen en eindeloos naar verlichting snakken
als het verre zicht is begraven in het verleden als loze hoop er slechts is om te beleven zie ik niet meer dat wat komt voel ik niet verder …
als het verre zicht is begraven in het verleden als loze hoop er slechts is om te beleven zie ik niet meer dat wat komt voel ik niet verder dan de scherven van oud zeer ik adem alleen om door te leven het kan niet anders mijn blik raakt verstrikt in een machteloos web door anderen eerder voor mij geweven ben ik wel bevrijd als de oorlog is verdreven?
As icke meuge sterfe Ick sieje aol werumme Ende sie freugt ende piene In haort ende lieve geprieme So mien jung, moei kieke Ungelieke ende s…
As icke meuge sterfe Ick sieje aol werumme Ende sie freugt ende piene In haort ende lieve geprieme So mien jung, moei kieke Ungelieke ende so rieke T'is recht unne gaeve Hunne siele te laeven Al dieje mense, o so tere Gelieke vao ende mien mude Maoke mien so mere Icke sou so gere die lefe kere As icke meuge sterfe Ende alle werumme sie Laeve mie die stille Gelieke die dode hunne ruste wille Waor dan bluuve die piene In haort ende lief de miene Icke groete dich sere Mien al lieve, so tere
op het jonge gras
groen sprietig
in een open plek van
het speelse sparrenbos
tel ik de zwoele zuchten
van de oostenwind
ik proef ee…
op het jonge gras
groen sprietig
in een open plek van
het speelse sparrenbos
tel ik de zwoele zuchten
van de oostenwind
ik proef een prille lente
die mij bemint
en een hemelse passie
wordt mij geschonken
in haar natuurlijke
verschijning
heb ik even
naar heelheid
mogen lonken
Zaterdag 25 augustus 2007
fotografie: cornelia ettl
fotografie: cornelia ettl
Donderdag 9 november 2006
ik ben geen engel des heren doch mens, kwetsbaar en klein geen adelaar met omvangrijke veren maar aan aard en aarde gebonden kan onmogelijk …
ik ben geen engel des heren doch mens, kwetsbaar en klein geen adelaar met omvangrijke veren maar aan aard en aarde gebonden kan onmogelijk alleen het ontij keren kan mijzelf niet eens bezitten laat staan een mens, de ander ik tracht mijzelf wel te delen in wezen een binding aan elkander
Donderdag 9 november 2006
wat is toch de zin als mijn armen naar jou strekken en zij in schaduw vertoeven je zag in mij wat zonnige vlekken die naarmate de tijd voort…
wat is toch de zin als mijn armen naar jou strekken en zij in schaduw vertoeven je zag in mij wat zonnige vlekken die naarmate de tijd voortschreed jouw hoop en verwachting in desillusie begroeven waarom zal ik jouw boeien nog raken als slechts verdriet en wanhoop je bestaan zo wraken vertel maar niets ik ontbeer de macht evenzeer een sleutel te smeden en vertoef voortaan verblind op het braakliggend veld van heden
telkens als ik ga en zeg mijn tijd is daar, sluit jij snel je ogen alsof een knop wordt omgedraaid, jij naar binnen wordt gezogen diepte ver…
telkens als ik ga en zeg mijn tijd is daar, sluit jij snel je ogen alsof een knop wordt omgedraaid, jij naar binnen wordt gezogen diepte verzandt dan in een verkoeld gedag, verkleint al wat is gezegd is het de pijn van verscheiden die je in vermeden woorden legt
fotografie: cornelia ettl
loop even mee
een rondje om
door zwijgende
straten
ik ben dan stil
als ik met jou
bij mezelf kom
jij kunt praten
loop even mee
een rondje om
door zwijgende
straten
ik ben dan stil
als ik met jou
bij mezelf kom
jij kunt praten
heden ten dage waar licht knokt tegen donkerte en blaren dwarrelen naar vaste bodem lijkt het dat ook ik ga schuilen om mijn ziel weer te on…
heden ten dage waar licht knokt tegen donkerte en blaren dwarrelen naar vaste bodem lijkt het dat ook ik ga schuilen om mijn ziel weer te ontwaren niet dat ik in de vroege mist geheel zal opgaan ook in mij is een terugtrekkende beweging een tocht naar binnen waar in afscherming de dood rijpt naar winterse termen en mijn gedachten doelloos zullen zwermen een herhalende tred van groeiend sterven ogenschijnlijk een pas op de plaats rust tenware het flamboyante voor een wijle in slaap moet worden gesust deze kracht zo natuurlijk en gewoon is sterker dan mijn speelse geest toch vertel ik mijzelf morgen, met weemoed weliswaar, hoe de zomer is geweest
een lieve meis heeft haar jeugd verloren zinloos en plots eindigen haar woorden stokt de weg naar voren haar jong verleden een scheppende bl…
een lieve meis heeft haar jeugd verloren zinloos en plots eindigen haar woorden stokt de weg naar voren haar jong verleden een scheppende bloem sterft in het heden bladeren van geluk zuigend naar het licht buigen troosteloos worden machteloos afgesneden.. de toekomst komt haar niet meer toe ook die liefhebben ervaren met ongeloof de gemiste verwachting schreeuwende pijn bevriest het redelijk denken hoop daalt in de menselijke achting daar gaat zij nu op een onbekende weg heeft ons ongewild verlaten een ding kan ik zeggen niemand, nee niemand zal haar uit ons hart kunnen praten
ver weg maar toch helder hoor ik engelen zingen over het lied van Licht zij hebben weet van aardse tranen telkens als iemand naar het ongrij…
ver weg maar toch helder
hoor ik engelen zingen over het lied van Licht zij hebben weet van aardse tranen telkens als iemand naar het ongrijpbare wordt toegedicht
met een tedere lach
heffen zij haar op ervaren de pijn van een onuitgesproken gedag
toch klinken er
zachte geluiden van duizenden harpen, ontelbare handen reiken naar haar,
afscheid en aankomen
raken elkaar
zij is niet meer
maar wel zichtbaar
dat doet zeer
was hier nog lang
niet klaar
huil ik keer op keer
zij praat niet
als ik het uits…
zij is niet meer
maar wel zichtbaar
dat doet zeer
was hier nog lang
niet klaar
huil ik keer op keer
zij praat niet
als ik het uitschreeuw
van binnen
mijn handen raken
zo dichtbij
wil haar wekken,
met mijn eigen
leven toedekken
hoe kan dit nu
zo roerloos
ze is toch mooi
nog jong
was dit nu haar leven
nee, ze is er nog,
toch?
de tijd staat stil
onder een wazige stolp
ben er wel
maar verdwaal
in verwarring
als ik de
komende dagen tel
en ik met mijn tranen
de ontkennende waarheid
deel en eindeloos vertel
ik word op een
wit gespreid vlies
voortbewogen door
zes maagdelijke engelen
langs azuurblauwe luchten
zij spannen een doorzich…
ik word op een
wit gespreid vlies
voortbewogen door
zes maagdelijke engelen
langs azuurblauwe luchten
zij spannen een doorzichtig veld
van geluk met een uitgestrekte
gracieuze geste
genade schenkend
met verleidelijke ogen
die mij onderwijl bedwelmende
bloemengeuren toezuchten
waarop geen enkel
aards genot kan bogen
uit hun frêle goddelijke flanken
klinkt een kwetsbare
Mahler symfonie
mij zuigend naar
opperste verrukking,
het hart doorzeeft
met bevrijdende klanken
in dit verblijf van eeuwige
symbiose
wuiven de hemelse
vleugelschepsels
al het zoets rond mijn lijf
zij beminnen mij
met gedurige passie
koesteren, beschermen mij
opdat ik immer
in deze schone droom gedij
in de hal des volks wacht men op twee armen
met staartjes achteraan
waar opgetogenen of
weemoedigen vertoeven
totdat de kunstvogel
d…
in de hal des volks
wacht men op twee armen
met staartjes achteraan
waar opgetogenen of
weemoedigen vertoeven
totdat de kunstvogel
de lucht in zal gaan
hij hangt over koffie
rookt uit zijn neus
in zijn bestemmingskloffie
hij heeft geen keus
geboekt is gaan
de ogen staren al ver
of
zie ik een verdwaalde traan
ik voel, zoals ik slechts voel
de leegte van wachten
de tijd tussen komen en gaan
ja, dat is wat ik bedoel
de dame van het buffet
in hoogpolig tapijt,
kort van stof
naar lengte gerekend,
is onhandig bereid
nogmaals de techniek
te laten pruttelen
en rondt het ritueel af
met een zoete lach
bij koffie hoort toch immers
een ouderwets betuttelen
dames en heren
uw vlucht wordt verwacht
die kan aankomen
of vertrekken
het beeldscherm
heeft dat haarfijn bedacht
mijn tafel wordt een eiland
tussen verlaten stoelen
een gekleurde medemens
ontruimt het slagveld
met een enkele
swingende veeg...
mijn trillende telelens zoemt jou dichterbij wil wel eens zien hoe vergrijsd jij oogt zag zo al, gaandeweg, de kleur verbleken hoe jouw hoof…
fotografie: cornelia ettl
zoeken
over de grens
van de schaduw
is een wens
het blijft bij een
schuchtere verbeelding
van ravijnen
die ik vul met goden
of te…
zoeken
over de grens
van de schaduw
is een wens
het blijft bij een
schuchtere verbeelding
van ravijnen
die ik vul met goden
of te zoete rozijnen
soms
schep ik een
verduisterd einde,
opgaan in niets
van al het zijnde
zo bewegen
mijn getijden
als liefde en
verlies
van vermijden
of bezitten
het is maar net
hoe het gemoed vaart,
ik ongewild kies
ik zag verlate vlinders dichtbij maar ook ver weg ze hadden op mij gewacht had ze ver verbannen, uit mijn denken gedacht had het pad…
als stilte overgaat
in doelloos zwijgen
en dagen zich van
licht naar
schaduw naar nacht
aan elkander rijgen
dan sterven bl…
als stilte overgaat
in doelloos zwijgen
en dagen zich van
licht naar
schaduw naar nacht
aan elkander rijgen
dan sterven bladeren
aan de huid
bevriest het levenssap
rond de ziel
stokt de adem
in een wezenloos geluid
zo beschrijft zich
de uitgeholde lach
nog slechts verkrampt
waar te nemen
naast diepe kassen
een afdruk van
voorbij verleden
die vergeefs
de vermeden gebeden
van uitzichtloze hoop
tracht af te tasten
maar zwalkend door
de ijle lucht
gaat het kwetsbare,
onweerhoudbaar,
op de loop
in een hijgende vlucht
een man van een enkel woord staart u aan beschermt zich achter stilte wil niet dat u hem hoort hij wacht geduldig op die ene vraag waarvan h…
een man van een enkel woord staart u aan beschermt zich achter stilte wil niet dat u hem hoort hij wacht geduldig op die ene vraag waarvan het antwoord is vervaagd adieu...
mijn hand rust
op je schouder
ik kijk je aan
schenk warmte
van een mens,
deze mens
het raakt je niet
het ontwijkt
die bevro…
mijn hand rust
op je schouder
ik kijk je aan
schenk warmte
van een mens,
deze mens
het raakt je niet
het ontwijkt
die bevroren wens
je ogen staan flets,
zien glazig l angs me heen
een bespiegeling van
verleden in het heden
gebet in pijnlijke mist,
gebarsten krachten,
als versplintert geboortelicht
uit een redeloze reden
je voeten
nog wel geaard
steunen zwevend
jouw gedachtenlijf:
gezwollen in verhulde
leegte en gedroogde
rimpels
je ledematen stijf
jij bent de dood
in levenden lijve
het genadebrood
gebakken met
ongewenst zaad
ik laat je gaan
als mijn hand
jouw schouder verlaat
vandaag een dag van rechte lijnen ik zie voorwaarts met oogkleppen die mijn kijkers in een strakke blik laten schijnen mijn gedachten beperk…
vandaag een dag van rechte lijnen ik zie voorwaarts met oogkleppen die mijn kijkers in een strakke blik laten schijnen mijn gedachten beperken zich tot een en een is drie dat u mij nu zult verachten is iets dat ik thans niet zie mijn beeld van u is ook vrij saai u bent een oen zo duidelijk, kant en klaar nee, mijnerzijds, heden, geen enkel gedraai daarbij bent u een van die vrouwen die van de privé of libelle een zondags kleurloos hoedje vouwen of een man van een ding tegelijk slechts oog voor werk of ronde bal dan heb ik het nog niet over seks ik vind u gewoon een zure kwal deze helderheid geeft ruimte aan mijn gemoed ik raad aan dat u bij tijd en wijle het ook eens doet
als het omhullend hout langzaam zakt en de gedachten ver reiken voel ik de onoverbrugbare afstand zo dichtbij ook al raak ik naast mij jou e…
als het omhullend hout langzaam zakt en de gedachten ver reiken voel ik de onoverbrugbare afstand zo dichtbij ook al raak ik naast mij jou en jou het is slechts zwevend daar zijn een speelfilm zonder titel flitsend zonder beeld als het zand de holle klank bezingt en echo in de gegraven diepte stervend verzinkt denk ik het was goed na het In Pace spreekt de zwarte hoed
Donderdag 20 oktober 2005
een druppel valt
het is mijn
laatste traan
bij het koude
witte laken
de spitse neus
prikt een landschap
in het uitgestrekte
oo…
een druppel valt
het is mijn
laatste traan
bij het koude
witte laken
de spitse neus
prikt een landschap
in het uitgestrekte
oog in oog
met verleden tijd
bevroren in een
verloren strijd
mijn gevoel lift op;
hij was een echt mens
mijmer ik
dat zeg ik altijd
bij het overschrijden
van de aardse grens
ik draai om
verlaat wat eens was
richt nog één blik
dag... zeg ik
niet dat hij het hoort
maar toch...
ik hoop dat hij in zijn droomloze slaap nog eenmaal, door mij, mag worden gestoord dag...........
Donderdag 20 oktober 2005
schuifelend dwaal ik door de schier eindeloze gang zie schaarse houten beelden de schepping danken de marmeren plavuis hier dof door schaduw…
schuifelend dwaal ik door de schier eindeloze gang zie schaarse houten beelden de schepping danken de marmeren plavuis hier dof door schaduw elders nog plooiend naar de dalende zon vormt de hemelse weg naar Latijnse klanken de hoge bogen met eeuwigheid gevuld laten de stilte zingen over alles wat de mens niet weet een gang naar binnen
in dit licht gedicht hoort men alleen de zwakke echo van gedoofde klokken lopend over grind, dat hoort bij rouwen, graaf ik het graf van ver…
in dit licht gedicht hoort men alleen de zwakke echo van gedoofde klokken lopend over grind, dat hoort bij rouwen, graaf ik het graf van vertrouwen ik kwam zag en verloor ik ga maar, stilaan, weer op mijzelf bouwen
fotografie: cornelia ettl
kom kijk toch je bent zo welkom in mijn ogen ervaar de milde blik die jou aanschouwt en kleurt met kristallen bogen kom maar geef even je ha…
kom kijk toch je bent zo welkom in mijn ogen ervaar de milde blik die jou aanschouwt en kleurt met kristallen bogen kom maar geef even je hand dan zal ik hem vluchtig raken mijn vingers zullen je huid bespelen voel dan het ritme van de melodie die we samen maken luister hoor een stem die het zwijgen bezingt geen klank teveel maar slechts, ons, met adem omringt
het is koud om me heen als de dageraad daagt ik draai de lamp boven mij hoger en voel de verlichtende warmte mijn gezicht spiegelt in de rui…
het is koud om me heen als de dageraad daagt ik draai de lamp boven mij hoger en voel de verlichtende warmte mijn gezicht spiegelt in de ruiten van de tuinkamer als het hoofd zich wendt, naar welke kant ook, is mijn bleke gezicht op het glas geplakt, zie mijzelf zitten ik ben niet alleen
op het balkon van mijn fantasie aanschouw ik heimelijk van achter mijn mannelijk masker het groeiend genot puilend en buigend, zacht rustend…
op het balkon van mijn fantasie aanschouw ik heimelijk van achter mijn mannelijk masker het groeiend genot puilend en buigend, zacht rustend op haar dijen scheppen haar borsten een brug met tere pijlers het hoofd met lang getouwd haar neigt voorwaarts de spreidende draden verbergen deels haar aanzuigend roze met zuchtende meewarige ogen ziet zij naar het verre dichtbij alsof de eeuwigheid ongrijpbaar spiegelt langzaam schuiven haar handen dalend met scharende slanke vingers langs gladde wegen en rusten ten einde op kleine vlakke velden de geronde rug blinkend in een enkel schemerlicht telt stippen rimpels in de schaduw gelijnd van boven naar benee waar twee ronde doch gerijpte vruchten haar universum dragen. het spaarzame licht verdwijnt, neemt haar op in mijn afgedwongen vergetelheid als een smeltend beeld zij was even
Donderdag 13 oktober 2005
in mijn ochtendrijk
ben ik alleen
zo mooi alleen
donker is nog
het gordijn
naar het licht
maar toch
geluiden van mijn kippen
o…
in mijn ochtendrijk
ben ik alleen
zo mooi alleen
donker is nog
het gordijn
naar het licht
maar toch
geluiden van mijn kippen
of nabije hond
kleuren de
bevalling van de dag
dit is rust
na slapen
stilte
balanceren
tussen zwart en wit
nog niets moet
zo luister ik
nog in mijzelve
zie langzaam
de contouren
van de geboorte
het beeld
van de dagelijkse
schepping
omrand met
groeiend blauw
ik schenk mezelf iets, door het jou te geven, zachte woorden van satijn als eeuwige momenten van even zij komen uit overdadig niets de eigen…
ik schenk mezelf iets, door het jou te geven, zachte woorden van satijn als eeuwige momenten van even zij komen uit overdadig niets de eigen pijn verlichten door de ander het goede toe te dichten waar tranen drogen door een milde lach zo groeit een droomwens langs rozenbogen tot een mooi en bloeiend mens en raak ik opgetogen
mijn ogen sluiten, zien scherp in het donker achter betraande ruiten
mijn schaduw gekromd passeren mijn stem stokt,
de keel verengt
als i…
mijn ogen sluiten, zien scherp in het donker achter betraande ruiten
mijn schaduw gekromd passeren
mijn stem stokt,
de keel verengt
als ik mijn handen
wil strekken
naar het verloren
verleden
tevergeefs
de tijd
heeft een
blind paard
bereden
ik schuur
een vinger
over de
grove steen
kan niets
zeggen
jij bent
weer
koud
als
voorheen
slechts
één traan
ontsprongen
uit een
kale rots
van dode steen
verraadt
mijn bestaan
gepolijst
door
scherpe hoeken
zoekt hij
zijn weg
naar buiten
alwaar de zon
hem neemt
eer ik mezelf
kon uiten
foto:cornelia etll soms laat ik antwoorden
over aan de tijd
geef over aan de duur
van lengte in het verschiet
zonder richting
voortgedreven
langs onzekere wegen
wroetend, worstelend
hard roepend,
ik weet het niet
dan trekt het licht
zo voor me uit
zuigend naar het einde
van een straat
maar daar aangekomen
resten slechts
gloeiende kolen
de vlam was al verder
en laat mij, als het ware, eeuwig,
over dorre heidevelden
dolen
Donderdag 29 september 2005
een dag
erna
overzie ik al
wat mijn hand
noemde
het toonde groots
maar in wezen
was het
alsof mijn leven
voorbij zoemde
zoveel schetsen
met emotie
doorvlochten
ik kon niet alles
letterlijk etsen
vele gedachten
bleken gedrochten
toch kleeft
het dromen
aan mijn lijf
nog geen gedag
aan wat komt
zoveel heeft men mij gegund
denk ik
met een milde lach
dat heb ik toch ook
opgesomd?
Woensdag 21 september 2005
een lans doorsteekt mijn hoofd borst buik zo alles, het verwondt het splijt mij, mijn wereld; een vaste aarde het pint mij in de weke grond …
een lans doorsteekt mijn hoofd borst buik zo alles, het verwondt het splijt mij, mijn wereld; een vaste aarde het pint mij in de weke grond de storm schudt mij sterk als speelbal naar alle kanten warrig worden mijn gedachten wazig het zicht op gehavende restanten en jij jij stroopte de schellen van mijn ogen
Maandag 12 september 2005
in willen
begrijpen
zit rijpen
besloten
als ik dat
zo beleef
ontdek ik
mijzelf
in jou
en word jij in mij
gegoten
in willen
begrijpen
zit rijpen
besloten
als ik dat
zo beleef
ontdek ik
mijzelf
in jou
en word jij in mij
gegoten
mijn raam verschuilt zich achter zachte groene tinten van bossen en bomen ik voel al wat gaat komen van najaarskleuren droom ik van nevelgeu…
mijn raam verschuilt zich achter zachte groene tinten van bossen en bomen ik voel al wat gaat komen van najaarskleuren droom ik van nevelgeuren die allengs verkondigen dat de zomer verouderd raakt ik pluk de laatste vruchten eer de natuur het zichtbaar groeien staakt zo drijven mijn gedachten naar het veld van verwachting waar afscheid zo normaal is en vallende bladeren, mogelijk, het landen zullen verzachten
Zaterdag 10 september 2005
de gerijpte palm van mijn korte hand is als boezem van geschenken ze raken jou zonder te tasten of door afstandelijk wenken de slagen van he…
de gerijpte palm van mijn korte hand is als boezem van geschenken ze raken jou zonder te tasten of door afstandelijk wenken de slagen van het hart stemmen timide mijn vingers zij vertellen van een zachtmoedige rust en verdunnen je smart
foto:cornelia ettl zing mijn dicht
met rollende lippen
als een golvende stroom
langs milde oevers
met sprietend gras
voer mee met de
waterige letters
in noten gevangen
en vind de melodie
in een draaiende kolk
daar vormen zij
benedenwaarts gericht
een spiraal van klanken
waar de echo luistert
haast onhoorbaar
naar prille woorden
zo vindt mijn dicht
het lied van tongen
worden nieuwe zinnen
in het hart geboren
opstomend uit
de dragende buik
laat je dan glijden
op de adem
van het gevoel
als in het
stromend blauw
van verlichte golfjes
fotografie: cornelia ettl
Woensdag 31 augustus 2005
ik slenter, stelt u zich dat voor en ga zo mijn weg vaak in gedachten diep verzonken dat hoort ook zo immers een kip neemt ook tijd voor de …
ik slenter, stelt u zich dat voor en ga zo mijn weg vaak in gedachten diep verzonken dat hoort ook zo immers een kip neemt ook tijd voor de leg ik heb oog voor ernstige zaken niet dat ik per se tot meer wijsheid zal geraken neen, ik denk omdat ik ben zoals een wijs man al eerder zei ik ben een slenteraar, zo een van: als het nu niet lukt komt het morgen klaar zoals in de volgorde van ieder jaargetij zo doende denk ik nog aan gister die dag was nog niet rond alhoewel het ook kan zijn dat mijn huidig peinzen wordt gevoed door onduidelijke woorden uit uw mond u begrijpt nu mijn tempo; beladen met een zwaar hoofd en vergrijsde slapen hoef ik me ook niet te haasten bent u wel een beroemd dichter nadat u zich met ongeremde passie zo hebt uitgesloofd? uw woorden zijn morgen lucht door verdamping aangetast uw kritieken uitgedoofd uw gedichten zoveel lichter het moge duidelijk zijn ik orden mijn gedachten, schep een beeld van gister en daarvoor ik strijk dan door mijn haren en frons mijn gebrild aangezicht ik ben een slenteraar een dromer op straat door innerlijk staren zo schep ik mijn leven langzaam, opdat ik niemand stoor ik nader mijn bank in een verlopen park omgeven door wilde struiken hier kom ik tot rust hier kan ik echt onderduiken plots maak ik mij zorgen en dat is nieuw over de dag van morgen zo u weet is dat een last zou ik dan toch door het verwachten worden aangetast nee dat nooit spookte het door mijn hoofd word ik alsnog van mijn traagheid beroofd? besmet met het moeten nee, daarvoor is mijn levensgang te traag tevreden draai ik een sjekkie dat leidt mij af van de finale vraag daar wil ik u noch mijzelf mee belasten en blaas de rook strak voor mij uit u zult het wel begrijpen dit zijn die momenten waarin ik mijn hoofd bevrijd en mijn wereld kan ontlasten tot de schemering in mijzelf wordt ingeluid als de zon verdwijnt na een lange pose achter de top van de lindebomen en de stilte zo verschijnt rust mijn oog op een laatste zichtbare vogel als hij nader wil komen twee vreemden bij elkaar maar stil verbonden bij het verscheiden van de dag raakt hij een wezenlijke snaar: het verstaan zonder monden dat kende ik al vertelde een tedere glimlach ik zette mij aan tot de weg terug maar zie deze woorden niet zomaar als een slot zo ga ik in bedaarde tred die mij immer al bekoorde en waar ik mij nimmer heb tegen verzet
foto:cornelia ettle de rimpels langszij mijn ogen
plooien zich bij iedere lach
zij vormen als vanzelf
warme zonnestralen
die mijn blik begeleiden
naar de vraag die ik
in je verlegen ogen zag
geen weg is zo kort
naar jou, naar binnen
alleen een doods gevoel
zou zich bezinnen
en afvragen wat ik bedoel
mijn beider wangen
door lengende
lippen gebold
tonen de volheid
van ingetogen
schenkende vreugde
in die aanblik
van sprakeloze taal
is al veel droefenis gestold
ik stapel soms dorre bloemen op mijn veld van gevoel was er eerst blinde hoop naar glanzende verwachting zoals bijen zoekend zoemen onbezonn…
ik stapel soms dorre bloemen op mijn veld van gevoel was er eerst blinde hoop naar glanzende verwachting zoals bijen zoekend zoemen onbezonnen ruikend aan een honingzoete struikenknoop in de waarheid echter kwam allengs het starre beeld van de zure aanwezige verdroging in een verstilde waterloop woorden tellen al lang niet meer terwijl zij stapelen tot verre hoogte op scherven van gebroken glas mij snijdend in vleselijke parten niet een maar telkenkeer opnieuw en opnieuw en zo maar door van onophoudelijk fnuikend tarten hier sta ik dan tot vergrijzing toe zie om me heen de gemiste weelde ver trekkend en het onbereikbare moe omkijken doe ik, kan ik niet meer het was het leven dat mij bestal zelfs de enige reikende hand wuifde mijn verlangen weg het onmisbare wordt gekruisigd ik roep niet meer ik sta mezelf maar in de weg
Donderdag 18 augustus 2005
ik denk even letters in de schaduw in stilte gaan ze door mij heen vinden slechts schuivende panelen ik heb ze nog te leen in verstild afwezig zijn zal ik vertoeven en woorden vinden die rust behoeven
Woensdag 17 augustus 2005
ik dicht het lied van de stilte met klanken van niet gekende ritmische noten gedragen door wijdse nevelbanken en zo hemels onverdroten een zonnestraal doorkruist deze vochtige vlagen als een strijkstok door licht gedragen dan hoor ik slechts in het aanschijn van de dampige kilte dit unieke lied over het wezen van de stilte
Donderdag 11 augustus 2005